Tag Archives: dopen

Dankbaarheid

3 okt

Als we iets van het Joodse geloof kunnen leren, is het wel dat we het leven mogen vieren. Niet tussen neus en lippen door, maar met aandacht. Niet een beetje, maar uitbundig. Op de Joodse religieuze kalender staan geregeld feesten: om het goede leven te vieren of om momenten van bevrijding te gedenken. Het Loofhuttenfeest is zo’n uitbundig feest – een oogstfeest dat zeven dagen duurt. Wat opvalt in de voorschriften voor dit feest (Deuteronomium 16, 13 – 17) is dat het niet gekoppeld is aan overvloed, aan een geslaagde oogst. Nee, dit feest moet sowieso gevierd worden. Niet de luxe en de winst worden gevierd, maar het leven zelf. Het leven als geschenk van God, dát wordt gevierd.  Het Loofhuttenfeest nodigt uit om na te denken over de bronnen van vreugde: wat maakt het leven de moeite waard?

 

 

Naar buiten

De oogst is binnen. De druiven zijn geperst. Je hebt hard gewerkt en nu lijkt het tijd om even achterover te leunen. Maar dit feest wordt anders gevierd – en daarin wordt ook een andere richting zichtbaar. Dankbaarheid als levenswijze. Met het Loofhuttenfeest gaat iedereen naar buiten. De opdracht is om een hutje te bouwen van natuurlijke materialen. Het dak moest een beetje open blijven. Waarom?

God gaat mee

Allereerst dachten de Israëlieten weer terug aan de tocht door de woestijn. Het Loofhuttenfeest herinnert aan de uittocht uit Egypte. Het brengt de weg uit de beklemming naar de vrijheid weer in gedachten. Het Loofhuttenfeest doet het volk weer stil staan bij de gedachte dat het leven zelf een tocht is. Op die weg hebben de Israëlieten steeds opnieuw ervaren hoe God met hen mee optrok – als vuurkolom, als de schaduw van een wolk. Daarnaast verbeeldt het gammele hutje de kwetsbaarheid van de mens, het open dak geeft uitzicht op de grootheid van God. Dat is iets om te mogen vieren: dat we weten dat we in onze kwetsbaarheid ons gedragen mogen weten door de Schepper van hemel en aarde.

Gebed om zegen

Op de laatste dag van het Loofhuttenfeest vindt het hoogtepunt van het feest plaats. Het feest eindigt in een gebed om zegen, een gebed om regen over het braakliggende land opdat er nieuwe toekomst zal zijn. In Jezus’ tijd werd er water geput uit Siloam en over het altaar uitgegoten – om zo om de zegen van God te vragen. Water als het beeld van de Tora: woorden die leven geven, die je bij je bestemming brengen.

Rivieren van levend water

In Johannes lezen we dat Jezus op het Loofhuttenfeest aanwezig is in de tempel. Hij ziet de waterdragers, de vrolijke optocht. En dan zegt Jezus: “Als je dorst hebt, zal ik je drinken geven”. Als je verlangt naar Gods zegen, als je hunkert naar aanvaarding door de Eeuwige, als zoekt naar vervulling en beleving – kom maar, zegt Jezus. “Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in Mij gelooft.” Het is de heilige Geest die ruimte maakt, overvloed geeft door Jezus Christus. Niet alleen wordt je eigen dorst gelest, maar je mag ook tot bron worden voor mensen om je heen. Alle reden om uitbundig feest te vieren: niet om wat je aan geldelijke rijkdom hebt gekregen, maar om Gods bevrijdend handelen. Die bron van vreugde is onuitputtelijk, het scheppend Woord dat uitnodigt om het door te vertalen in je handelen ten dienste van je medemens. Dankbaarheid als een manier van leven.

Dopen

Morgen (4 oktober 2015) mogen in de Ontmoetingskerk drie kinderen de heilige doop ontvangen. De geboorte van deze kinderen, Stijn, Matz en Ivet, is voor de ouders reden tot een diepe en grote dankbaarheid. De geboorte van een kind kan het besef doen oplichten dat je deel uitmaakt van een groter geheel dat ons overstijgt. Een kind is een kostbaar geschenk en kan zomaar je kijk op het leven veranderen. Wat is écht de moeite waard?

Voor de ouders is de doop een uiting van die grote dankbaarheid. Om het met een van de doopliederen uit het nieuwe liedboek (348,1) te zeggen: “Hier zijn wij dan: van U is ’t jonge leven, het moet U dankend worden weergegeven, want alles komt uit uwe hand”. De doop bepaalt ons bij Gods genade, dat wij kinderen van God mogen zijn. Kind van God dat op mag groeien in het licht van Gods liefde. Maar dopen is meer: het is ook het besef dat onze kinderen kwetsbaar zijn en wij hen niet kunnen behoeden voor foute keuzes en voor leed. De doop doet ons erbij stil staan dat we kopje onder gaan in het water van nood en dood en dat we mogen opstaan met Christus. Lied 348 zegt het als volgt: “Geef ons uw naam, de oude mens moet sterven. In U zal hij een nieuw bestaan verwerven, als Gij maar voor hem in wilt staan”. En: “Uw teken spreekt – Gij wilt zijn Heiland wezen. Het is gedoopt, begraven en herrezen – in Vader, Zoon en heil’ge Geest”. Dat is het laatste dat meekomt bij de doop: de heilige Geest mag met onze jonge kinderen meegaan om hen te helpen en te doen groeien in de verbondenheid met Jezus.

Dankbaarheid is een levenswijze

Dankbaarheid is een levenswijze.  Het leven zelf mag gevierd worden. Het tellen van onze zegeningen begint bij het besef dat God ons fundament is en met ons meegaat op onze levensreis.

Het Loofhuttenfeest laat dat ook zien. We mogen onze levensweg vervolgen terwijl we putten uit bronnen van vreugde. Het loofhuttenfeest is een feest dat uitziet naar Gods grote toekomst. We mogen onderweg putten uit het Woord dat door de heilige Geest toekomst opent. We zijn onderweg – ondergegaan in het water van nood en dood en met Christus opgestaan. Een leven dat licht brengt tot heil en zegen voor de mensen om ons heen.

Deze tijd schreeuwt juist om geloof

23 aug

Zondag mag ik eindelijk weer voorgaan. Door ziekte en vakantie is het alweer enige tijd geleden – 8 juni was de laatste keer in de Ontmoetingskerk. Maar het valt me ook zwaar. In zekere zin voel ik een aarzeling om te spreken. Wat kan er nog gezegd worden als ik alles wat er in de afgelopen maanden tot me door laat dringen? De brandhaarden, de haat, het achteloos vernietigen van mensenlevens. Ik twijfel en worstel. Is er in deze chaos nog ruimte voor God? Is ‘God’ niet onderdeel van de problemen?  Kan ik nog geloven?

moeras

Niemand meer vertrouwen

Geloven valt me zwaar. Wie biedt nog houvast? Waar vind ik nog vaste grond?

Ik geloof niet meer in onze samenleving. Het is ieder voor zich. De discriminatie. Een vraag om toegang tot de gezondheidszorg voor uitgeprocedeerde asielzoekers leidt tot agressieve reacties.

Ik geloof niet meer in onbezorgde toekomst, omdat die toekomt zomaar uit handen geslagen kan worden. Een vliegtuig. Een slecht nieuws bericht in het ziekenhuis.

Ik geloof niet meer in onze regering omdat kwetsbare en arme mensen steeds meer in het nauw worden gedreven door allerlei maatregelen. Recht en gerechtigheid lijken opgegeven.

Ik geloof niet meer in de gezondheidszorg, omdat niet langer de waardigheid van het leven en zorgzame aandacht sturend zijn voor beleid, maar efficiency en economische argumenten

Ik geloof niet meer in de mensheid, omdat buren zomaar moordenaars kunnen worden, omdat mensen moreel totaal losgeslagen kunnen raken en alle verantwoordelijkheid uit de weg gaan – in naam van hun god

Ik geloof niet meer – ik worstel, val, zoek naar woorden.

Reflex: zelfhandhaving

Wat opvalt, is de reflex van zelfhandhaving. Zowel in het kwaad dat wordt aangedaan als in de reacties op het kwaad. Hoe blijf ik overeind? Ook al gaat dat ten koste van de ander – ik moet mijzelf handhaven. Alle middelen zijn hiervoor toegestaan – ook God. Maar zodra god voor zelfhandhaving wordt gebruikt, verwordt geloof tot religie. Het dient de reflex om zelfbehoud dat gevoed wordt door angst, bitterheid en agressie. Vanuit die reflex neem ik, sla ik om me heen, neem ik wraak – voordat die ander mij iets aandoet.  Het is een reflex die al aan het begin van de Bijbel beschreven wordt. Lamech, een mannetjesputter, brulde en bralde het al: een ieder die mij iets aandoet, krijgt het zevenvoudig terug.

Dopen – wat geven we onze kinderen mee?

Wat geven we onze kinderen mee? Wat is onze levensovertuiging? Leren we hen te groeien in de reflex van zelfhandhaving? Als de enige manier om in deze wereld overeind te blijven? We mogen zondag dopen. Het is goed om daar opnieuw bij bepaald te worden, om ook bij de doop te starten. Het verhaal van de Bijbel is dat God ons aanspoort en uitdaagt om niet langer vanuit de reflex te leven, maar vanuit de liefde van God, Het is dat geloof waar onze wereld om schreeuwt.

Deuteronomium 32

Zondag gaat het over Deuteronomium 32. Over gevonden worden. Ja, ook in die worsteling. In het niet weten. In de dorre woestijn. Gezien, ruimte om er te mogen zijn. Het gaat over geliefd zijn – Gods oogappel. Dát is de grond waarop we mogen staan. Dat is de richting die ons leven bepaalt: kijken met Gods ogen – de ander als een geliefd mens van God. Het betekent opstaan tegen onrecht. Het opent de weg naar echt leven: niet de weg van wraak en bitterheid, maar van ruimte, recht en vergeving. Onmogelijk? Nee, dat niet, wel moeilijk. Een bijzonder verhaal over proberen tot vergeving te komen lees je hier.