Luistert God selectief?

16 Apr

16 april 2018

Afgelopen zondag ging collega ds. Johan Wegerif uit Nijverdal voor in de Ontmoetingskerk in Vriezenveen. Ik was blij dat ik in de gelegenheid was om onder zijn gehoor te zijn. De viering raakte me. Centraal stond het verhaal van Kaïn en Abel. Enkele gedachten neem ik mee, de nieuwe week in.

Het leven gaat door

Het eerste is dat het leven doorgaat. In Genesis 3 lezen we hoe Adam en Eva hun plek in de Hof van Eden verliezen. Het volgende hoofdstuk zet hoopvol in: Eva schenkt het leven aan twee kinderen. Zo wordt de belofte die zij in haar naam met zich mee droeg – moeder van alle levenden – vervuld.

Afbeeldingsresultaat voor esther veerman

Mama, Esther Veerman

Onthullende namen

Het tweede is dat de namen die de kinderen krijgen de weg die zij gaan al onthullen. In de naam ‘Kaïn’ klinkt iets door van ‘man’. Hij is de sterkte. hij valt op, hij gaat het maken. Hij is het mannetje. Abel, dat ‘damp’ of ‘nevel’ betekent, is ‘de broer van’. Kaïn eist alle aandacht op. Het leven lacht hem tegemoet. Met zijn energie, kracht en charisma ligt de wereld voor hem open.

De toekomst van Abel is heel wat minder zeker. Hij valt niet op, is haast onzichtbaar. Zijn naam vertelt over zijn kwetsbaarheid. Hij staat al op achterstand. Leven is hard werken.

Kaïn en Abel. Ze vertellen de geschiedenis van ons mensen. De wereld valt uiteen in tweeën: de krachtigen en de kwetsbaren.

Een selectieve God

Het derde is dat God selectief luistert. Zowel Kaïn als Abel brengen een offer aan God. Kaïn is niet een schurk. Hij verbindt zich aan God, geeft Hem de eerste opbrengst van zijn arbeid.  Toch slaat God op zijn offer geen acht. Hij luistert als het ware even niet naar Kaïn, maar kiest er nadrukkelijk voor om ruimte te maken voor Abel, de kwetsbare. Kan dat zomaar? Een selectieve God? Het klinkt als oneerlijk. al gauw vinden we dat iedereen recht heeft op precies evenveel aandacht. Maar God maakt dus andere keuzes: zijn aandacht gaat allereerst uit naar die kwetsbare.

Het laat zich goed verduidelijken met een voorbeeld dat Maarten Luther gebruikte: vraag een moeder van welk kind ze het meeste houdt, en ze zal zeggen: ‘van het zieke kind tot het beter is, van het kind dat weg is tot het thuis is, en van het kind dat verloren is tot het weer gevonden is’.

Verduisterd

Kaïn kan hier echter geen begrip voor opbrengen. Dat is het vierde punt. Kaïn wordt woest en zijn blik wordt donker. Zijn gezicht valt, staat er eigenlijk. Op het moment dat God vraagt aan Kaïn wat er is, kijkt hij weg, kijkt hij naar de aarde. Hij ontwijkt.

Een bewogen God

Het laatste dat me bij is gebleven, is de afloop. Kaïn wordt verantwoordelijk gehouden door God. Er is geen ruimte voor vergoelijken of bagatelliseren. Bij die schuld hoort ook straf. Tegelijkertijd blijft God hem als mens in de ogen kijken. Kaïn vreest opgejaagd wild te worden, en daarin wordt die sterke ineens de kwetsbare. God geeft hem een teken en belofte mee. God blijft de sprekende, de God van bewogenheid en gerechtigheid.

Het verhaal van Kaïn en Abel zet ons op het spoor van de noodzaak om selectief te leven: de kwetsbaren hebben de steun en bemoediging van de sterken nodig. In dat omzien en die zorg komt er ruimte voor het volle leven. Ook buiten de Hof van Eden.

Advertenties

… zoals ook wij vergeven?

5 Apr

Donderdag 5 april 2018

Wanneer een kerkelijke gemeente te maken krijgt met een grensoverschrijdende pastor, klinkt al snel de roep om vergeving. Dit is onder andere de constatering van gemeentebegeleiders die te hulp worden geroepen om processen in beschadigde gemeenten te begeleiden.

Gerelateerde afbeelding

Esther Veerman, Doos van Pandora

Studiedag

Dat was de reden voor de Stichting tegen seksueel misbruik in pastorale relaties (SMPR) om een interne studiedag te organiseren rond het thema ‘misbruik en vergeving’, die gisteren, 4 april heeft plaatsgevonden.  Vier sprekers belichtten vanuit verschillende perspectieven deze thematiek. Tussen de lezingen door was er ruimte voor uitwisseling en gesprek.

Welke stemmen worden er gehoord?

De eerste bijdrage was van Marie Hansen-Couturier en focuste op de vraag wanneer spreken over vergeving bevrijdend zou kunnen zijn. Zij schreef haar masterthesis Systematische Theologie over dit onderwerp. Met name de inbreng van de bevrijdingstheologie en feministische theologie is verhelderend. Een kernvraag is welke stemmen worden er gehoord, welke stemmen gaan verloren? Vertaald naar vergeving: wie stelt de vraag naar vergeving aan de orde? In wiens belang wordt over vergeving gesproken?

Vergeving kan overigens voor het slachtoffer heilzaam zijn in het proces van heelwording. Wel is het van belang om in het oog te houden dat vergeving niet een moment in de tijd is, maar een voortgaand proces.

Niet vergeven als ‘act of prophetic resistance’

De feministische theologie benadrukt dat van vergeving alleen sprake kan zijn wanneer er aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Het mag geen verplichting zijn (vergevingsdruk), er moet ruimte en tijd zijn voor het proces, en er moet erkenning zijn van wat het slachtoffer is aangedaan.  Overigens is er ook een stroming die zich juist verzet tegen vergeving, omdat het te snel, te gemakkelijk en te goedkoop is zodat er geen recht wordt gedaan en er niets zal veranderen. Vergeving is dan een middel om de doofpot in stand te houden. Niet vergeven is dan een ‘act of prophetic resistance’.

Waar blijft het slachtoffer in het proces van de gemeente?

De tweede bijdrage was van Christiane van den Berg, die gepromoveerd is op de relationele dynamiek in geloofsgemeenschappen na misbruik. Een belangrijke en pijnlijke conclusie van haar promotieonderzoek is dat slachtoffers vrijwel altijd hun plaats in de geloofsgemeenschap verliezen. Wat moet er gebeuren en veranderen om dit te voorkomen?

Christiane van den Berg nam ons mee in het perspectief van het slachtoffer en deelde hun beklemmende ervaringen met de oproep tot vergeven. Deze oproep heeft te vaak meer te maken met het herstel van de gemeenschap dan met het doen van recht. Volgens Van den Berg vraagt het spreken over vergeving om recht doen en om handelingen van herstel van de kant van de dader.

Er zijn twee visies op vergeving te onderscheiden: in de ene visie wordt vergeving gekoppeld aan initiatief en berouw van de dader. Wanneer de dader niet tot inzicht komt, onbereikbaar of overleden is, zou een tweede visie heilzaam kunnen zijn. Het gaat dan om het proces waarin de ‘band’ tussen slachtoffer en dader wordt doorgesneden.

Vergeven als innerlijk proces van bevrijding

In de derde bijdrage van psychotherapeute Cora Versteeg en ervaringsdeskundige Veronica werd dieper ingegaan op de ‘losgekoppelde’ vergeving. Het gaat hierbij om het innerlijke proces om vrij te worden van het aangedane leed. Misbruik grijpt diep in in iemand leven. Het moedige verhaal van Veronica onderstreepte dit. De gevolgen van het misbruik raken aan eigenwaarde, intense schaamte, de verbondenheid met medemensen, je plaats in het gezin en in andere leefgemeenschappen.

Vergeving heeft te maken met het besef jezelf lief te mogen hebben. Het is het proces om niet langer beklemd te worden door wraakgedachten, wroeging, schuldgevoelens of walging en schaamte. Bevrijding begint met openheid om te praten over wat er gebeurd is en om niet langer de energie te steken in het verstoppen van jezelf.

In de bevrijding van de zielenpijn komt het slachtoffer tot de diepste kern: tot wie of wat jou tot mens maakt.

De oogst

Wat heeft deze dag opgeleverd? Het is altijd lastig om uit de veelheid van verhalen, ontmoetingen en gedachten de oogst te benoemen. Voor mij is de oogst:

  1.  vergeving is een risicovol woord dat te vaak (bewust of onbewust) wordt ingezet om slachtoffers het zwijgen op te leggen. Vergeving wordt dan een middel om te chanteren (anders vergeeft God jou ook niet), dwang (als jij niet vergeeft, kunnen wij niet verder) of doofpot (als het slachtoffer vergeeft, hoeven wij het er verder niet meer over te hebben)
  2. Misschien is het goed om eerst te beginnen met niet-vergeven als act of prophetic resistance. Eerst moet er kwaad benoemd worden, emoties ruimte krijgen, gezorgd worden voor slachtoffers. Er wordt gesproken over vergeving rond situaties die beschadigend en vaak ook strafbaar zijn. Laten we eerst over recht doen praten. Ook de gemeenschap zal kritisch naar zichzelf dienen te kijken: hoe kon dit bij ons gebeuren? Waar faciliteren we de mogelijkheden tot misbruik?
  3. wees alert: wie brengt vergeving ter sprake? In wiens belang wordt er over vergeving gesproken?
  4. een achterliggende vraag bij vergeving is of je het ziet als een innerlijk proces of als een relationeel proces. Als relationeel proces raakt het aan risico’s: vergeving als plicht voor het slachtoffer, schuld belijden als opdracht voor de dader. Beide processen doen dan tekort aan de persoon en/of ondermijnen de geloofwaardigheid. Vergeven als innerlijk proces is aan het slachtoffer
  5. dus: in het gemeenteproces is vergeving geen thema, hooguit en in alle voorzichtigheid aan het einde van een proces waarbij degenen die kwaad gedaan hebben of hebben weggekeken tot het uitspreken van schuld komen. In het innerlijke proces kan vergeving voor het slachtoffer heilzaam zijn in de betekenis van ‘loslaten’ en ‘vrij worden’. Ook dan is het van groot belang dat er erkenning is van het levensverhaal.

Verander vandaag Nederland!

21 Mrt

Vandaag is een schitterende dag om Nederland te veranderen. jij bent in die verandering de onmisbare schakel.

Afbeeldingsresultaat voor stemmen

  1. Groet een onbekende op straat
  2. help even een buur
  3. haat wat minder, heb wat meer lief
  4. mopper niet, maar kijk hoe je mee kunt werken
  5. geef je liefste een knuffel
  6. verdiep je in de dilemma’s van bestuurders
  7. wees coöperatief
  8. wees kritisch, maar altijd respectvol
  9. bedenk dat je samen met al die anderen de samenleving bent
  10. o ja, ga vandaag ook even stemmen

Waar blijf je zelf?

18 Mrt

We trotseerden de gure wind op deze koude dag en zochten onze weg door een van de oudere wijken van Zwolle. We moesten in het buurthuis zijn waar een bijeenkomst was van Caleidoscoop, een landelijke vereniging voor mensen met een dissociatieve stoornis.

Warme verbondenheid

De warmte in het gebouw stond haaks op de kilte van buiten.  Die warmte had niet zozeer te maken met de radiotoren. Nee, het was de aanwezigheid van deze groep mensen en hun bewogenheid met elkaar. Iedereen in die zaal draagt zoveel mee aan zwaarte, aan pijn en eenzaamheid, maar op een dag als deze, een dag met lotgenoten, konden zij op adem konden komen.

Afbeeldingsresultaat voor free images

Esther en ik mochten een workshop verzorgen voor naasten van overlevenden van huiselijk en seksueel geweld. Het delen van verhalen, de tijd hebben om uit te kunnen vertellen en het ontvangen van begrip waren in zichzelf helende elementen.  Om zo in een veilige setting iets van de diepte van het hart te mogen delen is van onschatbare waarde.

Eenzaamheid

In onze workshop hebben we met name de ruimte geboden om verhalen te delen. In die verhalen kwamen verschillende belangrijke thema’s naar voren. Het eerste is de eenzaamheid van naasten. Vrienden en collega’s kunnen niet of nauwelijks bevatten wat de gevolgen van huiselijk en seksueel geweld zijn, laat staan wat de impact op naasten is. Vaak haken vrienden af. Wat daar bij komt, is dat je als partner, zus of ouder niet vrij kunt beschikken over het verhaal. als je als partner vertelt waarom je zo slecht slaapt of zo bezorgd bent, dan moet je iets vertellen over je man of vrouw. Maar als z/hij dit niet wilt of zelf zwijgt over haar/zijn verhaal, dan kun je niet zomaar vertellen waar je mee zit.

Traumatiserende hulpverlening

Het tweede thema dat in de verhalen naar voren kwam, zijn de dramatische verhalen over de falende hulpverlening. Niet alleen had dit soms een re-traumatisering tot gevolg voor de partner met een dissociatieve stoornis, maar ook de naasten leden onder de fouten van of het gebrek aan hulpverlening. De naasten moeten immers de klappen opvangen. Het valt niet mee om mantelzorger te zijn, zeker niet wanneer het gaat om psychische klachten. Als de hulpverlening niet adequaat is, ervaren naasten dit als in de steek gelaten worden.

Wat hier bijkomt, is dat naasten niet of nauwelijks bij behandelingen worden betrokken, terwijl zij vaak wel goed zicht hebben op hoe het met die ander gaat en zij ook met hem/haar verder moeten.

Verloren

Een volgend thema is het gevoel jezelf te verliezen. Meerdere naasten kampen of hebben te maken gehad met burn-outklachten. Het is noodzakelijk om grenzen aan te geven, maar tegelijkertijd roept dat ook schuldgevoelens op. Het uiten van emoties en het aangaan van conflicten werden als lastig ervaren. Opmerkelijk was dat de meeste naasten op de vraag ‘hoe gaat het met je’ vertelden over hoe het met de geweldsgetroffene ging. Het eigen wel en wee van de naaste hangt in sterke mate samen met hoe het met de geweldsgetroffene gaat.

Het hebben van een baan en het volhouden om naar het werk te blijven gaan, is van groot belang om door te kunnen gaan. Wanneer een partner door alle stress thuis komt te zitten, neemt de zwaarte juist toe, omdat de oorzaak van de ziekmelding soms juist in de thuissituatie ligt.

Triggers

Tot slot gaven naasten aan dat zij in het dagelijks leven vaak moeten dealen met de triggers waardoor de ander gaat dissociëren, in paniek raakt of woede-uitbarstingen heeft. Het lukt slachtoffers van geweld vaak wel om naar de buitenwereld een ander beeld te laten zien. Het versterkt de eenzaamheid en de onzekerheid van naasten. hoe kunnen zij goed reageren op de situatie?

Veel naasten komen in een hulpverlenende rol terecht. Soms door de omgeving, soms door de steeds verder gaande vragen van de geweldsgetroffene, en soms ook om gewoon staande te kunnen blijven. De rol van hulpverlener plaats de naaste iets meer op afstand en wekt de suggestie van enige controle en regie. Daar waar een echte hulpverlener een evenwicht kan bewaren tussen afstand en nabijheid, blijft de naaste echter 24 uur per dag in de hulpverlenersrol. Het is een risicovolle rol, omdat het de naaste opnieuw eenzamer maakt. Daarnaast maakt het de naaste verantwoordelijk voor een verhaal waar z/hij geen verantwoordelijkheid voor draagt of grip op heeft. Uiteindelijk moeten naasten leren om het uit te houden in de onmacht, een schouder bieden en een schouder durven vragen, de pijn ervaren en aangeven waar hun grenzen liggen.

Wat de workshop laat zien, is dat lotgenotencontact van grote waarde is. Het doorbreekt de eenzaamheid. Het biedt de ruimte om op adem te komen. Het ondersteunt bij het maken van keuzes om grenzen te durven stellen en om vol te houden en trouw te zijn.

Krachtige mensen

Wat mij bij blijft zijn de verhalen. Wat dragen deze mensen in alle stilte en eenzaamheid een soms ondraaglijke last met zich mee. En wat spreekt er een liefde, trouw en volharding uit hun dagelijkse doorgaan. Ondanks het effect op het gezin, ondanks de gevolgen voor het werk en ondanks de impact op het eigen functioneren, staan deze naasten elke dag opnieuw op en staan naast hun kind, partner of familielid.

 

Er is een tijd …

15 Mrt

Meditatie op biddag bij Prediker 3, 1 – 8

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, geliefde mensen van God,

Biddag voor gewas en arbeid – zomaar een woensdag, midden in de week. Een dag waarop je de balans kunt opmaken. Een dag waarop je naar voren kijkt. Wat verwacht je van het seizoen dat voor je ligt? Waar vraag je een zegen voor, of over? En wat heeft de afgelopen periode voor je betekend?

Zo’n biddag is ook wel bijzonder. Een dag waarop we vorm geven aan onze afhankelijkheid aan God. Juist door te bidden voor de gewone dingen in ons leven. Juist door te bidden voor ons dagelijks brood. Zijn we niet ten diepste afhankelijk van God?

Gebed,Folded,sepia,pray

Tegelijkertijd roept het ook vragen op. Omdat onze werkelijkheid vaak zo haaks staat op Gods nieuwe wereld. Omdat gebed soms verwarring oproept. Omdat het gebed soms ingezet wordt als een soort magisch denken – alsof het gebed je omstandigheden verandert. Alsof het gebed alles ten goede keert. Alsof het gebed ons ontslaat van verantwoordelijkheid

Maar als dat niet zo is, áls het gebed toch niets verandert aan onze omstandigheden – heeft bidden dan zin?

Misschien ligt bij deze vraag wel de kern van onze omgang met God: heeft bidden zin? Het is een vraag die gesteld wordt als onze ervaringen botsen met die God die de wereld in zijn hand zou houden. Het is een vraag waar een wereld van veronderstellingen en gedachten achter schuil gaat. Over God. Over bidden. Over mens-zijn.

Het lijkt soms wel alsof er maar twee keuzes zijn: of ons gebed wordt verhoord en we ontvangen gezondheid, kracht, vrede – en anders, anders kan God niet bestaan. Niet zomaar. En zullen we God tandelozer moeten maken, meer op afstand moeten zetten.

Maar zijn beide reacties niet twee kanten van dezelfde medaille? Is het niet zo dat wij op deze manier proberen om God te controleren, in onze greep te krijgen? Of dat we proberen om God om te vormen tot wat wij kunnen begrijpen en kunnen denken?

Als we verwachten dat het gebed de plooien en kreuken van ons leven glad strijkt, schuiven we niet alleen onze eigen verantwoordelijkheid voor ons uit, maar maken we God ook tot een marionet van ons verlanglijstje. Bidden is meer dan het voorleggen van onze vragen.

Tegelijkertijd is het ook zo dat als we God op afstand plaatsen, als we God tot op zekere hoogte machteloos maken, daar ook geen appel meer van uit kan gaan. Misschien kan het ons in beweging brengen, maar is God nog in staat om ons te doen veranderen, ons aan te spreken of moet het uit onszelf komen?

Maar wat is bidden dan nog?

Prediker gaat op een verrassende manier om met deze vraag.  Voor alles is een tijd, schrijft hij. Het lijkt alsof hij het leven in al zijn facetten beschrijft. Het leven zoals het zich aandient, zoals het ons kan overspoelen. Een maalstroom. Het levenslot.

Toch is dat niet wat Prediker zegt. Het gedicht over ‘tijd’ beschrijft  een belangrijke nuance. In het Hebreeuws wordt er een woord gebruikt, dat een bredere en diepere betekenis in zich meedraagt dan ons begrip ‘tijd’. De vertaling van het Hebreeuwse woord met tijd is te smal. Het gaat in dit woord niet om onze horlogetijd; veel eerder duidt het om een gelegenheid of een mogelijkheid. Datgene wat in die tijd gebeurt, dat staat centraal.

Het is niet zo dat wij heen en weer geslingerd worden op de golven van het leven, maar dat we het leven ontvangen als een door God geschonken mogelijkheid. Dus dat hele leven, met al zijn rauwe en scherpe randen, is ingebed in Gods ruimte.

Het gedicht is niet deterministisch bedoeld. Het is niet een tijd die bestemd is, die  bepaald is om iets te doen. Zo van: het komt zoals het komt, en je kunt het toch niet veranderen. Een boodschap van: stil maar wacht maar, en laat het maar passeren. Dit gedicht roept niet op tot gelatenheid of passiviteit.

Integendeel. Alles staat in het kader van de geboden gelegenheid, van de mogelijkheid. Het is een gedicht vol tegenstellingen: Baren tegenover sterven; doden tegenover helen; afbreken tegenover opbouwen.

Het gaat hier niet om de ervaring van een persoon, maar om al de gebeurtenissen die plaatsvinden binnen het menselijk leven. Alles tussen het voortbrengen van leven en het verliezen van leven is afhankelijk van de geboden mogelijkheid. Het gaat om alles wat tussen de tegenstellingen in staat. Alles tussen geboorte en dood; alles tussen vreugde en verdriet; tussen oorlog en vrede. Het is dan ook niet toevallig dat het veertien  tegenstellingen zijn; een vol getal. Het hele leven, met al zijn facetten, is ingebed in Gods mogelijkheden.

We zijn niet in staat om deze dingen te plannen. Misschien is dat wel ten diepste levenskunst: de onzekerheid van het bestaan dragen. Rouwen en dansen, huilen en lachen. Het zijn gebeurtenissen waar we geen invloed op uit kunnen oefenen.

Deze tekst is in die zin al heel troostrijk. We vinden het soms zo moeilijk om stil te blijven staan bij verdriet en wanhoop. Om ruimte te vragen voor ons eigen verlies. Al gauw heb je het gevoel dat je teveel bent, dat je je aan moet passen. Maar hier, in deze tekst, wordt gezegd: nee, er is ook een tijd om te rouwen. Dat is goed. Daar krijg je gelegenheid voor. Er is een tijd om te huilen. Je hoeft je niet vrolijker voor te doen dan je je voelt. Er wordt ook het vertrouwen uitgesproken dat het niet blijft bij het verlies, bij de rouw en het verdriet.  Er komt ook een andere tijd, een andere gelegenheid.

Dat is de betekenis van dit gedicht over de tijden: alles wat binnen ons menselijke leven ligt, is een van God geschonken mogelijkheid.

Het is geen afgerond betoog. Ook de prediker bleef met puzzels zitten, die hij niet kon oplossen. Maar ergens is er de overtuiging te leven voor het aangezicht van een machtige God. Dat is ook de les die hij ons meegeeft. Dat wij ons aan die God toevertrouwen.

En misschien is dat ook we de ruimte van het gebed. Laat ik een voorbeeld geven. In een relatie kan de ene partner steeds weer terecht met zijn of haar verhaal. Vragen behoeven niet perse een antwoord. Een klacht hoeft niet perse te worden opgelost. Waar het op aan komt, is dat de ene partner de ander opbeurt, weer op de benen zet. Herinnert aan hoop, en moed geeft.

Dat is de kracht van het gebed. Daar opent zich de ruimte van God. In ons leven, in al die facetten horen we opnieuw van verhalen van licht, van verhalen van hoop, worden we bemoedigd om op weg te gaan, om te veranderen.

 

Ons gebed is niet bedoeld om God voor ons karretje te spannen. Het gebed is de ruimte waarin we ons leven in Gods perspectief plaatsen. Om aangespoord te worden en verantwoordelijkheid te nemen. Om opgebeurd te worden, herinnerd te worden aan hoop.

Om op te staan. Uit verstarring. Uit lamlendigheid. Uit verslagenheid. Om op te staan. Tegen onrecht.

Het gebed als de ruimte waarin het leven zich ontvouwt voor Gods aangezicht

amen

Als het gesprek tussen de generaties stokt…

1 Mrt

Op maandag 19 februari 2018 vond het vijfde gemeentegesprek plaats. Gert Schouten leidde deze avond met als thema ‘Een warme gemeenschap waarin de generaties elkaar verstaan’. Hij is werkzaam voor het landelijk jeugdwerk van de Protestantse Kerk in Nederland, met als specialiteit intergeneratief geloven.

Afbeeldingsresultaat voor free pics young and old hands

In september hadden we Nynke Dijkstra uitgenodigd met de vraag of zij ons een stapje verder zou kunnen helpen om samen met alle generaties geloof te vieren. De vraag aan Gert Schouten was of hij ons zou kunnen helpen om het geloofsgesprek tussen de generaties concreet vorm te geven.

Lukt het nog om verbonden te zijn?

In het eerste deel van de avond schetste  Gert Schouten de problemen waar geloofsgemeenschappen in deze tijd voor staan. Lukt het nog om oprecht met elkaar verbonden te zijn? Enerzijds willen we graag met elkaar verbonden blijven en zoeken we eenheid. Anderzijds zijn de verschillen fors en lijken mensen binnen de gemeenschap vooral op zoek te gaan naar gelijkgestemden.

Tijdgeest

In de geloofsgemeenschap hebben we te maken met de tijdgeest. Dat is de context van ons handelen en is als het ware de lucht die we inademen. Een van de belangrijkste kenmerken van onze tijdgeest is individualisme. Op verschillende manieren werkt dit door. Niet wat je mee hebt gekregen van voorgaande generaties bepaalt je leven, maar wat je er zelf van maakt. In zekere zin is iedereen gericht op zelfontplooiing, en de zelfgemaakte keuzes bepalen je leven. Er is een nadrukkelijke verschuiving in de cultuur merkbaar van ‘wij’ naar ‘ik.

Dat heeft ook gevolgen voor het gesprek tussen de generaties.

Volgens sommige theorieën zijn de volgende generaties te onderscheiden;

De vooroorlogse generatie (1910-1930): plichtsgetrouw, bescheiden, sober. Angst voor schaarste en onzekerheid.

De stille generatie (1931-1940): maakte WOII mee, moest vervolgens Nederland weer opbouwen. Hard werken, zwijgzaam. Verbeterende materiële omstandigheden.

De protestgeneratie (1941-1955): kritisch en onafhankelijk. Veel aandacht voor zelfontplooiing. Idealistisch en hard werkend.

De verloren generatie (1956-1970):tradities kalfden definitief af. Kwaliteit van bestaan wordt belangrijker. Praktisch, relativerend, no-nonsense.

De pragmatische generatie (1971-1985):opgevoed onder uitstekende omstandigheden, vrijheid, sterke stimulansen van ouders. Zelfontplooiing, uitstellen belangrijke keuzes

De grenzeloze generatie (1986 en later): weg zoeken in veelheid van keuzes en onbegrensde hoeveelheid informatie.

Het gesprek tussen de generaties verstomd

In deze tijd lijkt het gesprek tussen de generaties te verstommen. De generaties verstaan elkaar minder, de communicatie verloopt moeizamer en soms ontbreekt interesse in elkaars leefwereld. De ‘protestgeneratie’ houdt vast aan hun overtuigingen en idealen, voor ‘pragmatische generatie’ maakt het minder uit, als het maar werkt, terwijl de jongste generaties nauwelijks meer begrijpen waar de ouderen zich zo druk om maken. “We willen toch allemaal Jezus volgen?”

Verlamming

Gemeenten en kerkenraden voelen zich regelmatig verlamd. Vanuit de onderzoeken naar generaties is dat begrijpelijk. Tot een aantal decennia geleden leefden en geloofden jong en oud binnen een grotendeels gedeeld betekeniskader, met gedeelde overtuigingen en gedragingen, met een vergelijkbare taal om zich in uit te drukken.

In de snelle veranderingen van de afgelopen jaren is dat verdwenen. We begrijpen elkaar soms werkelijk niet meer! En toch willen de verschillende generaties de Heer volgen: als babyboomers op grond van idealen, als ‘verloren generatie’ in nuchterheid, als pragmatici in dynamische vrijheid, als grenzeloze generatie op basis van heldere waarden.

Belang van betekenisgesprek

Hoe kunnen we hier op reageren? Een geloofsgemeenschap wordt gekenmerkt door drie waarden: een eigen cultuur, eigen geloofspraktijken en rituelen, en eigen opvattingen over zingeving. Het gesprek over geloofscultuur en geloofspraktijken loopt vaak vast vanwege de grote kloof tussen de  generaties. Vandaar dat het noodzakelijk is om te beginnen bij de opvattingen over zingeving, bij de vraag naar betekenis. Het verlangen en het zoeken is gebleven. Op dat niveau kunnen de generaties voor elkaar van betekenis zijn en kunnen ze ook tot een vruchtbaar gesprek komen.

Het gesprek in de gemeente zou niet moeten gaan over het wat (wat gaan we doen?) of over het hoe (hoe gaan we iets vorm geven?), maar zou moeten beginnen bij de vraag naar het waarom: waarom doen we iets?

Betekenisgesprekken gaan over onze diepste drijfveren en helpen om elkaar te leren kennen. In een betekenisgesprek gaat het niet over het uitwisselen van meningen, het debatteren over standpunten of het bespreken van verschillende soorten gedrag. In een betekenisgesprek gaat het om de vraag waar die meningen en gedragingen naar verwijzen. In een christelijke gemeenschap verwijzen meningen, standpunten en dergelijke naar de grondlegger van de gemeenschap, Jezus Christus. Hoe wij, als navolgers, zijn woorden begrijpen en interpreteren verschilt – ieder reageert vanuit de eigen context en generatie. Zulke betekenisgesprekken kunnen dan geloofsgesprekken worden, gesprekken over het ‘waarom’ van het geloof in Jezus Christus. Dat vraagt om openheid, eerlijkheid, vertrouwen en veiligheid.

Speeddaten

Het tweede deel van de avond hebben we geoefend met het betekenisgesprek. De aangereikte vorm was het ‘speeddaten’. De aanwezigen (32 personen) werden in tweetallen verdeeld. Vervolgens konden we vijf minuten met elkaar in gesprek aan de hand van een aangereikte vraag. Na vijf minuten schoof een deel van de aanwezigen op, zodat er nieuwe tweetallen ontstonden waarna een volgende vraag werd gesteld. Zo konden we in twintig minuten met een viertal gemeenteleden op een diep niveau in gesprek.

De gesprekken zijn na vijf minuten niet af. Maar het helpt om elkaar een beetje te leren kennen en als we elkaar weer tegenkomen het gesprek voort te zetten. Het was een waardevolle en bemoedigende avond die vraagt om een vervolg.

Ontworteld

26 Jan

Gedachten stromen
door kieren
die zich niet
laten dichten
Een stortvloed aan
woordloos zuchten
woelt en vertroebelt
geen vaste grond meer
Herinneringen
aan wat was
aan wat kon zijn
verdwijnen in de duisternis
van de eindeloze nacht

IMG_20170808_115103(1)