Search results for 'seniorenkring'

Op de rand van de eeuwigheid

28 mei

De laatste van de vier middagen van de seniorenkring 2017 (een samenwerking tussen de Ontmoetingskerk en de Vriezenhof) ging over ‘leven op de rand van de eeuwigheid’. Het is vaak niet gemakkelijk om te spreken over sterven en over de dood. Het raakt aan diepe geloofsovertuigingen, en soms raakt het aan een existentiële angst. Toch is het noodzakelijk om aandacht te hebben voor leven, sterven en dood. Onbewust kan het ons immers behoorlijk bezig houden. Het is goed om bewust te worden van vragen en wensen.

d6eb9-oil-lamp

Waardevol

Het gesprek met familie en/of vrienden over het toeleven naar het sterven, over de waarde van het leven, over de verwachting van wat komt na de dood, en over de uitvaart zelf blijkt van grote waarde. Het valt niet mee om deze thematiek onder woorden te brengen. Soms is het zoeken naar woorden, stamelen misschien, maar het delen van gedachten rond leven en sterven leidde volgens de deelnemers tot waardevolle en intieme gesprekken.  Tegelijkertijd zijn deze gesprekken ook ingewikkeld, omdat ook lastige thema’s niet uit de weg gegaan moeten worden. Het is goed om te spreken over wel of niet reanimeren in het ziekenhuis, de mogelijkheden rond palliatieve sedatie en adequate verzorging in de terminale fase.

Levenskunst

De laatste levensfase maakt ook zichtbaar wat het leven de moeite waard maakt. De ouderdom wordt gekenmerkt door ervaringen van verlies: verlies van mogelijkheden, verlies van gezondheid en verlies van mensen die je lief en dierbaar zijn. Juist de mensen die je met de voornaam aanspraken, vallen in deze fase weg. Levenskunst is om in het lijden en in de voortdurende momenten van verlies, de vreugde van het leven vast te houden.

Verhouden met het lijden

Opvallend is dat de waarde van het leven wordt herkend, en de zin en betekenis wordt ervaren, wanneer mensen zich het verhouden met het lijden en met het sterven, en zich er niet voor afsluiten. Wat wij van ouderen kunnen leren, is levenskunst: het vermogen om de dag te ontvangen en van het kleine en gewone te kunnen genieten. Om niet de beperkingen en het verlies leidend te laten zijn, maar de mogelijkheden en de ruimte van de dag.

Leven op de rand van de eeuwigheid

Leven op de rand van de eeuwigheid raakt enerzijds aan de schaduwzijde van het leven: de beperkingen, het verdriet, het ontbreken van toekomst. Aan de andere kant betekent deze fase ook een zoeken naar en vinden van vrede met God. Het leven met en vanuit Gods genade geeft rust en kracht in de dagen die komen, in het nadenken over het sterven en vertrouwen in het leven na de dood. Vooral de hoop die spreekt uit het leven na de dood, geeft mensen in de laatste levensfase bemoedigende rust en kracht voor de dag.

Vragen rond de hemel

Wel brengt het nadenken over de hemel ook vragen mee. Voor sommigen roept Gods oordeel ook angst en zorg op. Misschien is het goed om juist dan vast te houden aan de belofte van God: ‘ Ik laat niet los wat mijn hand is begonnen’.  We mogen leven van Gods genade. als we aarzelen en twijfelen of Gods liefde voor ons is weggelegd, mogen we vertrouwen op Jezus Christus die handen en voeten aan Gods liefde heeft gegeven. Hij is op aarde gekomen – niet om perfecte mensen in het zonnetje te zetten, maar om mensen die verdwaald zijn geraakt en zich verloren voelen te zoeken en thuis te brengen.

Een tijd om te verzoenen

16 mrt

De derde middag van de seniorenkring ging over vergeven en verzoenen. De ontwikkelingspsycholoog Erikson onderscheidt een aantal levensfasen in een mensenleven. Bij elke fase horen bepaalde thema’s en taken. In de laatste fase maken mensen de balans op. De verwachting van de tijd die rest is beduidend korter dan de tijd waarop men terug kan kijken. Een belangrijke vraag is of je al terugkijkend tot de conclusie kunt komen dat het leven goed is geweest, zoals het gegaan is. In deze levensfase komt het dus aan op acceptatie en zinvinding.

Niet langer verstoppen

Een eerste waardevolle les is dat het nadenken over vergeven en verzoenen uitnodigt om verborgen verhalen aan het licht te brengen, muren te slechten en maskers los te laten. Het meedragen van geheimen is zwaar. Soms lijken we bepaalde episoden volledig te zijn vergeten, maar juist in de ouderdom kunnen deze verhalen weer naar boven komen.

Opgewekt leven

Een tweede les is de opluchting die je kunt ervaren wanneer je vergeven wordt. Het vraagt om moed om fouten onder ogen zien en te erkennen en vervolgens te adresseren. In psalm 103 wordt vergeving en genezing in een adem genoemd. Een vergeven mens ontdekt levensruimte.

Misbruik 

Een derde les is dat vergeven ook een woord is dat vaak misbruikt is om onrecht te verdoezelen. Het is van belang om te bedenken dat wanneer je gekwetst en beschadigd bent je enerzijds tijd nodig hebt om de gevolgen te verwerken en anderzijds de processen van dader en slachtoffer niet parallel lopen. Vergeving heeft te maken met het erkennen van schuld (het is dus niet bagatelliseren of verdoezelen) en het afzien van wraak.

Wanneer iemand tot vergeven kan komen, kan dit rust en ruimte kan geven. Het loslaten van haat, woede en bitterheid helpt om vrede te vinden.

Gods genade

Wat op deze middag naar voren kwam als een vierde les, is dat het begint met de uitnodiging van God. Zijn genade en vergeving is de dragende grond en aansporing om ook zelf vergevend en verzoenend in het leven te staan. De kracht van frere Roger uit Taizé en van de Waarheid en verzoeningscommissie in Zuid-Afrika tonen de kracht van vergevend leven – terwijl er ruimte is voor de verhalen van onrecht en schuld.

Balans opmaken begint met verzoenen

In de laatste levensfase komt het dus aan op het opmaken van de balans. Het verzoenen met de eigen levensgeschiedenis en het eigen handelen is noodzakelijk om het leven te kunnen aanvaarden. Het verzoenen met de ander helpt om vrede te vinden. Het verzoenen met God (1 Korintiërs 5) helpt om zin en houvast te vinden in het leven.

 

 

 

Omgaan met tegenslagen

24 feb

Gisteren (23 februari 2017) was de eerste bijeenkomst van de seniorenkring van dit seizoen. Deze kring is een mooie samenwerking tussen de Vriezenhof (het woonzorgcentrum in Vriezenveen) en de Ontmoetingskerk. We komen samen in een van de zalen van de Vriezenhof, en de deelnemers komen uit de Vriezenhof zelf, de aanleunwoningen en uit de kerkelijke gemeente.

Het thema was ‘omgaan met tegenslagen’. Als opening lazen we psalm 23, een bekende en aansprekende psalm van David. Met name de zin ‘Al gaat mijn weg door een donker dal, ik vrees geen gevaar, want U bent bij mij’ bepaalde ons bij de vraag: hoe gaan we om met tegenslagen? Is God dan een kracht of roept geloof juist vragen op?

Image result for storm

David

Het levensverhaal van David kleurt de weg door het donkere dal in. In die ervaringen komt hij ook dicht bij onze levensverhalen. David heeft te maken gehad met doodsangst, met verraad, met verlies van dierbaren en met schuld. Hij heeft weet van machteloosheid, van schaamte en van schuld – en van de God van recht en van genade.

Bijbelse hulpbronnen

In de Bijbel zijn verschillende lijnen te herkennen die ons kunnen helpen om een weg te vinden in de tegenslagen van het leven.

(Her)schepping

De eerste lijn die de Bijbel aanreikt is die van (her)schepping. Wanneer we dierbaren moeten loslaten of als gezondheid niet meer vanzelfsprekend is, als we met teleurstellingen te maken krijgen, kan het scheppingsverhaal helpen om weer houvast en hoop te vinden.

De aarde was woest en doods – zo kan het leven ook voelen: wat rest zijn chaos en de golven die ons overspoelen. Een oervloed die ons de adem ontneemt. Maar we lezen in de Bijbel dat zelfs in die chaos de Geest van God aanwezig is. En dan spreekt God. Zijn Woord weerspreekt de chaos en schept vaste grond en toekomst.

Doortocht

Een tweede lijn is het verhaal van de uittocht van het volk Israël. Tegenslagen kunnen je gevangen en klem zetten. Je weet niet meer hoe je verder moet met je leven. Het is God die ons roept en wegtrekt uit de beklemming en op ons weg brengt naar het Beloofde Land. Het volk Israël is nog maar een paar dagen op weg, als ze opnieuw klem komen te zitten. Het water van de Rode Zee maakt verder gaan onmogelijk, maar ondertussen komen de Egyptenaren, de spoken uit het verleden alweer als een bedreigende macht op hen af. zo kan het zijn als je probeert los te komen van gebeurtenissen die je neerdrukken en klem zetten. Maar dan maakt God een weg waar geen weg was. Dwars door de Rode Zee. Dwars door het water van nood en dood.

Ballingschap 

Een derde lijn is het verhaal van het volk Israël in ballingschap. Het volk is weggevoerd uit het Beloofde Land en leeft als vreemdeling in een ver en vijandig land. Wat verlangen de Israëlieten om terug te mogen keren. De profeet Jeremia heeft echter een andere boodschap: jullie moeten hier huizen bouwen en je vestigen. De ballingschap is onafwendbaar en moet geaccepteerd worden. Zo kan ons leven zijn. We maken dingen mee of moeten omgaan met situaties die onomkeerbaar zijn. Er volgt geen herschepping of bevrijding. We moeten onder ogen zien wat ons gebeurt en dat accepteren. Maar ook dan is daar de belofte dat God met ons mee zal gaan.

Nieuwe hemel en nieuwe aarde

Een laatste lijn, tenslotte, is het visioen van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Paulus schrijft dat het lijden van deze tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid die ons te wachten staat. In het laatste Bijbelboek lezen we hoe God onder ons wil wonen en ons de tranen van de ogen wist. Een liefdevol en zorgzaam gebaar, oprechte troost.

Deze verhalen kunnen ons helpen om een weg te zoeken in de tegenslagen van het leven. In het gesprek dat volgde, was er ruimte om persoonlijke ervaringen uit te wisselen en vragen te stellen. Een waardevolle en bemoedigende ontmoeting.

“Zie de mens”

19 mrt

In de afgelopen periode passeerden verschillende nieuwsberichten die me niet onberoerd hebben gelaten. Uit de presentatie van de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE) blijkt dat het aantal meldingen van euthanasie bij psychiatrische patiënten en dementerenden is gestegen. Daarnaast is er veel commotie over het voornemen van minister Schippers dat de Nip-test vanaf 2017 voor iedereen beschikbaar moet zijn.  Tot slot trof het me dat stellen met een kinderwens bij het UMCG terecht kunnen voor een test die berekent hoe groot de kans is op een ernstige erfelijke ziekte.

Twee stemmen

In de reacties op deze ontwikkelingen komen twee stemmen naar voren die mijns inziens niet tegen elkaar uitgespeeld zouden moeten worden. De ene stem benadrukt hoe waardevol het leven is van dementerenden, verstandelijk beperkten of kinderen die te maken hebben met ernstige ziekten. ‘Mogen zij, mogen wij, er niet meer zijn?’ is de scherpe vraag die gesteld wordt. Als reactie op de soms te rooskleurige voorstelling van de omstandigheden van deze groep medemensen, vraagt de andere stem aandacht voor het lijden, de uitputting van de mantelzorgers en de altijd aanwezige zorgvragen.  Beide visies zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Wanneer een van beide stemmen niet gehoord wordt, kan gemakkelijk de werkelijkheid ontsporen. Wanneer beide stemmen samen mogen klinken, opent zich misschien het geheim van het goede leven.

Ouderen

Afgelopen weken heb ik een seniorenkring geleid. Met meer dan 20 ouderen van rond de 80 jaar spraken we over de waarde van het leven, over levenskunst. Al deze ouderen kenden vrienden, broers of zussen of partners die te maken hadden met Alzheimer of dementie. Sommigen merkten dat ze zelf vergeetachtig begonnen te worden. Toch overheerste niet de angst voor het verlies van controle, voor verlies van de regie. Zij spraken het vertrouwen uit in de veerkracht van de menselijke geest. Ze ontleenden kracht en hoop aan de trouw en zorg van naasten. Ze leerden in de loop van de tijd om nog meer het kleine en vanzelfsprekende te koesteren en te waarderen. In dat kleine opent zich het geluk.

Ernstig ziek

Een tijdje geleden was ik op een uitvaart van een zoon van iemand met wie ik heb samengewerkt. Zijn zoon had een ernstige stofwisselingsziekte.  De ziekte kwam pas later aan het licht, na talloze onderzoeken vanwege allerlei klachten. Het was een heftige boodschap die hard aankwam. Niet alleen betekende deze ziekte dat de zoon te maken zou krijgen met ernstig lijden dat ook een zware wissel zou trekken op het gezin, maar ook zou hij niet oud worden. Hij stierf voor zijn twintigste levensjaar. Zijn ouders en zussen haalden tijdens de uitvaart herinneringen op. Wat opviel, was hoeveel deze jongeman voor het gezin betekend had. Het had iedereen veel gekost. Aan voortdurende zorg, aan gemiste aandacht voor de andere kinderen. Toch had hij een onvergetelijke indruk nagelaten. Niet zijn ziekte, maar zijn persoonlijkheid, zijn strijd en zijn eigenheid werden herinnerd. Het decor van zijn leven was de stofwisselingsziekte, maar hijzelf was zoveel meer.

Down

Een nichtje van ons heeft het syndroom van Down. Je zou kunnen stellen dat haar leven wordt getekend door haar beperkingen. Ze kan zich niet zo goed verstaanbaar maken, het lopen gaat niet altijd gemakkelijk en ze woont in een kleinschalige instelling. Toch is dát niet haar verhaal. Zij is zoveel meer dan Down. We zijn oprecht blij dat we haar mogen kennen en met haar mogen optrekken.

Streven naar geluk

In mijn beleving is de drijvende kracht achter de ontwikkelingen in de samenleving en de gezondheidszorg het verlangen en het streven naar geluk. Het voorkomen van lijden en het controleren of eindigen van pijn zijn logische en oprechte verlangens. Tegelijkertijd lijkt het ook de gedachte te voeden dat het leven maakbaar is en dat het bereiken van een zekere mate van perfectie het geluk dichterbij brengt. Als mijn leven voltooid is, is het goed om er een einde aan te maken.

Als ik luister naar de kwetsbare jongeren met een chronische ziekte, als ik kijk naar de mensen met het syndroom van Down, als ik in gesprek ben met ouderen die getekend zijn door hun levensverhalen, dan opent zich het geheim van het leven in het uithouden in de gebrokenheid en kwetsbaarheid. Levenskunst is niet het voorkomen van lijden, maar het verhouden tot het lijden.

Ik hoor hen zeggen: zie de mens, niet alleen de ziekte of de beperking. Zie mij. Want ik ben  wie ik ben – juist in hoe ik met mijn omstandigheden worstel.

 

Leven, dood en opstanding – lessen van onze ouderen, deel 4

16 mrt

Afgelopen vrijdag (11 maart) was de laatste bijeenkomst van de seniorenkring, een waardevolle samenwerking tussen de Ontmoetingskerk en de Vriezenhof. Opnieuw was er een grote groep ouderen aanwezig om met elkaar van gedachten te wisselen over ‘leven, dood en opstanding’.

Kwetsbaar thema

Het is een gevoelig thema, omdat het zo persoonlijk is en raakt aan onze eigen kwetsbaarheid. Die gevoeligheid maakt dat het lastig om te spreken over sterven, over de waarde van leven en de hoop van waaruit we leven. De behoefte om hierover te spreken en om gedachten te ordenen, is echter groot.

In gesprek met de huisarts

Een belangrijk punt dat deze middag naar voren kwam, was de noodzaak om goed door te spreken over de terminale fase met de huisarts. Verschillende aanwezigen gaven aan dat in het verpleegtehuis en in het ziekenhuis eerder gemaakte afspraken niet bekend waren. Opvallend is dat er ook zorg is dat verpleegtehuizen voorstanders zijn van euthanasie. Goede voorlichting en afstemming over palliatieve sedatie, terminale thuiszorg, hospice, euthanasie en noodzakelijke zorg in de laatste fase is van groot belang. Die afspraken zijn noodzakelijk, omdat er op medisch gebied erg veel mogelijk is.

Veerkracht

De aanwezigen benadrukten dat de beperkingen waar ze zich mee geconfronteerd zagen (zowel lichamelijk als geestelijk) geen doorslaggevende redenen waren om over levensbeëindiging na te denken. Opnieuw gaven de deelnemers aan dat de menselijke geest veerkrachtig is en aan nieuwe (beperkende) omstandigheden kan wennen. Daarnaast halen ze ook veel bemoediging uit hun geloofsleven.

Aardse tent

We lazen een gedeelte uit de tweede brief van Paulus aan de gemeente te Korinthe.  Wij weten dat wanneer onze aardse tent, het lichaam waarin wij wonen, wordt afgebroken, we van God een woning krijgen: een eeuwige, niet door mensenhanden gemaakte woning in de hemel. 2 Wij zuchten in onze aardse tent en zouden willen dat onze hemelse woning er nu al over wordt aangetrokken. 3 We zijn er echter zeker van dat we ook ontkleed niet naakt zullen zijn.  4 Zolang we in onze aardse tentverblijven zuchten we onder een zware last, omdat we niet willen dat deze kleding wordt uitgetrokken; we willen dat er nieuwe over wordt aangetrokken, zodat het sterfelijke door het leven wordt verslonden. 5 Hiervoor heeft God zelf ons gereedgemaakt, door ons de Geest als onderpand te geven.”

Wat herkenning opriep, was enerzijds het verlangen naar Gods heerlijkheid en anderzijds de moeite om afscheid te moeten nemen en los te laten. De verwachting om na het sterven in Gods nabijheid te mogen zijn, is voor de meesten een vooruitzicht waar ze moed en kracht aan ontlenen, waardoor ze ook rust ervaren in het nadenken over het sterven.

Voor herhaling vatbaar

Het was bijzonder waardevol om zo met elkaar in gesprek te zijn. Kwetsbare vragen en kostbare gedachten konden uitgesproken worden. Het was goed om elkaar in deze setting vier middagen ontmoet te hebben. Een veel gehoorde opmerking bij het afscheid: ‘Volgend jaar weer?’

Waardevol – lessen van onze ouderen deel 3

23 feb

Vandaag (23 februari 2016) was de derde bijeenkomst van de seniorenkring. Het thema van deze middag was ‘de waarde van de ouderdom’. Opnieuw was er een mooie opkomst van meer dan 20 personen die samen ruim 1800 jaar wijsheid meenamen. Het kon dan ook niet anders dan dit een waardevolle en inspirerende bijeenkomst zou worden.

Economisch denken 

Deze middag stond de vraag centraal hoe de ouderdom in onze samenleving gewaardeerd wordt. Een spannende vraag, omdat in onze samenleving veel nadruk is komen te liggen bij economische argumenten. De leidende vraag van de overheid lijkt ‘Wat zijn de kosten’ te zijn. In zichzelf geen verkeerde vraag, maar wanneer daar alle nadruk op ligt, kan dat het gevoel oproepen dat ouderen en (chronisch) zieken vooral kostenposten zijn. Dit gevoel werd door de meeste aanwezigen wel herkend. Deze benadering roept bij de ouderen onrust en zorg op. De oorzaak ligt, wat de aanwezigen betreft, vooral bij de overheid. Want wat mooi was, is dat veel ouderen de jongere generaties als beleefd en belangstellend beleven. Contacten met jongere generaties worden bijzonder op prijs gesteld.

De Bijbel over ouderdom

In de Bijbel wordt op verschillende manieren over ouderdom gesproken. Allereerst is een hoge leeftijd een teken dat God met je is. Ouderdom is een zegen van God. Daarnaast beschrijft de Bijbel ouderdom echter ook als een verlieservaring. Zo staat in Prediker 12, 1 ‘Gedenk daarom je schepper in de dagen van je jeugd – voordat de slechte dagen komen en de jaren naderen waarvan je zegt: In deze jaren vind ik weinig vreugde meer.’ Hoewel de aanwezigen deze tekst veel te negatief vonden (ook in de dagen van ouderdom is er wel degelijk sprake van vreugde) riep het ook herkenning op. Oud zijn is niet gemakkelijk: het bereiken van een hoge leeftijd betekent niet alleen dat onderweg afscheid moet worden genomen van mensen die je lief en dierbaar zijn, ook nemen de eigen mogelijkheden af. Onze geest is vaak nog krachtig en jonger dan ons lichaam doet vermoeden. Oud zijn betekent ook een weg vinden in toenemende afhankelijkheid.

Tot slot ziet de Bijbel ouderdom als een bron van wijsheid. Zo lezen we in Spreuken 16, 31 ‘De ouderdom is een prachtige kroon, je vindt hem op de weg van de rechtvaardigheid’. En in Psalm 71,18 ‘Nu ik oud en grijs ben, verlaat mij niet, o God, zodat ik het nageslacht, elk nieuw kind, kan verhalen van de macht van uw arm.’ Misschien ligt in dat laatste wel de kern van het belang van ouderen: het getuigen van de kracht die hen steeds weer doet opstaan en voor hen toekomst opent, ook op hoge leeftijd.

Lessen van onze ouderen

Oud zijn vraagt om levenskunst. Het komt er immers op aan om een weg te vinden in het lijden dat met de ouderdom mee gegeven lijkt te zijn. In deze bijeenkomst werd een aantal lessen aangereikt:

  1. Leer te luisteren. Luisteren maakt ruimte voor de ander en verrijkt het eigen leven.
  2. Probeer zolang als het gegeven is om te zien naar anderen. Het zorgen voor de ander geeft invulling aan het eigen leven.
  3. Probeer steeds weer om op te staan: onderneem dingen. Blijf niet op de stoel zitten.
  4. Wacht niet tot het sterfbed om met elkaar te spreken over wat waardevol is en wat de ander voor je betekent.
  5. Kijk om je heen en probeer je vast te houden aan wat nog wél kan, in plaats van steeds weer stil te staan bij wat niet meer lukt.
  6. Kijk vooruit, blijf niet omzien naar wat geweest is.
  7. Accepteer je omstandigheden. Bedenk wel dat die acceptatie tijd kost. Het is goed om stil te mogen staan bij de pijn van verlies en mogelijkheden.
  8. Vertrouw op de kracht en flexibiliteit van de menselijke geest: we hebben een ongelofelijk vermogen om ons aan te passen aan nieuwe omstandigheden.
  9. Weet dat de dragende grond onder ons bestaan God is. Misschien blijven er veel vragen, maar de belofte van Gods nabijheid is de kracht die de dag mogelijk maakt.

Tot slot: een verhaal

We eindigden met een verhaal dat via Facebook werd gedeeld: ‘Tot tien tellen’

“Ik heb een hand vol klachten”, zegt ze.

“Zal ik ze eens allemaal opnoemen?”

Ik schuif wat onrustig in mijn stoel.

Ach, heden, daar heb je weer zo’n klaagverhaal !

Ik heb er heel wat in mijn leven moeten aanhoren….

Ik zou een hele “bijbel” vol met klaagliederen kunnen schrijven, neem dat maar van mij aan.

Maar ja, wat doe je als het je werk is?

Wat doe je, als je geroepen bent om in Jezus’naam klaagverhalen aan te horen?

Als niemand, helemaal niemand meer naar je luisteren wil, dan pas ben je écht eenzaam…..

 

“Nou, vooruit,” zeg ik, al mijn moed bij elkaar rapend, “laat maar eens horen….”

En dan begint ze haar litanie :

“Eerste vinger : mijn werkeloze man.

Tweede vinger : mijn darmklachten.

Derde vinger : mijn oogziekte.

Vierde vinger : mijn rumoerige buren.

Vijfde vinger : mijn jaloerse familie.

Ziet u wel, een hele hand vol !”

Het klinkt bijna triomfantelijk en als ik goed naar haar gezicht kijk, dan lijkt het wel alsof ze zeggen wil : Ziezo, daar heb je niet van terug, hè?

Ik knik.

“Dat is niet mis”, zeg Ik.

“Dat is inderdaad een hele hand vol.

En die andere hand dan, als ik vragen mag?”

“O, dat zijn de zegeningen”, zegt ze – en nu is het alsof haar gezicht begint te stralen.

“Wilt u die ook horen?”

“Nou, als het niet te veel gevraagd is, wel graag, ja”, zeg ik, nog stomverbaasd over deze onverwachte wending.

“Nou, daar gaan we dan.

Eerste vinger : dat we nog elke dag genoeg te eten hebben.

Tweede vinger : dat we zo’n mooi huis hebben.

Derde vinger : dat er altijd mensen zijn die me willen helpen.

Vierde vinger : dat ik niet nog veel meer ziektes heb.

Vijfde vinger : dat ik aan de andere kant rustige buren heb.

Nou, dat is ook precies een hand vol, ziet u wel?”

 

Ik kan het niet ontkennen.

In stilte kijk ik naar haar beide, naar mij toegestoken handen.

Het zijn twee handen die al heel wat verdriet hebben gedragen.

Twee handen, die al heel wat tranen hebben weggeveegd.

Twee handen, die zich vaak tot een vuist gebald hebben.

Twee handen, die weten wat “leven” is…..

“En weet u wat ik nou zo mooi vind?”

“Nou?”, vraag ik.

“Wat er gebeurt als je gaat bidden.”

 

“Als je gaat bidden?”

“Ja, als je gaat bidden, dan gebeurt er iets met je handen.

Kijk, dan gaat mijn rechterhand, die van de zegeningen, naar de linker, ziet u wel?

En dan vouw ik de vingers van mijn rechterhand, die vingers van de zegeningen, tussen de vingers van mijn linkerhand.

En dan komen dus eigenlijk al die zegeningen tussen die beroerde dingen in te zitten.

Dan houd ik dus eigenlijk die vervelende dingen tégen met mijn

zegeningen, als u begrijp wat ik bedoel.

En zo bid ik dan.

Dan zeg ik eerst tegen God waar ik over in zit en wat me pijn doet.

Maar daarna tel ik de zegeningen, begrijp u wel, die vijf van mijn rechter-hand.

En dan zeg ik tegen God : Dank U wel, Here God, dat ik die andere hand ook nog heb !

Die houdt de zaak mooi in evenwicht, vind u niet?

En zo bid ik dan, begrijpt u wel?

Ik vouw de zegeningen gewoon tussen de beroerde dingen in.

En dan is het net alsof ze niet zo beroerd meer zijn….”

 

Ik knik opnieuw.

Ik vouw mijn handen.

En in gedachten tel ik – tot tien.

Gods verborgen omgang vinden – lessen van onze ouderen

27 jan

Vandaag (26 januari 2016) was de eerste bijeenkomst van de seniorenkring – een samenwerking van de Ontmoetingskerk met het plaatselijke verzorgingshuis De Vriezenhof. De Vriezenhof leverde de locatie en zorgde voor de uitnodigingen in de Vriezenhof zelf en voor de belendende appartementencomplexen Grevinckhof, De Hullen en de Buterhof. Met 23 deelnemers hadden we een goed gevulde zaal. Het raakte en ontroerde me: zoveel mensen samen die zoveel geschiedenis met zich meedragen en zoveel door te geven hebben.

Vier bijeenkomsten

De gesprekskring bestaat uit vier bijeenkomsten met thema’s die in pastorale gesprekken met ouderen vaak naar voren komen: ‘leven in verbondenheid met God’, ‘de balans opmaken’ (over vergeving en verzoenen met het eigen leven), ‘ouderdom als kostenpost of als bron van wijsheid’ (over de waarde van het leven) en ‘leven op de rand van de eeuwigheid’ (over dood en leven en leven na de dood).

Leven in verbondenheid met God

Het thema van deze eerste bijeenkomst was dus ‘leven in verbondenheid met God’. In een van de psalmen wordt gesproken over ‘Gods verborgen omgang vinden’. Een kernachtige omschrijving voor de ervaring van Gods nabijheid. Zijn nabijheid biedt kracht en troost, maar tegelijkertijd is het moeilijk om hier woorden voor te vinden. Zeker in het gesprek tussen de generaties over de waarde van het geloof ontbreekt het soms aan taal, omdat het wandelen met God zo kostbaar en kwetsbaar is, en omdat het niet of nauwelijks in woorden te vangen is. Veel deelnemers hebben kinderen of kleinkinderen die op enig moment andere keuzes hebben gemaakt op het gebied van kerk en geloof. Het biedt rust om deze zorgen in het gebed bij God te brengen.

Tijd

Ouderdom vertraagt in zekere zin het leven. Er komt meer tijd. Soms gaat het gepaard met eenzaamheid, maar het gegeven dat er meer tijd is, betekent ook dat er meer ruimte komt om te bidden. Een van de deelnemers gaf aan dat nu nog alleen het gebed rest. De mogelijkheden zijn door de ouderdom beperkt geworden, maar het gebed biedt de ruimte om aan dierbaren te denken en om hen voor Gods aangezicht te gedenken.

Gods nabijheid

Bidden is niet vanzelfsprekend of eenvoudig. Wat een mooie gedachte is, is dat Jezus in Mattheüs 6 vertelt dat God de Vader al weet wat we willen bidden voordat we de woorden kunnen vormen. Elders lezen we dat Jezus als hogepriester onze voorspraak is bij de Vader en weer ergens anders lezen we dat de heilige Geest voor ons zucht en bidt als het ons aan woorden en kracht ontbreekt. Een mooie en waardevolle gedachte: als we ons op God richten, zijn Vader, Zoon en Geest al met ons bezig.

Ruimte voor de klacht

Soms is bidden roepen tot God, omdat we de slagen van het leven aan den lijve ondervinden. Waar is God als we met leed worden geconfronteerd dat te groot en te zwaar is? Dan is het goed om te beseffen dat bidden ook worstelen kan zijn. Worstelen, zoals Job worstelde, zoals Jacob vocht met God. Dit worstelen en strijden krijgt alle ruimte in de psalmen. Eerlijke gebeden zoals psalm 22, psalm 44 of psalm 102. Het is belangrijk om ook voor de klacht ruimte te maken.

Waarde van het gebed

Voor de deelnemers is het gebed een van de belangrijkste uitingen om vorm te geven aan het leven in verbondenheid met God. Velen kunnen niet meer naar de kerkelijke bijeenkomsten wat verschraling en eenzaamheid betekent. Het meeluisteren met de kerktelefoon is belangrijk, maar is toch anders dan het onder de medegelovigen zijn. Het is het samen zingen en de warmte die gemist worden. Het gebed is echter een middel dat beschikbaar is. Juist in de ouderdom met de gebreken en de zegeningen is het gebed datgene dat op adem brengt en toekomst opent. Het is een ervaring die zij de jongere generaties van harte gunnen.

Het is mooi en bemoedigend om te weten dat een aantal van onze ouderen volharden in het gebed voor hun dierbaren, voor de geloofsgemeenschap en voor de wereld.