Tag Archives: geloof

Onrustig over de veilige kerk

8 Jun

In het voorjaar van 2017 is het belangwekkende boek van John Lapre uitgekomen ‘ De veilige kerk. Acceptatie van seksuele diversiteit binnen de christelijke geloofsgemeenschap’. Ik schreef er het volgende nawoord in: 

Het boek van John Lapré maakt me onrustig en bezorgd. Zijn klemmend betoog om mensen de ruimte te geven om hun verhaal te vertellen, om op adem te kunnen komen en om in een veilige omgeving te mogen ontdekken wie zij zijn, is me uit het hart gegrepen. Het kan niet voldoende benadrukt worden hoe belangrijk het is om als mens erkend te worden, om op verhaal te mogen komen, zonder oordeel en zonder afwijzing.

toverhazelaar

Noodzaak van een veilige geloofsgemeenschap

Verhalen van jonge LGBT’ers die in een kerkelijke omgeving uit de kast wilden komen, maar gekwetst en beschadigd zijn, vormen helaas geen uitzondering. Het mag ons als voorgangers en als kerkelijke gemeenten niet, nee nooit, onberoerd laten als mensen gedesillusioneerd de geloofsgemeenschap de rug toekeren.

Een rode draad in veel autobiografische verhalen van LGBT’ers is dat ze een hoge drempel moeten nemen om uit te durven komen voor wat ze van binnen al zo lang weten en vaak al zo lang mee worstelen. Zelfs als ze opgroeien in gezinnen waar hun geaardheid onmiddellijk geaccepteerd wordt op het moment dat de jongere voldoende moed heeft verzameld om het te vertellen (of zo aan de grond zit dat z/hij het niet langer kan verbergen). In een maatschappij waarin heteroseksualiteit de vanzelfsprekende en overheersende normerende context is, is anders-geaard zijn niet eenvoudig om zelf te accepteren. Veel jongeren lijden voor hun coming-out aan neerslachtigheid, depressieve gevoelens of suïcidale gedachten. Veilige plekken waar deze verhalen verkend kunnen worden zijn goud waard. Als de kerk deze veilige setting niet kan bieden, gaat het op een fundamenteel niveau fout. Menig LGBT’er heeft door de negatieve contacten met de kerk het zicht op God verloren.

Te vaak niet welkom … 

Het beeld van de gelovige LGBT’er die een gesloten poort treft op zijn / haar zoektocht naar een geloofsgemeenschap is pijnlijk en mag niet geaccepteerd worden. Misschien is de ervaring van menig LGBT’er nog pijnlijker, zoals ook het verhaal van John zichtbaar maakt. Hij maakte immers volop deel uit van zijn geloofsgemeenschap. Hij werd gewaardeerd en had zijn plek in het midden van de gemeente tot het moment dat hij met zijn verhaal naar buiten kwam. Het is dus niet alleen zo dat LGBT’ers voor de poort staan in de hoop op erkenning en warmte, maar ook worden zij de geloofsgemeenschap uit gedreven, omdat zij veroordeeld worden en er geen oprechte aandacht is voor wie zij zijn. Het boek van John Lapré doet een emotioneel beroep op de geloofsgemeenschappen om de medemens te zien – en niet de geaardheid of ‘de thematiek’.

Kerk als probleem

Misschien is het goed om nog een enkel woord te wijden aan de kerkelijke gemeente. In de omgang met homoseksualiteit worden de LGBT’ers als het probleem geïdentificeerd. Zij verstoren immers met hun vragen en hun kloppen op de poort de status quo en de rust in de gemeente. Zelf ben ik van mening dat niet de LGBT’ers het probleem zijn, maar de geloofsgemeenschap. We zouden tot in het diepst van ons binnenste bewogen moeten zijn met onze medemensen die beschutting zoeken en in het licht van God het gesprek zoeken over identiteit, geborgenheid, liefde en intimiteit. Als door onze strijd voor de waarheid en rechtschapenheid medemensen gekwetst en beschadigd worden, zou het wel eens kunnen zijn dat wij het probleem zijn.

Inclusieve geloofsgemeenschap

John Lapré zoekt een inclusieve geloofsgemeenschap. Het gaat niet alleen om LGBT’ers, maar ook om andere minderheden, andersdenkenden, mensen met psychische problematieken en mensen met beperkingen. Zijn we als geloofsgemeenschap gericht op deze minderheden? Kunnen we ruimte maken voor verschillen rond het goede nieuws van Jezus Christus? Het is mooi om te zien dat in steeds meer geloofsgemeenschappen homo’s van harte welkom zijn.

In gesprek over de veilige kerk

De contouren van de veilige kerk die in dit boek geschetst worden, zouden in oudstenraden, kerkenraden en gespreksgroepen aan de orde moeten komen. Het Vaderhart van God nodigt mensen uit om thuis te komen. Laten we die liefde van God doorgeven en met hart en handen werken aan die inclusieve geloofsgemeenschap waar onze medemensen op verhaal én op adem kunnen komen.

 

Advertenties

Imagine … Over verlangen in de popmuziek

10 Jul

Dit artikel is gepubliceerd in Onderweg (jaargang 4 9 juli 2016.)  http://www.onderwegonline.nl/

Imagine

Een dag na de aanslagen in Parijs in 2015 speelde een pianist het nummer ‘Imagine’ van John Lennon. Hij had zijn eigen piano meegebracht naar de concertzaal Bataclan waar 89 mensen om het leven waren gekomen. Nadat hij het nummer had gespeeld, vertrok hij zonder verder iets te zeggen. Zijn optreden maakte diepe indruk en filmpjes hiervan gingen de hele wereld over. Het nummer van Lennon vertolkte het gevoel van veel mensen: stel je toch eens voor dat de mensen in vrede zouden leven, dat er niets zou zijn om voor te moorden en om voor te sterven …

Imagine there’s no countries

It isn’t hard to do

Nothing to kill or die for

And no religion too

Imagine all the people

Living life in peace…

Het optreden van de pianist raakte aan een diep verlangen. De muziek gaf ruimte aan de emoties en verbond onbekende mensen met elkaar, omdat ze zich herkenden in hetzelfde verlangen: het verlangen naar een andere, betere wereld. Het verlangen naar troost en geborgenheid.

Het belang van popmuziek

Het geeft iets aan van de kracht van hedendaagse muziek. Wanneer mensen iets meemaken dat ingrijpend of overweldigend is, kan het soms zo zijn dat popmuziek precies het gevoel en de emotie die bij dat moment hoort, verwoordt. De muziek opent een deur die tot dan gesloten was.

Popmuziek toont iets van de bewegingen in onze cultuur. Om de cultuur te begrijpen, is het goed om naar hedendaagse muziek te luisteren. In deze muziek is te horen welke thema’s er spelen, welke vragen aan de orde zijn. Het zijn uitingen die de beleving van de werkelijkheid onder woorden brengen. Het belang en de waarde van popmuziek is dat het vaak gaat over grote menselijke thema’s. Zo zijn er veel nummers die gaan over het verlangen naar iemand die je echt kent, het verlangen naar oprechte liefde. Popmuziek kan het geluk en plezier bezingen of de verwondering over de schoonheid van onze wereld. Tegelijkertijd zijn er popnummers die zingen over de angst voor leegte, over het onvermijdelijke en onherroepelijke van de dood. In popmuziek klinkt soms de worsteling door met persoonlijke schuld en het verlangen naar een nieuwe kans. Douwe Bob, de Nederlandse vertegenwoordiger op het laatste Eurosongfestival zong over de druk van de samenleving waar mensen onder kunnen lijden.

Het zijn thema’s waar in de kerk ook over gesproken en gezongen wordt. Het zijn de vragen die in de psalmen worden gesteld, het zijn de thema’s waar de Bijbelverhalen om draaien.

Verlangen

Het verlangen dat in de popmuziek naar voren komt, biedt belangrijke aanknopingspunten voor een gesprek. In Eenvoudig christelijk (2006) beschrijft Tom Wright vier dominante thema’s in de huidige cultuur. Het gaat om het verlangen naar gerechtigheid, de zoektocht naar zingeving, het verlangen naar oprechte liefde en relaties, en het genieten van schoonheid. Ondanks het krachtige verlangen en de voortdurende inzet lukt het de mensheid maar niet om het verlangen te vervullen.

Tom Wright spreekt van ‘echo’s van een stem’. In het verlangen klinkt iets door van de stem van Christus die ons de weg wijst naar het Koninkrijk waar de vervulling wel gevonden kan worden. Het is waardevol om met deze visie van Wright naar popmuziek te luisteren.

Popmuziek als brug tussen samenleving en evangelie

De waarde en kracht van popmuziek wordt meer en meer binnen kerkgenootschappen herkend. Zo is het aantal top2000-diensten  in de afgelopen jaren gestaag gegroeid. The Passion lijkt inmiddels een niet meer weg te denken evenement. In de afgelopen jaren zijn er vieringen georganiseerd rond muziek van onder andere U2, Johnny Cash en Elvis Presley.

Dat popmuziek een brug kan slaan blijkt uit de populariteit van  ‘Mag ik dan bij jou’ van Claudia de Breij. Dit nummer is het meest gedraaid in de top2000-diensten. Het is ook het nummer dat hoort bij de meest gedraaide nummers bij uitvaarten. Een lied over verlangen naar geborgenheid en troost.

Mag ik dan bij jou schuilen,

als het nergens anders kan?

En als ik moet huilen,

droog jij m’n tranen dan?

Popmuziek kan de brug vormen tussen de verschillende leefwerelden. Muziek verwoordt de diepste emoties, de diepste grond van je bestaan. Wanneer de kerk geïnteresseerd raakt en gebruik kan maken van nummers die in het dagelijks leven een belangrijke rol spelen, kan de popmuziek verbindend en verdiepend werken.

Nu omarmt niet iedere gelovige popmuziek. In mijn jeugd werd popmuziek gezien als werelds en werd de muziek gezien als een instrument van de duivel. Het is een gedachte die in sommige kerkelijke stromingen nog sterk leeft. In deze geloofsgemeenschappen klinkt met name een waarschuwing voor de kwalijke invloeden als het over popmuziek gaat.

Het is goed om vragen te stellen en kritisch te zijn. Past deze muziek wel in een christelijke setting? Laten deze nummers zich wel rijmen met de heiligheid van God? Als gelovigen ‘wereldgelijkvormig’ worden, waar gaan we dan naar toe?

Ik zou deze vragen graag op een open manier, met vertrouwen, aan willen gaan, niet vanuit een veroordeling of vanuit angst. Popmuziek is een breed fenomeen, met veel diversiteit. Veel nummers gaan over emoties waar je in het leven mee te maken krijgt. Of haken aan bij de grote vragen van het leven: hoe kunnen we voor elkaar zorgen? Is er meer? Hebben we nog wel oog voor elkaar en voor de wereld?  Wat is een goed leven?

Zelfs als de muziekstijl of de teksten spanning oproepen met eigen waarden, blijft de uitnodiging tot een gesprek staan. Het thema of de vraag van het nummer kan de opening zijn van een gesprek van hart tot hart.

Zeker wanneer we de jongerencultuur willen leren begrijpen, zullen we open moeten staan voor hun muziek. Zo kunnen we een brug slaan tussen de vragen en verhalen van de cultuur en die van de kerkelijke traditie. Het is nieuw en het is zoeken naar de juiste vorm – maar dat is een spannend proces. Geloofsgemeenschappen horen tot op zekere hoogte in beweging te zijn. Wat hebben we aan boekenkasten vol schatten uit de traditie als er geen jongeren en nieuwe mensen mee in aanraking komen?

Een voorbeeld

Een jongere van een jaar of 15 volgt trouw de catechisatie. Zodra hij binnenkomt, schuift hij onderuit op zijn stoel. Hij doet zijn oordopjes uit en de klanken van een hardrocknummer zijn nog even te horen. Hij doet zijn armen over elkaar en zegt het hele uur niets. Zijn hele houding straalt iets van boosheid, weerstand en wanhoop uit. Als de catechisatie afgelopen is, doet hij zijn oordopjes in en vertrekt.

Op een keer is hij een van de laatste die vertrekt. Toevallig hoor ik het nummer dat hij op zijn telefoon aanzet: ‘Numb’ van Linkin Park.

I’ve become so numb, I can’t feel you there

Become so tired, so much more aware

I’m becoming this, all I want to do

Is be more like me and be less like you

Ik vraag hem naar zijn muziek en we raken in gesprek. Het blijkt dat hij veel herkenning vindt in de muziek van Linkin Park, Linp Bizkit en Rage against the machine. Het zijn kritische bands die scherpe vragen stellen. Het nummer van Linkin Park raakt aan zijn machteloosheid.

Tot slot

Muziek verbindt. Luisteren naar popmuziek, onbevooroordeeld durven vragen naar de muziekkeuze van anderen, kan ruimte openen voor verrassende gesprekken. Gesprekken over de schaduwkanten van het leven, over verlangens en teleurstellingen. Wat is het kostbaar om iets te kunnen delen van je diepste grond met woorden en muziek waar je in je dagelijks leven ook mee leeft. Als we zo een brug zouden kunnen slaan tussen cultuur en kerk, zou er een wereld gewonnen zijn.

Waardevol – lessen van onze ouderen deel 3

23 Feb

Vandaag (23 februari 2016) was de derde bijeenkomst van de seniorenkring. Het thema van deze middag was ‘de waarde van de ouderdom’. Opnieuw was er een mooie opkomst van meer dan 20 personen die samen ruim 1800 jaar wijsheid meenamen. Het kon dan ook niet anders dan dit een waardevolle en inspirerende bijeenkomst zou worden.

Economisch denken 

Deze middag stond de vraag centraal hoe de ouderdom in onze samenleving gewaardeerd wordt. Een spannende vraag, omdat in onze samenleving veel nadruk is komen te liggen bij economische argumenten. De leidende vraag van de overheid lijkt ‘Wat zijn de kosten’ te zijn. In zichzelf geen verkeerde vraag, maar wanneer daar alle nadruk op ligt, kan dat het gevoel oproepen dat ouderen en (chronisch) zieken vooral kostenposten zijn. Dit gevoel werd door de meeste aanwezigen wel herkend. Deze benadering roept bij de ouderen onrust en zorg op. De oorzaak ligt, wat de aanwezigen betreft, vooral bij de overheid. Want wat mooi was, is dat veel ouderen de jongere generaties als beleefd en belangstellend beleven. Contacten met jongere generaties worden bijzonder op prijs gesteld.

De Bijbel over ouderdom

In de Bijbel wordt op verschillende manieren over ouderdom gesproken. Allereerst is een hoge leeftijd een teken dat God met je is. Ouderdom is een zegen van God. Daarnaast beschrijft de Bijbel ouderdom echter ook als een verlieservaring. Zo staat in Prediker 12, 1 ‘Gedenk daarom je schepper in de dagen van je jeugd – voordat de slechte dagen komen en de jaren naderen waarvan je zegt: In deze jaren vind ik weinig vreugde meer.’ Hoewel de aanwezigen deze tekst veel te negatief vonden (ook in de dagen van ouderdom is er wel degelijk sprake van vreugde) riep het ook herkenning op. Oud zijn is niet gemakkelijk: het bereiken van een hoge leeftijd betekent niet alleen dat onderweg afscheid moet worden genomen van mensen die je lief en dierbaar zijn, ook nemen de eigen mogelijkheden af. Onze geest is vaak nog krachtig en jonger dan ons lichaam doet vermoeden. Oud zijn betekent ook een weg vinden in toenemende afhankelijkheid.

Tot slot ziet de Bijbel ouderdom als een bron van wijsheid. Zo lezen we in Spreuken 16, 31 ‘De ouderdom is een prachtige kroon, je vindt hem op de weg van de rechtvaardigheid’. En in Psalm 71,18 ‘Nu ik oud en grijs ben, verlaat mij niet, o God, zodat ik het nageslacht, elk nieuw kind, kan verhalen van de macht van uw arm.’ Misschien ligt in dat laatste wel de kern van het belang van ouderen: het getuigen van de kracht die hen steeds weer doet opstaan en voor hen toekomst opent, ook op hoge leeftijd.

Lessen van onze ouderen

Oud zijn vraagt om levenskunst. Het komt er immers op aan om een weg te vinden in het lijden dat met de ouderdom mee gegeven lijkt te zijn. In deze bijeenkomst werd een aantal lessen aangereikt:

  1. Leer te luisteren. Luisteren maakt ruimte voor de ander en verrijkt het eigen leven.
  2. Probeer zolang als het gegeven is om te zien naar anderen. Het zorgen voor de ander geeft invulling aan het eigen leven.
  3. Probeer steeds weer om op te staan: onderneem dingen. Blijf niet op de stoel zitten.
  4. Wacht niet tot het sterfbed om met elkaar te spreken over wat waardevol is en wat de ander voor je betekent.
  5. Kijk om je heen en probeer je vast te houden aan wat nog wél kan, in plaats van steeds weer stil te staan bij wat niet meer lukt.
  6. Kijk vooruit, blijf niet omzien naar wat geweest is.
  7. Accepteer je omstandigheden. Bedenk wel dat die acceptatie tijd kost. Het is goed om stil te mogen staan bij de pijn van verlies en mogelijkheden.
  8. Vertrouw op de kracht en flexibiliteit van de menselijke geest: we hebben een ongelofelijk vermogen om ons aan te passen aan nieuwe omstandigheden.
  9. Weet dat de dragende grond onder ons bestaan God is. Misschien blijven er veel vragen, maar de belofte van Gods nabijheid is de kracht die de dag mogelijk maakt.

Tot slot: een verhaal

We eindigden met een verhaal dat via Facebook werd gedeeld: ‘Tot tien tellen’

“Ik heb een hand vol klachten”, zegt ze.

“Zal ik ze eens allemaal opnoemen?”

Ik schuif wat onrustig in mijn stoel.

Ach, heden, daar heb je weer zo’n klaagverhaal !

Ik heb er heel wat in mijn leven moeten aanhoren….

Ik zou een hele “bijbel” vol met klaagliederen kunnen schrijven, neem dat maar van mij aan.

Maar ja, wat doe je als het je werk is?

Wat doe je, als je geroepen bent om in Jezus’naam klaagverhalen aan te horen?

Als niemand, helemaal niemand meer naar je luisteren wil, dan pas ben je écht eenzaam…..

 

“Nou, vooruit,” zeg ik, al mijn moed bij elkaar rapend, “laat maar eens horen….”

En dan begint ze haar litanie :

“Eerste vinger : mijn werkeloze man.

Tweede vinger : mijn darmklachten.

Derde vinger : mijn oogziekte.

Vierde vinger : mijn rumoerige buren.

Vijfde vinger : mijn jaloerse familie.

Ziet u wel, een hele hand vol !”

Het klinkt bijna triomfantelijk en als ik goed naar haar gezicht kijk, dan lijkt het wel alsof ze zeggen wil : Ziezo, daar heb je niet van terug, hè?

Ik knik.

“Dat is niet mis”, zeg Ik.

“Dat is inderdaad een hele hand vol.

En die andere hand dan, als ik vragen mag?”

“O, dat zijn de zegeningen”, zegt ze – en nu is het alsof haar gezicht begint te stralen.

“Wilt u die ook horen?”

“Nou, als het niet te veel gevraagd is, wel graag, ja”, zeg ik, nog stomverbaasd over deze onverwachte wending.

“Nou, daar gaan we dan.

Eerste vinger : dat we nog elke dag genoeg te eten hebben.

Tweede vinger : dat we zo’n mooi huis hebben.

Derde vinger : dat er altijd mensen zijn die me willen helpen.

Vierde vinger : dat ik niet nog veel meer ziektes heb.

Vijfde vinger : dat ik aan de andere kant rustige buren heb.

Nou, dat is ook precies een hand vol, ziet u wel?”

 

Ik kan het niet ontkennen.

In stilte kijk ik naar haar beide, naar mij toegestoken handen.

Het zijn twee handen die al heel wat verdriet hebben gedragen.

Twee handen, die al heel wat tranen hebben weggeveegd.

Twee handen, die zich vaak tot een vuist gebald hebben.

Twee handen, die weten wat “leven” is…..

“En weet u wat ik nou zo mooi vind?”

“Nou?”, vraag ik.

“Wat er gebeurt als je gaat bidden.”

 

“Als je gaat bidden?”

“Ja, als je gaat bidden, dan gebeurt er iets met je handen.

Kijk, dan gaat mijn rechterhand, die van de zegeningen, naar de linker, ziet u wel?

En dan vouw ik de vingers van mijn rechterhand, die vingers van de zegeningen, tussen de vingers van mijn linkerhand.

En dan komen dus eigenlijk al die zegeningen tussen die beroerde dingen in te zitten.

Dan houd ik dus eigenlijk die vervelende dingen tégen met mijn

zegeningen, als u begrijp wat ik bedoel.

En zo bid ik dan.

Dan zeg ik eerst tegen God waar ik over in zit en wat me pijn doet.

Maar daarna tel ik de zegeningen, begrijp u wel, die vijf van mijn rechter-hand.

En dan zeg ik tegen God : Dank U wel, Here God, dat ik die andere hand ook nog heb !

Die houdt de zaak mooi in evenwicht, vind u niet?

En zo bid ik dan, begrijpt u wel?

Ik vouw de zegeningen gewoon tussen de beroerde dingen in.

En dan is het net alsof ze niet zo beroerd meer zijn….”

 

Ik knik opnieuw.

Ik vouw mijn handen.

En in gedachten tel ik – tot tien.

Kan het U niets schelen?!

20 Jun

‘Kan het U niet schelen dat we vergaan?’ De discipelen van Jezus schreeuwen het uit (Marcus 4, 35 – 41). Kan het U niets schelen?! Ze hadden gedaan wat hen gevraagd was. ‘Vaar maar naar de overkant’ had Jezus gezegd. Ze hadden niet gemopperd en geen vragen gesteld, hoewel het al laat was en het op het meer behoorlijk kon spoken – zeker in de nacht. Tegen het vallen van de avond echter, waren ze het meer op gevaren. Jezus was moe van de afgelopen dagen en viel al snel in slaap. De discipelen – ervaren vissers – bepaalden hun koers, dempten hun stemmen, sloegen de lijnen aan en hesen het grootzeil. Image Storm

De storm kwam onverwachts. In volle hevigheid stuwde de hevige wind de golven hoog op. Voordat de discipelen goed en wel beseften, stond de boot al vol water. De vissers reageerden razendsnel. Met vereende krachten probeerden ze het schip recht op de wind te krijgen en het zeil te strijken. Ze waren echter kansloos. Het zeil scheurde en het roer kraakte vervaarlijk.  De plotseling opgestoken storm was gewoonweg te krachtig. Het schip dreigde te vergaan. De discipelen grepen zich vast aan het schip, maar dat was niets meer dan een speelbal in de wind. Geen houvast, geen grond onder de voeten. In doodsangst schreeuwden ze het uit. En die Jezus? Die ligt gewoon te slapen – een doodsslaap, ‘Kan het U niet schelen dat we vergaan?!’ Image   Kan het U niets schelen?

Die discipelen – we zitten met hen in het schip. Wat kun je overvallen worden door stormen in je leven, totaal onverwachts en onvoorbereid. Van het ene op het andere moment neemt je leven een wending waar je nooit voor gekozen hebt. Een ziekte die zich openbaart. Een geliefde die je los moet laten. Een toekomst die al in de dop wordt afgebroken. Een verlangen dat niet vervuld wordt. Wanneer je fouten hebt gemaakt en jezelf of anderen niet meer onder ogen durft te komen. Wanneer je door tekorten of gebeurtenissen je schaamt voor wie je bent. Wat kan het stormen in ons leven. Onze muren worden omvergeblazen, onze maskers kunnen we niet ophouden. In doodsangst staan we onbeschut en kwetsbaar in weer en wind. Waar vinden we houvast? Waar nog zekerheid? En God? In het midden van al het tumult, in de chaos van de storm lijkt Hij misschien de  grote afwezige. God waar bent U? Kan ons lot U niets schelen?

‘Dit is mijn lichaam’

De discipelen maken Jezus wakker. Eigenlijk staat er ‘ze wekken hem op’. Jezus staat op en bestraft de wind. Het klinkt als een vooruitwijzing naar Pasen. Het is Gods Zoon die de kwade machten overwint, die de kwade machten heeft overwonnen. Het is Jezus die onze lasten gedragen heeft, die aan het kruis verzoening heeft bewerkt tussen God en mens. Het is Christus in wie een nieuwe schepping is begonnen. Kan het U niets schelen? Ja, het kan God alles schelen. In de storm vergeten we dit ook weer gemakkelijk – en dat is op zich niet raar. Want wat kan het leven soms ongenadig op zijn kop worden gezet. Wat hebben we het nodig om herinnerd te worden aan Gods liefde, aan Gods bewogenheid. Het Avondmaal kan zo’n oase zijn. Het brood dat we breken is het lichaam van Christus. We zijn met Hem verbonden, Hij heeft ons bevrijd. Hij heeft ons opgezocht in de duisternis, in de angstige krochten van het bestaan en ons thuisgebracht. Wat kunnen we schreeuwen van angst en wanhoop als de storm tekeer gaat. In de storm klinkt het antwoord: ‘Dit is mijn lichaam – houd moed, Ik heb de wereld overwonnen’.

Enkele gedachten over het ambtsgebed

17 Apr

Gisteravond (16 april 2015) werd in de gemeenteraad van Ede gestemd over het ambtsgebed. De stemmen staakten, zodat het ambtsgebed in deze gemeenteraad voor het moment gered lijkt. Ook in andere gemeenten wordt er gediscussieerd over het ambtsgebed: is het nog wel van deze tijd? Sluit het gebed niet bij voorbaat bepaalde groepen uit die seculier of andersgelovig zijn? Het Reformatorisch Dagblad constateerde dat het ambtsgebed op zijn retour is. In 1979 sprak 58% van de gemeenten een ambtsgebed uit, in 2007 was dat 21%.

gebed1

 

Nee tegen God

Wanneer het ambtsgebed in een gemeente ter discussie wordt gesteld, lopen de emoties al snel hoog op. De belangrijkste reden hiervoor is dat het ambtsgebed  voor voorstanders tot ijkpunt van christelijk geloof wordt gemaakt. Het lijkt erop dat het ambtsgebed de inzet wordt voor de vraag of de gemeente nog wel het christelijke gedachtegoed wil aanhangen en of er nog wel ruimte is voor God. Met andere woorden: ‘nee’ tegen het ambtsgebed betekent ‘nee’ tegen God en tegen de christelijke cultuur.

Klemgezet

Tegenstanders voelen zich ondertussen klem gezet door het ambtsgebed. Er zijn raadsleden die om wat voor reden dan ook grote moeite hebben met bidden tot God. Een gebed werkt dan niet verbindend, maar leidt tot een ervaring van uitgesloten worden. Raadsleden kunnen een andere levensovertuiging hebben. Is het dan niet huichelen om mee te doen met een ambtsgebed? Het niet mee bidden (opstaan, terug trekken etc) kan ook een veel forsere lading krijgen dan in eerste instantie was bedacht. Zeker wanneer voorstanders het ambtsgebed tot inzet maken van geloof in God en van teken van de christelijke normen en waarden, wordt de tegenstander gepositioneerd als ongelovige die de christelijke cultuur zomaar opoffert.

Algemeen belang

Voor de tegenstanders van het ambtsgebed weegt over het algemeen zwaarder (dan de persoonlijke gevoelens) dat zij burgers van allerlei levensovertuigingen dienen te vertegenwoordigen. Staat een ritueel dat bij één bepaalde levensovertuiging hoort het dienen van het algemeen belang niet in de weg?

Patstelling

Een gevolg is dat de discussie in een patstelling belandt en al gauw ontaardt in felle persoonlijke aanvallen. De een zou er niet willen zijn voor alle burgers, de ander is niet gelovig of ondermijnt Gods heiligheid.  De belangrijkste reden dus dat het ambtsgebed zo gevoelig ligt, is dat het gebed tot symbool van geloof in God en van de christelijke cultuur is geworden.

Waarde van het ambtsgebed

Het is goed om dan ook wat objectiever naar het ambtsgebed te kijken.  In mijn beleving zou het ambtsgebed niet de meetlat moeten worden voor geloof en christelijkheid. Wanneer christelijke politici de meerderheid vormen in een Raad, hebben zij ook de verantwoordelijkheid om een bestuurlijke omgeving te creëren waar iedereen in mee kan komen en niemand wordt buitengesloten. Als het ambtsgebed leidt tot verdeeldheid en scherpe scheidslijnen, wordt dan niet het tegendeel bereikt?

Daar komt bij dat het ambtsgebed een formuliergebed is. In het voorlezen komt niet altijd evenveel beleving of vroomheid mee. Dat hoeft geen bezwaar te zijn, maar het helpt wel om het ambtsgebed ook een beetje te relativeren. Het is meer traditie dan geloof. Tradities zijn erop gericht om gezamenlijkheid en verbondenheid te bieden. Wanneer tradities dit niet meer bewerkstelligen, is het de vraag of de traditie niet toe is aan verandering. Dit roept heftige emoties op omdat voor een deel van de mensen de eigen identiteit verward wordt met de bepaalde traditie. Van politici mag verwacht worden dat zij zoeken naar eenheid en verbinding. Het moment aan het begin van de vergadering is daar een uitstekende mogelijkheid voor.

Christelijke politiek

Wanneer het gaat om het christelijke karakter van Nederland zouden christelijke politici er goed aan doen om niet te strijden voor vormen, maar om christelijke waarden in de samenleving te behouden. Solidariteit met kwetsbaren: chronisch zieken, vluchtelingen, ouderen, gehandicapten. Wat ik merk in gesprekken met christenen, andersgelovigen en seculieren, is dat de onverzoenlijke opstelling, de persoonlijke en harde aanvallen en het onbegrip voor andersgelovigen in de discussies over thema’s die christenen aan het hart gaan, veel schade berokkent aan het beeld van het christelijk geloof.

Geloven in de gemeenteraad

Ik pleit er niet voor om geloven te beperken tot de privésfeer. Integendeel, het zijn juist onze levensovertuigingen die onze idealen en waarden bepalen. Geloof gaat over ons dagelijks leven, over onze keuzes en over onze handelingen. Geloven hoort thuis in het publieke domein. Wat ik bedoel te zeggen: laten we in onze vormen en discussies ruimte maken voor andersgelovigen en seculieren, zodat we veel inhoudelijker met elkaar in gesprek kunnen gaan. Vormen zijn niet heilig, wel onze opdracht om onze naaste tot heil te zijn.  Een voorbeeld hoe het zou kunnen

Geloof zonder betekenis

14 Apr

Afgelopen maandag (13 april 2015) verzorgde Maarten Wisse  een studiedag in het kader van de Missionaire Specialisatie. In zijn boek Zo zou je kunnen geloven zoekt Wisse naar de betekenis van geloof in onze samenleving. Hij beschrijft vier (protestantse) manieren van geloven, waarin hij de betekenis van die manier beschrijft, maar ook stil staat bij waar zo’n manier van geloven lijdt aan betekenisverlies.

leegte

Betekenisverlies

Tijdens de studiedag probeerde Wisse dieper in te gaan op het betekenisverlies van geloof door culturele ontwikkelingen. Als we begrijpen waarom geloven voor velen niet of minder relevant is geworden, zou het ons kunnen helpen om opnieuw ons geloof te verwoorden en de betekenis hiervan te verhelderen. [Waarschuwing: onderstaande is mijn weergave van uitleg en gesprek, en hoeft dus niet noodzakelijkerwijze waar te zijn]

Kennis

De Verlichting heeft een krachtige en blijvende invloed op ons westerse denken. De filosoof Immanuel Kant onderscheidde drie domeinen die toegang verschaffen tot het begrijpen van onze werkelijkheid: kennis, het goede en het schone. De belangrijkste toegang tot de werkelijkheid is kennis: waarheid kan alleen gebaseerd zijn op feiten. Gelovigen die in dit denken meegingen, konden dus ook niet meer via dit domein over geloof spreken. Ondanks vele pogingen van apologeten zijn waarheidsclaims alleen overtuigend voor gelovigen.

Het goede

Waar de waarheidsclaim geen aan betekenis heeft verloren, worden nieuwe wegen gezocht om de relevantie van geloven onder de aandacht te brengen. Het tweede domein dat Kant onderscheidt, die van het goede (moraal en ethiek) is lang door verschillende kerken omarmt: het goede doen als de kern van het christelijke gedachtegoed. Ook dit domein lijdt aan betekenisverlies. Als anderen (anders dan christelijk) ook het goede doen, is er dan een wezenlijk verschil met het christelijke ‘goed-doen’? Als het goede doen de kern is, waarom zou je dan nog aansluiting zoeken bij een kerk?

Het schone

In het zoeken naar hernieuwde betekenis kreeg het derde domein (het schone) meer en meer ruimte in verschillende kerken. De schoonheid van de liturgie, kunst, taal, etc kan ontroeren en het transcendente in aanwezigheid brengen. Deze schoonheid is echter niet meer verbonden met waarheid waardoor het door niet ingewijden als een leeg omhulsel ervaren kan worden.

In mijn beleving laat deze analyse zien waarom de kerken in het Westen zoveel moeite hebben om in onze cultuur te overleven. Kerken die de waarheid aanzeggen en verkondigen vinden weinig aansluiting en betekenis in de cultuur. Het terugtrekken op eigen geloofsgrond en het buitensluiten van cultuur wordt steeds lastiger, omdat gelovigen op andere terreinen van het leven de invloed van de cultuur aan den lijve ondervinden. Het ‘goede doen’ en ‘schoonheid’ blijken in de lucht te hangen wanneer er geen geloofsinhouden meer aan gekoppeld zijn.

Maar wat dan?

Maarten Wisse beschrijft in het tweede deel van zijn boek hoe je zou kunnen geloven. Welke geloofselementen juist in onze tijd van betekenis kunnen zijn. Interessant is dat Tom Wright in Eenvoudig christelijk spreekt over ‘echo’s van een stem’ en wijst op elementen uit de hierboven genoemde domeinen. In onze cultuur zijn meerdere dilemma’s als richtingwijzers te vinden die iets laten zien van een betere wereld of van iets dat (iemand die?) ons overstijgt: het verlangen naar eerlijkheid en gerechtigheid, terwijl het ons maar niet lukt om een rechtvaardige wereld te maken. Het verlangen naar spiritualiteit, naar betekenis, terwijl de troosteloosheid maar niet overwonnen wordt. Het verlangen naar goede en opbouwende relaties, terwijl we scherpe conflicten en pijn maar niet achter ons kunnen laten. Tenslotte wijst Wright op het verlangen naar schoonheid, terwijl schoonheid ons steeds door de vingers glipt.

Een antwoord op het betekenisverlies is om opnieuw na te denken en te spreken over de relevantie van geloof in onze cultuur, in ons eigen leven. In mijn beleving is het christelijk geloof uiterst relevant – Jezus Christus is gekomen om enerzijds mensen die zich verloren en vervreemd voelen thuis te brengen, anderzijds om kwade machten een halt toe te roepen. Met andere woorden: geloven brengt het inzicht dat er kwaad is, zicht op verlossing door Jezus Christus, en een manier van leven zodat gelovigen lichtdragers en lichtbrengers worden. Hier kom in een volgende blog nog op terug.

Wij geloven!

5 Mrt

Deze geloofsbelijdenis is opgesteld door Ronald, Manita, Ruud, Anne en Gerlin die op zondag 8 maart 2015 in de Ontmoetingskerk te Vriezenveen hun geloof zullen belijden

Wij geloven

‘Wij geloven’ we spreken het hardop uit, maar het is niet vanzelfsprekend.

 christelijk-geloof

We geloven dat ons leven met God is begonnen, met zijn ‘ja’ tegen ons.

We zijn wegen gegaan waarin we geloof en kerk tegen zijn gekomen

We zijn wegen gegaan van vragen en twijfels

We zijn wegen gegaan zonder gedachten aan God of geloof

Op die wegen hebben we iets van God ervaren

Steun, vrede, rust

Op die wegen hebben we ontdekt dat God ons niet alleen heeft gelaten

ons niet alleen laat.

Daarom willen we nu ‘ja’ zeggen tegen God.

Omdat we geloven dat we door God aanvaard en geliefd zijn.

Wij mogen Gods kinderen zijn,

door de weg die Jezus is gegaan

Hij is gestorven voor onze zonden,

heeft de weg naar God getoond

en ons zo thuisgebracht.

We geloven in de heilige Geest

God dichtbij

God die in ons wil wonen

om ons te leren over zijn liefde.

Wij willen in ons leven laten zien wat het betekent

om te leven vanuit navolging

met vallen en opstaan

Niet om Gods liefde te verdienen,

maar uit dankbaarheid voor Gods genade

We geloven dat we de geloofsgemeenschap nodig hebben

omdat geloven gericht is op verbinding.

Waar Gods Geest werkt, ontstaat kerk

rond de zoekende liefde van Jezus.

Daarom zeggen we hardop ‘ja’ tegen God

In het midden van de gemeente van Jezus Christus

Met Gods hulp:

ik geloof!