Archief | Uncategorized RSS feed for this section

Witte Donderdag 2020

9 apr

We gaan een bijzondere Stille Week tegemoet. Nog niet eerder hebben we meegemaakt dat we geen kerkgangers kunnen verwelkomen op deze samenkomsten rond het hart van het evangelie. Het stelt ons als gemeente voor vragen waarmee we nog niet eerder te maken hebben gehad en waar de kerkorde niet in voorziet.

Vanavond is de eerste van de drie vieringen voorafgaande aan Pasen: om 19.30 uur vieren we Witte Donderdag.

Een belangrijke vraag is of, en zo ja: hoe we Avondmaal kunnen vieren. Er zijn theologen die aangeven dat het Avondmaal alleen gevierd kan worden als de gemeente fysiek samen is gekomen. Zij roepen op om de viering van het Avondmaal uit te stellen: we wachten in deze droevige tijd.

Andere theologen wijzen juist op de verbondenheid die gemeenteleden ervaren nu ze in deze geïsoleerde tijd toch samen naar de digitale viering kunnen kijken. Als kerkenraad kiezen wij voor deze tweede lijn, en wel om de volgende redenen. De digitale gemeente is in deze tijd beslist ook gestalte van Christus. In het zoeken naar troost en verbondenheid kan samen thuis Avondmaal vieren van grote waarde zijn. Tot slot nemen we in de overweging ook mee dat onze gemeente al veel langer bestaat uit leden die fysiek samen komen in het kerkgebouw en leden die door omstandigheden altijd al aangewezen waren op thuis vieren. Deze leden maakten en maken volwaardig deel uit van onze gemeente.

We nodigen gemeenteleden uit om de viering thuis mee te maken. We vragen diegene die thuis meekijken om aan het begin van de viering een kaars aan te steken.

Op het moment van het delen van brood en wijn, kunnen de gemeenteleden thuis met eigen brood en wijn/druivensap delen in het Avondmaal.

Wat mij mooi lijkt is om het Avondmaal te vieren als afsluiting van de avondmaaltijd. Dat is een mooie bijkomstigheid van thuis vieren. Het doet terug denken aan het gebruik uit het begin van het christendom waar maaltijden in gezamenlijkheid werden genuttigd en afgesloten werden door het samen breken van het brood.

Laten we in verbondenheid de overvloed van genade die ons in het breken van het brood wordt aangereikt, proeven en delen.

Verwondering

1 jul

Zoals gewoonlijk heb ik haast. Aankleden, ontbijten, schone kleren aandoen, schoenen kwijt, eerst nog even naar de nieuwe lego kijken. Onze zoon heeft zijn eigen ritme. Twee minuten geleden had k hem al af moeten leveren op de peuterspeelzaal. Zijn juf heeft toch al een mening over lakse vaders. Snel doe ik hem zijn jas aan, pak hem bij de hand en been met grote stappen langs de flat.

Terwijl zijn voeten amper de grond raken en ik hem maan om toch vooral door te lopen, rukt hij zich los en valt op zijn knieën. Een mier. Kijk dan! Met zijn vinger volgt hij de rondjes van de mier. Dan ziet hij er nog een. En nog een. En een takje. Hij kijkt naar mij op met een intense blik, vol verwondering. Ik ga op mijn hurken zitten en kijk met hem mee.

america arizona blue canyon

Photo by Pixabay on Pexels.com

Verwondering is een geschenk. Het breekt in in ons bestaan. In ons ritme. In de gewone loop van ons leven. Verwondering opent een venster. Verwondering heeft alles te maken met het ontroerende, het onverwachtse, het onbegrijpelijke. Verwondering geeft je de ruimte om je even je hoofd te verlaten en te voelen, te proeven, te zijn.

Verwondering opent een venster. Het is het besef van het grotere dat je stil doet staan, dat je omver blaast, dat je opnieuw op de benen zet.

Verwondering maakt moedig, omdat je dingen ziet die ongehoord zijn. Zoals de dichter van psalm 8.

2 HEER, onze Heer,
hoe machtig is uw naam
op heel de aarde.

U die aan de hemel uw luister toont –
3 met de stemmen van kinderen en zuigelingen
bouwt u een macht op tegen uw vijanden
om hun wraak en verzet te breken.

4 Zie ik de hemel, het werk van uw vingers,
de maan en de sterren door u daar bevestigd,
5 wat is dan de sterveling dat u aan hem denkt,
het mensenkind dat u naar hem omziet?

De dichter heeft deze woorden opgeschreven in een tijd van onderdrukking en vernedering. Jeruzalem was overlopen, de bevolking weggevoerd in ballingschap. Het volk Israël was ontheemd, verdwaald en leek verloren. Wat was er over van de schitterende tempel? Waar is het houvast? Waar is God?

En dan, in de stilte van de nacht, in de eenzaamheid van het donker, wordt de dichter overweldigd door de grootheid van de schepping, door de sterrenpracht. Hier in de stilte, onder de sterren, lichtpunten, gezaaid tegen het duister, overvalt hem de verwondering. Er groeit het vertrouwen dat hij geborgen is in de Naam van God.

Verwondering. Ruimte voor de zachte stemmen van de hoop. Aandacht voor de goedheid van God. Vertrouwen, omdat God je van harte lief heeft.