Tag Archives: corona

Doe maar even geen proefballonnetjes

5 mei

Op 3 mei lanceerde de PKN op haar website een laatste proefballonnetje: een speciale kerkdienst voor gevaccineerden. De gedachte achter dit proefballonnetje is dat met name de ouderen in de achterliggende periode geleden hebben onder eenzaamheid en weer verlangen om de verbondenheid in een kerkdienst te ervaren. Omdat binnenkort vrijwel alle 70-plussers gevaccineerd zullen zijn, nodigt de landelijke kerk de kerkenraden uit om alvast na te denken over de mogelijkheden die het gevaccineerd zijn met zich meebrengen. Een werkgroep van de PKN heeft alvast wat voorwerk gedaan.

In het stuk op de site is te lezen dat de PKN met deze geste geen mensen wil buitensluiten (de kerk is er immers voor iedereen, en niet alleen voor bijvoorbeeld gevaccineerden), maar juist wil uitnodigen: laat kwetsbaren nu ook naar de kerkdiensten komen. Zoiets.

Eerlijk gezegd heb ik geen idee wat dit proefballonnetje toevoegt aan de kerkelijke mogelijkheden die er al zijn. Wel roept het gedoe op in de media en onrust in de kerk: gaan we toch onderscheid maken tussen gevaccineerden en niet-gevaccineerden? Terwijl de winst nu ook niet direct spectaculair te noemen is. Dagblad Trouw meldt dat de PKN inzet op voorzichtigheid en verantwoordelijkheid (“het is een handreiking, geen advies”). Die voorzichtigheid betekent concreet:

“Daarom geldt ook bij aparte diensten voor gevaccineerden het maximum dat nu wordt geadviseerd: dertig mensen, en bij grotere kerkgebouwen ten hoogste 10 procent van het aantal plekken. En al zijn ze ingeënt, ook bij de extra dienst moeten de kerkgangers zich aan de afstands- en hygiëneregels houden.”

Het roept herinneringen op aan de ‘handreikingen’ rond het dopen (met de verlengde doopschelp) en rond de ongevraagde actie om predikanten voorrang te laten krijgen bij het vaccineren. En wat daarbij komt: er is een overlegorgaan van geloofsgemeenschappen met de overheid. In het begin van de coronatijd werden adviezen van de PKN afgestemd met die commissie (Het Interkerkelijk Contact Overheidszaken). Het lijkt erop dat de proefballonnen de andere kerkgenootschappen ook overvallen.

Nu geloof ik direct dat concrete vragen uit plaatselijke gemeenten ten grondslag liggen aan de proefballonnetjes. Maar ik zit niet te wachten op een ‘handreiking’ die mij als predikant met meer vragen dan antwoorden achterlaat of die mij opeens in een discussie trekt die de mijne niet zou moeten zijn (‘Wat hoor ik, dominee, gaat de kerk de vrijheid van niet-gevaccineerden beperken’?’) En ook deze handreiking lijkt ook – opnieuw – slecht doordacht: kampen niet alle generaties met beperkingen? Wat doen we met onze jongeren en gezinnen met kinderen? Met onze leerkrachten? Links of rechtsom, de suggestie die gewekt wordt, is dat niet meer kunnen/hoeven te wachten en rechten menen te kunnen ontlenen aan de vaccinatie.

Mijn vraag aan de landelijke kerk is: kom alsjeblieft met echte handreikingen. Tot mijn verbazing en teleurstelling raadt de PKN in handreiking over de speciale kerkdiensten aan om de discussie over wel of niet vaccineren te vermijden. Verrassing: die vraag leeft dus wel in de gemeente en daar zou een handreiking heel behulpzaam bij zijn.

In mijn beleving nodigt een vraag naar kerkelijke mogelijkheden rond vaccinatie uit tot een doordenking over bijvoorbeeld het Lichaam van Christus, of over verbondenheid in coronatijd, over solidariteit door de generaties heen, over verantwoordelijkheid naar de samenleving, enzovoort. Het nodigt uit om te kijken wat er nu al mogelijk is en gebeurt in geloofsgemeenschappen.

Een extra kerkdienst voor gevaccineerden op 1,5 meter afstand, zonder te zingen en met maximaal 30 personen voegt niet echt iets toe. Behalve die onrust, dus. Mijn vraag: kunt u met gedegen handreikingen komen die ons helpen om onze argumenten te formuleren voor de keuzes die we maken.

Houd vol. Laten we elkaar vasthouden en samen optrekken.

Een God van levenden

26 feb

Het is een jaar geleden dat we snel moesten schakelen. We wisten niet wat we konden verwachten, wel dat het serieus was. Het coronavirus greep razendsnel om zich heen en op 12 maart 2020 zaten we gespannen te luisteren naar de persconferentie van premier Rutte en minister Bruins. Zondag 15 maart gingen we digitaal. We stopten met onze fysieke samenkomsten en activiteiten. Het was midden in de veertigdagentijd en we hoopten met Pasen weer samen te kunnen komen als geloofsgemeenschap.

Het liep anders. Met Pinksteren 2020 waren de diensten nog steeds digitaal. In juli kwamen voorzichtige versoepelingen. 30 mensen in de kerk. Activiteiten die schuchter werden opgepakt. 100 mensen in de kerk. Plannen maken voor het nieuwe seizoen. Zou corona terug komen of zouden de versoepelingen doorzetten?

In die periode vanaf mei ervaarde ik veel onrust. Hoe moest het verder met de geloofsgemeenschap? Hoe konden we elkaar bemoedigen en versterken in onze relatie met God en in onze onderlinge relaties? De voorzichtige versoepelingen versterkten de onrust: een kerkdienst met 30 of 100 mensen op 1,5 meter, met verplichte looproutes, met een soort onzichtbare dans om maar niet in elkaars ruimte te komen, zonder gemeentezang en zonder ontmoetingsmoment na de dienst – is dat het nu? Het miste de saamhorigheid van de tijd van voor de corona en het wekte ook niet het verlangen naar de toekomst. Voor alle duidelijkheid: ik heb bijzonder veel waardering en respect voor alle vrijwilligers die telkens activiteiten en samenkomsten mogelijk maakten en maken, en steeds weer adequaat reageren op nieuwe ontwikkelingen. En: de noodzaak van deze maatregelen staan voor mij niet ter discussie.

Het virus was nooit weg en kwam in verhevigde mate terug na de zomervakantie. Nu, een jaar later zitten we nog steeds met beperkende maatregelen die het gewone kerkelijke leven haast onmogelijk maken. Het jeugdwerk tot en met het ouderenpastoraat – hoe verder?

Een jaar lang kerk-zijn met beperkende maatregelen was en is onze eerste uitdaging. Maar er kwam en komt iets bij. Sinds het het coronavirus zich verspreidde in Nederland, is onze gemeente getroffen door een hevige golf van verlies. In het afgelopen kerkelijk jaar (van november 2019 – 22 november 2020) overleden er 19 gemeenteleden. Dat was voor onze gemeente een ingrijpend aantal. We vonden het ook moeilijk dat afscheid nemen van de overledenen en het troosten van nabestaanden door de coronamaatregelen vaak zo ingewikkeld was. In het nieuwe kerkelijk jaar nam de dood, het mis en het gedenken een steeds nadrukkelijker plaats in. Sinds 1 december zijn er 14 gemeenteleden overleden. Het slaat een gat in onze geloofsgemeenschap. Hoe kunnen we voorkomen dat de dood ook de grond onder onze voeten wegslaat?

Juist in deze tijd van rouw en schrik worden we opnieuw bepaalt bij de hoop die ons draagt en op ons toekomt. Halik (Niet zonder hoop) spreekt over hoop als de deur die naar de toekomst opengaat. Juist een crisis die je terugwerpt op je laatste houvast, doet de hoop ontvlammen. Dwars door ‘de donkere nacht van de ziel’ biedt de hoop nieuw perspectief. De christelijke hoop is verbonden met het lijden, sterven en de opstanding van Jezus Christus. God is een God van de levenden – niet de het duister, de chaos of de dood heeft het laatste woord, maar het eerste en is laatste woord is het scheppende woord van de Levende God.

In Hebreeën 12, 1 lezen we dat we door een wolk van geloofsgetuigen omringd zijn, die ons aansporen om vol te houden. Die wolk van getuigen bestaat niet alleen uit Mozes, Debora of David, maar ook uit de gemeenteleden die ons zijn voorgegaan. “…, opdat u niet de moed verliest en het opgeeft.”

Dat is het eerste dat ik meeneem uit deze periode: de uitnodiging om opnieuw ons te bepalen bij onze hoop.

Het tweede is dat we worden uitgenodigd om – opnieuw juist in deze tijd – de tekenen van de heilige Geest te herkennen. Het bruist en sprankelt in onze gemeente. De Geest werkt. De maandelijkse Bijbelstudie gaat digitaal door. Er melden zich nieuwe mensen aan waaronder mensen op hoge leeftijd. Er zijn meerdere nieuwe initiatieven voor kinderen en jongeren. Er komt een spannende podcast serie. Er is een digitale Alphacursus gestart en de reacties zijn bijzonder positief. Jonge mensen zoeken contact met onze gemeente.

Het is ongelofelijk wat er aan initiatieven leeft in onze gemeente. Wat we nu nodig hebben is gebed. En vertrouwen. We hoeven niet te wanhopen, want ook in deze tijd werkt de heilige Geest. Ook in onze gemeente.

Donkere wolken boven de geloofsgemeenschap?

24 jan

(Dit artikel is geplaatst in het Ouderlingenblad van januari 2021)

Over de impact van de coronacrisis en een weg naar toekomst

Inleiding

‘Kerst gaat toch wel gewoon door?’ Het is eind oktober. In onze winkelstraat kom ik een van onze oudere gemeenteleden tegen. We hebben elkaar niet meer gezien sinds maart, het begin van de intelligente lockdown. Voor corona waren haar man en zij trouwe kerkgangers die vrijwel wekelijks de erediensten bezochten. Na de dienst bleven zij ook altijd even hangen bij het koffiedrinken. Dat was een belangrijke activiteit voor onze gemeente waar veel gemeenteleden graag gebruik van maakten. Sinds maart zaten zij thuis. Haar man heeft een kwetsbare gezondheid zodat ze ook niet naar de diensten gingen toen het mogelijk was om met een gedeelte van de gemeente aanwezig te zijn. Het koffiedrinken hebben we sinds maart opgeschort.

Onze regio (Zuid-Holland zuid) blijkt een brandhaard te zijn en ook in de gemeente merken we dat de corona dichtbij komt. Dichterbij dan tijdens de eerste golf. We hebben juist als regieteam moeten besluiten dat we fysieke activiteiten gaan beperken en weer meer digitaal gaan doen. Het heeft ook consequenties voor onze kerstvieringen. Dat was geen gemakkelijk besluit. Want juist deze kerstvieringen vertellen iets over onze identiteit. Vanaf vierde advent tot en met de top2000 dienst op de laatste zondag van het jaar staat onze gemeente bol van de activiteiten. In de aanloop naar Kerst is er een gezellige en verwachtingsvolle drukte vanwege alle voorbereidingen. Dit jaar dus niets van dat alles. Geen grootste vieringen met stampvolle kerken. Dit jaar gaat alles anders.

‘Kerst gaat toch wel gewoon door?’ Ik schud van nee en zie de teleurstelling bij mijn gemeentelid. We praten nog een tijdje door op anderhalve meter, in de winkelstraat. Ik vraag haar of het hen lukt om digitaal mee te vieren. ‘Nee’, zegt ze. ‘We kijken gewoon naar de EO’.

Deze ontmoeting schetst in een notendop de machteloosheid, pijn en onzekerheid waar we als geloofsgemeenschap mee worstelen door de coronapandemie. In dit artikel wil ik verkennen wat de impact van de corona is op de geloofsgemeenschap en handvatten aanreiken om met deze crisis om te gaan.

Een traumatiserende periode

Het coronavirus overviel ons. Van de ene op de andere dag kregen we te maken met een intelligente lockdown. De gevolgen van het virus en van de lockdown waren ingrijpend. De anderhalve meter werd ingevoerd als nieuwe standaard. Aanraken was niet langer mogelijk. Gewoon bij elkaar op bezoek gaan, behoorde niet zomaar tot de mogelijkheden.

Met name mensen die zelf ziek werden of wie in deze periode afscheid moesten nemen van geliefden, voelden de zwaarte van deze maatregelen het diepst en hevigst. In de eerste golf was het niet mogelijk om bij partners, ouders, familieleden of vrienden op bezoek te gaan als zij corona kregen. De coronamaatregelen verstoorden het afscheid van naasten. En ook de uitvaarten werden mede bepaald door de maatregelen: er mochten minder mensen aanwezig zijn en er was geen ruimte voor lichamelijke troost. Wat doet dit met het rouwproces?

Ook op andere manieren werden mensen getroffen door de corona(maatregelen). De druk op werknemers in de zorg was en is immens. De zorgmedewerkers werden geconfronteerd met een nauwelijks te behappen toestroom van ernstig zieke mensen. Er werden langere diensten gedraaid om de zorg vol te kunnen houden. De impact van de werkdruk en het leed waar zij mee geconfronteerd zijn, is groot. Wanneer is er voor hen tijd om bij te komen en om te verwerken?

Niet alleen het coronavirus zelf, maar ook de (noodzakelijke) maatregelen om verspreiding van het virus te voorkomen, werkten ontwrichtend door. Ondanks de ruimhartige steunpakketten van het kabinet, vrezen velen voor hun baan of zijn al werkloos geworden.

Mensen met een kwetsbare gezondheid raakten en raken in deze coronaperiode meer geïsoleerd. Elke leeftijdscategorie kende en kent zijn eigen specifieke pijn en zorg.

Lang niet iedereen ervaart in dezelfde mate de impact van corona. Iedereen moet zich echter wel verhouden met onzekerheid over de toekomst en met machteloosheid om eigen regie te kunnen voeren. Wat doet deze onzekerheid en machteloosheid met de samenleving?

De tweede golf

De onzekerheid en machteloosheid worden versterkt, omdat de corona maar niet verdwijnt. Voor de zomer leek het beter te gaan en was er weer meer mogelijk. Vanaf september liepen de besmettingscijfers echter weer snel op. Terwijl ik dit artikel schrijf, zitten we midden in de tweede golf. Opnieuw is het onduidelijk hoelang dit zal duren. Wat we in ieder geval zeker weten, is dat Kerst en Oud en Nieuw door de corona ingekleurd zullen worden.

Deze tweede golf verschilt van de eerste golf. In maart was er in eerste instantie schrik. Maar al snel was er ook een grote saamhorigheid. Massaal gaf de samenleving ruimte op om zo rondom mensen met een kwetsbare gezondheid te staan. Het onderlinge omzien werd via kerken, sociale teams, buurten en wijken georganiseerd. Mensen namen de moeite elkaar een bemoedigend kaartje te sturen of even te bellen.

In de tweede golf is er echter veel minder saamhorigheid. Het leiderschap van het kabinet en de deskundigheid van het OMT worden betwist. Mensen geven aan somberder en gelatener te zijn. Het blijkt veel lastiger om de moed erin te houden.

De geloofsgemeenschap onder druk

De geloofsgemeenschap wordt dus mede gevormd door mensen die direct of indirect te maken hebben met de impact van corona. Naast de individuele impact staat ook de gemeenschap als collectief onder druk. De coronamaatregelen raken het hart van het gemeenteleven.

De geloofsgemeenschap draait voor een belangrijk deel om de zondagse eredienst (het samen zingen, bidden en ontmoeten) en om de onderlinge ontmoetingen of contacten (koffiedrinken na kerktijd, koor, geloofskringen, pastoraat, enz.). Samen vieren en ontmoeten vormen toch het fundament van het gemeente-zijn. Nu dit niet meer vanzelfsprekend is, raakt dit niet alleen de organisatie van de plaatselijke gemeente, maar ook de symboliek van ‘het Lichaam van Christus’.

De fysieke samenkomsten hebben nu in zekere zin hun glans verloren: er kan maar een gedeelte van de gemeente aanwezig zijn, en er is steeds die lastige afstand – terwijl er zo’n behoefte is aan een troostend of bemoedigend gebaar. Het niet mogen zingen in de kerk valt niet mee. De impact van ‘het nieuwe normaal’ op de cohesie in de geloofsgemeenschap is fors.

Hoe goed we ook onze best zullen doen, we missen nabijheid en verbondenheid. Dat brengt ook verdriet en zorg met zich mee.

Een collectief trauma?

De coronacrisis werkt ontwrichtend en roept gevoelens van kwetsbaarheid en machteloosheid op. Zoals een individueel trauma de innerlijke structuur van een persoon beschadigt, zo beschadigd een collectief trauma de structuur van de gemeenschap. Het is mijn stelling dat zorg voor de geloofsgemeenschap ondersteunend zal zijn voor mensen die worstelen met de directe gevolgen van corona. De geloofsgemeenschap kan de bedding vormen waar de verhalen gedeeld en verteld kunnen worden. In mijn onderzoek (A.L. Veerman, Ontredderd. Het proces in de kerkenraad als de predikant seksueel misbruik heeft gepleegd. 2005, p. 274vv) laat ik zien dat een collectief trauma de sociale verbondenheid van mensen beschadigt en het gevoel van gemeenschappelijkheid schaadt. Vaak werkt zo’n collectief trauma langzaam en sluipend door.

De identiteit van de geloofsgemeenschap staat op het spel. De identiteit van onze gemeente werd gevormd door de mooie, inspirerende en samenbindende erediensten, en door het kopje koffie na afloop. Die elementen zijn in de coronatijd weggevallen. Onze reflex is om te wachten tot de corona voorbij is en achterom te kijken naar hoe we het altijd gedaan hebben. Het gevolg is dat onze onderlinge band losser wordt en onze geloofsgemeenschap zomaar uit elkaar zou kunnen vallen.

Na de eerste schok en de heroïsche fase waarin we elkaar steunden en bemoedigden, is nu de fase van teleurstelling en desillusie aangebroken. Hoe kunnen we voorbij de teleurstelling komen?

Op weg met een verhaal dat ons draagt

De coronacrisis dwingt ons opnieuw naar gemeente-zijn te gaan kijken. We zullen voorbij onze drukte en onze activiteiten moeten durven kijken. Het gaat niet allereerst om onze activiteiten, ook niet om onze erediensten. Het gaat allereerst om de hoop die op ons toekomt door Jezus Christus. We zijn Zijn gemeente. In Hem leven en bewegen wij. In Hem vinden we onze kracht en worden we op de been gezet.

De Bijbel biedt verschillende verhalen die ons kunnen helpen om als gemeenschap ons te herpakken en op weg te gaan uit verslagenheid. Deze verhalen kunnen ook de bedding vormen waarbinnen de verhalen van gemeenteleden een plek kunnen krijgen. Waar nu behoefte aan is, is aan Bijbelverhalen met transformerende kracht: van teleurstelling naar hoop, van wantrouwen naar liefde, van onzekerheid naar geloof.

Het verhaal van het volk Israël dat door de woestijn naar het Beloofde Land reist, is zo’n verhaal. Het vertelt over een volk dat zich moet verhouden met de lange duur van de reis. Het vertelt over het murmureren en het betwijfelen van gezag. Het vertelt over het worstelen en strijden met God.

Maar het vertelt ook over het loslaten van wat was, en het op reis gaan naar de onbekende toekomst. Het vertelt van de belofte van Gods nabijheid en van een toekomst die vandaag de moeite waard maakt.

Tot slot

In deze coronatijd waarin we op zoveel manieren beperkt worden in onze mogelijkheden, worden we uitgenodigd om ons te verdiepen in de kern van het gemeente-zijn: getuige worden van de hoop van Jezus Christus.

We hebben Bijbelverhalen nodig die ons in deze tijd van een bedding voorzien om de gebeurtenissen te duiden en om ons te wijzen op hoop. Deze Bijbelverhalen hebben een transformerende kracht en zal ons ook uitnodigen om nieuwe wegen te zoeken voor kerk-zijn on coronatijd.

“Ga niet in de wachtstand staan” Gemeente zijn in tijden van corona

29 okt

‘Het is logisch om plannen te maken hoe we straks weer terug kunnen keren naar de tijd van voor de corona’, betoogde ds. Annette Driebergen in de viering van afgelopen zondag (25 oktober 2020). ‘Maar vraagt deze coronatijd niet om bezinning en om een nieuw antwoord op de roeping van de gemeente’.

Esther Veerman - niet kunnen opstaan | Kunstwerk
Esther Veerman, Niet kunnen opstaan

Er zijn van die kerkdiensten die me raken en met mij meegaan. De dienst van afgelopen zondag was zo’n viering. We hadden ons thuis op de bank genesteld, kopje koffie erbij, kaarsje aan en de laptop aan op de stream van onze gereformeerde kerk (PKN) Sliedrecht. Annette Driebergen, predikante in Noordeloos stond stil bij de rede van Jezus waarin Hij zijn leerlingen erop uit stuurt. Leerlingen worden apostelen. (Het begin van Mattheüs 10).

Een aantal lessen neem ik mee uit deze inspirerende viering (de dienst is voorlopig terug te luisteren via kerkdienst gemist)

Het eerste is dat deze coronatijd een tijd van bezinning is. Die bezinning vindt overal plaats en leidt tot vernieuwingen en veranderingen. Dat is terug te zien in hoe we onze arbeid inrichten, hoe we nadenken over gezondheidszorg en in hoe we met onze vrije tijd omgaan. Die bezinning is ook in de kerk nodig. We zijn niet geroepen om in de wachtstand te gaan staan om ons voor te bereiden om terug te keren naar de tijd van voor de corona. Maar wat dan wel?

Dat is het tweede. Jezus stuurt zijn leerlingen erop uit om het goede nieuws van het Koninkrijk door te vertellen. De drijfveer is de bewogenheid van Jezus met de mensen om hen heen. Die ontferming, die bewogenheid of die compassie zet in beweging. Jezus stuurt zijn leerlingen erop uit. We zijn niet geroepen om stil te staan en achterom te kijken. Er is beweging naar Gods toekomst. Leerling van Jezus zijn betekent ook gezonden worden.

Het derde is dat de leerlingen bij name worden genoemd. Ze zijn gezien en gekend. En ze krijgen vertrouwen: nog zo kort geleden begonnen ze Jezus te volgen, maar hier worden ze al ‘apostel’ of ‘uitgezondene’ genoemd. Dat bij name genoemd worden en dat vertrouwen was niet alleen weggelegd voor de leerlingen van die tijd, maar mogen ook voor ons gelden.

Het vierde is dat de instructies over de weg die de leerlingen moeten gaan niet direct heel concreet en praktisch zijn. Het gaat meer over een levenshouding, een mindset. Die levenshouding komt voort uit het meeleven en bewogenheid met de ander. Dat leidt tot een houding ban openheid. Het gaat niet om dwang en overspannen actie of om overredingskracht. Nee, wat de leerlingen meenemen is ‘de vrede van Christus’. Dat gaat over een diepe rust, over houvast en vertrouwen. Dat gaat over aanvaarding, over gezien en gekend zijn door God. Het gaat over je bevrijd weten door Jezus Christus.

Van daaruit mag je gaan naar wie het horen wil en naar wie de deur voor je opent. Op die manier mogen we ambassadeurs van het Koninkrijk zijn.

Dat brengt me bij het vijfde punt. Als we zo onze identiteit durven verbinden met gezonden zijn, zullen we minder verlangen naar terugkeer naar wat we kenden (hoe terecht dat verlangen ook is en hoe waardevol die tijd ook geweest is), maar het aandurven om onbevreesd over onbekende paden te gaan om daar te zijn waar dat nodig is. Om mensen te vertellen van het goede nieuws, van de hoop dat het anders zal zijn, van de vreugde. Om stil te staan en stil te zijn bij wie verdriet heeft. Om vanuit bewogenheid naast en met de ander te zijn.

Tot slot. Jezus zegt tegen zijn leerlingen dat ze niets mee hoeven te nemen. Je neemt alleen jezelf mee en dat is genoeg. We hoeven niet eerst allerlei protocollen, plannen en schema’s te maken. We mogen gaan. Ga maar.

Dat vraagt moed en vertrouwen. We vinden onze moed in het gegeven dat we ons aangesproken weten door de liefde van Jezus. We vinden ons vertrouwen in het gegeven dat de Geest van God in ieder mensenleven werkt.

Hoe vinden we de weg op die onbekende paden? Het is Christus zelf die ons baken is.

Terug naar 30. Verdrietig, maar noodzakelijk

11 okt

Het was een bewogen en tumultueuze week in kerkelijk Nederland. Afgelopen maandag (5 oktober 2020) kwam het Ministerie van Justitie en Veiligheid (na overleg met de kerken) met het dringende advies om niet meer dan 30 kerkgangers per viering toe te laten.

Ik was van plan om een heel evenwichtige blog te schrijven over hoe we als kerken toch steeds geprobeerd hebben om zorgvuldig en gewetensvol om te gaan met de coronamaatregelen. En dat we ook iets kunnen leren van Staphorst, zoals Rosanne Hertzberger schrijft in haar column Staphorst is jaloersmakend. Maar ik ga het niet doen.

Het gaat in deze dagen niet over vrijheid van godsdienst. Het gaat vandaag niet over de vraag of we God meer gehoorzaam moeten zijn dan de overheid.

Vandaag gaat het over de vraag hoe ver we willen gaan om het aantal besmettingen terug te dringen. Onze regio, Zuid-Holland zuid, kleurt donkerrood. We zitten op het risiconiveau ‘ernstig’. Op dit moment zijn kerken (nog) geen clusters van uitbraken. Maar áls in een kerk een superspreader aanwezig is, gaat het gelijk serieus mis.

Het gaat niet om vrijheid van godsdienst, maar om de volksgezondheid. Hoe kunnen we samen bijdragen aan zorg voor wie leeft met een kwetsbare gezondheid? Als kerkgangers hebben we een verantwoordelijkheid naar elkaar en naar de samenleving. We leven niet in een bubbel, maar in gezinnen, families, buurten en werkkringen.

Op dit moment loopt het aantal besmettingen dramatisch op. De reguliere zorg loopt vast. De ziekenhuizen raken vol. We weten dat wie serieus COVID-19 krijgt (ook als je jong bent) er lang last van kan houden. We weten ook dat voor mensen met een kwetsbare gezondheid het zomaar het laatste zetje naar sterven kan zijn.

Ik kan niet voor anderen spreken en ik kan niet voor andere kerken (of theatermakers, feestjesplanners, etc.) spreken. Wel maak ik voor mijzelf de volgende afweging: in deze tijd van corona laat God zich misschien niet zozeer vinden in het massaal aangeheven loflied, maar juist in de breekbare solidariteit met die buurvrouw met een kwetsbare gezondheid.

Hoe we onze zondag ook besluiten in te vullen, laat het vol liefde zijn. Laten we God liefhebben en onze medemens – alsof het om onszelf ging.

Kunnen we nog wel terug naar de kerk van voor de coronacrisis?

8 jun

De coronacrisis grijpt diep in in het kerkelijk leven. De beperkingen om verspreiding van het virus te voorkomen, raakten en raken aan de kern van het gemeente- en geloofsleven. De geloofsgemeenschap draait voor een belangrijk deel om de zondagse eredienst (het samen zingen, bidden en ontmoeten) en om de onderlinge ontmoetingen of contacten (koffiedrinken na kerktijd, koor, geloofskringen, pastoraat, enz.). Samen vieren en ontmoeten vormen toch het fundament van het gemeente-zijn. Nu dit niet meer vanzelfsprekend is, raakt dit niet alleen de organisatie van de plaatselijke gemeente, maar ook de symboliek van ‘het Lichaam van Christus’. Het Lichaam van Christus heeft alles te maken met nabijheid en het aanraken van de uitgestotenen van de samenleving.

Voor veel gemeenteleden is het een lastige tijd. De onderlinge ontmoeting(en), de samenkomsten en de gezelligheid worden enorm gemist. De digitale vieringen worden weliswaar gewaardeerd, maar ze halen het niet bij de ‘echte’ vieringen. Sommigen zien de digitale vieringen als surrogaat. Met reikhalzend verlangen wordt dan ook uitgekeken naar het moment dat het weer was als voor de coronacrisis.

Het nieuwe normaal

Inmiddels biedt de overheid een weg om van de ‘intellectuele lockdown’ naar ‘het nieuwe normaal’ te gaan. Er is nog geen structurele oplossing tegen het virus, dus de maatregelen zijn en blijven erop gericht om besmettingen zoveel mogelijk te voorkomen. Die maatregelen hebben betrekking op hygiëne, afstand houden en het mijden van grote groepen.

De impact van ‘het nieuwe normaal’ op de cohesie in de samenleving is fors. Ook nu er voorzichtig ruimte komt voor meer activiteiten blijft de nadruk nog steeds liggen op hygiëne maatregelen, het houden van afstand, het beperken van drukte enz. Om dit in goede banen te leiden, moet er over van alles worden nagedacht, wat voorheen nog vanzelfsprekend was. Het sociale leven wordt in protocollen samengevat.

Waar de één kan uitkijken naar een bioscoopbezoek of een terrasje, moeten anderen nog wachten op versoepeling van bezoekregelingen. De overheid mikt op beheersbaarheid van het aantal besmettingen en daardoor kan de samenleving heel geleidelijk aan, dus in etappes, weer naar meer ruimte gaan.

Een stappenplan voor de kerk

Voor de kerk komt er ook weer meer ruimte. Per 1 juni zijn bijeenkomsten tot 30 mensen mogelijk en vanaf 1 juli tot 100 personen, waarbij steeds de voorwaarden van 1,5 meter, geen gezondheidsklachten, een goede hygiëne enz. blijven gelden. De landelijke kerk (PKN) heeft een protocol opgesteld om binnen deze mogelijkheden toch tot gemeenschapsbeoefening te kunnen komen. Het protocol biedt echter door de gegeven mogelijkheden een sterk verdunde oplossing.

Wat betekent het protocol voor onze vieringen? Het eerste dat opvalt, is dat de 1,5 meter maatregel veel doet met de sfeer in de kerkzaal. De extra ruimte tussen de zitplaatsen gaat ten koste van de warmte en gezelligheid. Wij hebben in onze kerkzaal losse stoelen. Doordat de stoelen op 1,5 meter afstand staan, oogt de kerkzaal als een examenlokaal.

We zijn er nu op gericht om niet in elkaars ruimte te komen. Er zijn afgesproken looproutes. En zo ontstaat er een stille dans waarin we niet gericht kunnen zijn op verbondenheid, maar op het mijden van de ander.

Het tweede dat opvalt, is dat het gezamenlijk zingen zeer waarschijnlijk niet mogelijk zal zijn, terwijl dat zingen juist zo verbindend is en voor velen zo nodig is als uitlaatklep van emoties.

In de derde plaats moet er vooraf gereserveerd gaan worden; er zijn in de meeste kerken immers meer kerkgangers dan 1,5 meter plaatsen beschikbaar. Mogen mensen elke zondag komen of moeten we een beperking opleggen? Hebben bepaalde personen voorrang? Wat doen we met mensen die niet snel bellen of digitaal niet vaardig zijn? Hoe halen we ‘gunners’ (gemeenteleden die op zich graag zouden willen, maar het anderen meer gunnen) over de streep? Wat betekent het dat we bij voorbaat selecteren: immers mensen met een kwetsbare gezondheid en ouderen zijn nu nog niet welkom? Kortom: allemaal punten die voortvloeien uit het protocol en die te denken geven omdat het ook raakt aan het Lichaam van Christus.

Eerste ervaringen

Is dit niet te somber? Vertellen de eerste ervaringen van kerkgangers die binnen de nieuwe mogelijkheden weer meevieren niet een ander verhaal? In onze eigen kerk laten we vanaf juni een zevental gemeenteleden toe als versterking van de gemeentezang. Sommigen zijn blij en opgelucht dat ze weer in de kerk mogen komen. Het zijn ook de geluiden die uit interviews op televisie of in de kranten te horen zijn.

Er is echter ook een andere kant. De weg naar meer ruimte en mogelijkheden komt immers juist niet tegemoet aan het verlangen naar verbondenheid en fysieke nabijheid. Hoe goed we ook onze best zullen doen, op deze manier de kerkdienst vormgeven is slechts een aftreksel van hoe een kerkdienst voor de coronacrisis gevierd en beleefd werd.

Ramen open en wandelschoenen aan?

Het effect van de coronacrisis op het samenkomen nodigt uit tot een nadere doordenking. Als kerk hebben we al snel de neiging om ons op onszelf terug te trekken in ivoren torens. Het blijkt lastig om onze blik naar buiten te richten en onze ramen en deuren te openen.

De coronacrisis dwingt ons opnieuw naar gemeente-zijn te gaan kijken. Binnen is niet langer de veilige en warme plek, en het aantal leden werkt in het nadeel. Hoe meer leden een kerk heeft, hoe lastiger het is om samen te komen.

Misschien is het tijd om de ramen te openen en onze schoenen aan te trekken om ons naar buiten te begeven. Juist nu, met Pinksteren in de rug, is het tijd om op weg te gaan.

Hoe dan?

Laat ik voorop stellen dat het coronavirus een uitermate besmettelijk en ernstig virus is. ‘Gewoon teruggaan’ naar vroeger zonder regels is dus beslist géén optie. De protocollen en afspraken zijn noodzakelijk en binnen de strijd tegen corona, ook nuttig.

Als kerkelijke gemeenschap hebben we echter juist nu alle creativiteit nodig om te groeien in geloof en onderlinge verbondenheid. Het vraagt om geestkracht om opnieuw ‘het Lichaam van Christus’ te beleven en te vieren.

Blijven inzetten op digitale vieringen

Mijn voorstel is daarom om in de komende maanden vol in te zetten op de digitale vieringen. We blijven communiceren dat de diensten digitaal doorgaan. Alleen bij speciale vieringen (bijvoorbeeld doop- of belijdenisvieringen), kunnen gasten aanschuiven. Het is goed uit te leggen dat deze gasten zich vooraf aanmelden en dat voor hen plaatsen worden gereserveerd.

Digitale vieringen zijn géén surrogaatvieringen. De gemeente van Christus is ook digitaal verbonden. Juist omdat we nu nog intenser verbonden zijn met onze ouderen, chronisch zieken en mensen die om andere redenen altijd al thuis meeluisterden, maar wel het verlangen kenden om echt onderdeel van de gemeente te zijn. Nu we allemaal digitaal verbonden zijn, komen we dichter bij deze groep gemeenteleden.

We hoeven nu geen mensen de deur te wijzen omdat de kerk ‘vol’ is of omdat ze niet gereserveerd hebben. We hoeven niet te zeggen dat ouderen en mensen met een kwetsbare gezondheid eigenlijk niet welkom zijn. We kunnen digitaal naar nabijheid en verbondenheid zoeken. Wel zal er geïnvesteerd moeten worden in meer interactie tijdens de vieringen. Daarnaast zullen we blijvend moeten investeren in de kwaliteit van de digitale vieringen.

Ook worden we uitgenodigd om andere mogelijkheden van het internet te onderzoeken. Hoe kunnen we in gesprek komen met gemeenteleden, zoekers en toevallige voorbijgangers?

Inzetten op groepsvorming

Naast de digitale vieringen is de uitdaging om krachtig in te zetten op groepen. De digitale viering kan als start werken, waarna op interactieve wijze de tekst van de preek als startpunt voor het gesprek of meditatieve verwerking in kleine groepen zou kunnen werken.

Naast het inhoudelijke gesprek in kleine groepen, kunnen we ook investeren in gezellige ontmoetingen. De kerk zou bijvoorbeeld een aantal dagdelen open kunnen zijn voor een kopje koffie.

In die kleine groepen wordt mijn inziens wel gevonden wat gemeenteleden zoeken: aandacht, verbondenheid en gesprek.

We kunnen ook aansluiten bij Missie Nederland die voor de kerken een ontwikkeling in groepen voorziet.

Straal vreugde en creativiteit uit

Overigens is het van belang om in de inrichting van onze gebouwen en in onze activiteiten vreugde uit te stralen en ruimte te laten voor creativiteit. Wat is er mogelijk binnen de ruimte die de overheid geeft? Waar moeten we de grens opzoeken of de gestelde grens bevragen en waar moeten we juist voor andere wegen kiezen?

De vreugde en creativiteit moeten we ook vertalen naar de nieuwe inrichting van de kerk. Nu we minder zitplaatsen nodig hebben, zou ik voor de inrichting van de kerkzaal niet willen streven naar de maximaal 100 stoelen, maar zou ik veel liever zoeken naar een meer gezellige uitstraling. Liever 40 stoelen rond een tiental tafels dan 100 stoelen in examenklas-opstelling.

Tot slot

Het zou mij heel wat waard zijn als we deze tijd gebruiken om enerzijds rustig en weloverwogen na te denken over de wijze waarop wij ‘de teruggekregen ruimte’ innemen en anderzijds om actief een forse stap vooruit te zetten naar de digitale kerk en de kerk in groepen. Of wel: gaan we (provisorisch) terug naar hoe het was of is dit de kans om een sprong vooruit te wagen?

Huiselijk geweld, depressie en eenzaamheid: taak voor de kerk

8 mei

Na zes, zeven weken komt er nu enig zicht op een verlichting van de intellectuele lockdown waar Nederland sinds het uitbreken van de coroancrisis mee te maken heeft. Deze tijd is ongekend. Onze wereld is van de ene op de andere dag tot stilstand gekomen. De dagelijkse invulling van ons leven stond en staat volledig op zijn kop: bezoeken, werk, school, sport en ontspanning, niets is meer vanzelfsprekend.

Dit is waarom we drastische maatregelen nemen tegen corona | Punt.

Onzekerheid, rouw en machteloosheid

Het is een tijd waarin allerlei bestaanszekerheden onder druk zijn komen te staan. Het blijkt dat we ons leven veel minder in eigen hand en onder controle hebben dan we dachten. Belangrijke waarden als onafhankelijkheid en eigen regie blijken kwetsbaar.

We hebben te maken met het verdriet en het leed van mensen die geliefden hebben verloren of die familieleden of vrienden op de IC zagen terechtkomen. We hebben gezien hoe haast vanuit het niets onze zorg overspoeld werd met mensen die besmet waren met Covid-19, zodat het uiterste werd gevraagd van het medisch personeel.

We probeerden onze kwetsbare medemensen te beschermen. Ontroerend om te zien welke positieve kracht dit losmaakte in de samenleving. Tegelijkertijd konden we niet voorkomen dat ook in verpleeghuizen het coronavirus kon toeslaan. Ook de noodzakelijke afspraak om bezoek voorlopig niet toe te laten in instellingen trok een zware wissel op bewoners en op partners, familie en  vrienden.

Voor veel werkgevers, ondernemers en werknemers is er financiële onzekerheid en zorg.

Stress

Verlies, onzekerheid, angst en machteloosheid hebben ook effect op onze geestelijke gezondheid. Het kan stress met zich meebrengen. Nu is dat op zich gezond en normaal. Stress is een gezonde reactie op abnormale gebeurtenissen. Tegelijkertijd is het wel van belang om die stress te reguleren door het bijvoorbeeld in gesprek te brengen.

Daar komt nog iets bij: de maatregelen om verspreiding van het virus te voorkomen, treffen een kwetsbare groep die in de nieuwsberichten en in de planning van het kabinet nauwelijks aandacht krijgt. Mensen met een psychiatrische problematiek, mensen die een therapeutisch traject volgen of ambulant begeleid worden en kinderen en jongeren die gebruik maken van jeugdzorg lijken niet in beeld te zijn.

Kracht van geloofsgemeenschappen

Voor de geloofsgemeenschappen ligt hier mijn inziens een belangrijke taak. De meeste geloofsgemeenschappen hebben immers een waardevol netwerk van bezoekers. Vrijwel alle geloofsgemeenschappen hebben één of meerdere professionals in dienst die goed in staat zijn om gesprekken te voeren over betekenisverlening, zingeving, omgaan met rouw en verlies en je weg vinden in eenzaamheid.

Geloofsgemeenschappen zouden in deze fase alert moeten zijn op drie thema’s: huiselijk geweld, eenzaamheid en neerslachtigheid en suïcidale gevoelens.

Eenzaamheid

In veel geloofsgemeenschappen is het bezoekwerk ingrijpend veranderd. Huisbezoek zit er even niet in, dus er is nu veel telefonisch en digitaal contact. Ook deze contacten bieden weer nieuwe mogelijkheden. Geloofsgemeenschappen hebben appgroepen en belcirkels opgezet waardoor er ook weer een hernieuwd contact mogelijk was. In deze contacten was de eerste focus: hoe gaat de gesprekspartner om met de (praktische) gevolgen van de lockdown. Er is aandacht voor eenzaamheid en met name met verschillende (kaarten)acties wordt geprobeerd om eenzame mensen duidelijk te maken dat ze niet vergeten worden.

Neerslachtigheid en suïcidale gedachten

Zouden we niet ook een stapje verder kunnen gaan? Daar waar bezoekers trouw met een zekere regelmaat hun gesprekspartners bellen, ontstaat een vertrouwen waarbinnen zorgen en moeiten gedeeld kunnen worden. Het bezoekteam kan toegerust worden om signalen van neerslachtigheid en suïcidale gevoelens op het spoor te komen om het door te geven aan de professionals. Een ingrijpende gebeurtenis hoeft niet tot een traumatische ervaring te leiden, als er aandacht en goede zorg is. Een tijd terug schreef ik dit over omgaan met moeilijke verhalen.

Bezoekers kunnen een verschil maken door hun trouw en betrokkenheid. Als mensen neerslachtig en somber worden, kunnen suïcidale gedachten meer ruimte krijgen. Deze gedachten krijgen de ruimte om terrein te winnen als niemand het gesprek over suïcidaliteit durft aan te gaan of er naar durft te vragen. Je kunt altijd verwijzen naar 113: zijn bieden ondersteuning als je je zorgen maakt om iemand en je kunt ook zelf naar deze organisatie doorverwijzen. Meer info vind je hier op hun website. Eerder schreef ik dit artikel over de dynamiek rond suïcide en geloof.

Huiselijk geweld

Tot slot wordt er in de lockdown-tijd meer huiselijk geweld gemeld. Daar waar al sprake was van misbruik en geweld in een gezin, zijn de veilige momenten van de dag verdwenen omdat iedereen op elkaars lip zit. Daarnaast kunnen stress en spanningen ten gevolge van machteloosheid leiden tot gewelddadige uitingen in woorden of gebaren. We zullen als geloofsgemeenschappen ook hier onze verantwoordelijkheid moeten nemen. Durven we het gesprek te voeren over het omgaan met machteloosheid, ook als het ongemakkelijk wordt? De slachtoffers van geweld verdienen het dat we niet wegkijken.

Deze maanden nodigen uit om met spoed werk te maken van een blijvend toegankelijk beleid rond huiselijk geweld en seksueel misbruik. Maak werk van preventie: benoem de thematiek en de mechanismen, zorg voor vertrouwenspersonen en werk met protocollen die voor iedereen terug te vinden zijn.

Deze tijd laat zien wat de waarde van een geloofsgemeenschap kan zijn.

 

 

Hoop in het nieuwe normaal

3 mei

De boodschap op de persconferentie van premier Rutte op 21 april was duidelijk. De maatregelen om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, zullen voorlopig in de meeste gevallen gehandhaafd blijven. Ik ben blij voor de kinderen (en voor de gezinnen) dat zij weer naar school mogen en dat samen sporten (binnen de afspraken) weer mogelijk is. Het is goed om weer schoolstructuur te hebben en vrienden en vriendinnen te kunnen zien. Het is belangrijk om weer samen met vrienden een balletje te kunnen trappen.

5 meter Archieven | Pagina 2 van 3 | United vandekamp BV

Hard gelag

Tegelijkertijd was de boodschap voor velen ook een hard gelag. Het bezoekverbod voor instellingen blijft van kracht – hoewel het er naar uitziet dat er versoepelingen mogelijk worden. Ik begrijp de achterliggende gedachte en de noodzaak van deze maatregel, maar het maakt me ook verdrietig. Voor ouders die hun kinderen niet kunnen bezoeken en even in de armen kunnen nemen. Voor partners die niet bij hun geliefde kunnen zijn. Voor kinderen die hun ouders niet kunnen opzoeken. Voor een ieder van wie een geliefde, vriend of familielid in een instelling verblijft en even langsgaan niet tot de mogelijkheden behoort. Het maakte me verdrietig voor de mensen die in de instellingen verblijven en soms zo uitkijken naar bezoek, naar het samenzijn met wie hen lief is. Het komt aan op volhouden. Elkaar bemoedigen: houd moed!

Ik ben dankbaar voor de inzet van verzorgenden en verpleegkundigen. Wat tonen zij een liefde voor hun bewoners, cliënten en patiënten en wat doen ze enorm hun best om het contact met het thuisfront van de bewoners te onderhouden. Dank daarvoor!

Ondernemers onder druk

De boodschap was ook een hard gelag voor zoveel ondernemers. Opnieuw: ik begrijp de noodzaak van de maatregelen, maar ik zie ook de pijn en de machteloosheid bij ondernemers die het werk van misschien wel jaren of de dromen voor de toekomst in rook zien opgaan. Ik zie de zware beslissingen waar werkgevers voor staan: kunnen we de mensen nog in dienst houden of moeten we werknemers ontslaan? Ik zie de zorg en onzekerheid van wie geen werk meer heeft. Meer dan ooit komt het aan op solidariteit, op onderling omzien, op bemoedigen: houd moed!

Onze samenleving staat onder druk, zeker nu de maatregelen langer duren. Het betekent dat de extreme omstandigheden het nieuwe normaal zijn. Dit is het. Voorlopig moeten we het hiermee doen. Maar we hoeven het niet alleen te doen.

 

Tekenen van hoop

Ik ben onder de indruk van alle tekenen van meeleven en van onderling omzien. Wat gebeurt er veel dat hoop geeft. Er zijn zoveel gebaren van liefde: een berenroute voor de kinderen. Een draaiorgel voor de verzorgingshuizen. Kinderen die stoepkrijten voor oma. Kaartjes: we denken aan je. Een bloemetje: weet dat je niet vergeten wordt.

Dit zijn tekenen van hoop die helpen om vol te houden. Laten we met hart en ziel lief hebben, zeker nu het voor sommigen zo zwaar is geworden. Houd moed en heb lief!

Leefregels in tijden van Corona

20 apr

Onderstaande leefregels zijn samengesteld uit verschillende hertalingen die op internet te vinden zijn.

Leefregels in tijden van corona

  1. Ik ben je God, de Heer, al vanaf je prilste begin. Je leeft in de ruimte van mijn liefde, blijf je dat herinneren.
  2. Het leven is nu onzeker en misschien ervaar je angst en zorg. Maar bedenk dat Ik groter ben dan je vragen, je angst en je onzekerheid. Ik draag je in de holte van mijn hand. Mijn Naam is immers: ‘Ik ben die Ik ben’! Vertrouw me maar, Ik ben erbij.
  3. Noem Mij maar bij mijn eigen Naam – zo zal Ik met je meegaan. Als grond onder je voeten, steun in de rug en als richting om te gaan. Maak geen misbruik van mijn Naam. Je spelt Mijn Naam door liefdevolle woorden en gebaren. In de liefdevolle nabijheid van de verzorgende, de toewijding van de schoonmaker, de bewogenheid van de verpleegkundige op de IC, door de soep voor de buren, het kaartje – zo komt Mijn Naam aan het licht en word Ik geëerd en gerespecteerd.
  4. Vier op de dag van God Gods bevrijdingsfeest. Juist in deze tijd van corona waarin de dagen door elkaar heenlopen, is het van belang de uren en dagen te ordenen naar Gods tijd. Zo de jouw geschonken tijd weer betekenis in het licht van de opstanding. Prijs God, geniet van wie je lief is en verwonder je over de schepping.
  5. Heb respect voor je ouders en de oudere generatie, want zij vertellen jou de verhalen van God liefde en genade.
  6. Ontneem niemand de ruimte om te leven, want ook die ander is geschapen naar Gods beeld en aan jou gegeven. Zorg in deze tijd met name voor wie op leeftijd is en voor wie leeft met een kwetsbare gezondheid. Blijf zoveel mogelijk thuis en houd afstand.
  7. Ga zorgvuldig om met het verbond van liefde en trouw, want dat is het fundament van het levensgebouw. In deze onzekere tijd kunnen spanningen in relaties oplopen: zorg voor elkaar, blijf praten, heb lief. Jouw partner heeft jouw toewijding en liefde juist nu zo hard nodig. Liefde is ook een oefening in geduld hebben met elkaar.
  8. Neem niet wat van een ander is, maar deel van al je gaven uit en zorg voor elkaar
  9. Liegen en slechte dingen zeggen breekt de ander af, zeg wat opbouwt en wat goed doet – dat is Gods maatstaf. Wees betrouwbaar!
  10. Wees niet jaloers en hebzuchtig – dat maakt het leven zinloos en vluchtig. Sta open voor wat je hebt ontvangen, zodat je bidden begint met danken.

Een leesrooster tegen de angst

28 mrt

We leven in een onzekere en verontrustende tijd. We hebben nog niet eerder meegemaakt dat de wereld op deze schaal is stilgezet. De zorgen over het coronavirus gaan met ons mee. We kennen allemaal mensen die ouder zijn of een kwetsbare gezondheid hebben – of we beseffen dat we zelf in deze categorieën passen.

Hoe ga je om met alles wat op je afkomt? Waar vind je houvast als de aarde wankelt? Waar vind je steun als vrienden, of kinderen en kleinkinderen niet meer op bezoek kunnen komen? Angst kan heel bepalend zijn.

Juist op momenten dat je alleen bent, kun je je overvallen voelen door je angst.

De Bijbel heeft weet van die existentiële angsten. Misschien helpt deze crisis om nu we trager leven, ons opnieuw te verbinden met de hoop die leven doet. In dit leesrooster zeven teksten tegen de angst (dit is een bewerking van een eerder geschreven leesrooster)

Zondag: Genesis 1, 1-3 “Er moet licht komen”

Het eerste woord dat God in de Bijbel spreekt is ‘licht’. De wereld ligt er in alle verlatenheid bij. Er heerst chaos. De aarde is woest en doods. Er is duisternis. Er is geen vaste grond. Misschien herken je dat ook wel in je eigen leven. Juist in deze tijd. Je hebt het gevoel dat er geen houvast meer is, dat je ten onder gaat door chaos en wanhoop. Dat maakt angstig.

In de chaos van de oervloed spreekt God. De donkerte en duisternis mogen niet het laatste woord krijgen. Er moet licht komen. Het licht is niet de zon, die wordt immers pas later geschapen in het verhaal. Het licht heeft alles te maken met Gods scheppend woord. Het is licht tegen wanhoop en moedeloosheid. De chaos wordt een halt toegeroepen en we ontvangen hoop. Dat dit licht vandaag met je mee mag gaan. Gods scheppend woord als tegenwicht tegen de angst.

Gebed: steek met aandacht een kaarsje of waxinelichtje aan en denk daarbij of spreek hardop uit: ‘Ik ontsteek het licht van Christus. Teken van hoop, teken van opstanding. Dat het licht van Christus mij mag dragen en verlichten, zodat mijn angst niet het laatste woord heeft.

Maandag 2: Johannes 16, 33 “Ik heb de wereld overwonnen”

Houd moed. De maandag is zo’n dag. Een nieuwe werkweek. Een nieuwe week waarin je misschien klem zit, niet kunt werken en je angst je misschien verlamt. Misschien lukt het je om je taken die voor vandaag gepland staan voor elkaar te boksen, maar wat kan het soms zwaar zijn. Misschien is het goed om even een stapje terug te doen. Soms is het gewoon lastig en zwaar. Soms lukt het gewoon even niet. Probeer dit voor nu maar even te accepteren en luister naar de woorden van Jezus: ‘jullie zullen vrede vinden bij mij’.

Jezus spreekt hier met grote stelligheid over. ‘Ik heb de wereld overwonnen’. Uiteindelijk mag dat ook rust en vrede brengen.

Gebed: Heer Jezus, wanneer het donker zich vastzet in mijn denken en in mijn hart, wanneer mijn onrust mijn dag bezwaard, geef mij dan uw vrede. Dat is rsut mag vinden en thuis mag komen, in het vertrouwen dat U de machten en krachten hebt overwonnen. Amen

Dinsdag: Jeremia 1, 4 – 8 “Kijk eens met de ogen van God”

Wat kun je soms twijfelen aan jezelf. Ben ik wel goed genoeg? Hoe zullen anderen naar mij kijken? Als Jeremia geroepen wordt, schrikt hij zich een ongeluk. Als hij één ding zeker weet, is het dat hij te jong is. Hij weet zeker dat hij niet geschikt is voor de taak. Maar God zegt: ‘Ik heb je geschapen, al in de moederschoot. Echt, Ik geloof in jou, Ik weet dat jij talenten hebt. Wees maar niet bang, het komt goed’.

En God doet een belofte: “Ik zal je terzijde staan’. Misschien kun je proberen om deze woorden op jouw eigen leven toe te passen. God heeft jou met zorg en liefde geschapen. Hij heeft jou talenten gegeven en Hij zal jou trouw blijven. Zou je iets van dat vertrouwen van God in jou met je mee kunnen nemen?

Gebed: God van genade, Schepper van al het leven, Schepper van mij  leven. Leer mij met uw ogen vol ontferming en genade naar mijzelf te kijken. Wilt U mij helpen om mijn angsten onder ogen te zien en te leren vertrouwen dat ik goed genoeg ben – zoals ik ben. Amen

Woensdag: Jesaja 42, 1 – 3 “Zorg voor de gebrokene”

Angst kan diep zitten. Door de steeds aanwezige dreiging van corona. Door zorgen om wie je lief zijn. Doordat je beschadigd bent, doordat de energie letterlijk helemaal op, doordat je niet meer kunt. Je kunt angstig worden, omdat je bang bent dat je het niet redt. Of dat je in een gesprek bedoeld of onbedoeld net dat laatste zetje krijgt waardoor je helemaal dreigt in te storten. Misschien is het dan goed om deze tekst uit Jesaja in herinnering te roepen.

Het is een profetie over de Knecht van de  Heer, een beeld waar wij Jezus in mogen herkennen. Deze profetieën gaan over de Redder die God zal sturen. Deze redder komt niet met geweld en met veel lawaai. Nee, het is juist tegenovergesteld. Zonder schreeuwen, zonder stemverheffing, maar mét zoveel aandacht. Juist voor het gebrokene. Het geknakte breekt Hij niet af. In al je gebrokenheid draagt Hij jou. Het vlammetje dat bijna gedoofd is, wakkert Hij weer aan. Misschien dat deze tekst je mag bemoedigen vandaag.

Gebed: Lieve God, U ziet het gebrokene, U ziet het gekwetste, U ziet mij wanneer mijn vlammetje uit dreigt te gaan. Wilt U mij op handen dragen, opdat ik iets van energie mag ervaren, zodat ik de angst dat het allemaal niet meer lukt in uw hand mag leggen. Amen

Donderdag: Jesaja 9, 1  “Ik zie een schitterend licht”

Het hoort bij onze realiteit dat het duister kan zijn. We kunnen niet voorkomen dat we zelf of dat onze geliefden op enig moment door donkere dalen gaan. Wij kunnen onszelf niet voor het kwaad behoeden, ondanks alle protocollen en evaluaties. Soms gaat het nog een spade dieper. ‘Zij die wonen in het donker’ schrijft Jesaja. Zo kan het ook zijn. Door wat je mee hebt gemaakt, is het donker je eigen geworden. Misschien versterkt dat donker ook je angst. In de Bijbel staat het donker voor wanhoop, voor leven zonder toekomst.

Maar Jesaja zegt dat het daar niet bij blijft. Degene die ronddoolt, de draad kwijt is, degene die in het donker stil is gevallen, zal een schitterend licht zien. Het duister zal doorbroken worden door een helder licht. Johannes spreekt over Christus als het licht van wereld. Moge dat je ook rust geven dat het licht schijnt tot in de diepste duisternis.

Gebed: Hemelse Vader, dank U wel voor sporen van licht, voor het schitterende licht, Jezus Christus, die tot in de diepste duisternis schijnt. Geef dat dit licht mij mag helpen om angsten onder ogen te zien en bij U neer te leggen. Amen

Vrijdag: psalm 46, 2 – 4 “Een veilige plaats”

Wat ik je toewens dat je momenten mag kennen waar deze psalm over zingt. Dat ondanks alles waar je doorheen moet en waar je mee te kampen hebt, je God leert kennen als een veilige schuilplaats en een betrouwbare hulp. De omstandigheden waar de dichter mee te maken heeft, doen denken aan Genesis 1, aan het begin van de schepping. De golven die over elkaar heen slaan, het gemis van vast grond. Wat kan dat angstig maken en wat kun je dan verlangen naar veiligheid en hulp. Dat de woorden van deze dichter ook de jouwe moge worden, meer en meer.

Gebed: God van Licht en Leven, we roepen U aan in de stormen van ons leven, in de gebeurtenissen die de grond onder onze voeten kan doen trillen. We roepen U aan in tijden van angst, in het verlangen naar rust en veiligheid. Dat we mogen schuilen onder uw vleugels. Dat U voor ons een veilige schuilplaats bent. Dat U een betrouwbare hulp bent – voor mij, voor wie naar U verlangt. Amen.

Zaterdag: Johannes 8, 12: Licht dat leven geeft

Er kunnen vele oorzaken zijn waarom je worstelt met angst. Wat ik weet dat angsten niet zomaar weg-gebeden kunnen worden. Soms is gebed toereikend. Soms zijn gesprekken nodig. Soms moet je dingen onder ogen zien die al zo lang met je meegaan. Mag in de weg die je gaat het licht van Christus met je meegaan. Ik wens je toe dat je mag lopen met je gezicht naar de zon; dat het licht van Christus met je meegaat; dat je van tijd tot tijd kunt schuilen bij God; dat je zo je weg mag vervolgen – niet alleen, maar gedragen door Gods vrede.

Gebed: Heer Jezus, licht voor de wereld. Wees mijn licht, dat uw licht mijn weg mag beschijnen, opdat ik veilig kan gaan, gedragen door uw vrede. Amen