Tag Archives: gemeente

Zeven manieren om kerkgroei te voorkomen

9 okt

Er is de laatste jaren toenemende aandacht voor missionair gemeente-zijn. Steeds meer kerken en geloofsgemeenschappen raken doordrongen van het besef dat ze teveel naar binnen zijn gekeerd. Het contact met de samenleving, het gesprek met zoekers, anders- of niet-gelovigen en de praktische doorwerking van het evangelie in het dagelijks leven blijken vaak niet de sterkste punten van geloofsgemeenschappen. Lange tijd leek dit ook niet zo belangrijk. De kerken mochten rekenen op een redelijke belangstelling. De neerwaartse beweging werd al wel opgemerkt vanaf de jaren ’70 en ’80, maar veranderde het zelfbewustzijn van de kerken niet of nauwelijks.

Inmiddels is duidelijk dat er de krachtige beweging van – even voor het gemak – secularisatie de kerken niet onberoerd heeft gelaten. Enerzijds komt er een tegenbeweging van hoop tegen de klippen op. Mensen die zich inzetten voor het Koninkrijk van God, mensen die zich opnieuw en overtuigd verbinden met een geloofsgemeenschap. Verhalen van geloof, hoop en liefde. Anderzijds schieten ook veel geloofsgemeenschappen in de stress. Het is niet leuk om in een krimpende kerk te zitten. Soms zien betrokken gelovigen met lede ogen aan dat ondanks alle inzet, en ondanks weer een nieuw plan, dat de kerkgang, de onderlinge betrokkenheid en de relevantie van de kerk voor het geloof meer en meer afnemen.

In de Protestantse Kerk in Nederland is momenteel de derde landelijke missionaire ronde bezig. http://www.pkn.nl/missionair/werk/missionaire-ronde/Paginas/Default.aspx Opnieuw een goed en inspirerend initiatief  van die kleine, maar o zo energieke, missionaire werkgroep. Wat in ieder geval duidelijk wordt uit die rondes en uit de onderlinge contacten, is dat het lastig is om de route naar een bloeiende gemeente te vinden. Al nadenkend over welke elementen leiden tot missionair bewustzijn, gemeenteopbouw en groeiende presentie, kwam ik tot de ontdekking dat het veel eenvoudiger is om een aantal manieren te benoemen om kerkgroei te voorkomen.  Als je niet wilt groeien, doe dan het volgende:

lege-kerkbanken

1. Mopperen

Een goedwerkende manier om te voorkomen dat nieuwkomers zich prettig voelen in je gemeente, is mopperen. Dit mopperen kan zachtjes onder de dienst, maar kan ook tijdens de koffie aan de keukentafel of in de kleedkamer bij het sporten. Een gemeente waarover gemopperd wordt, is niet aantrekkelijk. De andere kant is dat mopperen een teken van betrokkenheid is. Mensen die mopperen maken zich zorgen over de koers van de gemeente of over ontwikkelingen. Wat zou er gebeuren als die energie positief zou worden aangewend?

2. Negatief zijn

Negativiteit zuigt als een spons alle energie op. Geloofsgemeenschappen zitten al snel in een soort spagaat. De inhoud en de vormen zijn vaak in de loop van de tijd uitgekristalliseerd. De gemeenteleden voelen zich thuis. Tegelijkertijd  vraagt geloof ook om beweging, om nieuwe energie. Een uitstekende manier om de kartrekkers en creatievelingen in de gemeente te ontmoedigen en een zwaarte te creëren is door negatief te reageren op voorstellen en op veranderingen. ‘Dat lukt toch niet’. ‘Wie zit daar nu op te wachten’. ‘Met alle respect, maar dat is natuurlijk niet haalbaar.’ De andere kant is, dat mensen die negatief zijn, graag een bloeiende gemeente zouden zien waar ze trots op kunnen zijn. Angst, (soms terechte) zorg en vast willen houden aan het vertrouwde, zorgen voor die begrijpelijke negatieve reacties. Maar wat zou er gebeuren dat de energie positief zou worden aangewend? Niet negatief, maar kritisch opbouwend meedenken?

3. Het opeisen van je eigen ruimte

Gasten, nieuwkomers, jongeren – wat ze gemeen hebben, is dat ze op een andere manier naar de geloofsgemeenschap kijken. Wanneer er geen ruimte is voor hun inbreng, en zij alleen kunnen kiezen om de aangeboden inhoud en vorm over te nemen, zal dat minder uitnodigend zijn. Een oprecht gesprek, een open dialoog een gemeende uitnodiging houdt ten diepste in dat je de moed hebt om iets van je eigen ruimte los te laten (inrichting kerkgebouw, tijdstip, muziek, vertrouwde vormen). Maar soms zit ons eigen ego ons behoorlijk in de weg. Een haast natuurlijke reactie op verandering is strijd om zelfhandhaving. Zou dat niet tot nieuwe energie kunnen leiden wanneer je niet je eigen ruimte opeist, maar enerzijds uitlegt wat voor jou heilig en belangrijk is, en anderzijds luistert naar de verlangens en het heilige van de ander?

4. Conflicten niet uitwerken

Zoals koude lucht een soufflé kan doen inzakken, zo slaat een onderhuids conflict de sfeer dood. Er ontstaat het gevoel dat je op eieren moet lopen, omdat in elk meningsverschil het niet uitgesproken conflict zomaar mee kan komen – met alle heftige emoties van dien. Een dergelijk onderhuids conflict creëert een angstige cultuur, waardoor nieuwe initiatieven, open gesprekken en kwetsbare gemeenteleden niet tot hun recht kunnen komen, of zelfs beschadigd raken. Wanneer je het aandurft om die diepe conflicten aan te gaan, ontstaat er die spannende ruimte waarbinnen groei en ontmoeting plaats kan vinden.

5. Niet meer meedoen

Het is natuurlijk een open deur, maar als je besluit om niet meer deel te nemen aan activiteiten en je niet langer te verbinden aan de geloofsgemeenschap, helpt dat niet om tot kerkgroei te komen. Jouw keuze heeft natuurlijk ook effect op je gezin, je partner en je vrienden. Zouden er andere manieren kunnen zijn om een weg te zoeken in je onvrede of je ongemak?

6.  Zakelijk denken zonder oog te hebben voor de geestelijke dimensie

Binnen kerkelijke geloofsgemeenschappen wordt het steeds gebruikelijker om zakelijk te denken. De nadruk op inkomsten en uitgaven, op het zakelijke zonder oog te hebben voor de geloofsdimensie, trekt een  zware wissel op creativiteit, nieuwe initiatieven en enthousiaste intuïtie. Vertrouwen op de Geest kan zomaar worden ontmoedigd. Het is goed om te beseffen dat achter het financiële beleid ook altijd een geloofsvisie schuil gaat.

7. Geestelijk denken zonder oog te hebben voor de zakelijke dimensie

Tot slot: de Geest kan waaien, maar sommige ideeën kosten gewoon geld of vragen om een structurele inbedding. Wanneer er geen aandacht en ruimte is voor de zakelijke kanten van een activiteit of idee, zal het een harde landing maken. Het is belangrijk dat je voorkomt dat een prachtig idee een zo zware financiële wissel gaat trekken op de geloofsgemeenschap, dat daardoor ook alle energie weggetrokken zal worden. Kortom: vindt een balans tussen de geestelijke en de zakelijke dimensie.

Misschien zouden we werk kunnen maken van die elementen die kerkgroei in de weg staan. Misschien blijft de kerk krimpen. Misschien moeten we het gebouw sluiten. Maar de onderlinge verbondenheid kan groeien – en dat is tot zegen.

Dilemma’s in de kerkenraad: pastoraal handelen en seksueel geweld

13 jun

 Door Alexander Veerman en Ruard Ganzevoort

(uit: Confessioneel – oktober 2002)

In de afgelopen jaren is er meer aandacht gekomen voor seksueel geweld. Na een rapport voor de synode van de Samen-op-Weg-kerken verscheen in 1999 een eerste handreiking voor gemeenten die daarmee geconfronteerd worden: Geschonden Lichaam . In twee artikelen gaan de schrijvers in op de dilemma’s waarmee een kerkenraad wordt geconfronteerd als er een klacht op tafel komt wegens seksueel misbruik. We beginnen met een (geanonimiseerde) casus.

bijbel in kerkbank

EEN CONCRETE ZAAK

In een kleine gemeente gaat het gerucht dat een vooraanstaand gemeentelid seksueel misbruik heeft gepleegd. De kerkenraad geeft twee ouderlingen de opdracht om het uit te zoeken. Dat ligt gevoelig omdat er minstens twee families bij betrokken zijn en omdat de aangeklaagde en diens familie centrale posities hebben in de gemeente en in het dorp. Er blijken in de loop van de tijd meer geruchten te zijn geweest. De ouderlingen raken overtuigd dat het misbruik werkelijk heeft plaatsgevonden, maar melden de kerkenraad slechts dat er een civiele procedure is aangespannen. Inhoudelijk vertellen ze niets in verband met het ambtsgeheim en de kerkenraad besluit te wachten op een gerechtelijke uitspraak. Als de rechtbank een schadevergoeding oplegt neemt de spanning toe. De aangeklaagde blijft ontkennen en vecht de interpretatie van de uitspraak aan. De kerkenraad is verdeeld. De ene ouderling herroept zijn eerdere conclusie; anderen blijven aandringen op maatregelen tegen de nu veroordeelde man. Het geloof in de kerk staat volgens hen op het spel. De sfeer in de kerkenraad, de kerk en het dorp wordt grimmiger. Voorstanders van maatregelen voelen zich bedreigd. Ook de predikant wordt in het conflict betrokken, met name door openbare scherpe en niet onderbouwde kritiek op zijn functioneren. Mede op advies van verschillende ouderlingen neemt die een beroep aan naar een andere gemeente.

Twee jaar zijn voorbij sinds de twee ouderlingen de geruchten onderzochten. De kerkenraad, gesteund door de rechtbank en de synode-uitspraak, roept de dader op tot erkenning. Als dat uitblijft wordt een tuchtprocedure gestart. De man onttrekt zich maar blijft de kerkdiensten bezoeken. Een besluit om hem uit de kerk te weren leidt tot onenigheid. Op een gemeentevergadering geeft de kerkenraad zeer summiere informatie uit angst aangeklaagd te worden wegens laster. Diverse gemeenteleden voelen zich onder druk gezet om het beleid te steunen. De zaak vraagt zoveel energie dat allerlei andere zaken blijven liggen. Niet steun van de classis en de consulent wordt op een tweede gemeentevergadering openheid van zaken gegeven. De kerkenraad vertelt van zijn dilemma’s en problemen en gemeenteleden mogen hun beleving verwoorden. Er ontstaat enig begrip als een gemeentelid op emotionele wijze vertelt dat hij vroeger ook misbruikt was en wat dit voor hem betekend heeft.

DILEMMA’S IN DE KERKEN RAAD

In deze beknopte beschrijving worden verschillende dilemma’s zichtbaar die een zware wissel trekken op de energie en incasseringsvermogen van de kerkenraadsleden. De kerkenraad moet ad hoc allerlei moeilijke besluiten nemen zonder de consequenties te kunnen overzien. In dit artikel proberen we daarvan te leren. We zien vier dilemma’s die niet alleen in deze gemeente spelen: er is een behoefte aan feiten maar geen toegang tot de feiten; er is behoefte aan geheimhouding en behoefte aan openheid; er is een oproep tot morele stellingname en de taak de dialoog tussen partijen gaande te houden; en de kerkenraad moet een proces begeleiden waarvan hij zelfcentraal deel uitmaakt.

1. Voor het vaststellen van de waarheid zijn feiten nodig, maar er is geen toegang tot de feiten

Een belangrijk probleem waar de kerkenraad tegenaan liep, was de vraag wat er echt gebeurd was. De verhalen stonden tegenover elkaar. Eerst werden de geruchten dan ook genegeerd, maar als dat niet meer lukt moet er met de betrokkenen gesproken worden. Hoewel de ouderlingen tot een conclusie komen, kunnen ze daar niet zoveel mee. Een van hen zegt: ‘Wij mogen niet op de stoel van de rechter gaan zitten. We hebben ook geen opsporingsbevoegdheid. En wij kunnen wel iets vinden, maar ieder ander kan ook iets vinden. En dan is het maar de vraag, als er geen bekentenissen en zo zijn, en het is zo wazig als het hier lag, dan vind ik in dit soort zaken, dat je op safe moet spelen’.

De kerkenraad kiest voor een juridische invalshoek. Dat lijkt voor de hand te liggen maar maakt het wel moeilijk. Het leidt tot afwachten en stelt de vraag in termen van waarheidsvinding waartoe de kerkenraad geen mogelijkheden heeft. Dat gaat ook ten koste van de zorg voor de betrokkenen.

Kan het anders? Als de kerkenraad inzet bij de zorg voor mensen kunnen de verhalen die verteld worden serieus genomen worden. De klaagster en haar familie vertellen dat zij zich niet veilig voelen. De aangeklaagde ontkent, bagatelliseert en eist dat zijn naam gezuiverd wordt. In een pastorale benadering staat niet de rechtsvraag voorop, maar de zorgvraag. Het gaat dan ook niet direct om tuchtmaatregelen, maar om het scheppen van veiligheid. Dat heeft alles te maken met macht en ruimte. ‘De vraag is dan aan de orde hoe de kerkenraad kan bijdragen aan het doorbreken van de machtsverhouding, aan het scheppen van een veilige ruimte waarin de vrouw op adem kan komen… Een eerste stap hier kan zijn om (tijdelijk) de vrouw te bevrijden van de lijfelijke aanwezigheid van de man’. In een pastoraal traject is de fundamentele vraag niet langer wie de waarheid spreekt, maar hoe een kerkenraad recht kan doen aan de verhalen van betrokkenen met alle tegenstrijdigheden. Als een kerkenraad dan moet kiezen doet ze dat niet (alleen) op juridische gronden, maar (ook) vanuit pastorale, theologische en ethische overwegingen.

2. Geheimhouding is geboden, ‘naar de gemeente moet worden geinformeerd.

Een tweede dilemma ligt tussen geheimhouding en openheid. Hoewel de onrust in de gemeente een belangrijke reden was om de geruchten op de agenda te zetten, zoekt de kerkenraad zo lang mogelijk een interne oplossing. De twee afgevaardigde ouderlingen voelden zich gebonden aan het ambtsgeheim: ‘We hebben wel de juridische stand van zaken verteld, maar verder hebben we niet verteld wat we gehoord hadden. Dat vonden we ambtsgeheim, en de kerkenraad vond dat ook’.

Dé kerkenraad komt hierdoor niet tot handelen. Het (op zich belangrijke) ambtsgeheim blokkeert het gesprek in de kerkenraad en met de gemeente. Het gevolg is dat de geruchten toenemen en de onrust groot blijft. Dat dwingt de kerkenraad op gemeentevergaderingen in te gaan op de situatie. De gemeente heeft informatie en inzicht nodig, maar de kerkenraad moet wel zorgvuldig omgaan met de betrokkenen. In deze casus speelt bij openbaarmaking ook nog de angst mee voor een klacht wegens smaad.

Dit dilemma heeft te maken met loyaliteit. De kerkenraad wordt geconfronteerd met drie perspectieven: het (vermeende) slachtoffer met zijn of haar behoefte aan veiligheid en erkenning; daartegenover de (vermeende) dader met zijn of haar ontkenning of zelfrechtvaardiging; daartussenin de mensen die uitzijn op harmonie en vrede. Als de spanning te lang aanhoudt, wordt vaak de druk op het slachtoffer opgevoerd. Als die immers haar of zijn verhaal afzwakt kan de harmonie weer hersteld worden.

Bij de afweging rond geheimhouding en openheid is het voor de kerkenraad belangrijk om deze perspectieven te wegen. Het gaat niet alleen om principes van ambtsgeheim en delen met de gemeente, maar ook om de vraag welke stem door het beleid bekrachtigd en welke stem het zwijgen wordt opgelegd; van wie de belangen worden gediend en van wie de macht wordt hersteld of in stand wordt gehouden.

3. Er is een oproep tot morele stellingname, maar ook de taak de dialoog tussen de partijen gaande te houden tussen de partijen gaande houden.

Een derde dilemma waarmee de ouderlingen te maken kregen, was het dilemma tussen een morele keuze en de dialoog tussen de partijen. Vanuit hun rol als ouderling ervaren beide ouderlingen een grote verantwoordelijkheid naar de slachtoffers, maar ook naar de gemeente. De zorg voor de gemeente woog voor een van hen extra zwaar toen hij voorzitter van de kerkenraad was. Terwijl sommigen druk uitoefenden op de kerkenraad om tot een oordeel te komen, richtte de voorzitter zich op het handhaven van de eenheid in de kerkenraad.

Ditzelfde kunnen we herkennen in de communicatie van kerkenraad naar gemeente. De eerste gemeentevergadering had vooral tot doel om de eenheid van de gemeente te waarborgen en als kerkenraad het vertrouwen van de gemeente te krijgen. Het dilemma hangt samen met de vraag of het alleen gaat om seksueel geweld, of dat de kerkenraad zich moet bezig houden met de cultuur en de structuur van de gemeente. Wanneer een kerkenraad te maken krijgt met seksueel geweld binnen de gemeente, komen vaak latente tegenstellingen en verborgen conflicten aan het licht. Het seksueel misbruik is ingebed in de machtsverhoudingen in de gemeente, en in het conflict daarover staat de identiteit en het voortbestaan van de kerk zelf op het spel. In de gemeente van de casus zijn (zoals zo vaak) verschillende tegenstellingen merkbaar. Er zijn drie duidelijke groepen: de liberalen, een grote grijze middengroep, en een groep evangelischen / confessionelen. De liberalen hebben in dit dorp een historisch gegroeide en verankerde invloedrijke positie. De grote middengroep bestaat vooral uit mensen die geboren en getogen zijn in het dorp en van huis uit geleerd hebben de notabelen te respecteren. De groep andersdenkenden bestaat voor een groot gedeelte uit mensen die van elders gekomen zijn en die werken in de nabijgelegen stad. De eerste groep blijkt een belangrijke stempel te drukken op het kerkelijk beleid.

Op de achtergrond spelen conflicten over de koers van de kerk een belangrijke rol. Het conflict over het seksueel misbruik leidt tot partijvorming. Ogenschijnlijk verdelen de partijen zich langs de lijn van de stromingen. Zo lijkt het liberale gedeelte in deze gemeente vooral de aangeklaagde te steunen, en lijkt het evangelische / confessionele gedeelte voornamelijk de kant van de klaagster te kiezen. De grote middengroep kiest voor vrede en harmonie en dringt aan op verzoening en vergeving. (Dat kan natuurlijk in andere gemeenten anders lopen, maar ook dan spelen onderliggende verschillen door in de partijvorming.) Door de partijvorming ontstond er wel een nieuw soort saamhorigheid: ‘Je hoort op een gegeven moment bij een bepaalde groep, en dat geeft verbondenheid. Dat is altijd al zo geweest. Dus in die zin was er meer saamhorigheid’. Door de conflicten tussen de partijen ervaren de aanhangers van een bepaalde groep onderling steeds meer solidariteit, terwijl de afstand tussen de verschillende groepen groter wordt. De verdeeldheid in de gemeente lijkt onoplosbaar.

Als de kerkenraad het seksueel misbruik aan de orde stelt lijkt er een oncontroleerbare dynamiek te worden losgemaakt. De tegenstellingen en machtsverhoudingen verwijzen naar een dieper liggende oorzaak van het seksueel geweld en de conflicten. Tegelijk echter kunnen de conflicten tussen de groepen functioneren als een rookgordijn dat afleidt van de concrete zaak. Het wordt in elk geval moeilijk om zowel de concrete problematiek als de onderliggende structuur recht te doen.

De grote uitdaging is dan om te zoeken naar een gemeenschappelijke taal. Uiteindelijk zal het doel toch zijn om opnieuw tot verstaan van elkaar te komen. Daarvoor moeten de twee lagen wel steeds onderscheiden worden. Pas als dat consequent gebeurt, kan de kerkenraad stelling nemen in de concrete situatie van seksueel geweld en toch de dialoog gaande houden tussen de verschillende stromingen in de gemeente.

4. De kerkenraad moet een proces begeleiden waar hij zelf centraal deel van uitmaakt.

Het laatste dilemma hangt samen met het gegeven dat de kerkenraad zelf een speler in het spel is. Dat betekent dat ook binnen de kerkenraad de spanning en verdeeldheid gevonden wordt. Dat maakt het zeer ingewikkeld om aan het proces goede geestelijke leiding te geven. Zeker na het vertrek van de predikant mist de kerkenraad een leider, die kan bemiddelen in het steeds hoger oplopend conflict. In die periode viel ook het periodiek aftreden van de voorzitter en enkele andere ambtsdragers. Door dergelijke veranderingen in de kerkenraad bleven conflicten liggen of werden ze juist opgerakeld. Bovendien werd het moeilijk om iemand bereid te vinden het voorzitterschap op zich te nemen. Degenen die dat wel een periode deden werden emotioneel zwaar belast, niet alleen door de gebeurtenissen als zodanig, maar ook omdat veel onvrede zich op hen richtte en zich uitte in beschuldigingen.

Eerder werd al beschreven dat er ook een verborgen communicatie is in de kerkenraad en de gemeente. Dat betekent dat kerkenraadsbesluiten niet altijd werden opgevolgd. In die verborgen circuits spelen juist de machtige gemeenteleden op de achtergrond een grote rol, zoals in deze casus gold voor de aangeklaagde.

De enige uitweg in conflicten met een dergelijke diepgang ligt dan ook in het inschakelen van begeleiding van buitenaf. Doordat de kerkenraad niet meer goed functioneert, is de gemeente feitelijk stuurloos geworden. In de casus bleek hulp van classis en consulenten onontbeerlijk om een stap te kunnen zetten op de weg naar herstel. Voorwaarden voor een goede externe begeleider zijn deskundigheid en mandaat. Dat laatste moet dan ook wel door de kerkenraad worden verleend.

CONCLUSIE

Seksueel geweld binnen de gemeente brengt dilemma’s mee waardoor de kerkenraad verlamd raakt. Niet alleen raakt de dagelijkse gang van zaken hierdoor gefrustreerd; ook kan het tot gevolg hebben dat juist de meest beschadigde mensen het onderspit delven. Uitwegen uit de dilemma’s kunnen gevonden worden in het voorrang geven aan een pastorale boven een juridische invalshoek; in het meewegen van de verschillende perspectieven en de daarmee samenhangende motieven en belangen; in het onderscheiden van een duidelijke stellingname in de concrete zaak en het zoeken van dialoog bij de onderliggende Partijvorming; en in het inschakelen van goed toegeruste bovenplaatselijke organen. Zo kan gebouwd worden aan een gemeente van Christus waar heil en recht gevonden wordt.

(uit: Confessioneel – ll4ejaargang nummer 18-10 oktober 2002)

Geschonden lichaam. Pastorale gids

31 mei

In 2000 kwam het boekje van Ruard Ganzevoort en mij uit: Geschonden lichaam. Pastorale gids voor gemeenten die geconfronteerd worden met seksueel misbruik.

(Uit de inleiding:) Dit boek gaat over kerkelijke gemeenten die geconfronteerd worden met seksueel geweld. Wie alleen de krant leest beseft al hoeveel dat er moeten zijn in Nederland. Waarschijnlijk is nog slechts het topje van de ijsberg bekend. Uit betrouwbare statistieken mag worden geconcludeerd dat minstens tien procent van alle Nederlanders (mannen en vrouwen) slachtoffer is gemaakt van seksueel misbruik. Een rapport van het ministerie van justitie meldt dat 45 % van de Nederlanders zelf slachtoffer is (geweest) van structureel geweld in de huiselijke kring. Er is geen reden om aan te nemen dat in kerkelijke kring de cijfers lager liggen.

Dat betekent dat dit boek gaat over elke kerkelijke gemeente. Ook als een gemeente het zelf niet beseft, heeft ze hoogstwaarschijnlijk slachtoffers van seksueel geweld in haar midden. Even waarschijnlijk is het dat er zich daders onder de gemeenteleden zijn. In de kerkdiensten en de andere activiteiten nemen  daders en slachtoffers deel. Op het catechisatie-uur komen kinderen en jongeren die – misschien diezelfde dag nog – seksueel misbruikt, lichamelijk mishandeld of psychisch beschadigd worden. In de kerkenraad, commissies en werkgroepen
treffen we mensen aan die hun geheim pijnlijk meedragen. Op de kansel of achter het orgel staat of zit iemand die slachtoffer en / of dader zou kunnen zijn.

Opvallend genoeg is er echter in de meeste gemeenten, kerkverbanden en predikantsopleidingen geen structurele aandacht voor dit gegeven. Een aantal kerkverbanden heeft procedures opgesteld voor het geval een ambtsdrager beschuldigd wordt van seksueel misbruik. Voor het overige moet telkens opnieuw het wiel worden uitgevonden. Wanneer een gemeente wordt geconfronteerd met seksueel geweld, wordt onder grote tijdsdruk en emotionele spanning een ad hoc beleid geformuleerd, in het beste geval met adviezen van de eerste deskundige die
voorhanden is. Die deskundige hoeft echter nog geen inzicht te hebben in de bijzondere situatie van een kerkelijke gemeente.

Kortom: er is behoefte aan meer inzicht en structuur om op een goede manier als gemeente te kunnen functioneren wanneer zich een zo ingrijpende confrontatie voordoet. Dit boek wil daar aan bijdragen. Het is bedoeld voor predikanten, kerkenraden en gemeenteleden die willen werken aan een zorgvuldig beleid. Het boek is gebaseerd op onderzoek naar de verbanden tussen seksueel misbruik en geloof en uit contacten met gemeenten die met seksueel misbruik werden geconfronteerd.
Het boek is voortgekomen uit een nota voor de gezamenlijke synoden van de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden. In januari 1999 bespraken zij het kerkelijk beleid rond seksueel misbruik. Op tafel lag daartoe – naast het rapport ‘Godsdienst en Incest’ – de nota ‘Schuilplaats in de wildernis.’ Deze laatste nota over kerkelijk beleid rond seksueel misbruik was door ons samen met drs. J.G.K. Littooy geschreven in opdracht van de Dienst KTO
(Kerkopbouw, Theologie en Opleiding) van de Samen-op-Weg kerken. De synoden besloten onder meer de nota uit te laten werken en ter beschikking te stellen van de kerken en gemeenten.

Voor de uitwerking hebben we met name de concretisering naar de praktijk van de plaatselijke kerken en gemeenten op het oog gehad. Wat gebeurt er in en met een gemeente wanneer men wordt geconfronteerd met seksueel geweld? Hoe kan een kerkenraad daar zorgvuldig mee omgaan? Wat kunnen betrokken gemeenteleden doen? Hoe kan een gemeente door een zo pijnlijk proces heen begeleid en opnieuw opgebouwd worden? Om op deze vragen een antwoord te vinden hebben we gebruik gemaakt van de deskundigheid van diverse mensen die
daar direct bij betrokken zijn. In de achterliggende periode is aan zowel leidinggevenden in de kerk als hulpverleners als direct betrokkenen gevraagd om hun ervaringen met seksueel geweld, geloof en pastoraal beleid voor ons op papier te zetten. Ons past dan ook hen hartelijk te danken voor hun waardevolle bijdrage. We zijn blij dat zowel uit de Samen-op-Weg kerken als uit andere kerken en groepen mensen wilden meedenken.

Dit is geen neutraal boek. Voor ons als schrijvers niet, omdat we allebei – op verschillende wijze – betrokken zijn bij de problematiek en geraakt zijn door de schade die door seksueel geweld kan worden aangericht. Ook voor de kerken is het geen neutraal boek. De synoden spraken immers nadrukkelijk uit: ‘Seksueel misbruik is zonde: kwaad in Gods ogen en onrecht tegenover de medemens.’ En: ‘De kerk dient onomwonden te kiezen voor de slachtoffers van seksueel misbruik.’ In het gebruik van bepaalde woorden komt al direct een gekozen
gezichtspunt mee. We spreken niet in neutrale termen, maar hebben het over misbruik, daders, slachtoffers enzovoorts. In het vervolg zullen we dit wel toelichten en nuanceren, maar de principiële keuze blijft ons leiden. Daarmee zijn de vragen voor de praktijk natuurlijk niet beantwoord. Deze principiële stellingname moet bij elke uitwerking worden meegenomen. Op die manier kunnen we zorgvuldig met daders en slachtoffers omgaan. Tenslotte is het voor u als lezer geen neutraal boek. Wellicht leest u het vanuit een persoonlijke betrokkenheid (direct of indirect). In elk geval laat het onderwerp niemand onberoerd.

De tekst van het boekje vind je hier: http://www.ruardganzevoort.nl/pdf/2000_Geschonden_lichaam.pdf

geschonden lichaam

 

De pastorale gids opent met een gedicht van Esther:

Op vleugels van vloeibaar vuur
word ik gedragen
pijn doet de liefde van mensen om mij heen
zij willen mij niet laten
stilvallen
geven wat ik mijzelf ontneem
bestaansrecht
geloven dat ik ben
kwetsbaar mens
wanhopig ook
Op vleugels van vloeibaar vuur
van pijn en woede over hoe het was
dat uitloopt in doodse loopgraven
waarin ik schuilga
en wacht
Esther

Het zegenen van andere levensverbintenissen – het proces in de gemeente

10 apr

Deze tekst is gebruikt als inleiding op de gemeenteavond van de Protestantse Gemeente ’t Harde

Inleiding

Het is vandaag een bijzonder en belangrijk moment voor onze gemeente. Op deze gemeenteavond zal de kerkenraad horen wat de gemeente vindt van het zegenen van andere levensverbintenissen dan het huwelijk tussen man en vrouw. In deze inleiding wil ik graag een schets geven van het proces in onze gemeente, nogmaals het doel van de dialoog onder het voetlicht brengen en de uitkomsten van de gesprekken en informatieavonden, die tot nog toe hebben plaats gevonden, op een rij zetten.

Vooraf zou ik graag twee opmerkingen willen maken. De eerste is dat we niet spreken over een theoretische kwestie die we interessant of lastig kunnen vinden, maar we spreken over onze medemensen, mensen met een geschiedenis, verlangens, vragen en zoeken. Als het voor ons slechts een  zaak is, lopen we het risico om onze medemensen nodeloos te kwetsen en te beschadigen. De tweede opmerking ligt een beetje in dit verlengde. Het spreken over het zegenen van homoseksuele relaties roept bij velen pijn op. Al snel zijn er twee kampen te onderscheiden: voor en tegen. Wat beide kampen gemeenschappelijk hebben, is dat het gesprek hen dicht op de huid komt, en dat zij pijn kunnen oplopen in de discussies die ontstaan. Je opent immers iets van jezelf wanneer je aangeeft wat voor jou heilig is en wat niet opgegeven mag worden. Dat maakt je kwetsbaar en daarin kun je dan ook al snel je gekwetst voelen. Misschien verklaart dat voor een deel ook wel de scherpte van de discussies. Toch is het goed om te bedenken dat de pijn wel verschillend is: voor onze homoseksuele gemeenteleden en hun naasten is het proces in onze gemeente uitermate spannend. Spreken over homoseksualiteit gaat over de identiteit van medemensen. Gekwetst worden in de kern van je mens-zijn kan diepe sporen achterlaten. Het is goed en uitermate belangrijk om met elkaar van gedachten te wisselen en om je visie en vragen te verhelderen, en tegelijkertijd rekening te houden met elkaar.

Moeten we het hier over hebben?

Voor sommigen komt de vraag naar het zegenen een beetje uit de lucht komt vallen. Waarom moeten we het er over hebben? Het is een lastig onderwerp en het geeft zo snel gedoe. Je hoeft alleen maar de discussies op internet te volgen om te zien dat vragen en opmerkingen rond homoseksualiteit de gemoederen enorm bezig houden, en de emoties hoog oplopen. In sommige geloofsgemeenschappen geldt dan ook het devies om het gesprek maar niet aan te gaan: het brengt immers alleen maar verwarring en onrust in de gemeente.

De kerkenraad heeft echter anders besloten, en dat is om drie redenen een gelukkige keuze. Allereerst is de samenleving in beweging. De ontwikkelingen in de cultuur, in de samenleving en in de  kerk mogen niet genegeerd worden, maar vragen om een reactie van ons als plaatselijke geloofsgemeenschap. Of we het nu leuk vinden of niet, de visies op verbondenheid, homoseksualiteit, huwelijk en relaties zijn de afgelopen decennia veranderd. Wij hebben ook als gemeente er behoefte aan om die ontwikkelingen te verhelderen en te duiden. Negeren is geen optie. Hoe moeten we die inschatten?

Daarnaast is er ook een kerkordelijke noodzaak. In de kerkorde die is opgesteld met de fusie van de Lutherse, Hervormde en Gereformeerde kerken is de mogelijkheid opgenomen om ook andere levensverbintenissen dan het huwelijk tussen man en vrouw te zegenen. Mocht een gemeente over willen gaan tot het zegenen van andere relaties dient eerst middels een gemeenteberaad de gemeente gehoord te worden. Aangezien de mogelijkheid in de kerkorde geboden wordt, zou eigenlijk elke plaatselijke gemeente dit gesprek moeten voeren om te weten waar de gemeente staat.

Tot slot: we hebben de gemeente hoog. In onze identiteit spreken we over veelkleurigheid en ruimte om onze gemeente te karakteriseren. Het is een identiteit die uitnodigt tot gesprek, tot ontmoeting. Ook spannende en ingewikkelde ontwikkelingen bieden een mogelijkheid om als gemeente te groeien in verbondenheid en ruimte. Het past ons niet om de kop in het zand te steken bij moeilijkheden, maar om het juist aan te gaan. Als kerkenraad hebben we de gemeente hoog. Het laatste wat de kerkenraad wil, is een besluit erdoor drukken. Als kerkenraad zijn we vertegenwoordigers van de gemeente – gemeenteleden met een bijzondere taak. Niet boven de gemeente, maar als gemeenteleden naast elkaar. Het is goed om te noemen dat de kerkenraadsleden als vrijwilligers belangeloos vele uren in het kerkenwerk steken. Omdat de kerk hen aan het hart gaat.

Het proces in onze gemeente

Gezien de noodzaak om het zegenen van andere relaties in gesprek te brengen, besloot de kerkenraad vorig seizoen om een traject uit te zetten voor onze gemeente. We hebben ons in deze fase laten voorlichten door de gemeenteadviseur Bea Mulder. Als kerkenraad hebben we ingezet op de dialoog – het gaat er niet om dat we elkaar weten te overtuigen van het eigen standpunt, maar om tot wederzijds begrip te komen. Dit is een belangrijke keuze die voortkomt uit onze visie op gemeente-zijn. Deze visie is dus niet dat alle neuzen altijd dezelfde kant op staan, en dat we allemaal hetzelfde vinden en geloven. Deze visie houdt in dat juist in de veelkleurigheid en in de verschillen iets mag oplichten van het unieke van onze geloofsgemeenschap. Door de verschillen worden we uitgenodigd om het eigene van ons geloof en onze visie onder woorden te brengen en te delen. En dat is tot opbouw. Dat geldt ook voor het gesprek over het zegenen van levensverbintenissen: we weten dat er verschillen zijn en dat het gesprek ons dicht op de huid komt. Hoe kunnen deze verschillen tot opbouw van onze gemeente zijn en hoe kunnen we elkaar vasthouden om samen gemeente te zijn?

Welke stappen hebben we gezet?

–        Voorbereiding met Bea Mulder

–        Dialoog in de kerkenraad

–        Brochure naar alle adressen (voor geïnteresseerden die niet over de brochure beschikken, maar die wel zouden willen ontvangen: stuur even een mailtje naar a.l.veerman@pgtharde.nl en je ontvangt de brochure digitaal. We hebben overigens dankbaar gebruik gemaakt van het materiaal van PG Marknesse.

–        Twee dialoogavonden voor vrijwilligers

–        Twee informatieavonden met Bea Mulder en met  Ruard Ganzevoort

–        Dialoogavond voor gemeenteleden

–        Verslaglegging in kerkblad en mogelijkheid om met predikant en kerkenraad in gesprek te gaan

Er waren nog enkele vragen over de verstrekte informatie, omdat het als gekleurd over kwam. Het verwijt is dat de brochure naar het erkennen van homoseksuele relaties is toegeschreven. De kerkenraad is echter van mening dat deze opvatting niet juist is. We hebben geprobeerd om een evenwichtige brochure samen te stellen; het hoofdstukje over ‘wat staat er op het spel’ is hier een voorbeeld van. Aan de andere kant is de gedachte niet raar. Decennialang was ruimte voor homoseksualiteit niet bespreekbaar, dus het vraagt uitleg waarom het nu wel ineens bespreekbaar zou moeten zijn.

Wat kunnen we over de stappen zeggen, die we tot nog toe gezet hebben. Wat heeft het opgeleverd? Misschien is het goed om de kernpunten uit de twee lezingen van Bea Mulder en Ruard Ganzevoort nog even in herinnering te brengen.

In haar inleiding ging Bea Mulder in op de betekenis van het zegenen. Daarnaast formuleerde ze  vier punten die richtinggevend zouden moeten zijn om een relatie te beoordelen, nl. verantwoord leven (leven als antwoord naar God), mensen moeten elkaar tot hulp zijn, duurzaam en blijvend verbond, en de wens om lief te willen hebben en de trouw die daaruit volgt. Niet de geaardheid zou leidend moeten zijn, maar de aard en kwaliteit van de relatie.

Ganzevoort ging in zijn lezing nader in op de spanning tussen kerk en homoseksualiteit. Hij stelt dat de discussie over homoseksualiteit is een beladen thema geworden, omdat het een identity marker is geworden in het spanningsveld tussen kerk en wereld. Homoseksualiteit wordt niet meer opgevat als een persoonlijk thema, maar als een antwoord op de vraag of iemand liberaal of orthodox is. Het is spijtig dat deze discussies zo met elkaar verweven zijn geraakt. Hierdoor kan de discussie mensen verwonden en dus onrecht veroorzaken. Het gaat immers om persoonlijke verhalen van concrete mensen. De vraag die leidend zou moeten zijn is: hoe gaan we met elkaar om?

Daarnaast stelt Ganzevoort dat de woorden die in de Bijbel gebruikt worden minder vanzelfsprekend zijn dan in eerste instantie gedacht. Homoseksualiteit kent drie lagen: identiteit (seksuele aantrekking tot eigen geslacht), gevoelens en gedrag.  In de Bijbel gaat het alleen om de derde laag: die van de handelingen en het gedrag.

Daarnaast heeft het begrip ‘huwelijk’ een grote ontwikkeling doorgemaakt. De romantische dimensie van het huwelijk zoals wij die kennen, heeft pas in de laatste twee eeuwen ruimte gekregen. In de Bijbel gaat het over een sociaal contract waarin eigendomsrechten, veiligheid en voortplanting werd geregeld. De sociale uitwisseling was daaraan ondergeschikt. Ook zouden de veel aangehaalde Bijbelteksten minder eenduidig zijn bij nader onderzoek.

De kernvraag van Ruard Ganzevoort heeft uiteindelijk betrekking op gemeente-zijn. Kan een geloofsgemeenschap een inclusieve gemeente zijn, waar iedereen een plek heeft en gewaardeerd wordt?

Uit de dialoogavonden en besprekingen kunnen we de conclusie trekken dat in onze gemeente de spanning zich met name richt op het openstellen van het huwelijk voor mensen van hetzelfde geslacht en op het zegenen van homoseksuele relaties. In de gesprekken werd aangegeven dat homoseksualiteit als zodanig door vrijwel iedereen als een gegeven wordt aanvaard. Homoseksualiteit is niet een keuze, en deze geaardheid laat zich ook niet weg bidden, maar blijkt al bij de geboorte aanwezig te zijn. Gezien het gegeven dat homoseksuelen door God geschapen zijn, mag je hen ook geen relaties onthouden. Het openstellen van het huwelijk roept echter bij een deel van de gemeente grote vragen op. Verwezen wordt naar de scheppingsorde, en de instelling van het huwelijk. Wanneer de kerk over zou gaan tot zegenen, legitimeert de kerk een handelswijze die ten diepste niet Bijbels is. De expliciete veroordelende Bijbelteksten over homoseksualiteit zijn in de beeldvorming sturend.

De andere lijn die uit de besprekingen naar voren is gekomen, richt zich meer op het erkennen van de ander vanuit de liefde die Gods gemeente kenmerkt. Ook leeft de veronderstelling dat het onthouden van de zegen een oordeel inhoudt over de relatie.

Niet uniek

Het zoeken en misschien worstelen in onze gemeente is een proces dat op dit moment in vele geloofsgemeenschappen en op vele niveaus plaatsvindt. In kranten en op weblogs is er relatief veel aandacht voor verhalen rond homoseksualiteit. Drie dingen vallen mij hierin op: allereerst hoe lastig en zwaar het kan zijn om in onze samenleving homoseksueel te zijn. ‘Uit de kast komen’ kost vaak ontzettend veel. Op school, op straat, met sporten en in families is vaak sprake van een uitgesproken of onuitgesproken veroordeling. Door de vijandigheid of weerzin bij een deel van de samenleving kan het homoseksueel zijn als een last worden ervaren. Het aantal homoseksuele jongeren dat zelfdoding overweegt, ligt beduidend hoger dan onder heteroseksuele leeftijdsgenoten. Het tweede dat opvalt, is vaak de enorme felheid in reacties. Dat maakt me echt verdrietig – soms schaam ik me voor sommige harde en oordelende reacties met een beroep op God, Bijbel en geloof. Zou dat niet anders kunnen en moeten?

Het derde dat mij opvalt is dat er geen absolute en overtuigende verhalen te vertellen zijn. Er zijn mensen die vertellen dat zij vroeger homoseksueel waren, maar nu gelukkig heteroseksueel getrouwd – en andersom. Er zijn mensen die vertellen dat ze eerst fel tegen homo’s waren, tot hun zoon of dochter homoseksueel bleek te zijn. Er zijn homoseksuelen die uit christelijke overtuiging kiezen voor een solitair leven. Er zijn homoseksuele christenen die in liefde en trouw zich verbonden hebben met een partner. Waar deze persoonlijke verhalen gaan schuren, is wanneer ze absoluut worden gemaakt, tot norm verheven. “Ik heb dit meegemaakt, dus nu moet iedereen het op deze manier doen…”

Wat in ieder geval duidelijk wordt in al die publicaties en die verhalen, is dat de visie op homoseksualiteit en de Bijbel blijkbaar minder vast staat dan lang gedacht is. Inmiddels zijn er in allerlei kerkgenootschappen – reformatorisch, evangelisch en veelkleurig – mensen die aangeven zowel homoseksueel te zijn als gelovig. Ook die ontwikkeling zet aan tot nadenken en heroverwegen.

Graag zou ik nog de aandacht willen vestigen op een verhaal dat onlangs op internet rond ging: Paul Bailey heeft zich als eerste voorganger van een Britse pinkstergemeente van christenen van Afrikaanse of Caribische afkomst publiekelijk uitgesproken voor het huwelijk van paren van gelijk geslacht. De predikant maakte dat bekend in een interview in het blad Keeping The Faith.

In het interview zegt Bailey dat hij zijn visie op het homohuwelijk heeft gevormd na langdurige Bijbelstudie en jarenlang pastorale werk met homoseksuelen. De Bijbel spoort christenen aan om mensen die in de samenleving gemarginaliseerd worden te ondersteunen – en dat geldt volgens Bailey ook voor paren van gelijk geslacht.

Maar wat ik interessanter vind, is de reactie van de directeur van de Babtistengemeenten in Londen: in een reactie laat predikant David Shosanya – directeur van de London Baptist Association – weten de opvattingen van Bailey niet te delen, maar hij benadrukt dat het belangrijk is dat christenen van Afrikaanse of Caribische afkomst over kwesties zoals seksualiteit en het homohuwelijk met elkaar in debat gaan. “Hoe we in dat debat omgaan met verschillen in opvatting is een indicatie van onze volwassenheid en wellicht nog belangrijker als uitdrukking van ons christen-zijn”, zegt Shosanya. “We kunnen van mening verschillen met Bailey – die ik goed ken – maar ik weiger om mijn broeder daarom te demoniseren.”

Waar brengt dit proces ons?

Wat we als kerkenraad belangrijk vinden, is om te zoeken naar hoe we vorm kunnen geven aan veelkleurig gemeente kunnen. We hebben in de jonge geschiedenis van de Protestantse Gemeente ’t Harde al veel aan de orde gehad. Als fusiegemeente hebben we aan elkaar moeten wennen – en misschien nog wel. Er zijn gemeentezaken veranderd en soms verdwenen, andere zaken zijn er soms ook wel weer voor in de plaats gekomen. Waar we nog in kunnen groeien, is in het delen van geloof, hoop en liefde. Elkaar leren verstaan.

Als het gaat om het zegenen van andere levensverbintenissen is in mijn beleving niet de doelstelling om allemaal hetzelfde te vinden, om elkaar te overtuigen. Dat leidt tot scherpe discussies, verwijdering en uitsluiting. De vraag aan onze gemeente is: hoe kunnen we een inclusieve gemeente zijn, waar voorstanders en tegenstanders samen hun plek mogen vinden – niemand uitgesloten.

Op één van de dialoogavonden heb ik het voorbeeld gebruikt van een zeilschip. De zwaarden aan de zijkanten sturen het schip. Wanneer één van beide zwaarden zou ontbreken, zal het schip geen koers meer kunnen houden. Een kerk heeft mensen nodig die verkennen, veranderingen voorstellen en vernieuwen, en mensen die met een beroep op de traditie vorm geven aan de identiteit van de kerk door de eeuwen heen.

Dat we zo samen gemeente mogen zijn.

Is de kerk niet beter af zonder dominee?

21 mrt

Kerk in zwaar weer

De negatieve berichten over de kerkelijkheid in Nederland volgen elkaar in hoog tempo op. Vrijwel alle kerkgenootschappen hebben te maken met een dalend ledenaantal. De mainstream kerken vinden niet of nauwelijks gehoor bij de jongere generaties. Ambtsdragers in de Protestantse Kerken vergrijzen. Honderden Katholieke en Protestantse kerkgebouwen zullen hun deuren moeten sluiten. En ondertussen lukt het ons als Protestantse Kerk in Nederland maar niet om een passend antwoord te vinden op de geweldige uitdaging waar we ons voor geplaatst zien.

Waardevolle ervaringen

Natuurlijk, er is ook die andere kant. De ‘kleine’ verhalen. De goede pastorale gesprekken, de uitvaartdienst die ondanks alles toekomst heeft geopend. Een kerkelijke viering die een verandering heeft bewerkstelligd. De maatschappelijke bewogenheid van de plaatselijke kerk. En daarnaast: er is een uitstekende, enthousiasmerende en bewonderenswaardige missionaire beweging op gang gebracht vanuit de landelijke kerk. De twee missionaire rondes, en het initiëren van 100 pioniersplekken zijn prachtige initiatieven die hopelijk ook tot een hernieuwd elan zullen leiden.

schaap

Zorgen om de toekomst

Maar in veel plaatselijke kerken wordt er ondertussen geworsteld met een gestage terugloop in het kerkbezoek, toenemende moeite om vrijwilligers te vinden, een zeker gemis aan enthousiasme en een verslechterende financiële positie. Dit heeft drie ernstige gevolgen: allereerst een verlies van energie. De mensen die zich wel bekommeren om de geloofsgemeenschap zien hun inspanningen niet beloond. Hoe hard ze ook lopen, ze kunnen het tij niet keren. Daarnaast is een logische reflex om wat er nog beschikbaar is aan middelen en menskracht in te zetten om te redden wat er nog te redden valt aan de geloofsgemeenschap. Tot slot: wanneer een gemeente zo worstelt, is het geen aantrekkelijke gemeente om lid van te worden. Zoekers kijken om het hoekje en als ze leeftijdsgenoten missen of ontdekken dat het ontbreekt aan enthousiasme, zullen zij niet snel deel willen uitmaken van die gemeenschap. Een negatieve tendens stoot potentiële leden af.

Nieuwe kansen: waartoe zijn we als kerk geroepen?

Tegelijkertijd biedt deze ontwikkeling ook nieuwe kansen. We worden uitgenodigd om ons opnieuw en grondig te bezinnen op de vraag waartoe we als geloofsgemeenschap geroepen zijn. De kerk mag nooit doel in zichzelf zijn, maar zou een middel moeten zijn om mensen te ondersteunen om vorm te geven aan hun relatie met God. Kerk is een middel om mensen uit te nodigen in de ruimte van God op adem te komen, om handen en voeten te geven aan het Koninkrijk van God. Vormen en organisaties zijn nooit heilig geweest, dus we worden uitgenodigd om onze gewoonten, gebruiken en handelen langs de meetlat van het koninkrijk te leggen.sloop kerk

Heilige huisjes: predikant faciliteert ontkerkelijking?

Wanneer heilige huisjes mogen worden afgebroken, is het ook zinvol om ons te bezinnen op de rol en taak van de predikant. Het lijkt erop dat predikanten op twee manieren het proces van afnemende betrokkenheid van gemeenteleden vergemakkelijken. Weliswaar tegen wil en dank, maar ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat de inspanningen van predikanten op termijn averechts werken. Allereerst drukken de predikanten het zwaarst op de begroting. Het betekent dat het meeste geld dat wordt opgehaald met de Actie Kerkbalans binnenkerkelijk wordt aangewend. En dus ook de meeste energie. Niet dat dit perse een keuze is van de predikant. Van ons wordt verwacht dat we preken, pastoraat verzorgen, kringen starten, vergaderingen bijwonen – daar gaat vrijwel al onze tijd inzitten. Een direct gevolg van deze beweging naar binnen is, dat er weinig of geen ruimte overblijft om maatschappelijk actief te zijn, en met mensen op de rand of buiten de kerk in gesprek te raken. Een tweede ontwikkeling die de afnemende betrokkenheid van gemeenteleden vergemakkelijkt, is het mechanisme dat predikanten proberen die gaten dicht te lopen die in de gemeente ontstaan. Het vergroot echter ook de passiviteit in de gemeente en de afhankelijkheid aan de predikant. Hierdoor kunnen gemeenteleden veranderen in ‘leunstoelgelovigen’. Ze wachten tot de juiste persoon op het juiste moment de juiste  dingen zegt of doet. Ongewild kan de predikant bijdragen aan passiviteit en lauwheid in de gemeente. Sterker nog: de predikant kan zelfs een sta-in-de-weg worden voor nieuwe ontwikkelingen in de gemeente, zoals te lezen is in dit artikel.

Werken aan een actieve geloofsbeleving

Wat moeten we dan – met de kerk en met de predikant? Wanneer de predikant minder binnenkerkelijk actief is, nodigt zij/hij daarmee de gemeente uit om zelf op een fundamenteel niveau aan de slag te gaan. Het uitgedaagd worden om zelf onder woorden te brengen wat heilig voor je is, wat de betekenis en waarde van geloof en geloofsgemeenschap is, nodigt uit tot groei. Wanneer gemeenteleden zelf de verantwoordelijkheid dragen voor de kernactiviteiten, kan ook de mentaliteit misschien veranderen. Een deel van de kerkgangers en deelnemers aan activiteiten is nu afwachtend.  Chargerend: zij willen vermaakt worden. Wanneer je zelf een actieve bijdrage levert, verandert je visie op de geloofsgemeenschap omdat je er actief bij betrokken bent geraakt.

Predikant missionair inzetten

Voor de predikant blijft er meer ruimte over om voluit missionair aanwezig te zijn. Enerzijds een ondersteunende rol naar de gemeente die graag op eigen benen wil staan, anderzijds een vrije rol om te zoeken naar mogelijkheden om met zoekers in gesprek te komen.  Terug naar het ontstaan van de christelijke kerk: levende gemeenschappen met predikanten die op de grens van kerk en wereld hun tenten opzetten.

 

Pastor gevangen tussen beeld en beleving: een risicovol beroep

5 mrt

Dit artikel is een bewerking van een eerder verschenen artikel in Centraal Weekblad in 2001. 

Hoewel de afgelopen jaren steeds meer bekend is geworden over oorzaken en gevolgen van seksueel geweld, lijkt dit geweld niet af te nemen. Als we ons richten op seksueel misbruik in pastorale relaties zien we dat deze vorm van seksueel geweld zeer schadelijk kan zijn voor de direct betrokkenen, maar ook voor de gemeente waar dit plaatsvindt. Kerkelijke  gemeenten hebben specifieke zorg nodig, die inmiddels via gemeenteadviseurs bij de PKN aanwezig is. Deze deskundige hulp is belangrijk omdat allerlei personen in de gemeente specifieke hulp nodig hebben. Daarnaast heeft de gemeente in haar geheel ook begeleiding nodig. Vaak raakt een gemeenschap gepolariseerd en gedemotiveerd wanneer ze geconfronteerd wordt met een predikant die seksueel misbruik heeft gepleegd. Een vraag die gemeenteleden bezig houdt is: hoe heeft dit kunnen gebeuren? Om hier antwoord op te kunnen geven, zullen we kijken naar de factoren die een rol spelen bij het ontstaan van seksueel misbruik in pastorale relaties.

multispiegelResized

Een risicovol beroep

Uit de literatuur over seksueel misbruik in pastorale relaties komen verschillende factoren naar voren die het risico op misbruik vergroten. Deze factoren hangen voor een gedeelte samen met de rol en voor een ander gedeelte met de persoonlijkheid van de predikant. In de factoren die beschreven worden, kunnen twee fundamentele spanningen onderscheiden worden. De ene heeft betrekking op macht en onmacht, de ander op afstand en nabijheid.

Hoewel een pastor in een hulpverlenende relatie de meermachtige is, ervaart hij of zij dat vaak niet zo. Hoe komt dat? Hier zijn verschillende redenen voor aan te wijzen. Allereerst kan dit te maken hebben met de manier waarop een predikant de gemeente beleeft. Er zijn pastores voor wie de gemeente als een totaliteit functioneert, die alle tijd en aandacht vraagt. Het is niet mogelijk om buiten de gemeente een leven op te bouwen. Een gemeentelid heeft die mogelijkheden en vrijheid wel. De predikant is als het ware overgeleverd aan de gemeente. Hij of zij  heeft geen grip meer op de eigen situatie en is overgelaten aan de verwachtingen en belangen van gemeenteleden. Zodoende kan het zijn dat in de beleving van een predikant de machtsongelijkheid tussen gemeentelid en predikant niet meer aanwezig is, of zelfs is omgedraaid. De predikant kan zich schijnbaar machteloos voelen, ook in een situatie van seksueel misbruik. Hij was niet in staat om zich te verzetten tegen de avances van een gemeentelid. In de beleving van een dergelijke pastor is hijzelf het grootste slachtoffer van de situatie.

Daarnaast kan meespelen dat het omgaan met macht voor predikanten als problematisch wordt ervaren. Predikanten hebben vaak zelf helemaal niet de behoefte om op een voetstuk te staan, maar dichtbij en naast de mensen. Juist predikanten echter, die proberen om de machtsongelijkheid binnen een pastorale relatie te egaliseren, lopen het grootste risico dat zij overgaan tot onprofessioneel gedrag. Pogingen om machtsverschillen te verkleinen, vergroten dit juist. Dit is de paradox van de pastorale macht: door het machtsverschil op te heffen krijgt de pastor nog vrijere toegang tot het gemeentelid. Hier komt bij dat er ook sprake is van grensvervaging, omdat de predikant gemeenteleden zowel in een sociale als in een pastorale context ontmoet.  Deze diffuse relaties tussen pastores en pastoranten maakt het moeilijker om professionele grenzen te trekken in vergelijking met andere hulpverlenende beroepen.  Het is van belang dat een predikant zich bewust is van de macht die hij heeft: ook wanneer gestreefd wordt naar een toegankelijkere manier van predikant zijn (wat over het algemeen toe te juichen), blijft er sprake van machtsongelijkheid. De predikant is ten allen tijde verantwoordelijk voor het bewaken en handhaven van de grenzen.

De andere fundamentele spanning heeft te maken met afstand en nabijheid. Deze spanning heeft allereerst te maken met de rol van predikant. Aan de ene kant wordt op grond van deze rol van de predikant meeleven en zorg verwacht. Gesprekken die de predikant voert, hebben vaak een intiem karakter. Aan de andere kant kan de predikant zich eenzaam, geïsoleerd en leeg voelen. Mensen met weinig eigenwaarde voelen zich over het algemeen onzeker en onveilig, en hebben daarom een grote behoefte aan bevestiging. Desondanks zijn zij vaak bang om gezien te worden zoals zij zichzelf zien. Daarom mijden ze de nabijheid van emotionele intimiteit. Toch is het juist deze intimiteit die de bevestiging geeft die zij zoeken. In deze situatie kan het gebruik van seks als middel om intiem contact te leggen voor sommigen voor de hand liggen.

In zekere zin is dit ook te herkennen bij predikanten met een narcistische persoonlijkheid. Juist mensen met een dergelijke persoonlijkheid voelen zich vaak aangetrokken tot het predikantschap. Als predikant vervullen zij een publieke en opvallende functie, waardoor zij hun onzekerheid compenseren. Daarnaast biedt het de mogelijkheid om toewijding, bewondering en onvoorwaardelijke liefde af te dwingen. De onderliggende kwetsbaarheid en machteloosheid maakt de vervulling van hun behoefte noodzakelijk.

Gemeenten doen vaak juist een beroep op dit soort predikanten, omdat deze personen vaak intelligent zijn en op krachtige wijze optreden. Daarnaast beschikken ze over het vermogen de mensen te vertellen wat ze willen horen. Vandaar dat het aan het licht komen van seksueel wangedrag van de pastor leidt tot diepe splitsingen in de gemeente. Het is van belang dat een predikant zich bewust is van zijn of haar eigen emotionele en psychische behoeften.

We kunnen de conclusie trekken dat predikanten een groter beroepsrisico lopen dan andere hulpverleners, omdat heldere regelgeving rond intimiteit en seksualiteit voor de predikant ontbreekt. Veel hangt af van de intuïtie van de predikant: hij of zij moet elke situatie zelf inschatten zonder dat teruggegrepen kan worden op ethische richtlijnen. De machtsverneveling is er mede de oorzaak van dat onhelder is wie de verantwoordelijkheid heeft in een pastorale relatie. Daarnaast vergroten onvervulde emotionele behoeften de kans op seksueel misbruik. Predikanten hebben gemakkelijk toegang tot gemeenteleden, werken zelfstandig en hoeven aan niemand verantwoordelijkheid af te leggen.

Kwetsbare gemeenteleden

Dezelfde fundamentele spanningen die bij predikanten aanwezig zijn, zijn ook te herkennen bij degenen die misbruikt zijn. Het misbruik heeft plaatsgevonden binnen een pastorale relatie. Dat betekent dat het gemeentelid voor hulp heeft aangeklopt bij de predikant. Omdat de machtsverhouding binnen de pastorale relatie niet meer duidelijk is, komt het vaak voor dat een misbruikte in het begin de seksuele relatie niet als misbruik zal omschrijven. Er lijkt sprake te zijn van wederkerigheid en gelijkheid. De diffuse machtsverhouding keert zich echter tegen de misbruikte. Op zoek naar steun en zelfbeschikking is de kans groot dat haar autonomie na een dergelijke relatie verder is afgebroken.

Een gemeentelid verkeert in een spanning tussen nabijheid en afstand. Vanuit de verwachting dat een pastorale relatie veilig is, is het pastorale gesprek een proeftuin om intimiteit te ervaren. De predikant dient de grenzen af te bakenen en zorg te dragen voor de distantie en voor het geven van intimiteit. Het gemeentelid verkeert in een afhankelijke positie en is daarom minder of niet in staat om de grenzen te bewaren. De afhankelijkheid en de behoefte aan intimiteit is een risicovolle combinatie. Daar komt bij dat wanneer er sprake is van een grensoverschrijding dit voor het gemeentelid verwarrend is.

Ook in de gemeente zijn beide spanningen te herkennen. De gemeente legitimeert de macht van de predikant. Aan de andere kant is et moeilijk om tegenwicht te bieden aan een predikant die steeds meer naar zich toe trekt. Vaak is de predikant de enige beroepskracht tussen amateurs. Ook zijn kerkenraden vaak niet goed uitgerust om met conflicten tussen predikant en gemeenteleden om te gaan.  Er zijn geen  methoden om gevoelens in een vroeg stadium openlijk te uiten, bijvoorbeeld in functioneringsgesprekken. Daarom wordt vaak pas in een explosieve fase uiting gegeven aan emoties. Omdat de bron van het conflict tussen pastor en gemeente vaak verborgen is, maar de predikant wel allerlei signalen ontvangt, kan hij of zij zich geïsoleerd en ondergewaardeerd voelen.

Als het gaat om de fundamentele spanning tussen nabijheid en intimiteit is het interessant om naar het klimaat in de gemeente te kijken. Hoe wordt daar omgegaan met nabijheid, met intimiteit en met seksualiteit? Hoe uiten gemeenteleden hun betrokkenheid op elkaar en worden exploitatieve vormen van seksualiteit afgewezen? Kortom, reikt de gemeente mogelijkheden aan om intimiteit te beleven op een gezonde en autonome manier, of draagt het klimaat in een gemeente bij aan het wegstoppen van emotionele behoeften?

Tot slot

Wat levert dit korte overzicht op? In het spreken over seksueel misbruik spelen zowel de beleving van macht als de beleving van seksualiteit een belangrijke rol. Wanneer alleen de nadruk gelegd wordt op het machtsmisbruik dat heeft plaatsgevonden, is er geen aandacht voor de gevoelens van onmacht en andere factoren de ook een rol spelen. Wanneer aan de andere kant alleen gesproken wordt over het zoeken naar intimiteit, seksverslaving en andere innerlijke factoren, wordt zo de nadruk gelegd op de onmacht, dat een pleger nauwelijks meer verantwoordelijk te houden is voor het gebeurde.

Spreken over seksueel misbruik betekent aan de ene kant een heldere ethische stellingname: wanneer een gemeentelid aanklopt voor hulp bij een predikant is hier per definitie sprake van een ongelijke machtsverhouding en heeft de predikant de verantwoordelijkheid voor het bewaken van de grenzen. Aan de andere betekent het oog hebben voor de oorzaken, zodat risico’s in een vroeg stadium ontdekt kunnen worden. Kennis en bewustzijn zijn belangrijke wapens in de strijd tegen seksueel misbruik.

Seksueel misbruik in de gemeente: polarisatie en wantrouwen

2 mrt

Dit artikel is eerder verschenen in het Ouderlingenblad

Wanneer een kerkenraad te maken krijgt met seksueel misbruik, kan er in de gemeente een krachtige dynamiek ontstaan. Soms lijken de gebeurtenissen over elkaar heen te buitelen. En hoe goed de kerkenraad ook geprobeerd heeft om op een zorgvuldige en weloverwogen manier om te gaan met de ontstane situatie, er ontstaat polarisatie in de gemeente. De kerkenraad wordt met wantrouwen bejegend. In dit artikel beschrijf ik enkele kenmerkende ontwikkelingen in het proces. Inzicht in de problematiek kan helpen om grip op het proces te krijgen.

Wat is seksueel misbruik?

Polarisatie in de gemeente is soms een onvermijdelijk gevolg van het bekend worden (van de beschuldiging) van seksueel misbruik. Het begint al meteen met de vraag wat misbruik eigenlijk is. Wat voor de één een onschuldige affaire is, blijkt voor de ander een ongewenste grensoverschrijding te zijn geweest. Dit speelt vooral wanneer beide betrokkenen volwassen zijn. Wanneer is er sprake van misbruik? Wanneer worden grenzen overschreden? De vraag hoe de seksuele of romantische handelingen benoemd en gedefinieerd worden, heeft belangrijke gevolgen. De definitie bepaalt immers niet alleen of eventuele signalen herkend kunnen worden, maar bepaalt ook hoe de kerkenraad over de handelingen zal spreken. Het maakt immers veel uit of men de handelingen ziet als (te) joviaal optreden, als overspel, als het overschrijden van professionele grenzen, als seksueel misbruik of als een combinatie van deze dimensies. Met andere woorden: het spreken over de seksuele handelingen is niet waardevrij. Daarom is het van belang dat een kerkenraad oog heeft voor de vragen die samenhangen met seksueel misbruik. In de beoordeling van een situatie of er sprake is van misbruik of niet, dient gekeken te worden naar de rol en de positie van de betrokkenen. Van seksueel misbruik is sprake wanneer iemand gebracht wordt tot het ondergaan of uitvoeren van seksuele activiteit in woorden, gebaren of handelingen of de dreiging daartoe terwijl hij of zij dat niet wenst of niet in staat is daarover te beslissen. Misbruik vindt plaats wanneer handelingen niet ten dienste staan van de ander, maar gericht zijn op eigenbelang en eigen behoeften. Het is een oneigenlijk gebruik van de positie en de rol van degene die op dat moment meer macht heeft. Ik leg dus de nadruk op ongewenste grensoverschrijdingen vanuit een positie van macht.

Wiens schuld?

Met de vraag naar de definitie hangt ook de vraag naar de schuld samen. Vaak is er onduidelijkheid over de aard van de relatie, waardoor de machtsverschillen niet herkend worden. De verwarring kan vergroot worden door de houding van de beschuldigde. Hij of zij kan het gedrag proberen te rechtvaardigen door de gevolgen te bagatelliseren of uit te zijn op snelle vergeving. De kerkenraad komt voor een dilemma te staan wanneer de verhalen van beide partijen lijnrecht tegenover elkaar staan, en de beschuldigde alles ontkent. Vaak kiest de kerkenraad voor een juridische invalshoek. Dat lijkt voor de hand te liggen maar maakt het wel moeilijk. Het is goed om te beseffen dat de kerkenraad geen mogelijkheden heeft om de waarheid te achterhalen. Ouderlingen zijn geen rechercheurs (in ieder geval niet in hun rol van ouderling). Wel kan altijd op de mogelijkheid gewezen worden om aangifte te doen. De keuze voor de juridische invalshoek gaat ook ten koste van de zorg voor de betrokkenen.

Kan het anders? Als de kerkenraad inzet bij de zorg voor mensen, kunnen de verhalen die verteld worden serieus genomen worden. De klaagster en haar familie vertellen dat zij zich niet veilig voelen. De beschuldigde ontkent, bagatelliseert en eist dat zijn naam gezuiverd wordt. In een pastorale benadering staat niet de rechtsvraag voorop, maar de zorgvraag. Het gaat dan ook niet direct om tuchtmaatregelen, maar om het scheppen van veiligheid. Dat heeft alles te maken met macht en ruimte. De vraag is dan aan de orde hoe de kerkenraad kan bijdragen aan het doorbreken van de machtsverhouding, aan het scheppen van een veilige ruimte. In een pastoraal traject is de fundamentele vraag niet langer wie de waarheid spreekt, maar hoe een kerkenraad recht kan doen aan de verhalen van betrokkenen met alle tegenstrijdigheden. Als een kerkenraad dan moet kiezen doet ze dat niet (alleen) op juridische gronden, maar (ook) vanuit pastorale, theologische en ethische overwegingen. Dit betekent dat een kerkenraad voorrang verleent aan het perspectief van de zwakkere partij, wiens stem in de gemeente verloren dreigt te gaan.

Gekwetste gemeente

De vraag naar de definitie van seksueel misbruik, de vraag naar schuld en de ethische keuzes van de kerkenraad kunnen een voedingsbodem zijn voor beroering in de gemeente. Deze beroering wordt versterkt door de pijn in de gemeente. Het verhaal van seksueel misbruik vindt op allerlei manieren zijn weg in de gemeente.Vaak laat het gemeenteleden niet onverschillig wanneer in hun eigen gemeente seksueel misbruik blijkt voor te komen. Niet iedereen zal op dezelfde manier beïnvloed worden. De ernst van de impact hangt van verschillende factoren af, zoals de relatie met de kerk, de relatie met de beschuldigde en zijn/haar rol in de kerkelijke gemeenschap, de relatie met het slachtoffer, het proces van bekendmaken en de persoonlijke geschiedenis. Ook het handelen van de kerkenraad en de mate van bewustwording van deze problematiek in de gemeente hebben invloed. Gemeenteleden die in hun eigen leven de pijn van seksueel misbruik aan den lijve hebben ondervonden, kunnen opnieuw met hun verleden worden geconfronteerd. Familie en vrienden van de betrokkenen zijn geraakt door het verhaal en laten zich in de gemeente horen. Op basis van loyaliteiten, gevoelens of overtuiging kiezen zij partij, en proberen medestanders te vinden.

Soms kunnen de gevolgen voor de gemeente zo groot zijn, dat we spreken over traumatisering. Kenmerkend hiervoor is een gevoel van machteloosheid en hulpeloosheid. Ook het gevoel dat vaststaande beelden (in onze gemeente gebeurt dit niet, onze gemeente is veilig) verloren gaan, hoort hier bij. Deze traumatisering raakt niet alleen de leden van de gemeente persoonlijk, maar kan ook gevolgen hebben voor de gemeente als geheel. De onderlinge samenhang, de verbondenheid met elkaar staat onder druk.

Wantrouwen naar de kerkenraad

Een belangrijk gevolg van het bovenstaande is dat er in de gemeente een toenemende polarisatie kan ontstaan. De kerkenraad zal meer en meer te maken krijgen met wantrouwen. Hij wordt geconfronteerd met drie perspectieven: het (vermeende) slachtoffer met zijn of haar behoefte aan veiligheid en erkenning; daartegenover de (vermeende) dader met zijn of haar ontkenning of zelfrechtvaardiging; daartussenin de mensen die uitzijn op harmonie en vrede. Als de spanning te lang aanhoudt, wordt vaak de druk op het slachtoffer opgevoerd. Als die immers haar of zijn verhaal afzwakt kan de harmonie weer hersteld worden. Bij de afweging rond geheimhouding en openheid is het voor de kerkenraad belangrijk om deze perspectieven te wegen. Het gaat niet alleen om principes van ambtsgeheim en delen met de gemeente, maar ook om de vraag welke stem door het beleid bekrachtigd en welke stem het zwijgen wordt opgelegd; van wie de belangen worden gediend en van wie de macht wordt hersteld of in stand wordt gehouden.

De verschillende partijen zullen invloed uit oefenen op de kerkenraad. Zowel de partij van het slachtoffer als de partij van de beschuldigde proberen de kerkenraad in het eigen kamp te krijgen, en te bewegen een oordeel uit te spreken. Daarnaast komen vaak latente tegenstellingen en verborgen conflicten aan het licht. Het seksueel misbruik is ingebed in de machtsverhoudingen in de gemeente, en in het conflict daarover staat de identiteit en het voortbestaan van de kerkelijke gemeente zelf op het spel. Het is de vraag of de kerkenraad zich aan het wantrouwen kan ontworstelen.

Hulp van buiten noodzakelijk

Polarisatie en wantrouwen maken onderdeel uit van de dynamiek in een gemeente, na het bekend worden van het seksueel misbruik. De kerkenraad kan wel een aantal acties ondernemen die helpen om het proces te sturen en te begeleiden. Het eerste is dat de kerkenraad hulp vraagt. Bij het Protestants Landelijk Dienstencentrum te Utrecht zijn namen op te vragen van gemeentebegeleiders. Deze personen zijn opgeleid om kerkenraden te ondersteunen om grip te krijgen op de ontwikkelingen in de gemeente. Een gemeentebegeleider ziet er op toe dat er (pastorale) zorg voor alle betrokkenen voorhanden is. Ook kan zij/hij een belangrijke impuls geven tot een dialoog in de gemeente. Hierdoor hebben kerkenraadsleden hun handen vrij, en kunnen ze ook stil staan bij hun eigen verdriet. Juist wanneer er lastige stappen gezet moeten worden in een vastgelopen proces, kan een deskundige van buiten meer betekenen voor de gemeente dan de eigen predikant of kerkenraad.

Seksueel misbruik in de kerken blijft een complexe thematiek. Gemakkelijke oplossingen zijn niet voorhanden. Veel eerder heeft de kerkenraad te maken met dilemma’s en pijnlijke keuzes, waarbij er weinig tot geen kerkordelijke handvatten worden geboden. Onlangs heeft de synode van de Protestantse Kerk in Nederland naar alle kerkenraden een protocol toegestuurd. Dit protocol heeft betrekking op seksueel misbruik in pastorale en gezagsrelaties. Het gaat dus over één bepaalde vorm van misbruik. De lijn die dit protocol volgt, is echter ook breder na te volgen. Het zorgvuldig omgaan met het informeren van de gemeente, het betrekken van visitatie en deskundigen en de aandacht voor de pastorale behoefte van alle betrokkenen hebben een heilzame uitwerking op het proces. Hierdoor kan gewerkt worden aan de wederopbouw van het beschadigde lichaam van Christus. Als een plaats waar gekwetsten stem krijgen, en waar recht en heil gevonden kan worden.

Misbruikt in een kerkelijke context

11 feb

Onlangs werd ik deelgenoot van een verdrietig en pijnlijk levensverhaal. Een vrouw zocht contact met mij, omdat zij in haar jeugd misbruikt was in een ‘goed’ christelijk gezin. Al langere tijd volgde ze therapie om de verschrikkelijke ervaringen en de gevolgen van het misbruik  een plaats te kunnen geven in haar levensverhaal. Binnen de therapie liep ze tegen grenzen aan. De gelovige context waarbinnen het misbruik plaats had, werkte door in de trauma’s. De kerkelijke stemmen, de Bijbelteksten en de taal van het geloof werken tot op de dag van vandaag door in haar kwetsbaar bestaan. Al jaren geleden had ze zich bevrijd uit haar kerk. Ze had geprobeerd om God ook achter zich te laten – God die aan de kant van de daders stond, die haar klein en afhankelijk had gehouden. Maar gaandeweg in de therapie begon de context van geloof en kerk meer en meer een hardnekkige en negatieve rol te spelen. Hoe kun je bevrijd worden van een kerk die je de rug hebt toegekeerd en van een God in wie je niet meer gelooft? Jammer genoeg is het niet een op zichzelf staand verhaal en dragen velen trauma’s met zich mee, opgedaan in een kerkelijke context. En daarmee heb je soms een probleem erbij…

Verwond in de ziel

Wanneer misbruik in een kerkelijke setting plaatsvindt, komt er een dimensie bij – een dimensie die om zorgvuldige aandacht vraagt. Het is soms niet voldoende om de kerk vaarwel te zeggen of om niet langer in God te geloven. Deze stap getuigt van de innerlijke kracht van een slachtoffer en daarnaast kan de afstand noodzakelijk zijn om terug te kunnen kijken. Maar soms is er meer nodig. De woorden die in de gelovige context gesproken zijn, raken aan de ziel. ‘God’ gaat over goed en kwaad. Over chaos en schepping. Over oordeel, einde en begin. In een gelovige context omvat ‘God’ het hele leven. Een goddelijke legitimatie van de handelingen van de dader verzwaart de trauma’s en kan het slachtoffer op een diep innerlijk niveau verwarren. Hoewel je kunt besluiten om kerk en God de rug toe te keren, maar de geloofstaal, de religieuze angsten en twijfels kunnen zich al diep van binnen hebben vastgezet.  Een lastig probleem dat erbij kan komen, is dat veel mensen wel behoefte hebben aan een religieus kader. Niets is ook een beetje weinig.  Het kan dan belangrijk zijn om de kluwen te ontwarren, zodat er eventueel ook ruimte kan komen voor wat er goed was in de relatie van het slachtoffer met God.

Schuld en schuldgevoel

De taal van de kerk sluit vaak beter aan bij de behoeften van de dader dan bij die van het slachtoffer. In de kerk ligt vaak de nadruk op genade, vergeving, verzoening, schuld en zonde. Wanneer iemand concrete fouten of misdaden heeft begaan, past deze taal binnen die ervaringen. Vergeving past bij concrete schuld, en de belofte van een nieuw begin (in de kerk soms zo naïef en ondoordacht verkondigd) is voor de dader goed nieuws wanneer vergeven toedekken in plaats van onthullen betekent. Het slachtoffer kan door de nadruk op vergeving in een kramp terecht komen. Vrijwel alle slachtoffers lijden aan gevoelens van minderwaardigheid en worstelen met schuldgevoel. Het ligt voor de hand om in een kerkelijke setting deze gevoelens (ik ben slecht en ik voel me schuldig) te vertalen als: ik ben zondig. Alleen is de vergeving vervolgens onbereikbaar, omdat het schuldgevoel en de minderwaardigheid niet weggenomen worden door het verkondigen van genade. Voor het slachtoffer zou het heilzaam zijn wanneer in de kerk gesproken wordt over recht en gerechtigheid. Wanneer duidelijk wordt gemaakt dat God aan de kant van de kwetsbare en machteloze staat. Maar dit betekent allereerst dat de kerk moet erkennen dat het kwaad van misbruik ook binnen de eigen kring voorkomt.

Demonen

Wat vaak schokkend is in verhalen van mensen die in een kerkelijke setting te maken hebben gekregen met misbruik, is het totale gebrek aan steun, begrip en betrokkenheid van de kerkelijke gemeente voor slachtoffers.Een van de manieren om niet te hoeven zien, om de werkelijke mechanismen van geweld in de eigen gemeente onder ogen te zien, is het herbenoemen van gebeurtenissen. Zo kan het voorkomen dat slachtoffers vanwege ernstig misbruik (vaak als kind in het  ‘veilige’  gezin)  als overlevingsstrategie al op jonge leeftijd een dissociatieve stoornis ontwikkelen. Om de overweldigende gebeurtenissen het hoofd te kunnen bieden, ontstaan er meerdere ‘delen’ die het misbruik ondergaan en later de trauma’s of emoties bewaren. Deze verschillende delen communiceren met elkaar. Met andere woorden: mensen die slachtoffer zijn geworden van misbruik kunnen  stemmen horen. Het komt voor, wanneer slachtoffers de moed hebben dit te vertellen aan ouderlingen, voorgangers of familieleden, deze stemmen worden geïnterpreteerd als ‘demonen’. Binnen bevrijdingspastoraat een actueel risico. Er zijn verhalen bekend dat slachtoffers onderworpen werden aan een duivelsuitdrijving. De stemmen werden geïnterpreteerd als demonen, dus als vertegenwoordiging van het kwaad. Er werden geen vragen gesteld, en er werd niet onderzocht of er psychische oorzaken zouden kunnen zijn voor de stemmen. Het zal geen verrassing zijn dat dergelijke uitdrijving uitermate traumatisch doorwerken. Het roept de vraag op waarom sommige kerkelijke gemeenten zo schadelijk handelen naar slachtoffers; en waarom er zo weinig aandacht is voor mogelijk psychische problemen of voor de mogelijkheid van misbruik.

Jij moet vergeven!

Een ander weerkerende reflex in kerkelijke kringen is de grote nadruk op moeten vergeven. Een vrouw vertelde dat zij de moed had gevonden om na jaren van misbruik naar de politie te stappen. Het had effect: de dader werd gearresteerd en veroordeeld. Wonderlijk genoeg werd de vrouw verweten niet de kerkelijke weg gevolgd te hebben, maar de vuile was aan de wereld had getoond. Problemen, conflicten en zonden dienen in de eigen kerkelijke gemeenschap te worden opgelost. Toen deze dader na twee jaar weer ‘berouwvol’ in de kerkelijke gemeente zijn plaats terugvond, werd de vrouw gedwongen om hem te vergeven. Toen zij dit weigerde, werd zij als haatdragend en zondig aan de kant gezet.

Niet willen zien, niet willen weten

De rode draad in dergelijke verhalen is dat de kerk grote moeite heeft  om het seksueel misbruik onder ogen te zien. De kerkelijke taal sluit aan bij de behoefte om het misbruik bagatelliseren of te ontkennen. Een radicale keuze voor slachtoffers (wat in zou houden dat de idylle van een veilige gemeenschap moet worden opgegeven) blijkt voor velen veel te ingewikkeld.  Omstanders willen liever neutraal blijven.  Maar het zijn juist de omstanders (familie, hulpverleners, kerkelijke gemeenschappen, samenleving) die het verschil kunnen maken. Bij de gratie van omstanders kan misbruik blijven voortbestaan. Judith Herman schreef in Trauma en herstel. De gevolgen van geweld. dat neutraliteit niet bestaat als het om geweld gaat. Neutraliteit betekent kiezen voor de dader. Hij/zij heeft er belang bij dat mensen niet zien, niet willen horen en niet willen weten. Het slachtoffer vraagt om betrokkenheid, om steun en om erkenning. Kerkelijke gemeenten neigen naar neutraliteit, of geven in ieder geval er blijk van niet te (willen?) begrijpen welke mechanismen en welke pijn schuil gaan achter de verhalen van slachtoffers. De nadruk op vergeving, het zoeken naar een andere uitweg dan het onder ogen zien van seksueel misbruik en het in de kou laten staan van het slachtoffer komt helaas vaker voor dan gedacht. Opnieuw: het begint bij de bewustwording van de problematiek van seksueel misbruik, ook in onze eigen kerken.

Kansen voor de kerk

Valt er niets meer over te zeggen? Heeft de kerk geen antwoord op seksueel misbruik? In mijn beleving biedt de Bijbel heldere aanknopingspunten om misbruik aan de kaak te stellen. Een belangrijke Bijbelse lijn is de strijd tegen onrecht en de solidariteit met de gekwetsten en met mensen in de kantlijn van de samenleving. De Bijbel spreekt over kwaad – het is goed om misbruik ook als kwaad te benoemen, en duidelijk te maken aan welke kant God staat. Vanuit deze keuze om te strijden tegen onrecht, erkenning te geven aan slachtoffers en te werken aan plek om op adem te komen, kan ruimte ontstaan voor heling. Vanuit die veiligheid kan de kluwen ontward worden: welke rol heeft ‘God’ gespeeld in het misbruik? Misschien is het heilzamer om op adem te komen, vrij van kerk en geloof, dan te vrezen voor een god in wie je niet meer gelooft.