Tag Archives: eigenwaarde

Misschien wel het belangrijkste werk

25 jul

Onze zoon werkt in de ouderenzorg. Als helpende. Vandaag belde hij even op om te vertellen hoe zijn dag gegaan was. Hij werkt nu in een verpleeghuis, op een gesloten afdeling. De mensen waar hij zorg voor heeft lijden bijna allemaal aan Alzheimer of dementie – of aan een andere hersenziekte. Nee, hij werkt niet met dementerenden. Hij zorgt voor ouderen met dementie.

Vandaag was een heftige dag. Een van de bewoners was terminaal en overleed. Hij had haar nog verzorgd en gewassen voordat ze stierf, in het bijzijn van de familie. Het was een heilig moment. Zijn rust en zijn zorgvuldig omgaan met deze mevrouw waren tot troost voor de familie.

De dag was begonnen met het uit bed halen van de ouderen op zijn afdeling. Toen hij op de kamer kwam van een oudere vrouw, die in haar eerdere leven altijd zelfstandig en trots was geweest, bleek overal in de kamer urine te liggen. Ze had het toilet niet kunnen vinden. Zonder hier ook maar iets over te zeggen, ontfermde hij zich over de vrouw en maakte vervolgens de kamer schoon.

Later op de dag trof hij een ontredderde man die zijn ontlasting niet had kunnen ophouden en overal had uitgesmeerd. Onze zoon vroeg een collega om hulp en samen verschoonden ze deze man en gaven hem zijn eigenwaarde weer terug.

Dit is wat verzorgenden en helpenden doen in de verpleegzorg. Ze staan paraat. Ze zijn er. En in hun zorgvuldig en liefdevol handelen dragen zij er zorg voor dat onze ouderen steeds weer hersteld worden in hun waardigheid en eigenwaarde. Dit werk is van onschatbare waarde.

Onze zoon vindt zelf hij behoorlijk goed betaald wordt.

Ik denk daar zelf anders over. In onze samenleving zijn we kwijtgeraakt wat echt van waarde is. In onze samenleving is ‘de economie’ de grootste (en soms de enige) waarde die beslissend is. Maar heeft de economie ooit een mens zijn waardigheid teruggegeven toen z/hij tot de enkels in haar/zijn ontlasting stond?

Zeven teksten om de dag mee te beginnen: ‘je bent een mooi mens’

7 jul

Geregeld kom ik mensen tegen die worstelen met hun eigenwaarde. Ze hebben het gevoel er niet toe te doen, voelen zich minderwaardig en hebben moeite om ruimte in te nemen. Het Bijbels gebod ‘heb je naaste lief als jezelf’ is voor deze groep een lastige opgave. Voor anderen zorgen lukt wel, maar voor jezelf?

Misschien dat deze Bijbelteksten je op de een of andere manier een beetje kunnen helpen om op een ander spoor te komen: ‘je bent een mooi mens!’

Zondag: Genesis 2, 7 en 8  

Toen maakte God, de HEER, de mens. Hij vormde hem uit stof, uit aarde, en blies hem levensadem in de neus. Zo werd de mens een levend wezen. 8 God, de HEER, legde in het oosten, in Eden, een tuin aan en daarin plaatste hij de mens die hij had gemaakt.

De Bijbel laat er geen gras over groeien: God is blij met jou! Het scheppingsverhaal vertelt hoe God de chaos en woestheid ordent en aan banden legt om zo de aarde tot Vaderland te maken. De kroon op de schepping is de mens. Jij bent de kers op de taart, zeg maar. In Genesis 1 lezen we dat we als mens beelddrager van God mogen zijn. Met andere woorden: in onze manier van leven, in wie we zijn en hoe we zijn, mogen we iets van God laten oplichten. Zo hoog heeft God ons. Zoveel vertrouwen geeft Hij ons.

Dat is ook mooi te zien in de verzen die je zojuist gelezen hebt. Je moet je voorstellen hoe God neerknielt en met zorg uit de aarde jou uit klei vervaardigt. Liefdevol en bewogen. Hij houdt ons in zijn handen. En dan blaast Hij zijn levensadem in ons. En dan, dan wordt het wat! We leven op de adem van God. Dan komen we aan onze bestemming. Wandelen met God, in die tuin – een hof vol leven en liefde. Dat gunt God jou.

Gebed: Eeuwige God, Schepper van hemel en aarde, mijn leven is met U begonnen. U hebt mij met liefde geschapen. Help mij om mij met uw liefdevolle ogen te leren zien. Zegen mij met uw licht opdat ik mijn handen durf te openen om uw liefde te ontvangen. Amen

Maandag: Genesis 3, 8 en 9

8 Toen de mens en zijn vrouw God, de HEER, in de koelte van de avondwind door de tuin hoorden wandelen, verborgen zij zich voor hem tussen de bomen. 9 Maar God, de HEER, riep de mens: ‘Waar ben je?’

Misschien is het ook wel te mooi om waar te zijn. Leven in verbondenheid met God. In Genesis lezen we al snel dat het mis gaat. De mens kiest een eigen weg. De boom waar ze niet van mochten eten stond in het midden van de tuin. In het oude Israël was het gebruikelijk dat de eigenaar van een boomgaard in het midden een eigen boom had, waar de pachters, de huurders niet aan mochten komen. Het was een herinnering: let op, je mag alles gebruiken en je eigen maken, maar vergeet niet dat een ander de eigenaar is.

De mens kiest anders. Waarom? Wil ik graag de belangrijkste zijn? Ben ik bang dat er niet goed voor mij gezorgd wordt? Gaat het om zelfhandhaving? Hoe dan ook, het blijft niet zonder gevolgen. Als God in de tuin wandelt, weet ik niet hoe snel ik me moet verstoppen. Ik kan God niet meer onder ogen komen. Ik schaam me en ben bang. Weg verbondenheid. Dat maakt eenzaam en dat vreet aan je eigenwaarde. God zal het wel he-le-maal met mij gehad hebben.

Maar er gebeurt iets anders. En dat is echt belangrijk, want dat is een van de rode draden in de Bijbel: God roept je! Waar ben je? Je wordt bij je naam geroepen, omdat God je waardevol vindt. Ook wanneer je fouten maakt, of wanneer je gebukt gaat onder schaamte en schuldgevoelens. God roept je, om je weer op de benen te zetten. Je hoeft je niet langer te verstoppen. Je bent het waard om gezien te mogen worden.

Gebed: God van licht en leven, ik dank U voor uw geloof en vertrouwen in mij. Ik dank U dat U mij roept uit mijn schuilplaats en dat U mij op de benen zet zodat ik weer op adem kan komen. Wilt U mij helpen om niet ten onder te gaan als ik fouten maak, maar om dan uw stem te herinneren die mij weer in het licht roept. Amen

Dinsdag: Psalm 139, 13 – 16

13 U was het die mijn nieren vormde,

die mij weefde in de buik van mijn moeder.

14 Ik loof u voor het ontzaglijke wonder van mijn bestaan,

wonderbaarlijk is wat u gemaakt hebt.

Ik weet het, tot in het diepst van mijn ziel.

15 Toen ik in het verborgene gemaakt werd,

kunstig geweven in de schoot van de aarde,

was mijn wezen voor u geen geheim.

16 Uw ogen zagen mijn vormeloos begin,

alles werd in uw boekrol opgetekend,

aan de dagen van mijn bestaan ontbrak er niet één.

Wat heeft God met veel liefde, zachtmoedigheid en betrokkenheid jou geschapen. Wonderlijk hoe je in de buik van je moeder bent ontstaan. Adembenemend als je bedenkt hoe God jou met zoveel zorg heeft geweven. Hoeveel liefde spreekt daar niet uit?

Tegelijkertijd is het ook wel een lastige tekst. Misschien ben je wel helemaal niet blij met je lijf. Misschien heb je te maken met een beperking of met chronische ziekten of vind je dat je helemaal niet mooi bent.

Zou het je kunnen helpen om te beseffen dat God jou wel liefheeft zoals je bent? Zou het kunnen dat jij, ondanks je beperking, in Gods ogen echt een mooi mens bent? Ik wil de pijn van ziekte en beperking niet bagatelliseren, maar ik wil je ook op het hart drukken dat jij veel meer bent dan je ziekte. Hoe dan ook – met Gods liefdevolle bewogenheid is jouw leven begonnen. En Hij heeft beloofd dat Hij niet loslaat wat Hij begonnen is. Misschien voel je je eenzaam, misschien wel juist door je lijf. Maar in die moeilijke weg belooft God dichtbij t zijn om jou te steunen. Hij heeft jou lief.

Gebed: dank U wel, hemelse Vader, dat U mij met zoveel liefde en zorg geschapen hebt. De kleinste details van mijn lichaam hebt U geweven. Wil U mij helpen om van mijn lichaam te houden, om mijzelf kostbaar te mogen vinden? Amen

Woensdag: Mattheüs 6, 26

26 Kijk naar de vogels in de lucht: ze zaaien niet en oogsten niet en vullen geen voorraadschuren, het is jullie hemelse Vader die ze voedt. Zijn jullie niet meer waard dan zij?

Dat is een rake opmerking van Jezus. Het vers dat je gelezen hebt komt uit een stukje waarin Jezus zegt: ‘Maak je geen zorgen’. Zorgen zijn lastige dingen. Het is een beetje als het touwtje van een capuchon in de wasmachine. Het touwtje gaat overal doorheen en omheen. Het maakt van de was een warboel zodat het één grote knoop wordt.

Als je worstelt met je eigenwaarde heb je vaak een uitstekend ontwikkeld piekertalent. Juist als je onzeker bent, kan je vastlopen in gedachtenspinsels. Hoe kom je daar vanaf? Jezus zegt hier iets moois: Hij nodigt ons uit om goed te kijken. ‘Kijk eens goed naar de vogels, naar hun pracht en hun aanwezigheid. Het is de hemelse Vader die voor ze zorgt’. En dan zegt Jezus: ‘Zijn jullie niet veel meer waard dan zij?’ Dat is iets om stil bij te staan. Jij bent alles waard voor God. Het is Jezus zelf die tot het uiterste gegaan is om jou te redden. Echt, je weet niet half hoe waardevol je bent voor God!

Gebed: Barmhartige God, ik dank U voor hoe U met mij begaan bent. Ik dank U dat U snapt hoe mijn piekeren mij kan klemzetten. Geef dat ik met open ogen en oren kan kijken en luisteren naar de pracht van uw schepping. Geef dat ik meer en meer leer te beseffen hoe waardevol ik ben in uw ogen. Amen

Donderdag: Jes 41, 8 – 10

8 Maar jou, Israël, mijn dienaar,

Jakob, die ik uitgekozen heb,

nakomeling van Abraham, mijn vriend,

9 jou die ik heb weggehaald van de einden der aarde,

die ik van haar verste uithoeken terugriep –

jou zeg ik: Jij bent mijn dienaar,

jou heb ik gekozen, ik heb je niet afgewezen.

10 Wees niet bang, want ik ben bij je,

vrees niet, want ik ben je God.

Ik zal je sterken, ik zal je helpen,

je steunen met mijn onoverwinnelijke rechterhand.

Het is ontroerend om te lezen hoe liefdevol God soms over mensen spreekt. Hoe bewogen Hij is met zijn volk. Die liefde en die bewogenheid mag je ook op jezelf betrekken. God heeft je teruggebracht toen je verstopt en verdwaald raakte aan het einde van de aarde. God heeft je gevonden toen je vervreemd was geraakt van jezelf, het gevoel had misschien dat je in ballingschap verkeerde. Hij heeft  jou teruggeroepen. Vriend. Vriendin. Van God.

God nodigt je uit om niet langer bang te zijn. Soms kan er zoveel angst verscholen gaan onder je minderwaardigheid en je gebrek aan eigenwaarde. ‘Wees maar niet bang’ zegt God. ‘Ik zal je sterken en helpen’. Laat het maar toe. Je bent geliefd. Je bent de moeite waarde. Er zijn mensen die van je houden. Er is God die van jou houdt.

Gebed: God vol genade, dank U wel dat U mij steeds weer roept. Dat U mij zoekt en vindt wanneer ik vervreemd ben geraakt van mijzelf en de mensen om mij heen. Wanneer mijn leven op ballingschap is gaan lijken. Wilt U mij helpen om naar uw stem te horen en op U te steunen – dat ik kan horen dat ik uw vriend mag zijn. Amen

Vrijdag: Galaten 4, 6

6 En omdat u zijn kinderen bent, heeft God ons de Geest van zijn Zoon gegeven, die ‘Abba, Vader’ roept.

Dit is echt een heel bijzondere tekst, die je even op je in zou moeten laten werken. Misschien denk je dat je zelf niet zoveel waard bent en dat niemand zich om jou druk hoeft te maken. Maar moet je horen, God heeft zijn eigen Zoon naar de aarde gezonden om ons te redden. Het was Jezus die de hemel op aarde bracht en de aarde in de hemel. Hij heeft ons met zijn niet aflatende liefde verzoend met zijn Vader.

In Jezus mogen wij kinderen van God zijn. Geen slaven. Geen werknemers. Maar kinderen. We mogen delen in Gods luister. We mogen delen in de heilige Geest. We mogen God ‘Abba’ noemen. Daar spreekt zoveel liefde uit van God voor ons. Daar word je stil van.

Gebed: ….  Abba, Vader, ….

Zaterdag: Lucas 15, 4 – 6

‘Als iemand van u honderd schapen heeft waarvan er één verloren is geraakt, laat hij dan niet de negenennegentig andere in de woestijn achter om naar het verdwaalde dier op zoek te gaan tot hij het gevonden heeft? 5 En als hij het gevonden heeft, legt hij het vol vreugde op zijn schouders 6 en gaat hij naar huis. Daar roept hij zijn vrienden en buren bijeen en zegt tegen hen: “Deel in mijn vreugde, want ik heb het schaap gevonden dat verdwaald was.”

Misschien is het voor jou een bekend gevoel. Niemand zal mij missen. Als ik niet naar het feestje ga, als ik niet meedoe, als ik – het maakt niet uit of ik er ben of niet. Maar voor Jezus ben jij echt een ander verhaal. Hij mist jou als je er niet bent. Als jij jezelf niet durft te laten zien. Als jij om wat voor reden dan ook je probeert te verstoppen. Hij is de Goede Herder die jou mist en op zoek gaat naar jou. Wat Hij belooft is niet alleen dat Hij jou zal vinden, maar ook dat de hele hemel ontzettend blij is dat jij gevonden bent. Groot feest! Want jij bent er!

Gebed: Heer Jezus, dank U dat U als Goede Herder gekomen bent om mij te zoeken als ik verdwaald ben of me verloren voel. Geef dat ik mag voelen hoe U mij draagt als ik zelf niet verder kan. Geef dat ik het feest mee mag vieren, omdat ook ikzelf blij ben dat ik thuis ben. Amen

Waardeloos

6 mei

Wat maakt het toch allemaal uit.

Monique liep boos het schoolplein af. Om de hoek begon ze te stapvoeten. Rotjongens waren het. Ze vocht tegen haar tranen. Door haar tranen heen zag ze in de kant van de weg narcissen die uitbundig bloeiden in de eerste warmte van de lentezon.

gepest

Ze werd nog bozer en met een ferme trap schopte ze zo een aantal narcissen uit de grond. Het was toch allemaal waardeloos. Ze was boos op de jongens van groep acht, die haar steeds uitlachten op het schoolplein. Ze was boos op de meisjes uit haar eigen klas, die grappen maakten. Ze was boos op de juffrouw die het nooit zag, maar haar straf gaf omdat ze een meisje een klap had gegeven.

Toen ze thuis kwam rende ze gelijk de trap op, en ging naar haar eigen kamer. In een reflex zag ze haar eigen spiegelbeeld in de spiegel op de gang. Een slungelig meisje, piekerig rood haar, sproeten en een beugel. Nou, daar ben je dan mooi klaar mee.

Haar moeder riep dat de thee was ingeschonken, maar ze had geen zin.

Ze verborg haar gezicht in haar kussen en begon te huilen.

Ze voelde een hand op haar schouder. Het was haar moeder. “He, joh, wat is er nou? Waarom ben je zo verdrietig?” Monique was helemaal niet van plan om iets tegen haar moeder te zeggen, maar opeens kwam alles eruit. Ze klemde zich vast aan haar moeder, en met horten en stoten begon ze te vertellen. Ze vertelde over hoe de kinderen haar waren begonnen te plagen. Hoe de jongens van de hogere groep haar waren gaan uitlachen. Hoe de meisjes over haar roddelden.

Haar moeder aaide haar zachtjes door haar haar. “Je weet toch dat je mijn zonnestraaltje bent? Ach, meisje toch, ach.” Monique begon weer een beetje te kalmeren.

De bel ging. Moeder ging naar beneden en deed open. Het was Robert, een jongen uit de klas van Monique.

“Is Monique ook thuis?” Moeder aarzelde. ‘Wat moet Robert hier?’, dacht ze. “Nou…” begon ze. Robert keek naar de punten van zijn schoenen en zei zachtjes: “Ik wil tegen haar zeggen dat het me spijt.” Moeder keek naar boven en zag Monique boven aan de trap staan. Ze knikte. “Nou, Robert, kom maar even binnen.”

Hij liep naar boven en deed de deur achter zich dicht.

’s Avonds voordat Monique naar bed ging kwam moeder hier nog op terug. Ze ging vlak naast Monique zitten en zei: “Ik vond het heel verdrietig om jou zo overstuur te zien. Ik had stilletjes tot God gebeden. Je bent zo een mooi meisje, je bent gemaakt door God. Het kan toch niet zo zijn dat je je zo waardeloos voelt. Kan het  je niet helpen als je zo aan God denkt?”

Monique dacht even na. “Ja. Ja. Het is fijn om te bedenken dat je bijzonder bent. Maar het is nog fijner als Robert dat tegen je zegt.” Met een glimlach om haar lippen stond ze op, en liep naar boven.