Archief | Bijbel RSS feed for this section

Zeven teksten voor een nieuwe week

3 Nov

Een leesrooster voor een nieuwe week. Of beter: een leesrooster voor een nieuwe kijk op je week.

IMG_20170809_201933

Zondag: je bent een gezegend mens!

Numeri 6, 22 De HEER zei tegen Mozes: 23 ‘Zeg tegen Aäron en zijn zonen dat zij de Israëlieten met deze woorden moeten zegenen:
24 “Moge de HEER u zegenen en u beschermen,
25 moge de HEER het licht van zijn gelaat over u doen schijnen en u genadig zijn,
26 moge de HEER u zijn gelaat toewenden en u vrede geven.”
27 Als zij mijn naam over het volk uitspreken, zal ik de Israëlieten zegenen.’ 

Elke zondag wordt aan het einde van een kerkdienst de zegen uitgesproken: een bemoediging om mee op weg te gaan, een kracht om ook voor anderen tot zegen te mogen zijn. De tweede zegenbede vind ik zelf erg mooi: dat God het licht van zijn gelaat over mij doet schijnen. Het spreekt van een troostende nabijheid. In het donker en duister van het leven schijnt Gods licht over ons. Het gelaat van God is zichtbaar geworden in Jezus Christus. Het licht dat gekomen is en de duisternis kon het niet grijpen. Een zegen voor elke dag!

Maandag: aan de slag

Psalm 19, 8 De wet van de HEER is volmaakt:
levenskracht voor de mens.
De richtlijn van de HEER is betrouwbaar:
wijsheid voor de eenvoudige.
9 De bevelen van de HEER zijn eenduidig:
vreugde voor het hart.
Het gebod van de HEER is helder:
licht voor de ogen.

Het is alweer maandag. De eerste dag van de werkweek. Misschien spring je uit je bed om aan je dagtaken te beginnen. Misschien moet je eerst eens diep zuchten en kost het je veel energie om de dag onder ogen te zien.
Maar hoe begin je de werkweek? Wat is nu een leidraad? Wat houd je op de been en geeft richting? Psalm 19 is een mooie psalm omdat daarin niet alleen God als schepper, maar ook de Bijbel als richtsnoer wordt bezongen. Het gebod van de Heer is helder: dat geeft licht: Heb God lief boven alles, en je naaste als jezelf. Zo mogen we de week beginnen. Met onze dagelijkse beslommeringen. Tot eer van God!

Dinsdag: vergeet je bestemming niet!

Efeze 2, 13 Maar nu bent u, die eens ver weg was, in Christus Jezus dichtbij gekomen, door zijn bloed. (…) 19 Zo bent u dus geen vreemdelingen of gasten meer, maar burgers, net als de heiligen, en huisgenoten van God, 20 gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, met Christus Jezus zelf als de hoeksteen. 21 Vanuit hem groeit het hele gebouw, steen voor steen, uit tot een tempel die gewijd is aan hem, de Heer, 22 in wie ook u samen opgebouwd wordt tot een plaats waar God woont door zijn Geest.

Deze tekst uit de brief van Paulus aan Efeze vertelt een heel verhaal, het laat het evangelie in een notendop zien. Ik was ver weg, ver weg van mijn bestemming, ver weg van wie ik ben. Ik probeerde mijn leven in mijn eentje te leven, los van God, los van Jezus. Maar het is juist deze Jezus Christus, die mens is geworden om het verlorene te zoeken, die als herder naar mij gezocht heeft en mij gevonden heeft. Het is deze herder die zijn leven heeft prijsgegeven om mij te redden. Die is gestorven – meer nog, die is opgestaan. Dat opent een nieuw perspectief. Deze redding geeft mij een volstrekt nieuwe kijk op het leven, een nieuwe identiteit. Niet langer een vreemdeling, niet langer een bijwoner, maar burger in Gods koninkrijk – sterker nog: huisgenoot van God! En zo mag ik hier bouwen aan de tempel waar God wil wonen. zo dichtbij komt God mij!

Woensdag: het is goed zo. Je hoeft niet sterk te zijn

2 Kor. 12, 9 maar de Heer zei: ‘Je hebt niet meer dan mijn genade nodig, want kracht wordt zichtbaar in zwakheid.’ Dus laat ik mij veel liever voorstaan op mijn zwakheid, zodat de kracht van Christus in mij zichtbaar wordt. 10 Omdat Christus mij kracht schenkt, schep ik vreugde in mijn zwakheid: in beledigingen, nood, vervolging en ellende. In mijn zwakheid ben ik sterk.

Het is een opvallende uitspraak van Paulus. Want wie wil er nu zwak zijn? Als je een beeld van jezelf schetst, dan wil je toch krachtig en sterk overkomen? Nu is het rare dat Paulus die ook voor deze keuze staat, daarin een andere benadering kiest. Hij zegt: als ik dan al iets over mezelf moet vertellen, dan zal ik vertellen over mijn zwakheid,
over datgene waarin ik tekort schiet. Zijn perspectief is niet zijn eigen inspanningen om zijn leven te dragen, maar Jezus Christus als dragende kracht onder zijn bestaan. God zegt: wat je echt nodig hebt, is Mijn genade. Je mag er zijn zoals je bent, met je strijd, met je pijn, met al je zwarigheden. Waar het hier om gaat dat we ons niet verliezen in concurrentie, niet elkaar de loef afsteken. Waar het hier ook om gaat is dat we onze zwakheden, onze moeiten bij God neerleggen. Dan kunnen we ook volop delen in Gods genade, het besef met je beperkingen in Gods hand te mogen leven.

Donderdag: je krijgt Gods kracht!

Efeze 3, 16 Moge hij vanuit zijn rijke luister uw innerlijke wezen kracht en sterkte schenken door zijn Geest, 17 zodat door uw geloof Christus kan gaan wonen in uw hart, en u geworteld en gegrondvest blijft in de liefde. 18 Dan zult u met alle heiligen de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte kunnen begrijpen, 19 ja de liefde van Christus kennen die alle kennis te boven gaat, opdat u zult volstromen met Gods volkomenheid. 

Wat kan er soms veel gezegd worden in één zin! Wat Paulus hier schrijft is bijna niet te bevatten. Het vraagt om stil worden, de tekst te lezen en te herlezen, en de dankbaarheid en vreugde voelen. God schenkt mij kracht en sterkte. Dat is de basis van mijn geloof, ondanks mijn aanvechtingen en twijfels. Mijn vragen en zoeken. Het is die kracht, die bemoediging, die de ruimte maakt dat Christus in mijn hart kan wonen: dan wil ik graag grote opruiming houden. Ik ga alle kamers van mijn hart bij langs, en gooi alles eruit dat niet past bij het ontvangen van Christus. Wat een prachtige bezigheid! Christus die woning komt maken – dat is pas een fundament onder mijn bestaan: gegrondvest en geworteld in de liefde. Mijn dag begint goed. Ja, wat wil ik graag meer kennen van de liefde van Christus!

Vrijdag: overwin het kwade door het goede

Rom. 12, 21 Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede.

Het is vrijdag. Straks is het tijd om lekker weekend te vieren. Hoe ga je dat doen? Hoe kijk je terug op de afgelopen week? Goed om terug te kijken met deze woorden uit de Romeinenbrief. Het is een tekst die mij persoonlijk geweldig aan. spreekt Het is een oproep om niet mee te gaan in de neerwaartse spiraal van het kwaad: bitterheid, haat en geweld. Het is een oproep om op een verrassende en ruimhartige manier medemensen tegemoet te treden, om de cirkel van geweld te doorbreken. Neem geen wraak.
Het is overigens niet zo dat de Bijbel onrecht maar de door vingers ziet. Zeker niet. In het vers hiervoor staat dat God wraak zal nemen. Het oordeel komt God toe en dat is in zichzelf troost. Het kwaad wordt benoemd en uitgebannen. Aan ons de opdracht ons leven niet te laten leiden door aangedaan kwaad, maar door de liefde van God in Jezus Christus.

Zaterdag: God is in je binnenste

Sefanja 3, 15 De HEER, de koning van Israël, is in je midden, je hebt geen kwaad meer te vrezen.
16 Op die dag zal men tegen Jeruzalem zeggen:
‘Wees niet bang, Sion! Laat de moed niet zinken!’
17 De HEER, je God, zal in je midden zijn, Hij is de held die je bevrijdt. 

Zaterdag. Een dag vol bezigheden. Sport, opruimen, boodschappen doen – Misschien heb je even tijd om ook na te denken over een diepe tekst, een profetie die je zal verrassen. Deze profetie van Sefanja (een van de zgn. kleine profeten) opent een prachtig perspectief in een beladen en bedreigende context. Israël is onder de voet gelopen, en wordt onderdrukt door vijanden. Het gevoel is dat God Israël in de steek heeft gelaten, dat er geen toekomst meer is. Maar dan klinken deze woorden: God is in je midden – eigenlijk staat het in het Hebreeuws (de eigenlijke taal) nog veel sterker: God is in je schoot, in je ingewanden. Met andere woorden: God komt bij je binnen, wil wonen in mij. Het is een mooie tekst om te lezen op weg naar Kerst. God komt naar de aarde om het verlorene te zoeken. Hij komt ons nabij, en bemoedigt en bekrachtigt ons.

Advertenties

Worstelend weerloos

30 Sep

Het is nacht. De stilte daalt in alle zwaarte neer over het kamp. Enkele vuren verlichten het kamp. Jacob kan de slaap niet vatten. In zijn hoofd stormt het. Hij voelt zich verloren, angstig. Hij kan geen kant meer op.

Kortgeleden nog, was hij weggegaan bij zijn oom Laban. Nou ja, weggegaan – het had meer iets van een vlucht. Halsoverkop had hij zijn spullen verzameld en zijn vrouwen en kinderen de opdracht gegeven om te vertrekken. Terug naar zijn geboortegrond. Hij krijgt buikpijn als hij daaraan denkt. Zijn geboortegrond, waar zijn broer Esau woont. Wat zou zijn broer doen als opeens Jacob voor zijn neus staat? Zou Esau nog kwaad zijn om de streek die hij geleverd heeft? Het boterde nooit echt tussen hen beiden – waarom is hij in vredesnaam aan deze reis begonnen?

De stem van God. Ergens was daar die stem van God. Iets van een onrust. Of juist van vrede. Een stem die hem in beweging zette. ‘Ga terug naar je geboortegrond. Ik zal je terzijde staan’.  Zo was het gegaan, maar God heeft makkelijk praten. Die heeft geen liegende oom en een boze broer. Daarom besloot Jacob zijn eigen plan te trekken en te vluchten. Gewoon voor de zekerheid.

Laban was hem achterna gekomen, had hem ingehaald. Verwijten gemaakt. Maar het liep goed af. Laban en zijn neef sloten elkaar in de armen. Echt vertrouwen deed Jacob het echter niet. Hij was blij dat het goed was gegaan, maar terug was geen optie. Hij moest verder.

Hoe verder hij ging, hoe dichter hij bij zijn geboortegrond kwam, hoe meer de angst hem in de greep kreeg. Zelfs een doorkijkje naar de hemel bracht geen verlossing. Jacob zag engelen van God op zijn weg – ‘Een leger van God’, riep hij uit. Maar de knagende onrust bleef.

Toen de boden die hij vooruit had gestuurd naar Esau, terugkwamen met het bericht dat Esau met vierhonderd man op weg was gegaan om Jacob te ontvangen, zonk de moed hem in de schoenen. Het angstzweet brak hem uit. Hij besloot zijn kamp in tweeën te splitsen in de hoop dat tenminste een deel zou kunnen ontkomen, als het op een gevecht zou uitlopen.

De confrontatie leek echter onvermijdelijk. Hij stuurde een groot deel van zijn kuddes richting Esau in de hoop hem vriendelijk te stemmen. Midden in de nacht bracht hij zijn vrouwen en kinderen naar de overkant van de rivier de Jabbok, maar zelf ging hij weer terug.

Wat bezielde hem om terug te gaan?

Jacob kijkt zoekend naar de verte, hopend op een uitweg. De dreiging van Esau beklemt hem, maar terug naar Laban ontneemt hem de adem.

Afbeeldingsresultaat voor rembrandt jacob wrestling with the angel

Opeens wordt Jacob aangevallen. Zomaar uit het niets. Jacob vecht voor zijn leven. Niet zo, zo mag zijn leven niet eindigen. Hij worstelt met die onbekende. Hij strijdt voor wat hij waard is. Hijgend rollen de mannen door het zand. In de onheilspellende stilte spant Jacob zijn spieren en probeert zijn tegenstander van zich af te houden.

De worsteling duurt voort. De ochtend wordt al voorzichtig aangekondigd door ontwakende vogels. De vreemdeling kan zich niet ontworstelen aan de greep van Jacob. Dan gebeurt er iets. De vreemdeling raakt de heup van Jacob aan, waardoor de heup ontwricht raakt. ‘Laat me gaan’, zegt de vreemdeling. ‘Ik laat u niet gaan’, antwoordt Jacob. ‘Tenzij u mij zegent’.

Tenzij u mij zegent. Met wie worstelde Jacob? Was het zijn verleden? Een riviergod? Een engel? God zelf? Misschien komt in de worsteling met je verleden, met krachten en machten die je soms klein proberen te houden God zelf wel aan het licht. Misschien vraagt het ontmoeten van God wel om die worsteling met je eigen angsten, met je eigen falen. Jacob was niet echt overtuigd dat God met hem mee optrok. Hij was sceptisch. Ondanks de stem die hij gehoord had. Ondanks de engelen op zijn pad. Pas in de nacht, in de eenzaamheid gebeurde er iets. Werd God tastbaar. Het veranderde zijn leven. Zijn naam, zijn trots. De worsteling liet hem niet onberoerd. Hij liep mank.

Wat gebeurde er in die nacht? Leidde de worsteling tot een verzoening? Een verzoening met zijn verleden? Met zijn falen en zijn schuld? Tot verzoening met God?

Hij krijgt de zegen. Gods licht, Gods vrede.

En het werd dag.

 

 

 

Vakantiemijmering 3

26 Aug

We hadden een huisje gehuurd in Bruchhausen, een klein plaatsje tussen Olsberg en Willingen. Het plaatsje is bekend om de Bruchhauser Steine, een razend interessant geologisch fenomeen.

IMG_20170807_193341

Op onze klim naar boven werd onze aandacht getrokken door een klein houten bordje met een pijl die schuin omhoog wees. ‘Ewige Quelle’ stond er op het bordje. We klauterden langs de steile helling omhoog en opeens zagen we de bron. Een klein stroompje, verscholen in het groen.

IMG_20170807_192927

Hier, hoog op de berg, bevindt zich een bron die almaar stroomt. Het stroompje wordt gaandeweg breder en dieper. Langs het stroompje bloeit en groeit van alles. Deze bron, die zo klein en onooglijk begint, is voor de helling en het dal een bron van leven.

Ik moest denken aan het visioen van Ezechiël, een profeet die in een moeilijke tijd woorden van God door moest geven. In een van zijn visioenen ziet hij een klein riviertje uit de tempel  in Jeruzalem stromen. Hij moet de rivier volgen en geregeld door de rivier waden. Al snel is de rivier echter zo breed en diep geworden dat Ezechiël er nier meer doorheen kan lopen. Hij gaat kopje onder.

Die rivier uit de tempel brengt leven. Langs de rivier groeien bomen die vruchten geven en genezing brengen. De rivier zelf is zo heilzaam dat de Dode Zee (die in dit beeld staat voor de dood, het kwaad, het donker) weer levend wordt.

Zo werkt het met Gods kracht. Met Gods Geest. Later zegt Jezus (in Johannes 7, 37) ‘rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in mij geloofd’. Dat is de kracht van het geloof die we mogen ontvangen. Misschien lijkt het handelen van God in ons leven klein en onbeduidend. Misschien lijken ons eigen geloof, onze eigen woorden en handelingen er niet toe te doen. Maar wat klein begint in het hart van wie gelooft, zal tot een stroom van levend water worden.

Onderschat nooit wat jouw gebaar van meeleven, jouw actie vanuit liefde uitwerkt in het leven van de ander.

 

Vakantiemijmering 2

23 Aug

Tijdens een van onze wandelingen in Duitsland passeerden we een pelgrimsweg. Het bordje over de ‘Lebenswege’ raakte mij.

God die in Jezus zijn solidariteit en betrokkenheid heeft getoond. In de diepte ben je niet aan je lot overgelaten. tot in de diepste duisternis is het Licht voor de wereld afgedaald. Op de bodem van ons bestaan laat God zich vinden – juist daar.

IMG_20170809_125549

Welk lijden gaat met je mee? Waar ben je bang voor? Welk verdriet heeft zich vastgezet in je hart? Welke last ligt er op je schouders?

Existentiële vragen. Het is een geschenk dat er ruimte wordt geboden voor deze levensvragen. In een schitterende omgeving, langs een helling die beproeft. In de stilte van de schoonheid.

Het is een geschenk dat deze vragen gesteld worden in de beschutting van het gedicht dat doet denken aan psalm 131.

‘Bei Gott bin ich

geborgen, still wie

ein Kind. Bei ihm ist

Trost und Heil. Ja

hin zu Gott verzehrt

sich meine Seele,

kehrt Frieden ein.’

De moeilijke vragen maken ruimte voor de verhalen. Die ruimte brengt Gods heil en troost aan het licht. Soms in de schoonheid van de schepping. Soms in de arm op de schouder, in het luisterend oor. Soms in het stille zuchten van de wind – aangeraakt door de Eeuwige.

Moge Gods vrede met je meegaan op je levenspad.

Vakantiemijmering

15 Aug

Tijdens een wandeling op weg naar de top van de Olsberg troffen we twee bankjes aan  in een bijzondere opstelling.

IMG_20170809_205522

Ze stonden daar in afwachting om op de juiste plek neergezet te worden, maar zoals ze stonden, deed het me denken aan een kerkzaal. De berghelling als de plek om te ontvangen, om de stilte tot je te nemen.

Misschien is dat wel het heilzame van vakantie. Tijd hebben om stil te staan. Tijd hebben om te luisteren naar de stilte. Om niet langer geleefd te worden door het ritme van wat moet. Om niet langer geleid te worden door te hooggegrepen ambities of te hooggespannen verwachtingen.

Tijd om stil te staan en om te luisteren brengt mijn leven weer binnen de juiste proporties. Zoals psalm 131 zegt: “Heer, niet trots is mijn hart, niet hoogmoedig mijn blik. Ik zoek niet wat te groot is voor mij en te hoog gegrepen. Nee, ik ben stil geworden, ik heb mijn ziel tot rust gebracht. Als een kind op de arm van zijn moeder, als een kind is mijn ziel in mij.”

Die rust, die ervoer ik op de berghelling. Het is goed zo.

 

Gebeden in de nacht

29 Jun

Waarom God, waarom? Mijn levenskracht stroomt weg. De hoop glipt me door de vingers. Ik weet niet hoe ik de moed moet vinden om vol te houden om door te gaan. Soms, God, lijkt het duister van de nacht tastbaar te worden. Ik roep tot U, ik roep met al mijn kracht – maar mijn keel is schor, mijn mond is droog. Ik ben bang, God, omdat ik vrees dat U mij verlaten hebt. Ik ben bang, omdat ik U zo nodig hebt, maar U zo ver bent. U hebt beloofd dat U niet alleen laat, dat U troont op de lofzangen van Israël – waar bent U dan? Ziet u mij?

U antwoordt mij – help mij U te horen. Amen.

Naar psalm 22.

 

++++++++++++++++

Uit de diepte, God, roep ik tot U. Er komt geen geluid over mijn lippen, maar in mijn binnenste schreeuw ik het uit. Het is te diep – mijn last is te zwaar. Het donker trekt aan me, trekt me naar beneden.

Ik word gekweld door schaamte. Ik ga gebukt onder schuld. Ik durf mijzelf niet onder ogen te zien en verstop mij in mijn duister. Ik kleed mij in de nacht, maar ik verlies mijzelf.

In de diepte, God, speur ik naar hoop. Met heel mijn hart verlang ik naar het ochtendgloren. Naar licht.

God, bij U is vergeving, bij U mag ik opnieuw beginnen. God van bevrijding – om uw vrede bid ik, om aanvaarding en rust. Dat ik in uw licht opnieuw mag beginnen. Amen

Naar psalm 130

 

+++++++++++++++

Ik ben U kwijt God. Wat er met mij gebeurt, wat er om mij heen gebeurt, kan ik niet rijmen met uw Naam. Het breekt me bij mijn handen af. Mensen om mij heen vertellen dat U een God van dichtbij bent. Mensen om mij heen roemen uw trouw. Maar God, ik zie het niet. Ik zie U niet. De ellende ontneemt me de adem. En U God, U slaapt.

Wordt toch wakker. Bekommer U toch om mij. God – omwille van uw Naam! Amen

Naar psalm 44

 

 

 

Vijf lessen van Zacheüs

14 Mrt

Laat ik eerlijk zijn. Zacheüs lijkt niet direct de meest inspirerende of sympathieke persoonlijkheid uit de Bijbel. Hij werkte voor de Romeinse bezetter en verdiende daar goed aan. Hij inde voor hen de belastingen, maar had er geen enkele moeite mee om een flink bedrag in zijn eigen zak te steken. Logisch dat iedereen in Jericho liever met een boog om Zacheüs heen liep. Achter zijn rug om werden er vast veel grappen over hem gemaakt. Hij was namelijk nogal klein van stuk. En daar kwam bij dat de Joodse leiders een scherpe oordeel hadden over dat soort mensen.

Afbeeldingsresultaat voor boom israel

Nee, in Jericho waren ze hem liever kwijt dan rijk. Als Jezus echter door Jericho heen trekt, ziet Hij hem wél zitten. Sterker nog, Jezus roept hem bij zijn naam. ‘Zacheüs – vandaag wil ik bij jou langs komen!’ Zou Zacheüs Hem durven toelaten in zijn levenshuis?

Misschien voelt niemand zich verwant met Zacheüs, maar ik denk dat we allemaal een beetje op hem lijken. We kunnen deze vijf lessen leren van dit Bijbelverhaal:

1. Verstoppen is menselijk … 

Het lukt Zacheüs niet om in de buurt van Jezus te komen. Hij is te klein en de mensen hebben geen zin om voor hem opzij te gaan. Om toch een glimp van Jezus op te vangen, verstopt hij zich in een boom. Niemand die hem ziet, niemand die hem mag zien.

Ergens is dat herkenbaar. Misschien heb je, net als Zacheüs, geen schone lei. Je hebt dingen gedaan waar je je voor schaamt. Het gaat met je mee als een geheim. Wat kun je anders doen dan je verstoppen – in ieder geval figuurlijk? Voordat iemand er achter komt wie je echt bent.

Misschien zijn jou dingen aangedaan en draag je de breuken en butsen van het leven met je mee. Wat kun je je kwetsbaar en klein voelen. Je hebt geleerd om een muur om je hart heen te bouwen en maskers te dragen. Stel dat iemand ziet hoe je je echt van binnen voelt?

In die boom van Zacheüs is het druk. We verstoppen ons – helemaal of een deel van ons binnenste. Bang om ons te laten zien, bang wat anderen van ons vinden.

2. In de boom blijf ik de veilige toeschouwer …  

Zacheüs is in de boom geklommen, omdat hij het verlangen voelde om Jezus te zien. Maar omdat hij zich schuldig voelt of zich schaamt, blijft hij op afstand. Ergens wil hij kennis maken met die wonderlijke Jezus. Er doen allerlei verhalen de ronde: mensen die genezen zijn. Mensen die weer op de been zijn geholpen. Mensen die toekomst hebben ervaren. Mensen van wie de zonden zijn vergeven.

Zou Zacheüs daar misschien naar verlangen? Om gezien te worden. Als mens. Om een nieuwe kans te krijgen? Hij blijft echter op veilige afstand. Een toeschouwer. Geen deelnemer.

Zoals het kind op het schoolplein verlangend naar de andere kinderen kijkt en zo graag mee zou doen. Maar het maakt zich klein bij het hek en wacht.

3. Jezus ziet je zitten en roept je bij je naam

Het evangelie gebeurt in de ontmoeting tussen Jezus en Zacheüs. Hij zit daar verstopt, probeert op veilige afstand te blijven, maar Jezus ziet hem zitten. Hij roept Zacheüs. Hij roept niet: ‘He, tollenaar’.  Hij roept niet: ‘He, slachtoffer’ of ‘Chronisch zieke ‘ of ‘Buitenlander’ of  … Hij roept je bij je naam. Jezus doorbreekt patronen. Hij ziet niet de daden, de kwetsbaarheid of de tekorten, maar de mens. Jou.

Erkenning van wie je bent. Erkenning van je levensverhaal. Al aan het begin van de Bijbel, in Genesis 3, klinkt de roepende God: ‘Mens, waar ben je?’ We worden bij onze naam geroepen en aan het licht gebracht.

Zijn roep gaat gepaard met een spannende vraag: ‘Kan ik bij jou verblijven’. Ben je bereid jouw levenshuis voor Jezus te openen en Hem binnen te nodigen?

4. Het vraagt moed om Jezus te ontvangen

Wat moet het een spannend moment zijn geweest voor Zacheüs. Het moment dat Jezus stopte, omhoog keek en hem bij name riep. Zie je al die mensen kijken? Zie je hoe ze hun mening al klaar hebben? ‘Die Zacheüs, in een boom?!’ Zou Zacheüs niet een eerste neiging hebben gehad om nog verder weg te duiken?

Hij klimt echter uit de boom, en neemt Jezus mee naar zijn huis. Voel je de opluchting van Zacheüs? Merk je hoe genezend het is dat Jezus hem erkenning geeft, hem ziet en bij name noemt?

Het is die genezende aanwezigheid van Jezus waardoor Zacheüs helemaal verandert. Bekering. Totale ommekeer. De ontmoeting met Jezus maakt van Zacheüs een ander mens. Hij gaat iedereen die geleden heeft onder zijn dwingende manier van belasting innen compenseren.

Wat verandert er bij jou, als Jezus in jouw levenshuis mag verblijven?

5. Schort je oordeel op 

Tot slot is dit Bijbelverhaal een les aan Jericho, een les aan mij als omstander. Hoe snel heb ik mijn mening niet klaar? Hoe snel spreek ik niet over anderen? Hoe snel oordelen we niet over elkaar.

Voor je het weet, is de ander niet meer dan jouw oordeel. Wordt h/zij klein gemaakt door wat de buurt, de groep, de kerk van hem/haar vindt.

Jezus geeft ons een les. Iemand valt niet samen met zijn daden, met zijn beperkingen, met zijn kwetsbaarheid. Zie de mens.

Die erkenning geeft de ander de ruimte om te keren. Als gemeenschap kunnen we de oorzaak zijn dat mensen zich wel moeten verstoppen, omdat wij ze niet willen zien en niet willen erkennen. We kunnen echter ook Gods licht doorgeven door die ander bij zijn naam te noemen en aan het licht te brengen.