Archief | Bijbel RSS feed for this section

Gebeden in de nacht

29 Jun

Waarom God, waarom? Mijn levenskracht stroomt weg. De hoop glipt me door de vingers. Ik weet niet hoe ik de moed moet vinden om vol te houden om door te gaan. Soms, God, lijkt het duister van de nacht tastbaar te worden. Ik roep tot U, ik roep met al mijn kracht – maar mijn keel is schor, mijn mond is droog. Ik ben bang, God, omdat ik vrees dat U mij verlaten hebt. Ik ben bang, omdat ik U zo nodig hebt, maar U zo ver bent. U hebt beloofd dat U niet alleen laat, dat U troont op de lofzangen van Israël – waar bent U dan? Ziet u mij?

U antwoordt mij – help mij U te horen. Amen.

Naar psalm 22.

 

++++++++++++++++

Uit de diepte, God, roep ik tot U. Er komt geen geluid over mijn lippen, maar in mijn binnenste schreeuw ik het uit. Het is te diep – mijn last is te zwaar. Het donker trekt aan me, trekt me naar beneden.

Ik word gekweld door schaamte. Ik ga gebukt onder schuld. Ik durf mijzelf niet onder ogen te zien en verstop mij in mijn duister. Ik kleed mij in de nacht, maar ik verlies mijzelf.

In de diepte, God, speur ik naar hoop. Met heel mijn hart verlang ik naar het ochtendgloren. Naar licht.

God, bij U is vergeving, bij U mag ik opnieuw beginnen. God van bevrijding – om uw vrede bid ik, om aanvaarding en rust. Dat ik in uw licht opnieuw mag beginnen. Amen

Naar psalm 130

 

+++++++++++++++

Ik ben U kwijt God. Wat er met mij gebeurt, wat er om mij heen gebeurt, kan ik niet rijmen met uw Naam. Het breekt me bij mijn handen af. Mensen om mij heen vertellen dat U een God van dichtbij bent. Mensen om mij heen roemen uw trouw. Maar God, ik zie het niet. Ik zie U niet. De ellende ontneemt me de adem. En U God, U slaapt.

Wordt toch wakker. Bekommer U toch om mij. God – omwille van uw Naam! Amen

Naar psalm 44

 

 

 

Vijf lessen van Zacheüs

14 Mrt

Laat ik eerlijk zijn. Zacheüs lijkt niet direct de meest inspirerende of sympathieke persoonlijkheid uit de Bijbel. Hij werkte voor de Romeinse bezetter en verdiende daar goed aan. Hij inde voor hen de belastingen, maar had er geen enkele moeite mee om een flink bedrag in zijn eigen zak te steken. Logisch dat iedereen in Jericho liever met een boog om Zacheüs heen liep. Achter zijn rug om werden er vast veel grappen over hem gemaakt. Hij was namelijk nogal klein van stuk. En daar kwam bij dat de Joodse leiders een scherpe oordeel hadden over dat soort mensen.

Afbeeldingsresultaat voor boom israel

Nee, in Jericho waren ze hem liever kwijt dan rijk. Als Jezus echter door Jericho heen trekt, ziet Hij hem wél zitten. Sterker nog, Jezus roept hem bij zijn naam. ‘Zacheüs – vandaag wil ik bij jou langs komen!’ Zou Zacheüs Hem durven toelaten in zijn levenshuis?

Misschien voelt niemand zich verwant met Zacheüs, maar ik denk dat we allemaal een beetje op hem lijken. We kunnen deze vijf lessen leren van dit Bijbelverhaal:

1. Verstoppen is menselijk … 

Het lukt Zacheüs niet om in de buurt van Jezus te komen. Hij is te klein en de mensen hebben geen zin om voor hem opzij te gaan. Om toch een glimp van Jezus op te vangen, verstopt hij zich in een boom. Niemand die hem ziet, niemand die hem mag zien.

Ergens is dat herkenbaar. Misschien heb je, net als Zacheüs, geen schone lei. Je hebt dingen gedaan waar je je voor schaamt. Het gaat met je mee als een geheim. Wat kun je anders doen dan je verstoppen – in ieder geval figuurlijk? Voordat iemand er achter komt wie je echt bent.

Misschien zijn jou dingen aangedaan en draag je de breuken en butsen van het leven met je mee. Wat kun je je kwetsbaar en klein voelen. Je hebt geleerd om een muur om je hart heen te bouwen en maskers te dragen. Stel dat iemand ziet hoe je je echt van binnen voelt?

In die boom van Zacheüs is het druk. We verstoppen ons – helemaal of een deel van ons binnenste. Bang om ons te laten zien, bang wat anderen van ons vinden.

2. In de boom blijf ik de veilige toeschouwer …  

Zacheüs is in de boom geklommen, omdat hij het verlangen voelde om Jezus te zien. Maar omdat hij zich schuldig voelt of zich schaamt, blijft hij op afstand. Ergens wil hij kennis maken met die wonderlijke Jezus. Er doen allerlei verhalen de ronde: mensen die genezen zijn. Mensen die weer op de been zijn geholpen. Mensen die toekomst hebben ervaren. Mensen van wie de zonden zijn vergeven.

Zou Zacheüs daar misschien naar verlangen? Om gezien te worden. Als mens. Om een nieuwe kans te krijgen? Hij blijft echter op veilige afstand. Een toeschouwer. Geen deelnemer.

Zoals het kind op het schoolplein verlangend naar de andere kinderen kijkt en zo graag mee zou doen. Maar het maakt zich klein bij het hek en wacht.

3. Jezus ziet je zitten en roept je bij je naam

Het evangelie gebeurt in de ontmoeting tussen Jezus en Zacheüs. Hij zit daar verstopt, probeert op veilige afstand te blijven, maar Jezus ziet hem zitten. Hij roept Zacheüs. Hij roept niet: ‘He, tollenaar’.  Hij roept niet: ‘He, slachtoffer’ of ‘Chronisch zieke ‘ of ‘Buitenlander’ of  … Hij roept je bij je naam. Jezus doorbreekt patronen. Hij ziet niet de daden, de kwetsbaarheid of de tekorten, maar de mens. Jou.

Erkenning van wie je bent. Erkenning van je levensverhaal. Al aan het begin van de Bijbel, in Genesis 3, klinkt de roepende God: ‘Mens, waar ben je?’ We worden bij onze naam geroepen en aan het licht gebracht.

Zijn roep gaat gepaard met een spannende vraag: ‘Kan ik bij jou verblijven’. Ben je bereid jouw levenshuis voor Jezus te openen en Hem binnen te nodigen?

4. Het vraagt moed om Jezus te ontvangen

Wat moet het een spannend moment zijn geweest voor Zacheüs. Het moment dat Jezus stopte, omhoog keek en hem bij name riep. Zie je al die mensen kijken? Zie je hoe ze hun mening al klaar hebben? ‘Die Zacheüs, in een boom?!’ Zou Zacheüs niet een eerste neiging hebben gehad om nog verder weg te duiken?

Hij klimt echter uit de boom, en neemt Jezus mee naar zijn huis. Voel je de opluchting van Zacheüs? Merk je hoe genezend het is dat Jezus hem erkenning geeft, hem ziet en bij name noemt?

Het is die genezende aanwezigheid van Jezus waardoor Zacheüs helemaal verandert. Bekering. Totale ommekeer. De ontmoeting met Jezus maakt van Zacheüs een ander mens. Hij gaat iedereen die geleden heeft onder zijn dwingende manier van belasting innen compenseren.

Wat verandert er bij jou, als Jezus in jouw levenshuis mag verblijven?

5. Schort je oordeel op 

Tot slot is dit Bijbelverhaal een les aan Jericho, een les aan mij als omstander. Hoe snel heb ik mijn mening niet klaar? Hoe snel spreek ik niet over anderen? Hoe snel oordelen we niet over elkaar.

Voor je het weet, is de ander niet meer dan jouw oordeel. Wordt h/zij klein gemaakt door wat de buurt, de groep, de kerk van hem/haar vindt.

Jezus geeft ons een les. Iemand valt niet samen met zijn daden, met zijn beperkingen, met zijn kwetsbaarheid. Zie de mens.

Die erkenning geeft de ander de ruimte om te keren. Als gemeenschap kunnen we de oorzaak zijn dat mensen zich wel moeten verstoppen, omdat wij ze niet willen zien en niet willen erkennen. We kunnen echter ook Gods licht doorgeven door die ander bij zijn naam te noemen en aan het licht te brengen.

Leesrooster scholendienst Rehoboth

5 Mrt

Leesrooster themaweekJij bent mijn held!’

Een samenwerking van CBS Rehoboth en de Ontmoetingskerk

Inleiding

Heb jij een held? Spaar je plaatjes van iemand of van een groep? Heb je posters en foto’s van bekende mensen? Misschien ben je fan van K3 of van Kasper Dolberg van Ajax, of van Hidde ter Avest van FC Twente, of van –  nou ja, vul zelf maar in.

Wat denk je, zouden je ouders ook helden hebben? Vraag maar eens.

Related image

Wat maakt iemand tot een held? Ben je een held als je iets heel goed kunt? Als je heel dapper bent, of heel sterk? Misschien zijn helden wel de mensen die jou helpen om dromen waar te maken of om keuzes te maken.

Zou jij voor iemand anders een held kunnen zijn? Ik heb een keertje een buurjongen gehad die erg bang was voor water. Toen hij 6 jaar was, ging hij op zwemles. Hij durfde het water niet in, echt waar. En weet wat er toen gebeurde? Hij deed het toch! Hij overwon zijn angst en vertrouwde op de badjuf. Misschien is dat wel wat een held tot een held maakt: je angst durven overwinnen en te leren vertrouwen.

Daar gaan deze Bijbelverhalen ook over. Lees je mee?

Maandag 6 maart: Roept God mij?!

Lezen: Exodus 4, 10 – 14

10 Maar Mozes antwoordde: ‘Neemt u mij niet kwalijk, Heer, maar ik ben geen goed spreker. Dat is altijd al zo geweest, en daar is geen verandering in gekomen nu u tegen mij, uw dienaar, gesproken hebt. Ik kan nooit de juiste woorden vinden.’ 11 De HEER zei: ‘Wie heeft de mens een mond gegeven? Wie maakt iemand stom of doof, ziende of blind? Wie anders dan ik, de HEER? 12 Ga nu, ik zal bij je zijn als je moet spreken en je de woorden in de mond leggen.’

13 Maar Mozes hield vol: ‘Neemt u mij niet kwalijk, Heer, stuur toch iemand anders, wie u maar wilt.’ 14 Nu werd de HEER kwaad op Mozes. ‘Je hebt toch een broer, de Leviet Aäron!’ zei hij. ‘Ik weet dat hij welbespraakt is. Hij is al naar je onderweg en zal blij zijn je te zien. 15 Vertel jij hem wat hij moet zeggen. Ik zal bij jullie zijn als je moet spreken en jullie ingeven wat je moet doen.

Image result for mozes

We vallen een beetje midden in een spannend verhaal. Het is eigenlijk een wonder dat Mozes nog leeft. Mozes was gevlucht en was ergens anders overnieuw begonnen. Waarom hij gevlucht was? Nou, Mozes was opgegroeid in het paleis van de koning van Egypte. Maar eigenlijk was hij geen Egyptenaar, maar een Israëliet (lees het maar eens na in de Bijbel). De Egyptenaren waren de baas en hadden meestal een hekel aan de Israëlieten. Die moesten heel hard werken en werden op allerlei manier gepest. Dat maakte Mozes zo kwaad, dat hij op een keer een Egyptenaar dood had geslagen. Geschrokken vluchtte Mozes weg uit Egypte.

In de woestijn is hij een nieuw leven begonnen. Hij is getrouwd, heeft kinderen en een baan. Als herder zorgt hij voor de schapen.

Op een van de tochten met de schapen wordt hij door God geroepen. God zegt tegen Mozes: ‘Jij moet de leider worden van Israël en hen uit Egypte weghalen’.  Mozes schrikt zich echt een ongeluk. ‘Ik?!’ denkt hij in paniek. Hij verzint allerlei tegenwerpingen. ‘Ik kan het niet, ik durf het niet’. Toch blijft God in Mozes geloven. ‘Mozes’, zegt God. ‘Jij kunt het, want Ik ga met je mee’.

Maar dan komt het hoge woord eruit. ‘Ik kan niet zo goed spreken. Ik vergeet wat ik wil zeggen, Ik haal woorden door elkaar. Ik kan het gewoon niet’. Maar dan zegt God: ‘Toch blijf ik in jou geloven. Ik zal je broer meesturen, zodat hij jou kan helpen’.

Vraag: Herken je dat, dat je wel eens iets moest doen wat je eigenlijk niet durfde? of waarvan je dacht dat je het niet zo kunnen, maar dat het toch gelukt is? Hebben je ouders ook wel eens zoiets meegemaakt?

Gebed: Lieve Vader in de hemel, dank U wel dat U ons roept en met ons mee gaat in de dingen die we doen. Wilt U ons helpen om angsten te overwinnen en met vertrouwen te leven? Amen

Dinsdag 7 maart: Een handvol is genoeg

Lezen: Rechters 7, 8 – 10

 Gideon hield dus alleen die driehonderd man bij zich en stuurde de rest van de Israëlieten weg, elk naar zijn eigen woonplaats. Maar eerst had hij hun proviand overgenomen, en al hun ramshoorns. Het kamp van de Midjanieten lag beneden hem, in de vallei. 9 Die nacht zei de HEER tegen Gideon: ‘Het is zover! Doe een aanval op hun kamp; ik geef het je in handen. 10 En als je geen aanval durft te wagen, sluip dan met je knecht Pura naar beneden.

Image result for gideon

 In de tijd dat Gideon leefde, ging het niet goed met Israël. Elk jaar, als de oogst op het land stond en bijna binnengehaald kon worden, kwamen er vijanden die alles kapot maakten. De Israëlieten waren niet in staat om zich te verdedigen. Al zeven lange jaren achter elkaar werden de oogsten vernietigd en werd er van alles geroofd. Er heerste bittere armoede in Israël.

Maar dan komt er een engel bij Gideon. ‘Jij moet Israël redden’. Ergens is Gideon er niet helemaal gerust op. Hij vraagt een paar keer om een teken aan God of Hij hem echt wil helpen. En dan verzamelt Gideon een heel leger. Hij vraagt aan alle mannen in Israël die kunnen vechten, om hem te helpen. God heeft echter andere plannen. Het gaat niet om de grote van het leger, maar om het vertrouwen op God. Het leger van Gideon wordt steeds kleiner. Tot slot heeft Gideon nog maar 300 soldaten over. Driehonderd! Kun je daarmee de vijand ooit verslaan?

God begrijpt goed dat Gideon bang is. Bang zijn is op zich niet erg. ‘Sluip vannacht maar met je knecht naar het legerkamp van de vijand. Luister maar wat daar gezegd wordt’. Met deze God durft Gideon het te wagen. Een klein leger tegen een overmacht. Toch weet Gideon Israël weer te bevrijden van de vijanden. Er breekt een rustige periode aan. Door Gods hulp!

Vraag: wanneer voel jij je veilig? Voel je je ook wel eens niet zo veilig? Wat doe je dan?

Gebed: Lieve God, dank U wel dat U dicht bij ons wilt zijn. Ook als we ons misschien een beetje alleen voelen, weten we dat U bij ons bent. Wilt U ons helpen om te groeien in vertrouwen op U? Amen

Woensdag 8 maart: Een spannend begin

Lezen: Ruth 1, 16 – 19

Maar Ruth antwoordde: ‘Vraag me toch niet langer u te verlaten en terug te gaan, weg van u. Waar u gaat, zal ik gaan, waar u slaapt, zal ik slapen; uw volk is mijn volk en uw God is mijn God. 17 Waar u sterft, zal ook ik sterven, en daar zal ik begraven worden. De HEER is mijn getuige: alleen de dood zal mij van u scheiden!’ 18 Noömi zag dat Ruth vastbesloten was om met haar mee te gaan en drong niet langer aan. 19 Zo gingen zij samen verder, tot in Betlehem. Hun aankomst in Betlehem baarde veel opzien.

Image result for ruth

Ruth weet het zeker. ‘Ik ga met U mee, moeder’. Ze houdt veel van haar schoonmoeder, bij haar voelt ze zich thuis. Ze hebben samen veel meegemaakt. Steeds was Noömi er om voor haar te zorgen. Nu wil Ruth ook graag voor haar schoonmoeder zorgen.

Zo gaan ze samen op weg. Op weg naar Israël, het land van Noömi. Bij elke stap laat Ruth haar vertrouwde omgeving achter haar. Hoewel ze blij is dat ze met haar schoonmoeder mee gaat, valt het Ruth ook zwaar. hoe zullen de mensen in haar nieuwe land op haar reageren? Zullen ze haar accepteren? Je moet weten dat Ruth geboren en opgegroeid is in Moab, een buurland van Israël. Vaak maken de twee landen ruzie met elkaar. Zou Ruth vriendelijk ontvangen worden?

Ruth en Noömi gaan in Bethlehem wonen, de plaats waar Noömi vandaan komt. Het valt in het begin niet mee. Maar als Ruth Boaz ontmoet die vriendelijk en zorgzaam is, verandert haar leven. Ze was eerst bezorgd, maar toch bleef ze vertrouwen. Misschien is dat wel wat echt dapper is: ook als je niet weet hoe het verder gaat, toch blijven vertrouwen dat God met je mee gaat en voor jou wil zorgen.

Vraag: Ken jij mensen die uit een ander land komen? En je ouders?

Gebed: Hemelse Vader, we bidden voor alle mensen die op de vlucht zijn. Voor alle mensen die in een nieuwe omgeving opnieuw moeten beginnen. Wilt U dicht bij hen zijn en hen mensen geven die vriendelijk en zorgzaam zijn? Amen

Donderdag 9 maart: Wie of wat is jouw Goliath?

Lezen: 1 Samuël 17, 38 – 41

Saul gaf hem zijn eigen uitrusting en hielp hem die aan te doen: een bronzen helm voor op zijn hoofd en een borstkuras. 39 Ten slotte gordde David het zwaard om en probeerde een paar passen te lopen, omdat hij aan zo’n zware uitrusting niet gewend was. ‘Ik kan hier niet mee lopen,’ zei hij tegen Saul, ‘ik ben dat niet gewend.’ En hij deed de uitrusting weer af. 40 Hij pakte zijn stok, zocht vijf ronde stenen uit de rivierbedding en stopte die in zijn herderstas. Toen liep hij op de Filistijn af, zijn slinger in de hand. 41 Met zware stappen kwam de Filistijn op David af, voorafgegaan door zijn schildknecht.

Image result for David en goliath

David is nog niet zo oud als hij in het legerkamp van de Israëlieten komt om wat spullen naar zijn oudere broers te brengen. Israël is in oorlog met de Filistijnen en de broers moeten meevechten. Als David in het kamp rondloopt, hoort hij de grootste en sterkste soldaat van de Filistijnen de Israëlieten uitdagen, uitschelden en uitjouwen. Goliath heet hij. David wordt kwaad. Dit kan en mag niet. Hij wil deze Goliath een lesje leren.

Als Saul, de koning van Israël dit hoort, wil hij David helpen. Maar met de wapenrusting van Saul kan David helemaal niet uit de voeten. Nee, hij doet het harnas weer uit en gaat op Goliath af met waar hij goed in is en wat voor handen is. En in het vertrouwen op God.

Vraag: Goliath kan ook staan voor een moeilijkheid of een spannende uitdaging die je onder ogen moet zien. Wat is jouw Goliath? Wat of wie helpt jou?

Gebed: Lieve God, wilt U mij helpen om moeilijkheden te overwinnen en op U te vertrouwen? Amen

Vrijdag 9 maart: Jezus ons licht en leven

Lezen: Johannes 8, 12

Jezus nam opnieuw het woord. Hij zei: ‘Ik ben het licht voor de wereld. Wie mij volgt loopt nooit meer in de duisternis, maar heeft licht dat leven geeft.’

Image result for jezus het licht

Jens is onrustig. Hij woelt heen en weer in zijn bed. Hij verstopt zich diep onder de deken en doet zijn kussen op zijn hoofd. Het helpt niets. Het is net of hij allerlei geluiden hoort. Hij voelt zijn hart bonken. Tranen branden achter zijn ogen. Voorzichtig schuift hij zijn kussen opzij en doet zijn ogen open. Niets. Hij ziet gewoon niets. Hij knijpt zijn ogen stijf dicht en spert ze gelijk weer wagenwijd open. Maar hij ziet helemaal niets. Fluisterend begint hij te roepen: ‘Mama? Mama!’ Gelukkig hoort zijn moeder hem. ‘Wat is er, Jens?’ vraagt mama, terwijl ze de lamp aandoet. Jens is zo blij dat zijn moeder er is, dat hij niets kan zeggen. ‘Ben je bang’? Jens knikt, terwijl hij met grote ogen zijn moeder aankijkt. ‘Het is ook wel erg donker, vind je niet?’ Ze geeft Jens een knuffel, stopt hem lekker in en doet een klein nachtlampje aan. ‘Nu is het niet meer zo donker. Als je je een beetje alleen voelt, kijk je maar naar het lichtje, dan weet je dat je niet alleen bent’. Jens knikt. Hij begint te knikkebollen. Nog voordat zijn moeder de kamer uit is, valt hij in slaap.

Vraag: wat helpt jou als je bang bent?

Gebed: Here Jezus, dank U wel dat U het licht van de wereld bent. Dank U wel dat U naar de aarde bent gekomen, om het licht te zijn, hoe donker het soms om ons heen en in ons kan zijn. Geef dat we op uw licht leren vertrouwen en mogen weten dat we niet alleen zijn. Amen

zeven teksten tegen de duisternis

20 Feb

Soms kun je er even helemaal doorheen zitten. Je hebt te maken met teleurstellingen, een gevoel van algehele malaise of met gevoelens van minderwaardigheid. Misschien voel je je schuldig of schaam je je voor jezelf. Misschien heb je geprobeerd om je naar buiten goed voor te doen. Een muurtje om je narigheid heen, een masker voor de mensen om je heen. Nu lukt het niet meer en zit je er even doorheen. Het kan dan donker zijn.

Misschien kunnen deze onderstaande teksten je een zetje in de rug geven. Meditatietechnieken kunnen eventueel helpen om de Bijbelteksten beter te laten landen: kies een vast moment op de dag. Zoek een rustige plek en steek een kaars aan of kijk naar een afbeelding waar je rustig van wordt. Ga rechtop zitten met je voeten stevig op de grond, zodat je de grond goed voelt. Begin de meditatie met het gebed. Lees het Bijbelvers enkele malen rustig na elkaar.

De eerste dag: niet zonder hoop

Gebed: God van licht, vóór alles uit bid ik om uw Geest die ook in tijden van chaos en duisternis haar vleugels beschermend en herscheppend om mij heen wil slaan, zodat ik uw licht mag zien en hoop mag ervaren. Amen

Bijbeltekst: Genesis 1, 3 en 4. God zei: er moet licht komen, en er was licht. En God scheidde het licht van de duisternis.

Afbeeldingsresultaat voor kaarsje

Dit Bijbelvers aan het begin van de Bijbel,  aan het begin van de schepping – nee, het begín van de schepping – is de grond onder onze voeten. Chaos en duisternis hebben niet het laatste woord. Hoop van Godswege is het eerste woord. Dat woord roept de chaos een halt toe. Misschien slaan de golven van het leven over je heen, is het donker geworden en heeft de chaos zich vastgezet in je hoofd en je hart. Maar probeer dit te onthouden: God laat het niet bij de duisternis. “Er moet licht komen”  – en er was licht!

Neem vandaag deze vraag met je mee: wat of wie geeft je hoop?

De tweede dag: beschutting

Gebed: God vol ontferming, in een wereld die soms onbarmhartig is, zoeken we U – met onze levensverhalen waardoor we ons soms verloren en onbeschut voelen. We zoeken U en bidden we om uw beschermende vleugels om ons heen. We bidden in de beschutting van uw Woord om geborgenheid, om uw vrede. Amen

Bijbeltekst: Psalm 61, 3b – 5a  Breng mij op de rots hoog boven mij, U bent altijd mijn schuilplaats geweest, een toren te sterk voor de vijand. Laat mij altijd wonen in uw tent, veilig verscholen onder uw vleugels.

Afbeeldingsresultaat voor onder uw vleugels

Het verlangen naar beschutting, naar een plek waar je veilig benen tot rust kunt komen, kan groot zijn. Juist als je je onbeschermd en kwetsbaar voelt. Op de tweede dag schiep God de hemel. De koepel waar wij onder mogen wonen, de beschutting van Gods liefde waarin we mogen schuilen. Misschien kun je dit niet ervaren, en tonen de gebeurtenissen in je leven het tegendeel aan. Waar is die God dan?! Het is – ook dan – Gods belofte waar we ons aan vast mogen houden. God is onze schuilplaats. Onder zijn vleugels mogen we schuilen.

Neem vandaag deze vraag met je mee: wanneer heb jij je geborgen gevoeld?

De derde dag: grond onder voeten

Bijbeltekst: Psalm 46, 2 – 3 God is voor ons een veilige schuilplaats, een betrouwbare hulp in de nood. Daarom vrezen wij niet, al wankelt de aarde en storten de bergen in het diepst van de zee.

Afbeeldingsresultaat voor rots golven

Het beangstigende van een aardbeving is dat de grond waarop je staat, wankelt. Op dat moment is er geen enkel houvast meer – het fundament stort in. Dat kan ook in psychisch of spiritueel opzicht gebeuren. We meenden houvast te hebben, maar het schudt en wankelt. Zelfs de bergen – die staan toch als een huis?! – storten in zee. Maar, zegt psalm 46, zelfs dan hoef je niet bang te zijn, hoef je niet te vrezen. Het is God die stevig staat als een rots. hij maakte op de derde dag vaste grond onder de voeten. Op die grond mag je staan. Op adem komen. God is een betrouwbare schuilplaats – al wankelt de aarde …

Neem vandaag deze vraag met je mee: waar vind jij vaste grond?

De vierde dag: lichtpuntjes

Bijbeltekst: Psalm 27, 1 De HEER is mijn licht, mijn behoud, wie zou ik vrezen? Bij de HEER is mijn leven veilig, voor wie zou ik bang zijn?

Afbeeldingsresultaat voor zonsopkomst kruis

Het kan donker zijn in je leven. Donker maakt angstig. Het is goed om dan te bedenken dat God de zon, de maan en de sterren heeft geschapen. Juist als het donker wordt, komen de sterren aan het licht. Herinner je dat God zelf het licht is, jouw licht is. In zijn licht mag je op adem komen, rust vinden. Bij God ben je veilig – je hoeft niet bang te zijn.

Neem vandaag deze vraag met je mee: waar zie je lichtpuntjes?

De vijfde dag: verwondering

Bijbeltekst: psalm 8, 4 – 5  Zie ik de hemel, het werk van uw vingers, de maan en de sterren door u daar bevestigd, wat is dan de sterveling dat u aan hem denkt, het  mensenkind dat u naar hem omziet?

Afbeeldingsresultaat voor schepping

Als je moedeloos bent en het zwaar hebt, is het goed om de wandelschoenen aan te trekken en naar buiten te gaan (of om iemand te vragen jou te begeleiden als je niet meer lopen kunt). Regent het? Verwonder je over de druppels. Schijnt de zon? Verwonder je over de zonnestalen. Verwonder je over de schoonheid van de schepping – over de bloemen en het gras. Over de bomen, over de dieren. Zie je met hoeveel zorg de wereld tot stand is gekomen? En die God heeft jou al zijn liefde gegeven. Hij ziet om naar jou, en zijn hart gaat naar jou uit!

Vraag om vandaag mee te nemen: waar verwonder jij je over?

De zesde dag: je bent!

Bijbeltekst (bewerkt): Deut. 32, 10 -12  Hij vond je in een dorre woestijn, in een niemandsland vol van gevaar. Hij omringde je met zorg en met liefdekoesterde je als zijn oogappel. Zoals een arend over zijn jongen waakt en voortdurend erboven blijft zweven, zijn vleugels uitspreidt en zijn jongen daarop draagt, zo heeft de HEER jou geleid, hij alleen: geen andere god stond hem bij.

Afbeeldingsresultaat voor arend

Het is goed om steeds weer te bedenken dat God op de zesde dag de mens heeft geschapen. Eerste schiep Hij de aarde als een huis waar wij als mensen zouden mogen wonen. Hij heeft je met zoveel zorg en met zoveel liefde geschapen. Jouw leven is niet een gevolg van het lot of van toeval, maar jouw leven is bedoeld. Je bent geliefd, en God koestert jou. Jij bent!

Neem deze vraag vandaag met je mee: wat betekent het voor je dat God jou met liefde heeft geschapen en je kostbaar bent in zijn ogen?

De zevende dag: schep rust

Bijbeltekst: Prediker 3, 12 en 13  Ik heb vastgesteld dat voor de mens niets goeds is weggelegd, behalve vrolijk te zijn en van het leven te genieten. Want wanneer hij zich aan eten en drinken te goed doet en geniet van al het goede dat hij moeizaam heeft verworven, is dat een geschenk van God.

Afbeeldingsresultaat voor op het leven

De kroon op de schepping is niet de mens, maar de rustdag. De sabbat. Een dag om te genieten van Gods goede schepping, om tijd te hebben om de Schepper te eren. Misschien herken je wel dat je te druk bent. Juist op de momenten dat je tot rust zou moeten komen, denk je dat je nog weer van alles moet. Neem rust, zegt Prediker. Geniet. Vier het leven. Misschien helpt het om het duister te verdringen en het leven te omarmen. Geniet, je bent bent een geschenk van God.

Vraag om vandaag mee te nemen: waar kun je echt van genieten?

Het dunne draadje van de hoop

13 Okt

Wonderlijk hoe een Bijbeltekst van richting kan veranderen en je opeens tot tranen toe kan ontroeren. Afgelopen zondag had ik willen preken over 1 Samuël 3, 1 -5

 De jonge Samuel diende dus de HEER, onder de hoede van Eli. Er klonken in die tijd zelden woorden van de HEER en er braken geen visioenen door. 2 Op zekere nacht lag Eli op zijn slaapplaats. Zijn ogen waren dof geworden, hij kon bijna niet meer zien. 3 Samuel lag te slapen in het heiligdom van de HEER, bij de ark van God. De godslamp watts bijna uitgedoofd. 4 Toen riep de HEER Samuel.

Afbeeldingsresultaat voor godslamp

Samuël is als jongen in dienst van de tempel getreden. Eli was in die tijd de geestelijk leider. Het was een moeilijke tijd, waarin veel misstanden plaats vonden en waarin Israël met regelmaat bedreigd werd door vijanden. Het was mijn plan om aan de hand van deze tekst iets te zeggen over onze tijd, waarin soms de stemmen van haat en angst het licht lijken te verdringen. ‘In die tijd klonken zelden nog woorden van de HEER. De Godslamp was bijna gedoofd.’ In een andere vertaling staat: nog brandde de Godslamp. Het was een lichtje in de tempel die altijd brandde en Gods aanwezigheid verbeeldde. Maar het was dun geworden. Een deken van duisternis leek het licht te verstikken en de harde stemmen van onrecht leken de woorden van God te overstemmen.

Afgelopen weekend ging het in ons gezin vreselijk fout. Esther belandde in het ziekenhuis en even vreesden we voor haar leven. Overmand door wanhoop had ze een keuze gemaakt. Het was beter om er niet te zijn. De stem van ontkenning, de pijn van jaren, het steeds weer horen: het is beter dat je er niet bent, je bent waardeloos – het overstemde de woorden van licht, woorden van hoop, woorden van haar dierbaren, woorden van God.

Als God spreekt zijn het woorden van mededogen, woorden van hoop. ‘Je bent kostbaar in mijn ogen’. ‘Met zorg heb ik je gemaakt’. Het zijn woorden tegen onrecht. Woorden die mensen weer doen opstaan. Het waren woorden die niet meer gehoord werden door die schreeuwende stemmen in haar hoofd. Dát is wat onrecht kan doen. Het kan ons het zicht op God ontnemen. Het zicht op het leven. Het kan ons doof doen worden voor de woorden die leven geven.

Nog brandde de Godslamp.

Voor mij heeft God alles te maken met hoop. Soms is die hoop flinterdun geworden. Is God nog met ons bezig? Ziet God ons wel? Slaapt Hij? Bestaat Hij überhaupt wel? Wat wij ontdekten, was dat de Godslamp brandde en nog brandt. Het licht van Christus werd zichtbaar in al die grote en kleine handelingen van mensen om ons heen. Bemoedigende kaarten, met zorg geschreven, met zorgvuldig uitgekozen Bijbelteksten. De Godslamp brandde in de praktische hulp van mensen die maaltijden verzorgden, vroegen hoe het ging. Het licht van Christus scheen over ons door al die blijken van meeleven.

En God riep Samuël.

Bij je naam geroepen. Iets daarvan hebben we ervaren. Het dunne draadje van hoop bleek volhardend krachtig, door de liefde die spreekt uit de verbondenheid, door de liefde van God. Het gaf de moed om op te staan, op weg te gaan. Talita koum... Opnieuw op die donkere weg langs de schaduwen van de dood – maar niet alleen. Omgeven door de liefde van de mensen om ons heen, door het licht van Christus, door engelen …

Kleine theologie van het tuinieren

6 Sep

Het leek niet bepaald een grote opgave. Van een afstandje zag onze tuin er immers vitaal, groen en weelderig uit. Gedachteloos zegde ik dan ook toe om de tuin onkruidvrij te maken tijdens mijn vakantie. We waren in de afgelopen periode niet zo aan tuinieren toegekomen dus het moest er sowieso van komen. Van dichtbij bleek het echter een heel ander verhaal. Al worstelend en ploeterend met het onkruid zag ik parallellen met ongewenste gewoontes die in je leven een grotere rol spelen dan je zou willen. Zo ontstond een kleine theologie van het tuinieren: over zonde, bekering en heiliging.

Afbeeldingsresultaat voor tuin vol zevenblad

Het begint met onder ogen zien

De noodzaak van een verandering en de bereidheid om een verandering te bewerkstelligen begint met het onder ogen durven zien van de situatie. Onze tuin moest hoognodig gedaan worden. Door op een afstandje te blijven of wat cosmetisch te wieden, kon ik lange tijd mezelf overtuigen dat de tuin er goed bij lag. Ook onkruid is groen en zevenblad heeft hele leuke witte bloemetjes ….

Hoe herkenbaar kan dat zijn in je eigen leven. Het wegkijken. Het vergoelijken. Het bagatelliseren. Nee, echt – het gaat goed met mij. Alles onder controle. Maar ondertussen.

Chaos

Bij nader inzien was de tuin een complete chaos. Het zevenblad had vrolijk en enthousiast bezit genomen van de tuin. Enkele esdoorns en eiken deden verwoede pogingen om verstopt in struiken aan kracht en omvang te winnen. Paardenbloemen, gras en weegbree schoten op tussen de geraniums (ooievaarsbek) die als bodembedekkers waren gepoot, maar zich genoodzaakt zagen naar het gazon te verhuizen. Brandnetels, een ongewenste braam en distels maakten de chaos grimmiger. Oprukkende haagwindes uit de gemeentetuin maakten het plaatje compleet.

Het vraagt veel om echt goed naar jezelf te durven kijken. Wat kan het van binnen chaos zijn …

Tuinman gevraagd

De tuin heeft zorg nodig. Het gaat immers niet vanzelf goed komen. De prachtige bloemen, de volle struiken en de bodembedekkers kunnen alleen tot hun bestemming komen als er iemand is die voor de tuin wil zorgen. Er moet gesnoeid worden. Het onkruid moet gescheiden worden van de struiken en planten uit de tuin. Alleen dan komt er ruimte voor de bloemen om te bloeien en komt de tuin tot zijn recht.

In de Bijbel maakt Jezus vaak gebruik van het beeld van de tuin of de akker om iets van Gods Rijk te vertellen. Het is God zelf die ons in de tuin, de Hof van Eden geplaatst heeft. Het is Jezus die ons de weg terug naar de tuin heeft gewezen. Hij is het die het levende water is, die de Geest beloofde die als een bron in ons het leven geeft. Het is Jezus zelf die voor de tuinman werd aangezien op de dag van de opstanding. Misschien is dat wel een mooi beeld: de opgestane Heer als onze tuinman, die ons helpt snoeien en die ons helpt onderscheid te maken tussen wat vruchten draagt en wat onkruid is.

Met wortel en tak

Het was nog een heel werk om de tuin onkruidvrij te krijgen. Ik kwam een indrukwekkend wortelstelsel tegen van het zevenblad. Die wortels moeten eruit, omdat elke stukje zomaar weer een nieuwe loot kan opleveren.

Misschien is dat ook wel een verhelderend beeld voor levensheiliging. We hebben door Gods genade zicht gekregen op zijn Rijk. Het vraagt om een antwoord, om een ommekeer naar het licht. Die omkeer of bekering is totaal, nooit een beetje. Heiliging vraagt om het uitroeien van zonde (wat je van het licht afbrengt) met wortel en tak. Alleen zo kunnen we meer en meer ons vernieuwen naar het beeld van Christus.

Bijhouden

Tot slot vraagt tuinieren om bijhouden. Af en toe tuinieren is niet voldoende. Op vaste tijden zal er in de tuin gewerkt moeten wordn.

Zo is het ook in ons eigen leven. Leven in Gods licht vraagt om dagelijkse bekering. Ergens schrijft Paulus dat we ons mogen kleden met ‘de nieuwe mens’. Dat is een mooi beeld voor die dagelijkse bekering. Als we ’s ochtends voor onze kledingkast staan, worden we uitgenodigd om ons allereerst te kleden met ‘de nieuwe mens’: het staat voor het leven in het licht van Christus, het leven vanuit de vrucht van de Geest. Door Jezus wordt duidelijk  dat u uw vroegere levenswandel moet opgeven en de oude mens, die te gronde gaat aan bedrieglijke begeerten, moet afleggen, dat uw geest en uw denken voortdurend vernieuwd moeten worden  en dat u de nieuwe mens moet aantrekken, die naar Gods wil geschapen is in waarachtige rechtvaardigheid en heiligheid.” (Efeze 4, 21 – 24)

Overigens ligt onze tuin er nu mooi bij.

 

 

Een Bijbels antwoord op terreur?

22 Jul

Mij  gesprekspartner staart peinzend in de verte. Hij knijpt zijn ogen tot kleine spleetjes en draait zijn hoofd naar me toe. “Ik denk dat dit de eindtijd is”, vertrouwt hij mij toe. “Ik hoop dat Jezus snel terug komt. Ik kijk er echt naar uit!” Zijn vrouw valt hem bij. “We slapen er slecht van. Al dat nare nieuws. Die aanslagen. Je wordt gewoon bang”.

Verlangen naar rust

Het zijn emoties en gedachten die geregeld passeren in de gesprekken die ik heb, zowel met ouderen als met jongeren. Het nieuws over aanslagen in Nice, Bagdad, Dallas, Sanaa, Parijs, Istanbul, Brussel – het maakt angstig. De ontwikkelingen in Turkije maken onrustig. De hongersnood in Afrika, de zorgen om ons milieu, de vluchtelingenstromen roepen een machteloos gevoel op. Het verlangen naar de eindtijd of de wederkomst is een krachtig verlangen dat er een einde komt aan het geweld en het onrecht.

De Bijbel en de eindtijd

Het is precies dit onrustig verlangen en het zoeken naar houvast waar het in de Bijbel over gaat. Het spreken over de eindtijd gaat hand in hand met het spreken over het Koninkrijk van God.  De Bijbel kent aan ‘het einde’ een specifieke betekenis toe. Van het einde is sprake wanneer de verbondenheid tussen God en de mensen ophoudt. Dat staat op het spel als het over het einde gaat: zijn wij nog verbonden met de God van Israël? Met Gods Naam die nabijheid en redding betekent? Wanneer de verbondenheid van God met mensen verbroken is, gaat dit gepaard met schokkend verschijnselen: de zon zal verduisterd zijn, de maan geen licht meer geven. Waarom moet dit gebeuren? Omdat wij de band met God steeds weer verbreken. We ruilen God in voor ons eigen beeld van god. De god van ons eigen denken en handelen. De god voor ons eigen karretje. We zijn geschapen om beelddrager van God te zijn, maar we maken God tot ons eigen beeld. Wanneer God mens wordt, dreigt de diepste en onafwendbare crisis. In het lijden en sterven van Jezus wordt het einde van de verbondenheid in alle verschrikking zichtbaar. Wanneer Jezus wordt gekruisigd, valt er een diepe duisternis (Marcus 15, 33). Jezus schreeuwt het uit: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?’ Aan het kruis is er verlatenheid. Daar is het einde, daar is de verbondenheid van God met mensen verbroken. Er is geen zon meer, geen maan. Dit is het einde van de wereld. Dezelfde Jezus die dit einde aankondigt, is ook de Mensenzoon aan wie dit wordt voltrokken.

Het einde kondigt een nieuw begin aan

Maar er klinkt een vervolg: de Mensenzoon zal komen. Het graf kon Hem niet vasthouden. Er komt een nieuw begin. Niet het einde is nabij, maar het nieuwe begin! Het einde van de wereld valt samen met de dood van de Mensenzoon. Maar in dat einde is ook een nieuw begin. Daarom worden we opgeroepen om waakzaam te zijn. Er is een nieuw tijd begonnen toen de steen van het graf werd weg gewenteld. We worden uitgenodigd bedacht te zijn op twee dingen: de oude tijd zal voorbijgaan – en dat roept de vraag op: waar ben ik mee bezig? De nieuwe tijd is opengegaan met de opstanding – en dat roept de tweede vraag op: waar is God mee bezig?

Koninkrijk van God

Het nieuwe begin is zichtbaar in de komst van het Koninkrijk. Dit is niet slechts een toekomstperspectief, een hemelse droom. Het Koninkrijk van God, het Rijk van vrede en recht breekt nu al door. Het wordt zichtbaar op momenten waarop recht gedaan wordt, wanneer gebrokenen weer op kunnen opstaan, wanneer gebutsten getroost en gesteund worden. Het Koninkrijk breekt door wanneer er hoop gedeeld wordt en vanuit de kracht van de liefde wordt geleefd. Nu in alle voorlopigheid, straks ten volle.

Niet ‘stil maar, wacht maar’ 

Het getuigenis in de Bijbel over Gods Koninkrijk is zowel een bron van troost en hoop, als ook een aansporing. Gods Koninkrijk maakt duidelijk dat onrecht en lijden niet het laatste woord hebben, dat er hoop is – omdat we weet hebben van Gods liefde, van gerechtigheid en van vergeving.

Wat betekent dat voor ons, in deze tijd? Wat betekent dit voor onze wereld die zucht onder terreur? Een tekst uit de eerste brief van Petrus biedt een verrassende aansporing. Ons wordt niet voorgehouden om naar de hemel te turen, om stil en gelaten deze tijd uit te zitten. We worden aangespoord om een verschil te maken. ‘Een koninkrijk van priesters’ noemt Petrus de volgelingen van Jezus.

Priesters bemiddelen. We hoeven niet meer te bemiddelen tussen mensen en God – dat heeft Jezus Christus voor ons gedaan. Wat wij mogen doen, is het bemiddelen van de hoop die meekomt met Christus. We mogen getuigen van hoop door te vertellen over de grote daden van God. We mogen in onze reactie op de angst, de onrust en de machteloosheid laten zien wie ons inspireert en van wie we onze hoop en kracht verwachten.

Het vraagt van ons om niet te reageren met haat en verdeeldheid. Het vraagt van ons om te zoeken naar wat de eenheid dient en naar de ruimte van de liefde. De liefde zoekt zichzelf niet, is geduldig, verzet zich tegen onrecht en bouwt op.

‘Wees sterk en moedig’

Kunnen we dit? Misschien is het goed om de bemoediging van God aan Jozua in herinnering te roepen. Jozua stond voor de opgave Mozes op te volgen en het volk Israël het Beloofde Land binnen te brengen. ‘Wees sterk en moedig’ klinkt als een refrein in dat eerste hoofdstuk van het boek Jozua. Jozua wordt opgeroepen sterk of standvastig te zijn: weet op welke grond je staat. Weet wie je fundament is, op wie je je leven mag bouwen. Jozua wordt aangespoord moedig, vastberaden te zijn: weet welk doel je voor ogen hebt, weet dat je je weg mag gaan met Gods leiding.

In het vertrouwen op God durft Jozua de Jordaan over te steken. God gaat als een bondgenoot met hem mee. ‘Ik zal jou niet verlaten’. Die belofte is het diepste antwoord op dreiging en angst. Elke stap die we zetten is ons van God gegeven. We dragen hoop met ons mee – dat ons getuigenis tot zegen mag zijn voor de wereld.