Tag Archives: bijbel

Spionnen in Jericho

12 dec

 

De twee spionnen liggen met bonzend hart doodstil op het dak, in de donkere nacht. Rachab had hen razendsnel naar boven gebracht en verstopt onder het vlas dat op het dak lag te drogen.

 

Afbeeldingsresultaat voor vlas

Leuk om te weten: Vlas werd gebruikt om linnen van te maken. Van linnen kon je kleren maken, maar ook grote lappen stof. Het vlas moest eerst drogen en werd daarna bewerkt.

 

Ze horen de soldaten van de koning van Jericho schreeuwen. ‘Waar zijn die mannen? Vertel op!’ Zacharja pakt zijn zwaard nog steviger vast. Joas legt voorzichtig een pijl op zijn boog. Allerlei gedachten flitsen door zijn hoofd. Wat was hij trots dat hij mee mocht met Zacharja om het gebied te verkennen. Het Joodse volk was aangekomen bij het Beloofde Land. Ze hadden hun kamp opgeslagen aan de oever van de Jordaan. Het tentenkamp zinderde van de spanning. Eindelijk was het volk aangekomen op de plaats van bestemming. Eindelijk kwam er een einde aan die lange, lange tocht door de woestijn.

Jozua, de leider van Israël, wilde precies weten wat hij kon verwachten als het de Jordaan over zou trekken. Hoe sterk waren de vijanden? Wat was de beste route? Om dat uit te vinden, had Jozua aan Zacharja, een van de dapperste Israëlieten, gevraagd om het land te gaan verkennen. En Zacharja had hem, Joas, meegenomen, omdat hij zo goed kon boogschieten.

Het was een spannende tocht. Niemand mocht weten dat zij bij de Israëlieten hoorden. Ze waren immers spionnen. En zo waren ze in Jericho terecht gekomen. Jericho was een sterke stad met grote, hoge muren. Toch waren de mensen bang. Bang voor dat volk uit de woestijn.

Omdat het bijna donker was, zochten ze een plek om te overnachten. Niemand gaat de stad uit als de schemer valt. Ze informeerden of er ergens een herberg was. Zo kwamen ze bij Rachab terecht, een zelfverzekerde en mooie vrouw die een eigen herberg had bovenop de muur. De muur van Jericho was zo gebouwd, dat er op en tegen de muur ook allerlei huizen stonden.

Moe van de spannende tocht en licht in het hoofd van het bier, zaten Zacharja en Joas een beetje te suffen in de gelagkamer. Ze waren nog de enige gasten. Opeens werd er hard op de deur gebonsd. Rachab reageerde verrassend snel. ‘Naar boven, nu!’, siste ze. Ze rende achter de spionnen naar het dak, beval hen te gaan liggen en strooide het vlas over hen heen.

Snel ging ze naar beneden en opende de deur.

De opgewonden stemmen van de soldaten klinken luid door de nacht. Ze horen de rustige stem van Rachab. Joas spitst zijn oren, maar hij verstaat niet wat ze zegt. Is ze te vertrouwen? Zitten ze nu niet als ratten in de val?

Dan horen ze de soldaten vertrekken. Hollende voetstappen op weg naar de poort. ‘Open de poort, snel! We moeten die spionnen achterna, voordat ze hun kamp bereiken’.

Zacharja en Joas gaan op hun knieën zitten en schudden het vlas van zich af. Rachab komt naar hen toe en vertelt dat ze de soldaten heeft wijsgemaakt dat de spionnen al vertrokken waren. ‘Waarom doe je dit?’, vraagt Zacharja. ‘Je kent ons niet en je brengt zo je eigen leven in gevaar’.

Dan begint Rachab te vertellen. Over de verhalen die Jericho binnendruppelen. Verhalen over de kracht van de God van Israël. Verhalen over de wonderen die die God gedaan heeft. ‘Weet je’,  zegt Rachab. ‘Jullie God is echt God. Ik wil graag bij Hem horen. Daarom heb ik jullie geholpen. Nu moet je me beloven dat als jullie Jericho aanvallen, je mij en mijn familie zult sparen. Hier heb ik een touw waarmee ik jullie van de muur kan laten zakken’

‘Dat is goed’,  zegt Zacharja. ‘Hang dit rode koord uit je raam, als we de stad komen belegeren. Dan zien we waar jij bent. Iedereen die in jouw huis zal zijn, zal worden gespaard’.  De spionnen laten zich van de muur zakken en verdwijnen in de nacht.

Korte tijd later doemt het volk Israël op voor de muren van Jericho. Rachab wordt niet alleen gespaard, maar ze wordt zelfs een van de voorouders van Jezus. Want een ding is zeker. God doet wat Hij belooft. Beloofd is immers beloofd!

Een Bijbels antwoord op terreur?

22 jul

Mij  gesprekspartner staart peinzend in de verte. Hij knijpt zijn ogen tot kleine spleetjes en draait zijn hoofd naar me toe. “Ik denk dat dit de eindtijd is”, vertrouwt hij mij toe. “Ik hoop dat Jezus snel terug komt. Ik kijk er echt naar uit!” Zijn vrouw valt hem bij. “We slapen er slecht van. Al dat nare nieuws. Die aanslagen. Je wordt gewoon bang”.

Verlangen naar rust

Het zijn emoties en gedachten die geregeld passeren in de gesprekken die ik heb, zowel met ouderen als met jongeren. Het nieuws over aanslagen in Nice, Bagdad, Dallas, Sanaa, Parijs, Istanbul, Brussel – het maakt angstig. De ontwikkelingen in Turkije maken onrustig. De hongersnood in Afrika, de zorgen om ons milieu, de vluchtelingenstromen roepen een machteloos gevoel op. Het verlangen naar de eindtijd of de wederkomst is een krachtig verlangen dat er een einde komt aan het geweld en het onrecht.

De Bijbel en de eindtijd

Het is precies dit onrustig verlangen en het zoeken naar houvast waar het in de Bijbel over gaat. Het spreken over de eindtijd gaat hand in hand met het spreken over het Koninkrijk van God.  De Bijbel kent aan ‘het einde’ een specifieke betekenis toe. Van het einde is sprake wanneer de verbondenheid tussen God en de mensen ophoudt. Dat staat op het spel als het over het einde gaat: zijn wij nog verbonden met de God van Israël? Met Gods Naam die nabijheid en redding betekent? Wanneer de verbondenheid van God met mensen verbroken is, gaat dit gepaard met schokkend verschijnselen: de zon zal verduisterd zijn, de maan geen licht meer geven. Waarom moet dit gebeuren? Omdat wij de band met God steeds weer verbreken. We ruilen God in voor ons eigen beeld van god. De god van ons eigen denken en handelen. De god voor ons eigen karretje. We zijn geschapen om beelddrager van God te zijn, maar we maken God tot ons eigen beeld. Wanneer God mens wordt, dreigt de diepste en onafwendbare crisis. In het lijden en sterven van Jezus wordt het einde van de verbondenheid in alle verschrikking zichtbaar. Wanneer Jezus wordt gekruisigd, valt er een diepe duisternis (Marcus 15, 33). Jezus schreeuwt het uit: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?’ Aan het kruis is er verlatenheid. Daar is het einde, daar is de verbondenheid van God met mensen verbroken. Er is geen zon meer, geen maan. Dit is het einde van de wereld. Dezelfde Jezus die dit einde aankondigt, is ook de Mensenzoon aan wie dit wordt voltrokken.

Het einde kondigt een nieuw begin aan

Maar er klinkt een vervolg: de Mensenzoon zal komen. Het graf kon Hem niet vasthouden. Er komt een nieuw begin. Niet het einde is nabij, maar het nieuwe begin! Het einde van de wereld valt samen met de dood van de Mensenzoon. Maar in dat einde is ook een nieuw begin. Daarom worden we opgeroepen om waakzaam te zijn. Er is een nieuw tijd begonnen toen de steen van het graf werd weg gewenteld. We worden uitgenodigd bedacht te zijn op twee dingen: de oude tijd zal voorbijgaan – en dat roept de vraag op: waar ben ik mee bezig? De nieuwe tijd is opengegaan met de opstanding – en dat roept de tweede vraag op: waar is God mee bezig?

Koninkrijk van God

Het nieuwe begin is zichtbaar in de komst van het Koninkrijk. Dit is niet slechts een toekomstperspectief, een hemelse droom. Het Koninkrijk van God, het Rijk van vrede en recht breekt nu al door. Het wordt zichtbaar op momenten waarop recht gedaan wordt, wanneer gebrokenen weer op kunnen opstaan, wanneer gebutsten getroost en gesteund worden. Het Koninkrijk breekt door wanneer er hoop gedeeld wordt en vanuit de kracht van de liefde wordt geleefd. Nu in alle voorlopigheid, straks ten volle.

Niet ‘stil maar, wacht maar’ 

Het getuigenis in de Bijbel over Gods Koninkrijk is zowel een bron van troost en hoop, als ook een aansporing. Gods Koninkrijk maakt duidelijk dat onrecht en lijden niet het laatste woord hebben, dat er hoop is – omdat we weet hebben van Gods liefde, van gerechtigheid en van vergeving.

Wat betekent dat voor ons, in deze tijd? Wat betekent dit voor onze wereld die zucht onder terreur? Een tekst uit de eerste brief van Petrus biedt een verrassende aansporing. Ons wordt niet voorgehouden om naar de hemel te turen, om stil en gelaten deze tijd uit te zitten. We worden aangespoord om een verschil te maken. ‘Een koninkrijk van priesters’ noemt Petrus de volgelingen van Jezus.

Priesters bemiddelen. We hoeven niet meer te bemiddelen tussen mensen en God – dat heeft Jezus Christus voor ons gedaan. Wat wij mogen doen, is het bemiddelen van de hoop die meekomt met Christus. We mogen getuigen van hoop door te vertellen over de grote daden van God. We mogen in onze reactie op de angst, de onrust en de machteloosheid laten zien wie ons inspireert en van wie we onze hoop en kracht verwachten.

Het vraagt van ons om niet te reageren met haat en verdeeldheid. Het vraagt van ons om te zoeken naar wat de eenheid dient en naar de ruimte van de liefde. De liefde zoekt zichzelf niet, is geduldig, verzet zich tegen onrecht en bouwt op.

‘Wees sterk en moedig’

Kunnen we dit? Misschien is het goed om de bemoediging van God aan Jozua in herinnering te roepen. Jozua stond voor de opgave Mozes op te volgen en het volk Israël het Beloofde Land binnen te brengen. ‘Wees sterk en moedig’ klinkt als een refrein in dat eerste hoofdstuk van het boek Jozua. Jozua wordt opgeroepen sterk of standvastig te zijn: weet op welke grond je staat. Weet wie je fundament is, op wie je je leven mag bouwen. Jozua wordt aangespoord moedig, vastberaden te zijn: weet welk doel je voor ogen hebt, weet dat je je weg mag gaan met Gods leiding.

In het vertrouwen op God durft Jozua de Jordaan over te steken. God gaat als een bondgenoot met hem mee. ‘Ik zal jou niet verlaten’. Die belofte is het diepste antwoord op dreiging en angst. Elke stap die we zetten is ons van God gegeven. We dragen hoop met ons mee – dat ons getuigenis tot zegen mag zijn voor de wereld.

 

‘De Bijbel? Ik sla de meeste verhalen maar over’

8 nov

‘Lastig om te begrijpen’. ‘Zware verhalen’.  ‘Het ontbreekt aan tijd, aan een gezamenlijk moment. Nou ja, als je echt zou willen .. ‘ ‘Ik weet niet zo goed wat ik moet zeggen als we aan tafel een discussie krijgen over de Bijbel’.  Zomaar een greep uit de reacties op de vraag waarom de Bijbel een steeds minder prominente rol in het gezinsleven speelt. De meesten zijn groot gebracht met de Bijbel, maar de vragen van anderen, de eigen vragen en de moeite om de verhalen toe te eigenen maakt het Bijbellezen minder vanzelfsprekend.

Niet vanzelfsprekend

De Bijbel zelf is niet meer vanzelfsprekend: wat is de context van het gelezen verhaal? Hoe moet ik het verhaal eigenlijk lezen? Wat heeft dit verhaal nu met mij te maken? De Bijbel in Gewone Taal is een belangrijk hulpmiddel, maar neemt de fundamentele vragen niet weg. Misschien zijn de zinnen nu goed te begrijpen, maar wat betekenen die verhalen dan? Natuurlijk gaat Bijbellezen samen met gebed en met het openen van je hart voor Gods stem. Maar hier geldt ook: wanneer je niet begrijpt wat je leest, wanneer het alleen maar verwarring en vragen oproept, kan de heilige Geest ook niet werken. Het is goed om dan te zoeken naar leesregels.

Vuistregels

Piet Schelling geeft in zijn boek Vreemd en bizar. Lastige Bijbelverhalen enkele vuistregels die kunnen helpen om tot een beter verstaan van de teksten te komen. De Bijbel is inspirerend, troostend en leerzaam boek, waarin Gods stem van wijsheid, bemoediging en aansporing in klinkt. Het is niet geschreven als een ‘kookboek vol met hapklare levensrecepten’, geen natuurkundeboek of wetboek. Als vuistregels noemt Schelling:

Maak onderscheid tussen normen en waarden. Normen zijn de regels en richtlijnen die we hanteren. Daarachter gaan waarden schuil. Normen zijn tijd- en cultuurgebonden en moeten dus telkens aangepast en veranderd worden, waarden veel minder. Waarden zijn bijvoorbeeld: recht doen, respect, trouw, vertrouwen en liefde.

Besef dat iets waar kan zijn zonder dat het echt gebeurd is Bijbelschrijvers willen een boodschap overbrengen. Een verhaal of een gedicht onthult een dimensie van de werkelijkheid waar de vraag ‘is het echt gebeurd’ niet helpend is. De mogelijkheid om voorbij de letterlijke betekenis te mogen kijken, kan ruimte geven om de diepere zin te ontdekken.

Treed de Bijbel als gesprekspartner tegemoet: jullie hebben elkaar wat te vertellen. Als lezer ben je niet slechts de ontvanger van de boodschap van de tekst. Het lezen is vele malen spannender. De aandachtiger lezer stelt vragen aan de tekst: wie spreekt er, wie handelt er? Herken ik me in het enthousiasme of de emotie van een psalm? Die vragen laten iets zien van wie je zelf bent. Tegelijkertijd de tekst ook vragen aan jou. Zo komt de tekst dichterbij en kan tot spreken komen.

De Bijbel is niet een goddelijk dictaat. In de Bijbel klinkt de Stem van God., is het Woord van God te vinden. De Bijbel is geen dictaat vanuit de hemel, maar de schrijvers verhalen vanuit hun eigen ervaringen met de wereld en met God. Het maakt ruimte om veranderende contexten mee te laten wegen.

Wat deze regels gemeen hebben, is dat ze ruimte maken.

Het geheim van de Bijbel

Naast ruimte om de Bijbel te lezen, helpt het ook om de grote lijn van de Bijbel vast te houden. Een van de mogelijke rode lijnen wordt geschetst door de theoloog Tom Wright. De Bijbel gaat over thuiskomen uit vervreemding, uit gevangenschap, uit ballingschap. Het begint met de schepping, de goede schepping: God maakt een woonplaats voor de mens. Een plaats waar het goed toeven is,  waar God met de mens wandelt. De hof van Eden. Zo lezen we in Genesis hoe de mens pas echt mens wordt als God hem zijn Adem inblaast.

Als de mens anders kiest en zijn leven los van God wil leiden, verliest de mens zijn plaats in de hof en wordt verbannen. De Bijbel vertelt hoe God de mens blijft roepen, de hele geschiedenis door. Het volk Israël is Gods eerste reddingsplan tot heil van de volkeren. In het Oude Testament lezen we hoe het volk in het Beloofde Land arriveert, maar die plek verliest, omdat het steeds opnieuw het zicht op God verliest. Het volk belandt in ballingschap; opnieuw vervreemd en ontheemd.

Gods uiteindelijke reddingsplan, Gods roepstem krijgt gestalte in Jezus Christus. In zijn lijden, sterven en opstanding krijgt de mens hoop en nieuwe toekomst. Herschepping – God antwoord; zo brengt Hij ons thuis.

De Bijbel gaat over ons eigen leven

De Bijbelse verhalen zijn geen ver-van-mijn-bed-show, maar raken aan onze eigen ervaringen. Het is boeiend om op die manier de verhalen te lezen en de vraag te stellen wat die verhalen vertellen over je eigen levensverhaal. Of hoe je jouw levensverhaal kunt verbinden met het verhaal van God. Zo kun je het scheppingsverhaal lezen als een  bemoediging wanneer je je bevindt in een fase van chaos en wanhoop. Ook dan zweeft Gods Geest over je chaos en duisternis. Hij spreekt en zijn eerste woord is: er moet licht komen. Voor alles uit. Hoop, omdat God spreekt.

Tools die helpen

Als je de Bijbel wilt lezen, is het goed om te zoeken naar tools die je helpen om verder te komen, om te voorkomen dat je verdwaalt in Bijbelteksten. Bijbelse dagboekjes en de Bijbel in Gewone Taal kunnen hierbij erg behulpzaam zijn, net als gespreksgroepen zoals de kring voor 30/40-ers. De Bijbel is te mooi om in de kast te laten liggen.

Leesrooster ‘Samen – danken is delen’ voor de kerk en schoolviering op 1 november

26 okt

Inleiding

Soms is het best fijn om even alleen te zijn of om iets in je eentje te doen. Maar meestal is het veel leuker om samen te spelen en samen te zijn. Als je moeilijke dingen meemaakt, helpt het om er samen over te praten. Als je iets supergaafs meemaakt, word je opnieuw blij als je erover vertelt. ‘Gedeelde smart is halve smart. Gedeelde vreugde is dubbele vreugde.’

De Bijbel zegt dat ook. Al helemaal in het begin van de Bijbel staat, dat het niet goed is als je helemaal alleen bent. Je wordt pas echt gelukkig als je samen bent: met je familie bijvoorbeeld, of met je vrienden.

Wat volgens de Bijbel heel belangrijk is, is dat je goed voor elkaar zorgt. Want ja, soms zijn er mensen die het moeilijk hebben. Geloven betekent dat je ook zorgt voor mensen die het minder goed hebben dan jij. Op 4 november vieren we Dankdag. Een dag om stil te staan bij alles wat we aan mooie en goede dingen hebben gekregen. Bij dat danken hoort ook delen. Want hoe kun je blij zijn wanneer anderen tekort komen?

In dit leesrooster gaat het over ‘Samen – danken is delen’

 

Maandag 26 oktober: David en Jonatan: een bijzondere vriendschap

Lezen: 1 Samuël 20, 16 – 17 en 41 en 42

16 Jonatan sloot een verbond met het huis van David met de woorden: ‘Moge de HEER je daaraan houden.’  17 Vervolgens liet hij David dit bekrachtigen met een eed op hun vriendschap, want hij had David lief als zijn eigen leven. (…) 

41 David kwam van achter de rotsblokken  tevoorschijn, knielde neer en boog driemaal diep voorover. Ze kusten elkaar terwijl hun de tranen over de wangen liepen, tot Jonatan zich vermande 42 en zei: ‘Vaarwel.

We hebben een klein stukje gelezen uit het spannende verhaal van David en Jonatan. Als je tijd hebt, moet je het hele verhaal maar eens lezen. De vader van Jonatan is Saul, de koning van Israël. David is de beste vriend van Jonatan en daarnaast een belangrijke officier in het leger. David is zo populair dat Saul jaloers en bang wordt. Het liefst wil hij David doden. David krijgt dat in de gaten en neemt zijn vriend in vertrouwen. ‘Je vader is mij liever kwijt dan rijk’.

Jonatan kan het eigenlijk niet geloven. Zijn vader? Ze verzinnen een plan om uit te zoeken of David echt gevaar loopt. Die avond is er een feest n het paleis waar David bij hoort te zijn. Hij verstopt zich echter buiten Jeruzalem en Jonatan gaat uitzoeken hoe zijn vader écht over David denkt. Saul wordt zo verschrikkelijk kwaad als het over David gaat, dat hij zelfs zijn eigen zoon Jonatan wel iets aan kan doen.

Nu weet Jonatan zeker dat David nooit meer veilig is in Jeruzalem. David zal moeten vluchten, ver weg van koning Saul. Hij zoekt David op in het veld. Ze moeten afscheid nemen. De tranen biggelen over hun wangen. Als je veel van iemand houdt, doet het heel veel verdriet als je afscheid moet nemen.

Vraag: wie is jouw beste vriend(in)? Wat vind je het leukst om samen te doen?

Gebed: Lieve God, wilt U voor mijn vrienden en vriendinnen zorgen? Wilt U dicht bij mijn familie zijn? Wilt U ons helpen om op een fijne manier voor elkaar te zorgen. Amen

Dinsdag 27 oktober: Jakob en Esau: ruzie met je broer

Lezen: Genesis 32, 14. 21, 22 en 33, 1 – 4

Nadat Jakob de nacht daar had doorgebracht, stelde hij uit het vee dat hij bezat een geschenk voor zijn broer Esau samen (…) Hij dacht namelijk: Ik zal proberen Esau mild te stemmen met het geschenk dat ik vooruitstuur; pas daarna durf ik hem zelf onder ogen te komen, misschien is hij dan bereid mij welwillend te ontvangen. 22 Zo ging het geschenk voor hem uit, maar zelf bleef hij die nacht nog in het tentenkamp. (…)

331 Plotseling zag Jakob Esau op zich afkomen, met vierhonderd man. Toen verdeelde hij de kinderen over Lea, Rachel en zijn twee bijvrouwen. 2 De bijvrouwen en hun kinderen liet hij voorop gaan, Lea en haar kinderen daarachter, en Rachel en Jozef helemaal achteraan. 3 Zelf liep hij voor iedereen uit, en terwijl hij zijn broer naderde boog hij zevenmaal diep voorover. 4 Esau rende hem tegemoet, sloot hem in zijn armen en kuste hem. Beiden lieten hun tranen de vrije loop.

Tjonge zeg, die Jakob. Hij is behoorlijk bang voor zijn broer Esau. Nu is dat ook wel goed te begrijpen, want Jakob heeft hem jaren geleden een gemene streek geleverd. Voor de zekerheid was Jakob naar familie in het buitenland vertrokken. Maar nu wil hij weer terug naar huis. Dat betekent ook dat hij Esau weer onder ogen moet komen. Zou Esau nog zo boos zijn? Juist ruzie in de familie kan heel erg veel verdriet en pijn doen. In het gezin en in de familie ken je elkaar vaak zo goed. Je hoopt dat je juist bij je familie veilig bent en dat je familie je steunt.

Jakob verzint een list om zijn broer een beetje mild te stemmen. Het blijkt achteraf niet nodig te zijn. Als Esau zijn broer ziet, kan hij zijn tranen niet meer bedwingen en rent op Jakob af. ‘Wat heb ik je gemist man, fijn dat ik je zie!’

Vraag: wat zou jij doen als iemand boos op je is? Ga je vechten, loop je dan weg of probeer je het uit te praten?

Gebed: Vader in de hemel, dank U wel voor familie, voor mama en papa. Help ons om goed voor elkaar te zorgen. Help ons om het weer goed te maken als we ruzie hebben. Amen

Woensdag 28 oktober: de vier vrienden

Lezen: Marcus 2, 1 – 11

21 Toen hij enkele dagen later terugkwam in Kafarnaüm, werd bekend dat hij weer thuis was. 2 Er stroomden zo veel mensen toe dat er zelfs voor de deur geen plaats meer was, en hij verkondigde hun Gods boodschap. 3 Er werd ook een verlamde bij hem gebracht, die door vier mensen gedragen werd. 4 Omdat ze zich niet door de menigte konden wringen, haalden ze een stuk van het dak weg boven de plaats waar Jezus zat, en toen ze een opening hadden gemaakt, lieten ze de verlamde op zijn draagbed naar beneden zakken. 5 Bij het zien van hun geloof zei Jezus tegen de verlamde: ‘Vriend, uw zonden worden u vergeven.’

6 Er zaten ook een paar schriftgeleerden tussen de mensen, en die dachten bij zichzelf: 7 Hoe durft hij dat te zeggen? Hij slaat godslasterlijke taal uit: alleen God kan immers zonden vergeven! 8 Jezus had meteen door wat ze dachten en dus zei hij: ‘Waarom denkt u zoiets? 9 Wat is gemakkelijker, tegen een verlamde zeggen: “Uw zonden worden u vergeven” of: “Sta op, pak uw bed en loop”? 10 Ik zal u laten zien dat de Mensenzoon volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven.’ Toen zei hij tegen de verlamde: 11 ‘Ik zeg u, sta op, pak uw bed en ga naar huis.’ 12 Meteen stond hij op, pakte zijn bed en ging weg; allen die dit zagen, stonden versteld en loofden God. ‘Zoiets hebben we nog nooit gezien,’ zeiden ze.

Dát zijn pas echte vrienden. Deze vier mannen hebben over Jezus gehoord. Ze dachten: daar moeten we onze verlamde vriend naar toe brengen! Als iemand hem kan helpen, dan is het Jezus wel. Wat gunnen ze het hun vriend dat hij weer kan gaan en staan waar hij wil. Dat zou toch fantastisch zijn?

Maar wat een teleurstelling als ze bij het huis aankomen waar Jezus verblijft. Er zijn zo ontzettend veel mensen dat ze niet eens in de buurt van de deur kunnen komen. De mensen verdringen zich voor de ramen en de deur om maar een glimp van Jezus op te vangen. De mensen zijn zo druk met zichzelf bezig en zo bang om hun plekje te verliezen dat ze geen ruimte willen maken voor de verlamde mannen.

Even voelen de vier vrienden zich verslagen. Maar dan krijgt iemand een idee. Met twinkelende ogen zegt hij: ‘Kom op, het dak moet eraf!’

Ze hijsen de verlamde man op het platte dak, halen de dakbedekking eraf en laten de verlamde man pardoes naar beneden zakken, vlak voor Jezus voeten. Kun je je de  gezichten van de mensen voorstellen? En Jezus? Jezus geneest de verlamde man. Hij staat op en loopt naar buiten. De mensen stappen verbaasd en verwonderd opzij. Nu wel.

Vraag: wie zou jij wel bij Jezus willen brengen?

Gebed: Here Jezus, dank U wel dat U gekomen bent om mensen te helpen. Wilt U zijn met …, en …, wilt U hen ook helpen en kracht geven? Amen

Donderdag 29 oktober: zorg voor de vluchtelingen

Lezen: Deuteronomium 10, 17 – 19

17 Want de HEER, uw God, is de hoogste God en Heer. Hij is de grote, de machtige, de ontzagwekkende God. Hij handelt zonder aanzien des persoons en is onomkoopbaar; 18 hij verschaft weduwen en wezen recht, neemt vreemdelingen in bescherming en voorziet hen van voedsel en kleding. 19 Ook u moet vreemdelingen met liefde behandelen, want u bent zelf vreemdelingen geweest in Egypte.

Dat je goed zorgt voor vrienden en familie spreekt ook wel weer voor zichzelf. De Bijbel gaat nog een stukje verder. Bij geloven in God hoort ook dat je zorgt voor mensen die het moeilijk hebben. Zieken, arme mensen, mensen die op de vlucht zijn. In de tijd van de Bijbel waren er mensen die helemaal geen geld hadden en dus afhankelijk waren van de goedheid van anderen. God vindt het belangrijk dat er goed gezorgd wordt voor mensen die niet zo goed voor zichzelf kunnen zorgen. God vindt het belangrijk dat vreemdelingen met respect en met liefde behandeld worden.

Als iemand vreemd is, kun je soms zomaar bang zijn. Soms vertellen mensen die anders zijn (mensen met een verstandelijke beperking, een andere huidskleur of een ander geloof) dat ze gepest werden door de grote groep, omdat ze anders zijn.

God zegt dat je met liefde om moet zien naar mensen die anders zijn. Waarom? Omdat het volk Israël zelf ook de gastvrijheid van een ander land nodig heeft gehad. Je hebt elkaar nodig. Het is goed om dat steeds weer te herinneren.

Vraag: wat doe jij als er nieuwe kinderen in je klas of in je straat komen?

Gebed: Lieve God, dank U wel voor uw liefde voor mij. Wilt U zijn met alle mensen die het moeilijk hebben en met de mensen die anders zijn. Wilt U ons helpen om anderen te leren begrijpen? Amen

Vrijdag 30 oktober: een onverwachte vriend

Lezen: Lucas 10, 29 – 37

29 De wetgeleerde vroeg aan Jezus: ‘Wie is mijn naaste?’ 30 Toen vertelde Jezus hem het volgende: ‘Er was eens iemand die van Jeruzalem naar Jericho reisde en onderweg werd overvallen door rovers, die hem zijn kleren uittrokken, hem mishandelden en hem daarna halfdood achterlieten. 31 Toevallig kwam er een priester langs, maar toen hij het slachtoffer zag liggen, liep hij met een boog om hem heen. 32 Er kwam ook een Leviet langs, maar bij het zien van het slachtoffer liep ook hij met een boog om hem heen. 33 Een Samaritaan echter, die op reis was, kreeg medelijden toen hij hem zag liggen. 34 Hij ging naar de gewonde man toe, goot olie en wijn over zijn wonden en verbond ze. Hij zette hem op zijn eigen rijdier en bracht hem naar een logement, waar hij voor hem zorgde. 35 De volgende morgen gaf hij twee denarie aan de eigenaar en zei: “Zorg voor hem, en als u meer kosten moet maken, zal ik u die op mijn terugreis vergoeden.” 36 Wie van deze drie is volgens u de naaste geworden van het slachtoffer van de rovers?’ 37 De wetgeleerde zei: ‘De man die medelijden met hem heeft getoond.’ Toen zei Jezus tegen hem: ‘Doet u dan voortaan net zo.’

Zondag 1 november gaat het in de kerk en school viering ook over deze tekst. De vraag van de wetgeleerde (iemand die heel veel van de Bijbel afweet) is misschien wel erg herkenbaar. Wie is nu eigenlijk je naaste? Voor wie moet ik zorgen? Ik kan het toch niet opnemen voor iedereen?

Stel je eens voor dat je die gewonde man bent. Je bent bang en je hebt pijn. Dan hoor je iemand aankomen. Zou het opnieuw een rover zijn? Nee! Het is een dominee! Nu komt er hulp, nu komt alles goed. Maar de dominee loopt snel voorbij.

Dan komt er een Samaritaan langs. Nu moet je weten dat Samaritanen en Joden een enorme hekel aan elkaar hadden. De gewonde man denkt dat die Samaritaan wel de laatste zal zijn die hem zal helpen. Maar het tegenovergestelde gebeurt. Kun je je voorstellen hoe blij die gewonde man is?

De vraag is niet wie je moet helpen, maar voor wie kun jij een onverwachte vriend worden?

Vraag: heb jij wel eens iemand geholpen die je niet zo goed kent? Ken jij mensen of beroepen die zomaar mensen helpen?

Gebed: Here Jezus, wilt U mij helpen om voor anderen een onverwachte vriend te kunnen zijn? Wil U de mensen zegenen die zomaar klaar staan voor anderen? Amen

Maandag 2 november: danken is delen

Lezen: Deuteronomium 16,

13 Wanneer het graan is gedorst en de druiven zijn geperst, moet u gedurende zeven dagen het Loofhuttenfeest vieren. 14 Vier dan uitbundig feest, samen met uw zonen en dochters, uw slaven, uw slavinnen, en de Levieten, de vreemdelingen, de weduwen en de wezen die bij u in de stad wonen.

Het is feest! Het graan is van het land, de druiven zijn al geperst en de wijn rijpt in de grote vaten. Rachel maakt het zich gemakkelijk in het hutje die vader heeft gebouwd voor het gezin. Het dak bestaat uit een paar takken en bladeren. Je kunt er dwars doorheen kijken en de sterren in de hemel zien. ‘Dat is expres’, legt haar moeder uit. ‘Zo worden we aan de grootheid van God herinnerd en dat Hij ons beschermt’.

Als de oogst binnen is, viert de familie en het dorp van Rachel feest: het Loofhuttenfeest. ‘Rachel, wil jij even Mirjam uitnodigen? Ze is immers alleen. Vraag je gelijk ook even of het nieuwe gezin op de hoek het feest met ons mee viert?’

Danken is immers delen.

Vraag: wanneer trakteer jij? Hoe vind je dat?

Gebed: Hemelse Vader, dank U wel voor al uw zegeningen. Leer mij ook om te zien wat ik allemaal aan goede en fijne dingen krijg en gekregen heb. Zegen de mensen die uitdelen van wat ze hebben, en maak mij ook bereid om te delen. Amen

Dinsdag 3 november: danken is denken aan de ander

Lezen: Ruth 2, 15 – 18

15 Toen Ruth weer opstond om te gaan werken, gaf Boaz zijn mannen de volgende opdracht: ‘Laat haar ook tussen de schoven aren lezen, zeg daar niets van. 16 Integendeel, jullie moeten juist wat halmen voor haar uit de bundels trekken en die laten liggen, zodat zij ze op kan rapen. Verwijt haar dus niets.’ 17 Zij werkte tot de avond op het veld en sloeg de korrels uit de aren die ze geraapt had. Het was ongeveer een efa gerst. 18 Ze pakte het op en ging terug naar de stad.

Het was een bijzondere afspraak in Israël. Als je ging oogsten, moest je niet al te precies aan het werk gaan. Wat op het veld achter bleef, dat was voor de mensen die geen werk en inkomen hadden. Ze konden dan op het land zoeken naar de achtergebleven vruchten of gewassen. ‘Lezen’ wordt dat ook wel genoemd. Oprapen wat is overgebleven.

Zo komt Ruth ook aan bij een veld waar juist graan wordt geoogst. Ruth en haar schoonmoeder hebben geen werk. Ruth vraagt of ze de overgebleven korenaren mag oprapen. Zo kan ze toch iets verzamelen voor de winter die voor de deur staat.

‘Ja, hoor. Is helemaal goed’, roepen de knechten van Boaz, de eigenaar van het land. Als Boaz zelf komt kijken, ziet hij Ruth. Hij wil haar graag helpen. Maar Ruth wil vast niet zomaar geld of graan krijgen. Daarom verzint hij een plannetje: ‘Laat maar extra veel op het veld liggen,’ zegt hij tegen zijn knechten. ‘Dan kan ze veel sneller en gemakkelijker aren lezen. Dat verdient ze wel.’

Mooi hoe Boaz stiekem Ruth helpt.

Vraag: heb jij wel eens iemand geholpen, zonder dat die ander dat wist?

Gebed: Vader in de hemel, dank U wel voor al die lieve mensen die zomaar anderen helpen, zoals Boaz. Help mij om te zien waar ik kan helpen als dat nodig is. Amen

Woensdag 4 november: delen brengt overvloed

Lezen Johannes 6, 5 – 13

5 Toen Jezus om zich heen keek en zag dat die menigte naar hem toe kwam, vroeg hij aan Filippus: ‘Waar kunnen we brood kopen om deze mensen te eten te geven?’ 6 Hij vroeg dat om Filippus op de proef te stellen, want zelf wist hij al wat hij zou gaan doen. 7 Filippus antwoordde: ‘Zelfs tweehonderd denarie zou niet voldoende zijn om iedereen een klein stukje brood te geven.’ 8 Een van de leerlingen, Andreas, de broer van Simon Petrus, zei: 9 ‘Er is hier wel een jongen met vijf gerstebroden en twee vissen – maar wat hebben we daaraan voor zo veel mensen?’ 10 Jezus zei: ‘Laat iedereen gaan zitten.’ Er was daar veel gras, en ze gingen zitten; er waren ongeveer vijfduizend mannen. 11 Jezus nam de broden, sprak het dankgebed uit en verdeelde het brood onder de mensen die er zaten. Hij gaf hun ook vis, zo veel als ze wilden. 12 Toen iedereen volop gegeten had zei hij tegen zijn leerlingen: ‘Verzamel nu de overgebleven stukken brood, zodat er niets verloren gaat.’ 13 Dat deden ze en ze vulden twaalf manden met wat overgebleven was van de vijf gerstebroden die men had gegeten.

Wat zou die jongen gedacht hebben toen Andreas aan hem vroeg of hij eten bij zich had? Duizenden mensen waren naar Jezus komen luisteren. De bijeenkomst liep erg uit en nergens waren er winkels om eten te komen. ‘Wat moeten we nu doen’, vroegen de discipelen aan Jezus. Jezus zei tegen Filippus: ‘Nou, ga maar eten halen’. Filippus schrok zich een ongeluk. Voor zoveel mensen? Dat is toch onmogelijk?!

Andreas heeft nog een jongen gezien die een maaltijd voor zichzelf heeft meegenomen. Zou jij je eten geven? Misschien had die jongen al behoorlijk trek. Toch geeft hij alles wat hij heeft. En dan gebeurt er iets bijzonders. Jezus breekt het brood en het wordt steeds meer – voldoende voor iedereen! Nee, er is zelfs over.

Dat is iets om over na te denken. Delen levert soms zomaar overvloed op.

Vraag: heb jij wel eens iets weggegeven waar je eigenlijk nog mee wilde spelen of wat je nog nodig had?

Gebed: Lieve Vader in de hemel. Wilt U ons helpen om te blijven danken, zodat we niet bezig zijn met wat we willen, maar dat we zien wat we hebben. Dank U wel dat U ons kent, dank U wel dat ik deze dag van U heb gekregen. Dank U wel dat ik mijn geluk mag delen. Amen

Klem tussen schaamte en angst – geloof en psychiatrie

18 okt

Op 1 november 2013 is er in Zwolle een congres over ‘geloof en psychiatrie’. Het is een initiatief van de werkgroep ‘Ruimte voor anders zijn’. (Meer informatie: http://www.ggznederland.nl/activiteitenkalender/programmacongresgeloofpsychiatrie01nov2013.pdf)   Een belangwekkend en boeiend initiatief omdat het in de praktijk lastig blijkt voor mensen met een psychiatrische problematiek om in de samenleving te worden opgenomen.

Psychiatrische patiënten worstelen niet alleen met de dagelijkse gevolgen van hun ziekte, maar moeten ook omgaan met krachtige en pijnlijke vooroordelen. Vaak lijden zij in stilte. De psychiatrische problemen zijn over het algemeen niet aan de buitenkant zichtbaar. Daarnaast zijn psychiatrische patiënten chronisch ziek. Als er al een weg naar herstel mogelijk is, is dit een weg van de lange adem. Weinig mensen blijken in staat om in dit proces nabij te blijven. Wanhoop ligt dan ook snel op de loer.

 Dunne scheidslijn

Misschien is een van de belangrijkste redenen waarom de ‘gezonde’ samenleving zoveel moeite heeft om psychiatrische patiënten op te nemen, de dunne scheidslijn tussen gezond en psychisch ziek. Veel ‘gezonde’ mensen kampen met depressieve gevoelens, angsten, vormen van dwang, overspannenheid of de gevolgen van traumatische ervaringen in hun leven. Een mogelijke overlevingsstrategie is het dragen van maskers en het omhooghouden van muren. Voor de buitenwereld mooi weer spelen, terwijl van binnen de eenzaamheid en moedeloosheid levensgroot aanwezig zijn. Een onbedoeld gevolg kan zijn dat psychiatrische patiënten scherper worden gestigmatiseerd om de grens tussen ziek en gezond in stand te houden. ‘Zo ziek ben ik niet’.  ‘Ik ben toch niet gek?’

in de wereld

“In de wereld” Esther Veerman. Eigendom Stichting Kunst uit geweld

 Klem tussen schaamte en angst

Waarom is het zo belangrijk om niet als psychisch ziek te boek te staan? Wanneer we een longontsteking hebben, een gebroken been of een hartafwijking gaan we toch wel gewoon naar het ziekenhuis, laten we ons onderzoeken en volgen een behandeling? Mensen die psychisch ziek zijn, ervaren echter vaak schaamte. De psychische ziekte kleeft aan hun identiteit, aan wie ze zijn. Blijkbaar is psychisch ziek zijn een teken van zwakte, een falen in een maatschappij die drijft op verhalen van succes en zelfredzaamheid. In de ogen van de zieke zelf wordt de visie en het oordeel van de samenleving gereflecteerd. ‘Je moet gewoon een schop onder je kont hebben’. Zou er in de wijk begrip zijn dat doen van een boodschap alle energie kan kosten? Dat opstaan en de dag beginnen misschien wel de grootste overwinning van die dag is? Dat leven met paniek elke ontmoeting tot een bedreigende situatie maakt?

De psychisch zieke worstelt dus met schaamte. Wat daarbij komt, is de angst van de ander. De buren durven de psychisch zieke niet uit te nodigen op de koffie – kun je wel een normaal gesprek voeren? Is het wel veilig voor de kinderen? De broers en zussen houden liever een beetje afstand uit angst dat ze straks geclaimd worden. De therapeut wil niet ingaan op het levensverhaal en de traumatische gebeurtenissen uit angst dat de patiënt decompenseert. Eerst stabiliseren en het dagelijks leven aankunnen – wat niet lukt vanwege de psychische gevolgen… En de dominee? Zou z/hij überhaupt iets kunnen met een psychiatrische patiënt?

 Eenzaamheid

Zo kan het gebeuren dat iemand met een psychiatrische problematiek klem zit tussen de eigen schaamte en de angst van de samenleving. Deze dynamiek leidt tot eenzaamheid. Een eenzaamheid die versterkt kan worden door de manier waarop psychiatrische patiënten zich opstellen of hoe de ziekte zich uit. Soms vastzittend in een verwijtende slachtofferrol, soms door psychoses die door de buitenwereld als bedreigend worden ervaren. Teruggeworpen worden op jezelf, met een netwerk dat ieder jaar dat je ziek blijft kleiner zal worden. Het is niet vreemd dat relatief veel mensen die lijden aan psychiatrische aandoeningen wanhopig en suïcidaal zijn.

 Integratie een utopie?

Dat wil niet zeggen dat er in de samenleving geen plaats zou zijn voor mensen met psychiatrische problematieken. Maar die ruimte moet wel geboden worden. En dat vraagt om inzet van de gezonde samenleving. Het vraagt om oprechte interesse, om het uithouden in de eenzaamheid en pijn van de ander. Het gaat om het volhouden in het meelopen en bewogen zijn. Kleine attenties, zoals een kaartje of een bloemetje, kunnen een andere wereld openen. Binnen geloofsgemeenschappen is er van oudsher een grotere tolerantie voor mensen die afwijken en niet mee kunnen komen in de samenleving – hoewel de ervaringen heel verschillend zijn.

Geloof en psychiatrie: valkuilen

Die verschillende ervaringen hangen af van de ruimte die geboden wordt in de theologische taal en in de onderlinge betrokkenheid. De taal in een kerk kan iemand extra verwonden. In het spreken over vergeving, zonde en schuld is het goed om de context mee te wegen. Iemand die lijdt aan een gebrek aan eigenwaarde, zal zichzelf beleven als slecht en niet de moeite waard. Wanneer er in de kerk eenzijdig gesproken over zonde, roept dat herkenning op. ‘Inderdaad, ik ben slecht en ik ben zondig’. Maar wanneer het over het verzoenend lijden en sterven van Jezus gaat, is dit in die situatie geen bevrijdende boodschap. Het gemeentelid lijdt psychisch, en dat is niet op te lossen met het spreken over verzoening en vergeving. Die vergeving is onbereikbaar, waardoor het gemeentelid slechter de kerk uit zal gaan dan z/hij er gekomen is.

Geloof en psychiatrie: mogelijkheden

Dat wil niet zeggen dat er niet over geloof gesproken zou mogen worden. Integendeel. Pastorale ontmoetingen bieden prachtige kansen om levensverhalen te verkennen, en deze verhalen te verbinden met Gods verhaal. Drie voorbeelden:

  • Het scheppingsverhaal uit Genesis 1

Genesis begint met chaos. De oervloed. Een herkenbaar beeld voor veel mensen met psychiatrische problematieken. Hun leven wordt overspoeld en de golven slaan over hen heen. Maar Genesis vervolgt: de Geest van God zweefde over het water. God begint met scheiden, met scheppen. Het eerste dat geschapen wordt is licht. Nog voor de zon en maan uit, is er licht. Gods licht, hoop, zegen. Vervolgens wordt de aarde geschapen als een huis waar de mens thuis mag komen.

  •  Exodus

Het volk Israël leeft in Egypte. Het land van slavernij, van angst en beklemming. Het blijkt dat God het roepen heeft gehoord, maar het kost veel om los te komen uit het land van ellende en angst. En als het volk uiteindelijk weg kan uit Egypte raken ze binnen enkele dagen alweer in een penibele positie. Voor hen ligt de Schelfzee, naast hen hoge bergen en achter hen komen de spoken van vroeger aangesneld en de angst die ze dachten achtergelaten te hebben, bedreigd hen opnieuw. Maar dan maakt God een weg waar geen weg was. Dwars door de diepte, dwars door het water van nood en dood. Soms kun je niet om de verhalen heen trekken en zal je er dwars door heen moeten gaan – met Gods hulp. En hoewel het volk op weg gaat naar het Beloofde Land volgt eerst een enerverende woestijnreis. Net als het echte leven.

  •  Exil

Met een vrouw die leed aan schizofrenie heb ik intensief gesproken over Jeremia die de opdracht krijgt van God om aan het volk te vertellen dat ze in het land van ballingschap huizen moeten bouwen en kinderen moeten krijgen. Ze komen niet meer thuis, en moeten in de vervreemding een thuis gaan bouwen. De boodschap was niet het aantrekkelijke, maar o zo schadelijke bevrijdingspastoraat, maar de moeilijke boodschap van aanvaarding van de ballingschap.

Laten wij met een open blik onze medemensen blijven ontmoeten. Er mogen zijn, op verhaal mogen komen en iets van rust ervaren kan zoveel betekenen dat het zomaar als een verwijzing naar Gods liefde kan worden gezien. Laten we goede buren zijn – een wereld van verschil.

Koopzondag en de Bijbel

8 jul

Via de mail werd mij een vraag gesteld wat de Bijbel nu eigenlijk precies zegt over de zondagsheiliging. Het is opeens een actuele vraag, nu in Elburg de gemeenteraad zich buigt over de vraag van de ondernemers of het mogelijk is om gedurende de zomer de winkels in de vesting te openen.

bijbel (1)

Het publieke debat en de Bijbel

Voordat ik inhoudelijk op deze vraag inga, is het goed om vooraf enkele opmerkingen te maken. Allereerst ben ik uitermate terughoudend om Bijbelteksten als argumenten in het publieke debat te hanteren. In dit debat treffen mensen met verschillende visies en levensovertuigingen elkaar. Een argument kan alleen overtuigen als alle partijen het argument als geldig beschouwen. (Hoe zou het College bijvoorbeeld omgaan met een vraag van de synagoge om de zaterdag vrij te houden in verband met de sabbatsheiliging).

In de tweede plaats is het de vraag wat de zeggingskracht van de Bijbel is. Het is goed om te bedenken dat de Bijbel in een bepaalde context is geschreven en in een andere context wordt gelezen. Misschien een open deur: maar in de culturele context waarin de Bijbel geschreven werd, was de koopzondag geen issue. Met andere woorden: Bijbelteksten kunnen niet zomaar één op één naar de huidige tijd gebracht worden. Het vraagt een hermeneutisch proces: wat betekenden deze teksten voor de tijd waarin ze geschreven werden en hoe kunnen ze in onze cultuur betekenis krijgen. Geen enkel kerkgenootschap handhaaft alle Bijbelteksten; blijkbaar vindt iedere gelovige voldoende ruimte om sommige teksten niet letterlijk te nemen en andere teksten weer wel. Zo lezen we in Deut. 21, 18 – 21 dat onhandelbare zonen die niet willen luisteren uiteindelijk door de gemeenschap gestenigd dienen te worden. Het is zonneklaar dat deze tekst niet meer geldig is (als deze tekst al ooit geldig is geweest).

Als we tot de conclusie komen dat een Bijbeltekst zeggingskracht heeft, komt de vraag naar voren wat de reikwijdte van het gezag is. Voor wie geldt deze tekst? Kunnen de regels die uitgingen van een theocratie ook gelden voor een seculiere democratie.

In de derde plaats is het natuurlijk goed dat kerken zich in het publieke debat mengen, omdat de kerken niet alleen bepaalde bevolkingsgroepen vertegenwoordigen, maar ook vaak intensief hebben nagedacht over ethische en morele thema’s.

Afgaande op het bovenstaande zou het mijn voorkeur hebben wanneer het College tot een afweging komt op basis van algemeen geldende argumenten zoals: het belang van een rustdag; de gewenste ruimte om godsdienst te kunnen beoefenen; economische argumenten; de positie van Elburg als toeristische trekpleister.

Van sabbat naar zondag

Dit gezegd hebbend: wat zegt de Bijbel eigenlijk over de zondagsheiliging? Deze vraag is lastiger dan die in eerste instantie lijkt. Laat ik proberen om enkele lijnen te schetsen. Er ligt een (dogmatisch) probleem of de teksten die betrekking hebben op de sabbat (Joodse zaterdag) zomaar overgezet kunnen worden naar de zondag. In eerste instantie bestond de christelijke kerk uit Messiasbelijdende Joden. Toen er ook uit de omringende landen mensen zich bekeerden tot het Christendom, werd de vraag actueel aan welke regels en geboden zij zich moesten houden.

Op het Apostelconvent (Handelingen 15) werd uiteindelijk besloten dat de bekeerlingen niet het juk van de Joodse wet moest worden opgelegd. Voor de nieuwkomers golden drie regels als het minimum voor humaniteit: onthoud u van offervlees dat bij de afgodendienst is gebruikt, van bloed, van vlees waar nog bloed in zit, en van ontucht. Als u zich hier aan houdt, doet u wat juist is. Het ga u goed. (Hand. 15, 29).

Het heiligen van de sabbat of van de eerste dag van de week (dag van opstanding, dag van de schepping van het licht) worden niet genoemd. Van den Brink en Van de Kooij (Christelijke Dogmatiek, p. 331) merken op dat het sabbatsgebod op een wonderlijke manier is geïnterpreteerd, omdat de strenge regels met betrekking tot de zondagsrust weer terug gaan achter Handelingen 15.

Ook Von Meyenfeldt (Tien tegen een, 1979, p.72vv) merkt op dat in de theologie van Paulus de sabbat- of zondagsheiliging geen groot thema is. Von Meyenfelt meent zelfs op grond van Colossenzen 2, 16 dat ‘de hele Joodse feestkalender en de sabbat niet meer mee mochten spelen als maatstaf ter beoordeling voor het al dan niet horen bij Christus’.

In de loop van de kerkgeschiedenis is de zondagsheiliging op verschillende momenten weer actueel geworden. Zo was de zondag als rustdag in de Middeleeuwen volledig in verval geraakt. “De talloze heiligendagen hadden de speciale wijding van de dag des Heren verdrongen en in de 17de eeuw maakten velen gebruik van hun ‘vrije tijd’ om het er eens van te nemen (…) De winkels en kroegen waren op vele plaatsen open en het gebeurde zelfs dat kosters die een herberg hielden onder de preek wegliepen om hun klanten te bedienen” (Praamsa, De kerk van alle tijden 2, p.357).

De Puriteinen drongen aan op hernieuwde heiliging van de zondag, Coccejus uit Leiden verdedigde in 1658 het tegendeel.

Vierde gebod houdt moreel gezag: alleen noodzakelijke arbeid

Meningsverschillen binnen de kerken over de zondagsheiliging spitsten zich over het algemeen toe op de vraag in hoeverre de Joodse richtlijnen geldig bleven. Er is echter altijd een brede overeenstemming geweest over het morele gezag van het vierde gebod: een dag om aan God te wijden, en niet noodzakelijke arbeid moet worden uitgesteld tot de werkweek. Hoe kan deze Bijbelse visie vruchtbaar worden gemaakt in de raadsvergadering? Het burgerinitiatief lijkt breed gedragen: zowel onder de ondernemers als onder de inwoners van Elburg Vesting zegt een grote meerderheid geen problemen te hebben met de koopzondag. Zou het mogelijk zijn om enerzijds de wensen van ondernemers serieus te nemen, en anderzijds de behoeften van de kerkgaande inwoners te behartigen? Wanneer de ruimte om ter kerke te gaan en om zelf te mogen bepalen al dan niet open te zijn gerespecteerd wordt, dan kan het vierde gebod gevierd en gehouden worden. De christelijke inwoners van Elburg hoeven toch geen inkopen te doen op zondag? Betekent zondagsrust dat anderen dat dan ook niet mogen?

Drinken om te vergeten? Zegt de Bijbel dat echt?!

15 jun

Zondag 28 april lazen we in de Protestantse Gemeente ’t Harde enkele verzen uit Spreuken. Het ging om de raadgevingen voor koning Lemuël (Spreuken 31, 1 – 9), gegeven door zijn moeder. Het is een prachtige oproep om als koning oog te hebben voor de armen en  voor de mensen die door allerlei omstandigheden klem zijn komen te zitten. De koning wordt opgeroepen om stem te geven aan allen die geen stem meer hebben: gemarginaliseerd door omstandigheden, vluchtelingen, en mensen die het ontbreekt aan moed en kracht om op te staan. In die raadgevingen openen zich de contouren voor het koninkrijk van God, en dus ook de gedragscode voor de burgers van dat Koninkrijk.

Laat ze maar drinken

Maar er staat een verwarrende en vreemde opmerking in deze raadgevingen:

6 Geef drank aan wie een kommervol bestaan leiden,
geef wijn aan wie diep ongelukkig zijn.
7 Laat ze maar drinken en hun armoede vergeten,
moge hun gezwoeg uit hun herinnering verdwijnen.
biertje
Wordt hier nu serieus gesuggereerd dat koning Lemuël aan de mensen die moeten ploeteren, vechten tegen wanhoop en moedeloosheid, en in armoede leven, maar gewoon drank moet geven, zodat ze hun moeite vergeten? In dat geval zou het een schadelijke en verwerpelijke tekst zijn. Terecht is de slogan ‘drank maakt meer kapot dan je lief is’ de leidraad geweest in de de overheidscampagne tegen alcoholisme en drankmisbruik.  In mijn pastorale praktijk heb ik de vernietigende uitwerking gezien van ‘drinken om te vergeten’. Gesprekspartners die als volwassene nog worstelen met de stemmingswisselingen van hun dronken vader of moeder in hun jeugd. De kwade dronk die afgereageerd werd en wordt op de kinderen en op de partner is nooit goed te praten. De eenzaamheid, gekwetstheid en bedreigingen waar partners mee moesten leven, laten geen enkele ruimte om vergoelijkend te spreken over dronkenschap. Ook heeft het begeleiden van een gesprekspartner met het syndroom van Korsakov diepe indruk op mij gemaakt.
Kortom: over de schadelijkheid en onwenselijkheid van alcoholisme en dronkenschap kan geen misverstand bestaan.
Maar hoe moeten we deze tekst dan lezen?
Wanneer we de Bijbel lezen, is het belangrijk om teksten in de context te lezen. Een tekst die losgemaakt wordt uit zijn verband, kan tot een wonderlijke boodschap leiden. In het boek Spreuken wordt op een waarschuwende toon over dronkenschap en drankmisbruik gesproken. Zo staat er in Spreuken 20, 1 Van wijn word je een spotter, van drank een braller, wie zich bedrinkt, verliest zijn verstand.  Of deze scherpe tekst uit Spreuken 23, 31 – 35 Laat je niet verleiden door de glans van wijn, wanneer hij fonkelt in de beker. Hij glijdt zo makkelijk over de tong, 32 maar later bijt hij als een slang, spuit hij gif als een adder. Dan zie je vreemde dingen en begin je wartaal uit te slaan.  Je voelt je heen en weer geslingerd door de golven, alsof je vastzit boven in het want. ‘Ik ben geslagen, maar heb niets gevoeld, ik ben afgerost, maar heb niets gemerkt. Laat ik maar eens opstaan, eerst een beker wijn.’ 
Dus dat is de bandbreedte van het spreken over drank in het Bijbelboek Spreuken: enerzijds de waarschuwing dat drank niet de weg is van wijsheid, en niet de weg van God. Anderzijds is er ook de ruimte om van de gaven van de schepping te genieten, ook van wijn en andere drank. En juist mensen die een leven leiden vol tegenslag, zwoegen en zwaarte mogen ook genieten van het goede van het leven. Maar goed, ben je verslavingsgevoelig of kamp je nu met een verslaving, dan is het natuurlijk zaak om je niet te laten verleiden weer te beginnen met drinken. Dat is het mooie aan de Bijbel: thema’s hebben verschillende kanten en we worden dan ook van harte uitgenodigd om in gesprek te gaan met de teksten.

Recensie: de Bijbel voor ongelovigen

21 mrt

bijbel voor ongelovigenDe Nederlandse samenleving is in de afgelopen decennia razendsnel geseculariseerd. Een groeiende groep Nederlanders heeft nauwelijks feeling met het christelijke gedachtegoed, hoewel de sporen van het Christendom op velerlei terreinen in de samenleving terug te vinden is. De Bijbel, als leidraad voor het christelijk geloof, heeft de Nederlandse cultuur sterk beïnvloed. Ondertussen groeit er een generatie op die de Bijbel alleen maar kent van horen zeggen.

Guus Kuijer is zelf grootgebracht met het christelijk geloof en met de Bijbelverhalen. Hoewel hij al snel tot de ontdekking kwam dat hij niet geloofde, bewaarde hij goede herinneringen aan de Bijbelverhalen. Met name hoe deze verhalen met passie en fantasie werden doorverteld door leerkrachten. Dat inspireerde Kuijer tot het schrijven van de Bijbel voor ongelovigen: het hervertellen van de verhalen vanuit een context die de vanzelfsprekendheid van en geloof in die verhalen achter zich heeft gelaten.

Het is de overtuiging van de schrijver dat Genesis niet versteende waarheid is, maar een vertelling over de onbestemde zoektocht van de mens naar doel en bestemming. Tegelijkertijd is het een beschrijving van de menselijke aard  in zijn grootsheid, maar ook in zijn kleinzieligheid.

Het is in die zin een buitengewoon boeiend boek geworden, omdat Guus Kuijer in zijn vertellingen zoekt naar momenten van twijfel, ongeloof, ongehoorzaamheid en tegenspraak om vanuit die invalshoek de verhalen te vertellen. Dat levert verrassende hervertellingen op. Vragen die slapend aanwezig zijn in menig gelovend hoofd, worden door Kuijer gewekt. Hij nodigt uit om opnieuw kennis te nemen van de verhalen met een open blik. Wat voor God is die God uit Genesis eigenlijk? Was Abel misschien niet zo aardig als we allemaal denken? En Cham? Moeten we niet nog eens nadenken over Noach?

De verhalen worden meeslepend en humoristisch verteld. Zo ontstaat er een levendige handel in miniatuur-arkjes wanneer Noach de ark aan het bouwen is. Of de opmerking van Benjamin: “Mijn broer zei altijd: ‘Als je een beeld van God wilt hebben, kijk dan naar de zon.’ Maar dat leek me meer een opvatting van de Egyptenaren.” (p. 220) Daarnaast volgen de verhalen de kritische toon van de Bijbel. Jaloezie is loopt als een rode draad door de verhalen heen. “En zo stak ook in dit verhaal de jaloezie weer haar giftige kop op.” (p.234)

De Bijbel voor ongelovigen is een mooi boekje waarin de verhalen uit Genesis opnieuw worden verteld. Wel is de interpretatie van Kuijer (natuurlijk) in alle verhalen nadrukkelijk aanwezig.  Dat betekent dat dit boek niet een kennismaking biedt met de Bijbel, maar met de vertelkunsten en visie van Guus Kuijer. Hier ligt een mooie uitdaging voor gelovige lezers van de Bijbel: kunnen zij op een net zo ontspannen en open manier, zoekend en vragend, de verhalen tot leven brengen, zodat de diepere betekenis van de ingedikte Bijbelverhalen tastbaar wordt. Wie is God, wie is de mens, en hoe verhouden die zich met elkaar? Daarover gaat Genesis. Goed om daar kennis van te nemen.

Waar ik tot slot benieuwd naar ben, is of mensen die niet vertrouwd zijn met de Bijbelverhalen de hervertellingen goed kunnen volgen.

Zeven teksten om op adem te komen

1 mrt

Voor iedereen die worstelt met de vraag of je goed genoeg bent; of God je wel ziet staan; of God wel van je houdt. Zeven teksten om op adem te komen. Voor elke dag één, een week lang, en daarna begin je gewoon weer overnieuw.

Zondag: Deut. 32: 9 – 12: gevonden en geliefd 

9 want voor de HEER gold dat volk als het zijne,

Jakob was het deel dat hij zichzelf toemat.

10 Hij vond het in een dorre woestijn,

in een niemandsland vol van gevaar.

Hij omringde het met zorg en met liefde,

koesterde het als zijn oogappel.

11 Zoals een arend over zijn jongen waakt

en voortdurend erboven blijft zweven,

zijn vleugels uitspreidt en zijn jongen daarop draagt,

12 zo heeft de HEER zijn volk geleid,

hij alleen: geen andere god stond hem bij.

Het is een bijzondere tekst, het lijkt haast een liefdesverklaring van God aan zijn volk. Het is mooi om in deze tekst je eigen naam te vullen waar ‘Jakob’ en ‘ volk’ staat. Drie punten vallen op: God vindt zijn volk: Hij zoekt je, en Hij vindt je. Ook al zwerf je door onherbergzame streken, door woestijnen of niemandsland. Daarnaast: Hij koestert je en omringt je met zorg en liefde. Je bent van grote waarde in Gods ogen. Tot slot: Hij wekt je op om zelf te leren vliegen, om op eigen benen te staan. Maar ondertussen waakt Hij wel over je en vangt je op als je dreigt te vallen! Je bent gevonden. Je bent kostbaar. Je zult worden opgevangen.

Maandag: Jes 43, 1 – 5 wees niet bang: Ik ben bij je

1 Welnu, dit zegt de HEER,

die jou schiep, Jakob, die jou vormde, Israël:

Wees niet bang, want ik zal je vrijkopen,

ik heb je bij je naam geroepen, je bent van mij!

2 Moet je door het water gaan – ik ben bij je;

of door rivieren – je wordt niet meegesleurd.

Moet je door het vuur gaan – het zal je niet verteren,

de vlammen zullen je niet verschroeien.

3 Want ik, de HEER, ben je God,

de Heilige van Israël, je redder.

Voor jou geef ik Egypte als losgeld,

Nubië en Seba ruil ik in tegen jou.

4 Jij bent zo kostbaar in mijn ogen,

zo waardevol, en ik houd zo veel van je

dat ik de mensheid geef in ruil voor jou,

ja alle volken om jou te behouden.

5 Wees niet bang, want ik ben bij je.

De week begint. Nieuwe afspraken. Een week die misschien zwaar op je drukt om wat moet. Om de angsten die met je meegaan. Omdat je zeker weet dat je deze week niet aankunt… Jesaja heeft een bemoedigende tekst voor je. Hij zegt niet: God lost het allemaal wel op. Nee, het kan zijn dat golven over je heen slaan, dat je dreigt te worden meegesleurd door een rivier, dat je kopje onder lijkt te gaan, of dat het vuur je na aan de schenen wordt gelegd. Wat Jesaja aan je meegeeft, is dat God jou trouw is in die moeilijkheden. Dat God bij je is in de diepte. Waarom? Omdat je kostbaar bent. Omdat God om jou geeft. ‘Geef mij je angst maar’. Het evangelie in één klein zinnetje: ‘Je hoeft niet bang te zijn’.

Dinsdag: 1 Samuel 25,29 geborgenheid

Mocht iemand het wagen om u te achtervolgen en u naar het leven te staan, dan zal het steentje van uw leven veilig geborgen zijn in de buidel waarin de HEER, uw God, de mensenlevens bewaart, maar het leven van uw vijanden zal worden weggeslingerd.

Gisteren ging het erover dat je niet bang hoeft te zijn. Maar ja, soms kun je het gevoel hebben dat mensen tegen je zijn. Hoe moet je je daar tegen verweren? Hoe blijf je overeind? De tekst van vandaag is van Abigaïl die in gesprek is met David. Het is een zegenwens. Een zegen brengt ons in het licht van Gods aangezicht. Abigaïl zegt: je bent veilig geborgen in de buidel van de HEER. Geborgenheid is een kwetsbaar en helend antwoord op onzekerheid, dreiging en angst. Je bent geborgen. Weet je dat ten diepste veilig bent.

Woensdag: Psalm 4 vrede

2 Antwoord mij als ik roep,

God die mij recht doet.

Geef mij ruimte als ik belaagd word,

wees genadig, hoor mijn gebed.

9 In vrede leg ik mij neer

en meteen slaap ik in,

want u, HEER, laat mij wonen

in een vertrouwd en veilig huis.

Vandaag klinkt een gedeelte uit een psalm. De dichter voelt zich onveilig; hij wordt immers belaagd, lastig gevallen. Maar hij vestigt zijn hoop op God. Want hij weet dat God een God van recht doen is. God laat onrecht niet over zijn kant gaan, geeft ruimte als je in het nauw raakt. Daar mag je op vertrouwen: God hoort naar je gebed. Dat je gehoord bent, dat God zo op je betrokken is, maakt dat je echt tot rust kunt komen. Leven in verbondenheid met God, die van jou houdt, is als een vertrouwd en veilig huis. Bij God mag je thuiskomen.

Donderdag: Rom 5, 5 – 11 verrast door hoop

5 Deze hoop zal niet worden beschaamd, omdat Gods liefde in ons hart is uitgegoten door de heilige Geest, die ons gegeven is. 6 Toen wij nog hulpeloos waren is Christus immers voor ons, die op dat moment nog schuldig waren, gestorven. 7 Er is bijna niemand die voor een rechtvaardig mens wil sterven; slechts een enkeling durft voor een goed mens zijn leven te geven. 8 Maar God bewees ons zijn liefde doordat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren. 9 Des te zekerder is het dus dat wij, nu we door zijn dood zijn vrijgesproken, dankzij hem zullen worden gered en niet veroordeeld. 10 Werden we in de tijd dat we nog Gods vijanden waren al met hem verzoend door de dood van zijn Zoon, des te zekerder is het dat wij, nu we met hem zijn verzoend, worden gered door diens leven. 11 En meer nog, dat wij God prijzen danken we aan onze Heer Jezus Christus, door wie we nu al met God zijn verzoend.

Over Gods liefde blijf je je verbazen. God liefde is in ons hart uitgegoten – het kan niet dichterbij komen dan in ons hart. Het is een zekerheid die we ons steeds meer en meer mogen toe-eigenen. Liefde die naar iedereen uitgaat, waar je ook bent, wat je ook gedaan hebt. Je bent met God verzoend. Dat je ook de ruimte mag vinden om jezelf te vergeven en je met jezelf te verzoenen.

Vrijdag: Matt. 11, 28 – 30

28 Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal ik jullie rust geven. 29 Neem mijn juk op je en leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Dan zullen jullie werkelijk rust vinden, 30 want mijn juk is zacht en mijn last is licht.’

Het is alweer vrijdag. Het einde van de werkweek. Er is veel gebeurd in de achterliggende dagen – of juist niet. Want soms blijft er zoveel liggen. Soms is er zoveel dat met je meegaat, onuitgesproken. In de stilte. Een zware last. ‘Kom maar’, nodigt Jezus uit. ‘Kom maar bij mij, juist als je vermoeid en belast bent’. Dit zijn de woorden van de Goede Herder: Hij ziet naar je om. Bij Hem mag je echt tot rust komen.

Zaterdag: Rom 8, 15 – 17

15 U hebt de Geest niet ontvangen om opnieuw als slaven in angst te leven, u hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn, en om hem te kunnen aanroepen met ‘Abba, Vader’. 16 De Geest zelf verzekert onze geest dat wij Gods kinderen zijn. 17 En nu we zijn kinderen zijn, zijn we ook zijn erfgenamen, erfgenamen van God. Samen met Christus zijn wij erfgenamen: wij moeten delen in zijn lijden om met hem te kunnen delen in Gods luister.

We sluiten de week af met een geweldig bemoedigende tekst. God nodigt ons uit om met vreugde, bevrijd van angst te leven als zijn kinderen. Ruimte en vrijheid – aan je bestemming komen. Het is iets om steeds weer toe te eigenen: we hoeven niet te leven in angst, maar we mogen in vrijheid leven. Leven vanuit verlossing uit beklemming. Iets om steeds weer aan herinnerd te worden, om je in te prenten. Ik bén kind van God.

Een heilzame gedachte op weg naar zondag.