Top vijf ongemakkelijke (pastorale) situaties

21 Dec

December is een maand van terugkijken. Hieronder mijn top vijf van ongemakkelijke pastorale situaties van de afgelopen jaren. Zijn dergelijke situaties herkenbaar? Wat zijn jouw ongemakkelijke momenten?

Afbeeldingsresultaat voor oeps

 

5. Ja? En u bent?

Onlangs belde hier ’s avonds laat politie aan. Uiteindelijk bleek dat ze in een andere straat moesten zijn. Dit voorval herinnerde me aan een van mijn eerste kennismakingsbezoeken in mijn vorige gemeente. Het was donker, ik was nog niet zo bekend in het dorp en de straatverlichting werkte niet echt mee. We hadden telefonisch afgesproken. Het gemeentelid had ik nog niet ontmoet.

Na enig zoeken meende ik de straat eindelijk gevonden te hebben. Het vinden van het huisnummer en de deurbel was nog even puzzelen, maar ook dat lukte. In het donker wachtte ik tot de deur open zou gaan.

Het licht bij de deur knipte aan. Een grote man met een nieuwsgierige, maar tegelijkertijd ook afstandelijke blik nam mij van top tot teen op. Ik keek terug. Naar zijn verwarde haren, de coltrui en blote voeten. De wind voelde ineens kouder aan.

Ik stak mijn hand uit. ‘Goedenavond! Ik had gebeld om kennis te komen maken’.

‘Ja? En u bent?’

Het was dus de verkeerde straat. De straatnamen begonnen wel met dezelfde letter. Dat dan weer wel. We hebben nog even kennis gemaakt en de volgende jaren elkaar vriendelijk gegroet in onze dorpssuper. Vriendelijk, maar ook altijd een beetje ongemakkelijk.

4. Gevangen

In dorpen worden voordeuren niet perse veel gebruikt. Meestal gaat het bezoek achterom. Als predikant (en zeker bij kennismakingen) kies ik er voor om gewoon aan te bellen. Een gevolg van een minder gebruikt paadje, is dat de spinnen er vrij spel hebben. Zeker in de herfst als ze in grote getale de wind hun koers laten bepalen.

Meestal ben ik beducht op spinnenwebben, maar deze keer was ik niet alert. Met open ogen liep ik het web in. Zo goed en zo kwaad als het ging, probeerde ik de draden uit mijn gezicht te vegen.

Later, midden in het gesprek, werd mijn aandacht getrokken door een klein spinnetje. Hij kwam uit mijn haar en was aan het abseilen, maar bleef nog even hangen aan de rand van mijn bril. Wat restte was ongemakkelijk negeren.

 

3. Te liefdevolle hond

Veel mensen hebben honden. Vaak betekent dat gezelligheid en een aardige opening voor het gesprek. Soms gaat het ook wel eens een beetje anders. Er zijn honden die erg enthousiast worden van bezoek.

Zo kwam ik tijdens mijn stage een keer op een adres waar een oudere echtpaar een klein hondje had. Het hondje was niet bij me weg te slaan.  ‘O, u hebt natuurlijk zelf ook een hond – dat ruikt hij’. Nu hadden we inderdaad sinds kort een hond. Onze eerste. Plato heette hij.

Het bleef echter niet bij ruiken. Als een echte Don Juan draaide hij om mij heen en gaf op allerlei mogelijke manieren aan dat hij mij wel zag zitten. De baasjes zagen een aanhankelijke en vertederende hond, ik meer een opdringerige casanova.

Het was een ongemakkelijke situatie. Enerzijds zocht ik met volle concentratie de diepte in het gesprek, anderzijds probeerde ik uit alle macht op een onopvallende manier deze hond van mij af te houden.

Toen ik afscheid nam van het echtpaar, gaf de hond mij een knipoog en voegde me toe: “Lassata, sed non satiata”

2. Uit de kast komen

Wanneer ik bij mensen voor het eerst aanbel, ervaar ik het als een groot geschenk om binnen genodigd te worden. Het is een les die ik van mijn stagebegeleider Gerrit Jan Jans heb geleerd.

Gaandeweg heb ik echter ook ondervonden dat het van groot belang is om de hal goed in je op te nemen en de route naar buiten uit je hoofd te leren. Wat wil namelijk het geval? Sommige architecten hebben woonhuizen een ‘Hotel California-achtige uitstraling’ gegeven. “You can check-out any time you like, but you can never leave!”

Ik herinner me een goed, maar intensief gesprek. Het gesprek begon met een zekere spanning, maar eindigde bemoedigend. Misschien was het de opluchting, misschien de vermoeidheid. Misschien gewoon verstrooidheid.

Met een brede zwaai trok ik mijn jas aan, gaf een ferme hand en opende in een beweging door de buitendeur. Ik keek nog over mijn schouder en zag het verschrikte gezicht van de gastvrouw – toen ik de voorraadinloopkast instapte.

1. Met de mond vol

Het was een mooie, zwoele avond in september. Ik had nog een kennismakingsbezoek in de avond gepland. Goedgemutst fietste ik naar het adres. De late zonnestralen gaven nog warmte. Insecten dansten in de windstille schaduwen van de bomen.

Ik deed mijn fiets netjes op slot, liep naar de deur toe. Eerlijk gezegd vind ik een kennismakingsgesprek altijd een beetje spannend. Hoe zal het gesprek lopen? Ben ik echt welkom?

Ik trok mijn overhemd recht en belde resoluut aan. Kom op. De deur zwaaide open, en ik haalde diep adem. Precies op dat moment vloog er een vlieg mijn mond binnen. Mijn gesprekspartner deed een stap opzij om mij binnen te nodigen.

Wat nu? Uitspugen? Hoe komt dat over? Hoesten? Doorslikken? Doorslikken. En gauw aan het eerste kopje koffie beginnen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: