Gods wil en de mazelen – preek over Matt. 6, 10

8 Jul

(Preek gehouden op 7 juli 2013)

Enkele jaren geleden zijn we in onze gemeente aan de slag gegaan met het boek van Robert Warren ‘Handboek Gezonde gemeente’. De schrijver reikt op basis van een aantal onderzoeken in kerkelijke gemeenten thema’s aan die kenmerkend bleken te zijn voor gezonde gemeenten. Een van deze thema’s is ‘op zoek naar de wil van God’. Juist met dit thema – de wil van God, voelden we ons wat verlegen. Hoe doe je dat – afstemmen op de wil van God? Wie bepaalt wat de wil van God is? De meningen blijken daar immers nogal over te verschillen. En als je je in je leven steeds beroept op Gods wil – waar is je eigen verantwoordelijkheid dan? Verlegen met de wil van God.

De wil van God. Opnieuw actueel door de mazelenepidemie. Een vader van acht kinderen noemde bij een actualiteitenprogramma dat dit voor hem een reden was om zijn kinderen niet te laten inenten. Hij sprak over zijn vertrouwen op God, over het luisteren naar de wil van God en over het leven van hemzelf en zijn gezin in handen durven leggen van Gods voorzienigheid.  Hier geen terughoudendheid of verlegenheid. Het geloof als richtingwijzer voor keuzes in het leven. Het al dan niet inenten raakt voor deze gelovige aan grotere en diepere vragen. Het heeft alles te maken met Gods macht. Of misschien beter: aan Gods almacht. Zoals het ook verwoord is in zondag 10 – een geroemd, maar ook hevig bekritiseerd en berucht artikel uit de Heidelbergse Catechismus over Gods voorzienigheid. Het feit dat God alles in zijn hand houdt, dat er niets is dat buiten Hem omgaat, maakt dat deze ouder zijn kinderen niet inent.

inenting

Alles komt immers uit Gods hand. Zouden wij in de weg willen staan van deze God? Als God ons ziekte zendt, kan Hij ook genezing schenken.Daar gaat het om: durven vertrouwen op God. De Almachtige God. Het is een Godsbeeld die in de christelijke traditie lange tijd gemeengoed was. Deze visie op God geeft een zekere rust. We mogen erop vertrouwen dat God zijn schepping in stand houdt. Dat er niets is dat buiten zijn wil om gaat. Lezen we niet in de Bijbel dat er geen mus dood neervalt zonder dat God dat wil? Dat is de ene kant van de almachtige God: rust en overgave. Als ons iets overkomt, zal het uiteindelijk meewerken ons ten goede. De andere kant is dat het spreken over de almacht van God ook krachtige vragen oproept. Zou het echt zo kunnen zijn dat God ons leed toebedeelt? Dat Hij het op de een of andere manier het goeddunkt dat wij onze geliefden moeten missen? Dat wij ziek worden, chronisch ziek zijn? Dat we lijden aan en door onrecht? Wil ik wel in zo’n God geloven? Het roept een andere scherpe vraag op: als God ons dat toebedeelt, hoe kunnen we dan nog ooit bij Hem schuilen om troost?

Even terug naar de reformatorische vader. Uitgangspunt is dus dat het vertrouwen op God voortkomt uit het geloof dat niets gebeurt zonder dat God het wil. De wil van God tekent zijn voorzienigheid (= zijn zorg voor ons) en vraagt dan ook om een gelovige overgave.

Tegelijkertijd roept deze overgave in de publieke opinie veel weerstand en soms ook agressie op. Een begrijpelijke reactie, omdat het gaat om de vraag hoe we met onze kinderen omgaan, hoe we onze verantwoordelijk voor de samenleving vorm geven. Hoe zit het met onze eigen verantwoordelijkheid? Hoe kan het dat je wel achteraf een behandeling mag ondergaan, maar niet preventief mag handelen? Is dat niet hypocriet? Overigens denken niet alle reformatorische christenen hier hetzelfde over, maar is de groepsdruk soms zo krachtig dat moeders in het geheim toch overgaan tot inenten. Dat vind ik verdrietig en pijnlijk dat gelovigen, kerken elkaar zo de maat nemen dat er geen ruimte meer ervaren wordt.

***

Op zich staat deze hele discussie, over het al dan niet inenten, deze thematiek best ver van onze gemeente af. Ik heb niet de indruk dat het al dan niet inenten op zich een issue is. Waarom het erover hebben? Allereerst is het wel een discussie die zich afspeelt in onze achtertuin, waarbij geput lijkt te worden uit dezelfde bron – de Bijbel. In de tweede plaats: het is onze verlegenheid met de wil van God enerzijds en het overtuigd spreken van anderen hierover  waardoor er een hypotheek lijkt te liggen op ons spreken over Gods wil. Op hoe wij ons verhouden met Gods wil. En dat maakt het gesprek over de mazelen verwarrend. Het raakt ook aan thema’s en overtuigingen die in ons eigen geloof van belang zijn – of waar we mee worstelen. En dan is het misschien ook wel weer bijzonder. Het is bijzonder om te zien hoe mensen in hun gewone dagelijkse bezigheden zoeken naar de wil van God. Hoe is dat voor ons?

Misschien is het goed om te beginnen bij de vraag wat Gods wil eigenlijk is. Het antwoord op deze vraag zal ook ons beeld van God beïnvloeden. In het gebed dat Jezus ons geleerd heeft, is de derde bede: ‘uw wil geschiede’. Waar doelt Jezus dan op?

Het spreken over Gods wil is niet zonder risico en vraagt dan ook om zorgvuldigheid. ‘Gods wil’ is in de geschiedenis op verschrikkelijke manieren misbruikt. Zo beriep Hitler zich op de wil van God om de totstandkoming van het Derde Rijk te verdedigen. Daar waar Gods wil los wordt geweekt van de Bijbelse betekenis, waar ik van mijn verantwoordelijkheid en  betrokkenheid ontslagen word, kan een beroep op Gods wil zomaar betekenen om passief gebeurtenissen en lijden te aanvaarden. Stil maar, wacht maar. Of kan onrecht zelfs  gelegitimeerd worden. Laten we daarom zorgvuldig spreken over Gods wil.  Want een massief beroep op Gods wil, betekent het einde van het gesprek.

***

Maar hoe spreekt de Bijbel dan over de wil van God? De tekst uit Micha 6 verheldert wat God van ons wil, wat God aan ons vraagt. God voert een rechtsgeding tegen zijn volk. God herinnert zijn volk aan het verbond dat Hij met hen gesloten heeft. De hele geschiedenis van Israël is heilsgeschiedenis: verhalen van redding, verhalen van uittocht uit het land van slavernij, van bevrijding, zo ongedacht. Daar in die geschiedenis krijgt de wil van God betekenis. Daar in die geschiedenis van bevrijding, van redding uit slavernij en beklemming wordt de inhoud van Gods wil zichtbaar. Gods wil heeft alles te maken met Gods welbehagen, met Gods bewogen vaderhart. De stem van de profeten verwoordt de hele Bijbel door hoe de wil van God verzet tegen onrecht en lijden betekent. Met Gods wil is bedoeld wat God in zijn bewogenheid met ons voorheeft. Gods wil is dat zijn verbond met ons wordt doorgezet in de relaties om ons heen.

Gods wil is niet – is nooit – verwoesting of verstrooiing. Is nooit een opgelegd slavenjuk, een last waaraan we ten onder dreigen te gaan. Gods wil is niet het onrecht dat mij in mijn leven is overkomen. Gods wil is niet de ziekte die mij belemmerd. Gods wil is niet de depressie waar ik mee worstel. Gods wil is niet het misbruik dat ik heb mee gemaakt. Het geweld dat ik nu nog steeds onderga. Integendeel. Gods wil is dat wij in de ruimte worden gezet, dat we als bevrijde mensen aan onze bestemming komen. Niet langer vreemdeling en ontheemd. Maar thuiskomen bij God. De wereld als een bewoonbaar huis. Als Gods wil in de Bijbel ter sprake komt, dan opent zich het perspectief van Gods heerlijkheid op aarde. Van het nieuwe  Jeruzalem.

Uw wil geschiede – moge uw wil worde gedaan In de hemel zoals ook op de aarde. In de hemel – daar begint het. Van de kant van God. Dat is ons gebed: God, laat uw wil gebeuren. Doorbreek alles wat in strijd is met uw wil. God, maak uw bewogenheid met ons waar. Deze derde bede is een verzuchting, een roep uit onze levensverhalen. Het gebed betekent niet dat we ons maar moeten neerleggen bij de feiten. Een roep om berusting. Aanvaarding van het lot. De profeten gaan ons voor in hun roep: laat uw wil toch zien in deze wereld die tegen U getuigt. De geschiedenis is in de Bijbel niet de spiegel van Gods wil. De geschiedenis is eerder het veld van Gods opgeschorte wil: Gods geduld, Gods lankmoedigheid. God houdt zich in verdraagzaamheid in: geduld kost moeite, het is een dulden. God lijdt aan onze geschiedenis. Het gaat Hem aan het hart. In het geloof wordt God gekend als de God die zijn Rijk, zijn vrede en zijn gerechtigheid wil, de God die ingaat tegen de loop van de dingen, de God die de geschiedenis doet keren ten goede.

De wil van God. Dat is zichtbaar geworden in Jezus Christus. In Jezus raken hemel en aarde elkaar. Laat uw wil geschieden, bad Hij in Getsemané. Liever zag Hij de drinkbeker aan zich voorbij gaan. Jezus verheerlijkte het geweld niet. Hij heeft het lijden van de mensen altijd verworpen. Hij heeft zich ertegen verzet, heeft zich er woedend over gemaakt. Hij heeft zieken genezen, boze geesten uitgedreven, lammen op de benen gezet, blinden het zicht weergegeven. Zondaars vergeving geschonken. Hij heeft een nieuw begin gemaakt, steeds weer. Jezus is de mens naar Gods hart, Zoon van God, in verzet tegen het lijden. Hij nam het lijden op zich. Dienende liefde Hij hield ons vast voor Gods aangezicht en bleef God trouw tot aan de dood aan het kruis. En zo verbindt Hij hemel en aarde, ons mensen en God. Met Christus heeft God een begin gemaakt met de nieuwe schepping – dat is Gods wil. Dat is Gods voorzienigheid – dat Hij alles over heeft om ons te redden. Gods voorzienigheid krijgt gestalte in Christus.

Deze wil van God: zijn omzien naar ons, zijn uitredding en bevrijding, zijn verzet tegen lijden en onrecht, kleurt vervolgens Gods voorzienigheid. God zal erin voorzien. God zal mij niet alleen laten. Al gaat mijn weg door een dal van diepe duisternis, al vertoef ik in de schaduwen van de dood – Gij zijt bij mij. Omdat ik weet heb van Gods wil, durf ik met Paulus die verrassende hoop uit te spreken dat niets mij scheiden kan van de liefde van God in Jezus Christus.

Laat uw wil worden gedaan. En in navolging van Jezus mogen wij zelf handen en voeten geven aan die wil van God. Ons leven in dienst stellen als een levend, heilig en God welgevallig offer. Het zijn woorden die Micha 6 in herinnering roepen In Micha 6 klinkt die vraag: wat God van ons wil. Het zit hem niet in vrome handelingen, niet in religieuze opofferingen, niet in fraai verwoorde en prachtige gebeden, maar in zorg voor de schepping. De wil van God is niet het lot dat ons treft, maar is de weg die we moeten gaan. Is wat gedaan moet worden.

Wanneer we voor een keuze staan, is de beslissende vraag: wordt Gods naam hiermee verheerlijkt? Doe ik recht en blijf ik trouw aan Gods weg? Strijden we in onze keuze mee tegen lijden, ziekte en onrecht?

De Bijbelse visie op de wil van God laat niet een God zien die goede en kwade dingen uit zijn hand ons doet toekomen, maar een God die zich verzet tegen het kwaad, die liefdevol omziet naar ons, en ons oproept om recht te doen en alles in het werk te stellen om voor de schepping en voor elkaar te zorgen.  Aan deze God wil ik mij toevertrouwen. Hij laat niet los wat zijn hand is begonnen. Hij blijft trouw tot in eeuwigheid. Wat de toekomst ook brengen moge.  Amen

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: