Archief | seksueel misbruik RSS feed for this section

De moeizame strijd tegen misbruik

18 aug

Dit artikel is geplaatst in Woord & Dienst, jaargang 68, nummer 8 (augustus 2019) p. 9-11

Twintig jaar geleden zinderde het op de gezamenlijke synode van de toenmalige hervormde kerk, de gereformeerde kerken en de Lutherse kerk. Er was veel tijd ingeruimd om met elkaar in gesprek te gaan over seksueel misbruik en de rol van de kerk, aan de hand van de nota’s Schuilplaats in de wildernis? en Godsdienst en incest. Een beladen thema.

klein meisje

Klein meisje, door Esther Veerman. http://www.kunstuitgeweld.nl

In de voorgaande decennia werd steeds onweerlegbaarder duidelijk dat misbruik veel vaker voorkwam dan gedacht en de gevolgen vaak ernstig waren. De verhalen van misbruik binnen de Rooms katholieke kerk maakten veel indruk. Werkgroepen en onderzoeken maakten duidelijk dat ook in de eigen kerken mensen leden onder seksueel misbruik. De gezamenlijke synode hechtte er veel waarde aan om deze thematiek te agenderen. Na een emotioneel en intensief gesprek werden de aanbevelingen uit de nota’s met algemene stemmen overgenomen.

‘De kerk kiest onomwonden voor het slachtoffer’

Wat het meest in het oog sprong was de uitspraak ‘de kerk kiest onomwonden voor het slachtoffer’. Het was een uitspraak waar mensen die te maken hadden gehad met seksueel misbruik hoop uit putten. De keuze voor het slachtoffer was immers niet vanzelfsprekend. Te vaak werden mensen niet geloofd als ze met hun verhaal naar buiten kwamen. Te vaak ondervonden slachtoffers dat er binnen de kerk geen ruimte was voor hun ervaringen. Het betekende een extra trauma: niet alleen moest het slachtoffer een weg vinden in de gevolgen van het misbruik, maar ook in de ontkenning en afwijzing van de omstanders. Het belang van de uitspraak van de synode kan dan ook niet genoeg worden benadrukt.

Ontwikkelingen in de kerk

Hoe is de stand van zaken in de Protestantse Kerk in Nederland twintig jaar na deze hoopgevende uitspraak? Mijn antwoord is tweeledig. Aan de ene kant ben ik onder de indruk van het werk dat verzet is door een kleine groep bevlogen mensen om aan slachtoffers recht te doen en deze thematiek op de agenda van de kerk te houden. Aan de andere kant moet ik constateren dat er geen paradigmaverschuiving binnen de kerk heeft plaatsgevonden en dat het voor slachtoffers niet perse veiliger is geworden in plaatselijke gemeenten.

Beide inzichten wil ik hieronder nader uitwerken.

In de achterliggende periode is met name op het gebied van seksueel misbruik in pastorale relaties veel bereikt. Er is een protocol opgesteld en naar alle kerkelijke gemeenten toegestuurd. Voor slachtoffers van misbruik in pastorale relaties zijn vertrouwenspersonen beschikbaar en voor getroffen gemeenten gemeentebegeleiders. Er is materiaal beschikbaar voor het begeleiden van slachtoffers en van daders. De stichting SMPR heeft een vaste plek gekregen in de organisatie van de PKN en heeft deskundigheid opgebouwd. Ook is er meer aandacht in de opleiding op de theologische universiteit voor de dynamiek rond seksueel misbruik.

Een andere positieve ontwikkeling is meer recent. Onder meer op initiatief van JOP en van SMPR is er groeiende aandacht voor de veiligheid in de geloofsgemeenschap. Onlangs is de website http://www.protestantsekerk.nl/veiligegemeente gelanceerd waar informatie te vinden is over stappen die gezet kunnen worden om de gemeente een veiliger plaats te laten zijn. De website besteedt nadrukkelijk aandacht aan het jeugdwerk en aan veilig pionieren.

Deze initiatieven worden gedragen door betrokken mensen met hart voor de strijd tegen misbruik. Hun inzet waardeer ik dan ook bijzonder.

Slachtoffers blijven in de kou staan

Tegelijkertijd is er een andere kant waardoor ik somber ben over wat de Protestantse Kerk in de afgelopen jaren bereikt heeft. Met regelmaat spreek ik mensen die in een kerkelijke setting te maken hebben gehad met seksueel misbruik. De rode draad in de verschillende verhalen is eenzaamheid. Slachtoffers durven nauwelijks met hun verhaal naar buiten te komen. Binnen de kerkelijke gemeente ervaren ze onbegrip. Deze ervaringen worden bevestigd door verschillende onderzoeken die in de laatste jaren zijn uitgevoerd. Het onderzoek van Christiane van den Berg-Seiffert (Ik sta erbuiten – maar ik sta wel te kijken, 2015) beschrijft de verhalen van 17 mensen die te maken hebben gehad met seksueel misbruik in pastorale relaties. Een weerkerend refrein in deze verhalen is dat zij hun positie in de gemeente niet of met moeite kunnen behouden. In 2018 publiceerde Tear de resultaten van een onderzoek naar geweldservaringen onder christelijke vrouwen (Geweld tegen vrouwen in beeld: een peiling onder christenen in Nederland). Een van de meest in het oog springende uitkomsten is dat bijna driekwart van de vrouwen ten minste een keer in hun leven te maken heeft gehad met een vorm van psychisch, fysiek of seksueel geweld.

In 2012 verscheen het rapport van Movisie De mantel der liefde. Quickscan naar huiselijk geweld in orthodox-protestantse gezinnen. Wat in deze rapportage opvalt, is de geringe aandacht voor huiselijk geweld in de geloofsgemeenschappen en de eenzaamheid van de slachtoffers.

Gekozen spits

Er zijn verschillende redenen aan te wijzen waarom de strijd tegen misbruik in de kerk lijkt te stagneren. De eerste reden is dat de Protestantse Kerk zich om begrijpelijke overwegingen met name gericht heeft één specifieke vorm van misbruik: seksueel misbruik in pastorale relaties. In eerste instantie waren er op regionaal niveau nog werkgroepen Seksueel Geweld en Geloof actief die met name door vrijwilligers werden gedragen. Door bezuinigingen verdwenen met de regionale dienstencentra ook vrijwel alle werkgroepen. Daarmee raakte de brede thematiek van huiselijk en seksueel geweld buiten beeld. De vraag is of een website over de veilige gemeente deze leemte voldoende kan opvullen. Zou er daarnaast niet in menskracht geïnvesteerd moeten worden? Mijns inziens zou een deskundige beschikbaar moeten zijn voor advies en voor pastorale vragen.

Het gebrek aan een bedding om te vertellen

De tweede reden is dat mensen die te maken hebben (gehad) met huiselijk of seksueel geweld een discours nodig hebben om hun verhaal te kunnen doen. Omstanders maken het verschil of verhalen verteld kunnen worden of niet. Het klimaat en de cultuur van de samenleving bepalen mede of er een ruimte is. In de Eerste Wereldoorlog bijvoorbeeld leden veel soldaten aan zogenaamde shellshock. De voortdurende bombardementen op de loopgraven en de altijd aanwezige dreiging maakten dat soldaten geestelijk instorten. Dit werd echter niet erkend door de legerleiding. Soldaten die leden aan een shellshock werden gezien als laf of als deserteurs. Sommige van hen zijn ook terechtgesteld tijdens de oorlog.

Pas jaren later was er de ruimte om opnieuw naar deze slachtoffers van de oorlog te kijken. Toen werden de symptomen in een ander perspectief geplaatst. Het werd niet langer gezien als lafheid, maar als een posttraumatische stressstoornis ten gevolge van de voortdurende blootstelling aan levensgevaar. Pas toen ontstond er de ruimte voor de soldaten om te herstellen.

Slachtoffers van seksueel misbruik binnen de kerk zwijgen. Ze zwijgen uit angst, uit schaamte of uit schuldgevoelens. Het kost veel om over de drempel te stappen en met het verhaal naar buiten te komen. Daarom is het onomwonden kiezen voor het slachtoffer zo belangrijk: zonder terughoudendheid, zonder twijfel en reserve. Dat vraagt echter veel van de ontvanger van het verhaal. Het vraagt om openheid voor de pijn. Het vraagt om de bereidheid de idylle van veiligheid los te laten. Het vraagt om een lange adem om met het slachtoffer mee op te lopen. Erkenning kost veel en vraagt om een verandering van de cultuur in de plaatselijke gemeente. Kan er een bedding gecreëerd worden waarbinnen verhalen van misbruik verteld mogen worden? Op de synodevergadering zijn meerdere aanbevelingen aangenomen die helpend hadden kunnen zijn, maar nooit zijn uitgevoerd. Speciale aandacht in het doopformulier, bijvoorbeeld. Ruimte in de voorbeden. Structurele aandacht. Een vaste vraag op de kerkenraadsvergadering: hoe veilig zijn wij als gemeente?

Verschillende belangen

De derde reden die ik hier tenslotte wil benoemen, is dat er verschillende belangen blijken mee te spelen. In 2014 was een interkerkelijke werkgroep op initiatief van Movisie bezig om een vervolg te geven aan het rapport Herder op zijn hoede. Vlak voordat de Raad van Kerken in 2014 met de verklaring kwam over het bestrijden van seksueel misbruik binnen de kerken, was er een onbegrijpelijke confrontatie tussen de Raad van Kerken en de werkgroep van Movisie. Het directe gevolg was dat de werkgroep stopte en deskundigheid verloren is gegaan.

Concluderend

Het is goed om na 20 jaar de balans op te maken. Hoe staat de Protestantse Kerk er vandaag voor als het gaat om de strijd tegen misbruik? Er is in de afgelopen jaren door betrokken mensen hard gewerkt en veel bereikt, met name als het gaat om seksueel misbruik in pastorale relaties. In de plaatselijke gemeenten is er echter nog nauwelijks sprake van een cultuuromslag. Dit vraagt om meer sturend beleid, investering in menskracht en om pastorale en liturgische handreikingen.

Advertenties

Pek en veren?

3 mei

Mijn twittertijdlijn loopt vol met verontwaardigde reacties. Een persvoorlichter van GroenLinks is ontslagen nadat hij zich schuldig had gemaakt aan aanranding van een stagiaire. Nu, een jaar later, heeft hij een nieuwe baan: persvoorlichter van Liesbeth van Tongeren, stadsbestuurder in Den Haag namens GroenLinks. De felle en harde reacties roepen bij mij enkele gedachten op. Vandaar een blog.

Hypocriet

Wat ik zelf opmerkelijk vind, is dat een aantal mensen die nu scherp en verontwaardigd reageren op de tweede kans voor de persvoorlichter, in de achterliggende periode niet minder scherp en fel reageerden op de #MeToo-onthullingen. Mensen die hun verhaal deelden, werden weggezet als zeurkousen die maar moesten leren incasseren. Als je al geen geintje meer mag maken of een onschuldige aanraking opeens als grensoverschrijding wordt gezien –

Ik zou me kunnen voorstellen dat deze mensen de tweede kans voor de persvoorlichter zouden toejuichen. Eindelijk gerechtigheid immers. Het pakt dus anders uit. Het gaat in de reacties niet alleen om die ongewenste grensoverschrijdingen, maar er spelen ook allerlei andere motieven mee in de verontwaardiging (met name het beschuldigen van GroenLinks van hypocrisie). Deze situatie wordt aangegrepen om ten koste van personen te willen scoren.

De dynamiek hoort echter ook bij hoe wij als samenleving omgaan met ongewenste grensoverschrijdingen en seksueel misbruik.

Bij ons gebeurt het niet

Mensen die te maken hebben (gehad) met ongewenste grensoverschrijdingen lijden niet alleen aan de gevolgen van die ervaringen, maar ook aan het zwijgen van de samenleving. Het is en blijft voor slachtoffers een hele klus om hun verhaal te doen en daar erkenning voor te krijgen.

Dit heeft allereerst te maken met het gegeven dat mensen die te maken hebben met huiselijk geweld en/of seksueel misbruik zich vaak schuldig voelen en zich schamen. De grensoverschrijdingen hebben vaak een negatieve invloed op het gevoel van eigenwaarde. Die negatieve gevoelens versterken het schaamtegevoel. Het valt dus niet mee om deze innerlijke dynamiek te overwinnen en je verhaal te doen.

In de tweede plaats willen omstanders verhalen van misbruik en geweld liever niet horen. Te vaak krijgen slachtoffers te horen dat ze zelf schuldig zijn. Te vaak wordt daders de hand boven het hoofd gehouden. Te vaak zoeken omstanders naar een snelle manier om deze lastige verhalen niet echt onder ogen te hoeven zien.

Verhalen van seksueel misbruik versplinteren de idylle dat onze samenleving, onze straat, onze vereniging, onze kerk, onze politieke partij of onze familie veilig en goed is. Misbruik komt overal voor. En elk onderzoek laat zien dat het vaker voorkomt dan we dachten en dat het dichterbij is dan we ooit vermoed hadden.

Een greep uit de nieuwsberichten van de afgelopen maand: het aantal meldingen van kinderporno is verdubbeld. Al honderden meldingen van seksueel misbruik bij Jehova’s Getuigen. Na de uitzending van de documentaire Leaving Neverland was er een toename van het aantal meldingen bij hulpverlenende instanties. Een atletiekcoach wordt aangehouden vanwege misbruik.

Verhalen van ongewenste grensoverschrijdingen, van huiselijk geweld en van seksueel misbruik tonen een harde en confronterende werkelijkheid: het komt ongelofelijk veel voor en de gevolgen kunnen hevig zijn en een leven lang meegaan.

Zondebok

Hoe moeten we met deze werkelijkheid omgaan? Wat moeten we doen als het niet meer lukt om de ogen te sluiten? Als het niet meer lukt om de lastige verhalen te bagatelliseren of te generaliseren? Wat als het niet meer lukt om het slachtoffer het zwijgen op te leggen? Wat dan voor de hand ligt, is om de geïdentificeerde dader (schuldig of niet) uit de samenleving te verbannen. De dader moet verdwijnen (lynchen als het kan) en mag in ieder geval nooit meer in de openbaarheid treden. Op die manier wordt de veiligheid gevoelsmatig weer hersteld en kunnen we als samenleving verder leven alsof er niets aan de hand is.

Waar het op aan komt is enerzijds recht doen aan wat er gebeurd is: erkenning van het verhaal van het slachtoffer, en een oordeel over de handelingen van de dader. Voor dat laatste hebben we gelukkig de rechterlijke macht en niet het volksgericht. Anderzijds zullen we als samenleving na moeten denken over drie dingen: over hoe we slachtoffers kunnen ondersteunen,  over de vraag waarom in onze samenleving zoveel misbruik voorkomt en over de vraag wat we met daders aanmoeten.

Een tweede kans?

Iemand die veroordeeld is van een zedendelict, heeft zijn straf uitgezeten en zal zijn / haar weg weer moeten zoeken in de samenleving. Wat daarin van belang is dat de kans op recidive goed wordt ingeschat en dat er alles aan gedaan wordt om te voorkomen dat een zedendelinquent nieuwe slachtoffers maakt.

Tegelijkertijd is het ook onzinnig om iemand na zijn vrijlating alsnog elke vorm van toekomst te ontzeggen. Ja, natuurlijk. Slachtoffers hebben soms levenslang. Soms gaan de gevolgen van geweld en misbruik zo ver dat het leven geen houvast meer biedt en alleen maar zwaarte betekent. Het vraagt dus om een evenwicht tussen het aangedane leed, de gerechtelijke straf en het terugvinden van de weg naar het leven door zowel het slachtoffer als de dader.

Een tijd terug heb ik dit artikel geschreven over de haken en ogen van een tweede kans voor een zedendelinquent.

Geef erkenning en ruimte!

Laten we met elkaar bouwen aan een veilige samenleving door ruimte te maken voor slachtoffers om met hun verhalen naar buiten te komen. #Metoo heeft hier een belangrijke functie in. We kunnen werken aan een veilige samenleving door misbruik bespreekbaar te maken, door heldere grenzen te durven trekken en door na te denken over onze cultuur.

Hoe komt het toch dat kinderen, vrouwen en mannen niet zomaar veilig zijn? Waarom reageren we vaak zo lauw en gelaten op verhalen over en onderzoeken naar misbruik? Waar blijft onze verontwaardiging? Waar blijft ons verlangen om te onderzoeken waar onze eigen context misbruik faciliteert of juist aan de kaak stelt?

Ons spreken en ons handelen maken een verschil.

Jammer genoeg een ongelukkige keuze

27 feb

De Raad van Kerken roept de geloofsgemeenschappen op om op zondag 10 maart 2019, de eerste zondag van de veertigdagentijd, aandacht te besteden aan seksueel misbruik in pastorale relaties. Ik ben oprecht blij met deze oproep. De Raad van Kerken geeft zo handen en voeten aan hun steun aan de werkgroep een veilige kerk. Op deze website is veel en toegankelijk materiaal te vinden voor geloofsgemeenschappen om beleid te ontwikkelen rond seksueel misbruik in de geloofsgemeenschap.

Klein meisje, Esther Veerman

Waardevolle inbreng

Het is voor slachtoffers van seksueel misbruik bemoedigend en steunend om in de liturgie erkenning te ondervinden van het onrecht dat hen is aangedaan. Voorbeden en zeker ruimte in de overdenking voor dit lijden is van onschatbare waarde.

Ongelukkig en schadelijk?

De preeksuggestie van de Raad van Kerken vind ik echter op z’n minst ongelukkig gekozen. Op het leesrooster voor deze zondag staat het verhaal van de verzoeking van Jezus in de woestijn. De keuze om de thematiek van seksueel misbruik in pastorale relaties bespreekbaar te maken met de termen ‘beproeving’ of ‘bekoring’ is verwarrend en kan schadelijk uitwerken.

In de verhalen van slachtoffers van seksueel misbruik komt met regelmaat naar voren dat zij zich schuldig achten aan het misbruik. Dit schuldgevoel wordt geactiveerd en versterkt door de (onterechte) gedachte dat zij de dader(s) verleid hebben. Daders van seksueel misbruik verschuilen zich soms ook achter de gedachte dat zij verleid zijn om zichzelf vrij te spreken van schuld.

In het aangereikte verhaal is het Jezus zelf die in verzoeking wordt gebracht en de voorganger linkt dit aan seksueel misbruik. Wat doet die gedachte met slachtoffers in de kerk waar levensverhalen resoneren in elk woord dat de voorganger spreekt? Wat doet dit verhaal met daders die zoeken naar rationalisaties, generalisaties of mogelijkheden om het misbruik te bagatelliseren?

We lezen in Lucas 4 dat het de heilige Geest zelf is die Jezus naar de woestijn drijft om beproeft te worden. Wat betekent dit voor de hoorders die beproeving en bekoring verbonden horen worden met seksueel misbruik?

Verwarring

Er staan goede suggesties in de verdere uitleg (hoewel ik de scheiding tussen lichaam en ziel niet behulpzaam vind, omdat het lichaam weer wordt weggestopt ten koste van de ziel), maar ik ben bezorgd dat slachtoffers in verwarring zijn rond het spreken over verleiding, verzoeking, bekoring en beproeving.

Aandacht voor de dader …

Het brengt mij bij een tweede punt. De preeksuggestie gaat uit van het perspectief van de dader. Slachtoffers geven aan dat zij zich erkenning missen en het gevoel hebben niet gezien te worden. Als misbruik al ter sprake komt, wordt er ook al snel gesproken over vergeving. Daarmee gaat de aandacht uit naar de dader of naar de relatie met de dader en niet naar het onrecht, de woede, en het aangedane leed.

Waar behoefte aan is, is aan preekschetsen die stil staan bij het perspectief van de slachtoffers. Laten we ruimte maken voor de klacht en voor de verbijstering en niet voor de worsteling met bekoring.

Er zijn meer vormen van misbruik

Tot slot mijn laatste punt. Wat ik jammer vind, is dat de Raad van Kerken het gebed en de preeksuggestie beperkt tot misbruik in pastorale relaties. Een van de redenen om te starten met het project Veilige gemeente is dat er zoveel vormen van misbruik zijn die buiten de bestaande meldpunten vallen (want die zijn er alleen voor misbruik in pastorale relaties) terwijl veel mensen in ene christelijke context met misbruik en geweld te maken hebben gehad: in gezinnen, op scholen, in instellingen en in de buurt. Voorgangers ervaren vaak een gebrek aan kennis en mogelijkheden en een grote verlegenheid om in die situaties op een juiste in te grijpen.

Tot slot

Concluderend: ik ben blij met de aandacht voor seksueel misbruik in de liturgie. Taal doet er toe en gelovige rituelen kunnen helend werken. Waar slachtoffers nu baat bij hebben is eindelijk een praktische uitwerking van de synode-uitspraak uit 1999 dat de kerken onomwonden dienen te kiezen voor slachtoffers. De slachtoffers vragen om  erkenning en om ruimte er te mogen zijn met hun verhaal in de geloofsgemeenschap. Op dit moment is dat helaas vaak niet het geval.

 

#MeToo wijst op ongemakkelijke werkelijkheid

25 feb

Dit artikel is verschenen in CW – het christelijk opinieblad, jaargang 65 nummer 25, 8 december 2017. De afbeelding is een schilderij van Esther Veerman ‘De schreeuw’

Afbeeldingsresultaat voor esther veerman

Inleiding

Enkele weken geleden ging de hashtag #metoo de hele wereld over. De Amerikaanse actrice Alyssa Milano riep via de sociale media op verhalen van seksuele intimidatie te delen. Daarna werd hier wereldwijd veelvuldig gehoor aangegeven. Ook in Nederland deelden vrouwen en mannen onder deze hashtag ervaringen met ongewenste grensoverschrijdingen. Welk ongemak gaat er schuil achter deze twittercampagne? Wat is de waarde ervan?

De reacties op deze campagne lopen sterk uiteen. Sommigen juichen deze mogelijkheid toe om verhalen te mogen delen. Anderen zouden graag willen dat het delen stopt. Liever vandaag dan morgen, omdat de verhalen over grensoverschrijdingen de wankele balans in hun eigen leven verstoort. Weer anderen reageren scherp en afwijzend. Zijn al die verhalen niet overtrokken? Worden er niet gewoon oude rekeningen vereffend? Mensen worden nu publiekelijk aan de schandpaal genageld. Mag dat zomaar? Is het een terugval in nieuwe preutsheid? Mag je nu ook al niet meer flirten? Bij sommigen roept het ook een vermoeidheid op: ‘Val ons niet lastig met je eigen issues’.

Wat in ieder geval uit al die reacties valt op te maken, is dat er verwarring is over de thema’s waar de metoo-campagne aan raakt: intimiteit, seksualiteit, macht, misbruik en de rol van onze samenleving. Dat laat zien dat deze campagne noodzakelijk en belangrijk is. In dit artikel wil ik proberen om de campagne te duiden.

Niet nieuw

Het eerste punt is, dat deze verhalen niet nieuw zijn. Vanaf de jaren ’80 zijn er in Nederland meerdere onderzoeken gedaan naar seksueel misbruik. De uitkomsten van deze onderzoeken laten steeds zien dat de gevolgen van misbruik ernstig kunnen zijn en dat opvallend veel mensen te maken hebben gehad met een vorm van misbruik. Recente onderzoeken naar huiselijk en seksueel geweld bevestigen de uitkomsten. Hierbij valt te denken aan onderzoeken in opdracht van het Ministerie van Justitie, het onderzoek van de commissie Samson, het onderzoek van de commissie Deetman, onderzoek in opdracht van de EU, en aan het recente onderzoek van De Vries naar misbruik binnen de sport.

Wanneer er verhalen van misbruik boven tafel komen en er volgt een onderzoek dan blijken de cijfers nooit mee te vallen. In sportverenigingen, op de scouting, in kerken, in bedrijven, in de jeugdzorg, in instellingen voor mensen met beperkingen – de onderzoeken laten steeds opnieuw zien dat seksueel misbruik een groot probleem is.

Zelfs de hashtag bestaat al meer dan tien jaar. De activiste Tarana Burke met de hashtag ‘MeToo’ begonnen om aandacht te vragen voor seksueel geweld tegen zwarte vrouwen. De verhalen die nu gedeeld worden onthullen dus niet een nieuw probleem, maar een kwaad dat al lang met ons meegaat. Wat nieuw is, is dat vrouwen en mannen nu de ruimte ervaren om hun verhalen massaal te delen.

Slippertje

Dat roept vervolgens de vraag op hoe we de verhalen moeten interpreteren. Klopt het wel om deze verhalen onder de noemer van seksueel misbruik te brengen? Misschien is dit wel de kern van de discussie. Wanneer is er sprake van misbruik? Wanneer worden grenzen overschreden? Uit de praktijk blijkt dat seksuele handelingen lang niet altijd eenduidig beoordeeld worden. Wat voor de een een slippertje was of een avontuurtje, blijkt voor de ander soms een ongewenste grensoverschrijding te zijn geweest.

De vraag hoe een handeling benoemd en gedefinieerd wordt, heeft belangrijke gevolgen. De definitie van het seksueel grensoverschrijdend handelen bepaalt immers niet alleen of eventuele signalen herkend kunnen worden, maar bepaalt tot op zekere hoogte ook binnen welk taalveld deze problematiek ter sprake komt. Het maakt immers veel uit of het handelen van bijvoorbeeld een docent op een Hogeschool wordt geïnterpreteerd als (te) joviaal optreden, als overspel, als het overschrijden van professionele grenzen, als seksueel misbruik of als een combinatie van deze dimensies. Met andere woorden: het spreken over de seksuele handelingen van bijvoorbeeld een predikant is niet waardevrij.

Macht

Daar komt nog iets bij. Een ongewenste grensoverschrijding is niet een bepaalde (mislukte) vorm van intimiteit of seksualiteit, maar een vorm van machtsmisbruik met seksuele middelen. Het mag duidelijk zijn dat mensen die zich schuldig maken aan ongewenste grensoverschrijdingen zich niet per definitie bewust zijn van machtsmisbruik. Het motief is vaak gelegen in het zoeken naar geborgenheid of in seksueel verlangen. Waar de ander echter geen toestemming geeft of niet in staat is om te weigeren, is er sprake van seksueel misbruik. In concrete situaties kunnen de grenzen diffuus zijn, maar het ethische principe is helder.

Laat ik, om het concreet te maken, twee situaties uit de kerkelijke context beschrijven die tijdens de MeToo-campagne naar voren kwamen.

Een vrouw heeft vriendschappelijk contact met haar predikant. Zij geniet erg van de aandacht die hij aan haar geeft. Het geeft haar het gevoel dat ze bijzonder is en er toe doet. In haar huwelijk is ze niet gelukkig en ze verlangt naar bevestiging. De predikant en zij gaan steeds verder en ze krijgen een verhouding. Enkele malen probeert de vrouw de verhouding te beëindigen, maar ze slaagt hier niet in. Aan de ene kant blijft ze verlangen naar de aandacht, aan de andere kant is ze ongelukkiger dan ooit. Als zij ontdekt dat hij met nog meer vrouwen een verhouding heeft, knapt er iets in haar. Ze voelt zich gebruikt door de predikant. Achteraf geeft ze aan dat ze zocht naar genegenheid, niet naar seks. Ze voelt zich verantwoordelijk voor haar aandeel, maar was niet bij machte om haar grenzen te bewaken bij de predikant.

Schaamte

Een andere vrouw vertelt dat zij als tiener door een man uit de kerk betast is. Op dat moment verloor ze een deel van zichzelf, van haar lijf en van haar vertrouwen. Ze voelde zich schuldig over wat er gebeurde en schaamde zich zo erg dat ze het aan niemand durfde te vertellen. Als een loden last droeg ze haar geheim mee. Het tastte haar zelfvertrouwen aan, maakte haar onzeker en kwetsbaar. De mensen zagen een sterke en stoere vrouw, maar zijzelf had amper de kracht om haar masker op te houden.

Beide vrouwen durfden door de metoo-campagne met hun verhaal naar buiten te komen en om hulp te vragen.

Het is opmerkelijk dat nu zoveel vrouwen en mannen aan deze campagne meedoen. Dat is verheugend, omdat zij de ruimte ervaren om hun verhaal te doen. Dat is een groot winstpunt van de metoo-campagne. Want het valt niet mee voor slachtoffers om te vertellen van negatieve seksuele ervaringen.

Wie te maken heeft gehad met seksuele intimidatie of seksueel misbruik kan daar ingrijpende gevolgen aan overhouden. Slachtoffers voelen zich vaak minderwaardig en hebben moeite om anderen te vertrouwen.

Slachtoffers vertellen dat zij kampen met schuld- en schaamtegevoelens, ook slachtoffers van relatief onschuldige grensoverschrijdingen. De schaamte over het misbruik en de gedachte schuldig te zijn aan het misbruik weerhouden mensen ervan om over het misbruik te spreken. Soms waren de ervaringen zo overweldigend dat slachtoffers de herinneringen wegdrukken en soms langere tijd niet meer over die herinneringen kunnen beschikken. Ja, de nachtmerries en herbelevingen zijn er, maar het verhaal ontbreekt.

Ruimte

Die schaamte kan alleen doorbroken worden als er ruimte komt voor het verhaal. Erkenning. Daar begint heelwording. Het doorbreken van het geheim en het zwijgen is noodzakelijk om te kunnen beginnen met herstel. Dat is een waardevol winstpunt van deze campagne: het helpt mensen om het geheim dat op de schouders drukte te doorbreken.

Om het verhaal te kunnen vertellen is het dus nodig om een weg te vinden in de schaamte- en schuldgevoelens. Daarnaast maken omstanders het verschil of verhalen verteld kunnen worden of niet. Het klimaat en de cultuur van de samenleving bepalen mede of er een ruimte is. In de Eerste Wereldoorlog leden veel soldaten aan zogenaamde shellshock. De voortdurende bombardementen op de loopgraven en de altijd aanwezige dreiging maakten dat soldaten geestelijk instorten. Dit werd echter niet erkend door de legerleiding. Soldaten die leden aan een shellshock werden gezien als laf of als deserteurs. Sommige van hen zijn ook terechtgesteld tijdens de oorlog.

Pas jaren later was er de ruimte om opnieuw naar deze slachtoffers van de oorlog te kijken. Toen werden de symptomen in een ander perspectief geplaatst. Het werd niet langer gezien als lafheid, maar als een posttraumatische stressstoornis ten gevolge van de voortdurende blootstelling aan levensgevaar. Pas toen ontstond er de ruimte voor de soldaten om te herstellen.

Zo werkt het ook met de verhalen van seksuele intimidatie en misbruik. Zolang we het gewoon vinden om seksueel getinte geintjes te maken ten koste van anderen, zolang we accepteren dat jonge vrouwen in het uitgaansleven vrijwel altijd te maken hebben met ongewenste aanrakingen, zolang wij onze eigen behoeften voorop plaatsen, zal er geen ruimte zijn om seksueel misbruik bespreekbaar te maken. Juist die kleine en geniepige grensoverschrijdingen (zei hij dit nu echt?) effenen enerzijds het pad naar misbruik en anderzijds maken ze het lastiger voor slachtoffers om met hun verhaal naar buiten te komen.

Als signalen worden weggelachen, als slachtoffers worden weggezet als aanstellers, als slachtoffers zelf verantwoordelijk worden gehouden, als er geen taal wordt aangereikt om over de grensoverschrijdingen te vertellen – hoe kan een slachtoffer dan ooit de erkenning kringen die z/hij nodig heeft?

Reflectie

De #MeToo campagne onthult. Pijnlijke, lastige en zware verhalen worden aan het licht gebracht. Dat is wat onthullen is: wat verborgen was, komt aan het licht. Maar die verhalen roepen ook weerstand, woede, ongemak en vermoeidheid op.

Erkenning van de verhalen vraagt om een kritische kijk op onszelf en op onze samenleving. Waar versterken onze opmerkingen en handelingen het klimaat waarin ongewenste grensoverschrijdingen plaats kunnen vinden? Hoe kunnen we meewerken aan een veilige samenleving?

Wanneer we slachtoffers opnieuw het zwijgen opleggen, doen we hen ernstig tekort en houden we het kwaad in stand. Het is ook niet helpend om vooral op de juridische weg te wijzen. We zullen het gesprek moeten zoeken en bereid moeten zijn om te veranderen.

Het gaat er niet om om mannen als potentiële daders weg te zetten, maar om mannen en vrouwen de tools te geven om grenzen te stellen en grenzen van anderen te aanvaarden.

Doorbreek het zwijgen

20 nov

Vandaag (19 november 2018) was ik aanwezig bij de opening van de tentoonstelling ‘Kracht uit geweld’. De gemeente Gooi en Vechtstreek had in het kader van de week tegen kindermishandeling de stichting Kunst uit geweld uitgenodigd om een tentoonstelling te organiseren in de bibliotheek van Huizen.

in de wereld. Door Esther

In de wereld. Door Esther

Wethouder Hoelscher opende de tentoonstelling en vroeg in zijn toespraak aandacht voor de eenzaamheid van slachtoffers van geweld, Niet alleen draag je de gevolgen van verwaarlozing, geweld of misbruik met je mee, maar je raakt ook geïsoleerd. Want aan wie kan je je verhaal vertellen? Wie zal jou geloven? De wethouder was geraakt door de eenzaamheid die in zoveel kunstwerken naar voren komt. “Ik kan me niet indenken hoe dat voelt. We moeten dit echt bespreekbaar maken.”

Een van de kunstenaars droeg vervolgens een gedicht voor, waarin de kwetsbare hoop werd verwoord. Het leven stopt niet bij die momenten van geweld. De kracht om te overleven is ongedacht groot. Daar waar mensen weer leren vertrouwen, opent zich de weg naar het leven.

overzicht

Tentoonstelling in de bibliotheek te Huizen

De kunstuitingen vertellen een verhaal. Het verhaal waarin de woorden vaak nog ontbreken. Wat gebeurd is, is onuitsprekelijk. Wat heeft plaatsgevonden, wordt verzwegen – door de samenleving, door de dader, door het slachtoffer. Het beeld gaat aan het verhaal vooraf. Dat er geen taal en geen woorden zijn, betekent niet dat misbruik dus wel mee zou vallen. De schilderijen laten de verwoestende doorwerking van het geweld zien. Het zwijgen van de samenleving vergroot de schurende pijn van de slachtoffers.

De week tegen kindermishandeling is in het leven geroepen om het zwijgen te doorbreken. De verhalen van de slachtoffers onderstrepen het belang van aandacht voor deze thematiek en de noodzaak om alles op alles te zetten om kinderen te redden uit situaties van misbruik en om misbruik te voorkomen.

Doorbreek het zwijgen.

doorbreek het zwijgen

Spiegel. Door Mariska

 

Zwijg niet langer

16 aug

Het nieuws van de afgelopen week uit Pennsylvania laat mij niet los. Het ontneemt mij de adem. De kwaadaardigheid van de misbruikers. Het enorme aantal kinderen dat misbruikt is. Het toedekken door medepriesters. Het wegkijken, vergoelijken en faciliteren door het kerkelijk bestuur.

IMG_20170807_185414

De gevolgen van seksueel misbruik kunnen bijzonder ingrijpend zijn. De onteigening van het lichaam, het isolement en de eenzaamheid, de schaamte en schuldgevoelens, het verlies van eigenwaarde en zelfvertrouwen. Zoveel kinderen die door toedoen van priesters de levensvreugde hebben verloren en voor wie het leven zwaar en donker werd – ik kan er niet bij. Wat is de kinderen onbeschrijfelijk veel leed aangedaan.

En dan lees je in de verslagen dat andere priesters ervan afwisten. Dat de kerkleiding willens en wetens de daders beschermde en dus kinderen uitleverde. Hoe is dat mogelijk?

In de kerk. Door priesters. Dat raakt aan een extra dimensie. Die van de ziel. Het raakt aan de wereld van geloof. Van die God die opeens niet meer aan jouw kant staat, maar aan de kant van de dader. Van die god die maakt dat je je nog dieper schaamt, nog meer worstelt met schuld – tot in eeuwigheid. Dát, dat is die priesters, de kerk, en ja, ook mij als voorganger in de kerk, zo aan te rekenen.

Het gebeurde, het gebeurt in de kerk. De kerk zou die veilige plaats moeten zijn. De kerk zou de plek moeten zijn waar de Heilige woont. Waar de beschuttende vleugels zich beschermend om gekwetste, kwetsbare en gebutste mensen heen vouwen. De kerk zou die plek moeten zijn – veilig, heilig, vredig en steunend.

Het is niet te bevatten en verbijsterend dat zoveel kwaadaardigheid zo lang in het hart van de kerk kon voortwoekeren.

We kunnen niet meer gewoon naar de kerk zonder rekenschap te geven. We kunnen niet meer gewoon samenkomen en zingen en bidden, zonder de liefde te laten spreken. De Bijbelse liefde die onrecht aan de kaak stelt, die het kwaad kwaad noemt, en die zich ontfermt over kwetsbaren.

We zullen voor Gods aangezicht boete moeten doen en ons inkeren. Hoe veilig is onze geloofsgemeenschap? Hoe gaan we om met macht? Kunnen slachtoffers met hun verhaal naar buiten komen en krijgen ze onze erkenning?

We zullen moeten opstaan tegen onrecht. Opstaan voor wie slachtoffer is geworden van misbruik.We moeten opstaan voor onze kinderen.

Kunnen we nog geloofwaardig spreken? Ik weet het niet. Niet zomaar.

… zoals ook wij vergeven?

5 apr

Donderdag 5 april 2018

Wanneer een kerkelijke gemeente te maken krijgt met een grensoverschrijdende pastor, klinkt al snel de roep om vergeving. Dit is onder andere de constatering van gemeentebegeleiders die te hulp worden geroepen om processen in beschadigde gemeenten te begeleiden.

Gerelateerde afbeelding

Esther Veerman, Doos van Pandora

Studiedag

Dat was de reden voor de Stichting tegen seksueel misbruik in pastorale relaties (SMPR) om een interne studiedag te organiseren rond het thema ‘misbruik en vergeving’, die gisteren, 4 april heeft plaatsgevonden.  Vier sprekers belichtten vanuit verschillende perspectieven deze thematiek. Tussen de lezingen door was er ruimte voor uitwisseling en gesprek.

Welke stemmen worden er gehoord?

De eerste bijdrage was van Marie Hansen-Couturier en focuste op de vraag wanneer spreken over vergeving bevrijdend zou kunnen zijn. Zij schreef haar masterthesis Systematische Theologie over dit onderwerp. Met name de inbreng van de bevrijdingstheologie en feministische theologie is verhelderend. Een kernvraag is welke stemmen worden er gehoord, welke stemmen gaan verloren? Vertaald naar vergeving: wie stelt de vraag naar vergeving aan de orde? In wiens belang wordt over vergeving gesproken?

Vergeving kan overigens voor het slachtoffer heilzaam zijn in het proces van heelwording. Wel is het van belang om in het oog te houden dat vergeving niet een moment in de tijd is, maar een voortgaand proces.

Niet vergeven als ‘act of prophetic resistance’

De feministische theologie benadrukt dat van vergeving alleen sprake kan zijn wanneer er aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Het mag geen verplichting zijn (vergevingsdruk), er moet ruimte en tijd zijn voor het proces, en er moet erkenning zijn van wat het slachtoffer is aangedaan.  Overigens is er ook een stroming die zich juist verzet tegen vergeving, omdat het te snel, te gemakkelijk en te goedkoop is zodat er geen recht wordt gedaan en er niets zal veranderen. Vergeving is dan een middel om de doofpot in stand te houden. Niet vergeven is dan een ‘act of prophetic resistance’.

Waar blijft het slachtoffer in het proces van de gemeente?

De tweede bijdrage was van Christiane van den Berg, die gepromoveerd is op de relationele dynamiek in geloofsgemeenschappen na misbruik. Een belangrijke en pijnlijke conclusie van haar promotieonderzoek is dat slachtoffers vrijwel altijd hun plaats in de geloofsgemeenschap verliezen. Wat moet er gebeuren en veranderen om dit te voorkomen?

Christiane van den Berg nam ons mee in het perspectief van het slachtoffer en deelde hun beklemmende ervaringen met de oproep tot vergeven. Deze oproep heeft te vaak meer te maken met het herstel van de gemeenschap dan met het doen van recht. Volgens Van den Berg vraagt het spreken over vergeving om recht doen en om handelingen van herstel van de kant van de dader.

Er zijn twee visies op vergeving te onderscheiden: in de ene visie wordt vergeving gekoppeld aan initiatief en berouw van de dader. Wanneer de dader niet tot inzicht komt, onbereikbaar of overleden is, zou een tweede visie heilzaam kunnen zijn. Het gaat dan om het proces waarin de ‘band’ tussen slachtoffer en dader wordt doorgesneden.

Vergeven als innerlijk proces van bevrijding

In de derde bijdrage van psychotherapeute Cora Versteeg en ervaringsdeskundige Veronica werd dieper ingegaan op de ‘losgekoppelde’ vergeving. Het gaat hierbij om het innerlijke proces om vrij te worden van het aangedane leed. Misbruik grijpt diep in in iemand leven. Het moedige verhaal van Veronica onderstreepte dit. De gevolgen van het misbruik raken aan eigenwaarde, intense schaamte, de verbondenheid met medemensen, je plaats in het gezin en in andere leefgemeenschappen.

Vergeving heeft te maken met het besef jezelf lief te mogen hebben. Het is het proces om niet langer beklemd te worden door wraakgedachten, wroeging, schuldgevoelens of walging en schaamte. Bevrijding begint met openheid om te praten over wat er gebeurd is en om niet langer de energie te steken in het verstoppen van jezelf.

In de bevrijding van de zielenpijn komt het slachtoffer tot de diepste kern: tot wie of wat jou tot mens maakt.

De oogst

Wat heeft deze dag opgeleverd? Het is altijd lastig om uit de veelheid van verhalen, ontmoetingen en gedachten de oogst te benoemen. Voor mij is de oogst:

  1.  vergeving is een risicovol woord dat te vaak (bewust of onbewust) wordt ingezet om slachtoffers het zwijgen op te leggen. Vergeving wordt dan een middel om te chanteren (anders vergeeft God jou ook niet), dwang (als jij niet vergeeft, kunnen wij niet verder) of doofpot (als het slachtoffer vergeeft, hoeven wij het er verder niet meer over te hebben)
  2. Misschien is het goed om eerst te beginnen met niet-vergeven als act of prophetic resistance. Eerst moet er kwaad benoemd worden, emoties ruimte krijgen, gezorgd worden voor slachtoffers. Er wordt gesproken over vergeving rond situaties die beschadigend en vaak ook strafbaar zijn. Laten we eerst over recht doen praten. Ook de gemeenschap zal kritisch naar zichzelf dienen te kijken: hoe kon dit bij ons gebeuren? Waar faciliteren we de mogelijkheden tot misbruik?
  3. wees alert: wie brengt vergeving ter sprake? In wiens belang wordt er over vergeving gesproken?
  4. een achterliggende vraag bij vergeving is of je het ziet als een innerlijk proces of als een relationeel proces. Als relationeel proces raakt het aan risico’s: vergeving als plicht voor het slachtoffer, schuld belijden als opdracht voor de dader. Beide processen doen dan tekort aan de persoon en/of ondermijnen de geloofwaardigheid. Vergeven als innerlijk proces is aan het slachtoffer
  5. dus: in het gemeenteproces is vergeving geen thema, hooguit en in alle voorzichtigheid aan het einde van een proces waarbij degenen die kwaad gedaan hebben of hebben weggekeken tot het uitspreken van schuld komen. In het innerlijke proces kan vergeving voor het slachtoffer heilzaam zijn in de betekenis van ‘loslaten’ en ‘vrij worden’. Ook dan is het van groot belang dat er erkenning is van het levensverhaal.