Archief | Bijbel RSS feed for this section

Een leesrooster tegen de angst

28 mrt

We leven in een onzekere en verontrustende tijd. We hebben nog niet eerder meegemaakt dat de wereld op deze schaal is stilgezet. De zorgen over het coronavirus gaan met ons mee. We kennen allemaal mensen die ouder zijn of een kwetsbare gezondheid hebben – of we beseffen dat we zelf in deze categorieën passen.

Hoe ga je om met alles wat op je afkomt? Waar vind je houvast als de aarde wankelt? Waar vind je steun als vrienden, of kinderen en kleinkinderen niet meer op bezoek kunnen komen? Angst kan heel bepalend zijn.

Juist op momenten dat je alleen bent, kun je je overvallen voelen door je angst.

De Bijbel heeft weet van die existentiële angsten. Misschien helpt deze crisis om nu we trager leven, ons opnieuw te verbinden met de hoop die leven doet. In dit leesrooster zeven teksten tegen de angst (dit is een bewerking van een eerder geschreven leesrooster)

Zondag: Genesis 1, 1-3 “Er moet licht komen”

Het eerste woord dat God in de Bijbel spreekt is ‘licht’. De wereld ligt er in alle verlatenheid bij. Er heerst chaos. De aarde is woest en doods. Er is duisternis. Er is geen vaste grond. Misschien herken je dat ook wel in je eigen leven. Juist in deze tijd. Je hebt het gevoel dat er geen houvast meer is, dat je ten onder gaat door chaos en wanhoop. Dat maakt angstig.

In de chaos van de oervloed spreekt God. De donkerte en duisternis mogen niet het laatste woord krijgen. Er moet licht komen. Het licht is niet de zon, die wordt immers pas later geschapen in het verhaal. Het licht heeft alles te maken met Gods scheppend woord. Het is licht tegen wanhoop en moedeloosheid. De chaos wordt een halt toegeroepen en we ontvangen hoop. Dat dit licht vandaag met je mee mag gaan. Gods scheppend woord als tegenwicht tegen de angst.

Gebed: steek met aandacht een kaarsje of waxinelichtje aan en denk daarbij of spreek hardop uit: ‘Ik ontsteek het licht van Christus. Teken van hoop, teken van opstanding. Dat het licht van Christus mij mag dragen en verlichten, zodat mijn angst niet het laatste woord heeft.

Maandag 2: Johannes 16, 33 “Ik heb de wereld overwonnen”

Houd moed. De maandag is zo’n dag. Een nieuwe werkweek. Een nieuwe week waarin je misschien klem zit, niet kunt werken en je angst je misschien verlamt. Misschien lukt het je om je taken die voor vandaag gepland staan voor elkaar te boksen, maar wat kan het soms zwaar zijn. Misschien is het goed om even een stapje terug te doen. Soms is het gewoon lastig en zwaar. Soms lukt het gewoon even niet. Probeer dit voor nu maar even te accepteren en luister naar de woorden van Jezus: ‘jullie zullen vrede vinden bij mij’.

Jezus spreekt hier met grote stelligheid over. ‘Ik heb de wereld overwonnen’. Uiteindelijk mag dat ook rust en vrede brengen.

Gebed: Heer Jezus, wanneer het donker zich vastzet in mijn denken en in mijn hart, wanneer mijn onrust mijn dag bezwaard, geef mij dan uw vrede. Dat is rsut mag vinden en thuis mag komen, in het vertrouwen dat U de machten en krachten hebt overwonnen. Amen

Dinsdag: Jeremia 1, 4 – 8 “Kijk eens met de ogen van God”

Wat kun je soms twijfelen aan jezelf. Ben ik wel goed genoeg? Hoe zullen anderen naar mij kijken? Als Jeremia geroepen wordt, schrikt hij zich een ongeluk. Als hij één ding zeker weet, is het dat hij te jong is. Hij weet zeker dat hij niet geschikt is voor de taak. Maar God zegt: ‘Ik heb je geschapen, al in de moederschoot. Echt, Ik geloof in jou, Ik weet dat jij talenten hebt. Wees maar niet bang, het komt goed’.

En God doet een belofte: “Ik zal je terzijde staan’. Misschien kun je proberen om deze woorden op jouw eigen leven toe te passen. God heeft jou met zorg en liefde geschapen. Hij heeft jou talenten gegeven en Hij zal jou trouw blijven. Zou je iets van dat vertrouwen van God in jou met je mee kunnen nemen?

Gebed: God van genade, Schepper van al het leven, Schepper van mij  leven. Leer mij met uw ogen vol ontferming en genade naar mijzelf te kijken. Wilt U mij helpen om mijn angsten onder ogen te zien en te leren vertrouwen dat ik goed genoeg ben – zoals ik ben. Amen

Woensdag: Jesaja 42, 1 – 3 “Zorg voor de gebrokene”

Angst kan diep zitten. Door de steeds aanwezige dreiging van corona. Door zorgen om wie je lief zijn. Doordat je beschadigd bent, doordat de energie letterlijk helemaal op, doordat je niet meer kunt. Je kunt angstig worden, omdat je bang bent dat je het niet redt. Of dat je in een gesprek bedoeld of onbedoeld net dat laatste zetje krijgt waardoor je helemaal dreigt in te storten. Misschien is het dan goed om deze tekst uit Jesaja in herinnering te roepen.

Het is een profetie over de Knecht van de  Heer, een beeld waar wij Jezus in mogen herkennen. Deze profetieën gaan over de Redder die God zal sturen. Deze redder komt niet met geweld en met veel lawaai. Nee, het is juist tegenovergesteld. Zonder schreeuwen, zonder stemverheffing, maar mét zoveel aandacht. Juist voor het gebrokene. Het geknakte breekt Hij niet af. In al je gebrokenheid draagt Hij jou. Het vlammetje dat bijna gedoofd is, wakkert Hij weer aan. Misschien dat deze tekst je mag bemoedigen vandaag.

Gebed: Lieve God, U ziet het gebrokene, U ziet het gekwetste, U ziet mij wanneer mijn vlammetje uit dreigt te gaan. Wilt U mij op handen dragen, opdat ik iets van energie mag ervaren, zodat ik de angst dat het allemaal niet meer lukt in uw hand mag leggen. Amen

Donderdag: Jesaja 9, 1  “Ik zie een schitterend licht”

Het hoort bij onze realiteit dat het duister kan zijn. We kunnen niet voorkomen dat we zelf of dat onze geliefden op enig moment door donkere dalen gaan. Wij kunnen onszelf niet voor het kwaad behoeden, ondanks alle protocollen en evaluaties. Soms gaat het nog een spade dieper. ‘Zij die wonen in het donker’ schrijft Jesaja. Zo kan het ook zijn. Door wat je mee hebt gemaakt, is het donker je eigen geworden. Misschien versterkt dat donker ook je angst. In de Bijbel staat het donker voor wanhoop, voor leven zonder toekomst.

Maar Jesaja zegt dat het daar niet bij blijft. Degene die ronddoolt, de draad kwijt is, degene die in het donker stil is gevallen, zal een schitterend licht zien. Het duister zal doorbroken worden door een helder licht. Johannes spreekt over Christus als het licht van wereld. Moge dat je ook rust geven dat het licht schijnt tot in de diepste duisternis.

Gebed: Hemelse Vader, dank U wel voor sporen van licht, voor het schitterende licht, Jezus Christus, die tot in de diepste duisternis schijnt. Geef dat dit licht mij mag helpen om angsten onder ogen te zien en bij U neer te leggen. Amen

Vrijdag: psalm 46, 2 – 4 “Een veilige plaats”

Wat ik je toewens dat je momenten mag kennen waar deze psalm over zingt. Dat ondanks alles waar je doorheen moet en waar je mee te kampen hebt, je God leert kennen als een veilige schuilplaats en een betrouwbare hulp. De omstandigheden waar de dichter mee te maken heeft, doen denken aan Genesis 1, aan het begin van de schepping. De golven die over elkaar heen slaan, het gemis van vast grond. Wat kan dat angstig maken en wat kun je dan verlangen naar veiligheid en hulp. Dat de woorden van deze dichter ook de jouwe moge worden, meer en meer.

Gebed: God van Licht en Leven, we roepen U aan in de stormen van ons leven, in de gebeurtenissen die de grond onder onze voeten kan doen trillen. We roepen U aan in tijden van angst, in het verlangen naar rust en veiligheid. Dat we mogen schuilen onder uw vleugels. Dat U voor ons een veilige schuilplaats bent. Dat U een betrouwbare hulp bent – voor mij, voor wie naar U verlangt. Amen.

Zaterdag: Johannes 8, 12: Licht dat leven geeft

Er kunnen vele oorzaken zijn waarom je worstelt met angst. Wat ik weet dat angsten niet zomaar weg-gebeden kunnen worden. Soms is gebed toereikend. Soms zijn gesprekken nodig. Soms moet je dingen onder ogen zien die al zo lang met je meegaan. Mag in de weg die je gaat het licht van Christus met je meegaan. Ik wens je toe dat je mag lopen met je gezicht naar de zon; dat het licht van Christus met je meegaat; dat je van tijd tot tijd kunt schuilen bij God; dat je zo je weg mag vervolgen – niet alleen, maar gedragen door Gods vrede.

Gebed: Heer Jezus, licht voor de wereld. Wees mijn licht, dat uw licht mijn weg mag beschijnen, opdat ik veilig kan gaan, gedragen door uw vrede. Amen

Een partijdige God – over Kaïn en Abel

23 feb

‘Elk mens telt’ – dat was het thema van de diaconale zondag in de gereformeerde kerk Sliedrecht (PKN). Het is een mooie gedachte, dat elke mens zou tellen. De werkelijkheid laat echter een ander beeld zien. Vraag maar eens aan een uitgeprocedeerde asielzoeker of elk mens telt. Of aan de vluchtelingen die vast zitten in Moria of in andere kampen langs de grenzen van Europa. Vraag het maar aan mensen die klem zitten in situaties van onrecht, of aan wie gebukt gaat onder schulden.

Wie macht heeft, populair is of geld heeft – die bepaalt. Het recht van de sterkste en daar zullen we het mee moeten doen. Toch? En daarmee zitten we midden in het verhaal van Kaïn en Abel. Dit Bijbelverhaal gaat over jou en mij. Een paar punten die in mijn beleving in het oog springen:

Het leven gaat door

Het eerste is dat het leven doorgaat. In Genesis 3 lezen we hoe Adam en Eva hun plek in de Hof van Eden verliezen. Het volgende hoofdstuk zet hoopvol in: Eva schenkt het leven aan twee kinderen. Zo wordt de belofte die zij in haar naam met zich mee droeg – moeder van alle levenden – vervuld.

Afbeeldingsresultaat voor esther veerman

Mama, Esther Veerman

Onthullende namen

Het tweede is dat de namen die de kinderen krijgen de weg die zij gaan al onthullen. In de naam ‘Kaïn’ klinkt iets door van ‘man’. Hij is de sterkte. hij valt op, hij gaat het maken. Hij is het mannetje. Abel, dat ‘damp’ of ‘nevel’ betekent, is ‘de broer van’. Kaïn eist alle aandacht op. Het leven lacht hem tegemoet. Met zijn energie, kracht en charisma ligt de wereld voor hem open.

De toekomst van Abel is heel wat minder zeker. Hij valt niet op, is haast onzichtbaar. Zijn naam vertelt over zijn kwetsbaarheid. Hij staat al op achterstand. Leven is hard werken.

Kaïn en Abel. Ze vertellen de geschiedenis van ons mensen. De wereld valt uiteen in tweeën: de krachtigen en de kwetsbaren.

Een selectieve God

Het derde is dat God selectief luistert. Zowel Kaïn als Abel brengen een offer aan God. Kaïn is niet een schurk. Hij verbindt zich aan God, geeft Hem de eerste opbrengst van zijn arbeid.  Toch slaat God op zijn offer geen acht. Of beter: God heeft nu allereerst en vooral aandacht voor Abel. Het is niet dat hij Kaïn afserveert, maar Hij brengt Abel in get licht. Het is een vingerwijzing, een roeping voor Kaïn. Let op: de orde wordt omgekeerd. Hij luistert als het ware even niet naar Kaïn, maar kiest er nadrukkelijk voor om ruimte te maken voor Abel, de kwetsbare. Kan dat zomaar? Een selectieve God? Het klinkt als oneerlijk. al gauw vinden we dat iedereen recht heeft op precies evenveel aandacht. Maar God maakt dus andere keuzes: zijn aandacht gaat allereerst uit naar die kwetsbare.

Verduisterd

Kaïn kan hier echter geen begrip voor opbrengen. Dat is het vierde punt. Kaïn wordt woest en zijn blik wordt donker. Zijn gezicht valt, staat er eigenlijk. Op het moment dat God vraagt aan Kaïn wat er is, kijkt hij weg, kijkt hij naar de aarde. Hij ontwijkt.

Kaïn wil dat geloof religie is en blijft: dat religie de bestaande opvattingen bevestigt. Maar Gods visie maakt ons verantwoordelijk voor de kwetsbare. Dat wil Kaïn niet. Zijn positie mag niet bevraagd worden. Zijn zonde is niet dat hij in een goede positie is en leiderschap toont, maar dat hij niet ten dienste van de kwetsbare wil leven.

Dat is de norm van Gods Koninkrijk, de kwetsbare is de maatstaf van Gods gerechtigheid. Kaïn en Abel hebben onze politieke leiders iets te vertellen, het verhaal heeft óns ook iets te vertellen.

Kaïn verbreekt de relatie. Daar waar in de zegen wordt uitgesproken dat God zijn aangezicht over ons verheft en zo de relatie bekrachtigd, daar slaat Kaïn zijn blik neer. Niet elke Kaïn zal zijn of haar Abel neerslaan. Maar hoe gemakkelijk maken we als Kaïns geen misbruik van anderen, ontnemen we de Abels om ons heen de ruimte om te leven. Door de woorden die we spreken en de dingen die we doen.

Een bewogen God

Het laatste dat me bij is gebleven, is de afloop. Kaïn wordt verantwoordelijk gehouden door God. Er is geen ruimte voor vergoelijken of bagatelliseren. Bij die schuld hoort ook straf. Tegelijkertijd blijft God hem als mens in de ogen kijken. Kaïn vreest opgejaagd wild te worden, en daarin wordt die sterke ineens de kwetsbare. God geeft hem een teken en belofte mee. God blijft de sprekende, de God van bewogenheid en gerechtigheid.

Het verhaal van Kaïn en Abel zet ons op het spoor van de noodzaak om selectief te leven: de kwetsbaren hebben de steun en bemoediging van de sterken nodig. In dat omzien en die zorg komt er ruimte voor het volle leven. Ook buiten de Hof van Eden.

Staat er nog een raam open?

12 dec

Deze weken zijn weken van vooruitkijken, van verwachten. Weken van voorbereiden op dat grootste en bijzondere feest: het feest van Gods omzien naar ons. Het feest van Gods bewogenheid met onze gebrokenheid en ons verlangen naar vrijheid en redding.

Het is goed om hier tijd voor te nemen. Tijd te nemen om na te denken over dat verlangen. Is het zo dat we uitkijken naar God? Is het niet vaker zo dat we verstrikt zijn geraakt in ons dagelijks leven. We staan op en gaan naar bed en in de tussentijd doen we onze dagelijkse bezigheden. Staat er nog een raam open? Een open raam om Gods licht binnen te laten vallen? Of leven we ons leven in het vaste ritme, afgesloten van verwondering en verlangen?

Afbeeldingsresultaat voor licht valt door het raam"

Om aan dat verlangen herinnerd te worden, om weer op het spoor van die verwondering te komen, is het van belang om elkaar te ontmoeten. Samen vieren helpt om het vuur brandend te houden.

We beleven en belijden ons geloof niet alleen in onze eigen huizen, in onze eigen levens, maar we delen die verbondenheid in het geloof ook in de kerkelijke gemeenschap. Soms wat meer aan de rand, soms wat meer richting de kern, maar wat ons samenbindt is de gedachte dat het heilzaam is om deel uit te maken van een gemeenschap.

Het is niet verwonderlijk dat de eerste christenen elkaar opzochten om elkaar te bemoedigen en te bekrachtigen. De kerk heeft als Lichaam van Christus zeggingskracht voor ons geloof. De gemeente komt samen rond het Woord. Om de gemeente als vindplaats van heil gaande te houden hebben we elkaar nodig: het onderlinge omzien en het onderlinge bemoedigen zetten de toon van de muziek. Dit onderlinge omzien is niet voorbehouden aan het pastorale team, maar is een opdracht en uitnodiging voor alle gemeenteleden. Laten we elkaar dragen in ontmoetingen en in gebed om zo samen ons verlangen te delen en om samen te verwachten.

Wat moeten we toch met het Oude Testament?

7 mei

‘Wat moeten we mer het Oude Testament?’ Over deze vraag ging het tijdens de laatste bijeenkomst van I Believe (9 april 2019). Op deze gespreksgroep wordt in een open en vertrouwelijke sfeer met elkaar doorgesproken over thema’s rond zingeving, geloof en leven. We komen één keer per maand bij elkaar en er zijn per bijeenkomst rond de 25 deelnemers. Na een inleiding die vaak samen met een van de deelnemers is voorbereid, volgt de mogelijkheid om in kleine groepjes door te praten. Aan het einde van de avond is er een terugkoppeling en gezamenlijke afsluiting.

De avond over het Oude Testament verliep een beetje anders. Er waren veel indringende vragen waardoor we besloten om het gesprek de volgende keer voort te zetten (dinsdag 12 mei).

Bij het lezen van het Oude Testament worden er met name de volgende twee belemmeringen ervaren: wat moeten we met alle wetten en regels? Gelden die nu nog? Waarom wel of waarom niet? De tweede belemmering heeft te maken met het soms buitensporige geweld in het Oude Testament dat soms ook nog eens door God gelegitimeerd en geïnitieerd wordt.

Leeswijzer

Voordat we inhoudelijk op deze vragen ingaan, is het goed om eerst na te denken over de vraag hoe je de teksten moet lezen. Dit heeft met hermeneutiek te maken. In zijn boek Vreemd en bizar. Lastige Bijbelverhalen geeft Piet Schelling enkele richtlijnen die kunnen helpen bij het lezen van de Bijbel.

De Bijbel is inspirerend, confronterend, troostend, vermanend en leerzaam boek, waarin Gods stem van wijsheid, bemoediging en aansporing in klinkt. Het is niet geschreven als een ‘kookboek vol met hapklare levensrecepten’, geen natuurkundeboek of wetboek. Als richtlijnen noemt Schelling:

Maak onderscheid tussen normen en waarden. Normen zijn de regels en richtlijnen die we hanteren. Daarachter gaan waarden schuil. Normen zijn tijd- en cultuurgebonden en moeten dus telkens aangepast en veranderd worden, waarden veel minder. Waarden zijn bijvoorbeeld: recht doen, respect, trouw, vertrouwen en liefde.

Besef dat iets waar kan zijn zonder dat het echt gebeurd is Bijbelschrijvers willen een boodschap overbrengen. Een verhaal of een gedicht onthult een dimensie van de werkelijkheid waar de vraag ‘is het echt gebeurd’ niet het belangrijkst of meest helpend is. De mogelijkheid om voorbij de letterlijke betekenis te mogen kijken, kan ruimte geven om de diepere zin te ontdekken.

Treed de Bijbel als gesprekspartner tegemoet: jullie hebben elkaar wat te vertellen. Als lezer ben je niet slechts de ontvanger van de boodschap van de tekst. Het lezen is vele malen spannender. De aandachtiger lezer stelt vragen aan de tekst: wie spreekt er, wie handelt er? Herken ik me in het enthousiasme of de emotie van een psalm? Die vragen laten iets zien van wie je zelf bent. Tegelijkertijd de tekst ook vragen aan jou. Zo komt de tekst dichterbij en kan tot spreken komen.

De Bijbel is niet een goddelijk dictaat. In de Bijbel klinkt de Stem van God., is het Woord van God te vinden. De Bijbel is geen dictaat vanuit de hemel, maar de schrijvers verhalen vanuit hun eigen ervaringen met de wereld en met God. Het maakt ruimte om veranderende contexten mee te laten wegen.

Wat deze regels gemeen hebben, is dat ze ruimte maken.

Geen nieuwe vraag 

De vraag naar de betekenis van de wetten en regels is niet een nieuwe vraag. In het Nieuwe Testament gaat het onder andere over de vraag hoe het Oude Testament zich verhoudt met het Nieuwe Testament. Jezus stelt dat Hij niet gekomen is om de wet af te schaffen, maar om die te vervullen.

Dit vervullen werkt twee kanten uit: allereerst zijn veel liturgische en godsdienstige gebruiken die in het Oude Testament worden voorgeschreven, te lezen als een verwijzing naar Jezus Christus. Door zijn komst en de weg die Hij gegaan is, zijn die gebruiken vervuld. Wat blijvend is, is de aandacht voor Gods heiligheid en voor de weg tot God de Vader: ging die weg eerst via de bemiddeling van de priester en tempel, nu is die weg Christus zelf.

Daarnaast betekent de vervulling van de wet door Jezus dat er meer nadruk komt op de achterliggende waarden die bepaalde regels en wetten vertegenwoordigen. In de Bergrede klinkt steeds als refrein: ‘er staat geschreven …. maar Ik zeg jullie …. ‘ Bepaalde regels worden door Jezus naar voren gehaald en van een verdiepende betekenis voorzien.

Zo kunnen veel regels die in onze ogen en in onze tijd vragen oproepen ons helpen om na te denken over eerbied, over zorg voor kwetsbare mensen (wees en weduwe), over zorg voor de vreemdeling, over het belang van orde en over het heiligen van ons leven voor God.

Discussie in Handelingen

Dit gezegd hebbend, is het ook goed om naar Handelingen te kijken. In dit Bijbelboek wordt de eerste periode van de jonge kerk beschreven. Ook in die kerk was een van de thema’s de vraag welke rituelen moesten blijven gelden in het leven in verbondenheid met Christus. In Handelingen15 lezen we over een felle discussie tussen de apostelen. Welke regels moeten gelden voor de bekeerlingen? Hoe verhoudt dat zich met de vrijheid van het evangelie? Uiteindelijk komen ze overeen dat de volgende regels blijvende waarde hebben: geen offervlees eten, geen vlees met bloed en geen ontucht.

Afrondend

Het doel van de wetten en de regels was om het volk Israël te heiligen als volk van God. De godsdienstige regels verwijzen naar redding, maar op een andere manier dan in de buurlanden. Daar was het gebruikelijk om door te offeren de goden gunstig te stemmen en de willekeur van het lot te beïnvloeden. In de Bijbel verwijzen de offers naar het uiteindelijke offer: het Lam van God.

Daarnaast zijn de regels een uiting van eerbied naar God toe. Juist in de gewone dingen en het dagelijkse ritme hielpen de regels en wetten om die gewone momenten te verbinden aan God. Hoe kunnen wij weer meer ruimte maken voor de heiligheid van God?

Tot slot: veel regels en wetten gaan over het belang van scheiding. Scheppen is een handeling van scheiden. Goed en kwaad moeten van elkaar gescheiden worden. In de schepping, in het scheiden van de elementen, komt Gods orde aan het licht.

En de oorlogen?

Over die vraag gaat het de komende keer. Welkom!

 

Pasen: de weg naar het leven

20 apr

Deze tekst is op 18 april 2019 als gastcolumn gepubliceerd in Het Kompas Sliedrecht

Een tijdje geleden waren we in de Engbertsdijkvenen, een prachtig natuurgebied in Twente. De honden drentelden en draafden langs ons heen. We genoten van de zon, van het uitzicht en van de rust. Op enig moment zagen we onze Labrador opeens verdwijnen. Hij wilde een veld inrennen, maar dat bleek een moeras te zijn. Het gras week uiteen en hij ging bijna kopje onder in de modder. Snel greep ik hem in zijn nekvel en trok hem weer het pad op.

Zo kan het ook gaan op je levensweg. Vol vertrouwen zoek je je weg. Maar van het ene op het andere moment lijkt de bodem onder je bestaan weg te vallen. In die ene seconde neemt je leven een andere wending. Door wat mensen om je heen is overkomen, door wat jou is aangedaan of wat jij gedaan hebt. Waar vind je dan houvast? Waar vind je het vertrouwen dat ons leven niet vergeefs is? Hoe kun je verder?

In onze samenleving valt het niet mee om ruimte te vinden voor onze kwetsbaarheid. Als we te maken krijgen met falen, lijden, angst, schuld of schaamte lijkt ons niets anders te resten dan maskers te dragen en muren om ons hart te bouwen. Sterk zijn. En we zoeken naar helden en krachtige leiders. Hard zijn. Maar wat kun je je van binnen eenzaam en verloren voelen. Juist die maskers en muren maken dat we ons zelf en onze vaste grond kwijtraken.

Met Pasen vertellen we in de kerken een ánder verhaal. God laat ons niet aan ons lot over. Hij is mens geworden. Jezus deelde onze gebrokenheid en kwam naast ons staan in ons worstelen, twijfelen, strijden en lijden. Pasen toont de weg van overleven naar het volle leven. Als het geheimenis van Pasen ons één ding vertelt, is het wel dat de machten van chaos, het kwaad en de dood niet het laatste woord hebben. Het eerste en laatste woord is de liefde van God in Jezus die lééft.

De opstanding van Jezus opent die nieuwe weg met toekomst en houvast: namelijk de bewogenheid en liefde van God. In het licht van de opstanding komen we op adem.

De opstanding is ook een aansporing: om niet de moed te verliezen. Om op te blijven staan tegen onrecht. Om te leven met de hoop die op ons toekomt.

Gezegende Paasdagen!

Hongerklap

25 mrt

Je ziet ze zwoegen. Een kleurige lint stampend op de pedalen. Als de renners schuin omhoog kijken, kunnen ze in de verte de top al zien. Een flink aantal haarspeldbochten scheidt hen nog van de streep. Voor nu is het doorgaan. Ritme vinden. En moraal.

Een renner maakt zich los uit het peloton. Met een machtige demarrage pakt hij snel tientallen meters. Het peloton zet de achtervolging in, maar ze komen niet dichterbij. Nog een paar kilometer. Eeuwige roem.

Gerelateerde afbeelding

Maar dan lijkt het of de leider van de koers stil valt. Het soepele ritme gaat over in schokkend trappen. Rukkend aan zijn stuur probeert hij uit alle macht door te gaan. Hij hoort het snuiven van de achtervolgers. Ze passeren hem alsof hij stil staat.

De laatste kilometer is een ware martelgang. Op grote afstand komt hij over de streep. Hij kan nog amper op zijn benen staan. Weg klassement.

‘Wat gebeurde er’ vragen de journalisten. ‘Hongerklap’.

Topsporters weten hoe belangrijk voedsel is. Nou ja, daar hoef je natuurlijk geen sporter voor te zijn. Eten is leven. Broodnodig.

Maar dat geldt ook voor je levensweg. Wat heb je nodig om met tegenslagen om te gaan? Om ambities na te jagen? Om de dag maar weer gewoon te ontvangen. Welk ‘voedsel’ geeft je kracht en moed?

We kunnen als voedsel kiezen voor carrière, of voor zelfhandhaving. Maar als er niets onder of achter zit om op terug te vallen, zijn we kwetsbaar. We kunnen gevoed worden door angst of heimwee. Maar uiteindelijk verteert het onszelf.

Het wordt echter anders als liefde ons voedsel is. Liefde geeft leven. In de Bijbel lezen we dat de liefde alles met God te maken heeft. Tastbaar en zichtbaar geworden in Jezus. Wil je weten wie de God van de christenen is? Kijk naar Jezus.

In Johannes 6 legt Jezus uit dat hijzelf het brood is dat leven geeft. Het brood dat gebroken wordt. Als de menigte dat hoort, haken velen af. Een kleine groep blijft over. Bij deze Jezus vinden ze woorden die het leven openen. Horen ze woorden die hoop geven en richting wijzen. Woorden van Jezus waardoor ze deelgenoot worden van dat visioen van thuiskomen bij God.

Het is dat woord, dat herschept, bemoedigt en kracht geeft, dat tot op vandaag gehoord wordt en levens verandert. Tot op vandaag wordt het brood gebroken, tot voedsel voor velen.

 

 

Lopen over water

23 mrt

Hoe zou Petrus overboord zijn gestapt? Zou hij er voorzichtig uit de boot geklommen zijn – eerst een been over de rand en dan voorzichtig laten zakken? Of zou hij met een brede zwaai met een hand op de reling en met beide benen tegelijkertijd uit de boot zijn gesprongen?

Afbeeldingsresultaat voor petrus loopt op het water

Petrus kennende, zal hij vast met volle overgave het water zijn opgestapt. In een flits schieten de gebeurtenissen van de afgelopen nacht door zijn hoofd.

Ze waren die avond laat het meer van Galilea opgegaan. ‘Ga maar alvast’, had Jezus gezegd. ‘Ik kom later wel’. Dat gebeurde vaker. Jezus nam geregeld de tijd om de rust te zoeken. Om te bidden en af te stemmen op zijn Vader in de hemel.

De discipelen voeren het meer op. Maar de overtocht verliep niet zoals ze verwacht hadden. Er stak een stevige wind op en het schip begon te stampen en te slingeren. Wat een rustige oversteek had moeten worden, werd ploeteren en afzien. De golven beukten op het bootje. Zo worstelden de discipelen de hele nacht met de weersomstandigheden en met de zee.

Ze waren uitgeput. En bang, Doodsbang. De storm smeet het schip als een speelbal heen en weer. Zouden ze het er levend afbrengen?

In het midden van die wanhopige vermoeidheid, van de strijd tegen chaos en storm, van het steeds sterker wordend verlangen om op te geven, zien de discipelen ineens een schim. De golven zijn huizenhoog. Soms is er alleen dat water, zijn er alleen die golven, maar dan ineens zien ze het weer. Een schim die steeds dichterbij komt.

Het is teveel. De discipelen schreeuwen het uit. De paniek giert door hun lijf.

“Wees niet bang!”

Horen ze het goed? Is het dan toch Jezus die hen aanroept? In het hart van de storm die roep om niet bang te zijn – dat moet Jezus zijn! Petrus haast zich naar de achtersteven en roept: “Bent u het? Zeg me dat ik naar u toe moet komen?”

En zo gebeurt het dat Petrus diep ademhaalt en overboord stapt. Hij kijkt naar Jezus en trotseert dat water van woede, angst, dreiging en doodsheid. Hij kijkt in de ogen van Jezus en loopt door de hoop en de liefde over dat water.

Tot het moment dat hij de wind aan zijn kleren voelt trekken. Tot het moment dat hij de diepte van het water vreest. Waar is de grond onder zijn voeten? Wie denkt hij wel niet dat hij is? De zee sluit zich boven zijn hoofd.

Een hand grijpt hem vast en trekt hem in het licht. “Ik ben bij je. Altijd. Vergeet dat nooit. De liefde zal je dragen over de zee van angst en bitterheid”.

De zon kwam op en de wind ging liggen.