Archief | kerk RSS feed for this section

De preek was weer niets – en andere kansen om te groeien in geloof

22 okt

Een tijdje terug was er wat commotie in protestants domineeland. Paus Franciscus meldde dat een preek niet langer dan 10 minuten zou moeten duren. “Een preek is niet bedoeld om de toehoorders te kwellen, maar om hun hart te raken”, aldus de Paus.

Het is goed om met elkaar na te denken over de waarde van de preek. Hoe vaak komt de preek niet even ter sprake tijdens het kopje koffie? En daar liggen kansen! In het komend seizoen willen we inzetten op de vraag hoe we kunnen groeien in geloof en in onderlinge verbondenheid. Ik ben benieuwd wat uw / jouw ideeën, gedachten en verlangens zijn. Ik heb zelf enkele kansen op een rijtje gezet:

  1. De preek was weer niets / wat was het een fijne preek

Het was een mooie doordeweekse dag. Ik was op bezoek bij een gemeentelid. Door het open raam kwamen geluiden naar binnen die deden vermoeden dat de zomer nog lang niet voorbij was. Zonnestralen wandelden door de woonkamer. “Ja”, zei mijn gesprekspartner, “We praten niet zo snel over diepere dingen. Het kan gebeuren dat iemand zegt ‘de preek was weer niets’ of: ‘het was een fijne preek’, maar daar blijft het ook bij”.

In mijn beleving liggen hier prachtige kansen. Als iemand de preek helemaal niets vond, zit hier een verlangen of een visie achter. Degene die dit zegt, verwacht iets van een preek. Zelfs een nietszeggende preek kan een opening bieden voor een verdiepend gesprek dat ons helpt te groeien in ons geloof. In plaats van de opmerking voor lief te nemen, zouden we kunnen vragen: ‘Wat is je verlangen?’ Of: ‘Vertel eens, wat maakt een preek goed voor jou?’

(Tekst loopt verder na de afbeelding)

  • Samen koffie drinken – de ziel heeft ook dorst

De tweede kans is het koffiedrinken na de dienst. Veel mensen gaven aan dit erg gemist te hebben tijdens de coronaperiode en erg blij te zijn dat we nu weer samen koffie kunnen drinken. Toch is het goed om hier twee kanttekeningen bij te maken. Allereerst geven verschillende gemeenteleden aan dat ze koffiedrinken aan zich voorbij laten gaan. Zeker als mensen alleen zijn, geven ze aan dat ze het lastig vinden om zomaar aan een tafeltje bij anderen te gaan zitten. Vaak lijkt het erop dat elke tafel vaste stamgasten kent, die het samen zo goed hebben dat ‘nieuwkomers’ zich niet altijd welkom voelen. Het is een uitnodiging voor de gevestigde koffiedrinkers om goed om zich heen te kijken of iedereen gezien wordt en mee kan doen. In de tweede plaats geven verschillende koffiedrinkers aan dat de gesprekken na de dienst vaak een zekere mate van oppervlakkigheid kennen. De gesprekken gaan niet vaak verder dan koetjes en kalfjes. Wat zou het een kans zijn om juist na de viering onder het genot van een kopje koffie na te praten over de dienst en te vertellen wat een gebed, een woord, de zegen voor je heeft betekend. Zou het een idee zijn om op elke tafel een Kletspot met verdiepende en verbindende vragen neer te zetten?

  • Doe mee met een kring of een andere activiteit

Een mooie manier om te groeien in geloof en in verbondenheid, is om deel te nemen aan een kring of een andere activiteit. Niets is opbouwender en inspirerender dan samen na te denken over geloof en leven en om ervaringen te delen. Nu zou het kunnen zijn dat een tijdstip niet uitkomt of dat je liever over een ander onderwerp of op een andere manier over een onderwerp spreekt. Geef het aan. Er zijn vast andere gemeenteleden met dezelfde vragen en verlangens. Hoe mooi is het om samen te groeien in geloof en in verbondenheid?

  • Maak tijd in het gezin

Vaak zijn we te druk, te moe of hebben we te weinig inspiratie om in ons eigen gezin werk te maken van groei in geloof en in verbondenheid. Tegelijkertijd is het bijzonder verrijkend en bemoedigend als het ons lukt om in ons eigen gezin samen te bidden of samen te spreken over wat ons ten diepste bezighoudt. Tijd maken voor geloof en leven is verdieping van verbondenheid en zal altijd lonen.

  • Oefen in volharden

Tot slot: als groei in geloof en verbondenheid eenvoudig zou zijn, zouden we er geen aandacht voor te hoeven vragen. Het tegendeel is echter waar. Er is veel in ons leven dat ons weerhoudt om tijd en aandacht te schenken aan groei. Daarom komt het aan op volharden. Gewoon beginnen en stug volhouden. Israël was op weg naar het Beloofde Land, maar moest eerst 40 jaar door de woestijn trekken. Een hele generatie zou sterven en niet zien waarom die woestijnreis nodig was. Toch hielden ze vol. Misschien zullen ook wij niet zien waarom we volhouden en volharden. Maar we doen het in vertrouwen op God. We doen het in de overtuiging dat we iets door te geven hebben aan onze jongeren. We doen het in de hoop dat de toekomst van God is.

Een eigen bijdrage voor de VOG – is dat erg?

16 okt

In 2019 besloot de synode (het landelijk bestuur) van de Protestantse Kerk in Nederland om de Verklaring omtrent Gedrag (VOG) in kerkelijke gemeenten verplicht te stellen voor vrijwilligers die werken met kwetsbare mensen. Het was één van de maatregelen om plaatselijke gemeenten aan te sporen om werk te maken van een veiligheid binnen de gemeente. Op de website veiligekerk.nl die werd gelanceerd, is een stappenplan te vinden op weg naar een veilige kerk.

Wat bijzonder was, was dat de plaatselijke geloofsgemeenschappen gebruik konden maken van de regeling om de VOG gratis te verkrijgen. Aan de gratis VOG zijn wel enkele voorwaarden verbonden: zo moet er preventief beleid ontwikkeld worden en moeten er vertrouwenspersonen in de gemeente zijn aangesteld. Het verplichtende karakter, gekoppeld aan deze voorwaarden bieden een goede mogelijkheid om gemeenten over de streep te trekken om werk te maken van de strijd tegen ongewenste grensoverschrijdingen. In dit blog heb ik dat uiteengezet.

Belang van de VOG

Dit weekend liet de PKN echter in een bericht weten dat er een einde komt aan de gratis VOG. Vanaf januari 2022 zal er een eigen bijdrage voor de VOG gevraagd worden. Nu is de vraag: is dat erg?

Misschien is het goed om eerst iets te vertellen over de ambivalentie rond de VOG. De plaatselijke geloofsgemeenschappen staan niet in de rij om de VOG te omarmen. De VOG vergroot immers nauwelijks de veiligheid in de plaatselijke gemeente. Alleen als iemand veroordeeld is, zal een VOG geweigerd worden. Iedereen die nog niet betrapt is of pas in de eigen gemeente zich schuldig maakt aan misbruik, zal gewoon een VOG krijgen. Met andere woorden: de VOG biedt geen veiligheid.

Ook zien veel gemeenten op tegen de dynamiek die in de eigen gelederen kan ontstaan. Sommige vrijwilligers doen al jarenlang hun taken in de gemeente. Het vragen om een VOG kan voelen als wantrouwen waardoor er ook vrijwilligers af haken. Gemeenten die worstelen om het hoofd boven water te houden, kunnen dit missen als kiespijn. Tot slot blijkt in de meeste gemeenten de strijd tegen misbruik sowieso geen prioriteit te hebben.

De andere kant is dat er wel een belangrijk signaal van uit gaat: als we vrijwilligers om een VOG vragen, geven we aan dat we echt werk maken van de veilige kerk. Daarnaast sluiten we aan bij de ontwikkelingen in de samenleving. Binnen zorg en onderwijs is het allang gebruikelijk om te vragen om een VOG. Juist de gratis VOG kan gemeenten helpen om beleid vorm te geven en werk te maken van vertrouwenspersonen.

Eigen bijdrage

Nu komt er dus een einde aan de mogelijkheid om een gratis VOG aan te vragen. De PKN biedt nog de mogelijkheid om snel (vóór 31 december van dit jaar) een VOG aan te vragen, maar in dit soort situaties is haastige spoed zeker niet goed. Beleid maken rond veilige kerk vraagt om een overwogen tijdspad waarin de gemeente wordt meegenomen. Daarnaast moeten er belangrijke vragen beantwoord worden: wie komen in aanmerking voor de gratis VOG, hoe kunnen we voldoen aan de voorwaarden en wie gaat de VOG regelen voor de plaatselijke gemeente? Als dit niet goed doordacht wordt, zal het beleidsvoornemen averechts werken.

Daar komt nog iets bij:in november 2019 werd de VOG verplicht. Tegelijkertijd bleef het behoorlijk stil. Er zijn maar een paar gemeenten die gebruik hebben gemaakt van deze mogelijkheid. En dat is toch echt een gemiste kans.

Actie gevraagd

Het is mijns inziens spijtig dat er een eigen bijdrage gevraagd gaat worden voor de VOG. Juist in deze tijd komen er zoveel verhalen naar boven die het noodzakelijk maken om als landelijke kerk in actie te komen: enkele jaren geleden kwam Resister Tear met een peiling onder christelijke vrouwen. 70% van de vrouwen bleek zich onveilig te voelen in de kerk. Uit een recent onderzoek blijkt dat seksisme in de kerk een serieus probleem is. Nu is seksisme geen misbruik, maar biedt wel de voedingsbodem voor seksuele grensoverschrijdingen. Onderzoeken binnen de sportwereld en de danswereld laten zien dat misstanden in de haarvaten van onze samenleving zitten.

Juist nu zou de kerk een statement moeten maken en met vaart werken aan een veilige kerk. Misschien gebeurt dit ook en heb ik het niet gezien. Dat is natuurlijk mogelijk. Maar het signaal dat meekomt in de eigen bijdrage voor de VOG helpt niet. In die zin vind ik het inderdaad erg.

Ook vandaag zijn er weer mensen misbruikt in een christelijke context. Elke gemeente moet aan de slag met de veiligheid en met de strijd tegen misbruik. De eigen bijdrage voor de VOG is overigens geen enkel excuus om niet te werken aan een veilige gemeente. Luister eens naar de verhalen van mensen die te maken hebben gehad met geweld of misbruik. Die verhalen vragen om een dubbele inzet: laat zien aan welke kant je als gemeente staat. Maak beleid, zorg voor vertrouwenspersonen. Ook dit is werken aan Gods Koninkrijk.

Geef elkaar de ruimte

24 sep

De anderhalve meter mag onder voorwaarden worden los gelaten. De verplichting van het houden aan de anderhalve meter wordt een dringend advies. Dat is in het kort de strekking van de laatste versoepelingen die door de overheid zijn aangekondigd. De voorwaarde is in de meeste gevallen dat er een vaccinatiebewijs of een negatieve coronatest moet worden overlegd. De overheid zoekt enerzijds een weg uit de beperkende maatregelen, maar houdt anderzijds rekening met het gegeven dat tussen de 15 en 20% van de Nederlanders niet is gevaccineerd. Ook liggen er nog relatief veel mensen in het ziekenhuis met de gevolgen van corona, terwijl de zorg al langere tijd overbelast is.

Naar aanleiding van deze versoepelingen kwam het moderamen van de landelijke PKN met een advies voor de plaatselijke gemeenten:  ‘Geef elkaar de ruimte’. In het advies wordt gesproken over het aanhouden van ‘gepaste ruimte’. Het moderamen geeft aan dat een vaccinatiecheck bij de ingang van de kerk niet wenselijk is. René de Reuver: “Het past niet in het kerkelijk denken om van tevoren te controleren of iemand welkom is”.

Wat betekent dit voor onze kerk en onze vieringen?

Hierover hebben we op de kerkenraad van 20 september doorgesproken. Voordat we de uitkomst van het gesprek meedelen, is het goed om onze overwegingen nader toe te lichten. Allereerst hebben we te maken met een dilemma: er is een groot verlangen om de maatregelen om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, achter ons te laten. De fysieke afstand tussen mensen heeft ook eenzaam gemaakt. Inmiddels hebben de mensen die dat wilden de vaccinaties kunnen krijgen. Kunnen we nu niet gewoon verder met de toekomst? Het lastige is dat het coronavirus niet weg is (en ook niet meer weg zal gaan). Mensen met een kwetsbare gezondheid kunnen vatbaar blijven, met name als een te groot deel van de Nederlanders niet gevaccineerd is. De ruimte die de niet-gevaccineerden vragen, heeft gevolgen voor de ruimte die mensen met een kwetsbare gezondheid durven in te nemen. Daar komt bij dat we als kerk ook een verantwoordelijkheid hebben in het voorkomen van een extra druk op de zorg.

Als kerk moeten we ons met dit dilemma verhouden. We realiseren ons dat het niet mogelijk is om een besluit te nemen waar iedereen zich in herkend en gekend weet. Als we zouden kiezen voor terug naar het oude normaal zonder enige toetsing, betekent dat een deel van de gemeente zich onveilig of te kwetsbaar zal voelen. Als we zouden kiezen voor testen voor toegang, zou een deel van de gemeente dit als een struikelblok ervaren. Als we zouden kiezen om voorlopig maar te wachten met versoepelingen – en dus de anderhalve meter aanhouden – zou dit ook op weerstand en onbegrip stuiten.

In de visie van de kerkenraad is er dan ook maar één passende mogelijkheid in deze tussenfase. We richten de kerkzaal in in twee blokken plus de gaanderij. In het ene blok en op de gaanderij laten we de afstand tussen de kerkbezoekers los. Het is aan de bezoekers zelf of ze samen naast elkaar gaan zitten of met enige ruimte ertussen. In het andere blok houden we de anderhalve meter aan. Mensen die om wat voor reden dan ook het prettiger en veiliger vinden om de anderhalve meter afstand te houden, kunnen in dit blok plaatsnemen.

We maken nog geen gebruik van de hoofdingang. Bij de ingang via de Voorhof staat een steward klaar die nader uitleg zal geven over de blokken in de kerkzaal.

We realiseren ons dat ook deze oplossing niet ideaal is. Tegelijkertijd biedt het voor een ieder op dit moment ruimte. Laten we zo elkaar ruimte geven tot opbouw van de gemeente.

Laten we Gods toekomst samen delen

17 sep

Beste gemeenteleden en vrienden van onze gemeente,

Waar staan we nu? Het is een vraag die me bezighoudt. Na een ingrijpend anderhalf jaar waarin de maatregelen om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan ons leven bepaalden, komen we nu in de fase waarin de maatregelen meer en meer worden losgelaten. Daar werd en wordt met reikhalzend verlangen naar uitgekeken. Hoe noodzakelijk de maatregelen ook waren, ze trokken ook een zware wissel op sociale verbanden in de samenleving en in onze geloofsgemeenschap.

Tegelijkertijd wordt steeds duidelijker dat het coronavirus niet zal verdwijnen. Het betekent dat we op zoek moeten gaan naar een evenwicht tussen het aanhalen van relaties en het benadrukken van veiligheid.

Waar staan we nu? Dat is een vraag die gaat over onze samenleving. Wat mag, waar doen we goed aan? Het is ook een van en voor onze gemeente. Hoe stappen we het nieuwe seizoen in? Hoe zien we onze toekomst?

Onze toekomst is niet los te zien van wat er in het afgelopen anderhalf jaar gebeurd is. Ik realiseer me dat we afscheid hebben moeten nemen van zoveel gemeenteleden. We konden niet op die manier om elkaar heen staan als we gewend waren voor de corona. Samen de toekomst tegemoet leven, is ook ruimte maken voor rouw, verlies en teleurstelling.

In de afgelopen anderhalf jaar vonden er ook veel hoopvolle en mooie gebeurtenissen plaats. We mochten verrassend veel nieuwe gemeenteleden verwelkomen. Er werden kinderen geboren, jonge mensen gingen trouwen of samenwonen. Mensen gingen met pensioen of vonden (nieuw) werk. We hebben elkaar zoveel te vertellen!

In de afgelopen anderhalf jaar is onze geloofsgemeenschap ingrijpend veranderd. Fysieke activiteiten en samenkomsten waren meestal niet meer mogelijk. Wat is er indrukwekkend veel werk verzet door talloze vrijwilligers om de vieringen digitaal mogelijk te maken en om ondanks alles vorm te geven aan het onderlinge omzien. In deze coronaperiode hebben we zelfs de plannen voor de verbouwing verder uitgewerkt en zijn we inmiddels gestart met de bovenverdieping.

Ik wil graag het regieteam, de kerkenraad, alle vrijwilligers en gemeenteleden die op welke manier dan ook hebben meegeholpen om handen en voeten te geven aan onze kerk hartelijk bedanken.

Waar staan we nu? Met die vraag begon ik. Er begint een nieuw seizoen. Een seizoen vol hoop. Wat ik ons als gemeente van harte gun, is dat het seizoen van groei mag zijn: groei in verbondenheid en in geloof. Dat gaat niet vanzelf. Het vraagt om inzet en volharding. Het vraagt om meedoen. Hoe kunnen we elkaar vasthouden en bemoedigen in deze verwarrende tijd? Wat heeft u, wat heb jij nodig? Wat zijn jullie eigen ideeën?

Het thema van dit seizoen is: van U is de toekomst. Het gaat uiteindelijk niet om onze eigen toekomst, maar om Gods toekomst met ons. Die toekomst is een toekomst vol hoop die richting geeft en beschutting biedt. Gods toekomst met ons is allang begonnen, laten we die toekomst samen delen.

Ik kijk ernaar uit om u, jou weer te ontmoeten!

Hartelijke groet, ds. Alexander Veerman

Gebed tegen de klippen op

17 jul

God van licht en leven, zo roepen we U aan – God van het licht. Want het is donker geworden. In de wereld om ons heen, in ons hoofd en in ons hart. Wat een week ligt er achter ons. En wat komt er allemaal nog op ons af? We worden overspoeld door ziedend water. Een wereld waarin het recht van de sterkste lijkt te gelden. Een wereld waarin we ons machteloos en klein kunnen voelen. De golven van vertwijfeling en onzekerheid slaan over ons heen. God – ontferm U toch over ons.

We zijn verbijsterd en geschrokken door de moord op Peter R. de Vries. We bidden voor de nabestaanden. We bidden voor lichtbrengers en hoopverleners. Voor mensen die niet buigen voor onrecht. Voor mensen die de stemmen van gemarginaliseerde groepen aan het licht luisteren. God – ontferm U toch.

We zijn verbijsterd en geschrokken door het overlijden van een motoragent in Rotterdam, een regelrechte aanslag op een agent die pal staat voor onze veiligheid. We bidden voor de nabestaanden en de collega’s. We bidden voor een ieder die zich inzet voor orde en veiligheid – om uw beschutting, om onze bewogenheid en steun. God – ontferm U toch.

We zijn verbijsterd en geschrokken door de aanval op twee medewerkers van de GGZ-instelling Parnassia in Den Haag waarbij een beveiliger om het leven is gekomen. We bidden voor de nabestaanden en voor de collega’s. We bidden U voor wie zich inzet voor mensen die psychisch belast zijn dat zij hun hart durven blijven volgen. We bidden U voor wie hulp nodig heeft en soms zich zo verloren en wanhopig kan voelen. God – ontferm U toch.

We zijn verbijsterd en geschrokken door de vernietigende kracht van het water in Duitsland, België en Limburg. We bidden U voor wie geliefden heeft verloren in de watervloed. We bidden U wie verlies heeft geleden door het water, voor wie moest vluchten en huis en haard achter zicht moest laten. We bidden om een zegen voor alle hulpverleners en alle vrijwilligers, we bidden om Uw nabijheid als rots in de branding. God- ontferm U toch.

We zijn verbijsterd en geschrokken door wat er in ons eigen leven of in de levens van wie we liefhebben gebeurt of gebeurd is. God – ontferm U toch over ons.

God van licht en leven, we roepen tot U. U bent ons licht. Toen de aarde woest en doods was, riep U dat er licht moest zijn. Roep zo vandaag uw licht over ons uit en ontsteek uw licht in ons. Wij zijn de eersten niet die de weg kwijt zijn. Geef dat we mogen schuilen in uw Woord, opdat we houvast mogen vinden.

God van licht, kleed ons in uw mededogen, opdat we niet alleen en verloren zijn. amen

Broodnodige bronnen

3 jul

Inleiding

Israëls toch door de woestijn is altijd al opgevat als het beeld van een levensreis. De reis gaat met horten en stoten. Het volk heeft te maken met uitbuiting, slavernij en klein gemaakt worden. Maar ook met ongedachte en onverwachte redding. Het verhaal van de bevrijding uit Egypte laat ook zien hoe lastig het is om de banden van het verleden los te maken en hoe snel het verleden je weer in kan halen. Het laat zien hoe lastig de weg van de vrijheid is.

Juist als we in een tijd van uithouden en volhouden terecht komen, vraagt die weg van vrijheid om geloof, om vertrouwen. Geregeld lijkt de weg van de vrijheid hard en uitzichtloos. Wat kun je dan verlangen naar vroeger. Goed, het was niet echt een pretje, maar je wist wat je had en waar je op kon rekenen. Terug naar de vleespotten van Egypte.

Coronatijd

Als geloofsgemeenschap maken we nu ook zo’n beweging door. Anderhalf jaar lang was het zoeken en worstelen. Hoe kunnen we handen en voeten geven aan onze verbondenheid als de erediensten niet meer fysiek bezocht kunnen worden? Hoe kun je gemeenschap ervaren als de activiteiten vrijwel allemaal gestopt zijn?

Er gebeurden en gebeuren prachtige dingen in onze gemeente. We hebben ingezet op digitale vieringen en bijeenkomsten, en op allerlei manieren hebben we geprobeerd om naar elkaar om te zien. Verbinding zoeken: met elkaar, met het dorp, met God.

Maar het was en is niet eenvoudig. Het is een tijd van bezinning. En sommigen komen tot de conclusie dat de kerk geen oase voor hen was. Heeft het nog zin om je te verbinden met de kerk als je het eigenlijk helemaal niet gemist hebt? Kan de kerk of de kerkdienst een oase zijn? Voor anderen waren juist de digitale vieringen een mogelijkheid om zich meer te verbinden aan geloof en kerk. De digitale kerk was en is voor hen een oase die dorst lest. Weer anderen verlangen enorm naar de tijden van voor corona. Het digitale was het niet. En de beperkingen in de fysieke vieringen deden afbreuk aan wat de kerkdienst juist tot een oase maakt: de onderlinge afstand, het niet kunnen zingen en het missen van het kopje koffie. Het riep afstand op – het was eerder een bittere bron dan een dorstlessende.

Al die verschillende ervaringen van de afgelopen periode – hoopvolle, lastige, verwarrende en bemoedigende ervaringen nemen we mee naar de toekomst. De coronatijd versterkte mijn inziens de beweging en de gevoelens die er al onderhuids waren.

Nu we weer voorzichtig mogen gaan nadenken over ‘terug naar normaal’ dient zich de vraag aan: hoe verder? Wat nemen we mee? Wat hebben we van de afgelopen periode geleerd? Hoe kan de kerkdienst voor een ieder van ons tot oase worden?

Oase in de woestijn

Als de woestijnreis van het volk van Israël ons één ding leert, is dat we plekken nodig hebben om tot rust te komen. Om op adem te komen. We hebben plaatsen nodig waar we opnieuw bepaald worden bij de kern van ons bestaan.

Woestijntijd is een tijd van herbronnen. Waar vind je kracht en energie? Hoe houd je het vol? Oases zijn broodnodig.

Israëls geschiedenis is door zijn herkenbaarheid bemoedigend en richtinggevend. Geloven is een weg van vallen en opstaan. Het ene moment kun je je zo opgebeurd, erkend en gekend weten, maar het andere moment kan het gevoel dat je er alleen voor staat je moedeloos maken.

Zeker als we op onze levensreis een periode van woestijntijd moeten doorstaan – door ziekte, onzekerheid, sleur, twijfels of wat dan ook maar – dan kunnen we overvallen worden door een gevoel van leegte. Nee, dan kan je zomaar verloren lopen in de leegte om en in je.

Woestijntijd. Alleen met oases, met bronnen kom je daar die tijd heen. Alleen met het tijdig vinden van een bron kun je je reis vervolgen. Als de bron bitter is, is dat misschien nog wel erger dan als er geen bron zou zijn geweest. Een bittere bron slaat hoop in duigen, spoelt de grond onder je voeten weg.

Dat raakt aan de vraag van vandaag en de vraag naar de toekomst van onze geloofsgemeenschap. Wat is de kern van ons samenzijn? Wanneer zijn we dorstlessend?

Een stuk hout

Wat in de Bijbel steeds weer hoopgevend is, is dat we mogen leren dat ons leven in voor- en tegenspoed geborgen is in Gods hand. Gaan met God betekent niet dat alles ‘rozengeur en maneschijn’ is, maar wel dat tot in de diepste duisternis we niet alleen zijn.

Het stuk hout herinnert ons aan Gods begin met ons. In de Joodse traditie wordt het stuk hout opgevat als een verwijzing naar de Boom des Levens in de Hof van Eden. In de christelijke traditie als een verwijzing naar het reddende lijden en sterven van Jezus aan het kruis.

Het is goed om dat fundament in gedachten te houden. Een kerkdienst gaat niet over mij of over mijn voorkeuren. Het gaat over God en onze dank aan God voor wat Hij ons in Jezus Christus geschonken heeft. Dán komen we bij de kern.

Ook op anderhalve meter is onze God nabij en onze dank waard. Ook als een ander het lied voor ons draagt, prijzen wij God. Ook als wij thuis in onze huiskamers – en soms zo alleen – meevieren, prijzen en loven wij God. Die lofprijzing, die dankbaarheid maakt onze eigen bittere bronnen zoet.

Waar wij vanuit die liefde van God, die ons draagt, leven en van die liefde uitdelen, verandert bitterheid in een bron die leven geeft.

Avondmaal

Laten we zo samen – thuis en in de kerk – het Avondmaal vieren. Luther stelde dat als de bevoorrading faalt, het geloof onder druk komt te staan. Hier aan het Avondmaal herinnert Jezus ons eraan dat we geliefd en waardevol zijn. We eten van het brood dat leven geeft als tegenwicht aan leegte en onrust, aan schuldgevoel of het gevoel op drift te zijn.

Aan het Avondmaal ervaren we ten diepste wat verbondenheid betekent. Met God, met elkaar. Hier worden we aangesproken, geroepen – om op adem te komen én om op weg te gaan.

Zorgvuldig versoepelen

1 jul

Het gaat ineens snel met alle versoepelingen. In februari moesten de maatregelen om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan nog stevig worden aangescherpt, maar sinds kort werd de toon van de persconferenties steeds optimistischer. Op de laatste persconferentie van juni maakten premier Rutte en minister De Jonge bekend dat bijna alle maatregelen worden losgelaten: geen mondkapjes, meer mensen in ruimtes, horeca weer open, ruimte voor vakanties en werken op kantoor. Wat blijft zijn de hygiëneregels en de anderhalve meter afstand. Bijna alles kan weer op anderhalve meter.

De versoepelingen zijn door het interkerkelijk contact in overheidszaken (CIO) vertaald naar de kerkelijke praktijk. De nieuwe richtlijnen van het RIVM betekenen voor de geloofsgemeenschappen: samenkomen in de eredienst met meer mensen mogelijk, het dringend advies om niet te zingen vervalt en geen beperkingen meer met betrekking tot groepsgrootte binnen en buiten. De Protestantse Kerk in Nederland, aangesloten bij het CIO, heeft dit integraal overgenomen.

Wat betekent dit voor onze eigen geloofsgemeenschap? Allereerst geeft het ons weer meer ruimte. We kunnen weer een begin maken met die activiteiten die ons zo helpen om handen en voeten te geven aan geloof en aan onderlinge verbondenheid. Het samen zingen. Het samen koffiedrinken. Het samen deelnemen aan een gespreksgroep. Daar zijn we blij mee en dankbaar voor!

Het tweede is dat we als kerkenraad bewust hebben ingezet op zorgvuldig versoepelen. We hebben in de afgelopen maanden vaak gezocht naar wat wel mogelijk was binnen alle beperkingen. Nu vinden we het belangrijk om niet gelijk mee te gaan met alle mogelijkheden en juist nu in te zetten op die zorgvuldigheid – om verschillende redenen. Het is goed om te beseffen dat er nog veel onzeker is. Er doemen nieuwe varianten op die met vakantiegangers mee terug komen naar Nederland. Ook is het virus in Nederland nog niet uitgewoed. Ja, het gaat heel erg goed en de vaccinaties hebben een grote positieve impact op het tegengaan verdere verspreiding. Onze regio, Zuid-Holland zuid is op dit moment echter de enige regio die nog als ‘ernstig’ in het corona-dashboard. Juist in onze regio past het om extra waakzaam te zijn.

De andere reden om te wijzen op zorgvuldigheid heeft te maken met solidariteit. We hebben voortdurend in de coronaperiode aan de jongere generaties gevraagd om solidair te zijn met de oudere generaties. En daar is gehoor aan gegeven: het sociale leven kwam voor veel jongeren vrijwel stil te liggen. Nu vragen we solidariteit aan de oudere generaties die de vaccinaties gehad hebben. Veel jongeren wachten nog op de eerste of tweede prik. Pas als iedereen gevaccineerd is en het virus meer onder controle is, zullen we verder versoepelingen.

Het derde punt dat ik hier wil noemen als het gaat om de betekenis van de versoepelingen voor onze geloofsgemeenschap, is dat we niet terug willen naar vroeger. Niet zomaar. Deze pandemie heeft diep ingegrepen in het sociale leven. Het heeft ons veel gekost, maar heeft ons ook veel opgeleverd. We zullen op weg naar de toekomst de lessen uit de coronatijd mee moeten nemen. We kunnen niet onveranderd verder gaan. Ik denk dan aan onze tijdsbesteding: hoe waardevol was het om tijd te hebben voor het gezin, voor ontspanning of voor vrienden (ook al was dat vaak op afstand). De leeggeraakte agenda (geen vergaderingen, overleggen of gespreksgroepen), maakte ruimte voor een andere manier van tijdsbeleving. Ook is duidelijk dat onze leefstijl actief bijdraagt aan de omstandigheden waarbinnen pandemieën goed kunnen gedijen. Niets is erger dan ‘gewoon verder leven alsof er niets gebeurd is’. Tot slot hebben we als geloofsgemeenschap nieuwe wegen verkend in het afgelopen jaar. Laten we deze verkenningen en ontdekkingen niet zien als een bezigheidstherapie van toen, maar als een belangrijke stap in missionair kerk-zijn en in gemeenteopbouw.

Hoe de zorgvuldige versoepelingen er precies uitzien? Daarvoor verwijs ik graag naar de website van onze gemeente.

De seksistische kerk

19 jun

Vorige week las ik een bericht in de krant dat me de adem ontnam. Niet dat ik het ergens niet verwachtte. Of dat ik het eigenlijk wel wist of minimaal vermoedde. Ik hoorde en hoor verhalen van vrouwelijke collega’s. Over hoe zij telkens weer hun positie moeten bevechten. Hoe er gelet wordt op uiterlijk en kleding. Hoe er seksistische opmerkingen gemaakt werden. Hoe ik zelf ook uitgelachen werd toen ik in een landelijke kerkelijke vergadering met bijna alleen maar mannen seksisme aan de orde stelde.

Afgelopen week werden de uitkomsten gepubliceerd van een onderzoek naar seksisme onder vrouwelijke predikanten door het Nederlands Dagblad: ” Ruim driehonderd vrouwen uit verschillende kerken vulden de vragenlijst in. De uitkomst: 86 procent van de vrouwelijke voorgangers geeft aan seksisme te ervaren in haar werk, deze voorgangers voelen zich ongelijk behandeld vanwege hun vrouw-zijn. Driekwart van deze voorgangers geeft aan seksistisch benaderd te worden door gemeenteleden. Ruim zestig procent deelt dat ze ongelijk behandeld wordt door collega-voorgangers. Een kwart van de voorgangers zegt seksisme te ervaren vanuit het bestuur van de kerk.”

Het onderzoek in het Nederlands Dagblad laat op een verpletterende wijze zien wat er mis is in de kerk. Of beter: wat er mis is in mijn eigen kerk, de Protestantse Kerk in Nederland. De meeste respondenten zijn immers voorganger in de PKN.

Ik heb geaarzeld over de titel van dit blog. Is het niet beter om te spreken over seksisme binnen de kerk? Kun je zeggen dat de kerk zelf seksistisch is? Laten we eerlijk zijn en de feiten tot ons nemen: 90% van de vrouwelijke voorgangers ervaart seksisme. Dan is er geen sprake meer van een incident, maar dan gaat het over het klimaat, de cultuur in de PKN. Mijn vrouwelijke collega’s zijn net als ik in het ambt bevestigd. Het ambt heeft alles te maken met Christus zelf. De kerkorde van de PKN zegt het zo: “Om de gemeente bij het heil te bepalen en bij haar roeping in de wereld te bewaren is van Christuswege het openbare ambt van Woord en Sacrament gegeven.” Seksisme raakt aan het heil en raakt aan Christus zelf.

Daar komt nog iets bij. Als vrouwelijke voorgangers al op deze wijze worden bejegend, wat zegt dat over onze houding naar vrouwen in het algemeen? Hoe ver zijn wij afgedwaald van de vrijheid van het Evangelie, zoals verwoord door Paulus: “In Christus is er geen onderscheid meer tussen man en vrouw” (Galaten 3,28). Het onderzoek laat zien dat vrouwelijke voorgangers juist ook seksisme ervaren van mannelijke collega’s. Seksisme is dus niet een ‘vrouwending’, maar een groot probleem van en voor de mannen in de kerk. Predikanten hebben de roeping hierin hun gemeente voor te gaan en de veiligheid van vrouwen in de gemeente te waarborgen.

Het schilderij ‘Hartpijn’ van Esther Veerman

Seksisme is niet onschuldig. Het gaat uit van de superioriteit van de man en maakt de vrouw klein. Seksisme creëert ook het klimaat waarbinnen ongewenste seksuele grensoverschrijdingen plaats kunnen vinden. Het vraagt dus om een ondubbelzinnige veroordeling van elke vorm van seksisme en om beleid om vrouwen hun plek in de geloofsgemeenschap in te kunnen nemen, in vrijheid en veiligheid.

De houding van de PKN is tot nog toe teleurstellend. De PKN wenste niet mee te werken aan het onderzoek (vanwege de AVG, maar dar is echt onzin) en heeft tot vandaag nog niet inhoudelijk en voor de vrouwelijke collega’s steunend gereageerd. De oecumenische vrouwensynode schrijft in een open brief dat zij een steunbetuiging van de PKN missen en dat dit ook zeer doet.

Ik vind het erg. Ik vind het erg dat mijn vrouwelijke collega’s zich niet veilig voelen in de PKN. Ik vind het verschrikkelijk dat een deel van mijn mannelijke collega’s zich schuldig maakt aan het creëren van onveiligheid voor vrouwelijke voorgangers. Ik vind het teleurstellend dat de PKN deze uitkomsten (nog) niet scherp veroordeeld heeft en met beleid komt om vrouwen binnen de kerk veiligheid te bieden.

Op de sociale media reageren vrouwelijke en mannelijke collega’s met een zekere terughoudendheid. ‘Als ik toch eens zou vertellen wat ik heb meegemaakt / wat ik gezien heb ….’ Laten we toch alsjeblieft die geheimen doorbreken. Zeg het maar. Vertel maar wat we niet willen zien, wat we niet willen horen. Alleen dan kunnen we bouwen aan veiligheid.

Is dat niet waar het uiteindelijk om gaat? Veiligheid. Alleen dan kan het evangelie landen. Alleen dan is de kerk heilig.

‘Wij leven niet voor onszelf’

23 mei

Deze geloofsbelijdenis is samengesteld door Job, Bianca en Rik voor Pinksterzondag 23 mei 2021 waarin zij belijdenis aflegden van het geloof

Wij geloven dat wij niet voor onszelf leven.Ons leven is met God begonnen, Hij is Schepper van hemel en aarde. Hij heeft mij gevormd in de buik van mijn moeder. Dit betekent dat mijn bestaan bedoeld is en dat ik gewenst en geliefd ben – vanaf het prilste begin. Wat mensen ook zeggen.

Wij geloven dat wij niet voor onszelf leven. Geloven is echter niet eenvoudig. Er gebeurt veel in ons en om ons heen dat ons uit evenwicht brengt. Er gebeurt veel in de wereld waardoor het uiterste van ons gevraagd wordt, om ons niet te verliezen in zelfhandhaving, onverschilligheid of cynisme. Het geloof bepaalt ons bij de hoop die schoonheid zichtbaar maakt, liefde laat sprankelen en elke gedachte, woord of handeling, die recht doet en hoop doet ontwaken, eeuwigheidswaarde geeft.

Wij geloven dat wij niet voor onszelf leven. Onze fundament en onze oorsprong is God. Onze identiteit is in Christus. In Zijn leven, lijden, sterven en opstanding toont Hij ons de weg van de dienende liefde, van hoop die op ons toekomt – dwars door de dood heen. In Hem zijn de machten en krachten overwonnen en kan niets ons scheiden van de liefde van God.

Wij geloven dat wij niet voor onszelf leven. We maken deel uit van een groter verhaal – van God met ons. De waarde van ons leven zit niet in geld en goederen, niet in lichamelijke fitheid of gezondheid, hoe kostbaar die dingen in zichzelf ook zijn. De waarde van ons leven vinden we in God-met-ons, die ons gaande houdt op de weg van het Koninkrijk.

Wij geloven dat wij niet voor onszelf leven. Het is de heilige Geest die ons dat steeds in herinnering brengt – God dichtbij – die ons uitnodigt geloof, hoop en liefde te delen in geloofsgemeenschappen, die ons uitnodigt om te leven vanuit vergeving, de kracht van een nieuw begin, die ons uitnodigt om op te staan.

Elke dag opnieuw opstaan.

In het licht van Christus. Tegen onrecht. Om de weg van de liefde te gaan.

Wij geloven dat wij niet voor onszelf leven.

Doe maar even geen proefballonnetjes

5 mei

Op 3 mei lanceerde de PKN op haar website een laatste proefballonnetje: een speciale kerkdienst voor gevaccineerden. De gedachte achter dit proefballonnetje is dat met name de ouderen in de achterliggende periode geleden hebben onder eenzaamheid en weer verlangen om de verbondenheid in een kerkdienst te ervaren. Omdat binnenkort vrijwel alle 70-plussers gevaccineerd zullen zijn, nodigt de landelijke kerk de kerkenraden uit om alvast na te denken over de mogelijkheden die het gevaccineerd zijn met zich meebrengen. Een werkgroep van de PKN heeft alvast wat voorwerk gedaan.

In het stuk op de site is te lezen dat de PKN met deze geste geen mensen wil buitensluiten (de kerk is er immers voor iedereen, en niet alleen voor bijvoorbeeld gevaccineerden), maar juist wil uitnodigen: laat kwetsbaren nu ook naar de kerkdiensten komen. Zoiets.

Eerlijk gezegd heb ik geen idee wat dit proefballonnetje toevoegt aan de kerkelijke mogelijkheden die er al zijn. Wel roept het gedoe op in de media en onrust in de kerk: gaan we toch onderscheid maken tussen gevaccineerden en niet-gevaccineerden? Terwijl de winst nu ook niet direct spectaculair te noemen is. Dagblad Trouw meldt dat de PKN inzet op voorzichtigheid en verantwoordelijkheid (“het is een handreiking, geen advies”). Die voorzichtigheid betekent concreet:

“Daarom geldt ook bij aparte diensten voor gevaccineerden het maximum dat nu wordt geadviseerd: dertig mensen, en bij grotere kerkgebouwen ten hoogste 10 procent van het aantal plekken. En al zijn ze ingeënt, ook bij de extra dienst moeten de kerkgangers zich aan de afstands- en hygiëneregels houden.”

Het roept herinneringen op aan de ‘handreikingen’ rond het dopen (met de verlengde doopschelp) en rond de ongevraagde actie om predikanten voorrang te laten krijgen bij het vaccineren. En wat daarbij komt: er is een overlegorgaan van geloofsgemeenschappen met de overheid. In het begin van de coronatijd werden adviezen van de PKN afgestemd met die commissie (Het Interkerkelijk Contact Overheidszaken). Het lijkt erop dat de proefballonnen de andere kerkgenootschappen ook overvallen.

Nu geloof ik direct dat concrete vragen uit plaatselijke gemeenten ten grondslag liggen aan de proefballonnetjes. Maar ik zit niet te wachten op een ‘handreiking’ die mij als predikant met meer vragen dan antwoorden achterlaat of die mij opeens in een discussie trekt die de mijne niet zou moeten zijn (‘Wat hoor ik, dominee, gaat de kerk de vrijheid van niet-gevaccineerden beperken’?’) En ook deze handreiking lijkt ook – opnieuw – slecht doordacht: kampen niet alle generaties met beperkingen? Wat doen we met onze jongeren en gezinnen met kinderen? Met onze leerkrachten? Links of rechtsom, de suggestie die gewekt wordt, is dat niet meer kunnen/hoeven te wachten en rechten menen te kunnen ontlenen aan de vaccinatie.

Mijn vraag aan de landelijke kerk is: kom alsjeblieft met echte handreikingen. Tot mijn verbazing en teleurstelling raadt de PKN in handreiking over de speciale kerkdiensten aan om de discussie over wel of niet vaccineren te vermijden. Verrassing: die vraag leeft dus wel in de gemeente en daar zou een handreiking heel behulpzaam bij zijn.

In mijn beleving nodigt een vraag naar kerkelijke mogelijkheden rond vaccinatie uit tot een doordenking over bijvoorbeeld het Lichaam van Christus, of over verbondenheid in coronatijd, over solidariteit door de generaties heen, over verantwoordelijkheid naar de samenleving, enzovoort. Het nodigt uit om te kijken wat er nu al mogelijk is en gebeurt in geloofsgemeenschappen.

Een extra kerkdienst voor gevaccineerden op 1,5 meter afstand, zonder te zingen en met maximaal 30 personen voegt niet echt iets toe. Behalve die onrust, dus. Mijn vraag: kunt u met gedegen handreikingen komen die ons helpen om onze argumenten te formuleren voor de keuzes die we maken.

Houd vol. Laten we elkaar vasthouden en samen optrekken.