Archief | kerk RSS feed for this section

Gebed tegen de klippen op

17 jul

God van licht en leven, zo roepen we U aan – God van het licht. Want het is donker geworden. In de wereld om ons heen, in ons hoofd en in ons hart. Wat een week ligt er achter ons. En wat komt er allemaal nog op ons af? We worden overspoeld door ziedend water. Een wereld waarin het recht van de sterkste lijkt te gelden. Een wereld waarin we ons machteloos en klein kunnen voelen. De golven van vertwijfeling en onzekerheid slaan over ons heen. God – ontferm U toch over ons.

We zijn verbijsterd en geschrokken door de moord op Peter R. de Vries. We bidden voor de nabestaanden. We bidden voor lichtbrengers en hoopverleners. Voor mensen die niet buigen voor onrecht. Voor mensen die de stemmen van gemarginaliseerde groepen aan het licht luisteren. God – ontferm U toch.

We zijn verbijsterd en geschrokken door het overlijden van een motoragent in Rotterdam, een regelrechte aanslag op een agent die pal staat voor onze veiligheid. We bidden voor de nabestaanden en de collega’s. We bidden voor een ieder die zich inzet voor orde en veiligheid – om uw beschutting, om onze bewogenheid en steun. God – ontferm U toch.

We zijn verbijsterd en geschrokken door de aanval op twee medewerkers van de GGZ-instelling Parnassia in Den Haag waarbij een beveiliger om het leven is gekomen. We bidden voor de nabestaanden en voor de collega’s. We bidden U voor wie zich inzet voor mensen die psychisch belast zijn dat zij hun hart durven blijven volgen. We bidden U voor wie hulp nodig heeft en soms zich zo verloren en wanhopig kan voelen. God – ontferm U toch.

We zijn verbijsterd en geschrokken door de vernietigende kracht van het water in Duitsland, België en Limburg. We bidden U voor wie geliefden heeft verloren in de watervloed. We bidden U wie verlies heeft geleden door het water, voor wie moest vluchten en huis en haard achter zicht moest laten. We bidden om een zegen voor alle hulpverleners en alle vrijwilligers, we bidden om Uw nabijheid als rots in de branding. God- ontferm U toch.

We zijn verbijsterd en geschrokken door wat er in ons eigen leven of in de levens van wie we liefhebben gebeurt of gebeurd is. God – ontferm U toch over ons.

God van licht en leven, we roepen tot U. U bent ons licht. Toen de aarde woest en doods was, riep U dat er licht moest zijn. Roep zo vandaag uw licht over ons uit en ontsteek uw licht in ons. Wij zijn de eersten niet die de weg kwijt zijn. Geef dat we mogen schuilen in uw Woord, opdat we houvast mogen vinden.

God van licht, kleed ons in uw mededogen, opdat we niet alleen en verloren zijn. amen

Broodnodige bronnen

3 jul

Inleiding

Israëls toch door de woestijn is altijd al opgevat als het beeld van een levensreis. De reis gaat met horten en stoten. Het volk heeft te maken met uitbuiting, slavernij en klein gemaakt worden. Maar ook met ongedachte en onverwachte redding. Het verhaal van de bevrijding uit Egypte laat ook zien hoe lastig het is om de banden van het verleden los te maken en hoe snel het verleden je weer in kan halen. Het laat zien hoe lastig de weg van de vrijheid is.

Juist als we in een tijd van uithouden en volhouden terecht komen, vraagt die weg van vrijheid om geloof, om vertrouwen. Geregeld lijkt de weg van de vrijheid hard en uitzichtloos. Wat kun je dan verlangen naar vroeger. Goed, het was niet echt een pretje, maar je wist wat je had en waar je op kon rekenen. Terug naar de vleespotten van Egypte.

Coronatijd

Als geloofsgemeenschap maken we nu ook zo’n beweging door. Anderhalf jaar lang was het zoeken en worstelen. Hoe kunnen we handen en voeten geven aan onze verbondenheid als de erediensten niet meer fysiek bezocht kunnen worden? Hoe kun je gemeenschap ervaren als de activiteiten vrijwel allemaal gestopt zijn?

Er gebeurden en gebeuren prachtige dingen in onze gemeente. We hebben ingezet op digitale vieringen en bijeenkomsten, en op allerlei manieren hebben we geprobeerd om naar elkaar om te zien. Verbinding zoeken: met elkaar, met het dorp, met God.

Maar het was en is niet eenvoudig. Het is een tijd van bezinning. En sommigen komen tot de conclusie dat de kerk geen oase voor hen was. Heeft het nog zin om je te verbinden met de kerk als je het eigenlijk helemaal niet gemist hebt? Kan de kerk of de kerkdienst een oase zijn? Voor anderen waren juist de digitale vieringen een mogelijkheid om zich meer te verbinden aan geloof en kerk. De digitale kerk was en is voor hen een oase die dorst lest. Weer anderen verlangen enorm naar de tijden van voor corona. Het digitale was het niet. En de beperkingen in de fysieke vieringen deden afbreuk aan wat de kerkdienst juist tot een oase maakt: de onderlinge afstand, het niet kunnen zingen en het missen van het kopje koffie. Het riep afstand op – het was eerder een bittere bron dan een dorstlessende.

Al die verschillende ervaringen van de afgelopen periode – hoopvolle, lastige, verwarrende en bemoedigende ervaringen nemen we mee naar de toekomst. De coronatijd versterkte mijn inziens de beweging en de gevoelens die er al onderhuids waren.

Nu we weer voorzichtig mogen gaan nadenken over ‘terug naar normaal’ dient zich de vraag aan: hoe verder? Wat nemen we mee? Wat hebben we van de afgelopen periode geleerd? Hoe kan de kerkdienst voor een ieder van ons tot oase worden?

Oase in de woestijn

Als de woestijnreis van het volk van Israël ons één ding leert, is dat we plekken nodig hebben om tot rust te komen. Om op adem te komen. We hebben plaatsen nodig waar we opnieuw bepaald worden bij de kern van ons bestaan.

Woestijntijd is een tijd van herbronnen. Waar vind je kracht en energie? Hoe houd je het vol? Oases zijn broodnodig.

Israëls geschiedenis is door zijn herkenbaarheid bemoedigend en richtinggevend. Geloven is een weg van vallen en opstaan. Het ene moment kun je je zo opgebeurd, erkend en gekend weten, maar het andere moment kan het gevoel dat je er alleen voor staat je moedeloos maken.

Zeker als we op onze levensreis een periode van woestijntijd moeten doorstaan – door ziekte, onzekerheid, sleur, twijfels of wat dan ook maar – dan kunnen we overvallen worden door een gevoel van leegte. Nee, dan kan je zomaar verloren lopen in de leegte om en in je.

Woestijntijd. Alleen met oases, met bronnen kom je daar die tijd heen. Alleen met het tijdig vinden van een bron kun je je reis vervolgen. Als de bron bitter is, is dat misschien nog wel erger dan als er geen bron zou zijn geweest. Een bittere bron slaat hoop in duigen, spoelt de grond onder je voeten weg.

Dat raakt aan de vraag van vandaag en de vraag naar de toekomst van onze geloofsgemeenschap. Wat is de kern van ons samenzijn? Wanneer zijn we dorstlessend?

Een stuk hout

Wat in de Bijbel steeds weer hoopgevend is, is dat we mogen leren dat ons leven in voor- en tegenspoed geborgen is in Gods hand. Gaan met God betekent niet dat alles ‘rozengeur en maneschijn’ is, maar wel dat tot in de diepste duisternis we niet alleen zijn.

Het stuk hout herinnert ons aan Gods begin met ons. In de Joodse traditie wordt het stuk hout opgevat als een verwijzing naar de Boom des Levens in de Hof van Eden. In de christelijke traditie als een verwijzing naar het reddende lijden en sterven van Jezus aan het kruis.

Het is goed om dat fundament in gedachten te houden. Een kerkdienst gaat niet over mij of over mijn voorkeuren. Het gaat over God en onze dank aan God voor wat Hij ons in Jezus Christus geschonken heeft. Dán komen we bij de kern.

Ook op anderhalve meter is onze God nabij en onze dank waard. Ook als een ander het lied voor ons draagt, prijzen wij God. Ook als wij thuis in onze huiskamers – en soms zo alleen – meevieren, prijzen en loven wij God. Die lofprijzing, die dankbaarheid maakt onze eigen bittere bronnen zoet.

Waar wij vanuit die liefde van God, die ons draagt, leven en van die liefde uitdelen, verandert bitterheid in een bron die leven geeft.

Avondmaal

Laten we zo samen – thuis en in de kerk – het Avondmaal vieren. Luther stelde dat als de bevoorrading faalt, het geloof onder druk komt te staan. Hier aan het Avondmaal herinnert Jezus ons eraan dat we geliefd en waardevol zijn. We eten van het brood dat leven geeft als tegenwicht aan leegte en onrust, aan schuldgevoel of het gevoel op drift te zijn.

Aan het Avondmaal ervaren we ten diepste wat verbondenheid betekent. Met God, met elkaar. Hier worden we aangesproken, geroepen – om op adem te komen én om op weg te gaan.

Zorgvuldig versoepelen

1 jul

Het gaat ineens snel met alle versoepelingen. In februari moesten de maatregelen om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan nog stevig worden aangescherpt, maar sinds kort werd de toon van de persconferenties steeds optimistischer. Op de laatste persconferentie van juni maakten premier Rutte en minister De Jonge bekend dat bijna alle maatregelen worden losgelaten: geen mondkapjes, meer mensen in ruimtes, horeca weer open, ruimte voor vakanties en werken op kantoor. Wat blijft zijn de hygiëneregels en de anderhalve meter afstand. Bijna alles kan weer op anderhalve meter.

De versoepelingen zijn door het interkerkelijk contact in overheidszaken (CIO) vertaald naar de kerkelijke praktijk. De nieuwe richtlijnen van het RIVM betekenen voor de geloofsgemeenschappen: samenkomen in de eredienst met meer mensen mogelijk, het dringend advies om niet te zingen vervalt en geen beperkingen meer met betrekking tot groepsgrootte binnen en buiten. De Protestantse Kerk in Nederland, aangesloten bij het CIO, heeft dit integraal overgenomen.

Wat betekent dit voor onze eigen geloofsgemeenschap? Allereerst geeft het ons weer meer ruimte. We kunnen weer een begin maken met die activiteiten die ons zo helpen om handen en voeten te geven aan geloof en aan onderlinge verbondenheid. Het samen zingen. Het samen koffiedrinken. Het samen deelnemen aan een gespreksgroep. Daar zijn we blij mee en dankbaar voor!

Het tweede is dat we als kerkenraad bewust hebben ingezet op zorgvuldig versoepelen. We hebben in de afgelopen maanden vaak gezocht naar wat wel mogelijk was binnen alle beperkingen. Nu vinden we het belangrijk om niet gelijk mee te gaan met alle mogelijkheden en juist nu in te zetten op die zorgvuldigheid – om verschillende redenen. Het is goed om te beseffen dat er nog veel onzeker is. Er doemen nieuwe varianten op die met vakantiegangers mee terug komen naar Nederland. Ook is het virus in Nederland nog niet uitgewoed. Ja, het gaat heel erg goed en de vaccinaties hebben een grote positieve impact op het tegengaan verdere verspreiding. Onze regio, Zuid-Holland zuid is op dit moment echter de enige regio die nog als ‘ernstig’ in het corona-dashboard. Juist in onze regio past het om extra waakzaam te zijn.

De andere reden om te wijzen op zorgvuldigheid heeft te maken met solidariteit. We hebben voortdurend in de coronaperiode aan de jongere generaties gevraagd om solidair te zijn met de oudere generaties. En daar is gehoor aan gegeven: het sociale leven kwam voor veel jongeren vrijwel stil te liggen. Nu vragen we solidariteit aan de oudere generaties die de vaccinaties gehad hebben. Veel jongeren wachten nog op de eerste of tweede prik. Pas als iedereen gevaccineerd is en het virus meer onder controle is, zullen we verder versoepelingen.

Het derde punt dat ik hier wil noemen als het gaat om de betekenis van de versoepelingen voor onze geloofsgemeenschap, is dat we niet terug willen naar vroeger. Niet zomaar. Deze pandemie heeft diep ingegrepen in het sociale leven. Het heeft ons veel gekost, maar heeft ons ook veel opgeleverd. We zullen op weg naar de toekomst de lessen uit de coronatijd mee moeten nemen. We kunnen niet onveranderd verder gaan. Ik denk dan aan onze tijdsbesteding: hoe waardevol was het om tijd te hebben voor het gezin, voor ontspanning of voor vrienden (ook al was dat vaak op afstand). De leeggeraakte agenda (geen vergaderingen, overleggen of gespreksgroepen), maakte ruimte voor een andere manier van tijdsbeleving. Ook is duidelijk dat onze leefstijl actief bijdraagt aan de omstandigheden waarbinnen pandemieën goed kunnen gedijen. Niets is erger dan ‘gewoon verder leven alsof er niets gebeurd is’. Tot slot hebben we als geloofsgemeenschap nieuwe wegen verkend in het afgelopen jaar. Laten we deze verkenningen en ontdekkingen niet zien als een bezigheidstherapie van toen, maar als een belangrijke stap in missionair kerk-zijn en in gemeenteopbouw.

Hoe de zorgvuldige versoepelingen er precies uitzien? Daarvoor verwijs ik graag naar de website van onze gemeente.

De seksistische kerk

19 jun

Vorige week las ik een bericht in de krant dat me de adem ontnam. Niet dat ik het ergens niet verwachtte. Of dat ik het eigenlijk wel wist of minimaal vermoedde. Ik hoorde en hoor verhalen van vrouwelijke collega’s. Over hoe zij telkens weer hun positie moeten bevechten. Hoe er gelet wordt op uiterlijk en kleding. Hoe er seksistische opmerkingen gemaakt werden. Hoe ik zelf ook uitgelachen werd toen ik in een landelijke kerkelijke vergadering met bijna alleen maar mannen seksisme aan de orde stelde.

Afgelopen week werden de uitkomsten gepubliceerd van een onderzoek naar seksisme onder vrouwelijke predikanten door het Nederlands Dagblad: ” Ruim driehonderd vrouwen uit verschillende kerken vulden de vragenlijst in. De uitkomst: 86 procent van de vrouwelijke voorgangers geeft aan seksisme te ervaren in haar werk, deze voorgangers voelen zich ongelijk behandeld vanwege hun vrouw-zijn. Driekwart van deze voorgangers geeft aan seksistisch benaderd te worden door gemeenteleden. Ruim zestig procent deelt dat ze ongelijk behandeld wordt door collega-voorgangers. Een kwart van de voorgangers zegt seksisme te ervaren vanuit het bestuur van de kerk.”

Het onderzoek in het Nederlands Dagblad laat op een verpletterende wijze zien wat er mis is in de kerk. Of beter: wat er mis is in mijn eigen kerk, de Protestantse Kerk in Nederland. De meeste respondenten zijn immers voorganger in de PKN.

Ik heb geaarzeld over de titel van dit blog. Is het niet beter om te spreken over seksisme binnen de kerk? Kun je zeggen dat de kerk zelf seksistisch is? Laten we eerlijk zijn en de feiten tot ons nemen: 90% van de vrouwelijke voorgangers ervaart seksisme. Dan is er geen sprake meer van een incident, maar dan gaat het over het klimaat, de cultuur in de PKN. Mijn vrouwelijke collega’s zijn net als ik in het ambt bevestigd. Het ambt heeft alles te maken met Christus zelf. De kerkorde van de PKN zegt het zo: “Om de gemeente bij het heil te bepalen en bij haar roeping in de wereld te bewaren is van Christuswege het openbare ambt van Woord en Sacrament gegeven.” Seksisme raakt aan het heil en raakt aan Christus zelf.

Daar komt nog iets bij. Als vrouwelijke voorgangers al op deze wijze worden bejegend, wat zegt dat over onze houding naar vrouwen in het algemeen? Hoe ver zijn wij afgedwaald van de vrijheid van het Evangelie, zoals verwoord door Paulus: “In Christus is er geen onderscheid meer tussen man en vrouw” (Galaten 3,28). Het onderzoek laat zien dat vrouwelijke voorgangers juist ook seksisme ervaren van mannelijke collega’s. Seksisme is dus niet een ‘vrouwending’, maar een groot probleem van en voor de mannen in de kerk. Predikanten hebben de roeping hierin hun gemeente voor te gaan en de veiligheid van vrouwen in de gemeente te waarborgen.

Het schilderij ‘Hartpijn’ van Esther Veerman

Seksisme is niet onschuldig. Het gaat uit van de superioriteit van de man en maakt de vrouw klein. Seksisme creëert ook het klimaat waarbinnen ongewenste seksuele grensoverschrijdingen plaats kunnen vinden. Het vraagt dus om een ondubbelzinnige veroordeling van elke vorm van seksisme en om beleid om vrouwen hun plek in de geloofsgemeenschap in te kunnen nemen, in vrijheid en veiligheid.

De houding van de PKN is tot nog toe teleurstellend. De PKN wenste niet mee te werken aan het onderzoek (vanwege de AVG, maar dar is echt onzin) en heeft tot vandaag nog niet inhoudelijk en voor de vrouwelijke collega’s steunend gereageerd. De oecumenische vrouwensynode schrijft in een open brief dat zij een steunbetuiging van de PKN missen en dat dit ook zeer doet.

Ik vind het erg. Ik vind het erg dat mijn vrouwelijke collega’s zich niet veilig voelen in de PKN. Ik vind het verschrikkelijk dat een deel van mijn mannelijke collega’s zich schuldig maakt aan het creëren van onveiligheid voor vrouwelijke voorgangers. Ik vind het teleurstellend dat de PKN deze uitkomsten (nog) niet scherp veroordeeld heeft en met beleid komt om vrouwen binnen de kerk veiligheid te bieden.

Op de sociale media reageren vrouwelijke en mannelijke collega’s met een zekere terughoudendheid. ‘Als ik toch eens zou vertellen wat ik heb meegemaakt / wat ik gezien heb ….’ Laten we toch alsjeblieft die geheimen doorbreken. Zeg het maar. Vertel maar wat we niet willen zien, wat we niet willen horen. Alleen dan kunnen we bouwen aan veiligheid.

Is dat niet waar het uiteindelijk om gaat? Veiligheid. Alleen dan kan het evangelie landen. Alleen dan is de kerk heilig.

‘Wij leven niet voor onszelf’

23 mei

Deze geloofsbelijdenis is samengesteld door Job, Bianca en Rik voor Pinksterzondag 23 mei 2021 waarin zij belijdenis aflegden van het geloof

Wij geloven dat wij niet voor onszelf leven.Ons leven is met God begonnen, Hij is Schepper van hemel en aarde. Hij heeft mij gevormd in de buik van mijn moeder. Dit betekent dat mijn bestaan bedoeld is en dat ik gewenst en geliefd ben – vanaf het prilste begin. Wat mensen ook zeggen.

Wij geloven dat wij niet voor onszelf leven. Geloven is echter niet eenvoudig. Er gebeurt veel in ons en om ons heen dat ons uit evenwicht brengt. Er gebeurt veel in de wereld waardoor het uiterste van ons gevraagd wordt, om ons niet te verliezen in zelfhandhaving, onverschilligheid of cynisme. Het geloof bepaalt ons bij de hoop die schoonheid zichtbaar maakt, liefde laat sprankelen en elke gedachte, woord of handeling, die recht doet en hoop doet ontwaken, eeuwigheidswaarde geeft.

Wij geloven dat wij niet voor onszelf leven. Onze fundament en onze oorsprong is God. Onze identiteit is in Christus. In Zijn leven, lijden, sterven en opstanding toont Hij ons de weg van de dienende liefde, van hoop die op ons toekomt – dwars door de dood heen. In Hem zijn de machten en krachten overwonnen en kan niets ons scheiden van de liefde van God.

Wij geloven dat wij niet voor onszelf leven. We maken deel uit van een groter verhaal – van God met ons. De waarde van ons leven zit niet in geld en goederen, niet in lichamelijke fitheid of gezondheid, hoe kostbaar die dingen in zichzelf ook zijn. De waarde van ons leven vinden we in God-met-ons, die ons gaande houdt op de weg van het Koninkrijk.

Wij geloven dat wij niet voor onszelf leven. Het is de heilige Geest die ons dat steeds in herinnering brengt – God dichtbij – die ons uitnodigt geloof, hoop en liefde te delen in geloofsgemeenschappen, die ons uitnodigt om te leven vanuit vergeving, de kracht van een nieuw begin, die ons uitnodigt om op te staan.

Elke dag opnieuw opstaan.

In het licht van Christus. Tegen onrecht. Om de weg van de liefde te gaan.

Wij geloven dat wij niet voor onszelf leven.

Doe maar even geen proefballonnetjes

5 mei

Op 3 mei lanceerde de PKN op haar website een laatste proefballonnetje: een speciale kerkdienst voor gevaccineerden. De gedachte achter dit proefballonnetje is dat met name de ouderen in de achterliggende periode geleden hebben onder eenzaamheid en weer verlangen om de verbondenheid in een kerkdienst te ervaren. Omdat binnenkort vrijwel alle 70-plussers gevaccineerd zullen zijn, nodigt de landelijke kerk de kerkenraden uit om alvast na te denken over de mogelijkheden die het gevaccineerd zijn met zich meebrengen. Een werkgroep van de PKN heeft alvast wat voorwerk gedaan.

In het stuk op de site is te lezen dat de PKN met deze geste geen mensen wil buitensluiten (de kerk is er immers voor iedereen, en niet alleen voor bijvoorbeeld gevaccineerden), maar juist wil uitnodigen: laat kwetsbaren nu ook naar de kerkdiensten komen. Zoiets.

Eerlijk gezegd heb ik geen idee wat dit proefballonnetje toevoegt aan de kerkelijke mogelijkheden die er al zijn. Wel roept het gedoe op in de media en onrust in de kerk: gaan we toch onderscheid maken tussen gevaccineerden en niet-gevaccineerden? Terwijl de winst nu ook niet direct spectaculair te noemen is. Dagblad Trouw meldt dat de PKN inzet op voorzichtigheid en verantwoordelijkheid (“het is een handreiking, geen advies”). Die voorzichtigheid betekent concreet:

“Daarom geldt ook bij aparte diensten voor gevaccineerden het maximum dat nu wordt geadviseerd: dertig mensen, en bij grotere kerkgebouwen ten hoogste 10 procent van het aantal plekken. En al zijn ze ingeënt, ook bij de extra dienst moeten de kerkgangers zich aan de afstands- en hygiëneregels houden.”

Het roept herinneringen op aan de ‘handreikingen’ rond het dopen (met de verlengde doopschelp) en rond de ongevraagde actie om predikanten voorrang te laten krijgen bij het vaccineren. En wat daarbij komt: er is een overlegorgaan van geloofsgemeenschappen met de overheid. In het begin van de coronatijd werden adviezen van de PKN afgestemd met die commissie (Het Interkerkelijk Contact Overheidszaken). Het lijkt erop dat de proefballonnen de andere kerkgenootschappen ook overvallen.

Nu geloof ik direct dat concrete vragen uit plaatselijke gemeenten ten grondslag liggen aan de proefballonnetjes. Maar ik zit niet te wachten op een ‘handreiking’ die mij als predikant met meer vragen dan antwoorden achterlaat of die mij opeens in een discussie trekt die de mijne niet zou moeten zijn (‘Wat hoor ik, dominee, gaat de kerk de vrijheid van niet-gevaccineerden beperken’?’) En ook deze handreiking lijkt ook – opnieuw – slecht doordacht: kampen niet alle generaties met beperkingen? Wat doen we met onze jongeren en gezinnen met kinderen? Met onze leerkrachten? Links of rechtsom, de suggestie die gewekt wordt, is dat niet meer kunnen/hoeven te wachten en rechten menen te kunnen ontlenen aan de vaccinatie.

Mijn vraag aan de landelijke kerk is: kom alsjeblieft met echte handreikingen. Tot mijn verbazing en teleurstelling raadt de PKN in handreiking over de speciale kerkdiensten aan om de discussie over wel of niet vaccineren te vermijden. Verrassing: die vraag leeft dus wel in de gemeente en daar zou een handreiking heel behulpzaam bij zijn.

In mijn beleving nodigt een vraag naar kerkelijke mogelijkheden rond vaccinatie uit tot een doordenking over bijvoorbeeld het Lichaam van Christus, of over verbondenheid in coronatijd, over solidariteit door de generaties heen, over verantwoordelijkheid naar de samenleving, enzovoort. Het nodigt uit om te kijken wat er nu al mogelijk is en gebeurt in geloofsgemeenschappen.

Een extra kerkdienst voor gevaccineerden op 1,5 meter afstand, zonder te zingen en met maximaal 30 personen voegt niet echt iets toe. Behalve die onrust, dus. Mijn vraag: kunt u met gedegen handreikingen komen die ons helpen om onze argumenten te formuleren voor de keuzes die we maken.

Houd vol. Laten we elkaar vasthouden en samen optrekken.

Stille Week 2021: tot in de diepte ben Ik er voor jou

31 mrt

De kern van het christelijk geloof cirkelt rond het mysterie van het lijden en sterven van Jezus Christus voor ons. Waarom moest Jezus sterven? Wat is de betekenis van zijn lijden en dood? Op Goede Vrijdag staan we hierbij stil. Om zicht te krijgen op de diepere betekenis van Goede Vrijdag, is het van belang om vanuit het licht van de opstanding naar het lijden en sterven van Jezus te kijken. En dat geldt ook andersom: als we iets van het geheim van Pasen willen ontdekken, zullen we langs Golgotha (de plaats waar Jezus gekruisigd werd) moeten gaan.

Al in de oude kerk was er de traditie om op de drie dagen voor Pasen (triduum sacrum) stil te staan bij het geheimenis van lijden, sterven en opstanding. Ook in onze gereformeerde kerk (PKN) sluiten we dit jaar weer bij deze traditie aan en vieren we Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Stille Zaterdag op 1, 2 en 3 april. Vanwege de maatregelen om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, worden deze vieringen digitaal uitgezonden en begint de livestream om 19.00 uur om de mensen die een taak hebben in de diensten de gelegenheid te geven om voor de avondklok weer thuis te zijn. De livestream vindt u hier en hier vindt u de liturgie van deze drie dagen.

Witte donderdag 1 april om 19.00 uur

De laatste donderdag voor Pasen wordt in de kerkelijke traditie Witte Donderdag genoemd. We denken terug aan de laatste maaltijd die Jezus gebruikt heeft. Deze maaltijd stond in het teken van het Pesachfeest. Op dit feest werd de wonderlijke bevrijding van het volk Israël uit Egypte opnieuw in herinnering geroepen: vergeet Gods grote daden van bevrijding niet. De bevrijding toen bleef betekenis houden voor het Joodse volk: zoals God toentertijd ons gered heeft uit beklemming, doem, doodsheid en slavernij, zo kan Hij dat ook nu nog. Het feest hielp ook om het verlangen naar Gods toekomst levend te houden: eens zal Israël in alle vrijheid wonen in het Beloofde Land en God zal onder hen wonen.

Jezus weet dat deze maaltijd voor Hem de laatste zal zijn. Hij voegt enkele handelingen en woorden toe, die voor onze christelijke traditie van blijvende betekenis zijn. Jezus wast de voeten van de leerlingen. Hiermee zet Hij een ferme streep door ons onderscheid van hoog en laag, van meester en slaaf. Hij toont ons een weg uit de wedloop van macht en status: als je macht hebt, gebruik die dan om te dienen.

Daarnaast doet Jezus nog iets anders. Hij deelt uit van het brood – Hij breekt het en geeft het rond – en zegt daarbij: ‘Kijk, als je weer nadenkt tijdens de maaltijd over Gods bevrijding, bedenk dan dat Ik het brood ben dat gebroken wordt om jullie te redden. Telkens als je zo van dit brood eet, mag je bedenken dat Ik mijn leven geef om jou te redden’. Hetzelfde doet Jezus met de wijn die Hij rondgeeft. ‘Als je uit deze beker drinkt, bedenk dan dat ik met mijn bloed een nieuw verbond sluit’. Deze woorden hebben een diepe indruk gemaakt. In alle christelijke geloofsgemeenschappen vieren we door het jaar heen Avondmaal vanuit dit gedenken. Maar met name op deze Witte Donderdag staan we hierbij stil. De muziek wordt verzorgd door Hans Dubbeldam (orgel).

Het thema voor deze Witte Donderdag is: Ik ben er voor jou in dienende liefde. We lezen Johannes 13, 12-15, over de opdracht om elkaars voeten te wassen.

Goede Vrijdag, 2 april om 19.00 uur

In de nacht van donderdag op vrijdag wordt Jezus gevangen genomen. Als Hij tijdens de maaltijd spreekt over de opdracht om lief te hebben en over de minste durven zijn, weet Hij dat een van zijn vertrouwelingen contact heeft gezocht met de leiders van het volk die Jezus uit de weg willen ruimen. Judas verraadt Jezus en in de hof van Getsemané.

In de viering van Goede Vrijdag lezen we het lijdensevangelie, dit keer uit Johannes. We laten het evangelie zelf aan het woord en horen over de weg die Jezus gegaan is. De gevangenneming, de vrienden die op de vlucht slaan, het verhoor bij de hogepriesters, het verraad van Petrus, het verhoor bij Pilatus, het martelen, de kruisiging op Golgotha, het sterven en het begraven. De lezingen worden onderbroken door liederen of muziek. De muziek wordt verzorgd door: Margreet Burggraaf (klarinet), Florian van der Reijden (piano), Robert van Eijl (orgel en piano) en Arianna Blokland (solo).

Het thema voor deze Goede Vrijdag is: ‘Ik ben er voor jou in de diepte’. Tijdens het lezen van het lijdensevangelie zal de Paaskaars gedoofd worden.

Stille Zaterdag, 3 april om 19.00 uur

De zaterdag tussen Goede Vrijdag en Pasen is zo’n dag die misschien het beste laat omschrijven als verdoofd, onwerkelijk, een soort tussentijd. Aan de ene kant leven we met het besef van Goede Vrijdag, met het onwerkelijke nabijheid van verloren zijn, verdriet en lijden. Aan de andere kant hebben we weet van hoop door de dood heen. Stille Zaterdag is een tussentijd. Een dag van stilte en bezinning.

Met name de nacht, de wake, nodigt uit tot bezinning. Van oudsher werd de nacht van zaterdag op Paaszondag gebruikt om de Bijbelverhalen te lezen om sporen van hoop te ontdekken. We lezen in deze viering verschillende Bijbelgedeelten om hoop te wekken, om te ontdekken hoe God vanaf het begin zich met hart en ziel bekommert om onze wereld, en hoe Hij ons nooit alleen heeft gelaten.

We lezen van de schepping. Over hoe het begon. Over Gods project van liefde. We lezen over de uittocht. Over hoe God zijn volk niet alleen liet, maar onverwachts hen uit de beklemming naar de ruimte van vrijheid en liefde bracht. Dwars door het water van nood en dood naar het land van belofte. We lezen hoe profeten de hoop levend hielden in tijden van ellende en ballingschap, aanspoorden tot bekering – omkering – naar de God van het licht.

Al lezend in de oude verhalen en de profetieën, ontdekken we dat in het holst van de nacht het licht wordt geboren. Als we de oude teksten tot ons hart laten spreken, ontdekken we dat God de mensheid nooit heeft opgegeven en nooit zal opgeven. We horen over ongedachte toekomst.

Door het lezen van deze Bijbelteksten wordt hoop gewekt en kijken we verlangend uit naar het licht – het opstandingslicht. In ‘de lof van het licht’ wordt de nieuwe paaskaars binnengebracht en begint de viering van Pasen.

Tot slot gedenken we in het licht van de opstanding onze eigen doop. In de oude kerkelijke traditie was het gebruikelijk om juist in deze nacht van opstanding te dopen. We spreken in deze viering uit dat we kiezen tegen het kwaad en voor God, dat we kiezen tegen het duister, en voor het licht. We gedenken dat we met onze doop uit het water van nood en dood zijn getrokken tot een nieuw leven door Jezus Christus, die leeft. We mogen léven. Als nieuwe mensen. In de doop zegt God: Ik ben er voor jou. Als gedoopte mensen worden we uitgenodigd om Gods naam waar te maken: hoe kan ik er voor mijn medemens zijn?

Ik wens je drie mooie, waardevolle en inspirerende vieringen toe. Ik hoop dat het evangelie je ook van binnenuit verandert en het verlangen aanwakkert om meer en meer als nieuw mens je leven richting te geven. Meer weten, vragen of napraten? Je kunt via de mail met mij contact opnemen: al.veerman[at]gmail.com

Kerk met toekomst

9 mrt

Toen de eerste coronagolf net over zijn hoogtepunt heen was, publiceerden Remmelt Meijer en Peter Wierenga hun boek Herkerken. De toekomst van geloofsgemeenschappen. De coronacrisis grijpt diep in in het kerkelijk leven. De meeste kerken zijn snel digitaal gegaan. Maar de aanblik van lege kerkzalen, de moeite om de onderlinge verbondenheid vast te houden en het stilvallen van kerkelijke activiteiten werken moedeloosheid en apathie in de hand. Volgens de auteurs laat de coronacrisis in de kerken zien wat al veel langere tijd al dan niet sluimerend aanwezig is. Al veel langer ondervinden kerken de invloed van individualisme en lossere onderlinge verbanden. door de coronacrisis wordt die andere crisis (secularisatie) versnelt en verdiept.

De crisis is niet alleen een tijd van verlies en zorg, maar biedt ook kansen. Ik betrek het maar op onze eigen geloofsgemeenschap: we worden uitgenodigd en uitgedaagd om na te denken over onze kernboodschap na te denken. Wat bedoelen we met Gods huis? Welke functie heeft ons kerkgebouw in de wijk? Wat is onze missie en hoe verhoudt zich dat met Gods missie?

De eredienst is een van de belangrijkste manieren waarop onze gemeente zich presenteert. Meijer en Wierenga pleiten ervoor om opnieuw na te denken over de vieringen in de kerk. Ze stellen dat de belevingswerelden inmiddels zo verschillend zijn, dat het geen zin meer heeft om in te zetten op een viering waarin alle ‘kleuren’ een plek krijgen. In hun visie zou er meer ingezet kunnen worden op verschillende soorten vieringen binnen een geloofsgemeenschap. Met name de tweede dienst op zondag leent zich hier voor. Het tweede is dat vieringen gebaat zijn bij eenvoud. Kunnen toeschouwers zich de liturgie eigen maken en zo deelnemer worden? Veel van de huidige diensten vragen of om meer uitleg, of om meer vereenvoudiging. “Kleinere samenkomsten leiden tot nieuwe ontdekkingen” (61) Tot slot leggen de auteurs de vraag voor hoe de vieringen opnieuw ingebed kunnen worden in de geloofsgemeenschap. Zeker als er verschillende vieringen zijn die een eigen publiek trekken, is de vraag naar verbinding van belang. Het vraagt om dialoog over de identiteit van de gemeente en om concrete handvatten hoe de vieringen doordeweeks door kunnen werken.

Het herkerken reikt verder dan het opnieuw vorm geven van de eredienst. Het raakt aan de organisatie van de geloofsgemeenschap. Veel geloofsgemeenschappen zijn al jaren bezig om vooral op de winkel te passen. Soms met kunst- en vliegwerk wordt de tent draaiende gehouden totdat het echt niet meer gaat. Meijer en Wierenga nodigen om op een andere manier naar de geloofsgemeenschap te kijken. Het gaat met name om relaties: we zijn als geloofsgemeenschap het Lichaam van Christus. Het betekent dat relaties op de eerste plaats komen. De kerk is vindplaats en oefenplaats van Gods nieuwe wereld. De enige contante in de kerkgeschiedenis is dat Rijk van God. Dat kader verandert niet. Alle andere kaders zullen van tijd tot tijd bijgesteld moeten worden.

Het denken vanuit relaties vraagt volgens de auteurs om drie belangrijke thema’s op een andere manier te benaderen. Het eerste thema is verantwoordelijkheid. Veel geloofsgemeenschappen hebben (onbewust) bijgedragen aan consumentisme. Gemeenteleden bezoeken als consumenten de activiteiten. De activiteiten worden zoveel mogelijk afgestemd op de behoeften van de bezoekers om zoveel mogelijk bezoekers tevreden te stellen. De kerk van de toekomst haakt niet aan bij het consumptiegedrag, maar zoekt naar mogelijkheden om mensen medeverantwoordelijkheid te geven. Kerk ben je samen. Het tweede thema is ruimte voor het experiment. In de oude kerk waren er meer functies die tot verrassende inzichten en ontwikkelingen leidden: apostelen, evangelisten en profeten. Het sluit ook aan bij het eerste punt: geef mensen ruimte en omarm het experiment. Het derde thema betreft de visie op de dominee en de kerkenraad. De kerk zou niet langer de kerk van de predikant moeten zijn. Nu is het vaak zo dat activiteiten pas doorgang vinden als de predikant er op de een of andere manier bij betrokken is. Een geloofsgemeenschap zal moeten leren om meer van onderop en vanuit samen te denken. De rol van de predikant is meer coachend en toerustend.

Deze crisis vraagt dus om een omslag in denken. Niet langer vanuit het verleden, maar vanuit de toekomst, het Koninkrijk (86). De kerk als broedplaats van liefde (97). ‘Een kerkdienst met vijfhonderd mensen heeft veel waardevols te bieden, maar is niet de plek waar de onderlinge liefde geoefend en verdiept wordt’ (103). ‘Massale kerkdiensten of vieringen zullen van tijd tot tijd als zeer
samenbindend en inspirerend ervaren kunnen worden, maar het is hoog tijd om te zien dat we moeten herkerken naar de kleinere en menselijke maat.’ (104) Niet dat de kleine groep de grote vervangt, maar we kijken te beperkt: ‘Daar in die huiskamers en buurthuizen, daar gebeurt kerk.’ (104).

De kerk van toekomst is een kerk die bewegelijk is in activiteiten, samenkomt in kleinere groepen en relevant is voor de buurt of wijk.

Het boek nodigt uit om opnieuw te doordenken waarom we ook al weer kerk zijn. Het nodigt uit om minder formalistisch en organisatorisch te denken, en het experiment en de ideeën van onderop ruimte te geven. Dat zal ook helpen om meer gemeenteleden medeverantwoordelijkheid te geven.

De vraag is wel of de waarde van de huidige geloofsgemeenschap voldoende wordt gewaardeerd. Misschien kan een geloofsgemeenschap pionieren en vloeibaarder organiseren als er een vertrouwenwekkende kerk is die al eeuwen meegaat en ook komende stormen zal kunnen doorstaan. Een kerk om op terug te vallen en uit weg te trekken.

Het komt aan op verbinding. Allereerst op het verbinden met God, op opnieuw verbinden met de bron die leven geeft. En op het verbinden met de geloofsgemeenschap. We hebben elkaar nodig op onze levensreis.

  1. Wat spreekt jou aan in het boek Herkerken? Wat roept weerstand op?
  2. voel jij je verbonden met een geloofsgemeenschap? Is die verbinding aan verandering onderhevig? Wil je daar iets over vertellen?
  3. Wat is volgens jou de kern van de geloofsgemeenschap en welke kernwaarden horen daarbij?
  4. Welke stappen zou je zelf willen zetten?
  5. Welke stappen zouden we als geloofsgemeenschap kunnen zetten?

Een God van levenden

26 feb

Het is een jaar geleden dat we snel moesten schakelen. We wisten niet wat we konden verwachten, wel dat het serieus was. Het coronavirus greep razendsnel om zich heen en op 12 maart 2020 zaten we gespannen te luisteren naar de persconferentie van premier Rutte en minister Bruins. Zondag 15 maart gingen we digitaal. We stopten met onze fysieke samenkomsten en activiteiten. Het was midden in de veertigdagentijd en we hoopten met Pasen weer samen te kunnen komen als geloofsgemeenschap.

Het liep anders. Met Pinksteren 2020 waren de diensten nog steeds digitaal. In juli kwamen voorzichtige versoepelingen. 30 mensen in de kerk. Activiteiten die schuchter werden opgepakt. 100 mensen in de kerk. Plannen maken voor het nieuwe seizoen. Zou corona terug komen of zouden de versoepelingen doorzetten?

In die periode vanaf mei ervaarde ik veel onrust. Hoe moest het verder met de geloofsgemeenschap? Hoe konden we elkaar bemoedigen en versterken in onze relatie met God en in onze onderlinge relaties? De voorzichtige versoepelingen versterkten de onrust: een kerkdienst met 30 of 100 mensen op 1,5 meter, met verplichte looproutes, met een soort onzichtbare dans om maar niet in elkaars ruimte te komen, zonder gemeentezang en zonder ontmoetingsmoment na de dienst – is dat het nu? Het miste de saamhorigheid van de tijd van voor de corona en het wekte ook niet het verlangen naar de toekomst. Voor alle duidelijkheid: ik heb bijzonder veel waardering en respect voor alle vrijwilligers die telkens activiteiten en samenkomsten mogelijk maakten en maken, en steeds weer adequaat reageren op nieuwe ontwikkelingen. En: de noodzaak van deze maatregelen staan voor mij niet ter discussie.

Het virus was nooit weg en kwam in verhevigde mate terug na de zomervakantie. Nu, een jaar later zitten we nog steeds met beperkende maatregelen die het gewone kerkelijke leven haast onmogelijk maken. Het jeugdwerk tot en met het ouderenpastoraat – hoe verder?

Een jaar lang kerk-zijn met beperkende maatregelen was en is onze eerste uitdaging. Maar er kwam en komt iets bij. Sinds het het coronavirus zich verspreidde in Nederland, is onze gemeente getroffen door een hevige golf van verlies. In het afgelopen kerkelijk jaar (van november 2019 – 22 november 2020) overleden er 19 gemeenteleden. Dat was voor onze gemeente een ingrijpend aantal. We vonden het ook moeilijk dat afscheid nemen van de overledenen en het troosten van nabestaanden door de coronamaatregelen vaak zo ingewikkeld was. In het nieuwe kerkelijk jaar nam de dood, het mis en het gedenken een steeds nadrukkelijker plaats in. Sinds 1 december zijn er 14 gemeenteleden overleden. Het slaat een gat in onze geloofsgemeenschap. Hoe kunnen we voorkomen dat de dood ook de grond onder onze voeten wegslaat?

Juist in deze tijd van rouw en schrik worden we opnieuw bepaalt bij de hoop die ons draagt en op ons toekomt. Halik (Niet zonder hoop) spreekt over hoop als de deur die naar de toekomst opengaat. Juist een crisis die je terugwerpt op je laatste houvast, doet de hoop ontvlammen. Dwars door ‘de donkere nacht van de ziel’ biedt de hoop nieuw perspectief. De christelijke hoop is verbonden met het lijden, sterven en de opstanding van Jezus Christus. God is een God van de levenden – niet de het duister, de chaos of de dood heeft het laatste woord, maar het eerste en is laatste woord is het scheppende woord van de Levende God.

In Hebreeën 12, 1 lezen we dat we door een wolk van geloofsgetuigen omringd zijn, die ons aansporen om vol te houden. Die wolk van getuigen bestaat niet alleen uit Mozes, Debora of David, maar ook uit de gemeenteleden die ons zijn voorgegaan. “…, opdat u niet de moed verliest en het opgeeft.”

Dat is het eerste dat ik meeneem uit deze periode: de uitnodiging om opnieuw ons te bepalen bij onze hoop.

Het tweede is dat we worden uitgenodigd om – opnieuw juist in deze tijd – de tekenen van de heilige Geest te herkennen. Het bruist en sprankelt in onze gemeente. De Geest werkt. De maandelijkse Bijbelstudie gaat digitaal door. Er melden zich nieuwe mensen aan waaronder mensen op hoge leeftijd. Er zijn meerdere nieuwe initiatieven voor kinderen en jongeren. Er komt een spannende podcast serie. Er is een digitale Alphacursus gestart en de reacties zijn bijzonder positief. Jonge mensen zoeken contact met onze gemeente.

Het is ongelofelijk wat er aan initiatieven leeft in onze gemeente. Wat we nu nodig hebben is gebed. En vertrouwen. We hoeven niet te wanhopen, want ook in deze tijd werkt de heilige Geest. Ook in onze gemeente.

Donkere wolken boven de geloofsgemeenschap?

24 jan

(Dit artikel is geplaatst in het Ouderlingenblad van januari 2021)

Over de impact van de coronacrisis en een weg naar toekomst

Inleiding

‘Kerst gaat toch wel gewoon door?’ Het is eind oktober. In onze winkelstraat kom ik een van onze oudere gemeenteleden tegen. We hebben elkaar niet meer gezien sinds maart, het begin van de intelligente lockdown. Voor corona waren haar man en zij trouwe kerkgangers die vrijwel wekelijks de erediensten bezochten. Na de dienst bleven zij ook altijd even hangen bij het koffiedrinken. Dat was een belangrijke activiteit voor onze gemeente waar veel gemeenteleden graag gebruik van maakten. Sinds maart zaten zij thuis. Haar man heeft een kwetsbare gezondheid zodat ze ook niet naar de diensten gingen toen het mogelijk was om met een gedeelte van de gemeente aanwezig te zijn. Het koffiedrinken hebben we sinds maart opgeschort.

Onze regio (Zuid-Holland zuid) blijkt een brandhaard te zijn en ook in de gemeente merken we dat de corona dichtbij komt. Dichterbij dan tijdens de eerste golf. We hebben juist als regieteam moeten besluiten dat we fysieke activiteiten gaan beperken en weer meer digitaal gaan doen. Het heeft ook consequenties voor onze kerstvieringen. Dat was geen gemakkelijk besluit. Want juist deze kerstvieringen vertellen iets over onze identiteit. Vanaf vierde advent tot en met de top2000 dienst op de laatste zondag van het jaar staat onze gemeente bol van de activiteiten. In de aanloop naar Kerst is er een gezellige en verwachtingsvolle drukte vanwege alle voorbereidingen. Dit jaar dus niets van dat alles. Geen grootste vieringen met stampvolle kerken. Dit jaar gaat alles anders.

‘Kerst gaat toch wel gewoon door?’ Ik schud van nee en zie de teleurstelling bij mijn gemeentelid. We praten nog een tijdje door op anderhalve meter, in de winkelstraat. Ik vraag haar of het hen lukt om digitaal mee te vieren. ‘Nee’, zegt ze. ‘We kijken gewoon naar de EO’.

Deze ontmoeting schetst in een notendop de machteloosheid, pijn en onzekerheid waar we als geloofsgemeenschap mee worstelen door de coronapandemie. In dit artikel wil ik verkennen wat de impact van de corona is op de geloofsgemeenschap en handvatten aanreiken om met deze crisis om te gaan.

Een traumatiserende periode

Het coronavirus overviel ons. Van de ene op de andere dag kregen we te maken met een intelligente lockdown. De gevolgen van het virus en van de lockdown waren ingrijpend. De anderhalve meter werd ingevoerd als nieuwe standaard. Aanraken was niet langer mogelijk. Gewoon bij elkaar op bezoek gaan, behoorde niet zomaar tot de mogelijkheden.

Met name mensen die zelf ziek werden of wie in deze periode afscheid moesten nemen van geliefden, voelden de zwaarte van deze maatregelen het diepst en hevigst. In de eerste golf was het niet mogelijk om bij partners, ouders, familieleden of vrienden op bezoek te gaan als zij corona kregen. De coronamaatregelen verstoorden het afscheid van naasten. En ook de uitvaarten werden mede bepaald door de maatregelen: er mochten minder mensen aanwezig zijn en er was geen ruimte voor lichamelijke troost. Wat doet dit met het rouwproces?

Ook op andere manieren werden mensen getroffen door de corona(maatregelen). De druk op werknemers in de zorg was en is immens. De zorgmedewerkers werden geconfronteerd met een nauwelijks te behappen toestroom van ernstig zieke mensen. Er werden langere diensten gedraaid om de zorg vol te kunnen houden. De impact van de werkdruk en het leed waar zij mee geconfronteerd zijn, is groot. Wanneer is er voor hen tijd om bij te komen en om te verwerken?

Niet alleen het coronavirus zelf, maar ook de (noodzakelijke) maatregelen om verspreiding van het virus te voorkomen, werkten ontwrichtend door. Ondanks de ruimhartige steunpakketten van het kabinet, vrezen velen voor hun baan of zijn al werkloos geworden.

Mensen met een kwetsbare gezondheid raakten en raken in deze coronaperiode meer geïsoleerd. Elke leeftijdscategorie kende en kent zijn eigen specifieke pijn en zorg.

Lang niet iedereen ervaart in dezelfde mate de impact van corona. Iedereen moet zich echter wel verhouden met onzekerheid over de toekomst en met machteloosheid om eigen regie te kunnen voeren. Wat doet deze onzekerheid en machteloosheid met de samenleving?

De tweede golf

De onzekerheid en machteloosheid worden versterkt, omdat de corona maar niet verdwijnt. Voor de zomer leek het beter te gaan en was er weer meer mogelijk. Vanaf september liepen de besmettingscijfers echter weer snel op. Terwijl ik dit artikel schrijf, zitten we midden in de tweede golf. Opnieuw is het onduidelijk hoelang dit zal duren. Wat we in ieder geval zeker weten, is dat Kerst en Oud en Nieuw door de corona ingekleurd zullen worden.

Deze tweede golf verschilt van de eerste golf. In maart was er in eerste instantie schrik. Maar al snel was er ook een grote saamhorigheid. Massaal gaf de samenleving ruimte op om zo rondom mensen met een kwetsbare gezondheid te staan. Het onderlinge omzien werd via kerken, sociale teams, buurten en wijken georganiseerd. Mensen namen de moeite elkaar een bemoedigend kaartje te sturen of even te bellen.

In de tweede golf is er echter veel minder saamhorigheid. Het leiderschap van het kabinet en de deskundigheid van het OMT worden betwist. Mensen geven aan somberder en gelatener te zijn. Het blijkt veel lastiger om de moed erin te houden.

De geloofsgemeenschap onder druk

De geloofsgemeenschap wordt dus mede gevormd door mensen die direct of indirect te maken hebben met de impact van corona. Naast de individuele impact staat ook de gemeenschap als collectief onder druk. De coronamaatregelen raken het hart van het gemeenteleven.

De geloofsgemeenschap draait voor een belangrijk deel om de zondagse eredienst (het samen zingen, bidden en ontmoeten) en om de onderlinge ontmoetingen of contacten (koffiedrinken na kerktijd, koor, geloofskringen, pastoraat, enz.). Samen vieren en ontmoeten vormen toch het fundament van het gemeente-zijn. Nu dit niet meer vanzelfsprekend is, raakt dit niet alleen de organisatie van de plaatselijke gemeente, maar ook de symboliek van ‘het Lichaam van Christus’.

De fysieke samenkomsten hebben nu in zekere zin hun glans verloren: er kan maar een gedeelte van de gemeente aanwezig zijn, en er is steeds die lastige afstand – terwijl er zo’n behoefte is aan een troostend of bemoedigend gebaar. Het niet mogen zingen in de kerk valt niet mee. De impact van ‘het nieuwe normaal’ op de cohesie in de geloofsgemeenschap is fors.

Hoe goed we ook onze best zullen doen, we missen nabijheid en verbondenheid. Dat brengt ook verdriet en zorg met zich mee.

Een collectief trauma?

De coronacrisis werkt ontwrichtend en roept gevoelens van kwetsbaarheid en machteloosheid op. Zoals een individueel trauma de innerlijke structuur van een persoon beschadigt, zo beschadigd een collectief trauma de structuur van de gemeenschap. Het is mijn stelling dat zorg voor de geloofsgemeenschap ondersteunend zal zijn voor mensen die worstelen met de directe gevolgen van corona. De geloofsgemeenschap kan de bedding vormen waar de verhalen gedeeld en verteld kunnen worden. In mijn onderzoek (A.L. Veerman, Ontredderd. Het proces in de kerkenraad als de predikant seksueel misbruik heeft gepleegd. 2005, p. 274vv) laat ik zien dat een collectief trauma de sociale verbondenheid van mensen beschadigt en het gevoel van gemeenschappelijkheid schaadt. Vaak werkt zo’n collectief trauma langzaam en sluipend door.

De identiteit van de geloofsgemeenschap staat op het spel. De identiteit van onze gemeente werd gevormd door de mooie, inspirerende en samenbindende erediensten, en door het kopje koffie na afloop. Die elementen zijn in de coronatijd weggevallen. Onze reflex is om te wachten tot de corona voorbij is en achterom te kijken naar hoe we het altijd gedaan hebben. Het gevolg is dat onze onderlinge band losser wordt en onze geloofsgemeenschap zomaar uit elkaar zou kunnen vallen.

Na de eerste schok en de heroïsche fase waarin we elkaar steunden en bemoedigden, is nu de fase van teleurstelling en desillusie aangebroken. Hoe kunnen we voorbij de teleurstelling komen?

Op weg met een verhaal dat ons draagt

De coronacrisis dwingt ons opnieuw naar gemeente-zijn te gaan kijken. We zullen voorbij onze drukte en onze activiteiten moeten durven kijken. Het gaat niet allereerst om onze activiteiten, ook niet om onze erediensten. Het gaat allereerst om de hoop die op ons toekomt door Jezus Christus. We zijn Zijn gemeente. In Hem leven en bewegen wij. In Hem vinden we onze kracht en worden we op de been gezet.

De Bijbel biedt verschillende verhalen die ons kunnen helpen om als gemeenschap ons te herpakken en op weg te gaan uit verslagenheid. Deze verhalen kunnen ook de bedding vormen waarbinnen de verhalen van gemeenteleden een plek kunnen krijgen. Waar nu behoefte aan is, is aan Bijbelverhalen met transformerende kracht: van teleurstelling naar hoop, van wantrouwen naar liefde, van onzekerheid naar geloof.

Het verhaal van het volk Israël dat door de woestijn naar het Beloofde Land reist, is zo’n verhaal. Het vertelt over een volk dat zich moet verhouden met de lange duur van de reis. Het vertelt over het murmureren en het betwijfelen van gezag. Het vertelt over het worstelen en strijden met God.

Maar het vertelt ook over het loslaten van wat was, en het op reis gaan naar de onbekende toekomst. Het vertelt van de belofte van Gods nabijheid en van een toekomst die vandaag de moeite waard maakt.

Tot slot

In deze coronatijd waarin we op zoveel manieren beperkt worden in onze mogelijkheden, worden we uitgenodigd om ons te verdiepen in de kern van het gemeente-zijn: getuige worden van de hoop van Jezus Christus.

We hebben Bijbelverhalen nodig die ons in deze tijd van een bedding voorzien om de gebeurtenissen te duiden en om ons te wijzen op hoop. Deze Bijbelverhalen hebben een transformerende kracht en zal ons ook uitnodigen om nieuwe wegen te zoeken voor kerk-zijn on coronatijd.