Archief | liefde RSS feed for this section

Thuis komen

18 Feb

De eerste werkweek in dienst van de Ontmoetingskerk in Vriezenveen in begonnen. Zo kort geleden nog waren we nog thuis en actief op ’t Harde. Het loopje naar de Boni, even op het bord in de kerk kijken of ik nog vergaderingen aan het vergeten ben, het aanbellen op vrijdag of we de auto even van de oprit willen zetten voor de koelwagen van de Voedselbank (sorry, weer vergeten), het rondje met de hond langs de Dennenweg en Eikenlaan – vertrouwd en gewoon. En dan heb ik het nog niet eens over al die mensen waardoor we ons op ons gemak voelden in ’t Harde. Gemeenteleden, buurtgenoten, mensen die op mijn pad kwamen, vrienden en kennissen – ’t Harde is een dorp vol bekenden.

Als ik eerlijk ben, zag ik dan ook behoorlijk op tegen het afscheid en het nieuwe begin. Afscheid nemen van mensen die je lief en dierbaar zijn geworden. Afscheid nemen van een plaats die vertrouwd is, waar mensen mij kennen en ik de mensen ken. Ik weet wat ik heb, en waar ik op kan rekenen – en dan aan iets nieuws beginnen in een plaats waar ik niemand ken. Sterker nog, ik wist geen eens waar Vriezenveen lag…

home

Terugkijkend is het echter verrassend verlopen. Eigenlijk voelden we ons al direct thuis in Vriezenveen. Natuurlijk – we hebben als gezin deze stap gezet, en in onze onderlinge verbondenheid en liefde, wortelt ons thuisgevoel. Maar er is meer over te zeggen. Op 30 januari reden we de oprit op van ons nieuwe huis. De vlag hing uit, een spandoek met ‘welkom’ stond in de tuin, de koffie was al klaar. Een team van tientallen vrijwilligers had in de weken daarvoor hard gewerkt om ons huis op te knappen. Uit de inzet, inspanningen en plezier van de vrijwilligers sprak zoveel liefde, dat we ons opgenomen voelden in de gemeenschap van de Ontmoetingskerk. Het was de liefde van die vrijwilligers in de weken voorafgaand aan onze verhuizing, die het mogelijk had gemaakt om met aandacht afscheid te kunnen nemen van ’t Harde. Het was ook de liefde van de mensen uit ’t Harde die ons de ruimte gaven om te kunnen gaan, zodat we ook los durfden laten. Misschien is dat wel de grootste en moeilijkste opgave van liefde: durven loslaten, in het vertrouwen dat de ander op eigen kracht de weg kan gaan – gedragen door de zegen.

We ervaren dit als een groot geschenk. Als genade. Dat we zo al snel thuis mogen komen in ons nieuwe huis. Het is een ervaring die ruimte maakt om met vertrouwen op weg te gaan naar de toekomst. Een fundament om rust en vrede te ervaren. Ik realiseer me ook dat thuiskomen helemaal niet vanzelfsprekend is. Soms kun je door onrust in jezelf vervreemd zijn geraakt, of door ervaringen van verlies vreemdeling geworden in je eigen leven.

De Bijbel spreekt op een bijzondere manier over thuiskomen – dat is uiteindelijk Gods grote verlangen. Dat we thuis mogen komen in zijn Koninkrijk. Een hoopvol perspectief dat straks ten volle werkelijkheid zal worden. Maar ook nu al kan dat Koninkrijk oplichten. Paulus schrijft dat we burgers zijn van dat Koninkrijk. Het overstijgt al onze verschillen en onze beperkingen. Een verbindend Rijk. En wat het mooiste is: hét kenmerk van dar Koninkrijk is de liefde (1 Kor. 13). Daar waar uit liefde wordt geleefd, waar liefde wordt gedeeld, waar mensen niet voor zichzelf leven, maar ten dienste van God en de ander, waar liefde mensen weer in hun waarde herstelt, daar wordt iets zichtbaar van het Koninkrijk.  Dat is wat we geproefd hebben in ’t Harde en in Vriezenveen. Een liefde waarin iets oplicht van Gods Koninkrijk. Dan kun je thuiskomen – zowel in ’t Harde als in Vriezenveen.

We zijn dankbaar voor de liefde die kenmerkend is voor de gemeenschap van de Ontmoetingskerk in Vriezenveen. Het maakt dat we ook met vertrouwen naar voren kunnen kijken, Want we zijn thuisgekomen.

Over intimiteit, seksualiteit en geloof

21 Nov

Lezing voor een avond van Careander voor ouders en begeleiders van mensen met een verstandelijke beperking op 21 november 2013

Inleiding

Het is met enige aarzeling dat ik hier een lezing geef over het gesprek over intimiteit, seksualiteit en geloof, met mensen met een verstandelijke beperking. Ik ben immers geen deskundige op het gebied van omgaan met mensen met een verstandelijke beperkingen. Hoewel ik bijzonder veel leer en geleerd heb van de bewoners van De Steenrots en Heidestate die met regelmaat onze kerkdiensten bezoeken, realiseer ik mij dat alle ouders en begeleiders vele malen meer deskundig zijn in het gesprek met hun kinderen of cliënten over netelige onderwerpen.

Daarnaast ben ik ook al geen seksuoloog. Ik ben dus ook niet deskundig op het terrein van seksualiteit. Hoewel ik overigens wel een mening heb over dr. Corrie – daar kom ik zo op terug, want daar begint de noodzaak van het gesprek.

Waarom ben ik dan toch ingegaan om de uitnodiging om een lezing te verzorgen? Als predikant heb ik enige kennis van de Bijbel en van geloven in de praktijk van alle dag. Wat in het voorbereidend gesprek naar voren kwam, is dat de visie op de Bijbel en de manier van geloven ook zijn weerslag heeft op de ruimte van het gesprek over intimiteit en seksualiteit. Wat zegt de Bijbel eigenlijk over lichamelijkheid, intimiteit en seksualiteit?

bear-hug

Daarnaast ben ik gepromoveerd op een onderzoek naar de dynamiek in een kerkenraad wanneer de predikant seksueel misbruik heeft gepleegd. Het onderzoek is gepubliceerd onder de titel ‘Ontredderd’.  De lezing zal zich dus concentreren op de vraag naar de samenhang tussen seksualiteit en geloof, en op de vraag naar gezonde intimiteit en seksualiteit.

Vanuit de praktijk

Als predikant ben ik met veel mensen in gesprek. In die gesprekken komen geregeld thema’s aan de orde die samenhangen met de thematiek van vanavond. Soms blijkt in gesprekken dat partners intimiteit en seksualiteit met elkaar verwarren. De een heeft behoefte aan bv troost, aan nabijheid, maar de ander legt dit uit als een uitnodiging om met elkaar naar bed te gaan. Lukt het ons zelf om aan te geven waar we naar verlangen en durven we ook grenzen aan te geven?

Soms blijken mensen ook last te hebben van onzekerheid, van gevoelens van minderwaardigheid die samen kunnen hangen met lichamelijkheid, met je eigen lijf. Hoe kijk je naar jezelf? Ben je waardevol zoals je bent, of heb je moeite om jezelf te aanvaarden?

Ook tref ik mensen aan die alleen in het leven staan. Het roept soms verschillende pastorale vragen op: hoe vind ik mijn weg in de eenzaamheid? Maar ook: ‘ik ben helemaal niet zielig als alleengaande. Daar heb ik vrede mee, maar in de kerk zie ik medelijden  – waar ik niet op zit te wachten. Wat moet ik toch met die tekst uit Genesis dat mensen voor elkaar geschapen zijn?’

Hoe wij zelf met deze vragen omgaan – hoe wij zelf omgaan met lichamelijkheid en seksualiteit, zal zijn weerslag hebben op onze gesprekspartner. Het zijn vragen die duidelijk maken dat het goed is om aandacht te besteden aan dit thema. Want het raakt aan onze eigen levensvragen: aan verlangen en bestemming.

Tegelijkertijd is het opvallend dat we als kerkelijke gemeenschappen nauwelijks in gesprek gaan over intimiteit en seksualiteit. Het is een onderwerp dat omgeven is met schaamte, waardoor we het er misschien maar liever niet over hebben. Het gesprek aangaan betekent immers ook jezelf ‘bloot geven’. Die schaamte is misschien ook wel vergroot door de koers die geloofsgemeenschappen eeuwenlang gevaren hebben. In het vroege christendom, in de tijd van Augustinus zijn we als kerk in zekere zin een on-Bijbelse richting ingeslagen als het gaat om de visie op lichamelijkheid.

Het was met name Augustinus die het onderscheid tussen het geestelijke (het richten op God, de geestelijke wereld) en het aardse (lichamelijkheid, met als meest zichtbare vorm seksualiteit, lust en begeerte) heeft verscherpt en uitgewerkt. Hij kwam tot deze scherpe en oordelende tweedeling vanuit zijn eigen levensverhaal met een indrukwekkende bekeringsgeschiedenis.

Hoewel Augustinus sprekend over het geestelijke als hoger en het aardse als lager raakt aan enkele Bijbelteksten, is dit dualistisch denken verwant aan de Griekse filosofie, en niet aan het Bijbels denken. Het gevolg van deze koers is wel dat seksualiteit als minderwaardig en negatief werd gewaardeerd in de kerkgeschiedenis. Als er in de kerk al gesproken wordt over seksualiteit, dan is het vaak over wat wel en wat niet mag. Het betekent dat als seksualiteit in een gesprek aan de orde komt, dit vaak samengaat met verbieden of met reageren op wat al aan de hand is. Het zou van grote waarde zijn wanneer we het gesprek zouden kunnen aangaan om handvatten te bieden om om te gaan met alles wat op jongeren (met of zonder verstandelijke beperking) toekomt.

Ruimte voor genieten en acceptatie van seksuele verlangens zijn vaak niet aan de orde. In dit kader is het bijvoorbeeld opvallend dat zonde tegen het 7de gebod ‘Gij zult niet echtbreken’ steevast veel zwaarder wordt gewogen dan zonde tegen het 10de gebod ‘Gij zult niet begeren’,  hoewel de Bijbel geen onderscheid maakt tussen de verschillende geboden…

De kerk is dus niet direct een gesprekspartner voor vragen over intimiteit en seksualiteit door de negatieve houding en de vaak ethische richting van de antwoorden.

Noodzaak om te spreken

Om verschillende redenen is het van belang om toch het open gesprek te zoeken. Of we het nu leuk vinden of niet, onze kinderen en jongeren hebben te maken met vragen, gevoelens, verlangens en wensen. Eigenlijk zouden jongeren al over informatie (en dus handvatten) moeten beschikken voordat het voor hen een realiteit is.

Misschien mag ik een voorbeeld geven: toen onze zoon 6 jaar was, speelde hij met een vriendje. De moeder van dit vriendje was hoogzwanger. Terwijl onze zoon en zijn vriend op hun buik op de grond met auto’s lagen te spelen, ging hun gesprek over de vraag hoe er in die buik een kindje was gekomen. Onze zoon beweerde stellig dat dit te maken had met de papa, maar zijn vriend ontkende dit bij hoog en bij laag. Ik werd erbij gehaald om het verlossende woord te spreken…

Wat dit voorbeeld duidelijk maakt, is dat de antwoorden van de moeder van het vriendje ontoereikend bleken, waardoor de seksuele voorlichting ineens buiten haar medeweten om zou kunnen gebeuren. Uit onderzoek onder jongeren blijkt dit overigens ook de praktijk. De meeste informatie halen zij bij vrienden of zoeken ze op via internet.

Het betekent dat als we zelf het gesprek niet zoeken, we grip verliezen op wat onze kinderen aan informatie verzamelen en welke boodschap hierin meekomt. We weten niet wanneer onze kinderen geconfronteerd worden met de vragen rond seksualiteit, maar het kan opeens en onverwacht zijn. Zo zitten verschillende bewoners van Heidestate en andere instellingen op sociale media. Maar via diezelfde media kun je ook met ongewenste erotische sites worden geconfronteerd, of in een nare chat belanden. Zijn de bewoners dan voldoende toegerust om op een goede manier te kunnen reageren?

Een ander voorbeeld is de discussie rond dr. Corrie – een arts die tijdens school-TV seksuele voorlichting geeft aan kinderen uit de hoogste groepen van de basisschool. Wat mij opvalt, is dat de christelijke ouders die hiertegen in het verweer komen, weggezet worden als preuts en bekrompen. Soms kiezen ze inderdaad op een onhandige manier de confrontatie. Maar mag hun punt in onze samenleving ook gemaakt worden?

Ik zag een discussie op TV waarin Arjet Borger, een seksuologe die vraagtekens stelt bij de werkwijze van dr. Corrie, door haar tafelgenoten bij Eva Jinek werd weggelachen. En dat is jammer omdat er wel degelijk enkele goede vragen werden gesteld: kan seksuele voorlichting zomaar als één van de items van school TV? Zou het niet meer gerichte aandacht vragen? En ook de vraag naar de achterliggende boodschap over seksualiteit: seks is goed en lekker, dus doe het vooral en doe het veilig?

De samenleving is erg gericht op lichamelijkheid en seksualiteit. En van die samenleving maken onze verstandelijk beperkte kinderen en cliënten ook gewoon deel uit. Willen zij die informatie een plek kunnen geven, en willen wij invloed uitoefenen op de boodschap of visie die samenhangt met seksualiteit, zullen we hen in een vroeg stadium moeten toerusten.

Er is sprake van een kloof tussen de maatschappij en de kerkelijke moraal. En dat is jammer, omdat ik er van overtuigd ben, dat we als kerken een gesprekpartner met zeggingskracht zouden kunnen zijn. Daarnaast is er een ander zorgwekkend gevolg van de kloof: christelijke jongeren die kerk en geloof vaarwel hebben gezegd, blijken een veel vrijere seksuele moraal te hebben dan jongeren die zonder kerk en geloof zijn opgegroeid. Met andere woorden: niet-gelovige jongeren krijgen handvatten om in de open samenleving hun eigen weg te zoeken. De handvatten van christelijke jongeren zijn over het algemeen verbonden met regels, die geen zeggingskracht meer hebben als ze het geloof vaarwel hebben gezegd – of zelfs geen zeggenschap hebben als zij worden geconfronteerd met seksuele verlangens.

Daarom zullen we met enthousiasme het gesprek over seksualiteit aan moeten gaan. Niet vanuit oordelen en afwijzen, maar vanuit het positieve, vanuit de betekenis van intimiteit en seksualiteit.

Bijbelse bronnen

Als we in de Bijbel zoeken naar uitspraken over lichamelijkheid en seksualiteit, dan blijkt de Bijbel uitermate positief. Een prachtig voorbeeld is het boekje Hooglied, waarin twee geliefden het verlangen naar elkaar bezingen.

 2 Laat hij mij kussen,
laat zijn mond mij kussen!
Jouw liefde is zoeter dan wijn,
3 zoet is de geur van je huid,
je naam is een kostbaar parfum.
(…)
13 Mijn lief is mij een bundel mirre,
hij slaapt tussen mijn borsten.
14 Mijn lief is mij een hennatros
in de wijngaarden van Engedi.

De kerkvaders hadden overigens wel moeite om dit boekje op te nemen in de Bijbel. Ook heeft men getracht de bezongen liefde en verliefdheid te vergeestelijken. Maar daar laat Hooglied geen ruimte voor: het gaat echt over hoe je van verliefdheid en hoe je naar elkaar mag en kunt verlangen.

Ook in Genesis is de Bijbel uitermate positief over de mens als Gods schepping. In Genesis wordt geen onderscheid gemaakt tussen het geestelijke en het lichamelijke. De mens wordt met zorg en aandacht geschapen: uit de aarde gevormd, kwetsbaar en breekbaar. Maar deze mens leeft op de adem van God – kostbaar.

In het hoofdstuk daarvoor lezen we dat de schepping goed is, ‘tov’. Dit betekent niet ‘perfect’ of wat in onze ogen ‘ideaal’ zou zijn. Goed betekent: geschikt voor Gods bedoeling. Persoonlijk vind ik dat een mooie en uitnodigende houding naar mensen die worstelen met eigenwaarde, maar ook naar mensen met een beperking. Geschapen door God is een uitnodiging om je geliefd, bedoeld en gekend te weten.

De mens is uit één stuk. Ons lichaam, ons lijf is geschapen en onderdeel van wie we zijn. Het is niet minderwaardig ten opzichte van het geestelijke, het geloof. Integendeel. We worden uitgenodigd om voluit te genieten van het geschapene, dus ook van ons lijf en van lichamelijkheid. Een knuffel, de warmte van de ander, geborgenheid. Het zijn geschenken die meekomen met de schepping.

In dat kader is het ook goed om de schepping van de vrouw in Genesis 2 mee te overwegen. Dit is niet een tekst om alleengaanden als meelijwekkende en sneue mensen af te schilderen. Daar gaat deze tekst niet over. Het gaat over de schepping: de schepping is pas af als Adam er in meervoud is: medemens. Niet langer eenzijdig, maar tweezijdig. De mens moet bewaard worden voor eenzaamheid en eenzijdigheid. Want de vrouw wordt genomen uit de zijde van Adam, niet uit de rib. Medemensen hebben we nodig. Dit kan je partner zijn, maar medemensen kunnen we ook in andere verbanden treffen: vrienden, collega’s, buren.

Waar Paulus zich tegen verzet in de leefregels die hij schrijft, heeft te maken met de richting van leven. Voor wie buigen we ons? Staat ons leven in het teken van lust en begeerte, of in het dienen van God? En als we ons leven gaan leiden als nieuwe schepping, dan mogen we ook met onze dagelijkse bezigheden en verlangens Hem dienen.

Ik wil nog één tekst noemen, hoewel er meer te zeggen is over Bijbelse bronnen. De Bijbel geeft hoog op van het verbond tussen twee mensen. Paulus vergelijkt in zijn brief aan Efeze de verbondenheid van Christus met de gemeente met de verbondenheid tussen man en vrouw. Als zo’n relatie beeld mag zijn van Christus’ verbondenheid, dan is het iets moois en gaafs.

Wat betekent intimiteit en seksualiteit?

Misschien is het goed om even een pas op de plaats te maken. Wat is er tot nog toe gepasseerd? We hebben geconstateerd dat er een kloof is tussen de samenleving en de kerkelijke seksuele moraal. In de Bijbel zijn verschillende bronnen aan te wijzen die uitnodigen om positief te spreken over lichamelijkheid en seksualiteit. Die positieve manier nodigt uit om te zoeken naar de betekenis van lichamelijkheid en intimiteit, en niet te snel een gesprek te beëindigen door te zeggen dat iets mag of niet mag.

Lichamelijkheid is meegegeven met de schepping en wordt dus ook hoog gewaardeerd. Dit mag ons zelfbeeld ondersteunen. Intimiteit bevestigt een mens. Medemenselijkheid en samenzijn horen bij mens-zijn. Zo zijn we bedoeld. Prediker schrijft hier nog over:

10 Wanneer twee vrienden samen zijn en een van beiden valt, helpt de ander hem weer overeind, maar wie alleen is en ten val komt is beklagenswaardig, want hij heeft niemand die hem op de been helpt. 11 Wanneer je bij elkaar slaapt, geef je warmte aan elkaar, maar hoe krijgt iemand die alleen slaapt het ooit warm? 12 En iemand die alleen is kan zich niet verdedigen wanneer hij aangevallen wordt, maar met zijn tweeën houd je stand.

Hoewel deze tekst veel gelezen wordt bij huwelijksvieringen, gaat de tekst niet per definitie over huwelijkspartners. Het gaat over het belang van verbondenheid en intimiteit. Intimiteit biedt steun, geborgenheid en veiligheid. Geen mens kan zonder.

Seksualiteit is bevestigende intimiteit die thuis hoort in een liefdesrelatie. Seksualiteit komt aan de orde binnen een bestendige en duurzame relatie van liefde en trouw. Seksualiteit aangaan betekent met elkaar een verbond sluiten. Seksualiteit is een gaaf en groot geschenk wat je aan een ander kunt geven. Intimiteit en seksualiteit maken een mens ook kwetsbaar.

Grenzen zijn belangrijk

Daarom is het ook van groot belang om zorgvuldig met grenzen om te gaan. Juist om seksueel misbruik te kunnen voorkomen, of om negatieve seksuele ervaringen onder woorden te kunnen brengen, zal het gesprek over intimiteit en seksualiteit gezocht moeten worden.

Wanneer spreken we van misbruik? Van seksueel misbruik is sprake wanneer iemand gebracht wordt tot het ondergaan of uitvoeren van seksuele activiteit in woorden, gebaren of handelingen of de dreiging daartoe terwijl hij of zij dat niet wenst of niet in staat is daarover te beslissen. Misbruik vindt plaats wanneer handelingen niet ten dienste staan van de ander, maar gericht zijn op eigenbelang en eigen behoeften. Het is een oneigenlijk gebruik van de positie en de rol van degene die op dat moment meer macht heeft. Ik leg dus de nadruk op ongewenste grensoverschrijdingen vanuit een positie van macht.

Wat vaak hand in hand gaat met het misbruik, is de druk om het geheim te houden. Slachtoffers voelen zich loyaal naar de dader of worden bedreigd om vooral niet te vertellen wat er aan de hand is. Het is bekend dat daders in veel gevallen bekenden van het slachtoffer zijn. Dat maakt het moeilijk om erover te praten. Vooral als het slachtoffer zich afhankelijk voelt van de dader. Soms hebben slachtoffer helemaal geen taal voor wat er gebeurd is. Alleen een gevoel dat het niet goed is, een bedreigend en vernietigend gevoel. Ook het schuldgevoel en de schaamte om wat heeft plaatsgevonden vergroot de moeite om over de negatieve seksuele ervaringen te spreken.

Het gesprek over intimiteit en seksualiteit is dus om twee redenen belangrijk: het helpt preventief. Een kind of cliënt kan misschien sneller een situatie herkennen als ongewenst en als zodanig benoemen en om hulp vragen. In de tweede plaats kan door het gesprek aan te gaan over intimiteit achteraf ook een situatie van misbruik benoemd worden.

Geloofstaal en misbruik

Wat het soms extra lastig maakt om ervaringen van misbruik in een gelovige context onder woorden te brengen, is dat onze kerkelijke taal vaak beter aansluit bij de dader dan bij het slachtoffer:

In de kerk gaat het vaak over zonde en schuld. Een slachtoffer van seksueel misbruik voelt zich vaak schuldig over het misbruik. Er is geen terechte schuld, maar wel een hardnekkig schuldgevoel. Dat gaat samen met een diep gevoel van schaamte. Hierdoor voelen slachtoffers zich vaak slecht en zwart van binnen.

Dat gevoel sluit naadloos aan op de taal in de kerk: je bent zondig en schuldig. Alleen blijkt de verkondigde vergeving niet positief uit te werken. Er is immers geen sprake van terechte schuld, dus het schuldgevoel houdt aan. Het wordt zelfs krachtiger, omdat de vergeving er voor iedereen is, maar niet voor het slachtoffer. Het negatieve zelfbeeld heeft een psychologische oorzaak en laat zich niet door aangezegde vergeving genezen.

Ook de nadruk op vergeving kan voor slachtoffers negatief uitpakken. Vaak wordt er al snel een beroep gedaan op het slachtoffer om te vergeven, zodra deze moeizaam een begin maakt met het vertellen van het verhaal. Voor daders biedt de nadruk op vergeving een mogelijkheid om de druk bij het slachtoffer te leggen. Voorbarige vergeving leidt er toe dat het verhaal niet verteld zal worden en het slachtoffer gedwongen wordt weer te zwijgen.

Het is al ingewikkeld genoeg om een weg te vinden in het loyaliteitsconflict waar veel slachtoffers mee worstelen. Als er al over vergeving wordt gesproken, doe het dan vanuit het perspectief van het slachtoffer. Eventuele vergeving als de laatste stap in de weg van herstel.

Waar slachtoffer uiteindelijk behoefte aan hebben, is dat er gesproken wordt over recht en gerechtigheid. Dat ongewenste grensoverschrijdingen benoemd worden als kwaad. Aan welke kant staat God eigenlijk? In de profeten, in het lied van Maria en in de boodschap van Jezus is te horen dat God op komt voor de gekwetste en beschadigde mens. Dat is heilzaam.

Uiteindelijk is ook de dader geholpen met heldere grenzen en een helder oordeel.

Tot slot

In deze lezing heb ik getracht om vanuit de Bijbel de ruimte te schetsen om in gesprek te gaan over intimiteit en seksualiteit. De noodzaak voor dit gesprek heeft te maken met het gegeven dat onze verstandelijk beperkte medemensen in onze samenleving geconfronteerd worden met de open visie op erotiek en seksualiteit. Wij zullen hen handvatten moeten geven om dit te kunnen hanteren.

Daarnaast hebben mensen met een verstandelijke beperking behoefte aan intimiteit en kunnen zij seksuele verlangens hebben. Het is van belang dat deze behoeften en verlangens er mogen zijn en ook als goed mogen worden gewaardeerd.

Tot slot is het van belang om het gesprek over intimiteit te voeren om seksueel misbruik op het spoor te komen en om misbruik te voorkomen.

De Bijbel is enthousiast over de mens, over intimiteit en seksualiteit. Het is goed, zingt de Bijbel. Goed – in de betekenis voor Gods bedoeling. Dat we zo, met onze geschapen werkelijkheid onze Schepper mogen eren en prijzen.

Partner

7 Sep

Mijn schoonzus Paula is ziek. Eerst was het niet duidelijk wat het was. Al gauw bleek dat het niet goed was. Het ene onderzoek was nog niet afgelopen of het andere onderzoek begon. Nare onderzoeken. Soms mensonterend. Maar het moest nu eenmaal gebeuren. De onderzoeken maakten duidelijk dat er sprake is van kanker. Zes letters. Maar een woord dat het fundament onder je bestaan wegslaat. Het lukte de artsen niet om te achterhalen waar de kanker precies zat. Opnieuw onderzoeken. De conditie van mijn schoonzus ging zienderogen achteruit. Zo kort geleden nog kwam het niet te bevatten bericht: ‘Er zijn geen mogelijkheden meer om je te behandelen’.

ontredderd2

Ik zie de angst en wanhoop bij mijn schoonzus. Ik zie mijn broer Johan. Na zoveel jaren van zoeken, worstelen, vluchten en vechten vond hij een vrouw bij wie hij thuis kwam. Bij wie hij rust vond Een vrouw die hem trouw bleef, ondanks zijn chaos en onhandigheden.  En nu. Nu staat hij aan de zijlijn. Hij ziet zijn vrouw lijden. Hij hoort de angst in haar stem. En hij moet gaan. Elke avond opnieuw. Haar achterlaten in het ziekenhuis. Ja, de verpleegkundigen zetten zich met hart en ziel in voor zijn vrouw. Maar de avond is donker. De nacht is koud. Weten dat je geliefde bang is, zich verloren voelt. Niets in handen dan de onmacht. Machteloos toekijken hoe degene die je het dierbaarst is, lijdt. Weten dat je moet loslaten – terwijl je zonder haar niet verder kunt.

Het is niet voor het eerst dat onze familie getroffen wordt door ziekte en dood. Die verhalen komen mee in dit verdriet. Maar ik merk dat de hartverscheurende, eerlijke en rauwe verhalen van mijn broer aan eigen pijn raken. De pijn van de partner. Een stuk waar ik zelf al die jaren aan voorbij ben gegaan. De afgelopen jaren heeft Esther, mijn vrouw, een strijd op leven en dood gevoerd om te overleven. Om een weg te vinden in de gevolgen van seksueel misbruik. Ze heeft gewanhoopt, gezocht en gestreden. Ze is een pad gegaan waarop ik haar niet kon volgen. Een pad door de schaduwen van de dood. Nu voel ik opnieuw hoe bang ik ben geweest om haar te verliezen. Nu voel ik opnieuw de machteloosheid.  Ik zag haar lijden. Ik zag de angst in haar ogen. En ik kon niets doen. Machteloos moest ik toekijken. Wat is het ondragelijk om degene die je het liefst en dierbaar is, te zien lijden. Op de PAAZ te moeten achterlaten en niet te weten of en hoe je haar de volgende dag zult aantreffen. ’s Avonds proberen te gaan slapen en het verdriet van je zoon niet weg te kunnen nemen, je geliefde niet te kunnen dragen – ik haat machteloosheid.

Liefhebben is het mooiste wat er is. Liefde geven. Liefde ontvangen. De pijn die verscheurt, is de andere kant van de liefde. De pijn van de onmacht is de pijn van het niet te realiseren verlangen je geliefde voor het lijden te bewaren. Wat overblijft is een schreeuw. Een schreeuw tot God. Een gebed zonder woorden. ‘Mijn God waarom verlaat U mij? HEER, blijf bij ons!’

Wachtkamer

1 Mei

Te zwaar – te zwaar
zoveel te dragen, zoveel te verduren
er is geen andere weg
dan door de diepte
Het is niet eerlijk dat je
opnieuw de pijn moet voelen
de schaamte, de vernedering
op weg naar heling

niet kunnen opstaan

wat doet het zeer
je wanhoop te horen
wat brandt je verdriet
in mijn ziel en mijn hart
machteloos
luister ik
naar je aanklacht

Zouden daders dit horen
als ze nemen wat nooit van hen zal zijn?
Zouden daders dit zien
als ze met hun macht
het kwetsbare trachten te breken?
Er is geen excuus
met deze schuld moeten zij leven

Maar het is niet jouw pijn
die deze dagen kleurt
niet je verdriet
niet de wanhoop –
het is je kracht – niet gebroken
je strijd – hopend op toekomst
je moed
ik geef je mijn hart
opdat je niet eenzaam

de golven van de angst trotseert

Enkele kanttekeningen bij ‘de perfecte vader van de bruid’

12 Mrt

Op dit moment circuleert er een filmpje op het internet dat veel indruk maakt: een vader spreekt zijn schoonzoon toe voordat hij zijn dochter zal ‘weggeven’.   http://www.telegraaf.nl/tv/opmerkelijk/21373749/__Vader_waarschuwt_schoonzoon__.html De man houdt een prachtige redevoering, vol emotie en humor, waarin hij duidelijk maakt hij zijn dochter met liefde en zorg  heeft gemaakt tot de persoon die ze nu is.  De spits is dat de bruidegom net zo goed voor zijn kersverse bruid dient te zorgen. En natuurlijk tranen en een hug.

bruidspaarHet filmpje is een grote hit. Zelfs via cip.nl is het filmpje te bekijken. Hoe sympathiek het ongetwijfeld bedoeld is – toch zou ik enkele kanttekeningen willen plaatsen. Het ‘weggeven van de bruid’ is een wonderlijk en niet-navolgenswaardig verschijnsel. Deze traditie komt voort uit de tijd dat huwelijken zakelijke transacties waren. De vader van de bruid ruilde zijn dochter tegen de afgesproken bruidsschat: een koe, een stuk grond, een som geld. De dochter was in die tijd eigendom van de vader. Hij kón haar dus ook weggeven.

Tegenwoordig speelt dit zakelijke niet meer (toch?). Het is nu voor velen een emotioneel moment geworden. Op de trouwdag wordt duidelijk dat de onderlinge relaties blijvend zullen veranderen. Het weggeven symboliseert dat de dochter niet langer bij haar vader (of ouderlijk huis) hoort, maar samen met haar man een eigen thuis creëert. Het verbeeldt liefde, genegenheid, het overdragen van zorg en ook een beetje loslaten.  Maar ook deze emotionele herijking van het weggeven berust op die wonderlijke gedachte dat de dochter het eigendom is van de vader. En dat dochters dus altijd van iemand zijn. Van de vader of van de echtgenoot.

Misschien denk je als vader of dochter dat dit echt niet zo is, in ieder geval nu niet meer. Het gaat nu immers om de emotie en het is een ritueel om de verandering vorm te geven. Dat overtuigt echter niet: waarom worden alleen dochters ‘weggegeven’?  En waarom geeft alleen de vader weg? Daarnaast: je kunt toch alleen iets weggeven wat van jou is? Tot slot: wat moeten we met al die mensen die al langere tijd op zichzelf wonen of samenwonen?

Misschien is het goed om het filmpje nog eens te bekijken en goed te luisteren wat er precies gezegd wordt – en wat niet. Er zitten prachtige ontroerende momenten in: dat de schoonzoon een antwoord is op de bede om geluk voor zijn dochter; hoe kwetsbaar hij spreekt over het oplichten van de liefde in de ogen van zijn dochter. Maar zijn spreken roept ook vragen op: ‘me and God worked hard to make her ready’.  Sorry? Waar is de moeder in het geheel? Waar de dochter zelf? En is God het verlengstuk van de (bewogen) vragen van de vader? De vader eindigt zijn toespraak met: ‘Today I give you the best thing I have to give’. Welke symboliek gaat achter dit zinnetje schuil?

Hoe goedbedoeld, bewogen en humoristisch de toespraak ook mag zijn. De onderliggende veronderstellingen vragen om een nadere bezinning.