Tag Archives: bijbel

Verwarrend, schadelijk en heilzaam – vergeving na misbruik

7 Jul

Dit artikel is verschenen in het themanummer van Speling (2017/2) over vergeving. 

Spreken over vergeving in de context van seksueel misbruik is een hachelijke onderneming. Voor mensen die te maken hebben gehad met seksueel misbruik is het zelden ondersteunend of heilzaam wanneer een gesprekspartner over vergeving begint. Vaak is er een verwarrende kluwen van gedachten, emoties en verwachtingen. Verschillende recente onderzoeken (1) laten zien dat vrouwen die slachtoffer zijn geworden van seksueel misbruik grote moeite hebben met vergeving. Enerzijds ervaren zij van omstanders een sterke claim te moeten vergeven, terwijl zij anderzijds niet in staat zijn of om welke reden dan ook niet bereid zijn om te vergeven.
Vergeving is echter een van de belangrijkste thema’s in het christelijk geloof. In de liturgie, het onze Vader en in de geloofsleer worden we bepaald bij de vergeving van God en worden we opgeroepen zelf ook tot vergeving te komen. Diverse auteurs (2) zijn ervan overtuigd dat vergeving heilzaam en noodzakelijk is, ook in situaties van seksueel misbruik.
In dit artikel wil ik allereerst de spagaat die slachtoffers van seksueel misbruik kunnen ervaren in het spreken over seksueel misbruik verkennen. Waardoor wordt het spreken over vergeving schadelijk en kwetsend? Vervolgens wil ik beschrijven onder welke voorwaarden vergeving heilzaam kan zijn voor mensen die verhalen van seksueel misbruik met zich meedragen.

e715d-kaars2bbrand

In wiens belang?
‘Het eerste dat me gevraagd werd, was of ik de dader al vergeven had’. Mijn gesprekspartner is in een christelijke omgeving grootgebracht. Helaas bleek deze omgeving voor haar niet veilig. Als jonge tiener werd zij door twee familieleden misbruikt. Toen zij hulp zocht bij de jongerenwerker, maakte ook hij zich schuldig aan seksueel misbruik. Voor haar was duidelijk dat niemand te vertrouwen was. Ze had geen andere keuze dan de verhalen van misbruik diep in haar zelf weg te stoppen.
Jaren later, als zij haar leven op orde lijkt te hebben, stort ze in. Haar voortdurende onzekerheid, haar minderwaardigheidsgevoelens en haar perfectionisme eisen hun tol. In therapie komen de verhalen van misbruik aarzelend aan het licht. De oorzaak van haar psychische problemen blijkt in het misbruik te liggen. Voorzichtig begint ze mensen in haar omgeving te vertellen over het misbruik dat in haar jeugd heeft plaatsgevonden. ‘Het deed me zeer dat er gelijk naar vergeving werd gevraagd. Het vergrootte mijn eenzaamheid.’ Deze vraag naar vergeving ervaart mijn gesprekspartner als een poging om haar het zwijgen op te leggen. Zand erover. Er is geen ruimte meer voor haarzelf, om haar verhaal te vertellen. Het gesprek is verschoven van de erkenning van de pijn en gekwetstheid in haar levensverhaal naar vergeving. Omdat zij hier moeite mee heeft, voelt zij zich aangevallen, waardoor zij zich opnieuw terugtrekt in zichzelf.

Zeker binnen een christelijke context blijkt het verhaal van mijn gesprekspartner geen uitzondering. Het roept de vraag op waarom zo snel vergeving ter sprake wordt gebracht. Zou het niet meer voor de hand liggen om schrik, verbijstering en woede te delen? Zou het logischer zijn om te zoeken hoe slachtoffers gesteund kunnen worden in het onder woorden brengen en herstellen van het aangedane onrecht. Een eerste stap op de weg van herstel is het doorbreken van het geheim. Wanneer derden in vertrouwen worden genomen en aan het verhaal woorden worden gegeven, kan een begin gemaakt worden met het toe-eigenen van het verhaal. Vaak valt er een last van de schouders.
Tegelijkertijd ontstaat er nieuwe dynamiek bij de omstanders. Zij horen het verhaal voor het eerst. Misschien waren er vermoedens, maar hoe dan ook, nu het verhaal is uitgesproken, kunnen de omstanders geschokt en verbijsterd zijn. Het verhaal van seksueel misbruik dat zo dichtbij plaatsvindt, verbrijzelt de illusie van de veilige familie of gemeenschap. Voor de omstanders ontstaat er een dilemma: het uithouden bij de verhalen van het slachtoffer vergroot immers ook het besef van verscheurde relaties en van onveiligheid in de eigen families en geloofsgemeenschappen. Vergeving lijkt een uitweg te bieden. Als het slachtoffer tot vergeven kan komen, kan de harmonie in de gemeenschap hersteld worden. Het betekent echter dat de pijn van het slachtoffer niet onder ogen wordt gezien en zij dus wordt ontkend.

Daar komt bij dat allerlei onderzoeken naar prevalentie aantonen dat seksueel misbruik opmerkelijk veel voorkomt (3). Hoewel inmiddels bekend is dat de gevolgen van seksueel misbruik diep ingrijpend kunnen zijn (4), blijft het moeilijk voor slachtoffers om hun verhaal te kunnen vertellen. Dit betekent dat het geweld diep in onze samenleving verankerd is. Als er zoveel mensen te maken hebben gehad met seksueel geweld, moeten we ook constateren dat veel mensen zich schuldig maken aan geweld. Het betekent dat we vragen moeten stellen aan onze cultuur, onze taal en onze gewoonten. Waar faciliteert onze manier van leven seksueel misbruik? Waar worden in onze families en geloofsgemeenschappen slachtoffers hun stem ontnomen?
Een veel voorkomende reactie op de bedreigende impact van verhalen van misbruik is om deze verhalen zo snel mogelijk van hun aanklacht te ontdoen en om het evenwicht weer te herstellen.

Wanneer vergeving ter sprake komt, is het noodzakelijk om eerst de vraag te stellen in wiens belang vergeving is op dit moment? Hebben we allereerst het belang van het slachtoffer op het oog of proberen we zo snel mogelijk om de harmonie in de familie of geloofsgemeenschap te herstellen?.

Interne verwarring
Het eerste dat het spreken over vergeving in de context van seksueel misbruik dus lastig maakt, zijn de soms tegenovergestelde belangen die achter de vraag naar vergeving schuil kunnen gaan. Het tweede dat het spreken over vergeving moeilijk maakt, is het verwarren van schuld, schuldgevoel, minderwaardigheid en zonde met elkaar (5).
Schuld veronderstelt verantwoordelijkheid. Er liggen concrete handelingen aan ten grondslag: iemand heeft een ander iets aangedaan. Schuld dient onderscheiden te worden van schuldgevoel. Schuldgevoel kan een overlevingsstrategie zijn om de illusie in stand te houden dat de ongewenste situatie of gebeurtenis anders zou kunnen zijn geweest of voorkomen had kunnen worden als het slachtoffer anders had gehandeld. Het schuldig voelen is een copingmechanisme om om te gaan met de machteloosheid en hulpeloosheid die horen bij het ondergaan van geweld. De gedachte schuldig te zijn herstelt het gevoel van veiligheid omdat het lijkt alsof je toch controle hebt over de situatie. ‘Als ik nu toch niet in mijn eentje over straat was gegaan?’ ‘Als ik nu eens een broek in plaats van een rok had aangedaan?’
De prijs is echter hoog. Het schuldgevoel bevestigt de gevoelens van minderwaardigheid en van slecht zijn, die een direct gevolg zijn van het seksueel misbruik. Het woord ‘zonde’ haakt aan bij dit gevoel, waardoor het theologische begrip ‘zonde’ verward wordt met het psychologische begrip ‘schuldgevoel’. De schuldgevoelens gaan echter niet terug op concrete schuldige handelingen, waardoor het kerkelijk spreken over Gods vergeving geen verlichting brengt, maar slachtoffers nog meer bij hun gevoel van minderwaardigheid en slechtheid kan bepalen.

Wat de verwarring rond vergeving voor slachtoffers van seksueel misbruik vergroot, is dat het kerkelijk spreken over schuld, zonde en vergeving meer aansluit bij de behoefte van daders dan van slachtoffers.

Het ‘vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren’ is door veel slachtoffers niet of nog niet mee te bidden, en versterkt het gevoel dat ze tegenover God tekort schieten. Voor daders daarentegen is de voortdurende aanzegging van Gods genade, zegen en vergeving een te gemakkelijke weg om voor hun schuldbesef (indien al aanwezig) een oplossing te vinden. Dit effect van gangbare godsdienstige taal levert bij veel slachtoffers ernstige frustratie op (6).

Slachtoffers zoeken naar erkenning van wat hen is aangedaan en ruimte voor hun levensverhaal. Een belangrijk gespreksthema is het ontwarren van de schuldvraag. Wie is verantwoordelijk voor het misbruik? Slachtoffers kunnen de ervaring met zich meedragen klem te zitten in de gevolgen van het seksueel misbruik. Waar zij bij gebaat zijn, is om te horen over gerechtigheid, het oog hebben voor de gekwetste en kwetsbare mens, oordeel en recht doen.

De kracht van vergeven
Voordat over de helende werking van vergeving gesproken kan worden, is het dus noodzakelijk om eerst bovengenoemde thema’s te ontwarren. Tegelijkertijd is het ook van belang om oog te hebben en te houden voor de heilzame werking van vergeving (7).
Fortune (8) betrekt vergeving op het genezingsproces van het slachtoffer. Volgens haar is vergeving het loslaten van de voortdurende aanwezigheid van het trauma. Vergeving is volgens haar een manier om afstand te nemen van de passieve slachtofferrol. Deze visie past bij de omschrijving van vergeving door Ganzevoort (9): ‘vergeven is het erkennen van de schuld van de dader en het afzien van recht op wraak of vergelding’. Het Griekse woord voor vergeven betekent ‘losmaken’. Door te vergeven wordt de band tussen dader en slachtoffer doorgesneden. Woede, haat en bitterheid zijn logische reacties op onrecht, maar houden in zekere zin het slachtoffer ook gevangen. Door te haten blijft het slachtoffer verbonden met de dader. In die zin is leren vergeven uiteindelijk heilzaam.
Vergeven is in deze benadering de laatste stap in het genezingsproces. Het vraagt om ruimte het hele verhaal uit te mogen vertellen. Het vraagt om tijd om te kunnen erkennen hoe het seksueel misbruik het slachtoffer beschadigd en gekwetst heeft, ook op de lange termijn. Het vraagt om het besef dat de processen van slachtoffer, dader en omstanders niet gelijktijdig verlopen en dat als het om vergeving gaat, altijd het tempo van het slachtoffer gevolgd moet worden. Het vraagt om het herstel van autonomie van het slachtoffer en het herstel van gelijkwaardigheid in de machtsverhoudingen (10).

Vergeven moet?
Toch blijft de vraag of de weg van vergeving voor slachtoffers de meest zinvolle en genezende weg is. Uit praktijkverhalen blijkt dat slachtoffers vaak het losmaken van de band met de dader als heilzaam herkennen, maar tegelijkertijd dit niet als vergeven benoemen. Het afzien van het recht op vergelding roept ook vragen op. Seksueel misbruik is een misdaad. Hoe verhoudt deze visie op vergeven zich tot recht doen? Daarnaast blijkt uit het onderzoek van Balk-van Rossum (11) dat er geen significante veranderingen optreden als gevolg van het proces van vergeven. De theorie over vergeven in situaties van seksueel misbruik lijkt dus problematischer dan verondersteld wordt.

Wat betekent dit voor slachtoffers van seksueel misbruik en vergeven? Allereerst is het goed om te beseffen dat slachtoffers van seksueel misbruik het gevoel kunnen hebben dat zij in een spagaat raken wanneer vergeven ter sprake komt. Aan de ene kant is er de kennis dat vergeven in psychologische zin helend kan zijn, versterkt door het besef dat in de christelijke traditie de weg van vergeving min of meer de norm is. Aan de andere kant is het vergeven van de daders alleen aan de slachtoffers voorbehouden, op hun eigen tijd, volgens hun eigen regie.
Daarnaast is het de vraag of vergeving de enige Bijbelse weg is om bevrijd te worden van de beklemming van de dader. Juist in het gesprek met mensen die te maken hebben gehad met seksueel misbruik is het van belang om meer pastorale bagage mee te nemen dan alleen de weg van vergeven.

Alexander Veerman (1970), dr. Praktische Theologie, predikant te Vriezenveen (PKN), trauma-dominee.

————

(1) A.W. Balk-van Rossum, De rol van godsbeelden in de levensverhalen van vrouwen met een incestervaring Ede, 2017; C. Van den Berg-Seiffert Ik sta erbuiten – maar ik sta wel te kijken Zoetermeer, 2015
(2) Zie bijvoorbeeld: R.R. Ganzevoort ‘Vergeving moet. Maar het maakt wel uit hoe.’ In: in: R.R. Ganzevoort e.a., Vergeving als opgave. Psychologische realiteit of onmogelijk ideaal? Tilburg 2003, 17-33; K. Demasure Als de draad gebroken is. Zingeving en pastorale zorg na seksueel misbruik. Leuven 2005; M.M. Fortune ‘Forgiveness the last step’ In C.J. Adams and M.M. Fortune eds Violence against women and children New York 1995 201-207
(3) Inmiddels zijn er veel onderzoeken gedaan naar prevalentie van misbruik in het algemeen en onderzoeken naar specifieke doelgroepen (bijvoorbeeld: misbruik in instellingen en jeugdzorg, misbruik door hulpverleners, misbruik van mensen met een beperking, misbruik binnen de sport). Wat al deze onderzoeken gemeenschappelijk hebben, is dat het nooit meevalt. De cijfers verschillen van 1 op de 3 ondervraagden tot 1 op de 10 die in hun leven te maken hebben gehad met seksueel misbruik.
(4) Zie bijvoorbeeld: J. Herman Trauma en herstel. De gevolgen van geweld van mishandeling thuis tot politiek geweld Amsterdam 1995; B. Van der Kolk Traumasporen. Het herstel van lichaam, brein en geest na overweldigende ervaringen Eeserveen 2016
(5) Balk-van Rossum, De rol van godsbeelden p. 491                                                                      (6) R.R. Ganzevoort en A.L. Veerman Geschonden lichaam. Pastorale gids voor gemeenten die geconfronteerd worden met seksueel geweld Zoetermeer 2000 p. 79
(7) Zie bijvoorbeeld: H. Stoorvogel en J. Lasonder: Jane. Kampen 2013
(8) Fortune ‘Forgiveness the last step’ p. 201
(9) R.R. Ganzevoort ‘Klem tussen schuld en vergeving. Rol en recht van het slachtoffer’. (10) In Houtman, C. e.a. (Red.) Ruimte voor vergeving. Kampen 1998, pp. 147-158. (p. 156)
Vergelijk: F.W. Greene ‘Structures of forgiveness in the New Testament’ In: C.J. Adams and M.M. Fortune eds Violence against women and children New York 1995 pp. 121-135 (11) Balk-van Rossum, De rol van godsbeelden p. 501

 

Advertenties

Voltooid leven

16 Mrt

Voor de tweede keer organiseert de Ontmoetingskerk Vriezenveen in samenwerking met de Vriezenhof een serie van vier seniorenmiddagen. Op deze middagen komen thema’s aan bod die vaak in pastorale gesprekken naar voren komen. De eerste bijeenkomst over ‘omgaan met tegenslagen’ was goed ontvangen. Dat was merkbaar in de toegenomen belangstelling voor de tweede middag van deze kring. Misschien had het ook te maken met het thema Voltooid leven. In ieder geval hadden we met 30 deelnemers opnieuw een goed gevulde zaal.

Afbeeldingsresultaat voor dovende kaars gratis afbeelding

Wat al snel duidelijk werd, is dat het thema voltooid leven de gemoederen bezig houdt. Het raakt aan andere thema’s, zoals euthanasie, de vraag naar wel of niet reanimeren, omgaan met beperkingen en zinvol leven. Deze emotionele thema’s vragen om goede aandacht: een luisterend oor en adequate voorlichting. Wat lastig is, is dat het gesprek over voltooid leven mede wordt  beïnvloed en verstoord door de economisering van ziekte en ouderdom. Het benadrukken van de kosten van ouderen en zieken, alle hervormingen in de zorg en de overbelasting van mantelzorgers roepen bij de aanwezigen zorg op over hun plaats in de samenleving.

De vraag om voltooid leven te honoreren maakt een pijnlijke en verdrietige thematiek zichtbaat, en dat is winst. Het is goed en waardevol dat deze verhalen aan het licht mogen komen. In het gesprek kwamen de volgende punten naar voren:

Allereerst is het noodzakelijk om te luisteren naar de verhalen van mensen die leven met een doodswens. Het lijden dat zij met zich meedragen mag nooit gebagatelliseerd worden. Wat hierin moet worden meegewogen, is dat de medische wetenschap zich enorm ontwikkelt. Er is zoveel mogelijk en er zijn zoveel keuzes te maken dat de consequenties vaak moeilijk te overzien zijn. De vraag dringt zich op of mensen nog mogen sterven.

In de tweede plaats blijken er vaak ook levensvragen mee te spelen in het verlangen om te mogen sterven. Het raakt aan vragen over identiteit, betekenis en verbondenheid. Een vermoeden is dat een identiteit die ligt in wat we doen of wat we hebben kwetsbaarder is dan een identiteit die ingebed is in wie je bent en met wie je bent.

In de derde plaats zou er meer ruimte moeten zijn om lijden, tegenslagen en beperkingen een plek te geven. Levenskunst is niet het voorkomen van lijden, maar het omgaan hiermee. De diepere vreugde wordt juist gevonden in het verhouden tot en het uithouden in de schaduwkant van het leven.

In de derde plaats kan de Bijbel handvatten aanreiken om iets van verbondenheid te ervaren en om de eigen identiteit te herijken. Wel is het goed om op te merken dat Bijbelteksten niet het antwoord kunnen geven op het lijden of op de ervaren zinloosheid van het moment. Dat vraagt om nabijheid en om een oprecht en aandachtig luisterend oor.

Een tekst die tot nadenken stemt is Johannes 10, 10: “Ik [Jezus] geef het leven in al zijn volheid. Het nodigt uit om na te denken over wat het volle leven is. Daarnaast zou de Bijbelse gedachte dat onze identiteit in Christus ligt, stevigheid kunnen geven. In de Bijbel klinkt steeds opnieuw Gods stem die ons aan het licht roept, en ons herinnert aan onze bestemming. Gods liefde zet ons op het spoor van aanvaarding.

 

 

 

Vijf lessen van Zacheüs

14 Mrt

Laat ik eerlijk zijn. Zacheüs lijkt niet direct de meest inspirerende of sympathieke persoonlijkheid uit de Bijbel. Hij werkte voor de Romeinse bezetter en verdiende daar goed aan. Hij inde voor hen de belastingen, maar had er geen enkele moeite mee om een flink bedrag in zijn eigen zak te steken. Logisch dat iedereen in Jericho liever met een boog om Zacheüs heen liep. Achter zijn rug om werden er vast veel grappen over hem gemaakt. Hij was namelijk nogal klein van stuk. En daar kwam bij dat de Joodse leiders een scherpe oordeel hadden over dat soort mensen.

Afbeeldingsresultaat voor boom israel

Nee, in Jericho waren ze hem liever kwijt dan rijk. Als Jezus echter door Jericho heen trekt, ziet Hij hem wél zitten. Sterker nog, Jezus roept hem bij zijn naam. ‘Zacheüs – vandaag wil ik bij jou langs komen!’ Zou Zacheüs Hem durven toelaten in zijn levenshuis?

Misschien voelt niemand zich verwant met Zacheüs, maar ik denk dat we allemaal een beetje op hem lijken. We kunnen deze vijf lessen leren van dit Bijbelverhaal:

1. Verstoppen is menselijk … 

Het lukt Zacheüs niet om in de buurt van Jezus te komen. Hij is te klein en de mensen hebben geen zin om voor hem opzij te gaan. Om toch een glimp van Jezus op te vangen, verstopt hij zich in een boom. Niemand die hem ziet, niemand die hem mag zien.

Ergens is dat herkenbaar. Misschien heb je, net als Zacheüs, geen schone lei. Je hebt dingen gedaan waar je je voor schaamt. Het gaat met je mee als een geheim. Wat kun je anders doen dan je verstoppen – in ieder geval figuurlijk? Voordat iemand er achter komt wie je echt bent.

Misschien zijn jou dingen aangedaan en draag je de breuken en butsen van het leven met je mee. Wat kun je je kwetsbaar en klein voelen. Je hebt geleerd om een muur om je hart heen te bouwen en maskers te dragen. Stel dat iemand ziet hoe je je echt van binnen voelt?

In die boom van Zacheüs is het druk. We verstoppen ons – helemaal of een deel van ons binnenste. Bang om ons te laten zien, bang wat anderen van ons vinden.

2. In de boom blijf ik de veilige toeschouwer …  

Zacheüs is in de boom geklommen, omdat hij het verlangen voelde om Jezus te zien. Maar omdat hij zich schuldig voelt of zich schaamt, blijft hij op afstand. Ergens wil hij kennis maken met die wonderlijke Jezus. Er doen allerlei verhalen de ronde: mensen die genezen zijn. Mensen die weer op de been zijn geholpen. Mensen die toekomst hebben ervaren. Mensen van wie de zonden zijn vergeven.

Zou Zacheüs daar misschien naar verlangen? Om gezien te worden. Als mens. Om een nieuwe kans te krijgen? Hij blijft echter op veilige afstand. Een toeschouwer. Geen deelnemer.

Zoals het kind op het schoolplein verlangend naar de andere kinderen kijkt en zo graag mee zou doen. Maar het maakt zich klein bij het hek en wacht.

3. Jezus ziet je zitten en roept je bij je naam

Het evangelie gebeurt in de ontmoeting tussen Jezus en Zacheüs. Hij zit daar verstopt, probeert op veilige afstand te blijven, maar Jezus ziet hem zitten. Hij roept Zacheüs. Hij roept niet: ‘He, tollenaar’.  Hij roept niet: ‘He, slachtoffer’ of ‘Chronisch zieke ‘ of ‘Buitenlander’ of  … Hij roept je bij je naam. Jezus doorbreekt patronen. Hij ziet niet de daden, de kwetsbaarheid of de tekorten, maar de mens. Jou.

Erkenning van wie je bent. Erkenning van je levensverhaal. Al aan het begin van de Bijbel, in Genesis 3, klinkt de roepende God: ‘Mens, waar ben je?’ We worden bij onze naam geroepen en aan het licht gebracht.

Zijn roep gaat gepaard met een spannende vraag: ‘Kan ik bij jou verblijven’. Ben je bereid jouw levenshuis voor Jezus te openen en Hem binnen te nodigen?

4. Het vraagt moed om Jezus te ontvangen

Wat moet het een spannend moment zijn geweest voor Zacheüs. Het moment dat Jezus stopte, omhoog keek en hem bij name riep. Zie je al die mensen kijken? Zie je hoe ze hun mening al klaar hebben? ‘Die Zacheüs, in een boom?!’ Zou Zacheüs niet een eerste neiging hebben gehad om nog verder weg te duiken?

Hij klimt echter uit de boom, en neemt Jezus mee naar zijn huis. Voel je de opluchting van Zacheüs? Merk je hoe genezend het is dat Jezus hem erkenning geeft, hem ziet en bij name noemt?

Het is die genezende aanwezigheid van Jezus waardoor Zacheüs helemaal verandert. Bekering. Totale ommekeer. De ontmoeting met Jezus maakt van Zacheüs een ander mens. Hij gaat iedereen die geleden heeft onder zijn dwingende manier van belasting innen compenseren.

Wat verandert er bij jou, als Jezus in jouw levenshuis mag verblijven?

5. Schort je oordeel op 

Tot slot is dit Bijbelverhaal een les aan Jericho, een les aan mij als omstander. Hoe snel heb ik mijn mening niet klaar? Hoe snel spreek ik niet over anderen? Hoe snel oordelen we niet over elkaar.

Voor je het weet, is de ander niet meer dan jouw oordeel. Wordt h/zij klein gemaakt door wat de buurt, de groep, de kerk van hem/haar vindt.

Jezus geeft ons een les. Iemand valt niet samen met zijn daden, met zijn beperkingen, met zijn kwetsbaarheid. Zie de mens.

Die erkenning geeft de ander de ruimte om te keren. Als gemeenschap kunnen we de oorzaak zijn dat mensen zich wel moeten verstoppen, omdat wij ze niet willen zien en niet willen erkennen. We kunnen echter ook Gods licht doorgeven door die ander bij zijn naam te noemen en aan het licht te brengen.

Omgaan met tegenslagen

24 Feb

Gisteren (23 februari 2017) was de eerste bijeenkomst van de seniorenkring van dit seizoen. Deze kring is een mooie samenwerking tussen de Vriezenhof (het woonzorgcentrum in Vriezenveen) en de Ontmoetingskerk. We komen samen in een van de zalen van de Vriezenhof, en de deelnemers komen uit de Vriezenhof zelf, de aanleunwoningen en uit de kerkelijke gemeente.

Het thema was ‘omgaan met tegenslagen’. Als opening lazen we psalm 23, een bekende en aansprekende psalm van David. Met name de zin ‘Al gaat mijn weg door een donker dal, ik vrees geen gevaar, want U bent bij mij’ bepaalde ons bij de vraag: hoe gaan we om met tegenslagen? Is God dan een kracht of roept geloof juist vragen op?

Image result for storm

David

Het levensverhaal van David kleurt de weg door het donkere dal in. In die ervaringen komt hij ook dicht bij onze levensverhalen. David heeft te maken gehad met doodsangst, met verraad, met verlies van dierbaren en met schuld. Hij heeft weet van machteloosheid, van schaamte en van schuld – en van de God van recht en van genade.

Bijbelse hulpbronnen

In de Bijbel zijn verschillende lijnen te herkennen die ons kunnen helpen om een weg te vinden in de tegenslagen van het leven.

(Her)schepping

De eerste lijn die de Bijbel aanreikt is die van (her)schepping. Wanneer we dierbaren moeten loslaten of als gezondheid niet meer vanzelfsprekend is, als we met teleurstellingen te maken krijgen, kan het scheppingsverhaal helpen om weer houvast en hoop te vinden.

De aarde was woest en doods – zo kan het leven ook voelen: wat rest zijn chaos en de golven die ons overspoelen. Een oervloed die ons de adem ontneemt. Maar we lezen in de Bijbel dat zelfs in die chaos de Geest van God aanwezig is. En dan spreekt God. Zijn Woord weerspreekt de chaos en schept vaste grond en toekomst.

Doortocht

Een tweede lijn is het verhaal van de uittocht van het volk Israël. Tegenslagen kunnen je gevangen en klem zetten. Je weet niet meer hoe je verder moet met je leven. Het is God die ons roept en wegtrekt uit de beklemming en op ons weg brengt naar het Beloofde Land. Het volk Israël is nog maar een paar dagen op weg, als ze opnieuw klem komen te zitten. Het water van de Rode Zee maakt verder gaan onmogelijk, maar ondertussen komen de Egyptenaren, de spoken uit het verleden alweer als een bedreigende macht op hen af. zo kan het zijn als je probeert los te komen van gebeurtenissen die je neerdrukken en klem zetten. Maar dan maakt God een weg waar geen weg was. Dwars door de Rode Zee. Dwars door het water van nood en dood.

Ballingschap 

Een derde lijn is het verhaal van het volk Israël in ballingschap. Het volk is weggevoerd uit het Beloofde Land en leeft als vreemdeling in een ver en vijandig land. Wat verlangen de Israëlieten om terug te mogen keren. De profeet Jeremia heeft echter een andere boodschap: jullie moeten hier huizen bouwen en je vestigen. De ballingschap is onafwendbaar en moet geaccepteerd worden. Zo kan ons leven zijn. We maken dingen mee of moeten omgaan met situaties die onomkeerbaar zijn. Er volgt geen herschepping of bevrijding. We moeten onder ogen zien wat ons gebeurt en dat accepteren. Maar ook dan is daar de belofte dat God met ons mee zal gaan.

Nieuwe hemel en nieuwe aarde

Een laatste lijn, tenslotte, is het visioen van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Paulus schrijft dat het lijden van deze tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid die ons te wachten staat. In het laatste Bijbelboek lezen we hoe God onder ons wil wonen en ons de tranen van de ogen wist. Een liefdevol en zorgzaam gebaar, oprechte troost.

Deze verhalen kunnen ons helpen om een weg te zoeken in de tegenslagen van het leven. In het gesprek dat volgde, was er ruimte om persoonlijke ervaringen uit te wisselen en vragen te stellen. Een waardevolle en bemoedigende ontmoeting.

zeven teksten tegen de duisternis

20 Feb

Soms kun je er even helemaal doorheen zitten. Je hebt te maken met teleurstellingen, een gevoel van algehele malaise of met gevoelens van minderwaardigheid. Misschien voel je je schuldig of schaam je je voor jezelf. Misschien heb je geprobeerd om je naar buiten goed voor te doen. Een muurtje om je narigheid heen, een masker voor de mensen om je heen. Nu lukt het niet meer en zit je er even doorheen. Het kan dan donker zijn.

Misschien kunnen deze onderstaande teksten je een zetje in de rug geven. Meditatietechnieken kunnen eventueel helpen om de Bijbelteksten beter te laten landen: kies een vast moment op de dag. Zoek een rustige plek en steek een kaars aan of kijk naar een afbeelding waar je rustig van wordt. Ga rechtop zitten met je voeten stevig op de grond, zodat je de grond goed voelt. Begin de meditatie met het gebed. Lees het Bijbelvers enkele malen rustig na elkaar.

De eerste dag: niet zonder hoop

Gebed: God van licht, vóór alles uit bid ik om uw Geest die ook in tijden van chaos en duisternis haar vleugels beschermend en herscheppend om mij heen wil slaan, zodat ik uw licht mag zien en hoop mag ervaren. Amen

Bijbeltekst: Genesis 1, 3 en 4. God zei: er moet licht komen, en er was licht. En God scheidde het licht van de duisternis.

Afbeeldingsresultaat voor kaarsje

Dit Bijbelvers aan het begin van de Bijbel,  aan het begin van de schepping – nee, het begín van de schepping – is de grond onder onze voeten. Chaos en duisternis hebben niet het laatste woord. Hoop van Godswege is het eerste woord. Dat woord roept de chaos een halt toe. Misschien slaan de golven van het leven over je heen, is het donker geworden en heeft de chaos zich vastgezet in je hoofd en je hart. Maar probeer dit te onthouden: God laat het niet bij de duisternis. “Er moet licht komen”  – en er was licht!

Neem vandaag deze vraag met je mee: wat of wie geeft je hoop?

De tweede dag: beschutting

Gebed: God vol ontferming, in een wereld die soms onbarmhartig is, zoeken we U – met onze levensverhalen waardoor we ons soms verloren en onbeschut voelen. We zoeken U en bidden we om uw beschermende vleugels om ons heen. We bidden in de beschutting van uw Woord om geborgenheid, om uw vrede. Amen

Bijbeltekst: Psalm 61, 3b – 5a  Breng mij op de rots hoog boven mij, U bent altijd mijn schuilplaats geweest, een toren te sterk voor de vijand. Laat mij altijd wonen in uw tent, veilig verscholen onder uw vleugels.

Afbeeldingsresultaat voor onder uw vleugels

Het verlangen naar beschutting, naar een plek waar je veilig benen tot rust kunt komen, kan groot zijn. Juist als je je onbeschermd en kwetsbaar voelt. Op de tweede dag schiep God de hemel. De koepel waar wij onder mogen wonen, de beschutting van Gods liefde waarin we mogen schuilen. Misschien kun je dit niet ervaren, en tonen de gebeurtenissen in je leven het tegendeel aan. Waar is die God dan?! Het is – ook dan – Gods belofte waar we ons aan vast mogen houden. God is onze schuilplaats. Onder zijn vleugels mogen we schuilen.

Neem vandaag deze vraag met je mee: wanneer heb jij je geborgen gevoeld?

De derde dag: grond onder voeten

Bijbeltekst: Psalm 46, 2 – 3 God is voor ons een veilige schuilplaats, een betrouwbare hulp in de nood. Daarom vrezen wij niet, al wankelt de aarde en storten de bergen in het diepst van de zee.

Afbeeldingsresultaat voor rots golven

Het beangstigende van een aardbeving is dat de grond waarop je staat, wankelt. Op dat moment is er geen enkel houvast meer – het fundament stort in. Dat kan ook in psychisch of spiritueel opzicht gebeuren. We meenden houvast te hebben, maar het schudt en wankelt. Zelfs de bergen – die staan toch als een huis?! – storten in zee. Maar, zegt psalm 46, zelfs dan hoef je niet bang te zijn, hoef je niet te vrezen. Het is God die stevig staat als een rots. hij maakte op de derde dag vaste grond onder de voeten. Op die grond mag je staan. Op adem komen. God is een betrouwbare schuilplaats – al wankelt de aarde …

Neem vandaag deze vraag met je mee: waar vind jij vaste grond?

De vierde dag: lichtpuntjes

Bijbeltekst: Psalm 27, 1 De HEER is mijn licht, mijn behoud, wie zou ik vrezen? Bij de HEER is mijn leven veilig, voor wie zou ik bang zijn?

Afbeeldingsresultaat voor zonsopkomst kruis

Het kan donker zijn in je leven. Donker maakt angstig. Het is goed om dan te bedenken dat God de zon, de maan en de sterren heeft geschapen. Juist als het donker wordt, komen de sterren aan het licht. Herinner je dat God zelf het licht is, jouw licht is. In zijn licht mag je op adem komen, rust vinden. Bij God ben je veilig – je hoeft niet bang te zijn.

Neem vandaag deze vraag met je mee: waar zie je lichtpuntjes?

De vijfde dag: verwondering

Bijbeltekst: psalm 8, 4 – 5  Zie ik de hemel, het werk van uw vingers, de maan en de sterren door u daar bevestigd, wat is dan de sterveling dat u aan hem denkt, het  mensenkind dat u naar hem omziet?

Afbeeldingsresultaat voor schepping

Als je moedeloos bent en het zwaar hebt, is het goed om de wandelschoenen aan te trekken en naar buiten te gaan (of om iemand te vragen jou te begeleiden als je niet meer lopen kunt). Regent het? Verwonder je over de druppels. Schijnt de zon? Verwonder je over de zonnestalen. Verwonder je over de schoonheid van de schepping – over de bloemen en het gras. Over de bomen, over de dieren. Zie je met hoeveel zorg de wereld tot stand is gekomen? En die God heeft jou al zijn liefde gegeven. Hij ziet om naar jou, en zijn hart gaat naar jou uit!

Vraag om vandaag mee te nemen: waar verwonder jij je over?

De zesde dag: je bent!

Bijbeltekst (bewerkt): Deut. 32, 10 -12  Hij vond je in een dorre woestijn, in een niemandsland vol van gevaar. Hij omringde je met zorg en met liefdekoesterde je als zijn oogappel. Zoals een arend over zijn jongen waakt en voortdurend erboven blijft zweven, zijn vleugels uitspreidt en zijn jongen daarop draagt, zo heeft de HEER jou geleid, hij alleen: geen andere god stond hem bij.

Afbeeldingsresultaat voor arend

Het is goed om steeds weer te bedenken dat God op de zesde dag de mens heeft geschapen. Eerste schiep Hij de aarde als een huis waar wij als mensen zouden mogen wonen. Hij heeft je met zoveel zorg en met zoveel liefde geschapen. Jouw leven is niet een gevolg van het lot of van toeval, maar jouw leven is bedoeld. Je bent geliefd, en God koestert jou. Jij bent!

Neem deze vraag vandaag met je mee: wat betekent het voor je dat God jou met liefde heeft geschapen en je kostbaar bent in zijn ogen?

De zevende dag: schep rust

Bijbeltekst: Prediker 3, 12 en 13  Ik heb vastgesteld dat voor de mens niets goeds is weggelegd, behalve vrolijk te zijn en van het leven te genieten. Want wanneer hij zich aan eten en drinken te goed doet en geniet van al het goede dat hij moeizaam heeft verworven, is dat een geschenk van God.

Afbeeldingsresultaat voor op het leven

De kroon op de schepping is niet de mens, maar de rustdag. De sabbat. Een dag om te genieten van Gods goede schepping, om tijd te hebben om de Schepper te eren. Misschien herken je wel dat je te druk bent. Juist op de momenten dat je tot rust zou moeten komen, denk je dat je nog weer van alles moet. Neem rust, zegt Prediker. Geniet. Vier het leven. Misschien helpt het om het duister te verdringen en het leven te omarmen. Geniet, je bent bent een geschenk van God.

Vraag om vandaag mee te nemen: waar kun je echt van genieten?

Spionnen in Jericho

12 Dec

 

De twee spionnen liggen met bonzend hart doodstil op het dak, in de donkere nacht. Rachab had hen razendsnel naar boven gebracht en verstopt onder het vlas dat op het dak lag te drogen.

 

Afbeeldingsresultaat voor vlas

Leuk om te weten: Vlas werd gebruikt om linnen van te maken. Van linnen kon je kleren maken, maar ook grote lappen stof. Het vlas moest eerst drogen en werd daarna bewerkt.

 

Ze horen de soldaten van de koning van Jericho schreeuwen. ‘Waar zijn die mannen? Vertel op!’ Zacharja pakt zijn zwaard nog steviger vast. Joas legt voorzichtig een pijl op zijn boog. Allerlei gedachten flitsen door zijn hoofd. Wat was hij trots dat hij mee mocht met Zacharja om het gebied te verkennen. Het Joodse volk was aangekomen bij het Beloofde Land. Ze hadden hun kamp opgeslagen aan de oever van de Jordaan. Het tentenkamp zinderde van de spanning. Eindelijk was het volk aangekomen op de plaats van bestemming. Eindelijk kwam er een einde aan die lange, lange tocht door de woestijn.

Jozua, de leider van Israël, wilde precies weten wat hij kon verwachten als het de Jordaan over zou trekken. Hoe sterk waren de vijanden? Wat was de beste route? Om dat uit te vinden, had Jozua aan Zacharja, een van de dapperste Israëlieten, gevraagd om het land te gaan verkennen. En Zacharja had hem, Joas, meegenomen, omdat hij zo goed kon boogschieten.

Het was een spannende tocht. Niemand mocht weten dat zij bij de Israëlieten hoorden. Ze waren immers spionnen. En zo waren ze in Jericho terecht gekomen. Jericho was een sterke stad met grote, hoge muren. Toch waren de mensen bang. Bang voor dat volk uit de woestijn.

Omdat het bijna donker was, zochten ze een plek om te overnachten. Niemand gaat de stad uit als de schemer valt. Ze informeerden of er ergens een herberg was. Zo kwamen ze bij Rachab terecht, een zelfverzekerde en mooie vrouw die een eigen herberg had bovenop de muur. De muur van Jericho was zo gebouwd, dat er op en tegen de muur ook allerlei huizen stonden.

Moe van de spannende tocht en licht in het hoofd van het bier, zaten Zacharja en Joas een beetje te suffen in de gelagkamer. Ze waren nog de enige gasten. Opeens werd er hard op de deur gebonsd. Rachab reageerde verrassend snel. ‘Naar boven, nu!’, siste ze. Ze rende achter de spionnen naar het dak, beval hen te gaan liggen en strooide het vlas over hen heen.

Snel ging ze naar beneden en opende de deur.

De opgewonden stemmen van de soldaten klinken luid door de nacht. Ze horen de rustige stem van Rachab. Joas spitst zijn oren, maar hij verstaat niet wat ze zegt. Is ze te vertrouwen? Zitten ze nu niet als ratten in de val?

Dan horen ze de soldaten vertrekken. Hollende voetstappen op weg naar de poort. ‘Open de poort, snel! We moeten die spionnen achterna, voordat ze hun kamp bereiken’.

Zacharja en Joas gaan op hun knieën zitten en schudden het vlas van zich af. Rachab komt naar hen toe en vertelt dat ze de soldaten heeft wijsgemaakt dat de spionnen al vertrokken waren. ‘Waarom doe je dit?’, vraagt Zacharja. ‘Je kent ons niet en je brengt zo je eigen leven in gevaar’.

Dan begint Rachab te vertellen. Over de verhalen die Jericho binnendruppelen. Verhalen over de kracht van de God van Israël. Verhalen over de wonderen die die God gedaan heeft. ‘Weet je’,  zegt Rachab. ‘Jullie God is echt God. Ik wil graag bij Hem horen. Daarom heb ik jullie geholpen. Nu moet je me beloven dat als jullie Jericho aanvallen, je mij en mijn familie zult sparen. Hier heb ik een touw waarmee ik jullie van de muur kan laten zakken’

‘Dat is goed’,  zegt Zacharja. ‘Hang dit rode koord uit je raam, als we de stad komen belegeren. Dan zien we waar jij bent. Iedereen die in jouw huis zal zijn, zal worden gespaard’.  De spionnen laten zich van de muur zakken en verdwijnen in de nacht.

Korte tijd later doemt het volk Israël op voor de muren van Jericho. Rachab wordt niet alleen gespaard, maar ze wordt zelfs een van de voorouders van Jezus. Want een ding is zeker. God doet wat Hij belooft. Beloofd is immers beloofd!

Een Bijbels antwoord op terreur?

22 Jul

Mij  gesprekspartner staart peinzend in de verte. Hij knijpt zijn ogen tot kleine spleetjes en draait zijn hoofd naar me toe. “Ik denk dat dit de eindtijd is”, vertrouwt hij mij toe. “Ik hoop dat Jezus snel terug komt. Ik kijk er echt naar uit!” Zijn vrouw valt hem bij. “We slapen er slecht van. Al dat nare nieuws. Die aanslagen. Je wordt gewoon bang”.

Verlangen naar rust

Het zijn emoties en gedachten die geregeld passeren in de gesprekken die ik heb, zowel met ouderen als met jongeren. Het nieuws over aanslagen in Nice, Bagdad, Dallas, Sanaa, Parijs, Istanbul, Brussel – het maakt angstig. De ontwikkelingen in Turkije maken onrustig. De hongersnood in Afrika, de zorgen om ons milieu, de vluchtelingenstromen roepen een machteloos gevoel op. Het verlangen naar de eindtijd of de wederkomst is een krachtig verlangen dat er een einde komt aan het geweld en het onrecht.

De Bijbel en de eindtijd

Het is precies dit onrustig verlangen en het zoeken naar houvast waar het in de Bijbel over gaat. Het spreken over de eindtijd gaat hand in hand met het spreken over het Koninkrijk van God.  De Bijbel kent aan ‘het einde’ een specifieke betekenis toe. Van het einde is sprake wanneer de verbondenheid tussen God en de mensen ophoudt. Dat staat op het spel als het over het einde gaat: zijn wij nog verbonden met de God van Israël? Met Gods Naam die nabijheid en redding betekent? Wanneer de verbondenheid van God met mensen verbroken is, gaat dit gepaard met schokkend verschijnselen: de zon zal verduisterd zijn, de maan geen licht meer geven. Waarom moet dit gebeuren? Omdat wij de band met God steeds weer verbreken. We ruilen God in voor ons eigen beeld van god. De god van ons eigen denken en handelen. De god voor ons eigen karretje. We zijn geschapen om beelddrager van God te zijn, maar we maken God tot ons eigen beeld. Wanneer God mens wordt, dreigt de diepste en onafwendbare crisis. In het lijden en sterven van Jezus wordt het einde van de verbondenheid in alle verschrikking zichtbaar. Wanneer Jezus wordt gekruisigd, valt er een diepe duisternis (Marcus 15, 33). Jezus schreeuwt het uit: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?’ Aan het kruis is er verlatenheid. Daar is het einde, daar is de verbondenheid van God met mensen verbroken. Er is geen zon meer, geen maan. Dit is het einde van de wereld. Dezelfde Jezus die dit einde aankondigt, is ook de Mensenzoon aan wie dit wordt voltrokken.

Het einde kondigt een nieuw begin aan

Maar er klinkt een vervolg: de Mensenzoon zal komen. Het graf kon Hem niet vasthouden. Er komt een nieuw begin. Niet het einde is nabij, maar het nieuwe begin! Het einde van de wereld valt samen met de dood van de Mensenzoon. Maar in dat einde is ook een nieuw begin. Daarom worden we opgeroepen om waakzaam te zijn. Er is een nieuw tijd begonnen toen de steen van het graf werd weg gewenteld. We worden uitgenodigd bedacht te zijn op twee dingen: de oude tijd zal voorbijgaan – en dat roept de vraag op: waar ben ik mee bezig? De nieuwe tijd is opengegaan met de opstanding – en dat roept de tweede vraag op: waar is God mee bezig?

Koninkrijk van God

Het nieuwe begin is zichtbaar in de komst van het Koninkrijk. Dit is niet slechts een toekomstperspectief, een hemelse droom. Het Koninkrijk van God, het Rijk van vrede en recht breekt nu al door. Het wordt zichtbaar op momenten waarop recht gedaan wordt, wanneer gebrokenen weer op kunnen opstaan, wanneer gebutsten getroost en gesteund worden. Het Koninkrijk breekt door wanneer er hoop gedeeld wordt en vanuit de kracht van de liefde wordt geleefd. Nu in alle voorlopigheid, straks ten volle.

Niet ‘stil maar, wacht maar’ 

Het getuigenis in de Bijbel over Gods Koninkrijk is zowel een bron van troost en hoop, als ook een aansporing. Gods Koninkrijk maakt duidelijk dat onrecht en lijden niet het laatste woord hebben, dat er hoop is – omdat we weet hebben van Gods liefde, van gerechtigheid en van vergeving.

Wat betekent dat voor ons, in deze tijd? Wat betekent dit voor onze wereld die zucht onder terreur? Een tekst uit de eerste brief van Petrus biedt een verrassende aansporing. Ons wordt niet voorgehouden om naar de hemel te turen, om stil en gelaten deze tijd uit te zitten. We worden aangespoord om een verschil te maken. ‘Een koninkrijk van priesters’ noemt Petrus de volgelingen van Jezus.

Priesters bemiddelen. We hoeven niet meer te bemiddelen tussen mensen en God – dat heeft Jezus Christus voor ons gedaan. Wat wij mogen doen, is het bemiddelen van de hoop die meekomt met Christus. We mogen getuigen van hoop door te vertellen over de grote daden van God. We mogen in onze reactie op de angst, de onrust en de machteloosheid laten zien wie ons inspireert en van wie we onze hoop en kracht verwachten.

Het vraagt van ons om niet te reageren met haat en verdeeldheid. Het vraagt van ons om te zoeken naar wat de eenheid dient en naar de ruimte van de liefde. De liefde zoekt zichzelf niet, is geduldig, verzet zich tegen onrecht en bouwt op.

‘Wees sterk en moedig’

Kunnen we dit? Misschien is het goed om de bemoediging van God aan Jozua in herinnering te roepen. Jozua stond voor de opgave Mozes op te volgen en het volk Israël het Beloofde Land binnen te brengen. ‘Wees sterk en moedig’ klinkt als een refrein in dat eerste hoofdstuk van het boek Jozua. Jozua wordt opgeroepen sterk of standvastig te zijn: weet op welke grond je staat. Weet wie je fundament is, op wie je je leven mag bouwen. Jozua wordt aangespoord moedig, vastberaden te zijn: weet welk doel je voor ogen hebt, weet dat je je weg mag gaan met Gods leiding.

In het vertrouwen op God durft Jozua de Jordaan over te steken. God gaat als een bondgenoot met hem mee. ‘Ik zal jou niet verlaten’. Die belofte is het diepste antwoord op dreiging en angst. Elke stap die we zetten is ons van God gegeven. We dragen hoop met ons mee – dat ons getuigenis tot zegen mag zijn voor de wereld.