Tag Archives: geloofsgemeenschap

Wie zonder zonde is … en andere dooddoeners bij seksueel misbruik in de kerk

11 Jul

Dit artikel is verschenen in De Oud-Katholiek, Tijdschrift voor de Oud-Katholieke Kerk in Nederland, jaargang 133, juli 2017

De Oud-Katholieke Kerk in Nederland is in de achterliggende maanden opgeschrikt door berichten over (beschuldigingen) van seksueel misbruik door priesters. Deze berichten roepen – zoals eerder ook in andere kerken het geval was – veel emotie en veen verschillende reacties op. Wat vertellen deze reacties?

Er is schrik en verslagenheid, omdat ook de eigen geloofsgemeenschap niet zo veilig blijkt te zijn als gehoopt. Er is ongeloof en verwarring omdat de aangeklaagde priester ook zoveel goede dingen heeft gedaan. Er is woede omdat mensen door vertegenwoordigers van de kerk beschadigd en gekwetst zijn. Sommige reacties benadrukken het failliet van de kerk, andere reacties zoeken nuance. Sommige slachtoffers, die jarenlang gezwegen hebben, kunnen door deze onthullingen de moed vinden om ook met hun eigen verhaal naar buiten te komen. Deze reacties zijn niet uniek. Het misbruik binnen andere kerkgenootschappen, sportclubs, instellingen en families roepen vergelijkbare reacties op. Ook daar is verlegenheid, verwarring, boosheid en ontkenning te zien. Blijkbaar vallen we terug op bepaalde mechanismen en patronen om met de verhalen van seksueel misbruik om te gaan. In dit artikel wil ik deze mechanismen beschrijven. Wat zijn de achterliggende patronen en wat maakt een reactie heilzaam?

 

Esther Veerman, Afscheidsbrief

 

Een cultuur van zwijgen 

Het valt voor slachtoffers van seksueel misbruik niet mee om met hun verhaal naar buiten te komen. Dit heeft verschillende oorzaken. Allereerst gaat het misbruik hand in hand met schaamte en schuldgevoel bij het slachtoffer. Vaak worstelt het slachtoffer met de vraag waarom haar of hem dit is overkomen. Misbruik brengt een gevoel van hulpeloosheid en machteloosheid met zich mee. Het zichzelf de schuld geven kan een manier zijn om deze onmacht te hanteren. Als het immers aan het slachtoffer zou liggen dan zou hij of zij het in een andere situatie misschien kunnen voorkomen. Als ik nu eens andere kleren aan had gehad? Als ik nu eens niet naar hem gekeken had?

Daar komt bij dat het zeker voor kinderen nauwelijks mogelijk is om de schuld neer te leggen bij de volwassen vertrouwenspersonen (zoals bijvoorbeeld een ouder, coach of priester). Als de volwassene door zijn of haar rol wordt vrijgepleit, kan het kind of de jongere alleen nog maar de schuld bij zichzelf zoeken.

Deze (onterechte) schuldgevoelens versterken de toch al aanwezige schaamte. Seksueel misbruik is zo schadelijk omdat het mensen aantast in hun lichamelijkheid. Het misbruik verstoort een gezonde ontwikkeling van lichamelijkheid, intimiteit en seksualiteit. Dat het misbruik juist plaatsvindt in het kwetsbare gebied van intimiteit en lichamelijkheid versterkt de schaamtegevoelens. Het is dus niet verwonderlijk dat een slachtoffer in eerste instantie zwijgt over het misbruik.

Zwijgen uit beschadiging

Ook omstanders lijken liever te willen zwijgen over het misbruik. De eerste reden is dat omstanders in meer of mindere mate beschadigd kunnen zijn door het misbruik in de geloofsgemeenschap, de sportvereniging of het gezin. Een geloofsgemeenschap kan door misbruik mede getraumatiseerd raken (1). Net zoals bij de directe slachtoffers is een eerste overlevingsstrategie om het misbruik geheim te houden. Het is een manier om om te gaan met het gekantelde wereldbeeld. De psychologe Janoff-Bulman (2) laat zien dat we in het schrijven van ons levensverhaal steeds uitgaan van drie kernnoties: de wereld is een logisch geordend geheel en dus betrouwbaar, mensen hebben goede bedoelingen en ik ben als persoon de moeite waard. Deze noties komen door het misbruik onder druk te staan. Wanneer mensen in meer of mindere mate beschadigd zijn, kunnen ze soms scherp reageren om de herinneringen aan de schokkende gebeurtenis te vermijden.

Zwijgen vanwege de veiligheid 

De tweede reden om als omstanders te zwijgen, is dat het gevoel van veiligheid op het spel staat. Als priesters al niet te vertrouwen zijn, wie kun je dan nog wel vertrouwen? Als zoveel mensen misbruikt worden, als het echt in elke vereniging of geloofsgemeenschap plaats kan vinden, als het zo dichtbij komt – hoe kan ik me dan ooit nog veilig voelen? In wat voor wereld groeien onze kinderen op? De omstanders, de samenleving, hebben er belang bij dat gezwegen wordt over verhalen van misbruik om de idylle van een veilige gemeenschap in stand te kunnen houden.

Zwijgen uit bezorgheid

De derde reden om te zwijgen is bezorgdheid over de beeldvorming. De schandalen binnen de Rooms-Katholieke Kerk hebben het vertrouwen in en het gezag van de kerk geschonden. Die zorg is niet voorbehouden aan geloofsgemeenschappen. Ook sportverenigingen zwegen lange tijd over seksuele grensoverschrijdingen van coaches uit angst voor een negatief imago.

Ontkennen, generaliseren en bagatelliseren 

Het vraagt moed en doorzettingsvermogen van slachtoffers om hun verhaal te vertellen. Maar als de geheimhouding eenmaal doorbroken wordt, reageren omstanders vaak met ontkennen, generaliseren of bagatelliseren in een uiterste poging om de confronterende verhalen te kunnen vermijden en de idylle van veiligheid weer te kunnen herstellen.

Ontkennen

Een vorm van ontkennen is de uitspraak: ‘Ik kan me niet voorstellen dat zo’n sympathieke man tot zoiets in staat is.’ Plegers van seksueel misbruik zien er over het algemeen niet uit als monsters. Het zijn vaders, coaches, voorgangers, buurmannen, docentes – mensen die wij vertrouwen geven. De verhalen van misbruik vertellen ons dat mensen verschillende kanten kunnen hebben.

Generaliseren 

Wanneer het misbruik niet langer te ontkennen is, proberen mensen soms het misbruik te generaliseren of te bagatelliseren (3). Generaliseringen zijn de pogingen om de negatieve betekenis van het seksueel misbruik te relativeren door te doen alsof het onderdeel is van het normale leven. Een voorbeeld van generaliseren is: ‘Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen.’ Het begrip zonde wordt zo breed opgerekt, waardoor er geen ruimte meer is voor het stellen van een ethische grens. Wat opmerkelijk is, is dat een dergelijke uitspraak vaak klinkt in de context van seksueel misbruik, maar zelden wanneer er sprake is van moord of lichamelijk geweld. Wat maakt dat er zo snel vergoelijkend over misbruik gesproken wordt?

Een ander voorbeeld van generaliseren komen we tegen in de uitspraak: ‘Je moet het wel in de tijdgeest of cultuur plaatsen.’ Het is zeker waar dat zowel seksualiteit als misbruik cultureel bepaald zijn. Toch is het de vraag of deze opmerking helpend is om om te gaan met misbruik. Uitgangspunt zou moeten zijn wat slachtoffers ons vertellen. Soms gaat er veel tijd overheen voordat slachtoffers taal vinden om hun ervaringen te kunnen vertellen. De slachtoffers van de Britse BBC-presentator Jimmy Savile en de onthullingen van Engelse voetballers die in hun jeugd misbruikt zijn, laten zien hoe schadelijk het misbruik was. Decennia later hebben sommigen nog dagelijks last van de gevolgen van het misbruik.

Bagatelliseren

Het misbruik kan ook gebagatelliseerd worden: wel het feit erkennen, maar de betekenis ervan minimaliseren. ‘Het komt overal voor, niet alleen in de kerk.’ ‘Als het overal voorkomt, kan het toch niet zo diepingrijpend zijn als wordt beweerd?’ Het is waar dat misbruik in alle geledingen en in alle gemeenschappen kan voorkomen. Dit zou geen reden moeten zijn om het misbruik te bagatelliseren, maar om juist dubbel zo hard te werken aan een veilig klimaat. We zijn geroepen om in onze eigen contexten te werken aan die veiligheid.

Zondebok

Wanneer het misbruik niet langer ontkend kan worden en bagatelliseren of generaliseren niet meer werkt, grijpen mensen soms terug op het zondebokmechanisme. Nu het misbruik bekend en erkend is, wordt er gezocht naar een zondebok. Door de zondebok te offeren wordt getracht de veiligheid te herstellen. Pedoseksuelen die hun straf hebben uitgezeten, stuiten op grote weerstand als zij ergens een nieuw leven proberen op te bouwen, zoals zichtbaar werd toen in 2014 voor Benno L. een nieuwe woonplek gezocht werd. Veel mensen vinden dat pedo’s levenslang opgesloten, gecastreerd of zelfs afgemaakt zouden moeten worden.

Deze reacties gaan voorbij aan het pijnlijke gegeven dat het meeste misbruik door heteroseksuele mannen wordt gepleegd die bekenden zijn van het slachtoffer. Onze wereld wordt niet veiliger door pedoseksuelen en pedofielen als zondebokken te offeren. Natuurlijk moet het recht zijn loop hebben, maar een veilige wereld begint met het ruimte maken voor de verhalen van misbruik.

Religieuze taal versterkt het zwijgen

Wanneer het misbruik in een kerkelijke context plaats vindt, kan religieuze taal bijdragen aan het toedekken van het misbruik. Slachtoffers die met hun verhaal aarzelend naar buiten komen, worden vaak opgeroepen om te vergeven. ‘We leven toch van vergeving?’ Voorbarige vergeving maakt het slachtoffer echter monddood. Z/hij wordt immers aangespoord om, nog voordat alle verhalen verteld zijn en de gevolgen van het misbruik aan het licht zijn gekomen, alweer te stoppen met vertellen.

Tot slot is het goed om te bedenken dat kerkelijke taal al gauw ‘dadertaal’ is. Het spreken over ‘zonde’, ‘vergeving’ en ‘verzoening’ is behulpzaam voor mensen die schuld hebben door hun handelen. Voor mensen die iets is aangedaan, is dit spreken niet direct helpend. Een slachtoffer voelt zich vaak slecht en zwart van binnen. Het woord ‘zonde’ haakt aan dit gevoel. Maar er zal geen sprake kunnen zijn van vergeving, omdat het slachtoffer niet de handelingen heeft verricht. Het slachtoffer komt dan slechter de kerk uit: ik ben zo slecht, er is voor mij niet eens vergeving.
Als voorgangers meer zouden spreken over bijvoorbeeld ‘recht doen’, ‘gerechtigheid’ en ‘wraak’, komt er ruimte voor een evenwichtige verkondiging.

Ruimte voor verhalen van misbruik

Wanneer mensen geconfronteerd worden met schokkende gebeurtenissen zoals seksueel misbruik in hun eigen geloofsgemeenschap, zijn zwijgen en vermijden logische reacties. Het geheimhouden van misbruik is echter niet alleen schadelijk voor de directe slachtoffers maar ook voor de geloofsgemeenschap zelf. De geloofsgemeenschap zal in haar reactie de ethische keuze moeten maken om stem te geven aan de kwetsbare en beschadigde mens. De geloofsgemeenschap zal voorbij aan ontkenning en simplificering ruimte moeten geven aan de verhalen van misbruik.

Het bagatelliseren van misbruik leidt niet tot een veilig klimaat. Juist de erkenning van de verhalen maakt preventie mogelijk. Alleen wanneer aan slachtoffers stem wordt gegeven en er aandacht is voor de risico’s binnen de eigen context, kan aan een veilige kerk gebouwd worden.

Dr. Alexander Veerman is predikant van de Ontmoetingskerk te Vriezenveen (PKN) en is in 2005 gepromoveerd op het proefschrift ‘Ontredderd: het proces in de kerkenraad als de predikant seksueel misbruik heeft gepleegd’.


(1) A.L. Veerman, Ontredderd: het proces in de kerkenraad als de predikant seksueel misbruik heeft gepleegd. Zoetermeer: Boekencentrum, 2005.
(2) R. Janoff-Bulman, Shattered Assumptions: Towards a New Psychology of Trauma. New York: Free Press, 1992.
(3) R.R. Ganzevoort en A.L. Veerman, Geschonden lichaam: pastorale gids voor gemeenten die geconfronteerd worden met seksueel geweld. Zoetermeer: Boekencentrum, 2000.

Advertenties

Waardevol mini-congres ‘Verslaving ook bij ons?’

13 Okt

Afgelopen woensdag 12 oktober 2016 vond in Vroomshoop het goed bezochte mini-congres ‘Verslaving ook bij ons?’ plaats. Samen met Stichting Reflection en het Pastoresconvent Twenterand wist Waypoint Twenterand een toegankelijk en boeiend programma aan te bieden. Ruim 70 mensen kwamen op het mini-congres af, bijna allemaal vrijwilligers of professionals binnen geloofsgemeenschappen. Met name jeugdwerkers waren goed vertegenwoordigd. Mooi om te zien dat de verschillende kernen en kerken waren vertegenwoordigd.

Wat veroorzaakt verslaving?

De avond begon met dit filmpje: wat veroorzaakt verslaving?

 

Het filmpje maakt duidelijk aan de hand van twee experimenten dat een onderliggende problematiek bij verslaving eenzaamheid kan zijn. Het betekent dat het aangaan van relaties en verbindingen ondersteunend is om een verslaving te kunnen stoppen.

Ervaringsverhaal

Het belang van relaties werd bevestigd door Niki Mannot. Hij vertelde dat hij niet alleen 25 jaar in de verslavingszorg had gewerkt, maar daarvoor ook zelf verslaafd is geweest. Nadat hij was afgekickt, was hij op zoek naar geborgenheid en erkenning. Dat vond hij bij het voorgangersechtpaar van de Evangelische Gemeente Hebron, John en Stien van Braam. Niki benadrukte in zijn verhaal dat hij veel steun en kracht vond in het gebed, maar dat het altijd samen moet gaan met de juiste hulpverlening.

Workshops

De aanwezigen verdeelden zich aansluitend over 5 workshops. Zorgsaam Twenterand, Tactus, Waypoint, Stichting Reflection en Gemeente Twenterand presenteerden zich in de eerste workshop. Een uitermate nuttige kennismaking, die uitnodigt tot een verdere verdieping rond de vraag wat geloofsgemeenschappen en professionals voor elkaar kunnen betekenen. In de tweede workshop werd ingegaan op preventie en signalering. Deze workshop werd als uitermate informatief en waardevol beoordeeld. Mochten geloofsgemeenschappen meer willen weten over signalering en preventie, kan Waypoint een cursus op maat verzorgen. De derde workshop verkende de waarde van gebed en geloof in de verslavingszorg. Niki Mannot en Jan Nijkamp beantwoordden in de vierde workshop allerhande vragen. In de laatste workshop ging Rianca Evers aan de hand van een casus in gesprek over hoe te handelen bij verslaving.

Opbrengst

Wat deze bijeenkomst duidelijk maakt, is dat veel geloofsgemeenschappen zich bewust zijn van de verslavingsproblematiek in Twenterand en dat de jonge generaties hen aan het hart gaan. Bezoekers in de kerken weten gemakkelijker de weg naar ondersteuning te vinden. Waypoint zet verschillende lijnen uit. Zo is het mogelijk om aan te haken bij het maatjesproject (voor mensen die nu al kwetsbare jongeren begeleiden of zouden willen gaan begeleiden) en ligt de uitnodiging er om in gemeenten contactpersonen aan te stellen die door Waypoint toegerust kunnen worden. Deze avond toont de noodzaak aan van verdere toerusting van vrijwilligers en het bespreekbaar blijven houden van verslavingsproblematiek, waarbij wel de verslaving, maar nooit de mens wordt veroordeeld.

De geloofsgemeenschappen kunnen veel betekenen in de strijd tegen verslaving. Met preventie vanuit de kerken kunnen veel mensen worden bereikt. Daarnaast hebben geloofsgemeenschappen geborgenheid en verbondenheid te bieden. Tot slot beschikken veel geloofsgemeenschappen over vrijwilligers die met jongeren in contact staan.

Middagbijeenkomst

In de middag was er een bijeenkomst voor voorgangers. Goed om met elkaar te verkennen waar onze vragen en onze mogelijkheden liggen als geloofsgemeenschappen. Nathalie Booij van Waypoint benadrukte het belang van planmatige preventie, die al kan starten bij het kinderwerk. Hoe maken we kinderen weerbaar? Welke waarden geven we onze kinderen mee? Daarnaast werden we gewezen op de waarde van het aangaan van relaties met de jongeren. Juist in een fase waarin ze een weg zoeken in allerhande emoties en identiteitsvragen, kan oprechte belangstelling en mee op durven lopen een wezenlijk verschil maken.

In de veranderende tijd is het goed om te zoeken hoe we als geloofsgemeenschappen samen kunnen werken in preventie en ondersteuning. Een mogelijkheid is om per geloofsgemeenschap te zoeken naar een contactpersoon die toegerust kan worden. De verschillende contactpersonen kunnen vervolgens samenwerken met evenementen of elkaar ondersteunen.

Al met al een waardevolle dag die om een vervolg vraagt.

Een recensie van ‘Ik sta erbuiten – maar ik sta wel te kijken’

5 Jul

Recensie in Kerk en Theologie van Christiane van den Berg-Seiffert  Ik sta erbuiten – maar ik sta wel te kijken. De relationele dynamiek in geloofsgemeenschappen na seksuele grensoverschrijding in een pastorale relatie vanuit het perspectief van primaire slachtoffers, Boekencentrum Academic, Zoetermeer, 2015, 486 pp., ISBN: 9789023970378

Belangrijke bijdrage

Christiane van den Berg heeft met haar dissertatie een belangrijke bijdrage geleverd aan het gesprek over seksuele grensoverschrijdingen in pastorale relaties. De nauwgezette en uitvoerige verwoording van haar onderzoek geeft stem aan primaire slachtoffers. Een stem die binnen geloofsgemeenschappen vaak te weinig gehoord wordt. Van den Berg heeft17 slachtoffers gesproken over hun ervaringen. Een opvallende en pijnlijke conclusie is dat alle gesprekspartners hun plek in de geloofsgemeenschap hebben verloren. Ook in gemeenten waar de kerkenraad of (een deel van) de gemeente in eerste instantie alles in het werk stelden om recht te doen, bleek de positie van slachtoffers toch onhoudbaar. Het geeft aan hoe ingewikkeld de dynamiek in een geloofsgemeenschap kan zijn en hoe belangrijk het is om hier grip op te krijgen. De verhalen van de geïnterviewden laten zien dat vrijwel alle vrouwen pijn hebben opgelopen aan de geloofsgemeenschap. Het als noodgedwongen ervaren vertrek, voelt als een verlieservaring. De meeste vrouwen blijven de ontwikkelingen in de geloofsgemeenschap volgen, soms uit angst voor herhalingen, soms uit hoop op eerherstel. Ze zijn buiten de geloofsgemeenschap geraakt, maar blijven tot op zekere hoogte verbonden.

De eenzijdigheid van de term ‘slachtoffer’

Een belangrijke thema waar Van den Berg uitgebreid op ingaat, is of de term ‘slachtoffer’ de vrouwen voldoende recht doet. Allereerst benadrukt deze term de machteloosheid en hulpeloosheid van de betrokkene. Daarnaast geeft deze term te weinig ruimte om na te denken over de eigen verantwoordelijkheid. Tot slot kan door het gebruik van de term ‘slachtoffer’ een onuitgesproken lading meekomen die de betrokkene reduceert tot alleen deze rol. Een mens bestaat echter uit veel meer rollen (te denken valt aan gezinslid, buur, gemeentelid, etc.). Is er in de dynamiek in de gemeente ook ruimte voor die andere rollen?

Seksuele grensoverschrijdingen vragen om een heldere keuze. Christiane van den Berg plaatst deze handelingen in het discours van macht en niet in het romantische discours. Het betekent dat de grensoverschrijdende pastor ten koste van die ander zijn/haar eigen behoefte nastreeft. Dat is startpunt en uitgangspunt. Tegelijkertijd is er ook behoefte van degene die de grensoverschrijding heeft ondergaan om genuanceerder te kunnen spreken over de eigen rol en verantwoordelijkheden binnen de relatie. De discussie spitst zich niet toe op de eerste en uiteindelijke schuldvraag (die ligt bij de professional die de plicht heeft grenzen te bewaken), maar op de vraag waar vrouwen mogelijkheden hebben om de grip op hun leven terug te vinden.

Vandaar dat Van den Berg ervoor pleit om te spreken van situationeel slachtofferschap. In die bepaalde situatie met die specifieke omstandigheden is iemand slachtoffer geworden. Deze situatie kan wel op andere terreinen in haar/zijn leven doorwerken, maar definieert niet de identiteit van de persoon.

Contextuele benadering

Waar ik vragen bij heb, is de keuze om de thematiek van seksuele grensoverschrijdingen met behulp van de contextuele benadering uit te werken. Kenmerkend voor deze methode is de meervoudige partijdigheid. Enerzijds lijkt deze methode meer ruimte te bieden om de motieven en verantwoordelijkheden van de situationele slachtoffers te kunnen begrijpen, anderzijds vraagt onrecht om een heldere keuze. Juist door het beroep op meervoudige partijdigheid lijkt het toch al kwetsbare perspectief van het situationele slachtoffer verloren te gaan.

Kan een geloofsgemeenschap werkelijk helen wanneer het onrecht niet ten volle is hersteld en situationele slachtoffers of hun plek hervonden hebben of op een gezonde manier afscheid hebben moeten kunnen nemen? In die zin zou het perspectief van primaire slachtoffers meer invulling verdienen van gemeentebegeleiders.

De preek gaat de kerk niet redden

2 Feb

Met een zekere regelmaat krijg ik preekvoorzieners aan de telefoon. Het is een verantwoordelijke taak. Zij moeten er voor zorgen dat er iedere zondag voorgangers de erediensten komen leiden. Het is lang niet altijd gemakkelijk om predikanten te vinden die de openstaande zondagen kunnen opvullen. Tegelijkertijd hebben ze ook nog te maken met een geloofsgemeenschap die liever de ene predikant hoort dan de andere. Preekvoorzieners zijn vaak bevlogen gemeenteleden die proberen om zorgvuldig een evenwichtig rooster samen te stellen.

preek

Ongemakkelijk gevoel

Inmiddels ben ik negen jaar predikant en heb in veel kerken mogen preken. Ergens bekruipt mij een ongemakkelijk gevoel. Het is een gevoel dat me sowieso kan overvallen als ik nadenk over de reden waarom we als plaatselijke kerk samenkomen. Als gastvoorganger komen de vragen soms scherper binnen. Wat doen we in de kerk? Waarom doen we wat we doen? We investeren in een gastvoorganger, maar wat brengt het de gemeente als geloofsgemeenschap? Wat is het belang van die preek? De meeste kerkgangers horen tijdens de kerkdienst de Bijbeltekst voor het eerst en hebben misschien niets met de vragen en gedachten die ik als voorganger aansnijd. Natuurlijk, we komen samen om geloof te delen, God de eer te brengen en iets op te doen wat mee zou kunnen gaan in de week die voor ons ligt.  Dat alleen al is van belang.

Ontmoeting 

Voor veel kerkelijk betrokken mensen is de kerkdienst een van belangrijkste gebeurtenissen voor hun geloof. De kerkdienst is de plek waar ontmoetingen plaatsvinden en waar mensen iets opdoen aan God. Tegelijkertijd moet ik echter ook constateren dat we weinig aandacht lijken te hebben voor gemeenschapsvorming. Het is goed zoals het is. We richten ons op de mensen die we kennen en samen ervaren we verbondenheid. Nieuwkomers vallen echter vaak buiten de boot. Als gastvoorganger merk ik soms grote verlegenheid om zich met mij te verhouden. Kerkenraadsleden praten onderling bij en ik wacht tot de dienst begint. (Ik zit hier verder niet mee, hoor. Ik kan goed voor mezelf zorgen en een gesprekje aanknopen. Ook stilte kan ik verdragen, geen zorgen!) Als dit bij mij al gebeurt, dan zal dit ook bij gewone gasten kunnen voorkomen.

Als voorganger zie ik overigens nog iets anders als het om ‘ontmoeting’ gaat. Protestanten lijken de wonderlijke gewoonte te hebben om vooral niet naast elkaar te gaan zitten. Ook zit de gemeente het liefst zo ver mogelijk af van de voorganger. Vindt er echt ontmoeting en gemeenschapsvorming plaats tijdens de eredienst? Of gaan kerkgangers eenzamer naar huis dan ze gekomen zijn?

Ontmoeting met God

Het andere punt – de ontmoeting met God – zet mij ook aan het denken. Als ik naar de ontwikkelingen in de verschillende geloofsgemeenschappen kijk, dan moet ik constateren dat het ons niet lukt om de nieuwe generaties enthousiast te maken om zich te verbinden aan de kerk. Veelal is er sprake van een beweging waarin ouders losser komen van de kerk en haar gebruiken, waarna de kinderen zich uiteindelijk laten uitschrijven. Een andere trend is dat trouwe kerkgangers steeds minder (Bijbel)kennis bezitten.

Rust in Gods ruimte

Het is goed om te bedenken dat de mensen die er zijn. gekomen zijn om iets van rust te ervaren. Niets moeten, gewoon er mogen zijn in de ruimte van God. Daar wil ik niet aankomen. Dat is kostbaar.

Krakende kerk

Ondertussen kraakt de kerk in haar voegen. En ook dat is niet erg. Het biedt mogelijkheden en kansen. Het nodigt uit om ons opnieuw te bezinnen op de vraag waarom we als geloofsgemeenschap samenkomen. Om na te denken over de vraag voor wie wij kerk mogen zijn. Het biedt de ruimte om na te denken over hoe we zelf weer aangesproken worden door het evangelie en hoe we voor anderen van betekenis kunnen zijn. Het is niet erg dat de kerk kraakt. Als we maar niet doen alsof het allemaal goed komt. Een goede preek gaat de geloofsgemeenschap niet redden, maar daar is de preek ook niet voor bedoeld. Met mijn ongemakkelijke gevoel zal ik blijven preken.

Het is echter ook tijd om te zoeken en te verkennen. Om elkaar weer te leren kennen, inspiratie te delen en te groeien in geloof, hoop en liefde. De geloofsgemeenschap als oefenruimte van de Geest. Ik open het raam – de wind steekt op!

Misbruik in de kerk – moeten we het hier echt over hebben?

9 Okt

Van verschillende kanten wordt mij de vraag gesteld of ik niet eens zou stoppen met het bloggen en twitteren over seksueel misbruik binnen de kerkelijke context. Sommigen wijzen mij erop dat het schrijven over misbruik de kerk in een negatief daglicht stelt. De pers zit er immers direct bovenop als er weer een verhaal binnen de kerkelijke context bekend wordt. Wat win je ermee om die negatieve berichten te versterken? Anderen vragen zich af of het niet tijd wordt om deze episode achter ons te laten. Er is al zoveel veranderd in de verschillende kerken. Het is tijd om vooruit te kijken. Weer anderen merken op dat het beter zou zijn om de kerk niet in een uitzonderingspositie te plaatsen. Misbruik komt ook voor bij hockeyverenigingen, scouting, instellingen – waarom niet binnen die bandbreedte bespreekbaar maken? Als je al zo nodig de kerkelijke context apart zou willen benoemen  – waarom richt je je dan niet op de breedte van sociale onveiligheid? Spreek dan ook over pesten, over uitsluiten, en niet alleen over seksueel misbruik.

horen zien en zwijgen

Op zich kan ik deze reacties goed begrijpen. De mensen die met mij hierover in gesprek gaan, maken zich zorgen over de beeldvorming van de kerken. Er is zoveel meer te vertellen over geloofsgemeenschappen. Er gebeuren zoveel goede, opbouwende en inspirerende dingen. Door steeds maar in te gaan op het misbruik wordt de toch al negatieve opinie gevoed: de kerk zou niet te vertrouwen zijn en vooral een instituut zijn dat misbruikers hun gang laat gaan. De reacties op mijn schrijven en twitteren worden ingegeven door liefde voor de kerk, door een verlangen naar ruimte om weer trots te mogen zijn op de kerk. Misschien worden deze reacties bij sommigen ook ingegeven voor de angst om wat misbruik teweeg brengt. Uit angst dat de wereld zoveel onveiliger blijkt te zijn dan je zou willen.

Waarom blijf ik spreken over misbruik in de kerk? Waarom richt ik mij niet op het positieve van de kerk of breng ik de thematiek in een breder verband aan de orde? Het eerste is dat er nog steeds – op het moment dat u/jij dit blog leest – er kinderen en jongeren binnen een kerkelijke context worden misbruikt. Terwijl u/jij dit leest, worden mannen en  vrouwen slachtoffer van seksueel misbruik. Soms in gezinnen, soms op het werk, soms op school. Terwijl u/jij dit leest worstelen er talloze mensen die lid zijn van geloofsgemeenschappen of er inmiddels uit zijn gestapt met de gevolgen van seksueel misbruik. Steeds weer maken onderzoeken duidelijk dat seksueel misbruik een maatschappelijk probleem is. Er is geen reden om aan te nemen dat het in de religieuze context de cijfers anders zouden zijn dan in een seculiere setting. Het is in zichzelf een schokkend gegeven dat misbruik in geloofsgemeenschappen net zoveel voorkomt als daarbuiten. Onderzoeken maken duidelijk dat 1 op de 10 mannen en 1 op 3 vrouwen in hun leven te maken hebben gehad met een vorm van seksueel grensoverschrijdend gedrag.

De kerk hoort een veilige plek te zijn. Dat bereiken we niet door te zwijgen over het misbruik, maar juist door het bespreekbaar te maken. Preventie van seksueel misbruik begint met het doorbreken van het taboe. Een kerk kan vertrouwen terugwinnen door duidelijk te maken waar grenzen getrokken worden. We kunnen niet voorkomen dat er zich in geloofsgemeenschappen daders bevinden. We kunnen wel duidelijk maken dat geen enkele ongewenste grensoverschrijding getolereerd wordt. We kunnen helpen om mensen weerbaar te maken. Juist door te spreken over misbruik werken we aan een veilige kerk.

De onderzoeken laten zien dat seksueel grensoverschrijdend gedrag erg veel voorkomt. Die onderzoeken maken ook duidelijk dat seksueel misbruik ernstige gevolgen kan hebben en vaak lang het leven van slachtoffers kan bepalen. Dat is reden om specifiek voor seksueel misbruik aandacht te vragen. Deze thematiek komt zoveel voor en trekt zulke diepe sporen, en vraagt specifieke kennis van dynamieken en processen dat het noodzakelijk is om dit apart onder de aandacht te brengen.

Misbruik binnen een kerkelijke context voegt nog een extra dimensie toe: die van het geloof. Mensen die in een kerkelijke context misbruikt worden, worstelen vaak met hun godsbeeld, lijden onder de te snelle oproep om te vergeven, gaan gebukt onder zondebesef dat gevoed wordt door schuldgevoel. De context van kerk en geloof roept een eigen dynamiek op die aparte aandacht verdient.

Daarom blijf ik spreken over misbruik in de kerk. Omdat ik de kerk liefheb. Omdat ik de mensen liefheb en het me pijn doet om te zien dat slachtoffers de kerk verlaten omdat zij het gevoel hebben dat er voor hen geen plaats in. Ik blijf schrijven over kerk en misbruik, omdat het in onze geloofsgemeenschappen voorkomt. Omdat voorgangers te weinig kennis hebben. Omdat er geen tijd te verliezen is.

Ik blijf schrijven over misbruik in de kerk totdat het kwaad is overwonnen.

De kerk staat al snel aan de kant van de dader

20 Jul

Een vrouw die in haar jeugd te maken heeft gehad met ernstig seksueel misbruik zoekt wanhopig naar houvast, naar mogelijkheden om haar hoofd boven water te houden. Een gelovige kennis ontfermt zich over haar. Deze kennis is niet in staat om naar het verhaal te luisteren, maar wil wel steeds voor de vrouw bidden en dringt er vervolgens op aan om de dader te vergeven.

Een ouder echtpaar zoekt met mij contact. Hij wordt door zijn zoon beschuldigd van het misbruiken van zijn kleinkind. De predikant van de zoon zit met de situatie in zijn maag, maar wil niet met de grootouders spreken, omdat dat alles alleen maar complexer maakt. 

Een vrouw die als tiener is misbruikt door een leider van een gebedsgroepje komt na jaren kennissen uit die periode tegen. Na een hartelijke begroeting volgt al snel de vraag waarom ze zich opeens had teruggetrokken en volkomen uit beeld is verdwenen. Voorzichtig probeert de vrouw woorden te zoeken om iets van het misbruik dat haar leven op zoveel manieren beïnvloed en beschadigd heeft te vertellen. De kennissen reageren met de vraag: ‘Heb je je zonden al wel beleden?’ 

Een gemeentelid vertelt aan zijn predikant dat hij als kind slachtoffer is geweest van incest. De predikant is hier zichtbaar verlegen mee en zegt dat hij hem hier niet om veroordeelt. De predikant komt er verder niet meer op terug.

 

 

misbruik in de kerk

Verlegenheid en gebrek aan kennis

Een greep uit de verhalen uit de afgelopen maanden van mensen die binnen een gelovige context te maken hebben gekregen met misbruik. Wat deze verhalen gemeenschappelijk hebben, zijn verlegenheid om verhalen van misbruik aan te horen en onbekendheid met de dynamiek en mechanismen van misbruik, zodat veel goedbedoelde adviezen het tegendeel uitwerken. Het lijkt erop dat voorgangers en gemeenteleden (waarschijnlijk met de beste bedoelingen) kiezen voor een strategie van vermijden. Zodra in de context van geloofsgemeenschappen seksueel misbruik ter sprake komt, lijkt het verhaal niet aan het licht te mogen komen. Het spreken over zonde, het wijzen op vergeving, het zonder verder uitleg vermijden en het benadrukken van het ‘eren van de ouders’ of het respecteren van de geloofsgemeenschap zijn ten diepste mechanismen om het slachtoffer te laten zwijgen. Terwijl slachtoffers juist zo een grote behoefte hebben om hun verhaal te mogen vertellen en erkenning krijgen voor hun levensverhaal.

Een dubbel trauma

Mensen die in een gelovige context te maken hebben gekregen met seksueel misbruik kunnen aan een dubbel trauma lijden. Wat we uit levensverhalen en uit de literatuur weten, is dat misbruik in meer of mindere mate gevolgen heeft voor (onder andere) het gevoel van eigenwaarde, het vermogen om anderen te vertrouwen en het vermogen om intimiteit toe te kunnen laten. De gelovige context kan deze gevolgen verdiepen. Als gevolg van het misbruik worstelen slachtoffers met schaamte en met schuldgevoelens. Vaak voelen ze zich zwart en slecht van binnen. In een kerkelijke context zal een slachtoffer deze gevoelens vertalen als dat zij/hij zondig is. In de kerk wordt aan zondige mensen vergeving verkondigd. Mensen die lijden onder echte schuld vanwege eigen handelingen kunnen door deze verkondigde vergeving opnieuw beginnen. Slachtoffers worstelen echter met een schuldgevoel. Zij voelen zich schuldig over het misbruik omdat ze loyaal zijn naar de daders en omdat het vele malen zwaarder is om de onmacht van misbruik onder ogen te zien. Wanneer het slachtoffer schuld zou hebben, dan zou er nog iets zijn wat zij/hij kan doen om het misbruik een volgende keer te voorkomen. Het schrijnende is dat het slachtoffer juist niet het misbruik kon stoppen en tijdens het misbruik juist machteloos was. In de kerkelijke context betekent het dat het slachtoffer zich zondig voelt, maar niet de ruimte van vergeving ervaart. Zij/hij ís immers niet echt schuldig…. Het slachtoffer zal nog eenzamer en zwarter de kerkdienst verlaten. Het kan niet anders – in het gevoel van het slachtoffer – dat God aan de kant van de dader staat. Ook in de dood is geen verlossing te vinden, want dan komt men immers God tegen. Het slachtoffer kan niet leven en kan niet sterven. Dat is het dubbele trauma waar het slachtoffer van seksueel misbruik in stilte aan kan lijden.

Vermijden

Verhalen van seksueel misbruik zijn bedreigend. Dat is ten diepste de reden waarom mensen over het algemeen geneigd zijn om deze verhalen te vermijden. Uit alle onderzoeken naar prevalentie van seksueel misbruik blijkt het nooit mee te vallen. Recent onderzoek spreekt van 1 op de 3 vrouwen en 1 op de 10 mannen die slachtoffer worden van een vorm van seksueel misbruik. Tegelijkertijd weten we ook dat de gevolgen van misbruik ernstig kunnen zijn. Waarom zwijgen we dan over misbruik? Waarom vermijden we deze thematiek? In het overgrote deel van de verhalen gaat het niet over de onbekende pedoseksueel, maar over familieleden, bekenden uit de geloofsgemeenschap, over mensen met aanzien. Slachtoffers zwijgen vaak uit schaamte en angst. Daders zwijgen omdat ze te veel te verliezen hebben. Omstanders zwijgen omdat het serieus nemen van de verhalen van slachtoffers de illusie van veiligheid en van de goede orde wordt doorbroken. Ook in de kerk is het voor slachtoffers buitengewoon moeilijk om hun verhaal te kunnen vertellen. Geloofsgemeenschappen vrezen imagoschade of proberen vóór alles om de idylle van veiligheid in stand te houden. Het pijnlijke is dat vermijden de daders in de kaart speelt. Het blijkt dat slachtoffers vrijwel altijd hun plaats in de geloofsgemeenschap verliezen.

Geloofstaal in kerken is meer gericht op daders

De meeste geloofsgemeenschappen leggen de meeste nadruk op de zondigheid van mensen, de verlossing door Christus en de vergeving van zonden door Gods genade. Hoewel dit stuk voor stuk belangrijke en waardevolle geloofsbegrippen zijn, is het goed om te beseffen dat deze taal vooral toegankelijk is voor mensen die worstelen met schuld. Vooral wanneer de vergeving van zonden zonder inkeer, erkenning van schuld naar de medemensen en verandering van gedrag wordt verkondigd, zullen daders van seksueel geweld zich hier thuis bij voelen. Mensen die slachtoffer zijn geworden van misbruik zoeken naar recht en gerechtigheid. Het is een Bijbelse lijn die in veel geloofsgemeenschappen in meer of mindere mate verwaarloosd lijkt te zijn.

Het lijkt dan ook niet vreemd dat gelovigen beginnen over vergeving – dat zijn immers de lessen die zij leren in hun geloofsgemeenschap. Toch is het wonderlijk. Wanneer mijn fiets wordt gestolen, zal geen gelovige beginnen over het vergeven van de dader – waarom dan wel wanneer het gaat over misbruik?

Geloofsgemeenschappen hebben behoefte aan kennis 

In veel geloofsgemeenschappen is er weinig kennis van de dynamiek en de mechanismen rond misbruik. Het is dan ook van groot belang dat kerken gaan investeren in de preventie van seksueel misbruik en in het adequaat kunnen reageren op situaties binnen geloofsgemeenschappen. Een belangrijk gegeven is, is dat seksueel misbruik vooral gaat over macht, en dat seksualiteit gebruikt wordt om die macht uit te oefenen.  In de Protestantse Kerk kende men tot voor enkele jaren geleden werkgroepen ‘Godsdienst en incest’ en ‘Seksueel geweld en geloof’. Door bezuinigingen zijn de meeste van deze kenniscentra verloren gegaan. Het is van groot belang dat de kerken opnieuw investeren in kennis rond misbruik zodat zij adequaat slachtoffers, daders en omstanders kunnen bijstaan.

Is de kerk niet beter af zonder dominee?

21 Mrt

Kerk in zwaar weer

De negatieve berichten over de kerkelijkheid in Nederland volgen elkaar in hoog tempo op. Vrijwel alle kerkgenootschappen hebben te maken met een dalend ledenaantal. De mainstream kerken vinden niet of nauwelijks gehoor bij de jongere generaties. Ambtsdragers in de Protestantse Kerken vergrijzen. Honderden Katholieke en Protestantse kerkgebouwen zullen hun deuren moeten sluiten. En ondertussen lukt het ons als Protestantse Kerk in Nederland maar niet om een passend antwoord te vinden op de geweldige uitdaging waar we ons voor geplaatst zien.

Waardevolle ervaringen

Natuurlijk, er is ook die andere kant. De ‘kleine’ verhalen. De goede pastorale gesprekken, de uitvaartdienst die ondanks alles toekomst heeft geopend. Een kerkelijke viering die een verandering heeft bewerkstelligd. De maatschappelijke bewogenheid van de plaatselijke kerk. En daarnaast: er is een uitstekende, enthousiasmerende en bewonderenswaardige missionaire beweging op gang gebracht vanuit de landelijke kerk. De twee missionaire rondes, en het initiëren van 100 pioniersplekken zijn prachtige initiatieven die hopelijk ook tot een hernieuwd elan zullen leiden.

schaap

Zorgen om de toekomst

Maar in veel plaatselijke kerken wordt er ondertussen geworsteld met een gestage terugloop in het kerkbezoek, toenemende moeite om vrijwilligers te vinden, een zeker gemis aan enthousiasme en een verslechterende financiële positie. Dit heeft drie ernstige gevolgen: allereerst een verlies van energie. De mensen die zich wel bekommeren om de geloofsgemeenschap zien hun inspanningen niet beloond. Hoe hard ze ook lopen, ze kunnen het tij niet keren. Daarnaast is een logische reflex om wat er nog beschikbaar is aan middelen en menskracht in te zetten om te redden wat er nog te redden valt aan de geloofsgemeenschap. Tot slot: wanneer een gemeente zo worstelt, is het geen aantrekkelijke gemeente om lid van te worden. Zoekers kijken om het hoekje en als ze leeftijdsgenoten missen of ontdekken dat het ontbreekt aan enthousiasme, zullen zij niet snel deel willen uitmaken van die gemeenschap. Een negatieve tendens stoot potentiële leden af.

Nieuwe kansen: waartoe zijn we als kerk geroepen?

Tegelijkertijd biedt deze ontwikkeling ook nieuwe kansen. We worden uitgenodigd om ons opnieuw en grondig te bezinnen op de vraag waartoe we als geloofsgemeenschap geroepen zijn. De kerk mag nooit doel in zichzelf zijn, maar zou een middel moeten zijn om mensen te ondersteunen om vorm te geven aan hun relatie met God. Kerk is een middel om mensen uit te nodigen in de ruimte van God op adem te komen, om handen en voeten te geven aan het Koninkrijk van God. Vormen en organisaties zijn nooit heilig geweest, dus we worden uitgenodigd om onze gewoonten, gebruiken en handelen langs de meetlat van het koninkrijk te leggen.sloop kerk

Heilige huisjes: predikant faciliteert ontkerkelijking?

Wanneer heilige huisjes mogen worden afgebroken, is het ook zinvol om ons te bezinnen op de rol en taak van de predikant. Het lijkt erop dat predikanten op twee manieren het proces van afnemende betrokkenheid van gemeenteleden vergemakkelijken. Weliswaar tegen wil en dank, maar ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat de inspanningen van predikanten op termijn averechts werken. Allereerst drukken de predikanten het zwaarst op de begroting. Het betekent dat het meeste geld dat wordt opgehaald met de Actie Kerkbalans binnenkerkelijk wordt aangewend. En dus ook de meeste energie. Niet dat dit perse een keuze is van de predikant. Van ons wordt verwacht dat we preken, pastoraat verzorgen, kringen starten, vergaderingen bijwonen – daar gaat vrijwel al onze tijd inzitten. Een direct gevolg van deze beweging naar binnen is, dat er weinig of geen ruimte overblijft om maatschappelijk actief te zijn, en met mensen op de rand of buiten de kerk in gesprek te raken. Een tweede ontwikkeling die de afnemende betrokkenheid van gemeenteleden vergemakkelijkt, is het mechanisme dat predikanten proberen die gaten dicht te lopen die in de gemeente ontstaan. Het vergroot echter ook de passiviteit in de gemeente en de afhankelijkheid aan de predikant. Hierdoor kunnen gemeenteleden veranderen in ‘leunstoelgelovigen’. Ze wachten tot de juiste persoon op het juiste moment de juiste  dingen zegt of doet. Ongewild kan de predikant bijdragen aan passiviteit en lauwheid in de gemeente. Sterker nog: de predikant kan zelfs een sta-in-de-weg worden voor nieuwe ontwikkelingen in de gemeente, zoals te lezen is in dit artikel.

Werken aan een actieve geloofsbeleving

Wat moeten we dan – met de kerk en met de predikant? Wanneer de predikant minder binnenkerkelijk actief is, nodigt zij/hij daarmee de gemeente uit om zelf op een fundamenteel niveau aan de slag te gaan. Het uitgedaagd worden om zelf onder woorden te brengen wat heilig voor je is, wat de betekenis en waarde van geloof en geloofsgemeenschap is, nodigt uit tot groei. Wanneer gemeenteleden zelf de verantwoordelijkheid dragen voor de kernactiviteiten, kan ook de mentaliteit misschien veranderen. Een deel van de kerkgangers en deelnemers aan activiteiten is nu afwachtend.  Chargerend: zij willen vermaakt worden. Wanneer je zelf een actieve bijdrage levert, verandert je visie op de geloofsgemeenschap omdat je er actief bij betrokken bent geraakt.

Predikant missionair inzetten

Voor de predikant blijft er meer ruimte over om voluit missionair aanwezig te zijn. Enerzijds een ondersteunende rol naar de gemeente die graag op eigen benen wil staan, anderzijds een vrije rol om te zoeken naar mogelijkheden om met zoekers in gesprek te komen.  Terug naar het ontstaan van de christelijke kerk: levende gemeenschappen met predikanten die op de grens van kerk en wereld hun tenten opzetten.