Dilemma’s in de kerkenraad: pastoraal handelen en seksueel geweld

13 Jun

 Door Alexander Veerman en Ruard Ganzevoort

(uit: Confessioneel – oktober 2002)

In de afgelopen jaren is er meer aandacht gekomen voor seksueel geweld. Na een rapport voor de synode van de Samen-op-Weg-kerken verscheen in 1999 een eerste handreiking voor gemeenten die daarmee geconfronteerd worden: Geschonden Lichaam . In twee artikelen gaan de schrijvers in op de dilemma’s waarmee een kerkenraad wordt geconfronteerd als er een klacht op tafel komt wegens seksueel misbruik. We beginnen met een (geanonimiseerde) casus.

bijbel in kerkbank

EEN CONCRETE ZAAK

In een kleine gemeente gaat het gerucht dat een vooraanstaand gemeentelid seksueel misbruik heeft gepleegd. De kerkenraad geeft twee ouderlingen de opdracht om het uit te zoeken. Dat ligt gevoelig omdat er minstens twee families bij betrokken zijn en omdat de aangeklaagde en diens familie centrale posities hebben in de gemeente en in het dorp. Er blijken in de loop van de tijd meer geruchten te zijn geweest. De ouderlingen raken overtuigd dat het misbruik werkelijk heeft plaatsgevonden, maar melden de kerkenraad slechts dat er een civiele procedure is aangespannen. Inhoudelijk vertellen ze niets in verband met het ambtsgeheim en de kerkenraad besluit te wachten op een gerechtelijke uitspraak. Als de rechtbank een schadevergoeding oplegt neemt de spanning toe. De aangeklaagde blijft ontkennen en vecht de interpretatie van de uitspraak aan. De kerkenraad is verdeeld. De ene ouderling herroept zijn eerdere conclusie; anderen blijven aandringen op maatregelen tegen de nu veroordeelde man. Het geloof in de kerk staat volgens hen op het spel. De sfeer in de kerkenraad, de kerk en het dorp wordt grimmiger. Voorstanders van maatregelen voelen zich bedreigd. Ook de predikant wordt in het conflict betrokken, met name door openbare scherpe en niet onderbouwde kritiek op zijn functioneren. Mede op advies van verschillende ouderlingen neemt die een beroep aan naar een andere gemeente.

Twee jaar zijn voorbij sinds de twee ouderlingen de geruchten onderzochten. De kerkenraad, gesteund door de rechtbank en de synode-uitspraak, roept de dader op tot erkenning. Als dat uitblijft wordt een tuchtprocedure gestart. De man onttrekt zich maar blijft de kerkdiensten bezoeken. Een besluit om hem uit de kerk te weren leidt tot onenigheid. Op een gemeentevergadering geeft de kerkenraad zeer summiere informatie uit angst aangeklaagd te worden wegens laster. Diverse gemeenteleden voelen zich onder druk gezet om het beleid te steunen. De zaak vraagt zoveel energie dat allerlei andere zaken blijven liggen. Niet steun van de classis en de consulent wordt op een tweede gemeentevergadering openheid van zaken gegeven. De kerkenraad vertelt van zijn dilemma’s en problemen en gemeenteleden mogen hun beleving verwoorden. Er ontstaat enig begrip als een gemeentelid op emotionele wijze vertelt dat hij vroeger ook misbruikt was en wat dit voor hem betekend heeft.

DILEMMA’S IN DE KERKEN RAAD

In deze beknopte beschrijving worden verschillende dilemma’s zichtbaar die een zware wissel trekken op de energie en incasseringsvermogen van de kerkenraadsleden. De kerkenraad moet ad hoc allerlei moeilijke besluiten nemen zonder de consequenties te kunnen overzien. In dit artikel proberen we daarvan te leren. We zien vier dilemma’s die niet alleen in deze gemeente spelen: er is een behoefte aan feiten maar geen toegang tot de feiten; er is behoefte aan geheimhouding en behoefte aan openheid; er is een oproep tot morele stellingname en de taak de dialoog tussen partijen gaande te houden; en de kerkenraad moet een proces begeleiden waarvan hij zelfcentraal deel uitmaakt.

1. Voor het vaststellen van de waarheid zijn feiten nodig, maar er is geen toegang tot de feiten

Een belangrijk probleem waar de kerkenraad tegenaan liep, was de vraag wat er echt gebeurd was. De verhalen stonden tegenover elkaar. Eerst werden de geruchten dan ook genegeerd, maar als dat niet meer lukt moet er met de betrokkenen gesproken worden. Hoewel de ouderlingen tot een conclusie komen, kunnen ze daar niet zoveel mee. Een van hen zegt: ‘Wij mogen niet op de stoel van de rechter gaan zitten. We hebben ook geen opsporingsbevoegdheid. En wij kunnen wel iets vinden, maar ieder ander kan ook iets vinden. En dan is het maar de vraag, als er geen bekentenissen en zo zijn, en het is zo wazig als het hier lag, dan vind ik in dit soort zaken, dat je op safe moet spelen’.

De kerkenraad kiest voor een juridische invalshoek. Dat lijkt voor de hand te liggen maar maakt het wel moeilijk. Het leidt tot afwachten en stelt de vraag in termen van waarheidsvinding waartoe de kerkenraad geen mogelijkheden heeft. Dat gaat ook ten koste van de zorg voor de betrokkenen.

Kan het anders? Als de kerkenraad inzet bij de zorg voor mensen kunnen de verhalen die verteld worden serieus genomen worden. De klaagster en haar familie vertellen dat zij zich niet veilig voelen. De aangeklaagde ontkent, bagatelliseert en eist dat zijn naam gezuiverd wordt. In een pastorale benadering staat niet de rechtsvraag voorop, maar de zorgvraag. Het gaat dan ook niet direct om tuchtmaatregelen, maar om het scheppen van veiligheid. Dat heeft alles te maken met macht en ruimte. ‘De vraag is dan aan de orde hoe de kerkenraad kan bijdragen aan het doorbreken van de machtsverhouding, aan het scheppen van een veilige ruimte waarin de vrouw op adem kan komen… Een eerste stap hier kan zijn om (tijdelijk) de vrouw te bevrijden van de lijfelijke aanwezigheid van de man’. In een pastoraal traject is de fundamentele vraag niet langer wie de waarheid spreekt, maar hoe een kerkenraad recht kan doen aan de verhalen van betrokkenen met alle tegenstrijdigheden. Als een kerkenraad dan moet kiezen doet ze dat niet (alleen) op juridische gronden, maar (ook) vanuit pastorale, theologische en ethische overwegingen.

2. Geheimhouding is geboden, ‘naar de gemeente moet worden geinformeerd.

Een tweede dilemma ligt tussen geheimhouding en openheid. Hoewel de onrust in de gemeente een belangrijke reden was om de geruchten op de agenda te zetten, zoekt de kerkenraad zo lang mogelijk een interne oplossing. De twee afgevaardigde ouderlingen voelden zich gebonden aan het ambtsgeheim: ‘We hebben wel de juridische stand van zaken verteld, maar verder hebben we niet verteld wat we gehoord hadden. Dat vonden we ambtsgeheim, en de kerkenraad vond dat ook’.

Dé kerkenraad komt hierdoor niet tot handelen. Het (op zich belangrijke) ambtsgeheim blokkeert het gesprek in de kerkenraad en met de gemeente. Het gevolg is dat de geruchten toenemen en de onrust groot blijft. Dat dwingt de kerkenraad op gemeentevergaderingen in te gaan op de situatie. De gemeente heeft informatie en inzicht nodig, maar de kerkenraad moet wel zorgvuldig omgaan met de betrokkenen. In deze casus speelt bij openbaarmaking ook nog de angst mee voor een klacht wegens smaad.

Dit dilemma heeft te maken met loyaliteit. De kerkenraad wordt geconfronteerd met drie perspectieven: het (vermeende) slachtoffer met zijn of haar behoefte aan veiligheid en erkenning; daartegenover de (vermeende) dader met zijn of haar ontkenning of zelfrechtvaardiging; daartussenin de mensen die uitzijn op harmonie en vrede. Als de spanning te lang aanhoudt, wordt vaak de druk op het slachtoffer opgevoerd. Als die immers haar of zijn verhaal afzwakt kan de harmonie weer hersteld worden.

Bij de afweging rond geheimhouding en openheid is het voor de kerkenraad belangrijk om deze perspectieven te wegen. Het gaat niet alleen om principes van ambtsgeheim en delen met de gemeente, maar ook om de vraag welke stem door het beleid bekrachtigd en welke stem het zwijgen wordt opgelegd; van wie de belangen worden gediend en van wie de macht wordt hersteld of in stand wordt gehouden.

3. Er is een oproep tot morele stellingname, maar ook de taak de dialoog tussen de partijen gaande te houden tussen de partijen gaande houden.

Een derde dilemma waarmee de ouderlingen te maken kregen, was het dilemma tussen een morele keuze en de dialoog tussen de partijen. Vanuit hun rol als ouderling ervaren beide ouderlingen een grote verantwoordelijkheid naar de slachtoffers, maar ook naar de gemeente. De zorg voor de gemeente woog voor een van hen extra zwaar toen hij voorzitter van de kerkenraad was. Terwijl sommigen druk uitoefenden op de kerkenraad om tot een oordeel te komen, richtte de voorzitter zich op het handhaven van de eenheid in de kerkenraad.

Ditzelfde kunnen we herkennen in de communicatie van kerkenraad naar gemeente. De eerste gemeentevergadering had vooral tot doel om de eenheid van de gemeente te waarborgen en als kerkenraad het vertrouwen van de gemeente te krijgen. Het dilemma hangt samen met de vraag of het alleen gaat om seksueel geweld, of dat de kerkenraad zich moet bezig houden met de cultuur en de structuur van de gemeente. Wanneer een kerkenraad te maken krijgt met seksueel geweld binnen de gemeente, komen vaak latente tegenstellingen en verborgen conflicten aan het licht. Het seksueel misbruik is ingebed in de machtsverhoudingen in de gemeente, en in het conflict daarover staat de identiteit en het voortbestaan van de kerk zelf op het spel. In de gemeente van de casus zijn (zoals zo vaak) verschillende tegenstellingen merkbaar. Er zijn drie duidelijke groepen: de liberalen, een grote grijze middengroep, en een groep evangelischen / confessionelen. De liberalen hebben in dit dorp een historisch gegroeide en verankerde invloedrijke positie. De grote middengroep bestaat vooral uit mensen die geboren en getogen zijn in het dorp en van huis uit geleerd hebben de notabelen te respecteren. De groep andersdenkenden bestaat voor een groot gedeelte uit mensen die van elders gekomen zijn en die werken in de nabijgelegen stad. De eerste groep blijkt een belangrijke stempel te drukken op het kerkelijk beleid.

Op de achtergrond spelen conflicten over de koers van de kerk een belangrijke rol. Het conflict over het seksueel misbruik leidt tot partijvorming. Ogenschijnlijk verdelen de partijen zich langs de lijn van de stromingen. Zo lijkt het liberale gedeelte in deze gemeente vooral de aangeklaagde te steunen, en lijkt het evangelische / confessionele gedeelte voornamelijk de kant van de klaagster te kiezen. De grote middengroep kiest voor vrede en harmonie en dringt aan op verzoening en vergeving. (Dat kan natuurlijk in andere gemeenten anders lopen, maar ook dan spelen onderliggende verschillen door in de partijvorming.) Door de partijvorming ontstond er wel een nieuw soort saamhorigheid: ‘Je hoort op een gegeven moment bij een bepaalde groep, en dat geeft verbondenheid. Dat is altijd al zo geweest. Dus in die zin was er meer saamhorigheid’. Door de conflicten tussen de partijen ervaren de aanhangers van een bepaalde groep onderling steeds meer solidariteit, terwijl de afstand tussen de verschillende groepen groter wordt. De verdeeldheid in de gemeente lijkt onoplosbaar.

Als de kerkenraad het seksueel misbruik aan de orde stelt lijkt er een oncontroleerbare dynamiek te worden losgemaakt. De tegenstellingen en machtsverhoudingen verwijzen naar een dieper liggende oorzaak van het seksueel geweld en de conflicten. Tegelijk echter kunnen de conflicten tussen de groepen functioneren als een rookgordijn dat afleidt van de concrete zaak. Het wordt in elk geval moeilijk om zowel de concrete problematiek als de onderliggende structuur recht te doen.

De grote uitdaging is dan om te zoeken naar een gemeenschappelijke taal. Uiteindelijk zal het doel toch zijn om opnieuw tot verstaan van elkaar te komen. Daarvoor moeten de twee lagen wel steeds onderscheiden worden. Pas als dat consequent gebeurt, kan de kerkenraad stelling nemen in de concrete situatie van seksueel geweld en toch de dialoog gaande houden tussen de verschillende stromingen in de gemeente.

4. De kerkenraad moet een proces begeleiden waar hij zelf centraal deel van uitmaakt.

Het laatste dilemma hangt samen met het gegeven dat de kerkenraad zelf een speler in het spel is. Dat betekent dat ook binnen de kerkenraad de spanning en verdeeldheid gevonden wordt. Dat maakt het zeer ingewikkeld om aan het proces goede geestelijke leiding te geven. Zeker na het vertrek van de predikant mist de kerkenraad een leider, die kan bemiddelen in het steeds hoger oplopend conflict. In die periode viel ook het periodiek aftreden van de voorzitter en enkele andere ambtsdragers. Door dergelijke veranderingen in de kerkenraad bleven conflicten liggen of werden ze juist opgerakeld. Bovendien werd het moeilijk om iemand bereid te vinden het voorzitterschap op zich te nemen. Degenen die dat wel een periode deden werden emotioneel zwaar belast, niet alleen door de gebeurtenissen als zodanig, maar ook omdat veel onvrede zich op hen richtte en zich uitte in beschuldigingen.

Eerder werd al beschreven dat er ook een verborgen communicatie is in de kerkenraad en de gemeente. Dat betekent dat kerkenraadsbesluiten niet altijd werden opgevolgd. In die verborgen circuits spelen juist de machtige gemeenteleden op de achtergrond een grote rol, zoals in deze casus gold voor de aangeklaagde.

De enige uitweg in conflicten met een dergelijke diepgang ligt dan ook in het inschakelen van begeleiding van buitenaf. Doordat de kerkenraad niet meer goed functioneert, is de gemeente feitelijk stuurloos geworden. In de casus bleek hulp van classis en consulenten onontbeerlijk om een stap te kunnen zetten op de weg naar herstel. Voorwaarden voor een goede externe begeleider zijn deskundigheid en mandaat. Dat laatste moet dan ook wel door de kerkenraad worden verleend.

CONCLUSIE

Seksueel geweld binnen de gemeente brengt dilemma’s mee waardoor de kerkenraad verlamd raakt. Niet alleen raakt de dagelijkse gang van zaken hierdoor gefrustreerd; ook kan het tot gevolg hebben dat juist de meest beschadigde mensen het onderspit delven. Uitwegen uit de dilemma’s kunnen gevonden worden in het voorrang geven aan een pastorale boven een juridische invalshoek; in het meewegen van de verschillende perspectieven en de daarmee samenhangende motieven en belangen; in het onderscheiden van een duidelijke stellingname in de concrete zaak en het zoeken van dialoog bij de onderliggende Partijvorming; en in het inschakelen van goed toegeruste bovenplaatselijke organen. Zo kan gebouwd worden aan een gemeente van Christus waar heil en recht gevonden wordt.

(uit: Confessioneel – ll4ejaargang nummer 18-10 oktober 2002)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: