Archief | kerk RSS feed for this section

Doe maar even geen proefballonnetjes

5 mei

Op 3 mei lanceerde de PKN op haar website een laatste proefballonnetje: een speciale kerkdienst voor gevaccineerden. De gedachte achter dit proefballonnetje is dat met name de ouderen in de achterliggende periode geleden hebben onder eenzaamheid en weer verlangen om de verbondenheid in een kerkdienst te ervaren. Omdat binnenkort vrijwel alle 70-plussers gevaccineerd zullen zijn, nodigt de landelijke kerk de kerkenraden uit om alvast na te denken over de mogelijkheden die het gevaccineerd zijn met zich meebrengen. Een werkgroep van de PKN heeft alvast wat voorwerk gedaan.

In het stuk op de site is te lezen dat de PKN met deze geste geen mensen wil buitensluiten (de kerk is er immers voor iedereen, en niet alleen voor bijvoorbeeld gevaccineerden), maar juist wil uitnodigen: laat kwetsbaren nu ook naar de kerkdiensten komen. Zoiets.

Eerlijk gezegd heb ik geen idee wat dit proefballonnetje toevoegt aan de kerkelijke mogelijkheden die er al zijn. Wel roept het gedoe op in de media en onrust in de kerk: gaan we toch onderscheid maken tussen gevaccineerden en niet-gevaccineerden? Terwijl de winst nu ook niet direct spectaculair te noemen is. Dagblad Trouw meldt dat de PKN inzet op voorzichtigheid en verantwoordelijkheid (“het is een handreiking, geen advies”). Die voorzichtigheid betekent concreet:

“Daarom geldt ook bij aparte diensten voor gevaccineerden het maximum dat nu wordt geadviseerd: dertig mensen, en bij grotere kerkgebouwen ten hoogste 10 procent van het aantal plekken. En al zijn ze ingeënt, ook bij de extra dienst moeten de kerkgangers zich aan de afstands- en hygiëneregels houden.”

Het roept herinneringen op aan de ‘handreikingen’ rond het dopen (met de verlengde doopschelp) en rond de ongevraagde actie om predikanten voorrang te laten krijgen bij het vaccineren. En wat daarbij komt: er is een overlegorgaan van geloofsgemeenschappen met de overheid. In het begin van de coronatijd werden adviezen van de PKN afgestemd met die commissie (Het Interkerkelijk Contact Overheidszaken). Het lijkt erop dat de proefballonnen de andere kerkgenootschappen ook overvallen.

Nu geloof ik direct dat concrete vragen uit plaatselijke gemeenten ten grondslag liggen aan de proefballonnetjes. Maar ik zit niet te wachten op een ‘handreiking’ die mij als predikant met meer vragen dan antwoorden achterlaat of die mij opeens in een discussie trekt die de mijne niet zou moeten zijn (‘Wat hoor ik, dominee, gaat de kerk de vrijheid van niet-gevaccineerden beperken’?’) En ook deze handreiking lijkt ook – opnieuw – slecht doordacht: kampen niet alle generaties met beperkingen? Wat doen we met onze jongeren en gezinnen met kinderen? Met onze leerkrachten? Links of rechtsom, de suggestie die gewekt wordt, is dat niet meer kunnen/hoeven te wachten en rechten menen te kunnen ontlenen aan de vaccinatie.

Mijn vraag aan de landelijke kerk is: kom alsjeblieft met echte handreikingen. Tot mijn verbazing en teleurstelling raadt de PKN in handreiking over de speciale kerkdiensten aan om de discussie over wel of niet vaccineren te vermijden. Verrassing: die vraag leeft dus wel in de gemeente en daar zou een handreiking heel behulpzaam bij zijn.

In mijn beleving nodigt een vraag naar kerkelijke mogelijkheden rond vaccinatie uit tot een doordenking over bijvoorbeeld het Lichaam van Christus, of over verbondenheid in coronatijd, over solidariteit door de generaties heen, over verantwoordelijkheid naar de samenleving, enzovoort. Het nodigt uit om te kijken wat er nu al mogelijk is en gebeurt in geloofsgemeenschappen.

Een extra kerkdienst voor gevaccineerden op 1,5 meter afstand, zonder te zingen en met maximaal 30 personen voegt niet echt iets toe. Behalve die onrust, dus. Mijn vraag: kunt u met gedegen handreikingen komen die ons helpen om onze argumenten te formuleren voor de keuzes die we maken.

Houd vol. Laten we elkaar vasthouden en samen optrekken.

Stille Week 2021: tot in de diepte ben Ik er voor jou

31 mrt

De kern van het christelijk geloof cirkelt rond het mysterie van het lijden en sterven van Jezus Christus voor ons. Waarom moest Jezus sterven? Wat is de betekenis van zijn lijden en dood? Op Goede Vrijdag staan we hierbij stil. Om zicht te krijgen op de diepere betekenis van Goede Vrijdag, is het van belang om vanuit het licht van de opstanding naar het lijden en sterven van Jezus te kijken. En dat geldt ook andersom: als we iets van het geheim van Pasen willen ontdekken, zullen we langs Golgotha (de plaats waar Jezus gekruisigd werd) moeten gaan.

Al in de oude kerk was er de traditie om op de drie dagen voor Pasen (triduum sacrum) stil te staan bij het geheimenis van lijden, sterven en opstanding. Ook in onze gereformeerde kerk (PKN) sluiten we dit jaar weer bij deze traditie aan en vieren we Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Stille Zaterdag op 1, 2 en 3 april. Vanwege de maatregelen om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, worden deze vieringen digitaal uitgezonden en begint de livestream om 19.00 uur om de mensen die een taak hebben in de diensten de gelegenheid te geven om voor de avondklok weer thuis te zijn. De livestream vindt u hier en hier vindt u de liturgie van deze drie dagen.

Witte donderdag 1 april om 19.00 uur

De laatste donderdag voor Pasen wordt in de kerkelijke traditie Witte Donderdag genoemd. We denken terug aan de laatste maaltijd die Jezus gebruikt heeft. Deze maaltijd stond in het teken van het Pesachfeest. Op dit feest werd de wonderlijke bevrijding van het volk Israël uit Egypte opnieuw in herinnering geroepen: vergeet Gods grote daden van bevrijding niet. De bevrijding toen bleef betekenis houden voor het Joodse volk: zoals God toentertijd ons gered heeft uit beklemming, doem, doodsheid en slavernij, zo kan Hij dat ook nu nog. Het feest hielp ook om het verlangen naar Gods toekomst levend te houden: eens zal Israël in alle vrijheid wonen in het Beloofde Land en God zal onder hen wonen.

Jezus weet dat deze maaltijd voor Hem de laatste zal zijn. Hij voegt enkele handelingen en woorden toe, die voor onze christelijke traditie van blijvende betekenis zijn. Jezus wast de voeten van de leerlingen. Hiermee zet Hij een ferme streep door ons onderscheid van hoog en laag, van meester en slaaf. Hij toont ons een weg uit de wedloop van macht en status: als je macht hebt, gebruik die dan om te dienen.

Daarnaast doet Jezus nog iets anders. Hij deelt uit van het brood – Hij breekt het en geeft het rond – en zegt daarbij: ‘Kijk, als je weer nadenkt tijdens de maaltijd over Gods bevrijding, bedenk dan dat Ik het brood ben dat gebroken wordt om jullie te redden. Telkens als je zo van dit brood eet, mag je bedenken dat Ik mijn leven geef om jou te redden’. Hetzelfde doet Jezus met de wijn die Hij rondgeeft. ‘Als je uit deze beker drinkt, bedenk dan dat ik met mijn bloed een nieuw verbond sluit’. Deze woorden hebben een diepe indruk gemaakt. In alle christelijke geloofsgemeenschappen vieren we door het jaar heen Avondmaal vanuit dit gedenken. Maar met name op deze Witte Donderdag staan we hierbij stil. De muziek wordt verzorgd door Hans Dubbeldam (orgel).

Het thema voor deze Witte Donderdag is: Ik ben er voor jou in dienende liefde. We lezen Johannes 13, 12-15, over de opdracht om elkaars voeten te wassen.

Goede Vrijdag, 2 april om 19.00 uur

In de nacht van donderdag op vrijdag wordt Jezus gevangen genomen. Als Hij tijdens de maaltijd spreekt over de opdracht om lief te hebben en over de minste durven zijn, weet Hij dat een van zijn vertrouwelingen contact heeft gezocht met de leiders van het volk die Jezus uit de weg willen ruimen. Judas verraadt Jezus en in de hof van Getsemané.

In de viering van Goede Vrijdag lezen we het lijdensevangelie, dit keer uit Johannes. We laten het evangelie zelf aan het woord en horen over de weg die Jezus gegaan is. De gevangenneming, de vrienden die op de vlucht slaan, het verhoor bij de hogepriesters, het verraad van Petrus, het verhoor bij Pilatus, het martelen, de kruisiging op Golgotha, het sterven en het begraven. De lezingen worden onderbroken door liederen of muziek. De muziek wordt verzorgd door: Margreet Burggraaf (klarinet), Florian van der Reijden (piano), Robert van Eijl (orgel en piano) en Arianna Blokland (solo).

Het thema voor deze Goede Vrijdag is: ‘Ik ben er voor jou in de diepte’. Tijdens het lezen van het lijdensevangelie zal de Paaskaars gedoofd worden.

Stille Zaterdag, 3 april om 19.00 uur

De zaterdag tussen Goede Vrijdag en Pasen is zo’n dag die misschien het beste laat omschrijven als verdoofd, onwerkelijk, een soort tussentijd. Aan de ene kant leven we met het besef van Goede Vrijdag, met het onwerkelijke nabijheid van verloren zijn, verdriet en lijden. Aan de andere kant hebben we weet van hoop door de dood heen. Stille Zaterdag is een tussentijd. Een dag van stilte en bezinning.

Met name de nacht, de wake, nodigt uit tot bezinning. Van oudsher werd de nacht van zaterdag op Paaszondag gebruikt om de Bijbelverhalen te lezen om sporen van hoop te ontdekken. We lezen in deze viering verschillende Bijbelgedeelten om hoop te wekken, om te ontdekken hoe God vanaf het begin zich met hart en ziel bekommert om onze wereld, en hoe Hij ons nooit alleen heeft gelaten.

We lezen van de schepping. Over hoe het begon. Over Gods project van liefde. We lezen over de uittocht. Over hoe God zijn volk niet alleen liet, maar onverwachts hen uit de beklemming naar de ruimte van vrijheid en liefde bracht. Dwars door het water van nood en dood naar het land van belofte. We lezen hoe profeten de hoop levend hielden in tijden van ellende en ballingschap, aanspoorden tot bekering – omkering – naar de God van het licht.

Al lezend in de oude verhalen en de profetieën, ontdekken we dat in het holst van de nacht het licht wordt geboren. Als we de oude teksten tot ons hart laten spreken, ontdekken we dat God de mensheid nooit heeft opgegeven en nooit zal opgeven. We horen over ongedachte toekomst.

Door het lezen van deze Bijbelteksten wordt hoop gewekt en kijken we verlangend uit naar het licht – het opstandingslicht. In ‘de lof van het licht’ wordt de nieuwe paaskaars binnengebracht en begint de viering van Pasen.

Tot slot gedenken we in het licht van de opstanding onze eigen doop. In de oude kerkelijke traditie was het gebruikelijk om juist in deze nacht van opstanding te dopen. We spreken in deze viering uit dat we kiezen tegen het kwaad en voor God, dat we kiezen tegen het duister, en voor het licht. We gedenken dat we met onze doop uit het water van nood en dood zijn getrokken tot een nieuw leven door Jezus Christus, die leeft. We mogen léven. Als nieuwe mensen. In de doop zegt God: Ik ben er voor jou. Als gedoopte mensen worden we uitgenodigd om Gods naam waar te maken: hoe kan ik er voor mijn medemens zijn?

Ik wens je drie mooie, waardevolle en inspirerende vieringen toe. Ik hoop dat het evangelie je ook van binnenuit verandert en het verlangen aanwakkert om meer en meer als nieuw mens je leven richting te geven. Meer weten, vragen of napraten? Je kunt via de mail met mij contact opnemen: al.veerman[at]gmail.com

Kerk met toekomst

9 mrt

Toen de eerste coronagolf net over zijn hoogtepunt heen was, publiceerden Remmelt Meijer en Peter Wierenga hun boek Herkerken. De toekomst van geloofsgemeenschappen. De coronacrisis grijpt diep in in het kerkelijk leven. De meeste kerken zijn snel digitaal gegaan. Maar de aanblik van lege kerkzalen, de moeite om de onderlinge verbondenheid vast te houden en het stilvallen van kerkelijke activiteiten werken moedeloosheid en apathie in de hand. Volgens de auteurs laat de coronacrisis in de kerken zien wat al veel langere tijd al dan niet sluimerend aanwezig is. Al veel langer ondervinden kerken de invloed van individualisme en lossere onderlinge verbanden. door de coronacrisis wordt die andere crisis (secularisatie) versnelt en verdiept.

De crisis is niet alleen een tijd van verlies en zorg, maar biedt ook kansen. Ik betrek het maar op onze eigen geloofsgemeenschap: we worden uitgenodigd en uitgedaagd om na te denken over onze kernboodschap na te denken. Wat bedoelen we met Gods huis? Welke functie heeft ons kerkgebouw in de wijk? Wat is onze missie en hoe verhoudt zich dat met Gods missie?

De eredienst is een van de belangrijkste manieren waarop onze gemeente zich presenteert. Meijer en Wierenga pleiten ervoor om opnieuw na te denken over de vieringen in de kerk. Ze stellen dat de belevingswerelden inmiddels zo verschillend zijn, dat het geen zin meer heeft om in te zetten op een viering waarin alle ‘kleuren’ een plek krijgen. In hun visie zou er meer ingezet kunnen worden op verschillende soorten vieringen binnen een geloofsgemeenschap. Met name de tweede dienst op zondag leent zich hier voor. Het tweede is dat vieringen gebaat zijn bij eenvoud. Kunnen toeschouwers zich de liturgie eigen maken en zo deelnemer worden? Veel van de huidige diensten vragen of om meer uitleg, of om meer vereenvoudiging. “Kleinere samenkomsten leiden tot nieuwe ontdekkingen” (61) Tot slot leggen de auteurs de vraag voor hoe de vieringen opnieuw ingebed kunnen worden in de geloofsgemeenschap. Zeker als er verschillende vieringen zijn die een eigen publiek trekken, is de vraag naar verbinding van belang. Het vraagt om dialoog over de identiteit van de gemeente en om concrete handvatten hoe de vieringen doordeweeks door kunnen werken.

Het herkerken reikt verder dan het opnieuw vorm geven van de eredienst. Het raakt aan de organisatie van de geloofsgemeenschap. Veel geloofsgemeenschappen zijn al jaren bezig om vooral op de winkel te passen. Soms met kunst- en vliegwerk wordt de tent draaiende gehouden totdat het echt niet meer gaat. Meijer en Wierenga nodigen om op een andere manier naar de geloofsgemeenschap te kijken. Het gaat met name om relaties: we zijn als geloofsgemeenschap het Lichaam van Christus. Het betekent dat relaties op de eerste plaats komen. De kerk is vindplaats en oefenplaats van Gods nieuwe wereld. De enige contante in de kerkgeschiedenis is dat Rijk van God. Dat kader verandert niet. Alle andere kaders zullen van tijd tot tijd bijgesteld moeten worden.

Het denken vanuit relaties vraagt volgens de auteurs om drie belangrijke thema’s op een andere manier te benaderen. Het eerste thema is verantwoordelijkheid. Veel geloofsgemeenschappen hebben (onbewust) bijgedragen aan consumentisme. Gemeenteleden bezoeken als consumenten de activiteiten. De activiteiten worden zoveel mogelijk afgestemd op de behoeften van de bezoekers om zoveel mogelijk bezoekers tevreden te stellen. De kerk van de toekomst haakt niet aan bij het consumptiegedrag, maar zoekt naar mogelijkheden om mensen medeverantwoordelijkheid te geven. Kerk ben je samen. Het tweede thema is ruimte voor het experiment. In de oude kerk waren er meer functies die tot verrassende inzichten en ontwikkelingen leidden: apostelen, evangelisten en profeten. Het sluit ook aan bij het eerste punt: geef mensen ruimte en omarm het experiment. Het derde thema betreft de visie op de dominee en de kerkenraad. De kerk zou niet langer de kerk van de predikant moeten zijn. Nu is het vaak zo dat activiteiten pas doorgang vinden als de predikant er op de een of andere manier bij betrokken is. Een geloofsgemeenschap zal moeten leren om meer van onderop en vanuit samen te denken. De rol van de predikant is meer coachend en toerustend.

Deze crisis vraagt dus om een omslag in denken. Niet langer vanuit het verleden, maar vanuit de toekomst, het Koninkrijk (86). De kerk als broedplaats van liefde (97). ‘Een kerkdienst met vijfhonderd mensen heeft veel waardevols te bieden, maar is niet de plek waar de onderlinge liefde geoefend en verdiept wordt’ (103). ‘Massale kerkdiensten of vieringen zullen van tijd tot tijd als zeer
samenbindend en inspirerend ervaren kunnen worden, maar het is hoog tijd om te zien dat we moeten herkerken naar de kleinere en menselijke maat.’ (104) Niet dat de kleine groep de grote vervangt, maar we kijken te beperkt: ‘Daar in die huiskamers en buurthuizen, daar gebeurt kerk.’ (104).

De kerk van toekomst is een kerk die bewegelijk is in activiteiten, samenkomt in kleinere groepen en relevant is voor de buurt of wijk.

Het boek nodigt uit om opnieuw te doordenken waarom we ook al weer kerk zijn. Het nodigt uit om minder formalistisch en organisatorisch te denken, en het experiment en de ideeën van onderop ruimte te geven. Dat zal ook helpen om meer gemeenteleden medeverantwoordelijkheid te geven.

De vraag is wel of de waarde van de huidige geloofsgemeenschap voldoende wordt gewaardeerd. Misschien kan een geloofsgemeenschap pionieren en vloeibaarder organiseren als er een vertrouwenwekkende kerk is die al eeuwen meegaat en ook komende stormen zal kunnen doorstaan. Een kerk om op terug te vallen en uit weg te trekken.

Het komt aan op verbinding. Allereerst op het verbinden met God, op opnieuw verbinden met de bron die leven geeft. En op het verbinden met de geloofsgemeenschap. We hebben elkaar nodig op onze levensreis.

  1. Wat spreekt jou aan in het boek Herkerken? Wat roept weerstand op?
  2. voel jij je verbonden met een geloofsgemeenschap? Is die verbinding aan verandering onderhevig? Wil je daar iets over vertellen?
  3. Wat is volgens jou de kern van de geloofsgemeenschap en welke kernwaarden horen daarbij?
  4. Welke stappen zou je zelf willen zetten?
  5. Welke stappen zouden we als geloofsgemeenschap kunnen zetten?

Een God van levenden

26 feb

Het is een jaar geleden dat we snel moesten schakelen. We wisten niet wat we konden verwachten, wel dat het serieus was. Het coronavirus greep razendsnel om zich heen en op 12 maart 2020 zaten we gespannen te luisteren naar de persconferentie van premier Rutte en minister Bruins. Zondag 15 maart gingen we digitaal. We stopten met onze fysieke samenkomsten en activiteiten. Het was midden in de veertigdagentijd en we hoopten met Pasen weer samen te kunnen komen als geloofsgemeenschap.

Het liep anders. Met Pinksteren 2020 waren de diensten nog steeds digitaal. In juli kwamen voorzichtige versoepelingen. 30 mensen in de kerk. Activiteiten die schuchter werden opgepakt. 100 mensen in de kerk. Plannen maken voor het nieuwe seizoen. Zou corona terug komen of zouden de versoepelingen doorzetten?

In die periode vanaf mei ervaarde ik veel onrust. Hoe moest het verder met de geloofsgemeenschap? Hoe konden we elkaar bemoedigen en versterken in onze relatie met God en in onze onderlinge relaties? De voorzichtige versoepelingen versterkten de onrust: een kerkdienst met 30 of 100 mensen op 1,5 meter, met verplichte looproutes, met een soort onzichtbare dans om maar niet in elkaars ruimte te komen, zonder gemeentezang en zonder ontmoetingsmoment na de dienst – is dat het nu? Het miste de saamhorigheid van de tijd van voor de corona en het wekte ook niet het verlangen naar de toekomst. Voor alle duidelijkheid: ik heb bijzonder veel waardering en respect voor alle vrijwilligers die telkens activiteiten en samenkomsten mogelijk maakten en maken, en steeds weer adequaat reageren op nieuwe ontwikkelingen. En: de noodzaak van deze maatregelen staan voor mij niet ter discussie.

Het virus was nooit weg en kwam in verhevigde mate terug na de zomervakantie. Nu, een jaar later zitten we nog steeds met beperkende maatregelen die het gewone kerkelijke leven haast onmogelijk maken. Het jeugdwerk tot en met het ouderenpastoraat – hoe verder?

Een jaar lang kerk-zijn met beperkende maatregelen was en is onze eerste uitdaging. Maar er kwam en komt iets bij. Sinds het het coronavirus zich verspreidde in Nederland, is onze gemeente getroffen door een hevige golf van verlies. In het afgelopen kerkelijk jaar (van november 2019 – 22 november 2020) overleden er 19 gemeenteleden. Dat was voor onze gemeente een ingrijpend aantal. We vonden het ook moeilijk dat afscheid nemen van de overledenen en het troosten van nabestaanden door de coronamaatregelen vaak zo ingewikkeld was. In het nieuwe kerkelijk jaar nam de dood, het mis en het gedenken een steeds nadrukkelijker plaats in. Sinds 1 december zijn er 14 gemeenteleden overleden. Het slaat een gat in onze geloofsgemeenschap. Hoe kunnen we voorkomen dat de dood ook de grond onder onze voeten wegslaat?

Juist in deze tijd van rouw en schrik worden we opnieuw bepaalt bij de hoop die ons draagt en op ons toekomt. Halik (Niet zonder hoop) spreekt over hoop als de deur die naar de toekomst opengaat. Juist een crisis die je terugwerpt op je laatste houvast, doet de hoop ontvlammen. Dwars door ‘de donkere nacht van de ziel’ biedt de hoop nieuw perspectief. De christelijke hoop is verbonden met het lijden, sterven en de opstanding van Jezus Christus. God is een God van de levenden – niet de het duister, de chaos of de dood heeft het laatste woord, maar het eerste en is laatste woord is het scheppende woord van de Levende God.

In Hebreeën 12, 1 lezen we dat we door een wolk van geloofsgetuigen omringd zijn, die ons aansporen om vol te houden. Die wolk van getuigen bestaat niet alleen uit Mozes, Debora of David, maar ook uit de gemeenteleden die ons zijn voorgegaan. “…, opdat u niet de moed verliest en het opgeeft.”

Dat is het eerste dat ik meeneem uit deze periode: de uitnodiging om opnieuw ons te bepalen bij onze hoop.

Het tweede is dat we worden uitgenodigd om – opnieuw juist in deze tijd – de tekenen van de heilige Geest te herkennen. Het bruist en sprankelt in onze gemeente. De Geest werkt. De maandelijkse Bijbelstudie gaat digitaal door. Er melden zich nieuwe mensen aan waaronder mensen op hoge leeftijd. Er zijn meerdere nieuwe initiatieven voor kinderen en jongeren. Er komt een spannende podcast serie. Er is een digitale Alphacursus gestart en de reacties zijn bijzonder positief. Jonge mensen zoeken contact met onze gemeente.

Het is ongelofelijk wat er aan initiatieven leeft in onze gemeente. Wat we nu nodig hebben is gebed. En vertrouwen. We hoeven niet te wanhopen, want ook in deze tijd werkt de heilige Geest. Ook in onze gemeente.

Donkere wolken boven de geloofsgemeenschap?

24 jan

(Dit artikel is geplaatst in het Ouderlingenblad van januari 2021)

Over de impact van de coronacrisis en een weg naar toekomst

Inleiding

‘Kerst gaat toch wel gewoon door?’ Het is eind oktober. In onze winkelstraat kom ik een van onze oudere gemeenteleden tegen. We hebben elkaar niet meer gezien sinds maart, het begin van de intelligente lockdown. Voor corona waren haar man en zij trouwe kerkgangers die vrijwel wekelijks de erediensten bezochten. Na de dienst bleven zij ook altijd even hangen bij het koffiedrinken. Dat was een belangrijke activiteit voor onze gemeente waar veel gemeenteleden graag gebruik van maakten. Sinds maart zaten zij thuis. Haar man heeft een kwetsbare gezondheid zodat ze ook niet naar de diensten gingen toen het mogelijk was om met een gedeelte van de gemeente aanwezig te zijn. Het koffiedrinken hebben we sinds maart opgeschort.

Onze regio (Zuid-Holland zuid) blijkt een brandhaard te zijn en ook in de gemeente merken we dat de corona dichtbij komt. Dichterbij dan tijdens de eerste golf. We hebben juist als regieteam moeten besluiten dat we fysieke activiteiten gaan beperken en weer meer digitaal gaan doen. Het heeft ook consequenties voor onze kerstvieringen. Dat was geen gemakkelijk besluit. Want juist deze kerstvieringen vertellen iets over onze identiteit. Vanaf vierde advent tot en met de top2000 dienst op de laatste zondag van het jaar staat onze gemeente bol van de activiteiten. In de aanloop naar Kerst is er een gezellige en verwachtingsvolle drukte vanwege alle voorbereidingen. Dit jaar dus niets van dat alles. Geen grootste vieringen met stampvolle kerken. Dit jaar gaat alles anders.

‘Kerst gaat toch wel gewoon door?’ Ik schud van nee en zie de teleurstelling bij mijn gemeentelid. We praten nog een tijdje door op anderhalve meter, in de winkelstraat. Ik vraag haar of het hen lukt om digitaal mee te vieren. ‘Nee’, zegt ze. ‘We kijken gewoon naar de EO’.

Deze ontmoeting schetst in een notendop de machteloosheid, pijn en onzekerheid waar we als geloofsgemeenschap mee worstelen door de coronapandemie. In dit artikel wil ik verkennen wat de impact van de corona is op de geloofsgemeenschap en handvatten aanreiken om met deze crisis om te gaan.

Een traumatiserende periode

Het coronavirus overviel ons. Van de ene op de andere dag kregen we te maken met een intelligente lockdown. De gevolgen van het virus en van de lockdown waren ingrijpend. De anderhalve meter werd ingevoerd als nieuwe standaard. Aanraken was niet langer mogelijk. Gewoon bij elkaar op bezoek gaan, behoorde niet zomaar tot de mogelijkheden.

Met name mensen die zelf ziek werden of wie in deze periode afscheid moesten nemen van geliefden, voelden de zwaarte van deze maatregelen het diepst en hevigst. In de eerste golf was het niet mogelijk om bij partners, ouders, familieleden of vrienden op bezoek te gaan als zij corona kregen. De coronamaatregelen verstoorden het afscheid van naasten. En ook de uitvaarten werden mede bepaald door de maatregelen: er mochten minder mensen aanwezig zijn en er was geen ruimte voor lichamelijke troost. Wat doet dit met het rouwproces?

Ook op andere manieren werden mensen getroffen door de corona(maatregelen). De druk op werknemers in de zorg was en is immens. De zorgmedewerkers werden geconfronteerd met een nauwelijks te behappen toestroom van ernstig zieke mensen. Er werden langere diensten gedraaid om de zorg vol te kunnen houden. De impact van de werkdruk en het leed waar zij mee geconfronteerd zijn, is groot. Wanneer is er voor hen tijd om bij te komen en om te verwerken?

Niet alleen het coronavirus zelf, maar ook de (noodzakelijke) maatregelen om verspreiding van het virus te voorkomen, werkten ontwrichtend door. Ondanks de ruimhartige steunpakketten van het kabinet, vrezen velen voor hun baan of zijn al werkloos geworden.

Mensen met een kwetsbare gezondheid raakten en raken in deze coronaperiode meer geïsoleerd. Elke leeftijdscategorie kende en kent zijn eigen specifieke pijn en zorg.

Lang niet iedereen ervaart in dezelfde mate de impact van corona. Iedereen moet zich echter wel verhouden met onzekerheid over de toekomst en met machteloosheid om eigen regie te kunnen voeren. Wat doet deze onzekerheid en machteloosheid met de samenleving?

De tweede golf

De onzekerheid en machteloosheid worden versterkt, omdat de corona maar niet verdwijnt. Voor de zomer leek het beter te gaan en was er weer meer mogelijk. Vanaf september liepen de besmettingscijfers echter weer snel op. Terwijl ik dit artikel schrijf, zitten we midden in de tweede golf. Opnieuw is het onduidelijk hoelang dit zal duren. Wat we in ieder geval zeker weten, is dat Kerst en Oud en Nieuw door de corona ingekleurd zullen worden.

Deze tweede golf verschilt van de eerste golf. In maart was er in eerste instantie schrik. Maar al snel was er ook een grote saamhorigheid. Massaal gaf de samenleving ruimte op om zo rondom mensen met een kwetsbare gezondheid te staan. Het onderlinge omzien werd via kerken, sociale teams, buurten en wijken georganiseerd. Mensen namen de moeite elkaar een bemoedigend kaartje te sturen of even te bellen.

In de tweede golf is er echter veel minder saamhorigheid. Het leiderschap van het kabinet en de deskundigheid van het OMT worden betwist. Mensen geven aan somberder en gelatener te zijn. Het blijkt veel lastiger om de moed erin te houden.

De geloofsgemeenschap onder druk

De geloofsgemeenschap wordt dus mede gevormd door mensen die direct of indirect te maken hebben met de impact van corona. Naast de individuele impact staat ook de gemeenschap als collectief onder druk. De coronamaatregelen raken het hart van het gemeenteleven.

De geloofsgemeenschap draait voor een belangrijk deel om de zondagse eredienst (het samen zingen, bidden en ontmoeten) en om de onderlinge ontmoetingen of contacten (koffiedrinken na kerktijd, koor, geloofskringen, pastoraat, enz.). Samen vieren en ontmoeten vormen toch het fundament van het gemeente-zijn. Nu dit niet meer vanzelfsprekend is, raakt dit niet alleen de organisatie van de plaatselijke gemeente, maar ook de symboliek van ‘het Lichaam van Christus’.

De fysieke samenkomsten hebben nu in zekere zin hun glans verloren: er kan maar een gedeelte van de gemeente aanwezig zijn, en er is steeds die lastige afstand – terwijl er zo’n behoefte is aan een troostend of bemoedigend gebaar. Het niet mogen zingen in de kerk valt niet mee. De impact van ‘het nieuwe normaal’ op de cohesie in de geloofsgemeenschap is fors.

Hoe goed we ook onze best zullen doen, we missen nabijheid en verbondenheid. Dat brengt ook verdriet en zorg met zich mee.

Een collectief trauma?

De coronacrisis werkt ontwrichtend en roept gevoelens van kwetsbaarheid en machteloosheid op. Zoals een individueel trauma de innerlijke structuur van een persoon beschadigt, zo beschadigd een collectief trauma de structuur van de gemeenschap. Het is mijn stelling dat zorg voor de geloofsgemeenschap ondersteunend zal zijn voor mensen die worstelen met de directe gevolgen van corona. De geloofsgemeenschap kan de bedding vormen waar de verhalen gedeeld en verteld kunnen worden. In mijn onderzoek (A.L. Veerman, Ontredderd. Het proces in de kerkenraad als de predikant seksueel misbruik heeft gepleegd. 2005, p. 274vv) laat ik zien dat een collectief trauma de sociale verbondenheid van mensen beschadigt en het gevoel van gemeenschappelijkheid schaadt. Vaak werkt zo’n collectief trauma langzaam en sluipend door.

De identiteit van de geloofsgemeenschap staat op het spel. De identiteit van onze gemeente werd gevormd door de mooie, inspirerende en samenbindende erediensten, en door het kopje koffie na afloop. Die elementen zijn in de coronatijd weggevallen. Onze reflex is om te wachten tot de corona voorbij is en achterom te kijken naar hoe we het altijd gedaan hebben. Het gevolg is dat onze onderlinge band losser wordt en onze geloofsgemeenschap zomaar uit elkaar zou kunnen vallen.

Na de eerste schok en de heroïsche fase waarin we elkaar steunden en bemoedigden, is nu de fase van teleurstelling en desillusie aangebroken. Hoe kunnen we voorbij de teleurstelling komen?

Op weg met een verhaal dat ons draagt

De coronacrisis dwingt ons opnieuw naar gemeente-zijn te gaan kijken. We zullen voorbij onze drukte en onze activiteiten moeten durven kijken. Het gaat niet allereerst om onze activiteiten, ook niet om onze erediensten. Het gaat allereerst om de hoop die op ons toekomt door Jezus Christus. We zijn Zijn gemeente. In Hem leven en bewegen wij. In Hem vinden we onze kracht en worden we op de been gezet.

De Bijbel biedt verschillende verhalen die ons kunnen helpen om als gemeenschap ons te herpakken en op weg te gaan uit verslagenheid. Deze verhalen kunnen ook de bedding vormen waarbinnen de verhalen van gemeenteleden een plek kunnen krijgen. Waar nu behoefte aan is, is aan Bijbelverhalen met transformerende kracht: van teleurstelling naar hoop, van wantrouwen naar liefde, van onzekerheid naar geloof.

Het verhaal van het volk Israël dat door de woestijn naar het Beloofde Land reist, is zo’n verhaal. Het vertelt over een volk dat zich moet verhouden met de lange duur van de reis. Het vertelt over het murmureren en het betwijfelen van gezag. Het vertelt over het worstelen en strijden met God.

Maar het vertelt ook over het loslaten van wat was, en het op reis gaan naar de onbekende toekomst. Het vertelt van de belofte van Gods nabijheid en van een toekomst die vandaag de moeite waard maakt.

Tot slot

In deze coronatijd waarin we op zoveel manieren beperkt worden in onze mogelijkheden, worden we uitgenodigd om ons te verdiepen in de kern van het gemeente-zijn: getuige worden van de hoop van Jezus Christus.

We hebben Bijbelverhalen nodig die ons in deze tijd van een bedding voorzien om de gebeurtenissen te duiden en om ons te wijzen op hoop. Deze Bijbelverhalen hebben een transformerende kracht en zal ons ook uitnodigen om nieuwe wegen te zoeken voor kerk-zijn on coronatijd.

Week van gebed – om eenheid

20 jan

De Katholieke kerk, de Nederlands hervormde gemeente (PKN), de gereformeerde kerk (PKN), de NGKv en Leef! organiseren in Sliedrecht de Week van gebed van 18 tot 22 januari. Meekijken kan hier Hieronder het gebed dat uitgesproken is op dinsdag 19 januari.

Eeuwige, God van Licht en leven, we danken U dat ons leven met U is begonnen. Wij danken U dat U ons het eerst hebt liefgehad, voor alles uit. We danken U dat we in uw liefde op adem mogen komen. Dat we in uw licht ons geborgen mogen weten. Dat niet donkerte en angst ons in hun greep houden, maar wij omarmd worden door uw bewogenheid. Dat uw licht onze duisternis in zich opneemt, opdat wij léven. Hoop houden en uw liefde delen.

O Lord hear my prayer: https://www.youtube.com/watch?v=f51n-yb11dY

God vol liefde en verbondenheid, we danken U voor al die plekken waar eenheid groeit. Voor al die mensen die zich inzetten voor eenheid. We danken U voor kerkelijke eenheid, daar waar geloofsgemeenschappen elkaar vinden. We danken U voor deze week van gebed; voor de verbinding tussen de Nederlands gereformeerde kerk en de gereformeerde kerk vrijgemaakt. Dat deze verbinding ons allen mag inspireren om elkaar te zoeken en vast te houden. Maar we bidden U ook, God die U bekend hebt gemaakt als de Ene, om uw ontferming en om vergeving, omdat we onze eigen agenda volgen en niet uw roepstem om de eenheid te zoeken.

O Lord hear my prayer

God, die groter is dan ons hart, We bidden U voor de synagoge en bidden U om de liefde en de kracht op te staan tegen antisemitisme. We bidden U voor de moskee en bidden U of U ons de moed wilt geven om op te staan tegen moslimhaat. We bidden U voor de kerk wereldwijd dat we als beelddrager van U lichtdragers en hoopbrengers mogen zijn; dat we volhouden om te vertrouwen tegen al het wantrouwen in. Dat we volharden in de hoop tegen al het cynisme in. Dat we uit de levende bron liefde blijven schenken over dorstige grond van tekort en van haat. We bidden U voor onze medechristenen die vervolgd worden om het geloof.

O Lord hear my prayer

Liefdevolle Vader in de hemel, U die ons zoekt en aan elkaar schenkt. We danken U voor relaties en vriendschappen en bidden U voor relaties die onder druk staan: om uitzicht, om liefde en moed, om koppige trouw. Dat we verbondenheid en eenheid durven zoeken. Dat onze relaties oefenplaatsen mogen zijn van trouw, liefde en van recht. Voor verbroken relaties bidden we, voor verloren vriendschappen. We bidden om vergeving, waar we de liefde voor de ander hebben opgegeven; waar we de ander ontmenselijkt hebben; waar we ruimte geven aan minachting en haat; waar we wegkijken, onverschillig zijn; of alleen met onszelf bezig zijn

O Lord hear my prayer

God van recht en gerechtigheid, we bidden U voor ons land, voor onze wereld. Een wereld in nood, waarin zulke diepe afgronden tussen mensen zijn ontstaan. Om mensen die bruggen bouwen en de liefde hebben om de ander in de ogen te blijven kijken. Dat we niet meegaan in polariserende bewegingen, maar steeds weer opstaan in geloof, hoop en liefde. Zegen de zachte krachten; zegen ons dat we in ons eigen leven en met onze eigen mogelijkheden getuigen van de kracht van uw liefde.

O Lord hear my prayer

Kijk hier het Avondgebed terug

Hoop!

28 dec

Meditatie voor de Top2000 dienst op zondag 27 december om 19.00 uur met de band 4Tune. Je kunt de dienst hier terugkijken.

In de film Shawshank Redemption zit een aangrijpend moment. De film gaat over het leven in een Amerikaanse gevangenis waar corruptie bij bewakers en directie een grote rol speelt. Het fragment speelt aan het begin van de film. Andy, de hoofdrolspeler, vertelt over de kracht en waarde van verbeelding. Verbeelding werkt in het hart en in het hoofd: daar bewaar je herinneringen, muziek, verhalen en beelden die voorbij de gevangenis gaan. Dat geeft ook moed en energie om door te gaan, om niet moedeloos te worden. De gedachte aan een wereld buiten de gevangenis, helpt om het in de gevangenis vol te houden.

Red, de andere hoofdrolspeler vraagt waar Andy het over heeft. ‘Hoop’, zegt Andy. Red antwoordt: ‘Hope is a dangerous thing’. Hoop is gevaarlijk, want het kan iemand tot waanzin drijven. Je hebt niets aan hoop als je in de gevangenis zit. Het is wat het is, wen daar maar aan. (Je kunt het fragment hier zien).

Daarmee zitten we gelijk midden in de thematiek. Is hoop een houvast die je door moeilijke tijden heen helpt of een last die je uiteindelijk slechter achterlaat? Als hoop alleen maar te maken heeft met onze werkelijkheid hier en nu, heeft Red gelijk. Dan is hoop niet meer dan uitgestelde teleurstelling. Je hoopt dat je vrij komt, maar dat gaat dus niet gebeuren. Je hoopt dat de behandeling het gewenste effect heeft, maar je krijgt te horen dat er geen mogelijkheden meer zijn. Je hoopt, maar …

Maar dat is niet de hoop waar Andy het over heeft. Hij spreekt over de kracht van verbeelding. Over de kracht van die andere werkelijkheid die je kunt oproepen. Victor Frankl en Edith Eger, die beiden overlevenden zijn van vernietigingskampen in WOII spreken ook over de kracht van hoop. Het helpt om in de chaos en duisternis overeind te blijven. Het helpt om perspectief te houden en toch op te staan, ook als de dag opnieuw inkt- en inktzwart is. . Het is opmerkelijk dat juist in de beklemming, juist in de gevangenis hoop zijn weg vindt.

Als symbool voor hoop wordt vaak een anker gebruikt. Dat is een mooi beeld. Een anker maak je nooit vast aan jezelf, altijd aan iets of iemand buiten jou. Een schipper gooit het anker niet in het ruim, een bergbeklimmer maakt een zekeringspunt niet vast aan zijn of haar eigen riem eigen riem. Wie of wat buiten jou helpt jou in tijden van chaos, teleurstelling en tegenslagen? Wie of wat biedt jou zekerheid? Het anker bewijst zijn waarde als jij los moet laten.

Hoop is niet eenvoudig, het moet bevochten worden. Hoop is niet vanzelfsprekend. Hoop gaat voorbij aan vanzelfsprekende antwoorden, lichtvaardige en goedbedoelde adviezen. Hoop verzet zich tegen onverschilligheid. Hoop verzet zich tegen cynisme. Hoop verzet zich tegen gelatenheid. Hoop verzet zich tegen zelfhandhaving.

Hoop is in de christelijke traditie Gods genade en liefde die op ons toekomt, dwars door lijden en dood heen in onze levensverhalen. Christelijke hoop vindt haar bedding in het visioen van het Rijk van God. Daarom leggen we ons niet neer bij onrecht en strijden we voor gerechtigheid. Daarom ervaren we vrijheid, ook al is ons leven tot een gevangenis geworden. Daarom kunnen we op de drempel van de dood, op de rand van de eeuwigheid, het leven en de liefde omarmen.

Dat is het wonder van Kerst. God die afgedaald is in onze levensverhalen. Hij liet zich vinden in de baby van Bethlehem, in alle kwetsbaarheid. Hij ging de weg van lijden, sterven en opstanding. There is a crack in everything, that is how the light comes in – zingt Leonard Cohen. Die hoop helpt ons om voorbij de angst te leven. Er is een nieuw, een ander perspectief.

Hebe Kohlbrugge, een verzetsstrijdster in de oorlog, vond haar drijfveren in het Johannesevangelie. Zij vond haar hoop en kracht in het zinnetje dat de waarheid je vrij maakt en dat Jezus de waarheid is. En dat, wie uit de waarheid is, naar Zijn stem luistert. Het evangelie maakt je vrij van alles wat vanzelfsprekend is. Wat je zo op het oog niet ziet. Het helpt je om verder te kijken en te zien wat je als onder “een verstikkende deken houdt”. Wie vrij is, is niet bang. En wie niet bang is, ziet scherp. Hebe Kohlbrugge zei: “Wij moeten op onze plek gaatjes in de deken prikken. En soms kan jij het enige gaatje in die deken zijn”

Hoop houdt je staande. Hoop leert je leven voorbij de angst. Dat maakt dat je werkelijk vrij leeft – ook als je omstandigheden verstikkend zijn. Wie of wat is jouw anker?

Love shine a light

26 dec

Meditatie voor de kerstsing-in op 20 december 2020

Er is iets geks aan de hand.Iedereen wordt blij van iets aardigs doen. Even tijd maken om een ander te helpen. Even iets delen. Het kopje soep voor de buren. Een kaartje. De buurvrouw naar het ziekenhuis rijden. We weten allemaal dat een klein gebaar van vriendelijkheid een verkild hart kan ontdooien. We weten allemaal dat als we iets delen van wat we hebben, dat dat niet alleen een ander zo kan opbeuren, maar dat je er ook zelf van opknapt.

Love shine a light.

We delen liefde uit in omzien naar elkaar,  in zorg voor de aarde en de dieren en zo ontsteken we het licht. Hoe eenvoudig kan het zijn? Maar nu is er dus iets geks aan de hand. Er is genoeg liefde om uit te delen, maar er blijft een onoplosbare eenzaamheid. Er is genoeg eten om te delen, maar een deel van de mensen leeft in overvloed, een ander deel in armoede. Er is een groot verlangen naar vrede, maar we kunnen oorlogen niet stoppen. We steken lichtjes aan, maar in sommige levens neemt de duisternis alleen maar toe.

We kunnen kijken naar de mensen die vastzitten in vluchtelingenkampen op de Griekse eilanden of op andere plekken langs de grens van Europa. Soms al jarenlang, zonder uitzicht, zonder hoop. Maar we hoeven niet eens de randen van Europa op te zoeken. Zitten de rafelranden ook niet in onszelf? We zien toch ook in ons eigen land, in onze eigen plaats, in onze eigen straat, in ons eigen leven, het tekort? De Bijbel heeft daar een woord voor: zonde. Dat is waar we aan onze bestemming voorbij leven. Waar we ons doel missen. Waar we tevergeefs leven. Waar we cynisch zijn geworden. Waar we onverschillig leven. Waar we ten koste van anderen leven.

Wat weerhoudt ons er toch van om onbekommerd lief te hebben en te delen? Om het licht te laten schijnen? Nelson Mandela zei al: niemand is geboren om te haten. We kunnen dus ook leren om lief te hebben. Waarom dan dat haten? In deze tijd van polarisatie en populisme is het aan de orde van de dag. Je moet voor jezelf zorgen. Je duwt anderen naar beneden om zelf beter voor de dag te komen. Op het schoolplein worden de posities bepaald. Love shine a light – dat mag zo zijn, maar pesten begint al op de basisschool en stopt niet in verzorgingshuizen.

Is het niet met name angst die ons de das om doet? Angst om tekort te komen? Angst om privileges te verliezen? Angst voor ..

En wat ook gewoon een gegeven is: misschien doe jij geweldig je best, maar raak je opgebrand.  Je kunt niet maar blijven geven als je ook niet ergens kunt bijtanken.

We herkennen het verlangen om te leven vanuit liefde, en tegelijkertijd lopen we ook aan tegen onze onmacht en onze weerstand. Dit is waarom Kerst zo belangrijk is. Wij kunnen niet onszelf uit het moeras omhoog trekken Wij kunnen niet zelf die krachten die onze wereld in een ijzeren greep houden doorbreken. Wij kunnen niet zelf onze zonden ongedaan maken.

Maar God, God is nooit opgehouden ons lief te hebben. God heeft vanaf het allereerste begin geroepen: er moet licht zijn En ook toen wij als mens een andere weg gingen, riep God ons terug in het licht. Uiteindelijk zond Hij zijn eigen zoon, gaf Hij zichzelf. Hij kwam op aarde kwetsbaar en weerloos. Hij gaf zichzelf omdat Hij gelooft in jou.

Omdat Hij jou liefheeft – daarom, daarom heeft het zin om lief te hebben. Om een licht te ontsteken, om te strijden voor recht en gerechtigheid, om je te bekommeren om je medemens – omdat God ons het eerst heeft liefgehad

Waarom zou je je bemoeien met iemand die gepest wordt – omdat God jou het eerst heeft liefgehad.

Waarom zou je je bekommeren om mensen die geen stem hebben – omdat God jou het eerst heeft lief gehad.

Waarom zou je je bekommeren om vluchtelingen in een ander land – omdat God jou het eerst heeft liefgehad.

Waarom zou je mild over jezelf denken, en zorgvuldig met je lichaam omgaan – omdat God jou het eerst heeft liefgehad.

Dat is het grote verhaal van Kerst. Wij zijn geen kaarsjes die langzaam maar zeker opbranden. Wij zijn olielampen gevuld met de liefde van God. Hij heeft ons liefgehad en daarom kunnen wij liefhebben. Dat licht, die aangename geur, die liefde mogen wij doorgeven. 

Love shine a light.

De kerst sing-in terugkijken? Dat kan hier

“Ga niet in de wachtstand staan” Gemeente zijn in tijden van corona

29 okt

‘Het is logisch om plannen te maken hoe we straks weer terug kunnen keren naar de tijd van voor de corona’, betoogde ds. Annette Driebergen in de viering van afgelopen zondag (25 oktober 2020). ‘Maar vraagt deze coronatijd niet om bezinning en om een nieuw antwoord op de roeping van de gemeente’.

Esther Veerman - niet kunnen opstaan | Kunstwerk
Esther Veerman, Niet kunnen opstaan

Er zijn van die kerkdiensten die me raken en met mij meegaan. De dienst van afgelopen zondag was zo’n viering. We hadden ons thuis op de bank genesteld, kopje koffie erbij, kaarsje aan en de laptop aan op de stream van onze gereformeerde kerk (PKN) Sliedrecht. Annette Driebergen, predikante in Noordeloos stond stil bij de rede van Jezus waarin Hij zijn leerlingen erop uit stuurt. Leerlingen worden apostelen. (Het begin van Mattheüs 10).

Een aantal lessen neem ik mee uit deze inspirerende viering (de dienst is voorlopig terug te luisteren via kerkdienst gemist)

Het eerste is dat deze coronatijd een tijd van bezinning is. Die bezinning vindt overal plaats en leidt tot vernieuwingen en veranderingen. Dat is terug te zien in hoe we onze arbeid inrichten, hoe we nadenken over gezondheidszorg en in hoe we met onze vrije tijd omgaan. Die bezinning is ook in de kerk nodig. We zijn niet geroepen om in de wachtstand te gaan staan om ons voor te bereiden om terug te keren naar de tijd van voor de corona. Maar wat dan wel?

Dat is het tweede. Jezus stuurt zijn leerlingen erop uit om het goede nieuws van het Koninkrijk door te vertellen. De drijfveer is de bewogenheid van Jezus met de mensen om hen heen. Die ontferming, die bewogenheid of die compassie zet in beweging. Jezus stuurt zijn leerlingen erop uit. We zijn niet geroepen om stil te staan en achterom te kijken. Er is beweging naar Gods toekomst. Leerling van Jezus zijn betekent ook gezonden worden.

Het derde is dat de leerlingen bij name worden genoemd. Ze zijn gezien en gekend. En ze krijgen vertrouwen: nog zo kort geleden begonnen ze Jezus te volgen, maar hier worden ze al ‘apostel’ of ‘uitgezondene’ genoemd. Dat bij name genoemd worden en dat vertrouwen was niet alleen weggelegd voor de leerlingen van die tijd, maar mogen ook voor ons gelden.

Het vierde is dat de instructies over de weg die de leerlingen moeten gaan niet direct heel concreet en praktisch zijn. Het gaat meer over een levenshouding, een mindset. Die levenshouding komt voort uit het meeleven en bewogenheid met de ander. Dat leidt tot een houding ban openheid. Het gaat niet om dwang en overspannen actie of om overredingskracht. Nee, wat de leerlingen meenemen is ‘de vrede van Christus’. Dat gaat over een diepe rust, over houvast en vertrouwen. Dat gaat over aanvaarding, over gezien en gekend zijn door God. Het gaat over je bevrijd weten door Jezus Christus.

Van daaruit mag je gaan naar wie het horen wil en naar wie de deur voor je opent. Op die manier mogen we ambassadeurs van het Koninkrijk zijn.

Dat brengt me bij het vijfde punt. Als we zo onze identiteit durven verbinden met gezonden zijn, zullen we minder verlangen naar terugkeer naar wat we kenden (hoe terecht dat verlangen ook is en hoe waardevol die tijd ook geweest is), maar het aandurven om onbevreesd over onbekende paden te gaan om daar te zijn waar dat nodig is. Om mensen te vertellen van het goede nieuws, van de hoop dat het anders zal zijn, van de vreugde. Om stil te staan en stil te zijn bij wie verdriet heeft. Om vanuit bewogenheid naast en met de ander te zijn.

Tot slot. Jezus zegt tegen zijn leerlingen dat ze niets mee hoeven te nemen. Je neemt alleen jezelf mee en dat is genoeg. We hoeven niet eerst allerlei protocollen, plannen en schema’s te maken. We mogen gaan. Ga maar.

Dat vraagt moed en vertrouwen. We vinden onze moed in het gegeven dat we ons aangesproken weten door de liefde van Jezus. We vinden ons vertrouwen in het gegeven dat de Geest van God in ieder mensenleven werkt.

Hoe vinden we de weg op die onbekende paden? Het is Christus zelf die ons baken is.

Geloofsbelijdenis: al wankelt de aarde

11 jul

Geloofsbelijdenis van Mirjam, Marinja en Arjan voor het doen van belijdenis op zondag 12 juli 2020

Wij geloven al wankelt de aarde.

Wij geloven al valt het duister op ons

Wij geloven al worden wij in de steek gelaten

Geloven heeft alles te maken met hoop

die groter is dan de omstandigheden

en ons doet opstaan tot het volle leven

met alle rafelranden

maar ook met de vreugde van het besef

dat God met ons mee optrekt

Wij zijn niet alleen!

Wij ontdekten sporen van God

in de mensen om ons heen

in de schoonheid van de schepping

in de fluistering van de stilte

Wij ontdekten sporen van God

in de geloofsgemeenschap

in de oprechte aandacht

in de zorg om elkaar

in het gebed van een medemens

in het verlangen het goede te doen

voor de wereld om ons heen.

We zochten en worstelden

– en soms nog, elke dag –

maar we weten ons (terug)geroepen

in het Licht

Geloven is vertrouwen

kwetsbaar en kostbaar

in God die ons niet in de steek laat

die ons vertrouwen niet beschaamt

die ons door Jezus Christus

op de weg van vrede en rust heeft gezet

ons omarmt en liefheeft

en ons verandert in de mens zoals wij bedoeld zijn

Het is God die met ons meegaat

zodat we niet meer verdwalen

die ons kent en in ons wil zijn.

In zijn vrede en rust komen wij op Adem.