Tag Archives: bemoediging

zeven teksten tegen de duisternis

20 feb

Soms kun je er even helemaal doorheen zitten. Je hebt te maken met teleurstellingen, een gevoel van algehele malaise of met gevoelens van minderwaardigheid. Misschien voel je je schuldig of schaam je je voor jezelf. Misschien heb je geprobeerd om je naar buiten goed voor te doen. Een muurtje om je narigheid heen, een masker voor de mensen om je heen. Nu lukt het niet meer en zit je er even doorheen. Het kan dan donker zijn.

Misschien kunnen deze onderstaande teksten je een zetje in de rug geven. Meditatietechnieken kunnen eventueel helpen om de Bijbelteksten beter te laten landen: kies een vast moment op de dag. Zoek een rustige plek en steek een kaars aan of kijk naar een afbeelding waar je rustig van wordt. Ga rechtop zitten met je voeten stevig op de grond, zodat je de grond goed voelt. Begin de meditatie met het gebed. Lees het Bijbelvers enkele malen rustig na elkaar.

De eerste dag: niet zonder hoop

Gebed: God van licht, vóór alles uit bid ik om uw Geest die ook in tijden van chaos en duisternis haar vleugels beschermend en herscheppend om mij heen wil slaan, zodat ik uw licht mag zien en hoop mag ervaren. Amen

Bijbeltekst: Genesis 1, 3 en 4. God zei: er moet licht komen, en er was licht. En God scheidde het licht van de duisternis.

Afbeeldingsresultaat voor kaarsje

Dit Bijbelvers aan het begin van de Bijbel,  aan het begin van de schepping – nee, het begín van de schepping – is de grond onder onze voeten. Chaos en duisternis hebben niet het laatste woord. Hoop van Godswege is het eerste woord. Dat woord roept de chaos een halt toe. Misschien slaan de golven van het leven over je heen, is het donker geworden en heeft de chaos zich vastgezet in je hoofd en je hart. Maar probeer dit te onthouden: God laat het niet bij de duisternis. “Er moet licht komen”  – en er was licht!

Neem vandaag deze vraag met je mee: wat of wie geeft je hoop?

De tweede dag: beschutting

Gebed: God vol ontferming, in een wereld die soms onbarmhartig is, zoeken we U – met onze levensverhalen waardoor we ons soms verloren en onbeschut voelen. We zoeken U en bidden we om uw beschermende vleugels om ons heen. We bidden in de beschutting van uw Woord om geborgenheid, om uw vrede. Amen

Bijbeltekst: Psalm 61, 3b – 5a  Breng mij op de rots hoog boven mij, U bent altijd mijn schuilplaats geweest, een toren te sterk voor de vijand. Laat mij altijd wonen in uw tent, veilig verscholen onder uw vleugels.

Afbeeldingsresultaat voor onder uw vleugels

Het verlangen naar beschutting, naar een plek waar je veilig benen tot rust kunt komen, kan groot zijn. Juist als je je onbeschermd en kwetsbaar voelt. Op de tweede dag schiep God de hemel. De koepel waar wij onder mogen wonen, de beschutting van Gods liefde waarin we mogen schuilen. Misschien kun je dit niet ervaren, en tonen de gebeurtenissen in je leven het tegendeel aan. Waar is die God dan?! Het is – ook dan – Gods belofte waar we ons aan vast mogen houden. God is onze schuilplaats. Onder zijn vleugels mogen we schuilen.

Neem vandaag deze vraag met je mee: wanneer heb jij je geborgen gevoeld?

De derde dag: grond onder voeten

Bijbeltekst: Psalm 46, 2 – 3 God is voor ons een veilige schuilplaats, een betrouwbare hulp in de nood. Daarom vrezen wij niet, al wankelt de aarde en storten de bergen in het diepst van de zee.

Afbeeldingsresultaat voor rots golven

Het beangstigende van een aardbeving is dat de grond waarop je staat, wankelt. Op dat moment is er geen enkel houvast meer – het fundament stort in. Dat kan ook in psychisch of spiritueel opzicht gebeuren. We meenden houvast te hebben, maar het schudt en wankelt. Zelfs de bergen – die staan toch als een huis?! – storten in zee. Maar, zegt psalm 46, zelfs dan hoef je niet bang te zijn, hoef je niet te vrezen. Het is God die stevig staat als een rots. hij maakte op de derde dag vaste grond onder de voeten. Op die grond mag je staan. Op adem komen. God is een betrouwbare schuilplaats – al wankelt de aarde …

Neem vandaag deze vraag met je mee: waar vind jij vaste grond?

De vierde dag: lichtpuntjes

Bijbeltekst: Psalm 27, 1 De HEER is mijn licht, mijn behoud, wie zou ik vrezen? Bij de HEER is mijn leven veilig, voor wie zou ik bang zijn?

Afbeeldingsresultaat voor zonsopkomst kruis

Het kan donker zijn in je leven. Donker maakt angstig. Het is goed om dan te bedenken dat God de zon, de maan en de sterren heeft geschapen. Juist als het donker wordt, komen de sterren aan het licht. Herinner je dat God zelf het licht is, jouw licht is. In zijn licht mag je op adem komen, rust vinden. Bij God ben je veilig – je hoeft niet bang te zijn.

Neem vandaag deze vraag met je mee: waar zie je lichtpuntjes?

De vijfde dag: verwondering

Bijbeltekst: psalm 8, 4 – 5  Zie ik de hemel, het werk van uw vingers, de maan en de sterren door u daar bevestigd, wat is dan de sterveling dat u aan hem denkt, het  mensenkind dat u naar hem omziet?

Afbeeldingsresultaat voor schepping

Als je moedeloos bent en het zwaar hebt, is het goed om de wandelschoenen aan te trekken en naar buiten te gaan (of om iemand te vragen jou te begeleiden als je niet meer lopen kunt). Regent het? Verwonder je over de druppels. Schijnt de zon? Verwonder je over de zonnestalen. Verwonder je over de schoonheid van de schepping – over de bloemen en het gras. Over de bomen, over de dieren. Zie je met hoeveel zorg de wereld tot stand is gekomen? En die God heeft jou al zijn liefde gegeven. Hij ziet om naar jou, en zijn hart gaat naar jou uit!

Vraag om vandaag mee te nemen: waar verwonder jij je over?

De zesde dag: je bent!

Bijbeltekst (bewerkt): Deut. 32, 10 -12  Hij vond je in een dorre woestijn, in een niemandsland vol van gevaar. Hij omringde je met zorg en met liefdekoesterde je als zijn oogappel. Zoals een arend over zijn jongen waakt en voortdurend erboven blijft zweven, zijn vleugels uitspreidt en zijn jongen daarop draagt, zo heeft de HEER jou geleid, hij alleen: geen andere god stond hem bij.

Afbeeldingsresultaat voor arend

Het is goed om steeds weer te bedenken dat God op de zesde dag de mens heeft geschapen. Eerste schiep Hij de aarde als een huis waar wij als mensen zouden mogen wonen. Hij heeft je met zoveel zorg en met zoveel liefde geschapen. Jouw leven is niet een gevolg van het lot of van toeval, maar jouw leven is bedoeld. Je bent geliefd, en God koestert jou. Jij bent!

Neem deze vraag vandaag met je mee: wat betekent het voor je dat God jou met liefde heeft geschapen en je kostbaar bent in zijn ogen?

De zevende dag: schep rust

Bijbeltekst: Prediker 3, 12 en 13  Ik heb vastgesteld dat voor de mens niets goeds is weggelegd, behalve vrolijk te zijn en van het leven te genieten. Want wanneer hij zich aan eten en drinken te goed doet en geniet van al het goede dat hij moeizaam heeft verworven, is dat een geschenk van God.

Afbeeldingsresultaat voor op het leven

De kroon op de schepping is niet de mens, maar de rustdag. De sabbat. Een dag om te genieten van Gods goede schepping, om tijd te hebben om de Schepper te eren. Misschien herken je wel dat je te druk bent. Juist op de momenten dat je tot rust zou moeten komen, denk je dat je nog weer van alles moet. Neem rust, zegt Prediker. Geniet. Vier het leven. Misschien helpt het om het duister te verdringen en het leven te omarmen. Geniet, je bent bent een geschenk van God.

Vraag om vandaag mee te nemen: waar kun je echt van genieten?

Zeven teksten ter bemoediging

7 feb

De kerken in Nederland staan voor een spannende uitdaging. Hoe kunnen we op een opbouwende manier reageren op de ontwikkelingen die gaande zijn in de cultuur en in de kerk? Arjan Plaisier, scriba van de Protestantse Kerk in Nederland heeft een nota geschreven met als doel het gesprek over de betekenis van de kerk op gang te brengen. Hij verwoordt een realistische en hoopvolle visie. Toch valt het soms niet mee om vol te houden wanneer je de ontwikkelingen die om je heen en misschien ook in jezelf gebeuren tot je door laat dringen. Vandaar deze blog: zeven teksten ter bemoediging als de weg lijkt tegen te vallen.

Zondag 

Lezen: 1 Sam. 3, 1 – 4a De jonge Samuel diende dus de HEER, onder de hoede van Eli. Er klonken in die tijd zelden woorden van de HEER en er braken geen visioenen door. 2 Op zekere nacht lag Eli op zijn slaapplaats. Zijn ogen waren dof geworden, hij kon bijna niet meer zien. 3 Samuel lag te slapen in het heiligdom van de HEER, bij de ark van God. De godslamp was bijna uitgedoofd. 4 Toen riep de HEER Samuel.

Soms voel ik me diep verbonden met Eli. Je doet je best om de religieuze gebruiken door te geven. Je houdt de boel gaande. Maar ondertussen breekt het je bij de handen af. Het lukt niet om het kostbare van het geloof door te geven aan de volgende generaties. Hoe hard je ook je best doet, het lijkt maar niet te lukken om het vuur te ontsteken. Sterker nog, ook bij jezelf gaat het kaarsje langzaam uit. Het wordt donker in de de tempel. Het wordt donker in je binnenste. Juist in zo’n tijd lijkt God je ook nog eens in de steek te laten. God laat zich nauwelijks meer horen en zien. ‘De godslamp was bijna uitgedoofd’.  Dat klinkt bekend. Is er in onze tijd nog ruimte voor God?

Toch is hier veel meer over te zeggen. In oudere vertalingen staat het zo: ‘Nóg was de godslamp niet uit. Daar klinkt een beetje hoop in door. Hoe hopeloos de situatie er ook uit kan zien, hoe weinig inspirerend de tempeldienst ook is, Gods licht laat zich niet doven. Dát nodigt uit tot volhardend en vasthoudend geloven. Los van onze ervaringen, los van onze inspanningen zal Gods licht blijven branden. En de stem van God blijft roepen. Om ons te bemoedigen, om ons weer op te doen staan, om ons weer op weg te helpen. ‘Spreek, Heer, ik wil naar U luisteren’.

Maandag 

Lezen: Genesis 6, 11 – 14a, 22: In Noachs tijd was de aarde in Gods ogen verdorven en vol onrecht. 12 Toen God zag dat de aarde door en door slecht was, dat iedereen een verderfelijk leven leidde, 13 zei hij tegen Noach: ‘Ik heb besloten een einde te maken aan het leven van alle mensen, want door hen is de aarde vol onrecht. Ik ga hen vernietigen, en de aarde erbij. 14 Maak jij nu een ark van pijnboomhout. (…) 22 Noach deed dit; hij deed alles zoals God het hem had opgedragen.

 

Als ik op me in laat werken wat er allemaal in de wereld – en soms ook zo dichtbij – gebeurt, ontneemt het me wel eens de adem. ‘Toen God zag dat de aarde door en door slecht was’. Ja, soms sta ik perplex om de kwaadaardigheid en de drang om de naaste en de aarde te vernietigen. Het zal Noach ook niet ontgaan zijn. Hij was een rechtvaardige, lezen we aan het begin van het hoofdstuk. Zijn manier van leven zal ook wel op weerstand hebben gestuit. Deze Noach wordt niet uitgenodigd om bij de pakken neer te gaan zitten, maar wordt het instrument van redding van de aarde.

Dat zet me aan het denken. Hij krijgt de opdracht om te bouwen. Gewoon te beginnen. Het was volstrekt onduidelijk wat het nut zou zijn. Mensen om hem heen zullen hem voor gek hebben versleten. Hij legde de kritiek naast zich neer, legde uit wat hij aan het doen was en werkte gestaag verder. Een mooie opdracht voor de maandag. Gewoon beginnen te bouwen: onder de zegen van God zal het tot zegen voor anderen zijn.

Dinsdag 

Lezen: 1 Koningen 19, 12 – 14: Na de aardbeving was er vuur, maar de HEER bevond zich niet in dat vuur. Na het vuur klonk het gefluister van een zachte bries. 13 Toen Elia dat hoorde, sloeg hij zijn mantel voor zijn gezicht. Hij kwam naar buiten en ging in de opening van de grot staan, en daar klonk een stem die tot hem sprak: ‘Elia, wat doe je hier?’ 14 Elia antwoordde: ‘Ik heb me met volle overgave ingezet voor de HEER, de God van de hemelse machten, maar de Israëlieten hebben uw verbond met hen naast zich neergelegd, uw altaren verwoest en uw profeten gedood. Ik ben als enige overgebleven, en nu hebben ze het ook op mijn leven voorzien.’

Het is een bijzondere episode in het leven van Elia. Vlak na dat bijzondere optreden van Elia op de Karmel, waarbij God liet zien de levende God te zijn. Misschien hoopte Elia wel dat hij in ere hersteld zou worden. Hoopte hij op een beetje erkenning en op de broodnodige rust. Maar het tegenovergestelde gebeurde. Hij werd met de dood bedreigd. Gedesillusioneerd en wanhopig besloot hij een einde aan zijn leven te maken. Hij liep een dagreis ver de woestijn – dit zou Elia nooit kunnen overleven.

Maar dan gebeurt er iets verrassends. Een engel zet Elia weer op de been. Gesterkt door deze ontmoeting loopt Elia naar de Horeb, de heilige berg van God. Daar brengt Elia zijn klacht en zijn verlangen voor Gods aangezicht. In het gefluister van een zachte bries herkent hij Gods aanwezigheid. Hij mag uitspreken. Hij mag zijn wanhoop en zorgen bij God neerleggen. Het maakt ruimte om Gods stem te horen en weer op weg te gaan.

Woensdag 

Lezen: Johannes 6, 60 – 68: Veel leerlingen die het gehoord hadden zeiden: ‘Dit zijn harde woorden, wie kan daarnaar luisteren?’ 61 Jezus wist wel dat zijn leerlingen protesteerden en zei tegen hen: ‘Ergeren jullie je hieraan? 62 Maar als jullie nu de Mensenzoon zouden zien opstijgen naar waar hij eerst was?63 De Geest maakt levend, het lichaam dient tot niets. Wat ik gezegd heb is geest en leven. 64 Maar sommigen van jullie geloven niet.’ Jezus wist namelijk vanaf het begin wie er niet geloofden en wie hem zou uitleveren. 65 ‘Daarom heb ik jullie gezegd,’ zei hij, ‘dat iemand alleen bij mij kan komen als het hem door de Vader gegeven is.’ 66 Toen trokken veel leerlingen zich terug en gingen niet verder met hem mee. 67 Jezus vroeg nu aan de twaalf: ‘Willen jullie soms ook weggaan?’ 68 Simon Petrus gaf antwoord: ‘Naar wie zouden we moeten gaan, Heer? U spreekt woorden die eeuwig leven geven.

Het moment waarop de mensen Jezus de rug toekeren vind ik altijd weer een aangrijpend moment. De woorden die Jezus spreekt, roepen weerstand op. Het vraagt iets van ons: geloof, de wil om te veranderen, op weg gaan. De opgeroepen weerstand is te groot. Veel leerlingen besluiten dat ze hier niet verder mee kunnen en reizen niet langer met Jezus mee. Mijn eerste reflex is: je kunt die mensen niet zomaar laten gaan, Jezus! In plaats van water in wijn te veranderen, zou je nu misschien wat water bij de wijn kunnen doen. Geef de mensen wat tijd, maar houd ze in ieder geval tegen!

De reactie van Jezus is echter tegenovergesteld. Hij vraagt aan de leerlingen die gebleven zijn: willen jullie niet ook vertrekken? Nee, ze blijven. Ze zijn geraakt en horen woorden die leven met God openen. Eeuwig leven. Dat is waar het om gaat. Op het moment dat we woorden van eeuwig leven horen en door geven, zijn we zout en licht. Een weinig zout maakt de maaltijd smakelijk. Een klein lampje maakt in het donker een wereld van verschil. Niet het aantal lampenhouders of zoutvaatjes verandert de wereld, maar de kwaliteit van het zout en de kracht van het licht.

Donderdag

Lezen: Rechters 7, 1 – 8  1 De volgende morgen vroeg sloeg Jerubbaäl, Gideon dus, met zijn troepen zijn kamp op bij de Charodbron. De Midjanieten lagen iets noordelijker, in de vallei aan de voet van de More. 2 Toen zei de HEER tegen Gideon: ‘Het leger dat je bij je hebt is te groot. Ik lever de Midjanieten niet aan jullie uit, want ik wil niet dat Israël zich erop beroemt dat het zich op eigen kracht heeft bevrijd. 3 Maak daarom bekend dat iedereen die bang is, kan vertrekken en via het bergland van Gilead terug naar huis kan gaan.’ Daarop vertrokken tweeëntwintigduizend man; tienduizend bleven er over. 4 Maar de HEER zei tegen Gideon: ‘Het leger is nog steeds te groot. Laat je manschappen naar het water gaan, daar zal ik voor jou een keus uit hen maken. Ik zal je zeggen wie er met je mee moeten gaan en wie niet.’ 5 Gideon liet de mannen naar het water gaan, en de HEER zei tegen hem: ‘Degenen die het water met hun tong oplikken, zoals honden doen, die moet je apart zetten van degenen die knielen om te drinken.’ 6 Driehonderd man likten het water op met hun tong,  de overigen knielden om te drinken. 7 ‘Met die driehonderd man die het water met hun tong op likten, zal ik jullie bevrijden,’ zei de HEER tegen Gideon. ‘Door hun toedoen zal ik Midjan aan je uitleveren. De rest van het leger kan naar huis terugkeren.’ 8 Gideon hield dus alleen die driehonderd man bij zich en stuurde de rest van de Israëlieten weg, elk naar zijn eigen woonplaats.

Ik gun elke geloofsgemeenschap een eigen Gideonsbende. Kenmerkend is dat het een kleine groep is die uiteindelijk een wereld van verschil zal maken. Wat ze gemeenschappelijk hebben, is dat ze leven in vertrouwen – ze zijn niet bang, niet bevreesd. Steeds weer is dat de kernboodschap van het Evangelie. ‘Wees niet bang’. Dat vertrouwen maakt dat ze bergen kunnen verzetten. Of eigenlijk: door hun vertrouwen kan Gods werk door gaan.

Gideon deed het niet alleen. Een kleine groep trok met hem mee op. Juist de grootte van de groep maakte duidelijk waar het God om te doen was: het uiteindelijke werk zal God doen. Hij bevrijdt, Hij redt. Aan ons de uitnodiging om ons in zijn dienst te stellen.

Vrijdag 

Lezen: Lucas 5, 15 en 16 Maar het nieuws over hem verspreidde zich juist verder, en grote mensenmassa’s verzamelden zich om naar hem te luisteren en zich van hun ziekten te laten genezen. 16 Hijzelf trok zich geregeld terug op eenzame plaatsen om er te bidden.

Vandaag neem ik de tijd om de stilte op te zoeken, God te danken voor zijn zorg en nabijheid in de afgelopen dagen. Vandaag zoek ik de stilte om te bidden om Gods kracht en bemoediging.

Zaterdag 

Lezen: psalm 36, 6 – 10 

6  HEER, hoog als de hemel is uw liefde,

tot in de wolken reikt uw trouw,

7 uw gerechtigheid is als de machtige bergen,

uw rechtvaardigheid als de wijde oceaan:

u, HEER, bent de redder van mens en dier.

8 Hoe kostbaar is uw liefde, God!

In de schaduw van uw vleugels schuilen de mensen,

9 zij laven zich aan de overvloed van uw huis,

u lest hun dorst met een stroom van vreugden,

10 want bij u is de bron van het leven,

door úw licht zien wij licht.

Op zoek naar bemoediging is het goed om de tijd te nemen om tot rust te komen. In deze prachtige psalm zingt de dichter over Gods liefde en trouw. Dát is het fundament onder ons bestaan, de steun in de rug, de richting om te gaan. Het is goed om de tijd te nemen om op adem te komen en op te ademen. Om los te komen van de druk die we onszelf opleggen of die de samenleving ons oplegt. Het is van belang om te mogen schuilen onder Gods vleugels. Om af te stemmen op zijn Adem. Uiteindelijk gaat het niet om onze inspanningen, maar om het licht van God. Als we ons richten op Gods licht, zien we het licht.