Archief | seksueel misbruik RSS feed for this section

Jammer genoeg een ongelukkige keuze

27 feb

De Raad van Kerken roept de geloofsgemeenschappen op om op zondag 10 maart 2019, de eerste zondag van de veertigdagentijd, aandacht te besteden aan seksueel misbruik in pastorale relaties. Ik ben oprecht blij met deze oproep. De Raad van Kerken geeft zo handen en voeten aan hun steun aan de werkgroep een veilige kerk. Op deze website is veel en toegankelijk materiaal te vinden voor geloofsgemeenschappen om beleid te ontwikkelen rond seksueel misbruik in de geloofsgemeenschap.

Klein meisje, Esther Veerman

Waardevolle inbreng

Het is voor slachtoffers van seksueel misbruik bemoedigend en steunend om in de liturgie erkenning te ondervinden van het onrecht dat hen is aangedaan. Voorbeden en zeker ruimte in de overdenking voor dit lijden is van onschatbare waarde.

Ongelukkig en schadelijk?

De preeksuggestie van de Raad van Kerken vind ik echter op z’n minst ongelukkig gekozen. Op het leesrooster voor deze zondag staat het verhaal van de verzoeking van Jezus in de woestijn. De keuze om de thematiek van seksueel misbruik in pastorale relaties bespreekbaar te maken met de termen ‘beproeving’ of ‘bekoring’ is verwarrend en kan schadelijk uitwerken.

In de verhalen van slachtoffers van seksueel misbruik komt met regelmaat naar voren dat zij zich schuldig achten aan het misbruik. Dit schuldgevoel wordt geactiveerd en versterkt door de (onterechte) gedachte dat zij de dader(s) verleid hebben. Daders van seksueel misbruik verschuilen zich soms ook achter de gedachte dat zij verleid zijn om zichzelf vrij te spreken van schuld.

In het aangereikte verhaal is het Jezus zelf die in verzoeking wordt gebracht en de voorganger linkt dit aan seksueel misbruik. Wat doet die gedachte met slachtoffers in de kerk waar levensverhalen resoneren in elk woord dat de voorganger spreekt? Wat doet dit verhaal met daders die zoeken naar rationalisaties, generalisaties of mogelijkheden om het misbruik te bagatelliseren?

We lezen in Lucas 4 dat het de heilige Geest zelf is die Jezus naar de woestijn drijft om beproeft te worden. Wat betekent dit voor de hoorders die beproeving en bekoring verbonden horen worden met seksueel misbruik?

Verwarring

Er staan goede suggesties in de verdere uitleg (hoewel ik de scheiding tussen lichaam en ziel niet behulpzaam vind, omdat het lichaam weer wordt weggestopt ten koste van de ziel), maar ik ben bezorgd dat slachtoffers in verwarring zijn rond het spreken over verleiding, verzoeking, bekoring en beproeving.

Aandacht voor de dader …

Het brengt mij bij een tweede punt. De preeksuggestie gaat uit van het perspectief van de dader. Slachtoffers geven aan dat zij zich erkenning missen en het gevoel hebben niet gezien te worden. Als misbruik al ter sprake komt, wordt er ook al snel gesproken over vergeving. Daarmee gaat de aandacht uit naar de dader of naar de relatie met de dader en niet naar het onrecht, de woede, en het aangedane leed.

Waar behoefte aan is, is aan preekschetsen die stil staan bij het perspectief van de slachtoffers. Laten we ruimte maken voor de klacht en voor de verbijstering en niet voor de worsteling met bekoring.

Er zijn meer vormen van misbruik

Tot slot mijn laatste punt. Wat ik jammer vind, is dat de Raad van Kerken het gebed en de preeksuggestie beperkt tot misbruik in pastorale relaties. Een van de redenen om te starten met het project Veilige gemeente is dat er zoveel vormen van misbruik zijn die buiten de bestaande meldpunten vallen (want die zijn er alleen voor misbruik in pastorale relaties) terwijl veel mensen in ene christelijke context met misbruik en geweld te maken hebben gehad: in gezinnen, op scholen, in instellingen en in de buurt. Voorgangers ervaren vaak een gebrek aan kennis en mogelijkheden en een grote verlegenheid om in die situaties op een juiste in te grijpen.

Tot slot

Concluderend: ik ben blij met de aandacht voor seksueel misbruik in de liturgie. Taal doet er toe en gelovige rituelen kunnen helend werken. Waar slachtoffers nu baat bij hebben is eindelijk een praktische uitwerking van de synode-uitspraak uit 1999 dat de kerken onomwonden dienen te kiezen voor slachtoffers. De slachtoffers vragen om  erkenning en om ruimte er te mogen zijn met hun verhaal in de geloofsgemeenschap. Op dit moment is dat helaas vaak niet het geval.

 

#MeToo wijst op ongemakkelijke werkelijkheid

25 feb

Dit artikel is verschenen in CW – het christelijk opinieblad, jaargang 65 nummer 25, 8 december 2017. De afbeelding is een schilderij van Esther Veerman ‘De schreeuw’

Afbeeldingsresultaat voor esther veerman

Inleiding

Enkele weken geleden ging de hashtag #metoo de hele wereld over. De Amerikaanse actrice Alyssa Milano riep via de sociale media op verhalen van seksuele intimidatie te delen. Daarna werd hier wereldwijd veelvuldig gehoor aangegeven. Ook in Nederland deelden vrouwen en mannen onder deze hashtag ervaringen met ongewenste grensoverschrijdingen. Welk ongemak gaat er schuil achter deze twittercampagne? Wat is de waarde ervan?

De reacties op deze campagne lopen sterk uiteen. Sommigen juichen deze mogelijkheid toe om verhalen te mogen delen. Anderen zouden graag willen dat het delen stopt. Liever vandaag dan morgen, omdat de verhalen over grensoverschrijdingen de wankele balans in hun eigen leven verstoort. Weer anderen reageren scherp en afwijzend. Zijn al die verhalen niet overtrokken? Worden er niet gewoon oude rekeningen vereffend? Mensen worden nu publiekelijk aan de schandpaal genageld. Mag dat zomaar? Is het een terugval in nieuwe preutsheid? Mag je nu ook al niet meer flirten? Bij sommigen roept het ook een vermoeidheid op: ‘Val ons niet lastig met je eigen issues’.

Wat in ieder geval uit al die reacties valt op te maken, is dat er verwarring is over de thema’s waar de metoo-campagne aan raakt: intimiteit, seksualiteit, macht, misbruik en de rol van onze samenleving. Dat laat zien dat deze campagne noodzakelijk en belangrijk is. In dit artikel wil ik proberen om de campagne te duiden.

Niet nieuw

Het eerste punt is, dat deze verhalen niet nieuw zijn. Vanaf de jaren ’80 zijn er in Nederland meerdere onderzoeken gedaan naar seksueel misbruik. De uitkomsten van deze onderzoeken laten steeds zien dat de gevolgen van misbruik ernstig kunnen zijn en dat opvallend veel mensen te maken hebben gehad met een vorm van misbruik. Recente onderzoeken naar huiselijk en seksueel geweld bevestigen de uitkomsten. Hierbij valt te denken aan onderzoeken in opdracht van het Ministerie van Justitie, het onderzoek van de commissie Samson, het onderzoek van de commissie Deetman, onderzoek in opdracht van de EU, en aan het recente onderzoek van De Vries naar misbruik binnen de sport.

Wanneer er verhalen van misbruik boven tafel komen en er volgt een onderzoek dan blijken de cijfers nooit mee te vallen. In sportverenigingen, op de scouting, in kerken, in bedrijven, in de jeugdzorg, in instellingen voor mensen met beperkingen – de onderzoeken laten steeds opnieuw zien dat seksueel misbruik een groot probleem is.

Zelfs de hashtag bestaat al meer dan tien jaar. De activiste Tarana Burke met de hashtag ‘MeToo’ begonnen om aandacht te vragen voor seksueel geweld tegen zwarte vrouwen. De verhalen die nu gedeeld worden onthullen dus niet een nieuw probleem, maar een kwaad dat al lang met ons meegaat. Wat nieuw is, is dat vrouwen en mannen nu de ruimte ervaren om hun verhalen massaal te delen.

Slippertje

Dat roept vervolgens de vraag op hoe we de verhalen moeten interpreteren. Klopt het wel om deze verhalen onder de noemer van seksueel misbruik te brengen? Misschien is dit wel de kern van de discussie. Wanneer is er sprake van misbruik? Wanneer worden grenzen overschreden? Uit de praktijk blijkt dat seksuele handelingen lang niet altijd eenduidig beoordeeld worden. Wat voor de een een slippertje was of een avontuurtje, blijkt voor de ander soms een ongewenste grensoverschrijding te zijn geweest.

De vraag hoe een handeling benoemd en gedefinieerd wordt, heeft belangrijke gevolgen. De definitie van het seksueel grensoverschrijdend handelen bepaalt immers niet alleen of eventuele signalen herkend kunnen worden, maar bepaalt tot op zekere hoogte ook binnen welk taalveld deze problematiek ter sprake komt. Het maakt immers veel uit of het handelen van bijvoorbeeld een docent op een Hogeschool wordt geïnterpreteerd als (te) joviaal optreden, als overspel, als het overschrijden van professionele grenzen, als seksueel misbruik of als een combinatie van deze dimensies. Met andere woorden: het spreken over de seksuele handelingen van bijvoorbeeld een predikant is niet waardevrij.

Macht

Daar komt nog iets bij. Een ongewenste grensoverschrijding is niet een bepaalde (mislukte) vorm van intimiteit of seksualiteit, maar een vorm van machtsmisbruik met seksuele middelen. Het mag duidelijk zijn dat mensen die zich schuldig maken aan ongewenste grensoverschrijdingen zich niet per definitie bewust zijn van machtsmisbruik. Het motief is vaak gelegen in het zoeken naar geborgenheid of in seksueel verlangen. Waar de ander echter geen toestemming geeft of niet in staat is om te weigeren, is er sprake van seksueel misbruik. In concrete situaties kunnen de grenzen diffuus zijn, maar het ethische principe is helder.

Laat ik, om het concreet te maken, twee situaties uit de kerkelijke context beschrijven die tijdens de MeToo-campagne naar voren kwamen.

Een vrouw heeft vriendschappelijk contact met haar predikant. Zij geniet erg van de aandacht die hij aan haar geeft. Het geeft haar het gevoel dat ze bijzonder is en er toe doet. In haar huwelijk is ze niet gelukkig en ze verlangt naar bevestiging. De predikant en zij gaan steeds verder en ze krijgen een verhouding. Enkele malen probeert de vrouw de verhouding te beëindigen, maar ze slaagt hier niet in. Aan de ene kant blijft ze verlangen naar de aandacht, aan de andere kant is ze ongelukkiger dan ooit. Als zij ontdekt dat hij met nog meer vrouwen een verhouding heeft, knapt er iets in haar. Ze voelt zich gebruikt door de predikant. Achteraf geeft ze aan dat ze zocht naar genegenheid, niet naar seks. Ze voelt zich verantwoordelijk voor haar aandeel, maar was niet bij machte om haar grenzen te bewaken bij de predikant.

Schaamte

Een andere vrouw vertelt dat zij als tiener door een man uit de kerk betast is. Op dat moment verloor ze een deel van zichzelf, van haar lijf en van haar vertrouwen. Ze voelde zich schuldig over wat er gebeurde en schaamde zich zo erg dat ze het aan niemand durfde te vertellen. Als een loden last droeg ze haar geheim mee. Het tastte haar zelfvertrouwen aan, maakte haar onzeker en kwetsbaar. De mensen zagen een sterke en stoere vrouw, maar zijzelf had amper de kracht om haar masker op te houden.

Beide vrouwen durfden door de metoo-campagne met hun verhaal naar buiten te komen en om hulp te vragen.

Het is opmerkelijk dat nu zoveel vrouwen en mannen aan deze campagne meedoen. Dat is verheugend, omdat zij de ruimte ervaren om hun verhaal te doen. Dat is een groot winstpunt van de metoo-campagne. Want het valt niet mee voor slachtoffers om te vertellen van negatieve seksuele ervaringen.

Wie te maken heeft gehad met seksuele intimidatie of seksueel misbruik kan daar ingrijpende gevolgen aan overhouden. Slachtoffers voelen zich vaak minderwaardig en hebben moeite om anderen te vertrouwen.

Slachtoffers vertellen dat zij kampen met schuld- en schaamtegevoelens, ook slachtoffers van relatief onschuldige grensoverschrijdingen. De schaamte over het misbruik en de gedachte schuldig te zijn aan het misbruik weerhouden mensen ervan om over het misbruik te spreken. Soms waren de ervaringen zo overweldigend dat slachtoffers de herinneringen wegdrukken en soms langere tijd niet meer over die herinneringen kunnen beschikken. Ja, de nachtmerries en herbelevingen zijn er, maar het verhaal ontbreekt.

Ruimte

Die schaamte kan alleen doorbroken worden als er ruimte komt voor het verhaal. Erkenning. Daar begint heelwording. Het doorbreken van het geheim en het zwijgen is noodzakelijk om te kunnen beginnen met herstel. Dat is een waardevol winstpunt van deze campagne: het helpt mensen om het geheim dat op de schouders drukte te doorbreken.

Om het verhaal te kunnen vertellen is het dus nodig om een weg te vinden in de schaamte- en schuldgevoelens. Daarnaast maken omstanders het verschil of verhalen verteld kunnen worden of niet. Het klimaat en de cultuur van de samenleving bepalen mede of er een ruimte is. In de Eerste Wereldoorlog leden veel soldaten aan zogenaamde shellshock. De voortdurende bombardementen op de loopgraven en de altijd aanwezige dreiging maakten dat soldaten geestelijk instorten. Dit werd echter niet erkend door de legerleiding. Soldaten die leden aan een shellshock werden gezien als laf of als deserteurs. Sommige van hen zijn ook terechtgesteld tijdens de oorlog.

Pas jaren later was er de ruimte om opnieuw naar deze slachtoffers van de oorlog te kijken. Toen werden de symptomen in een ander perspectief geplaatst. Het werd niet langer gezien als lafheid, maar als een posttraumatische stressstoornis ten gevolge van de voortdurende blootstelling aan levensgevaar. Pas toen ontstond er de ruimte voor de soldaten om te herstellen.

Zo werkt het ook met de verhalen van seksuele intimidatie en misbruik. Zolang we het gewoon vinden om seksueel getinte geintjes te maken ten koste van anderen, zolang we accepteren dat jonge vrouwen in het uitgaansleven vrijwel altijd te maken hebben met ongewenste aanrakingen, zolang wij onze eigen behoeften voorop plaatsen, zal er geen ruimte zijn om seksueel misbruik bespreekbaar te maken. Juist die kleine en geniepige grensoverschrijdingen (zei hij dit nu echt?) effenen enerzijds het pad naar misbruik en anderzijds maken ze het lastiger voor slachtoffers om met hun verhaal naar buiten te komen.

Als signalen worden weggelachen, als slachtoffers worden weggezet als aanstellers, als slachtoffers zelf verantwoordelijk worden gehouden, als er geen taal wordt aangereikt om over de grensoverschrijdingen te vertellen – hoe kan een slachtoffer dan ooit de erkenning kringen die z/hij nodig heeft?

Reflectie

De #MeToo campagne onthult. Pijnlijke, lastige en zware verhalen worden aan het licht gebracht. Dat is wat onthullen is: wat verborgen was, komt aan het licht. Maar die verhalen roepen ook weerstand, woede, ongemak en vermoeidheid op.

Erkenning van de verhalen vraagt om een kritische kijk op onszelf en op onze samenleving. Waar versterken onze opmerkingen en handelingen het klimaat waarin ongewenste grensoverschrijdingen plaats kunnen vinden? Hoe kunnen we meewerken aan een veilige samenleving?

Wanneer we slachtoffers opnieuw het zwijgen opleggen, doen we hen ernstig tekort en houden we het kwaad in stand. Het is ook niet helpend om vooral op de juridische weg te wijzen. We zullen het gesprek moeten zoeken en bereid moeten zijn om te veranderen.

Het gaat er niet om om mannen als potentiële daders weg te zetten, maar om mannen en vrouwen de tools te geven om grenzen te stellen en grenzen van anderen te aanvaarden.

Doorbreek het zwijgen

20 nov

Vandaag (19 november 2018) was ik aanwezig bij de opening van de tentoonstelling ‘Kracht uit geweld’. De gemeente Gooi en Vechtstreek had in het kader van de week tegen kindermishandeling de stichting Kunst uit geweld uitgenodigd om een tentoonstelling te organiseren in de bibliotheek van Huizen.

in de wereld. Door Esther

In de wereld. Door Esther

Wethouder Hoelscher opende de tentoonstelling en vroeg in zijn toespraak aandacht voor de eenzaamheid van slachtoffers van geweld, Niet alleen draag je de gevolgen van verwaarlozing, geweld of misbruik met je mee, maar je raakt ook geïsoleerd. Want aan wie kan je je verhaal vertellen? Wie zal jou geloven? De wethouder was geraakt door de eenzaamheid die in zoveel kunstwerken naar voren komt. “Ik kan me niet indenken hoe dat voelt. We moeten dit echt bespreekbaar maken.”

Een van de kunstenaars droeg vervolgens een gedicht voor, waarin de kwetsbare hoop werd verwoord. Het leven stopt niet bij die momenten van geweld. De kracht om te overleven is ongedacht groot. Daar waar mensen weer leren vertrouwen, opent zich de weg naar het leven.

overzicht

Tentoonstelling in de bibliotheek te Huizen

De kunstuitingen vertellen een verhaal. Het verhaal waarin de woorden vaak nog ontbreken. Wat gebeurd is, is onuitsprekelijk. Wat heeft plaatsgevonden, wordt verzwegen – door de samenleving, door de dader, door het slachtoffer. Het beeld gaat aan het verhaal vooraf. Dat er geen taal en geen woorden zijn, betekent niet dat misbruik dus wel mee zou vallen. De schilderijen laten de verwoestende doorwerking van het geweld zien. Het zwijgen van de samenleving vergroot de schurende pijn van de slachtoffers.

De week tegen kindermishandeling is in het leven geroepen om het zwijgen te doorbreken. De verhalen van de slachtoffers onderstrepen het belang van aandacht voor deze thematiek en de noodzaak om alles op alles te zetten om kinderen te redden uit situaties van misbruik en om misbruik te voorkomen.

Doorbreek het zwijgen.

doorbreek het zwijgen

Spiegel. Door Mariska

 

Zwijg niet langer

16 aug

Het nieuws van de afgelopen week uit Pennsylvania laat mij niet los. Het ontneemt mij de adem. De kwaadaardigheid van de misbruikers. Het enorme aantal kinderen dat misbruikt is. Het toedekken door medepriesters. Het wegkijken, vergoelijken en faciliteren door het kerkelijk bestuur.

IMG_20170807_185414

De gevolgen van seksueel misbruik kunnen bijzonder ingrijpend zijn. De onteigening van het lichaam, het isolement en de eenzaamheid, de schaamte en schuldgevoelens, het verlies van eigenwaarde en zelfvertrouwen. Zoveel kinderen die door toedoen van priesters de levensvreugde hebben verloren en voor wie het leven zwaar en donker werd – ik kan er niet bij. Wat is de kinderen onbeschrijfelijk veel leed aangedaan.

En dan lees je in de verslagen dat andere priesters ervan afwisten. Dat de kerkleiding willens en wetens de daders beschermde en dus kinderen uitleverde. Hoe is dat mogelijk?

In de kerk. Door priesters. Dat raakt aan een extra dimensie. Die van de ziel. Het raakt aan de wereld van geloof. Van die God die opeens niet meer aan jouw kant staat, maar aan de kant van de dader. Van die god die maakt dat je je nog dieper schaamt, nog meer worstelt met schuld – tot in eeuwigheid. Dát, dat is die priesters, de kerk, en ja, ook mij als voorganger in de kerk, zo aan te rekenen.

Het gebeurde, het gebeurt in de kerk. De kerk zou die veilige plaats moeten zijn. De kerk zou de plek moeten zijn waar de Heilige woont. Waar de beschuttende vleugels zich beschermend om gekwetste, kwetsbare en gebutste mensen heen vouwen. De kerk zou die plek moeten zijn – veilig, heilig, vredig en steunend.

Het is niet te bevatten en verbijsterend dat zoveel kwaadaardigheid zo lang in het hart van de kerk kon voortwoekeren.

We kunnen niet meer gewoon naar de kerk zonder rekenschap te geven. We kunnen niet meer gewoon samenkomen en zingen en bidden, zonder de liefde te laten spreken. De Bijbelse liefde die onrecht aan de kaak stelt, die het kwaad kwaad noemt, en die zich ontfermt over kwetsbaren.

We zullen voor Gods aangezicht boete moeten doen en ons inkeren. Hoe veilig is onze geloofsgemeenschap? Hoe gaan we om met macht? Kunnen slachtoffers met hun verhaal naar buiten komen en krijgen ze onze erkenning?

We zullen moeten opstaan tegen onrecht. Opstaan voor wie slachtoffer is geworden van misbruik.We moeten opstaan voor onze kinderen.

Kunnen we nog geloofwaardig spreken? Ik weet het niet. Niet zomaar.

… zoals ook wij vergeven?

5 apr

Donderdag 5 april 2018

Wanneer een kerkelijke gemeente te maken krijgt met een grensoverschrijdende pastor, klinkt al snel de roep om vergeving. Dit is onder andere de constatering van gemeentebegeleiders die te hulp worden geroepen om processen in beschadigde gemeenten te begeleiden.

Gerelateerde afbeelding

Esther Veerman, Doos van Pandora

Studiedag

Dat was de reden voor de Stichting tegen seksueel misbruik in pastorale relaties (SMPR) om een interne studiedag te organiseren rond het thema ‘misbruik en vergeving’, die gisteren, 4 april heeft plaatsgevonden.  Vier sprekers belichtten vanuit verschillende perspectieven deze thematiek. Tussen de lezingen door was er ruimte voor uitwisseling en gesprek.

Welke stemmen worden er gehoord?

De eerste bijdrage was van Marie Hansen-Couturier en focuste op de vraag wanneer spreken over vergeving bevrijdend zou kunnen zijn. Zij schreef haar masterthesis Systematische Theologie over dit onderwerp. Met name de inbreng van de bevrijdingstheologie en feministische theologie is verhelderend. Een kernvraag is welke stemmen worden er gehoord, welke stemmen gaan verloren? Vertaald naar vergeving: wie stelt de vraag naar vergeving aan de orde? In wiens belang wordt over vergeving gesproken?

Vergeving kan overigens voor het slachtoffer heilzaam zijn in het proces van heelwording. Wel is het van belang om in het oog te houden dat vergeving niet een moment in de tijd is, maar een voortgaand proces.

Niet vergeven als ‘act of prophetic resistance’

De feministische theologie benadrukt dat van vergeving alleen sprake kan zijn wanneer er aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Het mag geen verplichting zijn (vergevingsdruk), er moet ruimte en tijd zijn voor het proces, en er moet erkenning zijn van wat het slachtoffer is aangedaan.  Overigens is er ook een stroming die zich juist verzet tegen vergeving, omdat het te snel, te gemakkelijk en te goedkoop is zodat er geen recht wordt gedaan en er niets zal veranderen. Vergeving is dan een middel om de doofpot in stand te houden. Niet vergeven is dan een ‘act of prophetic resistance’.

Waar blijft het slachtoffer in het proces van de gemeente?

De tweede bijdrage was van Christiane van den Berg, die gepromoveerd is op de relationele dynamiek in geloofsgemeenschappen na misbruik. Een belangrijke en pijnlijke conclusie van haar promotieonderzoek is dat slachtoffers vrijwel altijd hun plaats in de geloofsgemeenschap verliezen. Wat moet er gebeuren en veranderen om dit te voorkomen?

Christiane van den Berg nam ons mee in het perspectief van het slachtoffer en deelde hun beklemmende ervaringen met de oproep tot vergeven. Deze oproep heeft te vaak meer te maken met het herstel van de gemeenschap dan met het doen van recht. Volgens Van den Berg vraagt het spreken over vergeving om recht doen en om handelingen van herstel van de kant van de dader.

Er zijn twee visies op vergeving te onderscheiden: in de ene visie wordt vergeving gekoppeld aan initiatief en berouw van de dader. Wanneer de dader niet tot inzicht komt, onbereikbaar of overleden is, zou een tweede visie heilzaam kunnen zijn. Het gaat dan om het proces waarin de ‘band’ tussen slachtoffer en dader wordt doorgesneden.

Vergeven als innerlijk proces van bevrijding

In de derde bijdrage van psychotherapeute Cora Versteeg en ervaringsdeskundige Veronica werd dieper ingegaan op de ‘losgekoppelde’ vergeving. Het gaat hierbij om het innerlijke proces om vrij te worden van het aangedane leed. Misbruik grijpt diep in in iemand leven. Het moedige verhaal van Veronica onderstreepte dit. De gevolgen van het misbruik raken aan eigenwaarde, intense schaamte, de verbondenheid met medemensen, je plaats in het gezin en in andere leefgemeenschappen.

Vergeving heeft te maken met het besef jezelf lief te mogen hebben. Het is het proces om niet langer beklemd te worden door wraakgedachten, wroeging, schuldgevoelens of walging en schaamte. Bevrijding begint met openheid om te praten over wat er gebeurd is en om niet langer de energie te steken in het verstoppen van jezelf.

In de bevrijding van de zielenpijn komt het slachtoffer tot de diepste kern: tot wie of wat jou tot mens maakt.

De oogst

Wat heeft deze dag opgeleverd? Het is altijd lastig om uit de veelheid van verhalen, ontmoetingen en gedachten de oogst te benoemen. Voor mij is de oogst:

  1.  vergeving is een risicovol woord dat te vaak (bewust of onbewust) wordt ingezet om slachtoffers het zwijgen op te leggen. Vergeving wordt dan een middel om te chanteren (anders vergeeft God jou ook niet), dwang (als jij niet vergeeft, kunnen wij niet verder) of doofpot (als het slachtoffer vergeeft, hoeven wij het er verder niet meer over te hebben)
  2. Misschien is het goed om eerst te beginnen met niet-vergeven als act of prophetic resistance. Eerst moet er kwaad benoemd worden, emoties ruimte krijgen, gezorgd worden voor slachtoffers. Er wordt gesproken over vergeving rond situaties die beschadigend en vaak ook strafbaar zijn. Laten we eerst over recht doen praten. Ook de gemeenschap zal kritisch naar zichzelf dienen te kijken: hoe kon dit bij ons gebeuren? Waar faciliteren we de mogelijkheden tot misbruik?
  3. wees alert: wie brengt vergeving ter sprake? In wiens belang wordt er over vergeving gesproken?
  4. een achterliggende vraag bij vergeving is of je het ziet als een innerlijk proces of als een relationeel proces. Als relationeel proces raakt het aan risico’s: vergeving als plicht voor het slachtoffer, schuld belijden als opdracht voor de dader. Beide processen doen dan tekort aan de persoon en/of ondermijnen de geloofwaardigheid. Vergeven als innerlijk proces is aan het slachtoffer
  5. dus: in het gemeenteproces is vergeving geen thema, hooguit en in alle voorzichtigheid aan het einde van een proces waarbij degenen die kwaad gedaan hebben of hebben weggekeken tot het uitspreken van schuld komen. In het innerlijke proces kan vergeving voor het slachtoffer heilzaam zijn in de betekenis van ‘loslaten’ en ‘vrij worden’. Ook dan is het van groot belang dat er erkenning is van het levensverhaal.

Waar blijf je zelf?

18 mrt

We trotseerden de gure wind op deze koude dag en zochten onze weg door een van de oudere wijken van Zwolle. We moesten in het buurthuis zijn waar een bijeenkomst was van Caleidoscoop, een landelijke vereniging voor mensen met een dissociatieve stoornis.

Warme verbondenheid

De warmte in het gebouw stond haaks op de kilte van buiten.  Die warmte had niet zozeer te maken met de radiatoren. Nee, het was de aanwezigheid van deze groep mensen en hun bewogenheid met elkaar. Iedereen in die zaal draagt zoveel mee aan zwaarte, aan pijn en eenzaamheid, maar op een dag als deze, een dag met lotgenoten, konden zij op adem konden komen.

Afbeeldingsresultaat voor free images

Esther en ik mochten een workshop verzorgen voor naasten van overlevenden van huiselijk en seksueel geweld. Het delen van verhalen, de tijd hebben om uit te kunnen vertellen en het ontvangen van begrip waren in zichzelf helende elementen.  Om zo in een veilige setting iets van de diepte van het hart te mogen delen is van onschatbare waarde.

Eenzaamheid

In onze workshop hebben we met name de ruimte geboden om verhalen te delen. In die verhalen kwamen verschillende belangrijke thema’s naar voren. Het eerste is de eenzaamheid van naasten. Vrienden en collega’s kunnen niet of nauwelijks bevatten wat de gevolgen van huiselijk en seksueel geweld zijn, laat staan wat de impact op naasten is. Vaak haken vrienden af. Wat daar bij komt, is dat je als partner, zus of ouder niet vrij kunt beschikken over het verhaal. als je als partner vertelt waarom je zo slecht slaapt of zo bezorgd bent, dan moet je iets vertellen over je man of vrouw. Maar als z/hij dit niet wilt of zelf zwijgt over haar/zijn verhaal, dan kun je niet zomaar vertellen waar je mee zit.

Traumatiserende hulpverlening

Het tweede thema dat in de verhalen naar voren kwam, zijn de dramatische verhalen over de falende hulpverlening. Niet alleen had dit soms een re-traumatisering tot gevolg voor de partner met een dissociatieve stoornis, maar ook de naasten leden onder de fouten van of het gebrek aan hulpverlening. De naasten moeten immers de klappen opvangen. Het valt niet mee om mantelzorger te zijn, zeker niet wanneer het gaat om psychische klachten. Als de hulpverlening niet adequaat is, ervaren naasten dit als in de steek gelaten worden.

Wat hier bijkomt, is dat naasten niet of nauwelijks bij behandelingen worden betrokken, terwijl zij vaak wel goed zicht hebben op hoe het met die ander gaat en zij ook met hem/haar verder moeten.

Verloren

Een volgend thema is het gevoel jezelf te verliezen. Meerdere naasten kampen of hebben te maken gehad met burn-outklachten. Het is noodzakelijk om grenzen aan te geven, maar tegelijkertijd roept dat ook schuldgevoelens op. Het uiten van emoties en het aangaan van conflicten werden als lastig ervaren. Opmerkelijk was dat de meeste naasten op de vraag ‘hoe gaat het met je’ vertelden over hoe het met de geweldsgetroffene ging. Het eigen wel en wee van de naaste hangt in sterke mate samen met hoe het met de geweldsgetroffene gaat.

Het hebben van een baan en het volhouden om naar het werk te blijven gaan, is van groot belang om door te kunnen gaan. Wanneer een partner door alle stress thuis komt te zitten, neemt de zwaarte juist toe, omdat de oorzaak van de ziekmelding soms juist in de thuissituatie ligt.

Triggers

Tot slot gaven naasten aan dat zij in het dagelijks leven vaak moeten dealen met de triggers waardoor de ander gaat dissociëren, in paniek raakt of woede-uitbarstingen heeft. Het lukt slachtoffers van geweld vaak wel om naar de buitenwereld een ander beeld te laten zien. Het versterkt de eenzaamheid en de onzekerheid van naasten. hoe kunnen zij goed reageren op de situatie?

Veel naasten komen in een hulpverlenende rol terecht. Soms door de omgeving, soms door de steeds verder gaande vragen van de geweldsgetroffene, en soms ook om gewoon staande te kunnen blijven. De rol van hulpverlener plaats de naaste iets meer op afstand en wekt de suggestie van enige controle en regie. Daar waar een echte hulpverlener een evenwicht kan bewaren tussen afstand en nabijheid, blijft de naaste echter 24 uur per dag in de hulpverlenersrol. Het is een risicovolle rol, omdat het de naaste opnieuw eenzamer maakt. Daarnaast maakt het de naaste verantwoordelijk voor een verhaal waar z/hij geen verantwoordelijkheid voor draagt of grip op heeft. Uiteindelijk moeten naasten leren om het uit te houden in de onmacht, een schouder bieden en een schouder durven vragen, de pijn ervaren en aangeven waar hun grenzen liggen.

Wat de workshop laat zien, is dat lotgenotencontact van grote waarde is. Het doorbreekt de eenzaamheid. Het biedt de ruimte om op adem te komen. Het ondersteunt bij het maken van keuzes om grenzen te durven stellen en om vol te houden en trouw te zijn.

Krachtige mensen

Wat mij bij blijft zijn de verhalen. Wat dragen deze mensen in alle stilte en eenzaamheid een soms ondraaglijke last met zich mee. En wat spreekt er een liefde, trouw en volharding uit hun dagelijkse doorgaan. Ondanks het effect op het gezin, ondanks de gevolgen voor het werk en ondanks de impact op het eigen functioneren, staan deze naasten elke dag opnieuw op en staan naast hun kind, partner of familielid.

Een onthullende campagne #metoo

27 okt

De hashtag #MeToo maakt veel los. Zoveel is wel duidelijk. Een overweldigende hoeveelheid mensen heeft op sociale media gehoor gegeven aan de oproep van actrice Alyssa Milano om hun ervaringen met ongewenste seksuele grensoverschrijdingen te vertellen.

Afbeeldingsresultaat voor esther veerman

‘Doos van Pandora’ door Esther Veerman

De reacties op #MeToo zijn verschillend. Voor sommigen is het een ondersteuning om eindelijk met haar/zijn verhaal in de openbaarheid te treden. Anderen vinden het  een belangrijk signaal dat seksuele intimidatie diep verankerd zit in onze cultuur. Weer anderen maken zich juist boos over deze actie. Ze zetten vraagtekens bij de verhalen van mensen die vertellen over hun ervaringen. Ze zijn bezorgd dat er een nieuwe preutsheid toeslaat en seksualiteit onder een vergrootglas komt te liggen. Ook zijn er bezwaren tegen stereotyperingen: vrouwen als slachtoffers, mannen als daders.

Al deze verschillende reacties maken het belang en de noodzaak van deze campagne duidelijk. Er is sprake van een serieus probleem dat onze samenleving raakt. Het roept niet alleen herkenning op, maar ook boosheid en frustratie.

Wat #MeToo vertelt

 

Veel mensen hebben gehoor gegeven aan de oproep om hun ervaringen met seksuele intimidatie te delen op de sociale media. Het grote aantal riep ook al snel een tegenreactie op. Is het niet gewoon aandachttrekkerij? Is flirten opeens ook seksuele intimidatie?

De verhalen die onder de hashtag gedeeld worden verschillen sterk van elkaar. Soms gaat het over een vervelende aanraking, soms over stelselmatige verkrachtingen. Soms vertellen mensen dat hun leven getekend is door deze ervaringen, soms melden mensen ook dat ze verder geen last hebben gehad van de seksuele intimidatie.

Het is goed om deze verschillen ook mee te nemen in het waarderen van de impact van #MeToo. Niet elke ongewenste grensoverschrijding is ingrijpend, en niet elke ingrijpende gebeurtenis is traumatiserend.

Toch vertellen juist die ‘kleine’ ongewenste grensoverschrijdingen een belangrijk verhaal. Blijkbaar is er een tendens in onze samenleving waarin fysieke grensoverschrijdingen en seksisme geaccepteerd worden. Dit is niet onschuldig. Het is de voedingsbodem voor misbruik. Potentiële slachtoffers worden aangesproken: zij moeten immers niet zeuren of zelf maar de grenzen aangeven. Potentiële daders worden aangemoedigd: seksistische grappen ten koste van de ander zijn leuk. Een klap op de billen moet kunnen. Tijdens het uitgaan een ander ongevraagd op intieme plaatsen aanraken is eerder regel dan uitzondering.

Waarom tolereren we het dat vrouwen gezien worden als lekkere dingen, dat onze dochters en zonen niet zomaar veilig zijn op scholen, op hun werk, op hun sport? Waarom lachen we deze problematiek weg – geintje, moet kunnen? Dáár zou de frustratie over moeten gaan. Waarom spreken we niet degene aan die grenzen over gaat? Dát zou normaal moeten zijn.

De kleine verhalen laten zien in welk klimaat wij leven, in welk klimaat onze kinderen opgroeien. Dat is een eerste belangrijke uitkomst van #metoo.

Schuld en schaamte

Daar komt nog iets bij.  Wie te maken heeft gehad met seksuele intimidatie of seksueel misbruik kan daar ingrijpende gevolgen aan overhouden. Slachtoffers voelen zich vaak minderwaardig en hebben moeite om anderen te vertrouwen. Vaak worstelen ze met intieme relaties.

Slachtoffers vertellen dat zij kampen met schuld- en schaamtegevoelens. De schaamte over het misbruik en de gedachte schuldig te zijn aan het misbruik weerhouden mensen ervan om over het misbruik te spreken. Soms waren de ervaringen zo overweldigend dat slachtoffers de herinneringen wegdrukken en soms langere tijd niet meer over die herinneringen kunnen beschikken. Ja, de nachtmerries en herbelevingen zijn er, maar het verhaal ontbreekt.

Die schaamte kan alleen doorbroken worden als er ruimte komt voor het verhaal. Erkenning. Daar begint heelwording. Het doorbreken van het geheim en het zwijgen is noodzakelijk om te kunnen beginnen met herstel. Dat is een tweede winstpunt: het helpt mensen om het geheim dat op de schouders drukte te doorbreken.

Hoe kan ik mijn verhaal vertellen?

Het klimaat en de cultuur van de samenleving bepalen mede of verhalen van intimidatie en misbruik verteld mogen worden. In de Eerste Wereldoorlog leden veel soldaten aan zogenaamde shellshock. De voortdurende bombardementen op de loopgraven en de altijd aanwezige dreiging maakten dat soldaten geestelijk instorten. Dit werd echter niet erkend door de legerleiding. Soldaten die leden aan een shellshock werden gezien als laf of als deserteurs. Sommige van hen zijn ook terechtgesteld tijdens de oorlog.

Pas jaren later was er de ruimte om opnieuw naar deze slachtoffers van de oorlog te kijken. Toen werden de symptomen in een ander perspectief geplaatst. Het werd niet langer gezien als lafheid, maar als een posttraumatische stressstoornis ten gevolge van de voortdurende blootstelling aan levensgevaar. Pas toen ontstond er de ruimte voor de soldaten om te herstellen.

Zo werkt het ook met de verhalen van seksuele intimidatie en misbruik. Waarom vinden we het zo moeilijk om niet ons eigen lolletje, maar de perceptie van de opmerking of het gebaar als uitgangspunt te nemen? Als de ander jouw grap of gebaar niet fijn vindt, ligt daar dus de grens. En ja, dat kan per persoon verschillen.

Als signalen worden weggelachen, als slachtoffers worden weggezet als aanstellers, als slachtoffers zelf verantwoordelijk worden gehouden, als er geen taal wordt aangereikt om over de grensoverschrijdingen te vertellen – hoe kan een slachtoffer dan ooit de erkenning kringen die z/hij nodig heeft?

Dat is het derde grote winstpunt van #metoo. Het biedt de bedding waarin de verhalen verteld kunnen worden.

Wat voor samenleving zijn we?

De #metoo campagne onthult. Pijnlijke, lastige en zware verhalen worden aan het licht gebracht. Dat is wat onthullen is: wat verborgen was, komt aan het licht. Maar die verhalen roepen ook weerstand, woede, ongemak en vermoeidheid op.

Erkenning van de verhalen vraagt om een kritische kijk op onszelf en op onze samenleving. Waar versterken onze opmerkingen en handelingen het klimaat waarin ongewenste grensoverschrijdingen plaats kunnen vinden? Hoe kunnen we meewerken aan een veilige samenleving?

Wanneer we slachtoffers opnieuw het zwijgen opleggen, doen we hen ernstig tekort en houden we het kwaad in stand.

Het gaat er niet om om mannen als potentiële daders weg te zetten, maar om mannen en vrouwen de tools te geven om grenzen te stellen en grenzen van anderen te aanvaarden.

 

Het gebeurt echt. Hier. Nu.

31 aug

’s Avonds na mijn avondafspraken  mag ik graag nog even de nieuwskoppen lezen. Vanavond draaide mijn maag om en sloeg mijn hart over toen ik las dat drie hoogbejaarde broers voor de rechtbank voor het bezit en de productie van kinderporno. Het ontneemt me de adem als ik lees wat er in het huis van de broers aan verschrikkingen lijkt te hebben plaatsgevonden. Dit zijn de verhalen waarvan ik steeds weer hoop dat het niet waar is, niet waar kan zijn. Niet waar mág zijn.

Ik ken de verhalen. Van de andere kant. De verhalen van slachtoffers. Uit artikelen, boeken of wat mensen mij hebben toevertrouwd. Deze verhalen snijden in mijn binnenste, omdat ik de pijn zie die meekomt in het vertellen. Wat kunnen mensen diep beschadigd zijn door het seksueel misbruik. Het verlies van eigenwaarde, de machteloosheid en de schaamte, de radeloosheid door de onteigening van het lichaam. Vervreemd van zichzelf. Tastend zoekend om te overleven. Misbruik is nooit onschuldig. Het ontneemt de ruimte van het leven. En wat is het soms een lange en bittere weg om voorbij de angst en beklemming het leven weer te kunnen proeven.

IMG_20170807_185453

Tegelijkertijd lijden slachtoffers van misbruik ook aan de samenleving. Wat moeten ze soms opboksen tegen ontkenning. Zeker wanneer er sprake is van ernstig seksueel stuiten slachtoffers al gauw op een muur van ongeloof.

Steeds vaker echter komen verhalen van misbruik in het nieuws omdat daders opgespoord en veroordeeld worden. Het bepaalt ons bij de inktzwarte en duistere kant van onze samenlevingen – en van onszelf. Daders van seksueel misbruik zijn niet perse de monsters in de bosjes, maar zijn de mensen bij ons in de straat. Het zijn de mensen die wij vertrouwen geven.

We helpen onze kinderen en de slachtoffers van geweld door allereerst naar hun verhalen te luisteren en hun de erkenning te geven die zo broodnodig is. In de tweede plaats kunnen we een krachtig begin maken met preventie wanneer we oog krijgen voor de maatschappelijke en culturele dimensies van misbruik. We helpen de kinderen door te bouwen aan een veilige samenleving.

Misbruik vindt immers echt plaats. Hier. Nu.

Wie zonder zonde is … en andere dooddoeners bij seksueel misbruik in de kerk

11 jul

Dit artikel is verschenen in De Oud-Katholiek, Tijdschrift voor de Oud-Katholieke Kerk in Nederland, jaargang 133, juli 2017

De Oud-Katholieke Kerk in Nederland is in de achterliggende maanden opgeschrikt door berichten over (beschuldigingen) van seksueel misbruik door priesters. Deze berichten roepen – zoals eerder ook in andere kerken het geval was – veel emotie en veen verschillende reacties op. Wat vertellen deze reacties?

Er is schrik en verslagenheid, omdat ook de eigen geloofsgemeenschap niet zo veilig blijkt te zijn als gehoopt. Er is ongeloof en verwarring omdat de aangeklaagde priester ook zoveel goede dingen heeft gedaan. Er is woede omdat mensen door vertegenwoordigers van de kerk beschadigd en gekwetst zijn. Sommige reacties benadrukken het failliet van de kerk, andere reacties zoeken nuance. Sommige slachtoffers, die jarenlang gezwegen hebben, kunnen door deze onthullingen de moed vinden om ook met hun eigen verhaal naar buiten te komen. Deze reacties zijn niet uniek. Het misbruik binnen andere kerkgenootschappen, sportclubs, instellingen en families roepen vergelijkbare reacties op. Ook daar is verlegenheid, verwarring, boosheid en ontkenning te zien. Blijkbaar vallen we terug op bepaalde mechanismen en patronen om met de verhalen van seksueel misbruik om te gaan. In dit artikel wil ik deze mechanismen beschrijven. Wat zijn de achterliggende patronen en wat maakt een reactie heilzaam?

 

Esther Veerman, Afscheidsbrief

 

Een cultuur van zwijgen 

Het valt voor slachtoffers van seksueel misbruik niet mee om met hun verhaal naar buiten te komen. Dit heeft verschillende oorzaken. Allereerst gaat het misbruik hand in hand met schaamte en schuldgevoel bij het slachtoffer. Vaak worstelt het slachtoffer met de vraag waarom haar of hem dit is overkomen. Misbruik brengt een gevoel van hulpeloosheid en machteloosheid met zich mee. Het zichzelf de schuld geven kan een manier zijn om deze onmacht te hanteren. Als het immers aan het slachtoffer zou liggen dan zou hij of zij het in een andere situatie misschien kunnen voorkomen. Als ik nu eens andere kleren aan had gehad? Als ik nu eens niet naar hem gekeken had?

Daar komt bij dat het zeker voor kinderen nauwelijks mogelijk is om de schuld neer te leggen bij de volwassen vertrouwenspersonen (zoals bijvoorbeeld een ouder, coach of priester). Als de volwassene door zijn of haar rol wordt vrijgepleit, kan het kind of de jongere alleen nog maar de schuld bij zichzelf zoeken.

Deze (onterechte) schuldgevoelens versterken de toch al aanwezige schaamte. Seksueel misbruik is zo schadelijk omdat het mensen aantast in hun lichamelijkheid. Het misbruik verstoort een gezonde ontwikkeling van lichamelijkheid, intimiteit en seksualiteit. Dat het misbruik juist plaatsvindt in het kwetsbare gebied van intimiteit en lichamelijkheid versterkt de schaamtegevoelens. Het is dus niet verwonderlijk dat een slachtoffer in eerste instantie zwijgt over het misbruik.

Zwijgen uit beschadiging

Ook omstanders lijken liever te willen zwijgen over het misbruik. De eerste reden is dat omstanders in meer of mindere mate beschadigd kunnen zijn door het misbruik in de geloofsgemeenschap, de sportvereniging of het gezin. Een geloofsgemeenschap kan door misbruik mede getraumatiseerd raken (1). Net zoals bij de directe slachtoffers is een eerste overlevingsstrategie om het misbruik geheim te houden. Het is een manier om om te gaan met het gekantelde wereldbeeld. De psychologe Janoff-Bulman (2) laat zien dat we in het schrijven van ons levensverhaal steeds uitgaan van drie kernnoties: de wereld is een logisch geordend geheel en dus betrouwbaar, mensen hebben goede bedoelingen en ik ben als persoon de moeite waard. Deze noties komen door het misbruik onder druk te staan. Wanneer mensen in meer of mindere mate beschadigd zijn, kunnen ze soms scherp reageren om de herinneringen aan de schokkende gebeurtenis te vermijden.

Zwijgen vanwege de veiligheid 

De tweede reden om als omstanders te zwijgen, is dat het gevoel van veiligheid op het spel staat. Als priesters al niet te vertrouwen zijn, wie kun je dan nog wel vertrouwen? Als zoveel mensen misbruikt worden, als het echt in elke vereniging of geloofsgemeenschap plaats kan vinden, als het zo dichtbij komt – hoe kan ik me dan ooit nog veilig voelen? In wat voor wereld groeien onze kinderen op? De omstanders, de samenleving, hebben er belang bij dat gezwegen wordt over verhalen van misbruik om de idylle van een veilige gemeenschap in stand te kunnen houden.

Zwijgen uit bezorgheid

De derde reden om te zwijgen is bezorgdheid over de beeldvorming. De schandalen binnen de Rooms-Katholieke Kerk hebben het vertrouwen in en het gezag van de kerk geschonden. Die zorg is niet voorbehouden aan geloofsgemeenschappen. Ook sportverenigingen zwegen lange tijd over seksuele grensoverschrijdingen van coaches uit angst voor een negatief imago.

Ontkennen, generaliseren en bagatelliseren 

Het vraagt moed en doorzettingsvermogen van slachtoffers om hun verhaal te vertellen. Maar als de geheimhouding eenmaal doorbroken wordt, reageren omstanders vaak met ontkennen, generaliseren of bagatelliseren in een uiterste poging om de confronterende verhalen te kunnen vermijden en de idylle van veiligheid weer te kunnen herstellen.

Ontkennen

Een vorm van ontkennen is de uitspraak: ‘Ik kan me niet voorstellen dat zo’n sympathieke man tot zoiets in staat is.’ Plegers van seksueel misbruik zien er over het algemeen niet uit als monsters. Het zijn vaders, coaches, voorgangers, buurmannen, docentes – mensen die wij vertrouwen geven. De verhalen van misbruik vertellen ons dat mensen verschillende kanten kunnen hebben.

Generaliseren 

Wanneer het misbruik niet langer te ontkennen is, proberen mensen soms het misbruik te generaliseren of te bagatelliseren (3). Generaliseringen zijn de pogingen om de negatieve betekenis van het seksueel misbruik te relativeren door te doen alsof het onderdeel is van het normale leven. Een voorbeeld van generaliseren is: ‘Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen.’ Het begrip zonde wordt zo breed opgerekt, waardoor er geen ruimte meer is voor het stellen van een ethische grens. Wat opmerkelijk is, is dat een dergelijke uitspraak vaak klinkt in de context van seksueel misbruik, maar zelden wanneer er sprake is van moord of lichamelijk geweld. Wat maakt dat er zo snel vergoelijkend over misbruik gesproken wordt?

Een ander voorbeeld van generaliseren komen we tegen in de uitspraak: ‘Je moet het wel in de tijdgeest of cultuur plaatsen.’ Het is zeker waar dat zowel seksualiteit als misbruik cultureel bepaald zijn. Toch is het de vraag of deze opmerking helpend is om om te gaan met misbruik. Uitgangspunt zou moeten zijn wat slachtoffers ons vertellen. Soms gaat er veel tijd overheen voordat slachtoffers taal vinden om hun ervaringen te kunnen vertellen. De slachtoffers van de Britse BBC-presentator Jimmy Savile en de onthullingen van Engelse voetballers die in hun jeugd misbruikt zijn, laten zien hoe schadelijk het misbruik was. Decennia later hebben sommigen nog dagelijks last van de gevolgen van het misbruik.

Bagatelliseren

Het misbruik kan ook gebagatelliseerd worden: wel het feit erkennen, maar de betekenis ervan minimaliseren. ‘Het komt overal voor, niet alleen in de kerk.’ ‘Als het overal voorkomt, kan het toch niet zo diepingrijpend zijn als wordt beweerd?’ Het is waar dat misbruik in alle geledingen en in alle gemeenschappen kan voorkomen. Dit zou geen reden moeten zijn om het misbruik te bagatelliseren, maar om juist dubbel zo hard te werken aan een veilig klimaat. We zijn geroepen om in onze eigen contexten te werken aan die veiligheid.

Zondebok

Wanneer het misbruik niet langer ontkend kan worden en bagatelliseren of generaliseren niet meer werkt, grijpen mensen soms terug op het zondebokmechanisme. Nu het misbruik bekend en erkend is, wordt er gezocht naar een zondebok. Door de zondebok te offeren wordt getracht de veiligheid te herstellen. Pedoseksuelen die hun straf hebben uitgezeten, stuiten op grote weerstand als zij ergens een nieuw leven proberen op te bouwen, zoals zichtbaar werd toen in 2014 voor Benno L. een nieuwe woonplek gezocht werd. Veel mensen vinden dat pedo’s levenslang opgesloten, gecastreerd of zelfs afgemaakt zouden moeten worden.

Deze reacties gaan voorbij aan het pijnlijke gegeven dat het meeste misbruik door heteroseksuele mannen wordt gepleegd die bekenden zijn van het slachtoffer. Onze wereld wordt niet veiliger door pedoseksuelen en pedofielen als zondebokken te offeren. Natuurlijk moet het recht zijn loop hebben, maar een veilige wereld begint met het ruimte maken voor de verhalen van misbruik.

Religieuze taal versterkt het zwijgen

Wanneer het misbruik in een kerkelijke context plaats vindt, kan religieuze taal bijdragen aan het toedekken van het misbruik. Slachtoffers die met hun verhaal aarzelend naar buiten komen, worden vaak opgeroepen om te vergeven. ‘We leven toch van vergeving?’ Voorbarige vergeving maakt het slachtoffer echter monddood. Z/hij wordt immers aangespoord om, nog voordat alle verhalen verteld zijn en de gevolgen van het misbruik aan het licht zijn gekomen, alweer te stoppen met vertellen.

Tot slot is het goed om te bedenken dat kerkelijke taal al gauw ‘dadertaal’ is. Het spreken over ‘zonde’, ‘vergeving’ en ‘verzoening’ is behulpzaam voor mensen die schuld hebben door hun handelen. Voor mensen die iets is aangedaan, is dit spreken niet direct helpend. Een slachtoffer voelt zich vaak slecht en zwart van binnen. Het woord ‘zonde’ haakt aan dit gevoel. Maar er zal geen sprake kunnen zijn van vergeving, omdat het slachtoffer niet de handelingen heeft verricht. Het slachtoffer komt dan slechter de kerk uit: ik ben zo slecht, er is voor mij niet eens vergeving.
Als voorgangers meer zouden spreken over bijvoorbeeld ‘recht doen’, ‘gerechtigheid’ en ‘wraak’, komt er ruimte voor een evenwichtige verkondiging.

Ruimte voor verhalen van misbruik

Wanneer mensen geconfronteerd worden met schokkende gebeurtenissen zoals seksueel misbruik in hun eigen geloofsgemeenschap, zijn zwijgen en vermijden logische reacties. Het geheimhouden van misbruik is echter niet alleen schadelijk voor de directe slachtoffers maar ook voor de geloofsgemeenschap zelf. De geloofsgemeenschap zal in haar reactie de ethische keuze moeten maken om stem te geven aan de kwetsbare en beschadigde mens. De geloofsgemeenschap zal voorbij aan ontkenning en simplificering ruimte moeten geven aan de verhalen van misbruik.

Het bagatelliseren van misbruik leidt niet tot een veilig klimaat. Juist de erkenning van de verhalen maakt preventie mogelijk. Alleen wanneer aan slachtoffers stem wordt gegeven en er aandacht is voor de risico’s binnen de eigen context, kan aan een veilige kerk gebouwd worden.

Dr. Alexander Veerman is predikant van de Ontmoetingskerk te Vriezenveen (PKN) en is in 2005 gepromoveerd op het proefschrift ‘Ontredderd: het proces in de kerkenraad als de predikant seksueel misbruik heeft gepleegd’.


(1) A.L. Veerman, Ontredderd: het proces in de kerkenraad als de predikant seksueel misbruik heeft gepleegd. Zoetermeer: Boekencentrum, 2005.
(2) R. Janoff-Bulman, Shattered Assumptions: Towards a New Psychology of Trauma. New York: Free Press, 1992.
(3) R.R. Ganzevoort en A.L. Veerman, Geschonden lichaam: pastorale gids voor gemeenten die geconfronteerd worden met seksueel geweld. Zoetermeer: Boekencentrum, 2000.

Verwarrend, schadelijk en heilzaam – vergeving na misbruik

7 jul

Dit artikel is verschenen in het themanummer van Speling (2017/2) over vergeving. 

Spreken over vergeving in de context van seksueel misbruik is een hachelijke onderneming. Voor mensen die te maken hebben gehad met seksueel misbruik is het zelden ondersteunend of heilzaam wanneer een gesprekspartner over vergeving begint. Vaak is er een verwarrende kluwen van gedachten, emoties en verwachtingen. Verschillende recente onderzoeken (1) laten zien dat vrouwen die slachtoffer zijn geworden van seksueel misbruik grote moeite hebben met vergeving. Enerzijds ervaren zij van omstanders een sterke claim te moeten vergeven, terwijl zij anderzijds niet in staat zijn of om welke reden dan ook niet bereid zijn om te vergeven.
Vergeving is echter een van de belangrijkste thema’s in het christelijk geloof. In de liturgie, het onze Vader en in de geloofsleer worden we bepaald bij de vergeving van God en worden we opgeroepen zelf ook tot vergeving te komen. Diverse auteurs (2) zijn ervan overtuigd dat vergeving heilzaam en noodzakelijk is, ook in situaties van seksueel misbruik.
In dit artikel wil ik allereerst de spagaat die slachtoffers van seksueel misbruik kunnen ervaren in het spreken over seksueel misbruik verkennen. Waardoor wordt het spreken over vergeving schadelijk en kwetsend? Vervolgens wil ik beschrijven onder welke voorwaarden vergeving heilzaam kan zijn voor mensen die verhalen van seksueel misbruik met zich meedragen.

e715d-kaars2bbrand

In wiens belang?
‘Het eerste dat me gevraagd werd, was of ik de dader al vergeven had’. Mijn gesprekspartner is in een christelijke omgeving grootgebracht. Helaas bleek deze omgeving voor haar niet veilig. Als jonge tiener werd zij door twee familieleden misbruikt. Toen zij hulp zocht bij de jongerenwerker, maakte ook hij zich schuldig aan seksueel misbruik. Voor haar was duidelijk dat niemand te vertrouwen was. Ze had geen andere keuze dan de verhalen van misbruik diep in haar zelf weg te stoppen.
Jaren later, als zij haar leven op orde lijkt te hebben, stort ze in. Haar voortdurende onzekerheid, haar minderwaardigheidsgevoelens en haar perfectionisme eisen hun tol. In therapie komen de verhalen van misbruik aarzelend aan het licht. De oorzaak van haar psychische problemen blijkt in het misbruik te liggen. Voorzichtig begint ze mensen in haar omgeving te vertellen over het misbruik dat in haar jeugd heeft plaatsgevonden. ‘Het deed me zeer dat er gelijk naar vergeving werd gevraagd. Het vergrootte mijn eenzaamheid.’ Deze vraag naar vergeving ervaart mijn gesprekspartner als een poging om haar het zwijgen op te leggen. Zand erover. Er is geen ruimte meer voor haarzelf, om haar verhaal te vertellen. Het gesprek is verschoven van de erkenning van de pijn en gekwetstheid in haar levensverhaal naar vergeving. Omdat zij hier moeite mee heeft, voelt zij zich aangevallen, waardoor zij zich opnieuw terugtrekt in zichzelf.

Zeker binnen een christelijke context blijkt het verhaal van mijn gesprekspartner geen uitzondering. Het roept de vraag op waarom zo snel vergeving ter sprake wordt gebracht. Zou het niet meer voor de hand liggen om schrik, verbijstering en woede te delen? Zou het logischer zijn om te zoeken hoe slachtoffers gesteund kunnen worden in het onder woorden brengen en herstellen van het aangedane onrecht. Een eerste stap op de weg van herstel is het doorbreken van het geheim. Wanneer derden in vertrouwen worden genomen en aan het verhaal woorden worden gegeven, kan een begin gemaakt worden met het toe-eigenen van het verhaal. Vaak valt er een last van de schouders.
Tegelijkertijd ontstaat er nieuwe dynamiek bij de omstanders. Zij horen het verhaal voor het eerst. Misschien waren er vermoedens, maar hoe dan ook, nu het verhaal is uitgesproken, kunnen de omstanders geschokt en verbijsterd zijn. Het verhaal van seksueel misbruik dat zo dichtbij plaatsvindt, verbrijzelt de illusie van de veilige familie of gemeenschap. Voor de omstanders ontstaat er een dilemma: het uithouden bij de verhalen van het slachtoffer vergroot immers ook het besef van verscheurde relaties en van onveiligheid in de eigen families en geloofsgemeenschappen. Vergeving lijkt een uitweg te bieden. Als het slachtoffer tot vergeven kan komen, kan de harmonie in de gemeenschap hersteld worden. Het betekent echter dat de pijn van het slachtoffer niet onder ogen wordt gezien en zij dus wordt ontkend.

Daar komt bij dat allerlei onderzoeken naar prevalentie aantonen dat seksueel misbruik opmerkelijk veel voorkomt (3). Hoewel inmiddels bekend is dat de gevolgen van seksueel misbruik diep ingrijpend kunnen zijn (4), blijft het moeilijk voor slachtoffers om hun verhaal te kunnen vertellen. Dit betekent dat het geweld diep in onze samenleving verankerd is. Als er zoveel mensen te maken hebben gehad met seksueel geweld, moeten we ook constateren dat veel mensen zich schuldig maken aan geweld. Het betekent dat we vragen moeten stellen aan onze cultuur, onze taal en onze gewoonten. Waar faciliteert onze manier van leven seksueel misbruik? Waar worden in onze families en geloofsgemeenschappen slachtoffers hun stem ontnomen?
Een veel voorkomende reactie op de bedreigende impact van verhalen van misbruik is om deze verhalen zo snel mogelijk van hun aanklacht te ontdoen en om het evenwicht weer te herstellen.

Wanneer vergeving ter sprake komt, is het noodzakelijk om eerst de vraag te stellen in wiens belang vergeving is op dit moment? Hebben we allereerst het belang van het slachtoffer op het oog of proberen we zo snel mogelijk om de harmonie in de familie of geloofsgemeenschap te herstellen?.

Interne verwarring
Het eerste dat het spreken over vergeving in de context van seksueel misbruik dus lastig maakt, zijn de soms tegenovergestelde belangen die achter de vraag naar vergeving schuil kunnen gaan. Het tweede dat het spreken over vergeving moeilijk maakt, is het verwarren van schuld, schuldgevoel, minderwaardigheid en zonde met elkaar (5).
Schuld veronderstelt verantwoordelijkheid. Er liggen concrete handelingen aan ten grondslag: iemand heeft een ander iets aangedaan. Schuld dient onderscheiden te worden van schuldgevoel. Schuldgevoel kan een overlevingsstrategie zijn om de illusie in stand te houden dat de ongewenste situatie of gebeurtenis anders zou kunnen zijn geweest of voorkomen had kunnen worden als het slachtoffer anders had gehandeld. Het schuldig voelen is een copingmechanisme om om te gaan met de machteloosheid en hulpeloosheid die horen bij het ondergaan van geweld. De gedachte schuldig te zijn herstelt het gevoel van veiligheid omdat het lijkt alsof je toch controle hebt over de situatie. ‘Als ik nu toch niet in mijn eentje over straat was gegaan?’ ‘Als ik nu eens een broek in plaats van een rok had aangedaan?’
De prijs is echter hoog. Het schuldgevoel bevestigt de gevoelens van minderwaardigheid en van slecht zijn, die een direct gevolg zijn van het seksueel misbruik. Het woord ‘zonde’ haakt aan bij dit gevoel, waardoor het theologische begrip ‘zonde’ verward wordt met het psychologische begrip ‘schuldgevoel’. De schuldgevoelens gaan echter niet terug op concrete schuldige handelingen, waardoor het kerkelijk spreken over Gods vergeving geen verlichting brengt, maar slachtoffers nog meer bij hun gevoel van minderwaardigheid en slechtheid kan bepalen.

Wat de verwarring rond vergeving voor slachtoffers van seksueel misbruik vergroot, is dat het kerkelijk spreken over schuld, zonde en vergeving meer aansluit bij de behoefte van daders dan van slachtoffers.

Het ‘vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren’ is door veel slachtoffers niet of nog niet mee te bidden, en versterkt het gevoel dat ze tegenover God tekort schieten. Voor daders daarentegen is de voortdurende aanzegging van Gods genade, zegen en vergeving een te gemakkelijke weg om voor hun schuldbesef (indien al aanwezig) een oplossing te vinden. Dit effect van gangbare godsdienstige taal levert bij veel slachtoffers ernstige frustratie op (6).

Slachtoffers zoeken naar erkenning van wat hen is aangedaan en ruimte voor hun levensverhaal. Een belangrijk gespreksthema is het ontwarren van de schuldvraag. Wie is verantwoordelijk voor het misbruik? Slachtoffers kunnen de ervaring met zich meedragen klem te zitten in de gevolgen van het seksueel misbruik. Waar zij bij gebaat zijn, is om te horen over gerechtigheid, het oog hebben voor de gekwetste en kwetsbare mens, oordeel en recht doen.

De kracht van vergeven
Voordat over de helende werking van vergeving gesproken kan worden, is het dus noodzakelijk om eerst bovengenoemde thema’s te ontwarren. Tegelijkertijd is het ook van belang om oog te hebben en te houden voor de heilzame werking van vergeving (7).
Fortune (8) betrekt vergeving op het genezingsproces van het slachtoffer. Volgens haar is vergeving het loslaten van de voortdurende aanwezigheid van het trauma. Vergeving is volgens haar een manier om afstand te nemen van de passieve slachtofferrol. Deze visie past bij de omschrijving van vergeving door Ganzevoort (9): ‘vergeven is het erkennen van de schuld van de dader en het afzien van recht op wraak of vergelding’. Het Griekse woord voor vergeven betekent ‘losmaken’. Door te vergeven wordt de band tussen dader en slachtoffer doorgesneden. Woede, haat en bitterheid zijn logische reacties op onrecht, maar houden in zekere zin het slachtoffer ook gevangen. Door te haten blijft het slachtoffer verbonden met de dader. In die zin is leren vergeven uiteindelijk heilzaam.
Vergeven is in deze benadering de laatste stap in het genezingsproces. Het vraagt om ruimte het hele verhaal uit te mogen vertellen. Het vraagt om tijd om te kunnen erkennen hoe het seksueel misbruik het slachtoffer beschadigd en gekwetst heeft, ook op de lange termijn. Het vraagt om het besef dat de processen van slachtoffer, dader en omstanders niet gelijktijdig verlopen en dat als het om vergeving gaat, altijd het tempo van het slachtoffer gevolgd moet worden. Het vraagt om het herstel van autonomie van het slachtoffer en het herstel van gelijkwaardigheid in de machtsverhoudingen (10).

Vergeven moet?
Toch blijft de vraag of de weg van vergeving voor slachtoffers de meest zinvolle en genezende weg is. Uit praktijkverhalen blijkt dat slachtoffers vaak het losmaken van de band met de dader als heilzaam herkennen, maar tegelijkertijd dit niet als vergeven benoemen. Het afzien van het recht op vergelding roept ook vragen op. Seksueel misbruik is een misdaad. Hoe verhoudt deze visie op vergeven zich tot recht doen? Daarnaast blijkt uit het onderzoek van Balk-van Rossum (11) dat er geen significante veranderingen optreden als gevolg van het proces van vergeven. De theorie over vergeven in situaties van seksueel misbruik lijkt dus problematischer dan verondersteld wordt.

Wat betekent dit voor slachtoffers van seksueel misbruik en vergeven? Allereerst is het goed om te beseffen dat slachtoffers van seksueel misbruik het gevoel kunnen hebben dat zij in een spagaat raken wanneer vergeven ter sprake komt. Aan de ene kant is er de kennis dat vergeven in psychologische zin helend kan zijn, versterkt door het besef dat in de christelijke traditie de weg van vergeving min of meer de norm is. Aan de andere kant is het vergeven van de daders alleen aan de slachtoffers voorbehouden, op hun eigen tijd, volgens hun eigen regie.
Daarnaast is het de vraag of vergeving de enige Bijbelse weg is om bevrijd te worden van de beklemming van de dader. Juist in het gesprek met mensen die te maken hebben gehad met seksueel misbruik is het van belang om meer pastorale bagage mee te nemen dan alleen de weg van vergeven.

Alexander Veerman (1970), dr. Praktische Theologie, predikant te Vriezenveen (PKN), trauma-dominee.

————

(1) A.W. Balk-van Rossum, De rol van godsbeelden in de levensverhalen van vrouwen met een incestervaring Ede, 2017; C. Van den Berg-Seiffert Ik sta erbuiten – maar ik sta wel te kijken Zoetermeer, 2015
(2) Zie bijvoorbeeld: R.R. Ganzevoort ‘Vergeving moet. Maar het maakt wel uit hoe.’ In: in: R.R. Ganzevoort e.a., Vergeving als opgave. Psychologische realiteit of onmogelijk ideaal? Tilburg 2003, 17-33; K. Demasure Als de draad gebroken is. Zingeving en pastorale zorg na seksueel misbruik. Leuven 2005; M.M. Fortune ‘Forgiveness the last step’ In C.J. Adams and M.M. Fortune eds Violence against women and children New York 1995 201-207
(3) Inmiddels zijn er veel onderzoeken gedaan naar prevalentie van misbruik in het algemeen en onderzoeken naar specifieke doelgroepen (bijvoorbeeld: misbruik in instellingen en jeugdzorg, misbruik door hulpverleners, misbruik van mensen met een beperking, misbruik binnen de sport). Wat al deze onderzoeken gemeenschappelijk hebben, is dat het nooit meevalt. De cijfers verschillen van 1 op de 3 ondervraagden tot 1 op de 10 die in hun leven te maken hebben gehad met seksueel misbruik.
(4) Zie bijvoorbeeld: J. Herman Trauma en herstel. De gevolgen van geweld van mishandeling thuis tot politiek geweld Amsterdam 1995; B. Van der Kolk Traumasporen. Het herstel van lichaam, brein en geest na overweldigende ervaringen Eeserveen 2016
(5) Balk-van Rossum, De rol van godsbeelden p. 491                                                                      (6) R.R. Ganzevoort en A.L. Veerman Geschonden lichaam. Pastorale gids voor gemeenten die geconfronteerd worden met seksueel geweld Zoetermeer 2000 p. 79
(7) Zie bijvoorbeeld: H. Stoorvogel en J. Lasonder: Jane. Kampen 2013
(8) Fortune ‘Forgiveness the last step’ p. 201
(9) R.R. Ganzevoort ‘Klem tussen schuld en vergeving. Rol en recht van het slachtoffer’. (10) In Houtman, C. e.a. (Red.) Ruimte voor vergeving. Kampen 1998, pp. 147-158. (p. 156)
Vergelijk: F.W. Greene ‘Structures of forgiveness in the New Testament’ In: C.J. Adams and M.M. Fortune eds Violence against women and children New York 1995 pp. 121-135 (11) Balk-van Rossum, De rol van godsbeelden p. 501