Onrustig over de veilige kerk

8 Jun

In het voorjaar van 2017 is het belangwekkende boek van John Lapre uitgekomen ‘ De veilige kerk. Acceptatie van seksuele diversiteit binnen de christelijke geloofsgemeenschap’. Ik schreef er het volgende nawoord in: 

Het boek van John Lapré maakt me onrustig en bezorgd. Zijn klemmend betoog om mensen de ruimte te geven om hun verhaal te vertellen, om op adem te kunnen komen en om in een veilige omgeving te mogen ontdekken wie zij zijn, is me uit het hart gegrepen. Het kan niet voldoende benadrukt worden hoe belangrijk het is om als mens erkend te worden, om op verhaal te mogen komen, zonder oordeel en zonder afwijzing.

toverhazelaar

Noodzaak van een veilige geloofsgemeenschap

Verhalen van jonge LGBT’ers die in een kerkelijke omgeving uit de kast wilden komen, maar gekwetst en beschadigd zijn, vormen helaas geen uitzondering. Het mag ons als voorgangers en als kerkelijke gemeenten niet, nee nooit, onberoerd laten als mensen gedesillusioneerd de geloofsgemeenschap de rug toekeren.

Een rode draad in veel autobiografische verhalen van LGBT’ers is dat ze een hoge drempel moeten nemen om uit te durven komen voor wat ze van binnen al zo lang weten en vaak al zo lang mee worstelen. Zelfs als ze opgroeien in gezinnen waar hun geaardheid onmiddellijk geaccepteerd wordt op het moment dat de jongere voldoende moed heeft verzameld om het te vertellen (of zo aan de grond zit dat z/hij het niet langer kan verbergen). In een maatschappij waarin heteroseksualiteit de vanzelfsprekende en overheersende normerende context is, is anders-geaard zijn niet eenvoudig om zelf te accepteren. Veel jongeren lijden voor hun coming-out aan neerslachtigheid, depressieve gevoelens of suïcidale gedachten. Veilige plekken waar deze verhalen verkend kunnen worden zijn goud waard. Als de kerk deze veilige setting niet kan bieden, gaat het op een fundamenteel niveau fout. Menig LGBT’er heeft door de negatieve contacten met de kerk het zicht op God verloren.

Te vaak niet welkom … 

Het beeld van de gelovige LGBT’er die een gesloten poort treft op zijn / haar zoektocht naar een geloofsgemeenschap is pijnlijk en mag niet geaccepteerd worden. Misschien is de ervaring van menig LGBT’er nog pijnlijker, zoals ook het verhaal van John zichtbaar maakt. Hij maakte immers volop deel uit van zijn geloofsgemeenschap. Hij werd gewaardeerd en had zijn plek in het midden van de gemeente tot het moment dat hij met zijn verhaal naar buiten kwam. Het is dus niet alleen zo dat LGBT’ers voor de poort staan in de hoop op erkenning en warmte, maar ook worden zij de geloofsgemeenschap uit gedreven, omdat zij veroordeeld worden en er geen oprechte aandacht is voor wie zij zijn. Het boek van John Lapré doet een emotioneel beroep op de geloofsgemeenschappen om de medemens te zien – en niet de geaardheid of ‘de thematiek’.

Kerk als probleem

Misschien is het goed om nog een enkel woord te wijden aan de kerkelijke gemeente. In de omgang met homoseksualiteit worden de LGBT’ers als het probleem geïdentificeerd. Zij verstoren immers met hun vragen en hun kloppen op de poort de status quo en de rust in de gemeente. Zelf ben ik van mening dat niet de LGBT’ers het probleem zijn, maar de geloofsgemeenschap. We zouden tot in het diepst van ons binnenste bewogen moeten zijn met onze medemensen die beschutting zoeken en in het licht van God het gesprek zoeken over identiteit, geborgenheid, liefde en intimiteit. Als door onze strijd voor de waarheid en rechtschapenheid medemensen gekwetst en beschadigd worden, zou het wel eens kunnen zijn dat wij het probleem zijn.

Inclusieve geloofsgemeenschap

John Lapré zoekt een inclusieve geloofsgemeenschap. Het gaat niet alleen om LGBT’ers, maar ook om andere minderheden, andersdenkenden, mensen met psychische problematieken en mensen met beperkingen. Zijn we als geloofsgemeenschap gericht op deze minderheden? Kunnen we ruimte maken voor verschillen rond het goede nieuws van Jezus Christus? Het is mooi om te zien dat in steeds meer geloofsgemeenschappen homo’s van harte welkom zijn.

In gesprek over de veilige kerk

De contouren van de veilige kerk die in dit boek geschetst worden, zouden in oudstenraden, kerkenraden en gespreksgroepen aan de orde moeten komen. Het Vaderhart van God nodigt mensen uit om thuis te komen. Laten we die liefde van God doorgeven en met hart en handen werken aan die inclusieve geloofsgemeenschap waar onze medemensen op verhaal én op adem kunnen komen.

 

Op de rand van de eeuwigheid

28 Mei

De laatste van de vier middagen van de seniorenkring 2017 (een samenwerking tussen de Ontmoetingskerk en de Vriezenhof) ging over ‘leven op de rand van de eeuwigheid’. Het is vaak niet gemakkelijk om te spreken over sterven en over de dood. Het raakt aan diepe geloofsovertuigingen, en soms raakt het aan een existentiële angst. Toch is het noodzakelijk om aandacht te hebben voor leven, sterven en dood. Onbewust kan het ons immers behoorlijk bezig houden. Het is goed om bewust te worden van vragen en wensen.

d6eb9-oil-lamp

Waardevol

Het gesprek met familie en/of vrienden over het toeleven naar het sterven, over de waarde van het leven, over de verwachting van wat komt na de dood, en over de uitvaart zelf blijkt van grote waarde. Het valt niet mee om deze thematiek onder woorden te brengen. Soms is het zoeken naar woorden, stamelen misschien, maar het delen van gedachten rond leven en sterven leidde volgens de deelnemers tot waardevolle en intieme gesprekken.  Tegelijkertijd zijn deze gesprekken ook ingewikkeld, omdat ook lastige thema’s niet uit de weg gegaan moeten worden. Het is goed om te spreken over wel of niet reanimeren in het ziekenhuis, de mogelijkheden rond palliatieve sedatie en adequate verzorging in de terminale fase.

Levenskunst

De laatste levensfase maakt ook zichtbaar wat het leven de moeite waard maakt. De ouderdom wordt gekenmerkt door ervaringen van verlies: verlies van mogelijkheden, verlies van gezondheid en verlies van mensen die je lief en dierbaar zijn. Juist de mensen die je met de voornaam aanspraken, vallen in deze fase weg. Levenskunst is om in het lijden en in de voortdurende momenten van verlies, de vreugde van het leven vast te houden.

Verhouden met het lijden

Opvallend is dat de waarde van het leven wordt herkend, en de zin en betekenis wordt ervaren, wanneer mensen zich het verhouden met het lijden en met het sterven, en zich er niet voor afsluiten. Wat wij van ouderen kunnen leren, is levenskunst: het vermogen om de dag te ontvangen en van het kleine en gewone te kunnen genieten. Om niet de beperkingen en het verlies leidend te laten zijn, maar de mogelijkheden en de ruimte van de dag.

Leven op de rand van de eeuwigheid

Leven op de rand van de eeuwigheid raakt enerzijds aan de schaduwzijde van het leven: de beperkingen, het verdriet, het ontbreken van toekomst. Aan de andere kant betekent deze fase ook een zoeken naar en vinden van vrede met God. Het leven met en vanuit Gods genade geeft rust en kracht in de dagen die komen, in het nadenken over het sterven en vertrouwen in het leven na de dood. Vooral de hoop die spreekt uit het leven na de dood, geeft mensen in de laatste levensfase bemoedigende rust en kracht voor de dag.

Vragen rond de hemel

Wel brengt het nadenken over de hemel ook vragen mee. Voor sommigen roept Gods oordeel ook angst en zorg op. Misschien is het goed om juist dan vast te houden aan de belofte van God: ‘ Ik laat niet los wat mijn hand is begonnen’.  We mogen leven van Gods genade. als we aarzelen en twijfelen of Gods liefde voor ons is weggelegd, mogen we vertrouwen op Jezus Christus die handen en voeten aan Gods liefde heeft gegeven. Hij is op aarde gekomen – niet om perfecte mensen in het zonnetje te zetten, maar om mensen die verdwaald zijn geraakt en zich verloren voelen te zoeken en thuis te brengen.

Schokkende gebeurtenissen; wat vertel ik mijn kind?

27 Mei

In de afgelopen week werden we opgeschrikt door een terroristische aanslag in Manchester. Opnieuw zijn er veel doden en gewonden te betreuren. Opnieuw zijn de levens van velen van het ene op het andere moment ingrijpend veranderd.

Enkele dagen later werden Koptische christenen in Egypte die op weg waren naar een klooster om te bidden, door terroristen aangevallen. De terroristen zaaiden dood en verderf.Gerelateerde afbeelding

Misschien zouden we het liefst willen voorkomen dat onze kinderen met deze gruwelijke werkelijkheid geconfronteerd worden. Wat zouden we ze graag willen beschermen tegen deze realiteit. De berichten en de beelden komen echter onze huiskamers binnen. Via onze telefoons, de televisie, kranten. Op school gaat het erover in het kringgesprek of op het schoolplein.

Onze kinderen leven in deze wereld. De vraag is niet hoe we de kinderen kunnen afschermen, maar hoe we hen kunnen helpen om te gaan met het nieuws. Op verschillende sites staan tips (Kiind.nl, Centrum voor jeugd en gezin,  J/M Ouders) waar ik in deze blog dankbaar gebruik van maak.

Tip 1: luister naar je kind

Geen enkel kind is hetzelfde, elk kind gaat op zijn / haar eigen manier om met wat z/hij opvangt. Ook leeftijd maakt verschil. Een kind van zes hoort het nieuws met andere vragen dan een kind van tien. Het is belangrijk om eerst naar je kind te luisteren: wat heeft z/hij gehoord, wat zijn haar vragen, welke gedachten heeft hij bij het nieuws?

Tip 2: kijk samen naar het nieuws en maak tijd

Het ene moment is meer geschikt voor een gesprekje dan het andere moment. Het is belangrijk dat er tijd is om te troosten of om te reageren. Het laat zich natuurlijk niet altijd sturen – en misschien moet je dingen uitstellen om er voor je kind te zijn op het moment dat z/hij vragen stelt.

Wanneer je samen naar het nieuws kijkt, kun je zien hoe je kind reageert en kun je eventueel vragen stellen.

Tip 3: wees rustig

Kinderen zijn gevoelig voor de emoties van de ouders. Als je als ouder overstuur bent of angstig, zal je kind dit snel overnemen. Het is goed om toe te geven wat zo’n aanslag met jou doet, maar houd je emoties in toom. Dat jij laat merken dat het je ook niet in de koude kleren gaat zitten, kan een kind helpen omdat het ontdekt dat z/hij niet de enige is. Wuif het probleem niet weg, maar wakker de ongerustheid niet aan. Hoe meer rust en vertrouwen je als ouder kunt uitstralen, hoe meer handvatten je kind zal ervaren om het schokkende nieuws een plekje te geven.

Tip 4: benadruk dat het uitzonderlijk is

Hoe heftig en schokkend een aanslag ook is, het komt in het nieuws, omdat het uitzonderlijk is. Op de meeste dagen, in de meeste plaatsen zijn er geen aanslagen.

Tip 5: let op de helper

Wanneer je samen met je kind naar het schokkende nieuws kijkt, is het goed om samen te zoeken naar het goede nieuws binnen het verschrikkelijke verhaal. Er zijn altijd verhalen te vertellen van mensen die anderen gingen helpen, zoals de dakloze in Manchester. Er zijn altijd hulpverleners: politieagenten, brandweerlieden en ambulancemedewerkers.

De mensen die helpen zijn altijd met meer dan de mensen die kwaad doen. Het is goed om daar de focus op te leggen.

Tip 6: heb aandacht voor het gewone leven

(Deze tip is toegevoegd op 29 mei). Wat in rampgebieden bijzonder is om te merken, is dat het gewone leven al snel weer door gaat. Mensen gaan eten, zoeken bescherming en moeten slapen. Het betekent dat de gewone dingen van het leven ook weer door gaan: het eten koken, het inrichten van een slaapplaats, het opruimen van de puinhopen. Door hierop te letten, verschuift de focus van het lijden naar de kracht van de overlevenden.

Tip 7: ga in gesprek over fundamentalisme

(Deze tip is toegevoegd op 29 mei). Wat goed is om te benadrukken (bij al wat oudere kinderen) is dat plegers van aanslagen soms in korte tijd heel anders zijn gaan denken. Soms kunnen mensen zo in de war worden gebracht in sektes of fundamentalistische stromingen dat ze dingen doen die ze eerder voor onmogelijk zouden houden. Je kunt met je kind in gesprek gaan dat je nooit verhalen moet geloven over een god die zou eisen dat jij andere mensen dood maakt. Het kan een kind gevoelig maken voor de dreigende kant van sektes: het begint gezellig en ondersteunend, maar het kan je isoleren en veranderen.

Andere tips? Laat het me weten.

 

 

Woedend

16 Mei

Zoals elke avond check ik nog even op nu.nl en nos.nl het nieuws van de afgelopen dag. Mijn oog valt op deze kop, misschien omdat het in de buurt is: Hengeloër voor rechter om een miljoen kinderpornobeelden. Dan stokt mijn adem. Ik ben verbijsterd en voel me fysiek onwel worden. Emoties rollen over elkaar heen. Ontzetting. Verdriet. Woede.

Afbeeldingsresultaat voor esther veerman

De schreeuw. Esther Veerman

Woedend

Ja, ik ben kwaad. Echt woedend. Ik probeer het tot me door te laten dringen. Eén miljoen afbeeldingen. Om hoeveel kinderen gaat het wel niet? Hoeveel levens zijn er niet verwoest voor de lust van dit soort mensen? Misbruik valt nooit mee. Het maakt wonden in de geest en de ziel van kinderen, die soms een leven lang meegaan. Kinderporno is nooit onschuldig. Zolang er ‘nette’ huisvaders, leerkrachten, ambtenaren, enz. zich vergapen aan dit soort afbeeldingen, zal deze vorm van misbruik blijven bestaan.

Niet de ogen sluiten

Om dit kwaad te kunnen bestrijden, zullen we moeten beginnen om de feiten onder ogen te zien. Seksueel misbruik zit in de poriën van onze samenleving. Huiselijk en seksueel geweld vindt plaats in onze gezinnen, onze sportverenigingen, onze kerken.

Te vaak kiezen we ervoor om te zwijgen. Soms leggen we het slachtoffer het zwijgen op, omdat we bang zijn voor imagoschade. We denken dat we de goede naam van de sportvereniging of van de kerk redden als we een kind offeren. Dát is pas imagoschade. Dat we überhaupt kiezen voor ‘imago’ ten koste van slachtoffers. Juist het benoemen van de problematiek, de morele keuzes die je als vereniging maakt en de steun voor slachtoffers versterkt het enige juiste imago van een vereniging.

Overigens zwijgen slachtoffers uit zichzelf al. Ze schamen zich voor wat er gebeurd is. Of ze zijn afhankelijk van de volwassene, omdat hij/zij trainer of verzorger is – hoe kun je dan ooit met je verhaal naar buiten komen? Daarom moeten wij het taboe doorbreken en kinderen helpen om hun ervaringen te vertellen.

Voorlichting noodzakelijk

Belangrijk is dat we beseffen dat misbruik niet te voorkomen is. Het betekent dat we naast preventieve maatregelen (Verklaring omtrent gedrag, vertrouwenspersonen, protocollen, etc) zullen moeten inzetten op voorlichting. Als kinderen leren dat zij grenzen mogen aangeven en dat grensoverschrijdingen fout zijn, durven zij sneller met hun verhaal naar buiten te komen.

Wel zal het veilig moeten zijn. De kinderen moeten erop kunnen vertrouwen dat aan hun kant staan, hun verhaal geloven. Laten we samen werken aan een veilige omgeving waarin kinderen met vertrouwen en in alle rust kunnen opgroeien.

 

Uit de kast …

16 Mei

Vandaag (16 mei 2017) viel het boek van John Lapré op de deurmat: De veilige kerk. Acceptatie van seksuele diversiteit binnen de christelijke geloofsgemeenschap. Het is een aangrijpend boek, omdat Lapré het verlangen beschrijft om als homoseksueel erkend en gezien te worden, om volwaardig deelgenoot te zijn van een geloofsgemeenschap. Aangrijpend, omdat hij zelf aan den lijve de weerstand, de afwijzing en veroordeling heeft ervaren van de geloofsgemeenschap toen hij uitkwam voor zijn homoseksuele geaardheid. Van het ene op het andere moment was hij van een graag geziene spreker een paria geworden.

Toch heeft John Lapré dit boek geschreven over de veilige gemeente. De geloofsgemeenschap waar mensen welkom zijn, gezien worden en zich gekend mogen weten. Met dit boek wil hij jonge LHBT-ers én gemeenten een hart onder de riem steken en hen uitnodigen voor de dialoog, voor het gesprek met en niet over de ander. Hij nodigt gemeenten uit om niet in discussies te verzanden en meer rapporten te schrijven, maar om de ander in de ogen te kijken en de hand te reiken.

Het is nodig dat dit boek en dit soort boeken geschreven worden. In een wereld waarin heteroseksualiteit de heersende norm is, is het moeilijk om uit te komen voor een andere identiteit. Jongeren missen de verhalen die hen helpen om hun identiteit vorm te geven, om te begrijpen wie zij zijn. In een wereld waarin ‘homo’ een scheldwoord is, is het een schrik om te ontdekken dat je niet bij de meerderheid hoort. De impliciete en expliciete boodschap van een heteroseksuele samenleving is dat je als LHBT-er afwijkend bent. Veel jonge LHBT-ers worstelen met schaamte, eigenwaarde en identiteitsproblemen.

Steeds meer kerken maken zich sterk voor een volwaardige plek voor LHBT-ers in de geloofsgemeenschappen. Zo worden er bijvoorbeeld al 25 jaar lang evangelische roze vieringen gehouden in Amsterdam. Tegelijkertijd zijn er ook veel te veel verhalen van jongen mensen over geloofsgemeenschappen die bewust of onbewust de LHBT-ers hebben beschadigd.

De oproep van John Lapré is me dan ook uit het hart gegrepen. Al te vaak wordt het gesprek over LHBT-ers versmald tot seksualiteit. Het gaat echter over identiteit. Pas als er ruimte komt voor je geaardheid ontstaat de mogelijkheid om tot jezelf te komen.

In het AD stond een verhaal van een man die pas op zijn 95ste voldoende moed had verzameld om uit de kast te komen. Het moest gezegd worden, pas toen werd hij wie hij was. Laten we als geloofsgemeenschappen de ruimte en veiligheid bieden dat mensen aan hun bestemming mogen komen.

Kostbare ontmoeting

14 Mei

Het was een bijzondere en waardevolle viering in de Ontmoetingskerk op deze Moederdag (14 mei 2017). We mochten het Kidsgear Children’s Choir uit Oeganda in ons midden welkom heten. Het enthousiasme, de vreugde en energie van de kinderen waarmee zij zongen en dansten, maakte diepe indruk.  De kleurrijke traditionele kleding en de Oegandese muziekinstrumenten maakten het feest compleet.

Wat mij ontroerde, was de blijdschap van deze kinderen. Wat zij gemeen hebben, is dat zij uit gebroken gezinnen komen. Ze hadden weinig perspectief op een hoopvolle toekomst. Door de stichting  Up for us is hun leven ten goede gekeerd. De drijvende kracht achter de stichting, Sylvia, vertelde dat zij inmiddels 600 kinderen via hun scholingsproject ondersteunen en begeleiden naar een betere toekomst. Dat trof mij: enerzijds de vreugde tegen de donkere achtergrond van zware persoonlijke levensverhalen. En anderzijds de liefde en inzet van Sylvia en haar man Frank, en de vrijwilligers van de stichting om kinderen op weg te helpen naar toekomst.

Het was een groot geschenk dat wij getuige mochten zijn van de kracht en het geloof van deze kinderen en hun begeleiders in de liederen die zij zongen en in de dansen die zij voor ons opvoerden.

Het meest kostbare moment was echter aan het einde van de maaltijd, aansluitend aan de kerkdienst. Een aantal gemeenteleden had een warme lunch klaargemaakt die met smaak door de kinderen soldaat werd gemaakt. De gemeente en iedereen die had meegeholpen werden door de kinderen bedankt. Jenet Huitema, onze koster,  en ik mochten hun dank in ontvangst nemen.

Het begon met vriendelijke en lieve woorden van Angel, een van de jongere meisjes van het koor. Vervolgens zong het koor ons toe. Het lied raakte me. Jammer genoeg kan ik het lied niet terugvinden, maar wat trof was dat de kinderen dankbaar waren dat zij prachtige mensen hadden ontmoet. Deze ontmoeting maakt dat de weg veranderd is. Door de ontmoeting zijn zij sterker dan ze gisteren waren.

Ja. Zo was het. De ontmoeting met deze kinderen, de ontmoeting met Sylvia en de andere vrijwilligers heeft mij veranderd. Mijn leven kent een nieuwe loop. En ik ben sterker dan gisteren, omdat ik de kracht en de vreugde van deze kinderen mocht zien. Wie een mens redt, redt de wereld.

Het Koninkrijk van God kwam aan het licht. In het kind dat mij de vreugde van het geloof toezong. In haar lach. In de dans van deze kinderen. In het geloof van de vrijwilligers dat wanhoop en ellende niet het laatste woord hebben.

De oorlog bleef

28 Apr

Enkele jaren geleden ben ik met enkele oud-indiëgangers naar het museum Bronbeek in Arnhem geweest. Met z’n vieren dwaalden we door het museum dat verhaald over de koloniale geschiedenis van Nederland in Nederlands-Indië. De vitrines met voorwerpen, de emblemen van militaire eenheden kwamen tot leven door de verhalen van deze veteranen.

Hoofdgebouw van tehuis en museum Bronbeek.

Het waren nog jonge mannen toen ze dienden in Nederlands-Indië. Ze vertelden me over de onderlingen kameraadschap, de huiveringwekkende momenten dat ze onder vuur lagen, over het verlies van vrienden.

Een van onze reisgenoten was geboren en getogen in Nederlands-Indië. Tijdens en na de Tweede Wereldoorlog had hij meegevochten met het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL). Het was een uitermate vriendelijke en bescheiden man. Behulpzaam en betrokken.

Toen hij daar in Bronbeek vertelde over zijn tijd in het leger, brandde er een diep verdriet achter zijn ogen. De gebeurtenissen had hij minutieus opgeslagen in zijn geheugen. Hij kon zich elk detail herinneren. De verhalen had hij, net als zoveel van zijn medestrijders, zo ver mogelijk weggestopt. Doorgaan. Niet omkijken, maar je richten op de toekomst.

De pijn zat echter dieper. Hij had zijn leven gewaagd voor Nederland. Maar nooit had hij hier erkenning voor gekregen. Hij was meegekomen met de grote groep Molukkers en had zoveel achter gelaten in Indonesië. Maar op geen enkele manier had de Nederlandse overheid hem geholpen een bestaan op te bouwen. Het gebrek aan erkenning maakte dat de oorlog nooit echt een plek in zijn geschiedenis kreeg. De oorlog bleef.

Dit was wat me bij is gebleven van die middag in Arnhem. Het eenzame gevecht van deze man die schouder aan schouder met Nederlandse militairen had gevochten, maar nooit voor zijn inzet dank, respect en erkenning heeft gekregen. Het verhaal kwam naar boven door het lezen van dit artikel over hoe de Nederlandse regering duizenden Molukkers naar Nederland haalde en in de kou liet staan.

Dit deel van onze geschiedenis vervult me met schaamte.