Tag Archives: dadertaal

Verwarrend, schadelijk en heilzaam – vergeving na misbruik

7 Jul

Dit artikel is verschenen in het themanummer van Speling (2017/2) over vergeving. 

Spreken over vergeving in de context van seksueel misbruik is een hachelijke onderneming. Voor mensen die te maken hebben gehad met seksueel misbruik is het zelden ondersteunend of heilzaam wanneer een gesprekspartner over vergeving begint. Vaak is er een verwarrende kluwen van gedachten, emoties en verwachtingen. Verschillende recente onderzoeken (1) laten zien dat vrouwen die slachtoffer zijn geworden van seksueel misbruik grote moeite hebben met vergeving. Enerzijds ervaren zij van omstanders een sterke claim te moeten vergeven, terwijl zij anderzijds niet in staat zijn of om welke reden dan ook niet bereid zijn om te vergeven.
Vergeving is echter een van de belangrijkste thema’s in het christelijk geloof. In de liturgie, het onze Vader en in de geloofsleer worden we bepaald bij de vergeving van God en worden we opgeroepen zelf ook tot vergeving te komen. Diverse auteurs (2) zijn ervan overtuigd dat vergeving heilzaam en noodzakelijk is, ook in situaties van seksueel misbruik.
In dit artikel wil ik allereerst de spagaat die slachtoffers van seksueel misbruik kunnen ervaren in het spreken over seksueel misbruik verkennen. Waardoor wordt het spreken over vergeving schadelijk en kwetsend? Vervolgens wil ik beschrijven onder welke voorwaarden vergeving heilzaam kan zijn voor mensen die verhalen van seksueel misbruik met zich meedragen.

e715d-kaars2bbrand

In wiens belang?
‘Het eerste dat me gevraagd werd, was of ik de dader al vergeven had’. Mijn gesprekspartner is in een christelijke omgeving grootgebracht. Helaas bleek deze omgeving voor haar niet veilig. Als jonge tiener werd zij door twee familieleden misbruikt. Toen zij hulp zocht bij de jongerenwerker, maakte ook hij zich schuldig aan seksueel misbruik. Voor haar was duidelijk dat niemand te vertrouwen was. Ze had geen andere keuze dan de verhalen van misbruik diep in haar zelf weg te stoppen.
Jaren later, als zij haar leven op orde lijkt te hebben, stort ze in. Haar voortdurende onzekerheid, haar minderwaardigheidsgevoelens en haar perfectionisme eisen hun tol. In therapie komen de verhalen van misbruik aarzelend aan het licht. De oorzaak van haar psychische problemen blijkt in het misbruik te liggen. Voorzichtig begint ze mensen in haar omgeving te vertellen over het misbruik dat in haar jeugd heeft plaatsgevonden. ‘Het deed me zeer dat er gelijk naar vergeving werd gevraagd. Het vergrootte mijn eenzaamheid.’ Deze vraag naar vergeving ervaart mijn gesprekspartner als een poging om haar het zwijgen op te leggen. Zand erover. Er is geen ruimte meer voor haarzelf, om haar verhaal te vertellen. Het gesprek is verschoven van de erkenning van de pijn en gekwetstheid in haar levensverhaal naar vergeving. Omdat zij hier moeite mee heeft, voelt zij zich aangevallen, waardoor zij zich opnieuw terugtrekt in zichzelf.

Zeker binnen een christelijke context blijkt het verhaal van mijn gesprekspartner geen uitzondering. Het roept de vraag op waarom zo snel vergeving ter sprake wordt gebracht. Zou het niet meer voor de hand liggen om schrik, verbijstering en woede te delen? Zou het logischer zijn om te zoeken hoe slachtoffers gesteund kunnen worden in het onder woorden brengen en herstellen van het aangedane onrecht. Een eerste stap op de weg van herstel is het doorbreken van het geheim. Wanneer derden in vertrouwen worden genomen en aan het verhaal woorden worden gegeven, kan een begin gemaakt worden met het toe-eigenen van het verhaal. Vaak valt er een last van de schouders.
Tegelijkertijd ontstaat er nieuwe dynamiek bij de omstanders. Zij horen het verhaal voor het eerst. Misschien waren er vermoedens, maar hoe dan ook, nu het verhaal is uitgesproken, kunnen de omstanders geschokt en verbijsterd zijn. Het verhaal van seksueel misbruik dat zo dichtbij plaatsvindt, verbrijzelt de illusie van de veilige familie of gemeenschap. Voor de omstanders ontstaat er een dilemma: het uithouden bij de verhalen van het slachtoffer vergroot immers ook het besef van verscheurde relaties en van onveiligheid in de eigen families en geloofsgemeenschappen. Vergeving lijkt een uitweg te bieden. Als het slachtoffer tot vergeven kan komen, kan de harmonie in de gemeenschap hersteld worden. Het betekent echter dat de pijn van het slachtoffer niet onder ogen wordt gezien en zij dus wordt ontkend.

Daar komt bij dat allerlei onderzoeken naar prevalentie aantonen dat seksueel misbruik opmerkelijk veel voorkomt (3). Hoewel inmiddels bekend is dat de gevolgen van seksueel misbruik diep ingrijpend kunnen zijn (4), blijft het moeilijk voor slachtoffers om hun verhaal te kunnen vertellen. Dit betekent dat het geweld diep in onze samenleving verankerd is. Als er zoveel mensen te maken hebben gehad met seksueel geweld, moeten we ook constateren dat veel mensen zich schuldig maken aan geweld. Het betekent dat we vragen moeten stellen aan onze cultuur, onze taal en onze gewoonten. Waar faciliteert onze manier van leven seksueel misbruik? Waar worden in onze families en geloofsgemeenschappen slachtoffers hun stem ontnomen?
Een veel voorkomende reactie op de bedreigende impact van verhalen van misbruik is om deze verhalen zo snel mogelijk van hun aanklacht te ontdoen en om het evenwicht weer te herstellen.

Wanneer vergeving ter sprake komt, is het noodzakelijk om eerst de vraag te stellen in wiens belang vergeving is op dit moment? Hebben we allereerst het belang van het slachtoffer op het oog of proberen we zo snel mogelijk om de harmonie in de familie of geloofsgemeenschap te herstellen?.

Interne verwarring
Het eerste dat het spreken over vergeving in de context van seksueel misbruik dus lastig maakt, zijn de soms tegenovergestelde belangen die achter de vraag naar vergeving schuil kunnen gaan. Het tweede dat het spreken over vergeving moeilijk maakt, is het verwarren van schuld, schuldgevoel, minderwaardigheid en zonde met elkaar (5).
Schuld veronderstelt verantwoordelijkheid. Er liggen concrete handelingen aan ten grondslag: iemand heeft een ander iets aangedaan. Schuld dient onderscheiden te worden van schuldgevoel. Schuldgevoel kan een overlevingsstrategie zijn om de illusie in stand te houden dat de ongewenste situatie of gebeurtenis anders zou kunnen zijn geweest of voorkomen had kunnen worden als het slachtoffer anders had gehandeld. Het schuldig voelen is een copingmechanisme om om te gaan met de machteloosheid en hulpeloosheid die horen bij het ondergaan van geweld. De gedachte schuldig te zijn herstelt het gevoel van veiligheid omdat het lijkt alsof je toch controle hebt over de situatie. ‘Als ik nu toch niet in mijn eentje over straat was gegaan?’ ‘Als ik nu eens een broek in plaats van een rok had aangedaan?’
De prijs is echter hoog. Het schuldgevoel bevestigt de gevoelens van minderwaardigheid en van slecht zijn, die een direct gevolg zijn van het seksueel misbruik. Het woord ‘zonde’ haakt aan bij dit gevoel, waardoor het theologische begrip ‘zonde’ verward wordt met het psychologische begrip ‘schuldgevoel’. De schuldgevoelens gaan echter niet terug op concrete schuldige handelingen, waardoor het kerkelijk spreken over Gods vergeving geen verlichting brengt, maar slachtoffers nog meer bij hun gevoel van minderwaardigheid en slechtheid kan bepalen.

Wat de verwarring rond vergeving voor slachtoffers van seksueel misbruik vergroot, is dat het kerkelijk spreken over schuld, zonde en vergeving meer aansluit bij de behoefte van daders dan van slachtoffers.

Het ‘vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren’ is door veel slachtoffers niet of nog niet mee te bidden, en versterkt het gevoel dat ze tegenover God tekort schieten. Voor daders daarentegen is de voortdurende aanzegging van Gods genade, zegen en vergeving een te gemakkelijke weg om voor hun schuldbesef (indien al aanwezig) een oplossing te vinden. Dit effect van gangbare godsdienstige taal levert bij veel slachtoffers ernstige frustratie op (6).

Slachtoffers zoeken naar erkenning van wat hen is aangedaan en ruimte voor hun levensverhaal. Een belangrijk gespreksthema is het ontwarren van de schuldvraag. Wie is verantwoordelijk voor het misbruik? Slachtoffers kunnen de ervaring met zich meedragen klem te zitten in de gevolgen van het seksueel misbruik. Waar zij bij gebaat zijn, is om te horen over gerechtigheid, het oog hebben voor de gekwetste en kwetsbare mens, oordeel en recht doen.

De kracht van vergeven
Voordat over de helende werking van vergeving gesproken kan worden, is het dus noodzakelijk om eerst bovengenoemde thema’s te ontwarren. Tegelijkertijd is het ook van belang om oog te hebben en te houden voor de heilzame werking van vergeving (7).
Fortune (8) betrekt vergeving op het genezingsproces van het slachtoffer. Volgens haar is vergeving het loslaten van de voortdurende aanwezigheid van het trauma. Vergeving is volgens haar een manier om afstand te nemen van de passieve slachtofferrol. Deze visie past bij de omschrijving van vergeving door Ganzevoort (9): ‘vergeven is het erkennen van de schuld van de dader en het afzien van recht op wraak of vergelding’. Het Griekse woord voor vergeven betekent ‘losmaken’. Door te vergeven wordt de band tussen dader en slachtoffer doorgesneden. Woede, haat en bitterheid zijn logische reacties op onrecht, maar houden in zekere zin het slachtoffer ook gevangen. Door te haten blijft het slachtoffer verbonden met de dader. In die zin is leren vergeven uiteindelijk heilzaam.
Vergeven is in deze benadering de laatste stap in het genezingsproces. Het vraagt om ruimte het hele verhaal uit te mogen vertellen. Het vraagt om tijd om te kunnen erkennen hoe het seksueel misbruik het slachtoffer beschadigd en gekwetst heeft, ook op de lange termijn. Het vraagt om het besef dat de processen van slachtoffer, dader en omstanders niet gelijktijdig verlopen en dat als het om vergeving gaat, altijd het tempo van het slachtoffer gevolgd moet worden. Het vraagt om het herstel van autonomie van het slachtoffer en het herstel van gelijkwaardigheid in de machtsverhoudingen (10).

Vergeven moet?
Toch blijft de vraag of de weg van vergeving voor slachtoffers de meest zinvolle en genezende weg is. Uit praktijkverhalen blijkt dat slachtoffers vaak het losmaken van de band met de dader als heilzaam herkennen, maar tegelijkertijd dit niet als vergeven benoemen. Het afzien van het recht op vergelding roept ook vragen op. Seksueel misbruik is een misdaad. Hoe verhoudt deze visie op vergeven zich tot recht doen? Daarnaast blijkt uit het onderzoek van Balk-van Rossum (11) dat er geen significante veranderingen optreden als gevolg van het proces van vergeven. De theorie over vergeven in situaties van seksueel misbruik lijkt dus problematischer dan verondersteld wordt.

Wat betekent dit voor slachtoffers van seksueel misbruik en vergeven? Allereerst is het goed om te beseffen dat slachtoffers van seksueel misbruik het gevoel kunnen hebben dat zij in een spagaat raken wanneer vergeven ter sprake komt. Aan de ene kant is er de kennis dat vergeven in psychologische zin helend kan zijn, versterkt door het besef dat in de christelijke traditie de weg van vergeving min of meer de norm is. Aan de andere kant is het vergeven van de daders alleen aan de slachtoffers voorbehouden, op hun eigen tijd, volgens hun eigen regie.
Daarnaast is het de vraag of vergeving de enige Bijbelse weg is om bevrijd te worden van de beklemming van de dader. Juist in het gesprek met mensen die te maken hebben gehad met seksueel misbruik is het van belang om meer pastorale bagage mee te nemen dan alleen de weg van vergeven.

Alexander Veerman (1970), dr. Praktische Theologie, predikant te Vriezenveen (PKN), trauma-dominee.

————

(1) A.W. Balk-van Rossum, De rol van godsbeelden in de levensverhalen van vrouwen met een incestervaring Ede, 2017; C. Van den Berg-Seiffert Ik sta erbuiten – maar ik sta wel te kijken Zoetermeer, 2015
(2) Zie bijvoorbeeld: R.R. Ganzevoort ‘Vergeving moet. Maar het maakt wel uit hoe.’ In: in: R.R. Ganzevoort e.a., Vergeving als opgave. Psychologische realiteit of onmogelijk ideaal? Tilburg 2003, 17-33; K. Demasure Als de draad gebroken is. Zingeving en pastorale zorg na seksueel misbruik. Leuven 2005; M.M. Fortune ‘Forgiveness the last step’ In C.J. Adams and M.M. Fortune eds Violence against women and children New York 1995 201-207
(3) Inmiddels zijn er veel onderzoeken gedaan naar prevalentie van misbruik in het algemeen en onderzoeken naar specifieke doelgroepen (bijvoorbeeld: misbruik in instellingen en jeugdzorg, misbruik door hulpverleners, misbruik van mensen met een beperking, misbruik binnen de sport). Wat al deze onderzoeken gemeenschappelijk hebben, is dat het nooit meevalt. De cijfers verschillen van 1 op de 3 ondervraagden tot 1 op de 10 die in hun leven te maken hebben gehad met seksueel misbruik.
(4) Zie bijvoorbeeld: J. Herman Trauma en herstel. De gevolgen van geweld van mishandeling thuis tot politiek geweld Amsterdam 1995; B. Van der Kolk Traumasporen. Het herstel van lichaam, brein en geest na overweldigende ervaringen Eeserveen 2016
(5) Balk-van Rossum, De rol van godsbeelden p. 491                                                                      (6) R.R. Ganzevoort en A.L. Veerman Geschonden lichaam. Pastorale gids voor gemeenten die geconfronteerd worden met seksueel geweld Zoetermeer 2000 p. 79
(7) Zie bijvoorbeeld: H. Stoorvogel en J. Lasonder: Jane. Kampen 2013
(8) Fortune ‘Forgiveness the last step’ p. 201
(9) R.R. Ganzevoort ‘Klem tussen schuld en vergeving. Rol en recht van het slachtoffer’. (10) In Houtman, C. e.a. (Red.) Ruimte voor vergeving. Kampen 1998, pp. 147-158. (p. 156)
Vergelijk: F.W. Greene ‘Structures of forgiveness in the New Testament’ In: C.J. Adams and M.M. Fortune eds Violence against women and children New York 1995 pp. 121-135 (11) Balk-van Rossum, De rol van godsbeelden p. 501

 

Advertenties