Tag Archives: discours

Huiswerk voor D66?

7 mrt

Afgelopen week werden de resultaten gepresenteerd van een onderzoek naar seksueel misbruik en machtsmisbruik in het landelijk bestuur van D66. Het onderzoek was een snelle en adequate reactie op een anonieme klacht die in december 2020 naar buiten kwam. Verschillende media berichtten over deze klacht.

De reactie van lijsttrekker Kaag op de anonieme klacht was voortvarend. Ze liet weten direct een onderzoek te laten uitvoeren door een onafhankelijk onderzoeksbureau naar seksuele intimidatie in de eigen gelederen. Openheid over machtsmisbruik en seksuele intimidatie in eigen gelederen en transparantie over het proces zijn belangrijke voorwaarden om een veilig klimaat te creëren.

Het rapport zelf en de reactie van D66 roepen echter vragen op. “Op deze plaats volstaan wij daarom met een kernachtige conclusie. Uit het onderzoek zijn geen situaties van seksuele intimidatie en machtsmisbruik door betrokkene gebleken” stelt onderzoeksbureau Bink. Tegelijkertijd lijkt een aantal uitkomsten in tegenspraak te zijn met deze conclusie.

Allereerst is in het onderzoek te lezen dat zeven personen zich hebben gemeld omdat zij zich onveilig voelden. Het onderzoeksbureau heeft deze verhalen niet meegenomen in het onderzoek omdat die volgens het bureau geen betrekking zouden hebben op machtsmisbruik of seksuele intimidatie. In de tweede plaats hebben zich negen andere personen gemeld die klaagden over cultuur binnen D66. Omdat deze personen verder niet mee wilden werken aan het onderzoek zijn deze verhalen buiten het onderzoek gehouden. In de derde plaats is er nog een wonderlijk gegeven. De anonieme klacht heeft betrekking op een vooraanstaande D66-er en een medewerker. De D66-er heeft contact gezocht met de medewerker die daar niet van gediend was en de politie heeft verwittigd. Er is geen aanklacht ingediend, meldt het rapport. Tot slot vermeldt het rapport dat het bij het liberale gedachtegoed hoort dat er ruimte is op partijcongressen voor flirten en seksuele relaties.

Hier begint het huiswerk voor D66. Want waar een deel van de geïnterviewden zegt dat dat flirten en seksuele toespelingen er gewoon bij horen, vertelt het rapport ook dit: “Anderen geïnterviewden geven echter aan dat er daarbij soms sprake is van grensoverschrijdend gedrag van bepaalde mannen doordat er ongepaste en seksistische/denigrerende opmerkingen worden gemaakt over en richting vrouwen of doordat bepaalde mannen te veel in de persoonlijke ruimte van (jonge) vrouwen komen. Deze mannen zouden zich er onvoldoende van bewust zijn dat dergelijk gedrag als ongewenst of ongepast kan worden gezien en spreken elkaar onderling onvoldoende aan op dit gedrag, waardoor het blijft voortbestaan. Dergelijke gedragingen kunnen volgens deze geïnterviewden een gevoel van onveiligheid binnen de partij veroorzaken.”

Het is wonderlijk dat de onveiligheid binnen de partij niet tot meer verontwaardiging en onrust leidt. #Metoo heeft in de achterliggende jaren duidelijk gemaakt dat mensen met macht het flirten, de grappen en grensoverschrijdingen heel anders waarderen dan de mensen die in een positie van afhankelijkheid verkeren. Ook is net een onderzoek verschenen dat aangeeft dat een groot deel van vrouwelijke politici met seksisme en haat. Wat zou het fijn zijn als je eigen politieke partij een veilige plek zou zijn waar vrouwen op een gezonde manier support ontvangen.

Het is te weinig om de sfeer binnen te partij over te laten aan de goede intenties van de leden zelf. Die goede intenties zijn er namelijk niet of te weinig. In ieder geval bij de mensen met macht. In een onveilige sfeer draagt flirten bij tot het vergroten van die onveiligheid. Als het flirten en de seksuele relaties niet geproblematiseerd worden in deze onveilige context, zal iedereen in een afhankelijke positie kwetsbaar blijven.

Een slippertje

23 mei

(Een artikel van enige tijd geleden over het belang van het discours waarbinnen seksuele handelingen ter sprake worden gebracht)

Gisteren (15/11/2010)  kwam eindelijk de langverwachte reactie van Wilders op de commotie rond zijn partijgenoot Eric Lucassen. Het PVV-kamerlid kwam voor het weekend in opspraak, omdat hij verzuimd had te vermelden dat hij in 2002 veroordeeld is voor ontucht. Via de media wordt steeds meer bekend over wat er zich heeft afgespeeld:http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2686/Binnenland/article/detail/1050846/2010/11/13/Zaak-Lucassen-Meisjes-werden-doorgegeven.dhtml

Deze gebeurtenis brengt de PVV in een lastig pakket. Wilders heeft zich immers in zijn verkiezingsprogramma sterk gemaakt voor strengere straffen voor zedendeliquenten. Het zou dus logisch zijn om Lucassen te verwijderen: zijn strafblad maakt een plek in de PVV onmogelijk, vooral omdat hij het niet gemeld had. De andere kant is echter dat als de PVV de zetel van Lucassen zou verliezen, het kabinet de meerderheid in de Tweede Kamer kwijt is. Een keuze tussen integriteit en macht. Niet raar dat Wilders er een weekendje over wilde slapen.

tweede kans misbruik

De uiteindelijke oplossing van Wilders is echter buitengewoon teleurstellend. Lucassen wordt mild gestraft (2 van zijn woordvoerderschappen zijn hem ontnomen – alleen die van Wonen niet, blijkbaar hoef je dan niet betrouwbaar te zijn?) en mag gewoon PVV-Kamerlid blijven. Macht heeft het ook in de PVV gewonnen van integriteit.

Het pijnlijkste is – en dat is Wilders volledig aan te rekenen – dat Wilders probeert om de handelingen waarvoor Lucassen veroordeeld is, te bagatelliseren. Lucassen is tweemaal veroordeeld tot een boete wegens burenruzie. Iedereen die met overlast van buren te maken heeft gehad, weet hoe moeilijk het is om tot een veroordeling te komen. Wanneer de rechter tot twee keer toe toch het gedrag van Lucassen veroordeelt, heeft de straat blijkbaar veel last ervaren van deze man. Het gegeven dat de rechter er tweemaal aan te pas moest komen, laat zien dat Lucassen niet gemakkelijk te corrigeren is. Wilders had minimaal de ernst van de overlast kunnen laten staan.

Het bagatelliseren van de ontucht is van een andere orde. Hij stelt dat “het in de ontuchtzaak niet zozeer gaat om seksueel misbruik, maar om een ongepaste relatie”. Met deze opmerking diskwalificeert Wilders zich als voksvertegenwoordiger. Wat is er aan de hand?

De PVV heeft zich opgeworpen als een partij die op wil komen voor een veiliger Nederland. Een van de speerpunten is het strenger straffen in zedenzaken. Nu zich echter de eerste echte kans voordoet om een statement te maken, maakt Wilders een vreemde keuze. ‘Gelukkig is er geen sprake van seksueel misbruik – alleen maar van een ongepaste relatie.’ De Nederlandse wetgeving maakt dit onderscheid (gelukkig maar!) niet: een van de vormen van seksueel geweld is ontucht met misbruik van gezag (art. 249 WvS). Er is onderscheid in de schade die de verschillende vormen van misbruik kunnen veroorzaken. Leeftijd, karakter en de thuissituatie spelen hierin een rol. Het wil niet zeggen dat jongvolwassenen en volwassenen niet lijden onder misbruik – integendeel. Diverse onderzoeken maken duidelijk dat ongewenste seksuele grensoverschrijdingen grote gevolgen kunnen hebben in het psychsich welbevinden.

Wilders kiest voor verhullend taalgebruik:  “een ongepaste relatie”. Daarmee gaat hij naast de ex-sergeant staan, die steeds heeft volgehouden dat er geen sprake was van misbruik, maar van een seksuele relatie met instemming van beiden. Alleen had hij te laat bedacht dat hij de meerdere was van de soldates. De rechters die – ook in hoger beroep – Lucassen hebben veroordeeld, hebben het hem aangerekend dat hij niet heeft ingezien wat hij gedaan heeft. Wilders laat zien dat hij met de visie van Lucassen instemt.

Om het kwaad van seksueel geweld uit te bannen, is het van belang om te beginnen met helder definiëren. We spreken over geweld, omdat de handelingen tegen iemands wil plaatsvinden en er sprake is van ongelijke machtsverhoudingen. (Zie de notitie ‘I did not have sex with that woman!”) Lucassen heeft gehandeld ten koste van de jonge soldates. Natuurlijk valt er te discussiëren of Lucassen een tweede kans verdient (niet in een publieke functie, denk ik dan), maar waar het hier om gaat is dat Wilders het misbruik bagatelliseert om het gezicht van de PVV te redden. En daarmee doet hij meer kwaad dan goed.

Overspel of misbruik?

23 mei

(Dit artikel heb ik op maandag 28 maart 2011 ingestuurd als ingezonden brief)

In de Trouw van zaterdag 26 maart 2011 is te lezen dat zenmeester Dennis Merzel (Genpo Roshi) zijn officiële titels heeft neergelegd vanwege buitenechtelijke relaties. Wat opvalt in het artikel is dat het gedrag wel als laakbaar wordt gezien, maar niet als schadelijk. De Nederlandse zenmeester Rients Ritzkes spreekt zijn opluchting uit dat het geen seksschandaal is ‘zoals in de rooms katholieke kerk’, omdat het volwassenen betreft. Het doet mij denken aan de ophef rond Tweede Kamerlid Lucassen die als onderofficier seksuele handelingen heeft verricht met cadetten. Geert Wilders reageerde toen ook opgelucht, omdat het niet om misbruik zou gaan.

Het is echter te gemakkelijk om deze handelingen zomaar terzijde te schuiven wanneer alle betrokkenen volwassenen zijn. In het Wetboek van Strafrecht artikel 249 wordt gesproken over ‘ontucht met misbruik van gezag’. Waar het dan om gaat is dat het slachtoffer in een situatie zit ten opzichte van de pleger waarin zij/hij niet vrij is en/of zich niet vrij voelt om zelf aan te geven wat zij/hij zelf wil en niet wil.

In de kerken zijn we al enige tijd alert op seksueel misbruik door predikanten. Wanneer in de Protestantse Kerken  predikanten zich schuldig maken aan misbruik, betreft het meestal volwassen slachtoffers. De discussie laait dan ook steevast op of er wel sprake is van misbruik. Is het niet gewoon een seksuele escapade, een slippertje of overspel?

Wanneer is er sprake van misbruik? Wanneer worden grenzen overschreden? Wat duidelijk is geworden in de situaties waar we als kerk mee te maken hebben gehad, dat de vraag hoe het gedrag van een predikant benoemd en gedefinieerd wordt, belangrijke gevolgen heeft. De definitie van het seksueel grensoverschrijdend handelen van een predikant bepaalt immers niet alleen of eventuele signalen herkend kunnen worden, maar bepaalt tot op zekere hoogte ook binnen welk taalveld deze problematiek in de kerkenraad ter sprake komt. Het maakt immers veel uit of het handelen van de predikant wordt geïnterpreteerd als (te) joviaal optreden en als overspel, of als het overschrijden van professionele grenzen en als seksueel misbruik. Met andere woorden: het spreken over de seksuele handelingen van een predikant is niet waardevrij. Dat geldt dus ook voor de seksuele handelingen van de zenmeester.

Wat belangrijk is in de beoordeling van een situatie is de vraag naar de rol en de positie van de betrokkenen. Zo heeft een predikant op basis van zijn / haar ambt en professionaliteit een bepaalde macht en verantwoordelijkheid, die meekomen in zijn / haar rol en positie. Vanuit de benadering van de professionaliteit kan (seksueel) misbruik door een predikant omschreven worden als: misbruik en exploitatie van leden van een religieuze gemeenschap door hun leiders, die door deze leden vertrouwd worden. Dit zou goed van toepassing kunnen zijn op de ‘buitenechtelijke relaties’ van de zenmeester. Hoe vrij waren de studentes eigenlijk? Hoe kijken ze na enige tijd terug op deze periode? Om iets van de mogelijke verwarring te begrijpen zijn de boeken De herder is een huurling van Leny Selles en Tot ik weer vliegen kon… van Sigrid Zomer.

vogel 01

Het voordeel van deze benadering is dat er aandacht wordt gevraagd voor de context waarbinnen het wangedrag plaats kan vinden. Het misbruik van Merzel kon plaatsvinden omdat hij een charismatisch leider is. Het past Ritzkes niet om opgelucht adem te halen.

“I did not have sex with that woman!”

20 jan

(Onderstaand artikel is verschenen in: ‘Contextuele berichten’, jaargang 11 (2006), nr 1, bl 8-11)

Met deze gedenkwaardige woorden van oud-president Clinton vallen we direct midden in de problematiek van dit artikel. Waar begint seksualiteit? Waar begint seksueel misbruik? Het maakt verschil hoe een bepaalde handeling wordt benoemd. Clinton was zeer stellig in zijn bewering dat er geen sprake was van seks, maar lang niet iedereen was die mening toegedaan. In de discussies over de handelingen van de oud-president is het niet over ongewenste seksuele intimiteiten gegaan. Wanneer de handelingen met die termen zouden zijn verwoord, was de ‘affaire’ in een ander licht geplaatst. Seksualiteit en macht. Beide begrippen lijken onlosmakelijk verbonden te zijn met elkaar. De precieze grenzen tussen gewenste en ongewenste intimiteiten, en positieve machtsuitoefeningen en geweld blijken in de praktijk echter moeilijk te trekken en roepen veel vragen op. In de verhalen over seksueel misbruik komt deze verwarring ook vaak terug. Dit is ook goed zichtbaar in het onderzoek dat ik heb uitgevoerd.[i] Niet alleen de omstanders hadden moeite om de handelingen van de predikanten te beoordelen, maar ook de vrouwen die deze handelingen ondergingen. Zo kwam het voor in één van de situaties dat vrouwen, die later de predikant aanklaagden wegens seksueel misbruik, aanvankelijk de predikant door dik en dun steunden en verdedigden.

In dit artikel ga ik eerst in op de vraag wat seksueel misbruik is. Ik beperk mij in de omschrijvingen tot seksueel misbruik door de predikant. Vervolgens beschrijf ik de consequenties van het discours waarbinnen de seksuele handelingen worden besproken. Tot slot ga ik in op de verhouding tussen macht en seksualiteit en stel ik voor om binnen het spreken over seksueel misbruik ruimte te laten om seksualiteit ter sprake te brengen.

 Wat is seksueel misbruik?

Wanneer is er sprake van misbruik? Wanneer worden grenzen overschreden? Uit de praktijk blijkt dat seksuele handelingen lang niet altijd eenduidig beoordeeld worden. Wat voor de een een slippertje was of een avontuurtje, blijkt voor de ander soms een ongewenste grensoverschrijding te zijn geweest. De vraag hoe het gedrag van een predikant benoemd en gedefinieerd wordt, heeft belangrijke gevolgen. De definitie van het seksueel grensoverschrijdend handelen van een predikant bepaalt immers niet alleen of eventuele signalen herkend kunnen worden, maar bepaalt tot op zekere hoogte ook binnen welk taalveld deze problematiek in de kerkenraad ter sprake komt. Het maakt immers veel uit of het handelen van de predikant wordt geïnterpreteerd als (te) joviaal optreden, als overspel, als het overschrijden van professionele grenzen, als het misbruik maken van het ambt, als seksueel misbruik of als een combinatie van deze dimensies. Met andere woorden: het spreken over de seksuele handelingen van een predikant is niet waardevrij.

In de beoordeling van een situatie of er sprake is van misbruik of niet, dient gekeken te worden naar de rol en de positie van de betrokkenen. Zo heeft een predikant op basis van zijn / haar ambt en professionaliteit een bepaalde macht en verantwoordelijkheid, die meekomen in zijn / haar rol en positie. Sommige sociologen vergelijken de positie van geestelijken in een kerkelijke gemeenschap met de positie van elites in de samenleving. Vanuit de benadering van de professionaliteit kan (seksueel) misbruik door een predikant omschreven worden als: misbruik en exploitatie van leden van een religieuze gemeenschap door hun leiders, die door deze leden vertrouwd worden.[ii]

Het voordeel van deze benadering is dat er aandacht wordt gevraagd voor de context waarbinnen het wangedrag plaats kan vinden. Een ambtsmisdrijf vindt niet plaats in een vacuüm, maar net als deviant gedrag van elites gebeurt dit in een organisatie of gemeenschap. Hierdoor komt zowel de machtspositie van de predikant in beeld, als de cultuur en structuur van de gemeenschap en organisatie. Dit betekent ook dat niet alleen de pastorale relaties centraal staan, maar ook de rol en positie van de predikant op basis waarvan de predikant vertrouwen wordt geschonken.

Deze vorm van seksueel misbruik valt onder de bredere definitie van seksueel geweld. Hiervan is sprake wanneer “iemand gebracht wordt tot het ondergaan of uitvoeren van seksuele activiteit in woorden, gebaren of handelingen of de dreiging daartoe terwijl hij of zij dat niet wenst of niet in staat is daarover te beslissen”. Ik leg dus de nadruk op ongewenste grensoverschrijdingen vanuit een positie van macht.

 Het spreken over seksuele handelingen is niet waardevrij

Uit de reconstructies in mijn onderzoek blijkt dat er onduidelijkheid is over de aard van de relaties tussen de predikant en de gemeenteleden of pastoranten, met name over de vraag of er wel gesproken kan worden over machtsverschillen binnen die relaties. Hiermee hangt de vraag naar de verantwoordelijkheid voor het bewaren van de grenzen samen, en dus ook de vraag of het terecht is dat de predikant (als enige) als schuldig wordt gezien. Het betreft (in het onderzoek) immers volwassen vrouwen, die door een deel van de gemeente medeverantwoordelijk worden gehouden voor de relatie met de predikant. Opvallend is dat deze vraag verschillende malen in het proces terugkomt. Allereerst aan het begin van het proces, wanneer de seksuele handelingen van de predikant voor het eerst in termen van seksueel misbruik of van moreel laakbaar gedrag in de kerkenraad ter sprake worden gebracht. Wanneer de gemeente wordt ingelicht en op het moment dat er aan het seksuele gedrag van de predikant kerkrechtelijke consequenties worden verbonden, komt deze vraag opnieuw krachtig naar voren.

De verwarring en de terugkerende vragen over de ernst van het misbruik en het aandeel van de vrouwen zijn voor een belangrijk deel terug te voeren op het discours waarbinnen de handelingen van de predikant ter sprake worden gebracht. Ook het kunnen herkennen van een handeling als signaal van eventueel seksueel misbruik blijkt afhankelijk te zijn van het discours. In de drie reconstructies heb ik uiteindelijk twee discoursen onderscheiden: het discours van ‘de romantische relatie’ en het discours van ‘macht’. Beide discoursen sluiten elkaar wederzijds uit.

In het discours van de romantische relatie ligt de nadruk op het relationele en seksuele aspect van de seksuele handelingen. Het voordeel van dit discours is dat er ruimte is voor de seksuele beleving, zodat ook rekening gehouden kan worden met begrippen als ‘lust’ en ‘begeerte’. Met name binnen de literatuur over daderpredikanten blijkt dat dit een invalshoek is met mogelijkheden. Een nadeel van dit discours is dat er niet of nauwelijks aandacht is voor de verschillen in macht in hulpverlenende relaties. Het begrip ‘romantische relatie’ veronderstelt immers een zekere mate van wederkerigheid en van wederzijds vervulde behoeften. Omdat de machtsverhoudingen binnen dit discours niet op de voorgrond staan, worden andere morele gronden gebruikt om de seksuele handelingen van de predikant af te wijzen. Begrippen als ‘overspel’ en ‘echtbreuk’ vormen de morele categorie. Binnen deze categorie zal ook de vrouw verantwoordelijk worden gehouden voor de relatie.

In het tweede discours, het discours van macht, ligt de nadruk op de machtsverhoudingen binnen de relaties. Het voordeel van dit discours is dat rekening wordt gehouden met de aard van de hulpverlenende relatie, met de machtspositie van de predikant en de kwetsbaarheid van de pastorante. Binnen dit discours is ook duidelijk dat de meermachtige verantwoordelijk is voor het bewaken en handhaven van de grenzen. Binnen dit discours wordt soms de nadruk gelegd op het aspect van geweld (seksueel misbruik, seksuele intimidatie), soms op het aspect van het overschrijden van professionele grenzen en in weer andere gevallen op het aspect van het misbruik van het ambt.

Het blijkt dat de keuze voor een bepaald discours niet zonder gevolgen is. Degene die het discours kan bepalen, vergroot hiermee ook zijn macht. Degene die de beschikking heeft over het discours construeert tot op zekere hoogte de werkelijkheid. Zo overheerst in de westerse cultuur het discours van de veiligheid en de strijd tegen het terrorisme. Het Westen heeft de macht om situaties binnen dit discours te analyseren. Het gevolg is bijvoorbeeld dat gewapende tegenstanders in Afganistan geen militairen, maar terroristen worden genoemd. Hierdoor gelden er voor hen vrijwel geen internationale verdragen. Ditzelfde geldt voor het benoemen van seksuele handelingen van een predikant. Wanneer dit in termen van overspel wordt beschreven, dan hebben beide partijen in de overspelige relatie schuld, en zijn de eventuele partners van predikant en gemeentelid de eigenlijke slachtoffers. Wanneer de handelingen van de predikant in termen van misbruik van macht en gezag worden benoemd, wordt er een heel ander perspectief op die handelingen geboden.

Ook binnen het kader van seksueel misbruik is er sprake van seksualiteit

In mijn benadering van seksuele handelingen van een predikant, is het van belang om aandacht te vragen voor de manipulatie en het misbruik van vertrouwen. Het betekent dat ik een heldere ethische stelling voorsta: seksueel contact tussen een predikant en een gemeentelid is niet geoorloofd. Door te kiezen voor deze benadering benadruk ik dus de seksuele handelingen van de predikant als machtsmisbruik. Dit levert een heldere stellingname op. Ik houd de predikant als meermachtige verantwoordelijk voor het handhaven van de grenzen, op basis van zijn / haar rol en positie, op basis van zijn / haar professionaliteit. Dit betekent dat degene die de handelingen ondergaan heeft in termen van ‘slachtoffer’ of ‘misbruikte ‘ wordt beschreven. In de praktijk levert deze heldere ethische stellingname echter twee problemen op. In de eerste plaats herkent de beschuldigde predikant zich zelden in het beeld van misbruiker. In de tweede plaats laat deze benadering van seksueel misbruik weinig ruimte voor de schuldgevoelens van de misbruikten.

Als de beschuldigde al toe zou geven dat er sprake is geweest van intieme handelingen dan zal hij / zij dit niet als behoefte aan het uitoefenen van macht benoemen. Veel eerder is er sprake van verliefdheid, zuivere liefde of warm verlangen. Of de predikant wijst op de wederzijdse instemming om met de relatie te beginnen en op de onderlinge gelijkwaardigheid. Soms ervaart de predikant zich juist als slachtoffer van de situatie, en voelt hij zich bovenal machteloos.

Deze machteloosheid kan ontstaan wanneer de rollen die de predikant heeft niet helder zijn. Met name wanneer een hulpverlenende rol en vriendschap worden verward, ontstaat het risico van grensoverschrijdingen. Veel predikanten hebben niet de behoefte om op een voetstuk te staan, maar willen juist dichtbij en naast de mensen zijn. Predikanten echter, die proberen om de machtsongelijkheid binnen een pastorale relatie te egaliseren, lijken een groter risico te lopen over te gaan tot onprofessioneel gedrag. Pogingen om machtsverschillen te verkleinen, vergroten dit juist. Dit is de paradox van de pastorale macht: door het machtsverschil op te heffen krijgt de pastor nog vrijere toegang tot het gemeentelid. De rol van de predikant kan ook onhelder worden doordat er ook sprake is van grensvervaging, omdat de predikant gemeenteleden zowel in een sociale als in een pastorale context ontmoet. Deze diffuse relaties tussen pastores en pastoranten maken het moeilijker om professionele grenzen te trekken in vergelijking met andere hulpverlenende beroepen.

Hiermee hangt de spanning samen tussen afstand en nabijheid. Deze spanning heeft allereerst te maken met de rol van de predikant. Aan de ene kant wordt op grond van deze rol van de predikant meeleven en zorg verwacht. Gesprekken die de predikant voert, hebben vaak een intiem karakter. Aan de andere kant kan de predikant zich eenzaam, geïsoleerd en leeg voelen. Mensen met weinig eigenwaarde voelen zich over het algemeen onzeker en onveilig, en hebben daarom een grote behoefte aan bevestiging. Tegelijk zijn zij vaak bang om gezien te worden zoals zij zichzelf zien. Daarom mijden ze de nabijheid van emotionele intimiteit. Toch is het juist deze intimiteit die de bevestiging geeft die zij zoeken. In deze situatie kan het gebruik van seks als middel om intiem contact te leggen voor sommigen voor de hand liggen.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat binnen de hulpverlening aan predikanten een bepaalde stroming de nadruk legt op de seksuele verslaving[iii]. Dat betekent dat het gedrag van de daderpredikant gezien wordt als het gevolg van een ziekte waarvoor de predikant behandeld kan worden. Dergelijke predikanten ervaren schaamte en hebben weinig eigenwaarde; zij zijn afhankelijk en hebben geen relationele vaardigheden. Door de seksuele activiteiten proberen zij tegemoet te komen aan hun eigen emotionele behoeften. Het grote voordeel van deze benadering is dat er ruimte komt voor een aanvullende benadering van het misbruik. Niet het streven naar heersen, het uitoefenen van macht, maar de seksuele activiteit is het eerste thema om het misbruik ter sprake te brengen. Zo kan er in het gesprek ruimte komen voor de lust en begeerte, voor gevoelens van verliefdheid en seksuele verlangens.

Er is nog een tweede probleem dat kan ontstaan door de massieve benadering van seksueel misbruik. Veel mensen die slachtoffer zijn geworden van seksueel misbruik door de predikant worstelen met de schuldvraag. Zij herkennen zich niet volledig in het beeld van een weerloos slachtoffer. Een te zwart – witte benadering van de seksuele handelingen doet hen niet per definitie recht. Het benoemen van de seksuele handelingen helpt hen wel om te begrijpen wat er gebeurd is. Het helpt hen om aandacht te vragen voor de manipulaties van de predikant. De andere kant is echter dat sommige misbruikten zich schuldig voelen over hun eigen rol in de seksuele handelingen. Zij hebben zelf soms initiatieven genomen, verliefdheid ervaren en seksuele verlangens gevoeld.

Het is van belang om onderscheid te maken tussen de schuld en verantwoordelijkheid binnen het kerkrechtelijke traject en de schuld binnen het pastorale of therapeutische traject. De kerkrechtelijke schuld ligt bij de persoon die vanuit zijn / haar rol en positie de meermachtige is en altijd verantwoordelijk blijft voor het bewaken van de grenzen van de hulpverlenende relatie. Het is zijn / haar taak om het ambt te hanteren ten dienste van de ander, om veiligheid te creëren door zorgvuldig handelen en door respect voor de gesprekspartner. Binnen het pastorale traject kan gesproken worden over de rol van de gesprekspartner. Wat was het eigen aandeel in de seksuele handelingen, en met welke motieven heeft zij / hij deel genomen aan de seksuele activiteiten? Door deze benadering, die meer ruimte laat voor de seksualiteit binnen het verhaal van het seksueel misbruik, kan er ruimte ontstaan voor verlangens en behoeften. Herkenning van onderliggende gevoelens en van seksuele verlangens kan helpen in het herstel van misbruikten.

 

 

 


[i] A.L. Veerman (2005) Ontredderd. Het proces in de kerkenraad als de predikant seksueel misbruik heeft gepleegd. Zoetermeer: Boekencentrum. In dit onderzoek heb ik het proces in drie kerkenraden, die geconfronteerd zijn geweest met seksueel misbruik door hun predikant, gereconstrueerd.

[ii] A. Shupe (1995) In the name of all that’s holy: a theory of clergy malfeasance. Westport, Conn.: Prager. A. Shupe (ed.) (1998) Wolves within the fold: religious leadership and the abuses of power. New Brunswick: Rutgers University Press. A. Shupe, W.A. Stacey & S.E. Darnell (ed.) (2000) Bad pastors. Clergy misconduct in modern America. New York: New YorkUniversity Press.

[iii] Bv. M.R. Laaser (1991) Sexual addiction and clergy. In: Pastoral Psychology39/4.