Archief | Bijbel RSS feed for this section

Wat zal de Biesbosch zeggen?

7 feb

Het is een roerige en onrustige tijd. Politiek is er veel in beweging, maar de verschuivingen in macht brengen alleen maar meer zorgen en meer instabiliteit. Grote groepen vluchtelingen uit de regio zoeken een veilig heenkomen. De spanningen lopen daardoor alleen maar op. Een groep lijkt geen last te hebben van deze zorgen en spanningen. Deze groep weet munt te slaan uit de omstandigheden. Ze profiteren volop en ervaren een zekere welvaart. De ‘gewone man’ heeft het nakijken. Het is ploeteren tegen de klippen op. Het is aanmodderen met alle onzekerheid en machteloosheid.

Dit zou zomaar over vandaag kunnen gaan. Maar we bevinden ons in Jeruzalem, 700 v Chr. (Overigens heb je gelijk, die onrust en het onrecht, is dat niet van alle tijden en alle plaatsen?) Jeruzalem wordt bedreigd door Assyrië en Egypte. Hoe blijf je als klein land overeind? En hoe blijf je staande als mens als al die machten en krachten langs en over je heen razen. Ben je niet gewoon een speelbal op de golven?

Micha, een profeet van de God van Israël, neemt geen blad voor de mond. Scherp en krachtig stelt bij wantoestanden aan de kaak. Het gesjoemel met regels voor zelfverrijking. Corruptie. Discriminatie. Dat kan en mag niet bestaan voor Gods aangezicht. Maar Micha gaat nog een stap verder. Door wiens schuld zit Israël in deze onrustige tijd? Hoe gemakkelijk wijs je niet naar de ander. Naar God. Naar de elite. Naar buitenlanders. Naar de kerk. Micha gaat niet zomaar mee met dit wijzen. Nee, hij vertelt van een rechtszaak tussen God en het volk. Iedereen wordt uitgenodigd naar zijn of haar rol te kijken.

God daagt Israël. Het is een verrassend en pijnlijk rechtsgeding. God zegt: Wat heb ik je misdaan? Daar klinkt Gods gekwetstheid en pijn in door. Het zet mij aan het denken: God verbindt zich met mij. Op leven en dood. Die verbondenheid maakt mij tot op een diep existentieel niveau verantwoordelijk. Waar het om gaat, is om het doen van gerechtigheid. Dát is hier de kern. Die gerechtigheid laat zich niet afkopen door gebeden, offers of een vroom leven. Nee, het gaat om onszelf. Pas dan zullen we zicht krijgen op de crisis waarin we ons bevinden.

De weg uit de crisis is het handelen naar Gods wil, stelt Micha. Dan opent het goede leven zich en dat geeft houvast in goede en in kwade dagen. Wat God wil? Recht doen, trouw en betrouwbaar zijn en de weg van de HEER gaan. Het komt aan op het wandelen met God.

Terug naar vandaag. Naar deze zondag voor het werelddiaconaat op 7 februari. In veel kerken zal gecollecteerd worden voor het project van Kerk in Actie in Bangladesh. De klimaatveranderingen hebben grote invloed op de delta in Bangladesh. Er zijn in toenemende mate overstromingen door wervelstormen. Er worden manieren gezocht voor een klimaatbestendige landbouw voor de boeren die in de kuststreek leven.

Maar dit kan nooit ons hele antwoord zijn. We hebben in het Westen een belangrijk aandeel in de klimaatveranderingen. Kunnen we onze schuld afkopen door deze collecte? Zullen we niet beter in de spiegel moeten kijken? Waar hebben wij in onze eigen leven mogelijkheden om op een andere manier te gaan leven?

In Micha 6 staat een opmerkelijke zin: de heuvels en bergen zijn getuigen die door God worden opgeroepen. In Bijbels opzicht is dit minder opmerkelijk dan het lijkt. De aarde is door God geschapen en dat is niet voor niets. Er is een grootse liturgie op aarde. Heuvels verheffen hun stem. Rivieren klappen in de hand. De maan en de sterren zingen van het werk van God. Met andere woorden: de hele wereld is een icoon van God. In de schepping komt God aan het licht. Wat doet mijn handelen met het loflied van de schepping?

Laten we ons oefenen om te wandelen op Gods weg: met eerbied voor de schepping, met respect en liefde voor onze medemensen, in verbondenheid met God die ons weer op de benen zet en doet opstaan. Zijn genade en liefde in Jezus Christus als dragende grond.

Kan de schepping God alle eer geven of sta ik dit loflied in de weg? Wat gebeurt er als God de Biesbosch en de polders oproept als getuigen?

Zijn Naam moet eeuwig eer ontvangen

18 okt

De eredienst van vandaag (18 oktober 2020) wordt gekleurd door het einde van een stuk geschiedenis van onze gemeente. Zeventig jaar geleden werd het Gereformeerd Kerkkoor opgericht. Vandaag markeren we dat het koor dit jaar zichzelf heeft opgeheven. Het was de laatste jaren al lastiger geworden, maar de coronatijd gaf het laatste zetje.

Betekent het dat het een verdrietige en sombere viering wordt? Er mag ruimte zijn voor verdriet om wat verloren is gegaan. Tegelijkertijd is er in deze viering juist ook aandacht voor de vreugde en de troost die het koor heeft geschonken in de liederen die het zong. Het is waardevol en goed om de warme herinneringen te bewaren aan de repetities en de uitvoeringen. Aan de onderlinge verbondenheid. Aan de vreugde om in het zingen Gods Naam groot te maken.

Want uiteindelijk was dat het doel van het Gereformeerd kerkkoor. Het prijzen van de naam van de allerhoogste God. Bij de oprichting was het de tekst uit psalm 72,11 dat aan het koor verbonden werd: ‘Uw Naam moet eeuwig eer ontvangen’.

Die tekst roept in deze tijd ook vragen op. Hoe kunnen we in deze coronatijd de lofzang gaande houden? Het niet mogen zingen raakt voor veel kerkgangers het hart van de geloofsbeleving. Uw Naam moet eeuwig eer ontvangen – maar hoe dan toch? Op die vraag kom ik straks terug.

Maar eerst moet ik ingaan op een andere vraag. De slogan van het koor komt uit psalm 72. Vandaar dat deze psalm vandaag gelezen is en de uitleg en verkondiging over deze psalm gaat. Psalm 72 is een zogenaamde koningspsalm. De koning wordt toegezongen en er wordt voor hem gebeden. Heeft zo’n psalm ons in deze tijd nog iets te vertellen? De eerste associatie met koning is voor mij toch koning Willem Alexander. En zijn onderbroken vakantie. Daarover valt veel te vertellen, maar dat moet een andere keer. Maar de eerste vraag is dus: wat heeft een psalm over de koning ons nog te zeggen?

Toch is het nadenken over ‘koning’ spannender en aansprekender dan het in eerste instantie lijkt. Vergeet Willem Alexander en stel jezelf de vraag: wie of wat maakt de dienst uit in mijn leven? Op grond waarvan maak ik mijn keuzes? Misschien denk je: rare vraag. Dat ben ik toch gewoon zelf?

Laten we even teruggaan naar het oude Israël. Als de ‘gewone Israëliet’ van één ding doordrongen was, was het wel dat het leven niet maakbaar is. Laat staan dat je de regie hebt over je eigen leven. Voor vrede, veiligheid, inkomen, recht, geborgenheid en beschutting was de gewone Israëliet afhankelijk van de koning. Trof de gewone man of vrouw een koning die uit was op het vergroten van eigen macht en ego, dan kon het land zomaar meegesleurd worden in een oorlog. Trof het een koning die onverschillig was over invallen van vijandelijke bendes, dan leefden de Israëlieten in de grensstreek voortdurend in onzekerheid en angst. Trof het een koning die het recht aan zijn laars lapte en vooral luisterde naar de mensen met het meeste geld, dan kon je als gewone Israëliet misbruikt en uitgebuit worden. En nergens kon je dit aan de orde stellen. De manier waarop de koning zijn rol en taak invulde was dus van levensbelang voor de Israëlieten.

Maar er is nog iets meer over te vertellen. Volgens het Oude of Eerste Testament was de koning nooit zomaar een koning. De koning was een afspiegeling van de God van Israël, van Jahwe zelf. De koning liet dus als het ware zien wie God is. Dát horen we terug in de lofzang op de koning: het gaat over recht en gerechtigheid, het gaat over het neerslaan van wie macht misbruikt en anderen onderdrukt.

De goede koning zorgt ervoor dat een ieder tot zijn recht komt. Juist de meest verachte en vernederde mens wordt door de koning gezien en weer op de been geholpen. De lofzang van deze psalm gaat niet alleen over de koning van Israël, maar over God zelf als Heer en Koning over het leven.

Wie of wat maakt de dienst uit in jouw leven? Ik spreek mensen die geleefd worden door een stemmetje in hun hoofd dat zegt dat ze niets voorstellen. Ik ken mensen die geleefd worden door de angst dat een ander meer heeft dan zij. Ik ken mensen die geleefd worden door de gedachte dat zij zelf de regie hebben over hun eigen leven en dat zij zelf de architect zijn van hun levensverhaal. Tot het noodlot toeslaat.

Wie of wat maakt de dienst uit in jouw leven nu de wereld opnieuw tot stilstand komt? Als onzekerheid en angst de huiskamer binnensluipen? Als de zekerheid van werk op het spel staat? Als er teveel tijd is om te malen?

Israëls antwoord is: God is Koning. En de Bijbel vertelt het verhaal verder. Degene die tot in het diepste diepte heeft laten zien wat dat koningschap inhoudt, is Jezus Christus. Dat koningschap van God in Jezus heeft alles te maken met je durven verbinden aan wie niets meer te geven heeft. Aan wie de hoop verloren is. Aan wie kwetsbaar en gekwetst is. Deze koning legt zijn kroon af en krijgt een doornenkroon. Deze koning legt zijn gode gelijk zijn af en wast zijn leerlingen de voeten. Dat is ook het beeld dat doorschemert in psalm 72: een koning die de gebutste en gekwetste mens ziet. Een koning die recht doet, ook of beter: juist aan de arme.

Deze koning maakt het verschil. Deze koning geeft troost en biedt geborgenheid. Deze koning vraagt toegang tot ons hart.

Dat is nog zo’n lastige Joodse gedachte. Wij denken bij ‘hart’ aan emotie en gevoel. In de Joodse traditie staat het hart voor ons oriëntatiecentrum. In het hart worden onze keuzes gemaakt en onze beslissingen genomen. Het hart is ons moreel kompas. ‘God in je hart’ betekent dus dat deze God, die recht doet aan wie arm is, die strijdt tegen onrecht, die pesters haat, die de minste wil zijn en die vergeving is, jouw keuzes en beslissingen bepaalt.

God aanvaarden als jouw koning, God toelaten in je hart is een waagstuk. Het maakt je een ánder mens. Een nieuw mens, zegt de Bijbel. Je perspectief gaat verschuiven. Je bent vanaf dat moment allereerst en vooral burger van het Koninkrijk van God. Dat Rijk van God is niet de hemel straks. Het is de hemel op aarde – en dat Koninkrijk is gekomen met het sterven en opstaan van Jezus Christus. Het Koninkrijk is onder ons. In onze gebaren van liefde, mededogen en solidariteit komt het Rijk aan het licht.

Wat je omstandigheden ook zijn, hoe de stormen in ons leven kunnen woeden, hoe de corona ook onze toekomst onzeker en angstig maakt, het is God zelf in Jezus Christus die uiteindelijk ons leven bepaalt. In Hem hervinden we hoop en troost, zichtbaar in onze medeburgers van het Rijk van God. Zichtbaar in de bewogenheid en het mededogen van mensen om ons heen. Zo, en alleen zo, wordt Zijn Naam gespeld.

Die Naam – Ik ben – biedt troost, biedt geborgenheid en beschutting. die Naam biedt richting en houvast. Die Naam is onze hoop – in die Naam vinden we de moed om op te staan, te volharden en te strijden voor recht en gerechtigheid. die Naam moet eeuwig eer ontvangen. Daarom zingen we, daarom heffen we de lofzang aan.

Dat brengt me bij de tweede vraag. Hoe kunnen we Gods Naam prijzen nu de lofzang is verstomd? Het koor is opgeheven. En in de kerken zwijgt de gemeente. Drie antwoorden. Een gemeentelid uit een van mijn vorige gemeenten had veel meegemaakt. Ze had moeite met de kerkgang, en sprak zelden over het geloof. Te ingewikkeld. Maar elke maandag, als ze de ramen lapte en de strijk deed, zong ze uit volle borst en met de tranen over haar wangen psalmen en gezangen. Thuis kan de lofzang doorgaan. Het tweede antwoord is dat het prijzen van Gods Naam in deze tijd misschien nog meer dan anders, niet zozeer gevonden wordt in de massaal aangeheven lofzang, maar in de zorg voor de eenzame buurvrouw of buurman. We prijzen God door onze handelingen, ons spreken, ons luisteren en ons bidden.

Het derde antwoord vind ik in Openbaring waar we lezen dat de vier wezens voor Gods troon een loflied aanheffen. Dag en nacht zingen ze: heilig, heilig, heilig. Als hier op aarde door moeite en verdriet ons zicht belemmerd is, ons hart zwaar is geworden en ons hoofd moe, weet dan dat in de hemel het loflied al is aangeheven.

Waarom? Omdat Jezus in het evangelie van Johannes zegt: houd moed, Ik heb de wereld overwonnen.

Moge dat tot troost en zegen zijn.

Vragen om over door te praten:

  1. Wie of wat drijft jou, inspireert je of – negatiever geformuleerd – maakt de dienst uit in je leven?
  2. Wat roept het woord ‘koning’ bij je op? En wat roept de zin: ‘God is mijn koning’ bij je op?
  3. Wat neem je mee van de uitleg van het Joodse denken over het koningschap als afspiegeling van God zelf? Is dat helpend voor je geloofsleven?
  4. Waar zie jij iets van Gods koninkrijk? Waar bouw jij op dit moment mee aan het Rijk van God?

Gebed

God van Licht en leven, God van óns leven, we danken U dat U ons hele leven in uw liefde heeft omvat. We danken U dat U in ons leven regeert en wij zo ook burgers van uw Koninkrijk mogen zijn. We bidden U dat ons verlangen meer en meer groeit om Jezus toe te laten als Heer van ons leven. We bidden U dat ons verlangen mag groeien om onderdeel te zijn van uw Koninkrijk in ons doen en laten, in ons spreken en luisteren, in ons bidden en zegenen. We bidden U dat wij tot zegen mogen zijn, in de naam van Jezus, Amen

Om lekker luidop mee te zingen

In eenvoud en met vreugde

4 jul

Een van onze gemeenteleden stuurde een berichtje door over hun kleinkind, Lotje. Vijf jaar is ze. Lotje lijdt aan een ingrijpende ziekte waardoor zo onder andere aangewezen is op sondevoeding. Ze is erg vatbaar en vaak ziek. Desondanks is ze vrolijk en dapper, maar ook zo kwetsbaar. De ouders waren erg bezorgd toen het coronavirus Nederland bereikte. Wat zou dit voor Lotje betekenen? Wat als zij ziek zou worden?

Er gebeurde echter een wonder. Lotje werd ziek. Corona? Misschien. Maar ze herstelde op een ongekende manier. Ze had weer energie. Ze eet met smaak en heeft geen sondevoeding meer nodig. Als je ziek bent of als geliefden ziek zijn, dan ga je anders tegen het leven aankijken. Dan leer je het kleine, het gewone waarderen. Wat is eigenlijk gewoon?

Stilgezet

De intelligente lockdown zette het leven stil – en op zijn kop. Voor velen was het een hevige en intensieve tijd, die voorlopig nog zal doorwerken. Maar er is ook een andere kant: toen de wereld en ons leven werd stil gezet, was het niet alleen maar kommer en kwel. Zo hoorde ik verhalen over tijd en aandacht voor het gezin. Dat het jachtige, het moeten, het almaar hollen tot stilstand kwam – daar knapten veel mensen van op. Wat werd er veel gedeeld: aandacht, tijd, kaarten, telefoontjes. Er was omzien, meeleven en zorg voor elkaar. Het was een verademing om tot de kern te kunnen komen.

Ook de aarde kwam weer op een beetje op adem. Geen luchtverkeer. Zovele minder woon – werk verkeer. Het nodigt uit om na te denken wat we mee kunnen nemen naar de post-corona tijd. Gaan we zo snel mogelijk weer terug naar hoe het was? Naar al het rennen, naar alle vliegvakanties? Zouden we een beetje eenvoudiger kunnen leven?

De kern van gemeente-zijn: de maaltijd

Daar moest ik aan denken toen ik deze tekst uit Handelingen las. “De volgelingen van Jezus gebruikten hun maaltijden in een geest vol eenvoud en vol vreugde.” Misschien is dat wel de kern van gemeente-zijn: samen aan tafel. In ieder geval zal Lucas, de auteur van Handelingen het zo zien. De maaltijden in de Bijbel waar Jezus aanschuift, vertellen de kern van het Evangelie.

Natuurlijk, over kerk-zijn valt meer te vertellen: het leren, het bidden, het in de gunst staan bij het hele volk. Maar die tafel. Die staat in het midden.

Het breken van het brood

Ze braken het brood. Dat is niet alleen een term voor samen eten, maar het verwijst ook naar het Avondmaal. In de begintijd van het christendom liggen deze beide betekenissen dicht tegen elkaar aan. Die eerste maaltijden werden ‘agapè-maaltijden’ genoemd. Maaltijden waarin de liefde voor en betrokkenheid op elkaar zichtbaar werd: de eerste christenen deelden het goede leven met elkaar. In die context kreeg de gedachtenis aan het lijden, sterven en opstaan van Jezus betekenis.

Wat opvalt, is dat die maaltijd (met blijdschap en eenvoud) genoemd wordt, ná de viering van het breken van het brood, de Avondmaalsviering, en vóór de lofzegging. Dat gewone eten samen staat daartussen, het wordt in één adem genoemd. Blijkbaar was er toen geen kloof tussen het vieren van het Avondmaal en het gebruiken van de gewone maaltijd. Er was geen kloof tussen zondag en de rest van de week. Het christen-zijn omvatte alles, zowel het bijzondere als het gewone.

Hoe deden zij dat? Hoe overbrugden zij die kloof?

Eenvoud en vreugde

Wat is die eenvoud waar Lucas het over heeft? Heeft dat iets te maken met simpel zijn, argeloos, onnozel? Nee, Bijbelse eenvoud is iets anders. Het is het weten, dat één ding nodig is. Het is het leven vanuit één middelpunt, gerichtheid op de ene God, die we hebben leren kennen in Jezus Christus.

Het is het leven in verbondenheid met de ene Heer. Het is het leven in relatie tot Jezus, de goede Herder.

Dat lukt niet altijd. Wij zijn van nature vaak bepaald door onze stemmingen, onze driften, onze pijnen, onze moeheid, al die grote en kleine dingen die ons afleiden, energie kosten. We leven in leven met zoveel rollen, met zoveel maskers, met zoveel muren en vakjes. Wat kan de drukte ons in beslag nemen.

En toch, als de Heer ons leven en ons hart binnenkomt, verandert de spil, de kern. Als Jezus ons leven binnenkomt, draait ons leven niet meer rennen, drukte, rijkdom, macht of wat dan ook –

Als Jezus ons leven binnenkomt, dan vinden we rust en vrede. Dan mogen we de maskers afdoen en komen we thuis. Aan tafel. Eenvoud betekent hier zoiets als: ongedeeld, uit één stuk, niet versnipperd. Het maakt nogal verschil of je eet met iemand. Die een heel deel van zijn/haar hart afschermt. Zich niet laat kennen, misschien wel een oordeel heeft over van alles en nog wat. Dat is niet ‘eenvoudig’, dat is knap ingewikkeld. Lukas ziet daar in Jeruzalem mensen aan tafel die hun oordeel, hun reserves, hun bedenkingen afleggen omdat er iets veel sterkers is dat hen verbindt. De liefde van Christus, de band door de Heilige Geest.

Die terugkeer tot ware eenvoud, tot het niet langer verscheurd leven maakt ons blij. En omgekeerd kan de blijdschap van het evangelie ons in staat stellen om met eenvoud te leven. Blijdschap en eenvoud veronderstellen en bevorderen elkaar.

Over grenzen heen

Aan tafel is plaats voor iedereen. Dat is hét kenmerk van de tafelgemeenschap aan het begin van het christendom. Die gemeenschap overstijgt verschillen en grenzen. De tafelgemeenschap bestaat uit vrijen en slaven, uit vrouwen en mannen, uit kinderen en volwassen, uit joden en heidenen.

We breken het brood en worden herinnerd aan de eenvoud van het leven. In dat licht mogen we opstaan en léven.

Gespreksvragen

  1. Hoe heb jij de afgelopen maanden beleefd? Heeft de coronatijd je ook iets gebracht?
  2. Wat is voor jou de kern van je leven?
  3. Wat betekent het vieren van het Avondmaal voor jou?
  4. Ervaar je jouw leven als gecompliceerd of herken je de eenvoud waar Lucas over spreekt? Waar ligt jouw verlangen als het gaat over eenvoud?

Gebed

Hemelse Vader, God van licht, we bidden U om de vreugde van het geloof. We bidden U om een leven in eenvoud: dat wij weet hebben van de kern van ons bestaan. Dat het ons rust en vrede geeft om te weten dat ons leven zijn vervulling en bestemming vindt in U.

Geef ons rust waar we vermoeid en belast zijn geraakt. Help ons waar we delen van ons bestaan afschermen voor anderen, voor onszelf of voor u, opdat we mens uit één stuk mogen worden.

We bidden om uw zegen over het breken van het brood, over onze maaltijden. Zegen ons met vreugde en eenvoud, in de naam van Jezus, amen.

Om te zingen:

Gewenst en geliefd

14 jun

Vorige week kreeg ik een brief van een verontruste moeder in Sliedrecht. Zij vertelde dat een van haar kinderen met regelmaat te maken krijgt met racisme vanwege haar huidskleur. Het zijn met name (christelijke) kinderen en jongeren die het leven van haar dochter zo zuur maken.

Geen geïsoleerd probleem

Dit staat niet op zichzelf. Het televisieprogramma ‘Ook hier’ laat op indringende wijze zien hoe de racistische bejegening tot in de haarvaten van onze samenleving zit. In onze taal, in onze grappen, in onze tradities, in ons kijken, in ons zwijgen. “Ik denk niet dat die mensen racistisch zijn. Ze zijn vooral onwetend. Ze hebben geen idee wat hun woorden uitwerken”, merkt een van de geïnterviewden in de documentaire op. Tegelijkertijd doen die bejegening, de woorden en het kijken pijn. “Ja, ik ben boos en teleurgesteld als dat gebeurt. En ik moet vechten om niet bitter te worden en te gaan haten.”

De wereldwijde protesten na de dood van George Floyd laten zien dat racisme geen geïsoleerd probleem is van een enkeling die over de schreef gaat. Nee, er is iets goed mis met hoe we met elkaar omgaan. Discriminatie betekent onderscheid maken: je verheft jezelf boven die ander. Er is een ‘wij’ en een ‘zij’. Die ‘zij’ vormt een bedreiging. Discriminatie ontmenselijkt. Grapjes en woorden zijn niet onschuldig. Dragen de grapjes bij aan het klimaat waarin anderen de adem wordt ontnomen? Hebben wij onze knie in de nek gezet van vrouwen, mensen met een andere huidskleur, lhtbi-ers, Joden, Moslims – in de nek van die ander? Om haar, om hem klein te maken en klein te houden?

Misschien niet door de woorden die ik spreek. Maar misschien wel door mijn zwijgen. Daarom mogen we niet zwijgen als we getuige worden of zijn van onrecht.

Niet langer slaven…

We lezen zondag 14 juni 2020 Romeinen 8, 12-17, met als kernvers: “U hebt de Geest niet ontvangen om opnieuw als slaven in angst te leven, u hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn, en om hem te kunnen aanroepen met ‘Abba, Vader’.”

Het is een tekst die haakt, juist in deze tijd waarin ook veel aandacht uitgaat naar het slavernijverleden van Nederland.

Misschien is het goed om eerst iets over de achtergrond van de tekst te vertellen. Paulus vertelt in de brief aan de Romeinen over de staat van de mensheid. We leven met een schuld, met een onvermogen waardoor we onze bestemming uit het oog verliezen en ons doel missen. We hebben te maken met een krachtenveld en met machten die ons naar beneden halen en het goede leven onmogelijk maken.

We zijn gaan geloven dat we koste wat het kost onszelf moeten handhaven. We zijn gaan geloven dat de ander een bedreiging vormt. Ons leven is gericht geraakt op prestatie en macht. Dat is wat Paulus in de Romeinenbrief onder ‘eigen wil’ of ‘natuur’ schaart. Die weg loopt dood. Dat is geen straf, maar een consequentie van die weg.

Maar Paulus vertelt ook van de ongedachte redding door Jezus, de Messias. Die redding heeft een nieuwe weg geopend: de heilige Geest wil in ons wonen. Zo hebben we toegang tot het volle leven.

In de woorden van Paulus komen allerlei verhalen en gedachten uit het Oude Testament mee. Daar lezen we hoe God Israël uit Egypte, uit het land van de slavernij heeft gered om naar het Beloofde Land te gaan. God ging mee op die tocht door de woestijn: zijn nabijheid was zichtbaar in een wolkkolom.

Tijdens die reis waren er geregeld momenten dat het volk Israël terug verlangde naar Egypte. De weg van de vrijheid is soms een zware gang die om volharding vraagt.

Deze context klinkt mee in Romeinen 8. Ook in ons leven kan het woestijntijd zijn. Een tijd waarin we belaagd worden en er aan ons getrokken wordt – zijn we niet beter af als we ons overgeven aan de machten en de krachten die in ons huizen? Maar zoals in de tijd van Israël God zichtbaar was in die wolkkolom, zo is de heilige Geest in ons de persoonlijke aanwezigheid van de levende God.

Nieuwe identiteit

Door de heilige Geest vinden we onze nieuwe identiteit. Het betekent allereerst dat we moeten volharden en volhouden om te strijden tegen wat ons neerhaalt en wegtrekt van onze bestemming. Bij het dragen van Christus’ naam hoort ook levensheiliging. Ik kom daar zo op terug.

Het tweede is dat de heilige Geest ons ‘Abba, Vader’ leert zeggen. We mogen geloven dat we aangenomen zijn als Gods kinderen: gewenst en geliefd. Gods liefde is in al zijn volheid in ons hart uitgegoten. Dát is onze nieuwe identiteit.

Wat betekent dat concreet?

Deze identiteit heeft allereerst invloed op ons Godsbeeld. God is niet de God van dreiging, maar de God die ons zoekt, schraagt en draagt. Deze onvoorwaardelijke liefde verandert ons leven: het vraagt om levensheiliging die zich uit in het grote gebod: heb God lief, en je medemens als jezelf.

In de tweede plaats heeft deze identiteit invloed op ons zelfbeeld. God blijft het herhalen: jij bent mijn geliefd kind. Je bent gewenst en geliefd. In ons kunnen anderen stemmen klinken. Stemmen die zeggen dat je pas wat voorstelt als je iets hebt gepresteerd. Stemmen die je neerhalen en zeggen dat je nietswaard bent. Stemmen die zeggen dat je niet goed genoeg bent en die raken aan je angst voor afwijzing en voor in de steek gelaten worden. Die stemmen zorgen ervoor dat je jezelf afwijst of dat je anderen kleiner maakt om jezelf te positioneren. Deze stemmen bouwen het fundament voor racisme. Deze stemmen zijn ‘de eigen wil’ waar Paulus het over heeft.

Maar onze identiteit ligt dus in het gegeven dat we kind van God zijn.

Tot slot heeft die identiteit ook invloed op ons beeld van de ander. De ander is niet langer een bedreiging, maar ook kind van God. We mogen met Gods ogen naar onze medemensen kijken. We mogen uitdelen van de liefde die we van God ontvangen hebben.

In onze relatie met anderen gaat veel mis. De laatste woorden van George Floyd waren: ‘Ik krijg geen lucht’. In een kerkdienst haalde Rev. Al Sharpton deze woorden aan. Hij verhaalde hoe de zwarte gemeenschap in haar mogelijkheden wordt beknot, omdat er een knie op de nek gezet is. Dat is wat racisme doet. Wat antisemitisme doet. Wat discriminatie van vrouwen en lhtbi-ers doet. Wat huiselijk en seksueel geweld doet. ‘Ik krijg geen adem’.

Een knie in de nek

Als je slachtoffer bent van onrecht dan vraag ik je hoe wij je kunnen helpen om stem te geven aan het onrecht. Maar ik stel ook de vraag aan mijzelf en aan jou: wie ontneem jij de adem? Wie krijgt geen lucht door wat je zegt of doet, door je grapjes en pesterijtjes, door je zwijgen?

Tegen de moeder in Sliedrecht zeg ik: het spijt me waar ik mijn knie in de nek van je dochter heb gezet. Door te zwijgen of door niet het goede voorbeeld te geven.

Aan ons is de keuze: we hebben de Geest van God gekregen om als Gods kinderen Hem aan te roepen als ‘Vader’. Of keren we liever terug naar het leven waarin we in de ban zijn van angst en beklemming?

Vragen

  1. Wat betekent het voor je dat je kind van God genoemd wordt? Kun je die gedachte toelaten? Wat helpt je daarin of wat roept weerstand op?
  2. Herken je de strijd waar Paulus over spreekt? hoe ga je hiermee om?
  3. Heb jij wel eens te maken met discriminatie of ander onrecht? Wil je hier iets over vertellen? Wat heb je nu van de ander nodig?
  4. Heb jij je wel eens schuldig gemaakt aan discriminatie of ander onrecht? Wil je hier iets over vertellen? Hoe zou je dit kunnen herstellen?
  5. Wat kun jij persoonlijk en wat kunnen wij als kerkelijke gemeenschap doen voor de strijd tegen racisme?

Gebed

Hemelse Vader, God van licht en leven, dank U wel dat ik uw kind mag zijn. Help mij om te volharden in de strijd tegen alles wat mij van mijn bestemming wegvoert. Help mij om stil te worden en uw stem, uw heilige Geest in mij te leren verstaan. Wilt U met uw wereld zijn dat uw Rijk mag komen. Zegen wie zich sterk maakt voor de strijd tegen onrecht, zegen brengers van hoop en dragers van licht, Wees met wie ik meedraag in mijn hart, in de naam van Jezus, amen

Een leesrooster tegen de angst

28 mrt

We leven in een onzekere en verontrustende tijd. We hebben nog niet eerder meegemaakt dat de wereld op deze schaal is stilgezet. De zorgen over het coronavirus gaan met ons mee. We kennen allemaal mensen die ouder zijn of een kwetsbare gezondheid hebben – of we beseffen dat we zelf in deze categorieën passen.

Hoe ga je om met alles wat op je afkomt? Waar vind je houvast als de aarde wankelt? Waar vind je steun als vrienden, of kinderen en kleinkinderen niet meer op bezoek kunnen komen? Angst kan heel bepalend zijn.

Juist op momenten dat je alleen bent, kun je je overvallen voelen door je angst.

De Bijbel heeft weet van die existentiële angsten. Misschien helpt deze crisis om nu we trager leven, ons opnieuw te verbinden met de hoop die leven doet. In dit leesrooster zeven teksten tegen de angst (dit is een bewerking van een eerder geschreven leesrooster)

Zondag: Genesis 1, 1-3 “Er moet licht komen”

Het eerste woord dat God in de Bijbel spreekt is ‘licht’. De wereld ligt er in alle verlatenheid bij. Er heerst chaos. De aarde is woest en doods. Er is duisternis. Er is geen vaste grond. Misschien herken je dat ook wel in je eigen leven. Juist in deze tijd. Je hebt het gevoel dat er geen houvast meer is, dat je ten onder gaat door chaos en wanhoop. Dat maakt angstig.

In de chaos van de oervloed spreekt God. De donkerte en duisternis mogen niet het laatste woord krijgen. Er moet licht komen. Het licht is niet de zon, die wordt immers pas later geschapen in het verhaal. Het licht heeft alles te maken met Gods scheppend woord. Het is licht tegen wanhoop en moedeloosheid. De chaos wordt een halt toegeroepen en we ontvangen hoop. Dat dit licht vandaag met je mee mag gaan. Gods scheppend woord als tegenwicht tegen de angst.

Gebed: steek met aandacht een kaarsje of waxinelichtje aan en denk daarbij of spreek hardop uit: ‘Ik ontsteek het licht van Christus. Teken van hoop, teken van opstanding. Dat het licht van Christus mij mag dragen en verlichten, zodat mijn angst niet het laatste woord heeft.

Maandag 2: Johannes 16, 33 “Ik heb de wereld overwonnen”

Houd moed. De maandag is zo’n dag. Een nieuwe werkweek. Een nieuwe week waarin je misschien klem zit, niet kunt werken en je angst je misschien verlamt. Misschien lukt het je om je taken die voor vandaag gepland staan voor elkaar te boksen, maar wat kan het soms zwaar zijn. Misschien is het goed om even een stapje terug te doen. Soms is het gewoon lastig en zwaar. Soms lukt het gewoon even niet. Probeer dit voor nu maar even te accepteren en luister naar de woorden van Jezus: ‘jullie zullen vrede vinden bij mij’.

Jezus spreekt hier met grote stelligheid over. ‘Ik heb de wereld overwonnen’. Uiteindelijk mag dat ook rust en vrede brengen.

Gebed: Heer Jezus, wanneer het donker zich vastzet in mijn denken en in mijn hart, wanneer mijn onrust mijn dag bezwaard, geef mij dan uw vrede. Dat is rsut mag vinden en thuis mag komen, in het vertrouwen dat U de machten en krachten hebt overwonnen. Amen

Dinsdag: Jeremia 1, 4 – 8 “Kijk eens met de ogen van God”

Wat kun je soms twijfelen aan jezelf. Ben ik wel goed genoeg? Hoe zullen anderen naar mij kijken? Als Jeremia geroepen wordt, schrikt hij zich een ongeluk. Als hij één ding zeker weet, is het dat hij te jong is. Hij weet zeker dat hij niet geschikt is voor de taak. Maar God zegt: ‘Ik heb je geschapen, al in de moederschoot. Echt, Ik geloof in jou, Ik weet dat jij talenten hebt. Wees maar niet bang, het komt goed’.

En God doet een belofte: “Ik zal je terzijde staan’. Misschien kun je proberen om deze woorden op jouw eigen leven toe te passen. God heeft jou met zorg en liefde geschapen. Hij heeft jou talenten gegeven en Hij zal jou trouw blijven. Zou je iets van dat vertrouwen van God in jou met je mee kunnen nemen?

Gebed: God van genade, Schepper van al het leven, Schepper van mij  leven. Leer mij met uw ogen vol ontferming en genade naar mijzelf te kijken. Wilt U mij helpen om mijn angsten onder ogen te zien en te leren vertrouwen dat ik goed genoeg ben – zoals ik ben. Amen

Woensdag: Jesaja 42, 1 – 3 “Zorg voor de gebrokene”

Angst kan diep zitten. Door de steeds aanwezige dreiging van corona. Door zorgen om wie je lief zijn. Doordat je beschadigd bent, doordat de energie letterlijk helemaal op, doordat je niet meer kunt. Je kunt angstig worden, omdat je bang bent dat je het niet redt. Of dat je in een gesprek bedoeld of onbedoeld net dat laatste zetje krijgt waardoor je helemaal dreigt in te storten. Misschien is het dan goed om deze tekst uit Jesaja in herinnering te roepen.

Het is een profetie over de Knecht van de  Heer, een beeld waar wij Jezus in mogen herkennen. Deze profetieën gaan over de Redder die God zal sturen. Deze redder komt niet met geweld en met veel lawaai. Nee, het is juist tegenovergesteld. Zonder schreeuwen, zonder stemverheffing, maar mét zoveel aandacht. Juist voor het gebrokene. Het geknakte breekt Hij niet af. In al je gebrokenheid draagt Hij jou. Het vlammetje dat bijna gedoofd is, wakkert Hij weer aan. Misschien dat deze tekst je mag bemoedigen vandaag.

Gebed: Lieve God, U ziet het gebrokene, U ziet het gekwetste, U ziet mij wanneer mijn vlammetje uit dreigt te gaan. Wilt U mij op handen dragen, opdat ik iets van energie mag ervaren, zodat ik de angst dat het allemaal niet meer lukt in uw hand mag leggen. Amen

Donderdag: Jesaja 9, 1  “Ik zie een schitterend licht”

Het hoort bij onze realiteit dat het duister kan zijn. We kunnen niet voorkomen dat we zelf of dat onze geliefden op enig moment door donkere dalen gaan. Wij kunnen onszelf niet voor het kwaad behoeden, ondanks alle protocollen en evaluaties. Soms gaat het nog een spade dieper. ‘Zij die wonen in het donker’ schrijft Jesaja. Zo kan het ook zijn. Door wat je mee hebt gemaakt, is het donker je eigen geworden. Misschien versterkt dat donker ook je angst. In de Bijbel staat het donker voor wanhoop, voor leven zonder toekomst.

Maar Jesaja zegt dat het daar niet bij blijft. Degene die ronddoolt, de draad kwijt is, degene die in het donker stil is gevallen, zal een schitterend licht zien. Het duister zal doorbroken worden door een helder licht. Johannes spreekt over Christus als het licht van wereld. Moge dat je ook rust geven dat het licht schijnt tot in de diepste duisternis.

Gebed: Hemelse Vader, dank U wel voor sporen van licht, voor het schitterende licht, Jezus Christus, die tot in de diepste duisternis schijnt. Geef dat dit licht mij mag helpen om angsten onder ogen te zien en bij U neer te leggen. Amen

Vrijdag: psalm 46, 2 – 4 “Een veilige plaats”

Wat ik je toewens dat je momenten mag kennen waar deze psalm over zingt. Dat ondanks alles waar je doorheen moet en waar je mee te kampen hebt, je God leert kennen als een veilige schuilplaats en een betrouwbare hulp. De omstandigheden waar de dichter mee te maken heeft, doen denken aan Genesis 1, aan het begin van de schepping. De golven die over elkaar heen slaan, het gemis van vast grond. Wat kan dat angstig maken en wat kun je dan verlangen naar veiligheid en hulp. Dat de woorden van deze dichter ook de jouwe moge worden, meer en meer.

Gebed: God van Licht en Leven, we roepen U aan in de stormen van ons leven, in de gebeurtenissen die de grond onder onze voeten kan doen trillen. We roepen U aan in tijden van angst, in het verlangen naar rust en veiligheid. Dat we mogen schuilen onder uw vleugels. Dat U voor ons een veilige schuilplaats bent. Dat U een betrouwbare hulp bent – voor mij, voor wie naar U verlangt. Amen.

Zaterdag: Johannes 8, 12: Licht dat leven geeft

Er kunnen vele oorzaken zijn waarom je worstelt met angst. Wat ik weet dat angsten niet zomaar weg-gebeden kunnen worden. Soms is gebed toereikend. Soms zijn gesprekken nodig. Soms moet je dingen onder ogen zien die al zo lang met je meegaan. Mag in de weg die je gaat het licht van Christus met je meegaan. Ik wens je toe dat je mag lopen met je gezicht naar de zon; dat het licht van Christus met je meegaat; dat je van tijd tot tijd kunt schuilen bij God; dat je zo je weg mag vervolgen – niet alleen, maar gedragen door Gods vrede.

Gebed: Heer Jezus, licht voor de wereld. Wees mijn licht, dat uw licht mijn weg mag beschijnen, opdat ik veilig kan gaan, gedragen door uw vrede. Amen

Een partijdige God – over Kaïn en Abel

23 feb

‘Elk mens telt’ – dat was het thema van de diaconale zondag in de gereformeerde kerk Sliedrecht (PKN). Het is een mooie gedachte, dat elke mens zou tellen. De werkelijkheid laat echter een ander beeld zien. Vraag maar eens aan een uitgeprocedeerde asielzoeker of elk mens telt. Of aan de vluchtelingen die vast zitten in Moria of in andere kampen langs de grenzen van Europa. Vraag het maar aan mensen die klem zitten in situaties van onrecht, of aan wie gebukt gaat onder schulden.

Wie macht heeft, populair is of geld heeft – die bepaalt. Het recht van de sterkste en daar zullen we het mee moeten doen. Toch? En daarmee zitten we midden in het verhaal van Kaïn en Abel. Dit Bijbelverhaal gaat over jou en mij. Een paar punten die in mijn beleving in het oog springen:

Het leven gaat door

Het eerste is dat het leven doorgaat. In Genesis 3 lezen we hoe Adam en Eva hun plek in de Hof van Eden verliezen. Het volgende hoofdstuk zet hoopvol in: Eva schenkt het leven aan twee kinderen. Zo wordt de belofte die zij in haar naam met zich mee droeg – moeder van alle levenden – vervuld.

Afbeeldingsresultaat voor esther veerman

Mama, Esther Veerman

Onthullende namen

Het tweede is dat de namen die de kinderen krijgen de weg die zij gaan al onthullen. In de naam ‘Kaïn’ klinkt iets door van ‘man’. Hij is de sterkte. hij valt op, hij gaat het maken. Hij is het mannetje. Abel, dat ‘damp’ of ‘nevel’ betekent, is ‘de broer van’. Kaïn eist alle aandacht op. Het leven lacht hem tegemoet. Met zijn energie, kracht en charisma ligt de wereld voor hem open.

De toekomst van Abel is heel wat minder zeker. Hij valt niet op, is haast onzichtbaar. Zijn naam vertelt over zijn kwetsbaarheid. Hij staat al op achterstand. Leven is hard werken.

Kaïn en Abel. Ze vertellen de geschiedenis van ons mensen. De wereld valt uiteen in tweeën: de krachtigen en de kwetsbaren.

Een selectieve God

Het derde is dat God selectief luistert. Zowel Kaïn als Abel brengen een offer aan God. Kaïn is niet een schurk. Hij verbindt zich aan God, geeft Hem de eerste opbrengst van zijn arbeid.  Toch slaat God op zijn offer geen acht. Of beter: God heeft nu allereerst en vooral aandacht voor Abel. Het is niet dat hij Kaïn afserveert, maar Hij brengt Abel in get licht. Het is een vingerwijzing, een roeping voor Kaïn. Let op: de orde wordt omgekeerd. Hij luistert als het ware even niet naar Kaïn, maar kiest er nadrukkelijk voor om ruimte te maken voor Abel, de kwetsbare. Kan dat zomaar? Een selectieve God? Het klinkt als oneerlijk. al gauw vinden we dat iedereen recht heeft op precies evenveel aandacht. Maar God maakt dus andere keuzes: zijn aandacht gaat allereerst uit naar die kwetsbare.

Verduisterd

Kaïn kan hier echter geen begrip voor opbrengen. Dat is het vierde punt. Kaïn wordt woest en zijn blik wordt donker. Zijn gezicht valt, staat er eigenlijk. Op het moment dat God vraagt aan Kaïn wat er is, kijkt hij weg, kijkt hij naar de aarde. Hij ontwijkt.

Kaïn wil dat geloof religie is en blijft: dat religie de bestaande opvattingen bevestigt. Maar Gods visie maakt ons verantwoordelijk voor de kwetsbare. Dat wil Kaïn niet. Zijn positie mag niet bevraagd worden. Zijn zonde is niet dat hij in een goede positie is en leiderschap toont, maar dat hij niet ten dienste van de kwetsbare wil leven.

Dat is de norm van Gods Koninkrijk, de kwetsbare is de maatstaf van Gods gerechtigheid. Kaïn en Abel hebben onze politieke leiders iets te vertellen, het verhaal heeft óns ook iets te vertellen.

Kaïn verbreekt de relatie. Daar waar in de zegen wordt uitgesproken dat God zijn aangezicht over ons verheft en zo de relatie bekrachtigd, daar slaat Kaïn zijn blik neer. Niet elke Kaïn zal zijn of haar Abel neerslaan. Maar hoe gemakkelijk maken we als Kaïns geen misbruik van anderen, ontnemen we de Abels om ons heen de ruimte om te leven. Door de woorden die we spreken en de dingen die we doen.

Een bewogen God

Het laatste dat me bij is gebleven, is de afloop. Kaïn wordt verantwoordelijk gehouden door God. Er is geen ruimte voor vergoelijken of bagatelliseren. Bij die schuld hoort ook straf. Tegelijkertijd blijft God hem als mens in de ogen kijken. Kaïn vreest opgejaagd wild te worden, en daarin wordt die sterke ineens de kwetsbare. God geeft hem een teken en belofte mee. God blijft de sprekende, de God van bewogenheid en gerechtigheid.

Het verhaal van Kaïn en Abel zet ons op het spoor van de noodzaak om selectief te leven: de kwetsbaren hebben de steun en bemoediging van de sterken nodig. In dat omzien en die zorg komt er ruimte voor het volle leven. Ook buiten de Hof van Eden.

Staat er nog een raam open?

12 dec

Deze weken zijn weken van vooruitkijken, van verwachten. Weken van voorbereiden op dat grootste en bijzondere feest: het feest van Gods omzien naar ons. Het feest van Gods bewogenheid met onze gebrokenheid en ons verlangen naar vrijheid en redding.

Het is goed om hier tijd voor te nemen. Tijd te nemen om na te denken over dat verlangen. Is het zo dat we uitkijken naar God? Is het niet vaker zo dat we verstrikt zijn geraakt in ons dagelijks leven. We staan op en gaan naar bed en in de tussentijd doen we onze dagelijkse bezigheden. Staat er nog een raam open? Een open raam om Gods licht binnen te laten vallen? Of leven we ons leven in het vaste ritme, afgesloten van verwondering en verlangen?

Afbeeldingsresultaat voor licht valt door het raam"

Om aan dat verlangen herinnerd te worden, om weer op het spoor van die verwondering te komen, is het van belang om elkaar te ontmoeten. Samen vieren helpt om het vuur brandend te houden.

We beleven en belijden ons geloof niet alleen in onze eigen huizen, in onze eigen levens, maar we delen die verbondenheid in het geloof ook in de kerkelijke gemeenschap. Soms wat meer aan de rand, soms wat meer richting de kern, maar wat ons samenbindt is de gedachte dat het heilzaam is om deel uit te maken van een gemeenschap.

Het is niet verwonderlijk dat de eerste christenen elkaar opzochten om elkaar te bemoedigen en te bekrachtigen. De kerk heeft als Lichaam van Christus zeggingskracht voor ons geloof. De gemeente komt samen rond het Woord. Om de gemeente als vindplaats van heil gaande te houden hebben we elkaar nodig: het onderlinge omzien en het onderlinge bemoedigen zetten de toon van de muziek. Dit onderlinge omzien is niet voorbehouden aan het pastorale team, maar is een opdracht en uitnodiging voor alle gemeenteleden. Laten we elkaar dragen in ontmoetingen en in gebed om zo samen ons verlangen te delen en om samen te verwachten.

Wat moeten we toch met het Oude Testament?

7 mei

‘Wat moeten we mer het Oude Testament?’ Over deze vraag ging het tijdens de laatste bijeenkomst van I Believe (9 april 2019). Op deze gespreksgroep wordt in een open en vertrouwelijke sfeer met elkaar doorgesproken over thema’s rond zingeving, geloof en leven. We komen één keer per maand bij elkaar en er zijn per bijeenkomst rond de 25 deelnemers. Na een inleiding die vaak samen met een van de deelnemers is voorbereid, volgt de mogelijkheid om in kleine groepjes door te praten. Aan het einde van de avond is er een terugkoppeling en gezamenlijke afsluiting.

De avond over het Oude Testament verliep een beetje anders. Er waren veel indringende vragen waardoor we besloten om het gesprek de volgende keer voort te zetten (dinsdag 12 mei).

Bij het lezen van het Oude Testament worden er met name de volgende twee belemmeringen ervaren: wat moeten we met alle wetten en regels? Gelden die nu nog? Waarom wel of waarom niet? De tweede belemmering heeft te maken met het soms buitensporige geweld in het Oude Testament dat soms ook nog eens door God gelegitimeerd en geïnitieerd wordt.

Leeswijzer

Voordat we inhoudelijk op deze vragen ingaan, is het goed om eerst na te denken over de vraag hoe je de teksten moet lezen. Dit heeft met hermeneutiek te maken. In zijn boek Vreemd en bizar. Lastige Bijbelverhalen geeft Piet Schelling enkele richtlijnen die kunnen helpen bij het lezen van de Bijbel.

De Bijbel is inspirerend, confronterend, troostend, vermanend en leerzaam boek, waarin Gods stem van wijsheid, bemoediging en aansporing in klinkt. Het is niet geschreven als een ‘kookboek vol met hapklare levensrecepten’, geen natuurkundeboek of wetboek. Als richtlijnen noemt Schelling:

Maak onderscheid tussen normen en waarden. Normen zijn de regels en richtlijnen die we hanteren. Daarachter gaan waarden schuil. Normen zijn tijd- en cultuurgebonden en moeten dus telkens aangepast en veranderd worden, waarden veel minder. Waarden zijn bijvoorbeeld: recht doen, respect, trouw, vertrouwen en liefde.

Besef dat iets waar kan zijn zonder dat het echt gebeurd is Bijbelschrijvers willen een boodschap overbrengen. Een verhaal of een gedicht onthult een dimensie van de werkelijkheid waar de vraag ‘is het echt gebeurd’ niet het belangrijkst of meest helpend is. De mogelijkheid om voorbij de letterlijke betekenis te mogen kijken, kan ruimte geven om de diepere zin te ontdekken.

Treed de Bijbel als gesprekspartner tegemoet: jullie hebben elkaar wat te vertellen. Als lezer ben je niet slechts de ontvanger van de boodschap van de tekst. Het lezen is vele malen spannender. De aandachtiger lezer stelt vragen aan de tekst: wie spreekt er, wie handelt er? Herken ik me in het enthousiasme of de emotie van een psalm? Die vragen laten iets zien van wie je zelf bent. Tegelijkertijd de tekst ook vragen aan jou. Zo komt de tekst dichterbij en kan tot spreken komen.

De Bijbel is niet een goddelijk dictaat. In de Bijbel klinkt de Stem van God., is het Woord van God te vinden. De Bijbel is geen dictaat vanuit de hemel, maar de schrijvers verhalen vanuit hun eigen ervaringen met de wereld en met God. Het maakt ruimte om veranderende contexten mee te laten wegen.

Wat deze regels gemeen hebben, is dat ze ruimte maken.

Geen nieuwe vraag 

De vraag naar de betekenis van de wetten en regels is niet een nieuwe vraag. In het Nieuwe Testament gaat het onder andere over de vraag hoe het Oude Testament zich verhoudt met het Nieuwe Testament. Jezus stelt dat Hij niet gekomen is om de wet af te schaffen, maar om die te vervullen.

Dit vervullen werkt twee kanten uit: allereerst zijn veel liturgische en godsdienstige gebruiken die in het Oude Testament worden voorgeschreven, te lezen als een verwijzing naar Jezus Christus. Door zijn komst en de weg die Hij gegaan is, zijn die gebruiken vervuld. Wat blijvend is, is de aandacht voor Gods heiligheid en voor de weg tot God de Vader: ging die weg eerst via de bemiddeling van de priester en tempel, nu is die weg Christus zelf.

Daarnaast betekent de vervulling van de wet door Jezus dat er meer nadruk komt op de achterliggende waarden die bepaalde regels en wetten vertegenwoordigen. In de Bergrede klinkt steeds als refrein: ‘er staat geschreven …. maar Ik zeg jullie …. ‘ Bepaalde regels worden door Jezus naar voren gehaald en van een verdiepende betekenis voorzien.

Zo kunnen veel regels die in onze ogen en in onze tijd vragen oproepen ons helpen om na te denken over eerbied, over zorg voor kwetsbare mensen (wees en weduwe), over zorg voor de vreemdeling, over het belang van orde en over het heiligen van ons leven voor God.

Discussie in Handelingen

Dit gezegd hebbend, is het ook goed om naar Handelingen te kijken. In dit Bijbelboek wordt de eerste periode van de jonge kerk beschreven. Ook in die kerk was een van de thema’s de vraag welke rituelen moesten blijven gelden in het leven in verbondenheid met Christus. In Handelingen15 lezen we over een felle discussie tussen de apostelen. Welke regels moeten gelden voor de bekeerlingen? Hoe verhoudt dat zich met de vrijheid van het evangelie? Uiteindelijk komen ze overeen dat de volgende regels blijvende waarde hebben: geen offervlees eten, geen vlees met bloed en geen ontucht.

Afrondend

Het doel van de wetten en de regels was om het volk Israël te heiligen als volk van God. De godsdienstige regels verwijzen naar redding, maar op een andere manier dan in de buurlanden. Daar was het gebruikelijk om door te offeren de goden gunstig te stemmen en de willekeur van het lot te beïnvloeden. In de Bijbel verwijzen de offers naar het uiteindelijke offer: het Lam van God.

Daarnaast zijn de regels een uiting van eerbied naar God toe. Juist in de gewone dingen en het dagelijkse ritme hielpen de regels en wetten om die gewone momenten te verbinden aan God. Hoe kunnen wij weer meer ruimte maken voor de heiligheid van God?

Tot slot: veel regels en wetten gaan over het belang van scheiding. Scheppen is een handeling van scheiden. Goed en kwaad moeten van elkaar gescheiden worden. In de schepping, in het scheiden van de elementen, komt Gods orde aan het licht.

En de oorlogen?

Over die vraag gaat het de komende keer. Welkom!

 

Pasen: de weg naar het leven

20 apr

Deze tekst is op 18 april 2019 als gastcolumn gepubliceerd in Het Kompas Sliedrecht

Een tijdje geleden waren we in de Engbertsdijkvenen, een prachtig natuurgebied in Twente. De honden drentelden en draafden langs ons heen. We genoten van de zon, van het uitzicht en van de rust. Op enig moment zagen we onze Labrador opeens verdwijnen. Hij wilde een veld inrennen, maar dat bleek een moeras te zijn. Het gras week uiteen en hij ging bijna kopje onder in de modder. Snel greep ik hem in zijn nekvel en trok hem weer het pad op.

Zo kan het ook gaan op je levensweg. Vol vertrouwen zoek je je weg. Maar van het ene op het andere moment lijkt de bodem onder je bestaan weg te vallen. In die ene seconde neemt je leven een andere wending. Door wat mensen om je heen is overkomen, door wat jou is aangedaan of wat jij gedaan hebt. Waar vind je dan houvast? Waar vind je het vertrouwen dat ons leven niet vergeefs is? Hoe kun je verder?

In onze samenleving valt het niet mee om ruimte te vinden voor onze kwetsbaarheid. Als we te maken krijgen met falen, lijden, angst, schuld of schaamte lijkt ons niets anders te resten dan maskers te dragen en muren om ons hart te bouwen. Sterk zijn. En we zoeken naar helden en krachtige leiders. Hard zijn. Maar wat kun je je van binnen eenzaam en verloren voelen. Juist die maskers en muren maken dat we ons zelf en onze vaste grond kwijtraken.

Met Pasen vertellen we in de kerken een ánder verhaal. God laat ons niet aan ons lot over. Hij is mens geworden. Jezus deelde onze gebrokenheid en kwam naast ons staan in ons worstelen, twijfelen, strijden en lijden. Pasen toont de weg van overleven naar het volle leven. Als het geheimenis van Pasen ons één ding vertelt, is het wel dat de machten van chaos, het kwaad en de dood niet het laatste woord hebben. Het eerste en laatste woord is de liefde van God in Jezus die lééft.

De opstanding van Jezus opent die nieuwe weg met toekomst en houvast: namelijk de bewogenheid en liefde van God. In het licht van de opstanding komen we op adem.

De opstanding is ook een aansporing: om niet de moed te verliezen. Om op te blijven staan tegen onrecht. Om te leven met de hoop die op ons toekomt.

Gezegende Paasdagen!

Hongerklap

25 mrt

Je ziet ze zwoegen. Een kleurige lint stampend op de pedalen. Als de renners schuin omhoog kijken, kunnen ze in de verte de top al zien. Een flink aantal haarspeldbochten scheidt hen nog van de streep. Voor nu is het doorgaan. Ritme vinden. En moraal.

Een renner maakt zich los uit het peloton. Met een machtige demarrage pakt hij snel tientallen meters. Het peloton zet de achtervolging in, maar ze komen niet dichterbij. Nog een paar kilometer. Eeuwige roem.

Gerelateerde afbeelding

Maar dan lijkt het of de leider van de koers stil valt. Het soepele ritme gaat over in schokkend trappen. Rukkend aan zijn stuur probeert hij uit alle macht door te gaan. Hij hoort het snuiven van de achtervolgers. Ze passeren hem alsof hij stil staat.

De laatste kilometer is een ware martelgang. Op grote afstand komt hij over de streep. Hij kan nog amper op zijn benen staan. Weg klassement.

‘Wat gebeurde er’ vragen de journalisten. ‘Hongerklap’.

Topsporters weten hoe belangrijk voedsel is. Nou ja, daar hoef je natuurlijk geen sporter voor te zijn. Eten is leven. Broodnodig.

Maar dat geldt ook voor je levensweg. Wat heb je nodig om met tegenslagen om te gaan? Om ambities na te jagen? Om de dag maar weer gewoon te ontvangen. Welk ‘voedsel’ geeft je kracht en moed?

We kunnen als voedsel kiezen voor carrière, of voor zelfhandhaving. Maar als er niets onder of achter zit om op terug te vallen, zijn we kwetsbaar. We kunnen gevoed worden door angst of heimwee. Maar uiteindelijk verteert het onszelf.

Het wordt echter anders als liefde ons voedsel is. Liefde geeft leven. In de Bijbel lezen we dat de liefde alles met God te maken heeft. Tastbaar en zichtbaar geworden in Jezus. Wil je weten wie de God van de christenen is? Kijk naar Jezus.

In Johannes 6 legt Jezus uit dat hijzelf het brood is dat leven geeft. Het brood dat gebroken wordt. Als de menigte dat hoort, haken velen af. Een kleine groep blijft over. Bij deze Jezus vinden ze woorden die het leven openen. Horen ze woorden die hoop geven en richting wijzen. Woorden van Jezus waardoor ze deelgenoot worden van dat visioen van thuiskomen bij God.

Het is dat woord, dat herschept, bemoedigt en kracht geeft, dat tot op vandaag gehoord wordt en levens verandert. Tot op vandaag wordt het brood gebroken, tot voedsel voor velen.