Tag Archives: bijbel

Rouw

11 jul

Het verlies van een dierbare zet je wereld op zijn kop. Van het ene op het andere moment ben je als het ware in een ander land: het land van de rouw. Een nieuw land waar van je de taal niet spreekt en waar je de weg niet kent. Als de dood inbreekt in het leven, dient de rouw zich aan. Altijd en overal. Hoe kun je daar mee omgaan.

Misverstanden

Er zijn verschillende misverstanden als het gaat om rouw. Een eerste misverstand is dat je ‘er over heen komt’ of dat je het verlies kunt verwerken en ‘achter je laten’. Wie afscheid moet nemen van een geliefde, draagt die persoon onder het hart. In leven en in sterven. De relatie die je met de overledene hebt, houdt niet op. De omstandigheden zijn veranderd en daar moet je je mee leren verhouden. Rouwen is niet vergeten of achterlaten, maar meenemen, en je leren verhouden met het verlies: overleven en doorléven.

Een tweede misverstand is dat er maar één juiste manier van rouwen zou zijn. Rouwen is universeel. Hoe je handen en voeten geeft aam rouw is echter persoonlijk en verschilt van persoon tot persoon. Jouw weg is uiteindelijk de goede weg.

Ruimte om te rouwen

Het valt niet mee om de weg van de rouw te gaan. Een belangrijke reden is dat het in onze samenleving lastig is om over rouw te praten. Als er weinig ruimte is in de samenleving om aandacht te besteden aan rouw, zullen rouwenden hun verhalen en emoties bij zich houden.

Daarom zijn gezamenlijke en publieke rituelen zo van belang. Het helpt om een bedding te vinden waarbinnen het verhaal van afscheid en verlies verteld kan worden.

Rouwtaken

Er is veel geschreven over rouwen en omgaan met verdriet. Het is goed om te beseffen dat niemand in een model of een mal gedrukt kan worden. Manu Keirse (Helpen bij verlies en verdriet) spreekt daarom over rouwtaken. Hij onderscheidt er vier. Deze taken lopen soms door elkaar heen. Soms dient een taak zich opnieuw aan.

De eerste rouwtaak is de werkelijkheid van het verlies onder ogen zien. Soms is het verlies niet of nauwelijks te bevatten en kost het moeite en energie om de werkelijkheid tot je door te laten dringen.

De tweede rouwtaak is de pijn van het verlies te ervaren. De pijn van het verlies is een spiegel die de kostbaarheid van je relatie weerkaatst. In het ervaren van de pijn kunnen de emoties een ongekende intensiteit hebben. De emoties kunnen verschillen: boosheid, verdriet of schuldgevoel.

De derde rouwtaak is het aanpassen aan de nieuwe situatie na het overlijden van de dierbare. Het gaat om aanpassingen in het dagelijks leven: hoe ga je verder als vriendengroep als er een vriend is weggevallen? Hoe ga je om met de lege plek aan tafel? Soms moet je ook als het ware een nieuw beeld van jezelf uitvinden. Opeens ben je weduwe. Of een ouder die een kind is verloren. Wat doet dit met je zelfbeeld, met je identiteit? Het kan ook zijn dat je je levensovertuiging of je geloof moet aanpassen aan de nieuwe situatie. Hoe kijk je naar de toekomst? Het vraagt om opnieuw vertrouwen te vinden, het herschrijven van je levensverhaal.

Dat laatste raakt tenslotte aan de vierde rouwtaak die Keirse onderscheidt: de band bewaren in de herinneringen en opnieuw leren genieten. Het gaat er niet om om je dierbare los te laten, maar wel om hem of haar anders te leren vasthouden.

Bijbelse verhalen om in te schuilen

Wat ik zelf opmerkelijk en bijzonder vind, is dat de Bijbel verhalen en geschiedenissen aanreikt die in tijden van ontreddering en wanhoop eeuwenlang mensen hebben geholpen om in duisternis en donkerte zicht te houden op het Licht en vast te houden aan hoop van Godswege.

Het scheppingsverhaal vertoont een overeenkomst met de zojuist genoemde eerste rouwtaak: de werkelijkheid van het verdriet onder ogen zien. Genesis 1 begint juist daar: in de chaos. De aarde was woest en doods. Zo kun je je voelen als je de werkelijkheid onder ogen ziet. Maar dan klinkt daar Gods stem: Er moet licht zijn. En zo wordt vanuit die chaos een ruimte gecreëerd: een hemelkoepel om onder te schuilen, en grond om op te staan.

In Jeremia lezen we hoe het volk Israël dat weggevoerd was uit het eigen land en naar een vreemd en vijandig land was gebracht. Het volk hoopte en verwachtte misschien wel dat God hen zou bevrijden en thuis zou brengen. De boodschap van Jeremia is echter een andere: ‘dit is het. Bouw huizen, sticht gezinnen. Hier blijven jullie wonen’. Maar er is ook de belofte: in die vervreemding, ben Ik bij jullie. Als je te maken krijgt met rouw, kun je je vreemdeling voelen in je eigen lijf, in je eigen leven. Het verlies kan niet meer ongedaan gemaakt worden. Met deze pijn en vervreemding moet je leven – maar niet alleen, God gaat met je mee.

Opnieuw leren leven valt niet mee. Als het volk Israël uit Egypte is bevrijd, vindt het zichzelf terug aan de oever van de Schelfzee. In hun rug komen de Egyptenaren (de pijn, de ontkenning, al het verstillende verdriet) er al weer aan. Er is echter geen weg meer. Voor hen ligt de zee met alle diepte. Dan maakt God een weg waar geen weg was, dwars door het water van nood en dood.

De belangrijkste Bijbelse verhaallijn is het Rijk van God, de toekomst die ons wenkt. Dat is het perspectief waaronder we mogen leven en schuilen. Dat is de toekomst die het mogelijk maakt om ook te kunnen genieten.

Hoe verder?

Hoe kun je rouwen, hoe werkt het? Misschien is het het meest van belang om te vertellen en om te blijven vertellen. Hoe voel je je vandaag? Voor de mensen om rouwenden heen is mijn advies: luister, luister nog een keer en blijf luisteren. Het is van onschatbare waarde.

God gaat mee. Soms wordt Hij heel nadrukkelijk ervaren. Soms ervaren rouwenden troost. Soms is God een wanhopige schreeuw verwijderd. Soms komt God aan het licht in de trouw van een medemens.

God gaat mee. Hij bewaart jouw tranen in zijn kruik (psalm 56). Jouw tranen zijn kostbaar. Of je ze in stilte hebt gehuild of samen met je vrienden. En straks wist Hij je tranen van je ogen. Liefdevol en zorgzaam.

Wij mogen schuilen in zijn naam: Ik ben bij je.

Als de bron bitter is – over misbruik en de kerkelijke gemeente

2 nov

Afgelopen dinsdag 29 oktober 2019 mocht ik een workshop verzorgen op de studiedag van de PthU, SMPR en VPSG: Samen door de woestijn. Pastorale wegen naar heelwording na seksueel misbruik. Het Bijbelverhaal van de tocht van het volk Israël door de woestijn (Exodus) bood het kader van deze studiedag. Zelf had ik gekozen voor het verhaal van Mara, een oase in de woestijn met bitter water (Exodus 15, 22-26).

Te vaak hoor ik verhalen van mensen die te maken hebben (gehad) met seksueel misbruik, maar binnen een kerkelijke gemeente geen ruimte vinden voor hun verhaal. Soms is geen bron beter dan een bittere bron.

Wat is er nodig om als kerkelijke gemeente een levensbrengende bron te kunnen zijn? Het zit hem niet perse in het vermijden van woorden of noemen van situaties. Veel meer heeft het te maken met een nieuwe manier van kijken: met de ogen van het slachtoffer. Daarvoor is het nodig om meer te begrijpen van trauma.

IMG_20170807_192927

De keuze voor de Bijbeltekst

Gisteren was de documentaire ‘Niks aan de hand’ op de televisie. Als deze film één ding duidelijk maakt, is dat seksueel misbruik ingrijpend is en de rest van een leven kan bepalen. Misbruik is ook complex en pijnlijk. Miranda werd vanaf haar vierde levensjaar misbruikt door een negen jaar oudere neef, maar ze durfde niet over het misbruik te praten. Ze had 20 jaar therapie nodig om de traumatische ervaringen tot geschiedenis te maken. Als afsluiting van deze episode zocht ze – met de kijker als getuige – de confrontatie met haar neef.

Haar verhaal is helaas niet uniek. Met haar kampen vele vrouwen en mannen met de gevolgen van seksueel misbruik. Opmerkelijk is dat het misbruik vaak ongemerkt en over langere tijd plaats kan vinden en dat het vaak veel tijd vraagt om een weg te vinden om om te gaan met de traumatische ervaringen.

Uit verhalen van slachtoffers blijkt vaak dat niet alleen het misbruik zelf traumatiserend is, maar ook het proces om het misbruik te overkomen. De belangrijkste redenen zijn een gebrek aan inzicht in de dynamieken van seksueel misbruik en de weerstand om het probleem van misbruik echt onder ogen te willen zien.

De weerstand en het gebrek aan inzicht maken potentiële bronnen bitter.

Het pijnlijke in het Bijbelverhaal (Exodus 15, 22-27) het water van de oase waar zolang en zo dringend naar verlangd werd, bitter was. Die teleurstelling maakt een bittere bron moeilijker te accepteren dan geen bron.

Het opmerkelijke van het verhaal is dat genezing wordt gevonden in wat voorhanden is: een stuk hout. Het nodigt uit om naar onze geloofsgemeenschappen te kijken: waar verlangen slachtoffers naar? Wat maakt dat wij als bron bitter zijn? Wat hebben we voorhanden om tot een dorstlessende bron te worden?

Wat is een trauma?

Niet elke ingrijpende gebeurtenis wordt een trauma. Er is sprake van een trauma als het levensverhaal niet meer uitverteld kan worden. Er is als het ware sprake van een breukervaring. Voor de traumatische ervaringen zijn geen woorden of de ervaringen zijn losgeweekt van emoties. Vermijden is dan ook één van de kenmerken van trauma. Een trigger kan het slachtoffer echter zomaar weer terug brengen in de tijd van de traumatische ervaringen, met alle sensaties van toen, met de beleving van toen.

In haar traumatheorie beschrijft psychologe Janoff-Bulman hoe mensen hun leven leiden en verstaan. Voor de betekenisverlening maken ze gebruik van drie fundamentele uitgangspunten of kernnoties: de betekenisvolle samenhang van de wereld, de goedwillendheid van de ander en de waarde van de eigen persoon. Ons verhaal moet ongeveer overeenkomen met deze uitgangspunten om leefbaar te zijn.

Bij traumatisering is dit niet langer het geval waardoor de existentiële grond onder de voeten wegvalt en we geen woorden meer hebben om de betekenis en zin van ons bestaan uit te drukken.

Wat belangrijk is om in het achterhoofd te houden, is dat deze drie uitgangspunten ook een rol spelen in het nadenken over religie en het lijden: de betekenisvolle samenhang vinden we bijvoorbeeld terug in het spreken over leiding en almacht, de goedwillendheid in het spreken over de liefde (het toevertrouwen aan God en aan een ander), en de waarde van de eigen persoon geldt ook in het religieuze spreken.

Traumatisering verstoort deze uitgangspunten: het raakt aan God, het concept van liefde en aan eigenwaarde (zondig, of beter: hulpeloos maar schuldig).

Zonder bedding geen verhaal

Wie te maken heeft gekregen met seksueel misbruik heeft dus te maken met een krachtige interne dynamiek. Omdat het kader om het levensverhaal te vertellen is weggevallen, is het gewone van het leven ineens ingewikkeld geworden – zowel psychologisch als spiritueel. Die dynamiek (die niet aan de buitenkant af te lezen is) bepaalt mede wat de getraumatiseerde persoon hoort, ziet en ervaart.

In WOI leden veel soldaten aan shellshock. Die term werd echter pas later gangbaar. De soldaten hadden paniekaanvallen, verstijfden of vluchten. De legerleiding zag deze soldaten als lafaards en deserteurs. Ze werden gestraft en moesten dit soms met de dood betalen. Het gangbare verhaal in de samenleving was: soldaten zijn dapper en geven hun leven voor het vaderland. Voor het posttraumatische stresssyndroom was geen verhaal, geen taal en dus geen erkenning.

Willen slachtoffers hun ervaringen leren delen en ruimte maken voor de gevolgen van het misbruik in hun leven, hebben zij in de samenleving én in de geloofsgemeenschap verhalen nodig die hen helpen om hun eigen verhaal te vertellen. Dat is een van de belangrijkste winstpunten van de #metoocampagne.

Er moeten verhalen zijn om aan te spiegelen – zoals de negrospirituals de slaven hielpen om hun verstaan te begrijpen. Slachtoffers zijn soms zelf zo gewend aan de gevolgen dat ze dit niet meer opmerken als problematisch.

Zonder bedding ontbreekt het aan begrip en taal en zal elke geloofsgemeenschap op den duur als bitter water worden ervaren.

Het voordeel van zwijgen

Nu is niet elke geloofsgemeenschap bereid om die bedding te vormen. Het vraagt namelijk om kritisch naar het eigen klimaat en de eigen cultuur te kijken. Omstanders zwijgen omdat de prijs van erkenning is het doorbreken van de idylle van de veilige geloofsgemeenschap. Die idylle kan worden hersteld om een geïdentificeerde dader als zondebok uit te stoten of – en dat gebeurt meestal – door het verwijderen van het slachtoffer uit de gemeente. De omstanders zwijgen ook uit angst voor de beeldvorming: wat betekent dit verhaal voor de familie, de school, de sportvereniging, de kerk?

Wat daar bijkomt, is dat slachtoffers zelf ook zwijgen. Zij zwijgen uit (onterechte!) schaamte en vanwege de beschadiging die ze opgelopen hebben. Spreken doet zeer. Het raakt aan de pijn die ze proberen te vermijden.

Dat maakt het niet eenvoudig om slachtoffers aan het licht te brengen. Het onderstreept wel dat omstanders (de geloofsgemeenschap) de eerste stappen zal moeten zetten om de veilige ruimte te creëren waarbinnen verteld kan worden.

Waar hebben slachtoffers van seksueel misbruik behoefte aan?

Een klein onderzoek van een tijd geleden beschrijft een vijftal punten die bepalend zijn of het water van een bron bitter of zoet is. Om op adem te kunnen komen is veiligheid een eerste vereiste. Een tweede is erkenning: mag het verhaal er zijn? De documentairemaakster van Niks aan de hand was de eerste die aan Miranda vroeg hoe oud ze was, wat er gebeurde en wat het voor haar betekende. Luisteren is ook vragen durven stellen en aanwezig blijven. Een derde is het hervinden van de ruimte om de regie weer in eigen hand te nemen. Een vierde punt is verbondenheid. Slachtoffers leven vaak in een isolement (in ieder geval als het gaat om de episode van het misbruik). Medemenselijkheid, gemeenschappelijke taal en bewogenheid helpen om de verbondenheid vorm te geven. Tot slot is er de behoefte aan heelheid. De episoden moeten met elkaar verbonden worden tot één levensverhaal, voorbij het slachtofferschap naar menswording.

Wat zijn de mogelijkheden van de kerkelijke gemeente?

Creëer een bedding

Met het bovenstaande in het achterhoofd, is het allereerst van belang om te werken aan de bedding waarin verhalen van seksueel misbruik verteld kunnen worden. Aandacht voor misbruik kan nooit beperkt blijven tot het afvinken van voorwaarden: vertrouwenspersonen, een protocol, of een aanpassing in taalgebruik. Het gaat om het bespreekbaar maken van seksueel misbruik, om een verandering van het kerkelijk klimaat.

Het helpt om te vertellen dat je als voorganger en/of kerkenraad betrokken bent op dit thema. Schrijf een verslag van deze studiedag in het kerkblad en vertel wat je is opgevallen. Laat merken dat je oog hebt voor verhalen van geweld.

Maak ruimte opdat de ander iets zou kunnen zeggen. Doopgesprekken en huwelijkscatechese zijn bij uitstek geschikt om in te gaan op de vraag hoe je omgaat met teleurstellingen in en moeiten met elkaar. Huiselijk geweld vindt soms zijn oorsprong in machteloosheid. Seksueel misbruik kan binnen een gezin ontstaan door perverse compensatie van gemiste liefde.

Aandacht voor seksueel misbruik in gebed en in de preek helpt mensen om met hun verhaal naar voren te durven komen.

Benut de veelzijdige taal van de Bijbel

De kerkelijke taal maakt veel uit. Toch helpt het niet om bepaalde woorden maar niet meer te gebruiken of te vervangen. Wat voor de een een veilig woord is, is voor de ander bijzonder onveilig. Het gaat dus verder en dieper dan dat.

In veel kerken is de liturgische taal en de gebruikte theologie voor slachtoffers verwarrend en soms zelfs schadelijk, omdat het met name op daders gericht is. Een veel gebruikte orde is: verootmoedigingsgebed, genadeverkondiging en leefregel. Het is gericht op zondebesef, vergeving van schuld en het aanzeggen van de genade. Voor daders kan deze liturgische taal vergoelijkend werken: God heeft mij vergeven, ik kan verder met mijn leven.

Slachtoffers daarentegen voelen zich als gevolg van het misbruik minderwaardig en lijden onder het gebrek aan eigenwaarde. Vaak geven zij zichzelf de schuld van het misbruik, schamen zich voor wat gebeurd is en hebben een hekel aan zichzelf. De kerkelijke taal die hun wordt aangereikt is die van schuld en zonde. Het is een taal die past bij hoe zij zich voelen: zwart en slecht. De vergeving kan echter niet landen, omdat er geen sprake is van schuld. Binnen dit taalveld kunnen zij dit dus alleen maar vertalen naar meer schuld. Zij zijn zo zondig, dat zelfs Gods vergeving geen uitkomst biedt.

In zichzelf zijn ‘schuld’, ‘zonde’ en ‘vergeving’ waardevolle geloofswoorden, maar voor slachtoffers moet er een ander taalveld aangeboden worden: die van recht en gerechtigheid, van wraak en woede. Dit discours helpt om de ervaring van machteloosheid in een ander licht te plaatsen.

Bijbelverhalen als transformerende kracht

Bijbelverhalen kunnen binnen de eredienst en in het pastoraat helpen om levensverhalen opnieuw te vertellen en te zoeken naar hoe het verhaal ten goede gekeerd kan worden. Bijbelse grondmotieven zijn onder andere: het motief van (her)schepping, het exodusmotief, het exielmotief, het motief van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.

‘God wees op een stuk hout’

Wat de bron zoet kon maken was allang aanwezig. Een stuk hout, maar bovenal de Geest van God. We hebben in onze gemeente de benodigdheden voorhanden om een dorstlessende bron te zijn. Het gaat in de eerste plaats om zien, luisteren, om erkennen. En ook in de tweede tot en met de achtste plaats. Erkennen. Het proces van een slachtoffer loopt niet synchroon met het proces van een dader of van de gemeente. Volg het proces van het slachtoffer. Leg uit aan omstanders wat misbruik met een mens doet.

Geef erkenning. Durf te vragen, durf jezelf ook te geven in het gesprek.

Dan komt er nieuwe existentiële grond.

Praat mee op weg naar de preek

26 jun

Zondag. Met de haast van de ochtend nog in het lijf zoek je een plek in de kerk. Misschien werd je uitgerust wakker, misschien was het een korte nacht. Maar je bent er. Tijdens het eerste gebed dwalen je gedachten af naar afgelopen week. Een akkefietje met je manager. Een mooie deal met een klant. Het ‘amen’ van de dominee roept je weer terug naar nu.

De lector loopt naar voren. De Bijbel gaat open en een tekst wordt voorgelezen. Je probeert het te volgen, maar de tekst roept vragen op. Wat betekent deze zin? Waarom lezen we deze tekst? Als de predikant aan de preek begint, heb je moeite om de lijn te volgen. Het stoort je dat je vragen niet terugkomen in de overdenking. ‘Waar ben ik in het verhaal?’ vraag je je af als je naar huis loopt.

Zondag. Vanochtend een kort rondje voor de honden. Ik wil graag vroeg in de kerk zijn. Afgelopen dinsdag ben ik met de voorbereidingen voor de dienst begonnen. De Bijbeltekst lees ik aandachtig door. Ik schrijf op wat de tekst me doet, welke vragen de tekst oproept. Iets later op de dag kijk ik naar de grondtekst en lees enkele commentaren op de tekst. Ik kies een spits waar omheen ik mijn betoog wil gaan schrijven. Deze spits helpt me om liederen te zoeken en zo stel ik de dienst samen. ’s Avonds gaat de liturgie naar iedereen die een taak heeft die zondag. De hele week gaat de tekst met me mee. In pastorale ontmoetingen. Tijdens het loopje langs de Merwede. Op de fiets. In de vergaderingen. De tekst rijpt en een preek wordt geboren. Zaterdag krijgt de preek vaste vorm. Het is te veel. Schrappen dus.

Ik slaap onrustig, maar kijk uit naar zondagochtend. Wat een voorrecht om de Bijbel te mogen uitleggen en om te mogen verkondigen.

Maar hier schuurt het dus. In de viering. De tekst die een week lang met mij is meegegaan, overvalt de meeste luisteraars. Mijn vragen bij de tekst zijn niet altijd de vragen van de mensen in de kerkzaal of van de thuisluisteraars. Dus heb ik nagedacht hoe we preek meer van samen kunnen laten zijn.

Graag wil ik u / jou uitnodigen voor het volgende experiment (en als het bevalt, gaan we ermee door): ik maak een appgroepje aan. In de appgroep meld ik 10 dagen van tevoren de preektekst en het thema. Je kunt de gedachten bij het thema en de tekst in de app plaatsen of privé aan mij appen. Deze informatie neem ik mee in het maken van de preek. Zo hoop ik dat de zondagse eredienst meer in ons dagelijks leven kan landen – en andersom.

Hoe doe je mee? Stuur een appje naar: [0]6 83663420 met: ‘Ik doe mee’ en je naam. Ik ben heel benieuwd naar deze samenwerking!

Wat moeten we toch met het Oude Testament?

7 mei

‘Wat moeten we mer het Oude Testament?’ Over deze vraag ging het tijdens de laatste bijeenkomst van I Believe (9 april 2019). Op deze gespreksgroep wordt in een open en vertrouwelijke sfeer met elkaar doorgesproken over thema’s rond zingeving, geloof en leven. We komen één keer per maand bij elkaar en er zijn per bijeenkomst rond de 25 deelnemers. Na een inleiding die vaak samen met een van de deelnemers is voorbereid, volgt de mogelijkheid om in kleine groepjes door te praten. Aan het einde van de avond is er een terugkoppeling en gezamenlijke afsluiting.

De avond over het Oude Testament verliep een beetje anders. Er waren veel indringende vragen waardoor we besloten om het gesprek de volgende keer voort te zetten (dinsdag 12 mei).

Bij het lezen van het Oude Testament worden er met name de volgende twee belemmeringen ervaren: wat moeten we met alle wetten en regels? Gelden die nu nog? Waarom wel of waarom niet? De tweede belemmering heeft te maken met het soms buitensporige geweld in het Oude Testament dat soms ook nog eens door God gelegitimeerd en geïnitieerd wordt.

Leeswijzer

Voordat we inhoudelijk op deze vragen ingaan, is het goed om eerst na te denken over de vraag hoe je de teksten moet lezen. Dit heeft met hermeneutiek te maken. In zijn boek Vreemd en bizar. Lastige Bijbelverhalen geeft Piet Schelling enkele richtlijnen die kunnen helpen bij het lezen van de Bijbel.

De Bijbel is inspirerend, confronterend, troostend, vermanend en leerzaam boek, waarin Gods stem van wijsheid, bemoediging en aansporing in klinkt. Het is niet geschreven als een ‘kookboek vol met hapklare levensrecepten’, geen natuurkundeboek of wetboek. Als richtlijnen noemt Schelling:

Maak onderscheid tussen normen en waarden. Normen zijn de regels en richtlijnen die we hanteren. Daarachter gaan waarden schuil. Normen zijn tijd- en cultuurgebonden en moeten dus telkens aangepast en veranderd worden, waarden veel minder. Waarden zijn bijvoorbeeld: recht doen, respect, trouw, vertrouwen en liefde.

Besef dat iets waar kan zijn zonder dat het echt gebeurd is Bijbelschrijvers willen een boodschap overbrengen. Een verhaal of een gedicht onthult een dimensie van de werkelijkheid waar de vraag ‘is het echt gebeurd’ niet het belangrijkst of meest helpend is. De mogelijkheid om voorbij de letterlijke betekenis te mogen kijken, kan ruimte geven om de diepere zin te ontdekken.

Treed de Bijbel als gesprekspartner tegemoet: jullie hebben elkaar wat te vertellen. Als lezer ben je niet slechts de ontvanger van de boodschap van de tekst. Het lezen is vele malen spannender. De aandachtiger lezer stelt vragen aan de tekst: wie spreekt er, wie handelt er? Herken ik me in het enthousiasme of de emotie van een psalm? Die vragen laten iets zien van wie je zelf bent. Tegelijkertijd de tekst ook vragen aan jou. Zo komt de tekst dichterbij en kan tot spreken komen.

De Bijbel is niet een goddelijk dictaat. In de Bijbel klinkt de Stem van God., is het Woord van God te vinden. De Bijbel is geen dictaat vanuit de hemel, maar de schrijvers verhalen vanuit hun eigen ervaringen met de wereld en met God. Het maakt ruimte om veranderende contexten mee te laten wegen.

Wat deze regels gemeen hebben, is dat ze ruimte maken.

Geen nieuwe vraag 

De vraag naar de betekenis van de wetten en regels is niet een nieuwe vraag. In het Nieuwe Testament gaat het onder andere over de vraag hoe het Oude Testament zich verhoudt met het Nieuwe Testament. Jezus stelt dat Hij niet gekomen is om de wet af te schaffen, maar om die te vervullen.

Dit vervullen werkt twee kanten uit: allereerst zijn veel liturgische en godsdienstige gebruiken die in het Oude Testament worden voorgeschreven, te lezen als een verwijzing naar Jezus Christus. Door zijn komst en de weg die Hij gegaan is, zijn die gebruiken vervuld. Wat blijvend is, is de aandacht voor Gods heiligheid en voor de weg tot God de Vader: ging die weg eerst via de bemiddeling van de priester en tempel, nu is die weg Christus zelf.

Daarnaast betekent de vervulling van de wet door Jezus dat er meer nadruk komt op de achterliggende waarden die bepaalde regels en wetten vertegenwoordigen. In de Bergrede klinkt steeds als refrein: ‘er staat geschreven …. maar Ik zeg jullie …. ‘ Bepaalde regels worden door Jezus naar voren gehaald en van een verdiepende betekenis voorzien.

Zo kunnen veel regels die in onze ogen en in onze tijd vragen oproepen ons helpen om na te denken over eerbied, over zorg voor kwetsbare mensen (wees en weduwe), over zorg voor de vreemdeling, over het belang van orde en over het heiligen van ons leven voor God.

Discussie in Handelingen

Dit gezegd hebbend, is het ook goed om naar Handelingen te kijken. In dit Bijbelboek wordt de eerste periode van de jonge kerk beschreven. Ook in die kerk was een van de thema’s de vraag welke rituelen moesten blijven gelden in het leven in verbondenheid met Christus. In Handelingen15 lezen we over een felle discussie tussen de apostelen. Welke regels moeten gelden voor de bekeerlingen? Hoe verhoudt dat zich met de vrijheid van het evangelie? Uiteindelijk komen ze overeen dat de volgende regels blijvende waarde hebben: geen offervlees eten, geen vlees met bloed en geen ontucht.

Afrondend

Het doel van de wetten en de regels was om het volk Israël te heiligen als volk van God. De godsdienstige regels verwijzen naar redding, maar op een andere manier dan in de buurlanden. Daar was het gebruikelijk om door te offeren de goden gunstig te stemmen en de willekeur van het lot te beïnvloeden. In de Bijbel verwijzen de offers naar het uiteindelijke offer: het Lam van God.

Daarnaast zijn de regels een uiting van eerbied naar God toe. Juist in de gewone dingen en het dagelijkse ritme hielpen de regels en wetten om die gewone momenten te verbinden aan God. Hoe kunnen wij weer meer ruimte maken voor de heiligheid van God?

Tot slot: veel regels en wetten gaan over het belang van scheiding. Scheppen is een handeling van scheiden. Goed en kwaad moeten van elkaar gescheiden worden. In de schepping, in het scheiden van de elementen, komt Gods orde aan het licht.

En de oorlogen?

Over die vraag gaat het de komende keer. Welkom!

 

De groene kerk

19 jan

Afgelopen woensdag, 16 januari 2019, vertelde Peter Siebe tijdens een boeiende en inspirerende avond in de gereformeerde kerk Sliedrecht over de Bijbelse opdracht en de ecologische noodzaak om op een verantwoorde manier met Gods schepping om te gaan.

visioen.jpg

Bijbelse opdracht

In zijn jeugd raakten de verhalen over de zure regen, de sombere vooruitzichten van de Club van Rome en het verdwijnen van vogelsoorten uit het Groningse platteland Peter Siebe diep. Het maakte dat milieu en schepping zijn interesse hadden.

In de jaren ’80 was het niet vanzelfsprekend dat kerken zich bezig hielden met ecologische vraagstukken. Weliswaar spoorde de Wereldraad van kerken de plaatselijke geloofsgemeenschappen aan om werk te maken van ‘vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping’, maar dat vertaalde zich niet in een blijvende inzet voor het milieu vanuit de plaatselijke kerken.

In zekere zin is dat vreemd, omdat de Bijbel ruime aandacht is voor zorg voor de schepping. Van grote waarde zijn de teksten waarin God niet alleen met de mensen, maar met de hele aarde, met dieren en met planten een verbond sluit. De sabbat geldt ook voor de dieren. De teksten die verhalen over de ‘hemelse’ toekomst, ruimen ook een plaats in voor de schepping zelf.

Een tekst die tot nadenken stemt, is bijvoorbeeld Romeinen 8. Daar schrijft Paulus dat de hele schepping met reikhalzend verlangen uitkijkt naar het opbaar worden van de kinderen van God. Zouden de kippen en varkens aan ons kunnen merken dat we kinderen van God zijn?

Groene kerk

De problemen rond het milieu en gerechtigheid overstijgen de mogelijkheden van het individu. De economie van de samenleving zou een balans moeten vinden tussen enerzijds het handhaven en versterken van het sociaal fundament en anderzijds het voorkomen dat door het ecologisch plafond gestoten wordt (zie afbeelding)

donut

Tegelijkertijd betekent dat niet dat ieder voor zich geen stappen kan zetten die (binnen haar/zijn mogelijkheden) bijdragen aan een betere wereld. Uiteindelijk zal het gedrag van consumenten ook grotere ondernemingen in beweging brengen. Te denken valt aan de keuze voor groene stroom, Fair Trade producten, producten die het milieu minder belasten, (af en toe) geen vlees –  keuzes die gaan over ons dagelijks leven.

De plaatselijke geloofsgemeenschap kan hierin een begaanbare weg uitzetten. De kerk kan kiezen voor een duurzaam kerkbeheer en daarnaast met een zekere regelmaat aandacht besteden aan vraagstukken rond schepping en milieu.

Het initiatief van de groene kerk verdient navolging. Het is een beweging die wil stimuleren dat kerken groener en duurzamer worden. Als kerken zich hieraan committeren, worden ze uitgenodigd om stap voor stap op weg te gaan naar die duurzame kerk.

Zo kan de plaatselijke kerk gemeenteleden motiveren om binnen hun eigen vermogen een verschil te maken. Een duurzame kerk kan ook een serieus te nemen gesprekspartner worden voor de plaatselijke politiek en voor ondernemers.

Deze avond verdient het om een duurzaam vervolg te krijgen.

 

Verwarrend, schadelijk en heilzaam – vergeving na misbruik

7 jul

Dit artikel is verschenen in het themanummer van Speling (2017/2) over vergeving. 

Spreken over vergeving in de context van seksueel misbruik is een hachelijke onderneming. Voor mensen die te maken hebben gehad met seksueel misbruik is het zelden ondersteunend of heilzaam wanneer een gesprekspartner over vergeving begint. Vaak is er een verwarrende kluwen van gedachten, emoties en verwachtingen. Verschillende recente onderzoeken (1) laten zien dat vrouwen die slachtoffer zijn geworden van seksueel misbruik grote moeite hebben met vergeving. Enerzijds ervaren zij van omstanders een sterke claim te moeten vergeven, terwijl zij anderzijds niet in staat zijn of om welke reden dan ook niet bereid zijn om te vergeven.
Vergeving is echter een van de belangrijkste thema’s in het christelijk geloof. In de liturgie, het onze Vader en in de geloofsleer worden we bepaald bij de vergeving van God en worden we opgeroepen zelf ook tot vergeving te komen. Diverse auteurs (2) zijn ervan overtuigd dat vergeving heilzaam en noodzakelijk is, ook in situaties van seksueel misbruik.
In dit artikel wil ik allereerst de spagaat die slachtoffers van seksueel misbruik kunnen ervaren in het spreken over seksueel misbruik verkennen. Waardoor wordt het spreken over vergeving schadelijk en kwetsend? Vervolgens wil ik beschrijven onder welke voorwaarden vergeving heilzaam kan zijn voor mensen die verhalen van seksueel misbruik met zich meedragen.

e715d-kaars2bbrand

In wiens belang?
‘Het eerste dat me gevraagd werd, was of ik de dader al vergeven had’. Mijn gesprekspartner is in een christelijke omgeving grootgebracht. Helaas bleek deze omgeving voor haar niet veilig. Als jonge tiener werd zij door twee familieleden misbruikt. Toen zij hulp zocht bij de jongerenwerker, maakte ook hij zich schuldig aan seksueel misbruik. Voor haar was duidelijk dat niemand te vertrouwen was. Ze had geen andere keuze dan de verhalen van misbruik diep in haar zelf weg te stoppen.
Jaren later, als zij haar leven op orde lijkt te hebben, stort ze in. Haar voortdurende onzekerheid, haar minderwaardigheidsgevoelens en haar perfectionisme eisen hun tol. In therapie komen de verhalen van misbruik aarzelend aan het licht. De oorzaak van haar psychische problemen blijkt in het misbruik te liggen. Voorzichtig begint ze mensen in haar omgeving te vertellen over het misbruik dat in haar jeugd heeft plaatsgevonden. ‘Het deed me zeer dat er gelijk naar vergeving werd gevraagd. Het vergrootte mijn eenzaamheid.’ Deze vraag naar vergeving ervaart mijn gesprekspartner als een poging om haar het zwijgen op te leggen. Zand erover. Er is geen ruimte meer voor haarzelf, om haar verhaal te vertellen. Het gesprek is verschoven van de erkenning van de pijn en gekwetstheid in haar levensverhaal naar vergeving. Omdat zij hier moeite mee heeft, voelt zij zich aangevallen, waardoor zij zich opnieuw terugtrekt in zichzelf.

Zeker binnen een christelijke context blijkt het verhaal van mijn gesprekspartner geen uitzondering. Het roept de vraag op waarom zo snel vergeving ter sprake wordt gebracht. Zou het niet meer voor de hand liggen om schrik, verbijstering en woede te delen? Zou het logischer zijn om te zoeken hoe slachtoffers gesteund kunnen worden in het onder woorden brengen en herstellen van het aangedane onrecht. Een eerste stap op de weg van herstel is het doorbreken van het geheim. Wanneer derden in vertrouwen worden genomen en aan het verhaal woorden worden gegeven, kan een begin gemaakt worden met het toe-eigenen van het verhaal. Vaak valt er een last van de schouders.
Tegelijkertijd ontstaat er nieuwe dynamiek bij de omstanders. Zij horen het verhaal voor het eerst. Misschien waren er vermoedens, maar hoe dan ook, nu het verhaal is uitgesproken, kunnen de omstanders geschokt en verbijsterd zijn. Het verhaal van seksueel misbruik dat zo dichtbij plaatsvindt, verbrijzelt de illusie van de veilige familie of gemeenschap. Voor de omstanders ontstaat er een dilemma: het uithouden bij de verhalen van het slachtoffer vergroot immers ook het besef van verscheurde relaties en van onveiligheid in de eigen families en geloofsgemeenschappen. Vergeving lijkt een uitweg te bieden. Als het slachtoffer tot vergeven kan komen, kan de harmonie in de gemeenschap hersteld worden. Het betekent echter dat de pijn van het slachtoffer niet onder ogen wordt gezien en zij dus wordt ontkend.

Daar komt bij dat allerlei onderzoeken naar prevalentie aantonen dat seksueel misbruik opmerkelijk veel voorkomt (3). Hoewel inmiddels bekend is dat de gevolgen van seksueel misbruik diep ingrijpend kunnen zijn (4), blijft het moeilijk voor slachtoffers om hun verhaal te kunnen vertellen. Dit betekent dat het geweld diep in onze samenleving verankerd is. Als er zoveel mensen te maken hebben gehad met seksueel geweld, moeten we ook constateren dat veel mensen zich schuldig maken aan geweld. Het betekent dat we vragen moeten stellen aan onze cultuur, onze taal en onze gewoonten. Waar faciliteert onze manier van leven seksueel misbruik? Waar worden in onze families en geloofsgemeenschappen slachtoffers hun stem ontnomen?
Een veel voorkomende reactie op de bedreigende impact van verhalen van misbruik is om deze verhalen zo snel mogelijk van hun aanklacht te ontdoen en om het evenwicht weer te herstellen.

Wanneer vergeving ter sprake komt, is het noodzakelijk om eerst de vraag te stellen in wiens belang vergeving is op dit moment? Hebben we allereerst het belang van het slachtoffer op het oog of proberen we zo snel mogelijk om de harmonie in de familie of geloofsgemeenschap te herstellen?.

Interne verwarring
Het eerste dat het spreken over vergeving in de context van seksueel misbruik dus lastig maakt, zijn de soms tegenovergestelde belangen die achter de vraag naar vergeving schuil kunnen gaan. Het tweede dat het spreken over vergeving moeilijk maakt, is het verwarren van schuld, schuldgevoel, minderwaardigheid en zonde met elkaar (5).
Schuld veronderstelt verantwoordelijkheid. Er liggen concrete handelingen aan ten grondslag: iemand heeft een ander iets aangedaan. Schuld dient onderscheiden te worden van schuldgevoel. Schuldgevoel kan een overlevingsstrategie zijn om de illusie in stand te houden dat de ongewenste situatie of gebeurtenis anders zou kunnen zijn geweest of voorkomen had kunnen worden als het slachtoffer anders had gehandeld. Het schuldig voelen is een copingmechanisme om om te gaan met de machteloosheid en hulpeloosheid die horen bij het ondergaan van geweld. De gedachte schuldig te zijn herstelt het gevoel van veiligheid omdat het lijkt alsof je toch controle hebt over de situatie. ‘Als ik nu toch niet in mijn eentje over straat was gegaan?’ ‘Als ik nu eens een broek in plaats van een rok had aangedaan?’
De prijs is echter hoog. Het schuldgevoel bevestigt de gevoelens van minderwaardigheid en van slecht zijn, die een direct gevolg zijn van het seksueel misbruik. Het woord ‘zonde’ haakt aan bij dit gevoel, waardoor het theologische begrip ‘zonde’ verward wordt met het psychologische begrip ‘schuldgevoel’. De schuldgevoelens gaan echter niet terug op concrete schuldige handelingen, waardoor het kerkelijk spreken over Gods vergeving geen verlichting brengt, maar slachtoffers nog meer bij hun gevoel van minderwaardigheid en slechtheid kan bepalen.

Wat de verwarring rond vergeving voor slachtoffers van seksueel misbruik vergroot, is dat het kerkelijk spreken over schuld, zonde en vergeving meer aansluit bij de behoefte van daders dan van slachtoffers.

Het ‘vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren’ is door veel slachtoffers niet of nog niet mee te bidden, en versterkt het gevoel dat ze tegenover God tekort schieten. Voor daders daarentegen is de voortdurende aanzegging van Gods genade, zegen en vergeving een te gemakkelijke weg om voor hun schuldbesef (indien al aanwezig) een oplossing te vinden. Dit effect van gangbare godsdienstige taal levert bij veel slachtoffers ernstige frustratie op (6).

Slachtoffers zoeken naar erkenning van wat hen is aangedaan en ruimte voor hun levensverhaal. Een belangrijk gespreksthema is het ontwarren van de schuldvraag. Wie is verantwoordelijk voor het misbruik? Slachtoffers kunnen de ervaring met zich meedragen klem te zitten in de gevolgen van het seksueel misbruik. Waar zij bij gebaat zijn, is om te horen over gerechtigheid, het oog hebben voor de gekwetste en kwetsbare mens, oordeel en recht doen.

De kracht van vergeven
Voordat over de helende werking van vergeving gesproken kan worden, is het dus noodzakelijk om eerst bovengenoemde thema’s te ontwarren. Tegelijkertijd is het ook van belang om oog te hebben en te houden voor de heilzame werking van vergeving (7).
Fortune (8) betrekt vergeving op het genezingsproces van het slachtoffer. Volgens haar is vergeving het loslaten van de voortdurende aanwezigheid van het trauma. Vergeving is volgens haar een manier om afstand te nemen van de passieve slachtofferrol. Deze visie past bij de omschrijving van vergeving door Ganzevoort (9): ‘vergeven is het erkennen van de schuld van de dader en het afzien van recht op wraak of vergelding’. Het Griekse woord voor vergeven betekent ‘losmaken’. Door te vergeven wordt de band tussen dader en slachtoffer doorgesneden. Woede, haat en bitterheid zijn logische reacties op onrecht, maar houden in zekere zin het slachtoffer ook gevangen. Door te haten blijft het slachtoffer verbonden met de dader. In die zin is leren vergeven uiteindelijk heilzaam.
Vergeven is in deze benadering de laatste stap in het genezingsproces. Het vraagt om ruimte het hele verhaal uit te mogen vertellen. Het vraagt om tijd om te kunnen erkennen hoe het seksueel misbruik het slachtoffer beschadigd en gekwetst heeft, ook op de lange termijn. Het vraagt om het besef dat de processen van slachtoffer, dader en omstanders niet gelijktijdig verlopen en dat als het om vergeving gaat, altijd het tempo van het slachtoffer gevolgd moet worden. Het vraagt om het herstel van autonomie van het slachtoffer en het herstel van gelijkwaardigheid in de machtsverhoudingen (10).

Vergeven moet?
Toch blijft de vraag of de weg van vergeving voor slachtoffers de meest zinvolle en genezende weg is. Uit praktijkverhalen blijkt dat slachtoffers vaak het losmaken van de band met de dader als heilzaam herkennen, maar tegelijkertijd dit niet als vergeven benoemen. Het afzien van het recht op vergelding roept ook vragen op. Seksueel misbruik is een misdaad. Hoe verhoudt deze visie op vergeven zich tot recht doen? Daarnaast blijkt uit het onderzoek van Balk-van Rossum (11) dat er geen significante veranderingen optreden als gevolg van het proces van vergeven. De theorie over vergeven in situaties van seksueel misbruik lijkt dus problematischer dan verondersteld wordt.

Wat betekent dit voor slachtoffers van seksueel misbruik en vergeven? Allereerst is het goed om te beseffen dat slachtoffers van seksueel misbruik het gevoel kunnen hebben dat zij in een spagaat raken wanneer vergeven ter sprake komt. Aan de ene kant is er de kennis dat vergeven in psychologische zin helend kan zijn, versterkt door het besef dat in de christelijke traditie de weg van vergeving min of meer de norm is. Aan de andere kant is het vergeven van de daders alleen aan de slachtoffers voorbehouden, op hun eigen tijd, volgens hun eigen regie.
Daarnaast is het de vraag of vergeving de enige Bijbelse weg is om bevrijd te worden van de beklemming van de dader. Juist in het gesprek met mensen die te maken hebben gehad met seksueel misbruik is het van belang om meer pastorale bagage mee te nemen dan alleen de weg van vergeven.

Alexander Veerman (1970), dr. Praktische Theologie, predikant te Vriezenveen (PKN), trauma-dominee.

————

(1) A.W. Balk-van Rossum, De rol van godsbeelden in de levensverhalen van vrouwen met een incestervaring Ede, 2017; C. Van den Berg-Seiffert Ik sta erbuiten – maar ik sta wel te kijken Zoetermeer, 2015
(2) Zie bijvoorbeeld: R.R. Ganzevoort ‘Vergeving moet. Maar het maakt wel uit hoe.’ In: in: R.R. Ganzevoort e.a., Vergeving als opgave. Psychologische realiteit of onmogelijk ideaal? Tilburg 2003, 17-33; K. Demasure Als de draad gebroken is. Zingeving en pastorale zorg na seksueel misbruik. Leuven 2005; M.M. Fortune ‘Forgiveness the last step’ In C.J. Adams and M.M. Fortune eds Violence against women and children New York 1995 201-207
(3) Inmiddels zijn er veel onderzoeken gedaan naar prevalentie van misbruik in het algemeen en onderzoeken naar specifieke doelgroepen (bijvoorbeeld: misbruik in instellingen en jeugdzorg, misbruik door hulpverleners, misbruik van mensen met een beperking, misbruik binnen de sport). Wat al deze onderzoeken gemeenschappelijk hebben, is dat het nooit meevalt. De cijfers verschillen van 1 op de 3 ondervraagden tot 1 op de 10 die in hun leven te maken hebben gehad met seksueel misbruik.
(4) Zie bijvoorbeeld: J. Herman Trauma en herstel. De gevolgen van geweld van mishandeling thuis tot politiek geweld Amsterdam 1995; B. Van der Kolk Traumasporen. Het herstel van lichaam, brein en geest na overweldigende ervaringen Eeserveen 2016
(5) Balk-van Rossum, De rol van godsbeelden p. 491                                                                      (6) R.R. Ganzevoort en A.L. Veerman Geschonden lichaam. Pastorale gids voor gemeenten die geconfronteerd worden met seksueel geweld Zoetermeer 2000 p. 79
(7) Zie bijvoorbeeld: H. Stoorvogel en J. Lasonder: Jane. Kampen 2013
(8) Fortune ‘Forgiveness the last step’ p. 201
(9) R.R. Ganzevoort ‘Klem tussen schuld en vergeving. Rol en recht van het slachtoffer’. (10) In Houtman, C. e.a. (Red.) Ruimte voor vergeving. Kampen 1998, pp. 147-158. (p. 156)
Vergelijk: F.W. Greene ‘Structures of forgiveness in the New Testament’ In: C.J. Adams and M.M. Fortune eds Violence against women and children New York 1995 pp. 121-135 (11) Balk-van Rossum, De rol van godsbeelden p. 501

 

Voltooid leven

16 mrt

Voor de tweede keer organiseert de Ontmoetingskerk Vriezenveen in samenwerking met de Vriezenhof een serie van vier seniorenmiddagen. Op deze middagen komen thema’s aan bod die vaak in pastorale gesprekken naar voren komen. De eerste bijeenkomst over ‘omgaan met tegenslagen’ was goed ontvangen. Dat was merkbaar in de toegenomen belangstelling voor de tweede middag van deze kring. Misschien had het ook te maken met het thema Voltooid leven. In ieder geval hadden we met 30 deelnemers opnieuw een goed gevulde zaal.

Afbeeldingsresultaat voor dovende kaars gratis afbeelding

Wat al snel duidelijk werd, is dat het thema voltooid leven de gemoederen bezig houdt. Het raakt aan andere thema’s, zoals euthanasie, de vraag naar wel of niet reanimeren, omgaan met beperkingen en zinvol leven. Deze emotionele thema’s vragen om goede aandacht: een luisterend oor en adequate voorlichting. Wat lastig is, is dat het gesprek over voltooid leven mede wordt  beïnvloed en verstoord door de economisering van ziekte en ouderdom. Het benadrukken van de kosten van ouderen en zieken, alle hervormingen in de zorg en de overbelasting van mantelzorgers roepen bij de aanwezigen zorg op over hun plaats in de samenleving.

De vraag om voltooid leven te honoreren maakt een pijnlijke en verdrietige thematiek zichtbaat, en dat is winst. Het is goed en waardevol dat deze verhalen aan het licht mogen komen. In het gesprek kwamen de volgende punten naar voren:

Allereerst is het noodzakelijk om te luisteren naar de verhalen van mensen die leven met een doodswens. Het lijden dat zij met zich meedragen mag nooit gebagatelliseerd worden. Wat hierin moet worden meegewogen, is dat de medische wetenschap zich enorm ontwikkelt. Er is zoveel mogelijk en er zijn zoveel keuzes te maken dat de consequenties vaak moeilijk te overzien zijn. De vraag dringt zich op of mensen nog mogen sterven.

In de tweede plaats blijken er vaak ook levensvragen mee te spelen in het verlangen om te mogen sterven. Het raakt aan vragen over identiteit, betekenis en verbondenheid. Een vermoeden is dat een identiteit die ligt in wat we doen of wat we hebben kwetsbaarder is dan een identiteit die ingebed is in wie je bent en met wie je bent.

In de derde plaats zou er meer ruimte moeten zijn om lijden, tegenslagen en beperkingen een plek te geven. Levenskunst is niet het voorkomen van lijden, maar het omgaan hiermee. De diepere vreugde wordt juist gevonden in het verhouden tot en het uithouden in de schaduwkant van het leven.

In de derde plaats kan de Bijbel handvatten aanreiken om iets van verbondenheid te ervaren en om de eigen identiteit te herijken. Wel is het goed om op te merken dat Bijbelteksten niet het antwoord kunnen geven op het lijden of op de ervaren zinloosheid van het moment. Dat vraagt om nabijheid en om een oprecht en aandachtig luisterend oor.

Een tekst die tot nadenken stemt is Johannes 10, 10: “Ik [Jezus] geef het leven in al zijn volheid. Het nodigt uit om na te denken over wat het volle leven is. Daarnaast zou de Bijbelse gedachte dat onze identiteit in Christus ligt, stevigheid kunnen geven. In de Bijbel klinkt steeds opnieuw Gods stem die ons aan het licht roept, en ons herinnert aan onze bestemming. Gods liefde zet ons op het spoor van aanvaarding.

 

 

 

Vijf lessen van Zacheüs

14 mrt

Laat ik eerlijk zijn. Zacheüs lijkt niet direct de meest inspirerende of sympathieke persoonlijkheid uit de Bijbel. Hij werkte voor de Romeinse bezetter en verdiende daar goed aan. Hij inde voor hen de belastingen, maar had er geen enkele moeite mee om een flink bedrag in zijn eigen zak te steken. Logisch dat iedereen in Jericho liever met een boog om Zacheüs heen liep. Achter zijn rug om werden er vast veel grappen over hem gemaakt. Hij was namelijk nogal klein van stuk. En daar kwam bij dat de Joodse leiders een scherpe oordeel hadden over dat soort mensen.

Afbeeldingsresultaat voor boom israel

Nee, in Jericho waren ze hem liever kwijt dan rijk. Als Jezus echter door Jericho heen trekt, ziet Hij hem wél zitten. Sterker nog, Jezus roept hem bij zijn naam. ‘Zacheüs – vandaag wil ik bij jou langs komen!’ Zou Zacheüs Hem durven toelaten in zijn levenshuis?

Misschien voelt niemand zich verwant met Zacheüs, maar ik denk dat we allemaal een beetje op hem lijken. We kunnen deze vijf lessen leren van dit Bijbelverhaal:

1. Verstoppen is menselijk … 

Het lukt Zacheüs niet om in de buurt van Jezus te komen. Hij is te klein en de mensen hebben geen zin om voor hem opzij te gaan. Om toch een glimp van Jezus op te vangen, verstopt hij zich in een boom. Niemand die hem ziet, niemand die hem mag zien.

Ergens is dat herkenbaar. Misschien heb je, net als Zacheüs, geen schone lei. Je hebt dingen gedaan waar je je voor schaamt. Het gaat met je mee als een geheim. Wat kun je anders doen dan je verstoppen – in ieder geval figuurlijk? Voordat iemand er achter komt wie je echt bent.

Misschien zijn jou dingen aangedaan en draag je de breuken en butsen van het leven met je mee. Wat kun je je kwetsbaar en klein voelen. Je hebt geleerd om een muur om je hart heen te bouwen en maskers te dragen. Stel dat iemand ziet hoe je je echt van binnen voelt?

In die boom van Zacheüs is het druk. We verstoppen ons – helemaal of een deel van ons binnenste. Bang om ons te laten zien, bang wat anderen van ons vinden.

2. In de boom blijf ik de veilige toeschouwer …  

Zacheüs is in de boom geklommen, omdat hij het verlangen voelde om Jezus te zien. Maar omdat hij zich schuldig voelt of zich schaamt, blijft hij op afstand. Ergens wil hij kennis maken met die wonderlijke Jezus. Er doen allerlei verhalen de ronde: mensen die genezen zijn. Mensen die weer op de been zijn geholpen. Mensen die toekomst hebben ervaren. Mensen van wie de zonden zijn vergeven.

Zou Zacheüs daar misschien naar verlangen? Om gezien te worden. Als mens. Om een nieuwe kans te krijgen? Hij blijft echter op veilige afstand. Een toeschouwer. Geen deelnemer.

Zoals het kind op het schoolplein verlangend naar de andere kinderen kijkt en zo graag mee zou doen. Maar het maakt zich klein bij het hek en wacht.

3. Jezus ziet je zitten en roept je bij je naam

Het evangelie gebeurt in de ontmoeting tussen Jezus en Zacheüs. Hij zit daar verstopt, probeert op veilige afstand te blijven, maar Jezus ziet hem zitten. Hij roept Zacheüs. Hij roept niet: ‘He, tollenaar’.  Hij roept niet: ‘He, slachtoffer’ of ‘Chronisch zieke ‘ of ‘Buitenlander’ of  … Hij roept je bij je naam. Jezus doorbreekt patronen. Hij ziet niet de daden, de kwetsbaarheid of de tekorten, maar de mens. Jou.

Erkenning van wie je bent. Erkenning van je levensverhaal. Al aan het begin van de Bijbel, in Genesis 3, klinkt de roepende God: ‘Mens, waar ben je?’ We worden bij onze naam geroepen en aan het licht gebracht.

Zijn roep gaat gepaard met een spannende vraag: ‘Kan ik bij jou verblijven’. Ben je bereid jouw levenshuis voor Jezus te openen en Hem binnen te nodigen?

4. Het vraagt moed om Jezus te ontvangen

Wat moet het een spannend moment zijn geweest voor Zacheüs. Het moment dat Jezus stopte, omhoog keek en hem bij name riep. Zie je al die mensen kijken? Zie je hoe ze hun mening al klaar hebben? ‘Die Zacheüs, in een boom?!’ Zou Zacheüs niet een eerste neiging hebben gehad om nog verder weg te duiken?

Hij klimt echter uit de boom, en neemt Jezus mee naar zijn huis. Voel je de opluchting van Zacheüs? Merk je hoe genezend het is dat Jezus hem erkenning geeft, hem ziet en bij name noemt?

Het is die genezende aanwezigheid van Jezus waardoor Zacheüs helemaal verandert. Bekering. Totale ommekeer. De ontmoeting met Jezus maakt van Zacheüs een ander mens. Hij gaat iedereen die geleden heeft onder zijn dwingende manier van belasting innen compenseren.

Wat verandert er bij jou, als Jezus in jouw levenshuis mag verblijven?

5. Schort je oordeel op 

Tot slot is dit Bijbelverhaal een les aan Jericho, een les aan mij als omstander. Hoe snel heb ik mijn mening niet klaar? Hoe snel spreek ik niet over anderen? Hoe snel oordelen we niet over elkaar.

Voor je het weet, is de ander niet meer dan jouw oordeel. Wordt h/zij klein gemaakt door wat de buurt, de groep, de kerk van hem/haar vindt.

Jezus geeft ons een les. Iemand valt niet samen met zijn daden, met zijn beperkingen, met zijn kwetsbaarheid. Zie de mens.

Die erkenning geeft de ander de ruimte om te keren. Als gemeenschap kunnen we de oorzaak zijn dat mensen zich wel moeten verstoppen, omdat wij ze niet willen zien en niet willen erkennen. We kunnen echter ook Gods licht doorgeven door die ander bij zijn naam te noemen en aan het licht te brengen.

Omgaan met tegenslagen

24 feb

Gisteren (23 februari 2017) was de eerste bijeenkomst van de seniorenkring van dit seizoen. Deze kring is een mooie samenwerking tussen de Vriezenhof (het woonzorgcentrum in Vriezenveen) en de Ontmoetingskerk. We komen samen in een van de zalen van de Vriezenhof, en de deelnemers komen uit de Vriezenhof zelf, de aanleunwoningen en uit de kerkelijke gemeente.

Het thema was ‘omgaan met tegenslagen’. Als opening lazen we psalm 23, een bekende en aansprekende psalm van David. Met name de zin ‘Al gaat mijn weg door een donker dal, ik vrees geen gevaar, want U bent bij mij’ bepaalde ons bij de vraag: hoe gaan we om met tegenslagen? Is God dan een kracht of roept geloof juist vragen op?

Image result for storm

David

Het levensverhaal van David kleurt de weg door het donkere dal in. In die ervaringen komt hij ook dicht bij onze levensverhalen. David heeft te maken gehad met doodsangst, met verraad, met verlies van dierbaren en met schuld. Hij heeft weet van machteloosheid, van schaamte en van schuld – en van de God van recht en van genade.

Bijbelse hulpbronnen

In de Bijbel zijn verschillende lijnen te herkennen die ons kunnen helpen om een weg te vinden in de tegenslagen van het leven.

(Her)schepping

De eerste lijn die de Bijbel aanreikt is die van (her)schepping. Wanneer we dierbaren moeten loslaten of als gezondheid niet meer vanzelfsprekend is, als we met teleurstellingen te maken krijgen, kan het scheppingsverhaal helpen om weer houvast en hoop te vinden.

De aarde was woest en doods – zo kan het leven ook voelen: wat rest zijn chaos en de golven die ons overspoelen. Een oervloed die ons de adem ontneemt. Maar we lezen in de Bijbel dat zelfs in die chaos de Geest van God aanwezig is. En dan spreekt God. Zijn Woord weerspreekt de chaos en schept vaste grond en toekomst.

Doortocht

Een tweede lijn is het verhaal van de uittocht van het volk Israël. Tegenslagen kunnen je gevangen en klem zetten. Je weet niet meer hoe je verder moet met je leven. Het is God die ons roept en wegtrekt uit de beklemming en op ons weg brengt naar het Beloofde Land. Het volk Israël is nog maar een paar dagen op weg, als ze opnieuw klem komen te zitten. Het water van de Rode Zee maakt verder gaan onmogelijk, maar ondertussen komen de Egyptenaren, de spoken uit het verleden alweer als een bedreigende macht op hen af. zo kan het zijn als je probeert los te komen van gebeurtenissen die je neerdrukken en klem zetten. Maar dan maakt God een weg waar geen weg was. Dwars door de Rode Zee. Dwars door het water van nood en dood.

Ballingschap 

Een derde lijn is het verhaal van het volk Israël in ballingschap. Het volk is weggevoerd uit het Beloofde Land en leeft als vreemdeling in een ver en vijandig land. Wat verlangen de Israëlieten om terug te mogen keren. De profeet Jeremia heeft echter een andere boodschap: jullie moeten hier huizen bouwen en je vestigen. De ballingschap is onafwendbaar en moet geaccepteerd worden. Zo kan ons leven zijn. We maken dingen mee of moeten omgaan met situaties die onomkeerbaar zijn. Er volgt geen herschepping of bevrijding. We moeten onder ogen zien wat ons gebeurt en dat accepteren. Maar ook dan is daar de belofte dat God met ons mee zal gaan.

Nieuwe hemel en nieuwe aarde

Een laatste lijn, tenslotte, is het visioen van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Paulus schrijft dat het lijden van deze tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid die ons te wachten staat. In het laatste Bijbelboek lezen we hoe God onder ons wil wonen en ons de tranen van de ogen wist. Een liefdevol en zorgzaam gebaar, oprechte troost.

Deze verhalen kunnen ons helpen om een weg te zoeken in de tegenslagen van het leven. In het gesprek dat volgde, was er ruimte om persoonlijke ervaringen uit te wisselen en vragen te stellen. Een waardevolle en bemoedigende ontmoeting.

zeven teksten tegen de duisternis

20 feb

Soms kun je er even helemaal doorheen zitten. Je hebt te maken met teleurstellingen, een gevoel van algehele malaise of met gevoelens van minderwaardigheid. Misschien voel je je schuldig of schaam je je voor jezelf. Misschien heb je geprobeerd om je naar buiten goed voor te doen. Een muurtje om je narigheid heen, een masker voor de mensen om je heen. Nu lukt het niet meer en zit je er even doorheen. Het kan dan donker zijn.

Misschien kunnen deze onderstaande teksten je een zetje in de rug geven. Meditatietechnieken kunnen eventueel helpen om de Bijbelteksten beter te laten landen: kies een vast moment op de dag. Zoek een rustige plek en steek een kaars aan of kijk naar een afbeelding waar je rustig van wordt. Ga rechtop zitten met je voeten stevig op de grond, zodat je de grond goed voelt. Begin de meditatie met het gebed. Lees het Bijbelvers enkele malen rustig na elkaar.

De eerste dag: niet zonder hoop

Gebed: God van licht, vóór alles uit bid ik om uw Geest die ook in tijden van chaos en duisternis haar vleugels beschermend en herscheppend om mij heen wil slaan, zodat ik uw licht mag zien en hoop mag ervaren. Amen

Bijbeltekst: Genesis 1, 3 en 4. God zei: er moet licht komen, en er was licht. En God scheidde het licht van de duisternis.

Afbeeldingsresultaat voor kaarsje

Dit Bijbelvers aan het begin van de Bijbel,  aan het begin van de schepping – nee, het begín van de schepping – is de grond onder onze voeten. Chaos en duisternis hebben niet het laatste woord. Hoop van Godswege is het eerste woord. Dat woord roept de chaos een halt toe. Misschien slaan de golven van het leven over je heen, is het donker geworden en heeft de chaos zich vastgezet in je hoofd en je hart. Maar probeer dit te onthouden: God laat het niet bij de duisternis. “Er moet licht komen”  – en er was licht!

Neem vandaag deze vraag met je mee: wat of wie geeft je hoop?

De tweede dag: beschutting

Gebed: God vol ontferming, in een wereld die soms onbarmhartig is, zoeken we U – met onze levensverhalen waardoor we ons soms verloren en onbeschut voelen. We zoeken U en bidden we om uw beschermende vleugels om ons heen. We bidden in de beschutting van uw Woord om geborgenheid, om uw vrede. Amen

Bijbeltekst: Psalm 61, 3b – 5a  Breng mij op de rots hoog boven mij, U bent altijd mijn schuilplaats geweest, een toren te sterk voor de vijand. Laat mij altijd wonen in uw tent, veilig verscholen onder uw vleugels.

Afbeeldingsresultaat voor onder uw vleugels

Het verlangen naar beschutting, naar een plek waar je veilig benen tot rust kunt komen, kan groot zijn. Juist als je je onbeschermd en kwetsbaar voelt. Op de tweede dag schiep God de hemel. De koepel waar wij onder mogen wonen, de beschutting van Gods liefde waarin we mogen schuilen. Misschien kun je dit niet ervaren, en tonen de gebeurtenissen in je leven het tegendeel aan. Waar is die God dan?! Het is – ook dan – Gods belofte waar we ons aan vast mogen houden. God is onze schuilplaats. Onder zijn vleugels mogen we schuilen.

Neem vandaag deze vraag met je mee: wanneer heb jij je geborgen gevoeld?

De derde dag: grond onder voeten

Bijbeltekst: Psalm 46, 2 – 3 God is voor ons een veilige schuilplaats, een betrouwbare hulp in de nood. Daarom vrezen wij niet, al wankelt de aarde en storten de bergen in het diepst van de zee.

Afbeeldingsresultaat voor rots golven

Het beangstigende van een aardbeving is dat de grond waarop je staat, wankelt. Op dat moment is er geen enkel houvast meer – het fundament stort in. Dat kan ook in psychisch of spiritueel opzicht gebeuren. We meenden houvast te hebben, maar het schudt en wankelt. Zelfs de bergen – die staan toch als een huis?! – storten in zee. Maar, zegt psalm 46, zelfs dan hoef je niet bang te zijn, hoef je niet te vrezen. Het is God die stevig staat als een rots. hij maakte op de derde dag vaste grond onder de voeten. Op die grond mag je staan. Op adem komen. God is een betrouwbare schuilplaats – al wankelt de aarde …

Neem vandaag deze vraag met je mee: waar vind jij vaste grond?

De vierde dag: lichtpuntjes

Bijbeltekst: Psalm 27, 1 De HEER is mijn licht, mijn behoud, wie zou ik vrezen? Bij de HEER is mijn leven veilig, voor wie zou ik bang zijn?

Afbeeldingsresultaat voor zonsopkomst kruis

Het kan donker zijn in je leven. Donker maakt angstig. Het is goed om dan te bedenken dat God de zon, de maan en de sterren heeft geschapen. Juist als het donker wordt, komen de sterren aan het licht. Herinner je dat God zelf het licht is, jouw licht is. In zijn licht mag je op adem komen, rust vinden. Bij God ben je veilig – je hoeft niet bang te zijn.

Neem vandaag deze vraag met je mee: waar zie je lichtpuntjes?

De vijfde dag: verwondering

Bijbeltekst: psalm 8, 4 – 5  Zie ik de hemel, het werk van uw vingers, de maan en de sterren door u daar bevestigd, wat is dan de sterveling dat u aan hem denkt, het  mensenkind dat u naar hem omziet?

Afbeeldingsresultaat voor schepping

Als je moedeloos bent en het zwaar hebt, is het goed om de wandelschoenen aan te trekken en naar buiten te gaan (of om iemand te vragen jou te begeleiden als je niet meer lopen kunt). Regent het? Verwonder je over de druppels. Schijnt de zon? Verwonder je over de zonnestalen. Verwonder je over de schoonheid van de schepping – over de bloemen en het gras. Over de bomen, over de dieren. Zie je met hoeveel zorg de wereld tot stand is gekomen? En die God heeft jou al zijn liefde gegeven. Hij ziet om naar jou, en zijn hart gaat naar jou uit!

Vraag om vandaag mee te nemen: waar verwonder jij je over?

De zesde dag: je bent!

Bijbeltekst (bewerkt): Deut. 32, 10 -12  Hij vond je in een dorre woestijn, in een niemandsland vol van gevaar. Hij omringde je met zorg en met liefdekoesterde je als zijn oogappel. Zoals een arend over zijn jongen waakt en voortdurend erboven blijft zweven, zijn vleugels uitspreidt en zijn jongen daarop draagt, zo heeft de HEER jou geleid, hij alleen: geen andere god stond hem bij.

Afbeeldingsresultaat voor arend

Het is goed om steeds weer te bedenken dat God op de zesde dag de mens heeft geschapen. Eerste schiep Hij de aarde als een huis waar wij als mensen zouden mogen wonen. Hij heeft je met zoveel zorg en met zoveel liefde geschapen. Jouw leven is niet een gevolg van het lot of van toeval, maar jouw leven is bedoeld. Je bent geliefd, en God koestert jou. Jij bent!

Neem deze vraag vandaag met je mee: wat betekent het voor je dat God jou met liefde heeft geschapen en je kostbaar bent in zijn ogen?

De zevende dag: schep rust

Bijbeltekst: Prediker 3, 12 en 13  Ik heb vastgesteld dat voor de mens niets goeds is weggelegd, behalve vrolijk te zijn en van het leven te genieten. Want wanneer hij zich aan eten en drinken te goed doet en geniet van al het goede dat hij moeizaam heeft verworven, is dat een geschenk van God.

Afbeeldingsresultaat voor op het leven

De kroon op de schepping is niet de mens, maar de rustdag. De sabbat. Een dag om te genieten van Gods goede schepping, om tijd te hebben om de Schepper te eren. Misschien herken je wel dat je te druk bent. Juist op de momenten dat je tot rust zou moeten komen, denk je dat je nog weer van alles moet. Neem rust, zegt Prediker. Geniet. Vier het leven. Misschien helpt het om het duister te verdringen en het leven te omarmen. Geniet, je bent bent een geschenk van God.

Vraag om vandaag mee te nemen: waar kun je echt van genieten?