Tag Archives: God

Wie is God? Pinksterpreek 2019

20 mei

Wie is God? Heeft ons leven met God te maken?

Het is een bijzondere reis die jullie als belijdenisgroep gegaan zijn

Een reis die ons steeds een beetje dichter bij het pinkstervuur bracht,

totdat we iets, of misschien iets meer gingen begrijpen

van wat het betekent om te zeggen ‘ik geloof’.

Om ergens te ontdekken dat Gods werkelijkheid ons leven raakt,

ons levensverhaal bevraagt,

omvat en toekomst opent.

 

Met dat ik dit zo zeg,

realiseer ik me hoe vaag woorden kunnen zijn en ook weer vragen oproepen.

Wat bedoel je met God?

Wat is Gods werkelijkheid?

Het is lastig om daar de goede woorden voor te vinden.

Gaat het niet met name om ruimte om je te verhouden met God?

 

Als één ding duidelijk is geworden in de reis die we zijn begonnen,

is dat elke ontdekking over God nieuw vragen oproept.

Groei van geloof kan ook zomaar een pijnlijk proces zijn.

Wat ik merk in gesprekken,

wat ik merkte op de catechese dat we geneigd zijn

om ons leven op te delen in rollen en taken.

Als God al in beeld is,

reserveren we Hem vaak voor een bepaald deel van ons leven.

Geloven hoort bij een bepaald deel of een bepaalde rol van je leven.

Oude hutkoffer, scheepskist reiskoffer antique trunk

Soms is geloven in God: de hutkoffer op zolder.

Je kunt er op jouw tijd naar toe gaan en de koffer openen.

Misschien als je te maken krijgt met tegenslagen

Of als de dood inbreekt in het leven

Je zoekt en vindt troost op de zolder.

Soms is geloven de woonkamer van je levenshuis.

In de woonkamer spreek je je vrienden,

heb je ontmoetingen en daar kan God zomaar onderdeel van uitmaken.

In de andere kamers speelt God geen enkele rol.

Soms staat God al bij de spullen die opgeruimd moeten worden.

Je aarzelt nog.

Het zou immers ook niet misstaan in de kast met nostalgische spullen uit je jeugd.

 

Wat we tijdens de belijdeniscatechese gaandeweg ontdekten,

is dat God niet een kamer is in ons levenshuis,

maar dat God ons levenshuis omvat.

Op de een of andere manier verhoudt God zich met al onze fragmenten,

met al onze rollen.

Maar als dat zo is, dan komen er nieuwe en misschien wel diepere vragen.

Geloven vraagt om naar jezelf te kijken, naar de wereld, naar God.

In alle openheid en eerlijkheid.

 

Heeft God ook te maken met mijn binnenkant?

Met mijn twijfels over mijzelf?

Met mijn kwetsbaarheid?

Heeft God te maken met het verlies dat ik geleden heb?

Waar was Hij dan in die tijd dat ik me eenzaam en verlaten voelde?

Die vragen aangaan kost wat.

Het is een risico.

God kan nooit meer terug in die hutkoffer.

Die vragen kunnen betekenen dat het laatste draadje met God wordt doorgeknipt.

Als God liefde zou zijn ….

 

Maar de andere kant is dat je oog kunt krijgen voor die andere werkelijkheid.

Dat je leert kijken met andere, met nieuwe ogen.

Dat je iets ervaart van rust.

Dat je op adem komt.

Dat je leven een bedding heeft: houvast, richting, hoop.

Dáár gaat het geloof in God over.

Over die worsteling, over die twijfel, en over dat vergezicht.

Soms. Even.

Over die zekerheid. Gods liefde voor jou.

 

Wie is God?

Ik weet het niet. Niet zeker.

En ik denk dat dat goed is.

God is een mysterie. Een geheimenis.

Ik bedoel daarmee dat God groter is dan we ooit hadden kunnen bedenken.

Dat de grootheid van God ons verstand te boven gaat.

We proberen over God te spreken,

Ze laten hun licht schijnen op een deel van Gods glorie.

 

De Tsjechische rooms-katholieke theoloog Thomas Halik

benadrukt het belang van geduld.

Geduld met God.

Soms verwarren gelovigen verliefdheid met liefde

Geloven lijkt samen te vallen met een roes, een fijn gevoel

Soms verwarren gelovigen het uitspreken van de juiste dogma’s met geloof

Ik heb meerdere mensen gesproken die zichzelf zijn kwijtgeraakt,

beschadigd zijn geraakt door de stelligheid van christenen over God.

God is niet te herleiden tot een gevoel.

God valt niet te vangen in dogma’s.

Kennis maken met God vraagt om tijd.

Tijd en ruimte voor vragen, voor ontmoeting.

Te snel spreken we oppervlakkig over God

Te vaak peilen we de diepte van levensverhalen niet

Ons verlangen naar vluchtig kloppende antwoorden

doet geen recht aan de reikwijdte van God.

Oppervlakkige antwoorden leiden uiteindelijk tot teleurstelling in God.

 

Als we geduld hebben met God

Als we het uithouden in de stilte

Als we durven volharden

Kan soms iets van het geheimenis van God zich aan ons openbaren.

Er hoorden woorden bij als ‘gedragen worden’, ‘vrede vinden’.

 

In de Bijbel wordt er ook gewacht.

De leerlingen van Jezus wachtten gezamenlijk op wat komen zou.

Wat ze hadden was de belofte dat de heilige Geest over hen zou komen.

Wat ze in handen hadden was een belofte.

Een belofte van nabijheid.

We lazen erover uit het boekje Handelingen.

Als de Geest over de wachtende groep komt, gebeurt er van alles.

Wat misschien het meest in het oog springt,

is dat iedereen de leerlingen kan verstaan.

De taal van ieder mens – zou dat niet de taal van de liefde kunnen zijn?

Wat vertellen de leerlingen?

 

Of misschien beter: wat vertelt de heilige Geest?

Het eerste dat Petrus, een van de leiders van de volgelingen van Jezus doet,

nadat hij de heilige Geest heeft ontvangen, is speechen.

Of in kerktaal: hij houdt een preek.

Hij legt uit de Geest God dichtbij is, God die in ons wil zijn.

Waarom?

Om ons te bepalen bij Jezus de gekruisigde

Om ons op het spoor van Jezus te brengen en in dat spoor ons leven te vervolgen.

Om ons te vertellen dat Jezus de Messias is – Redder. Verlosser.

Verlossing gaat over het verleden en over de toekomst.

Verlossing is verandering.

 

Verlossing is de verandering of transformatie van ons verleden

van een last in een geschenk,

van een plek van verdriet en dood

in een erfenis van wijsheid en vreugde.

Het verleden kan wurgend aanwezig zijn.

We kunnen lijden aan gemiste kansen, aan verkeerde keuzes.

Opgebrand.

We kunnen de last van het verleden meedragen –

levenslessen die ons klein en machteloos maken.

Levenslessen die ons leren om hard en onkwetsbaar te zijn.

Verlossing gaat over dat verleden.

Als we een ding weten, is dat het verleden niet veranderd kan worden.

Hoe we de gebeurtenissen en herinneringen ook omwentelen en omwentelen.

Verlossing is dat onze kijk op het verleden verandert.

Dat we het verleden ook mogen zien als een geschenk.

Als een bron van levenswijsheid.

En verlossing heeft te maken met de verandering,

de transformatie van onze toekomst.

Van een plek van vloek in zegen.

Van een plek van angst en dood in een bestemming van hoop en glorie.

Als we het hebben over de verlossing van het verleden,

dan noemen we dat vergeving van zonden,

als we het hebben over verlossing van de toekomst,

noemen we dat het eeuwige leven.

 

Dat zijn de geschenken die Jezus ons gebracht heeft met zijn leven,

zijn dood en zijn opstanding.

Het herstel van het verleden, en de belofte van de toekomst.

Dat is verlossing.

Geloven gaat over ons héle leven!

En dat, dat is waar de heilige Geest ons aan herinnert, ons bij bepaalt.

 

Maar waar is het heden dan?

Wat betekent het geloof voor vandaag?

 

Paulus, de auteur van de brief aan de gemeente in Korinthe

schrijft over de liefde.

Dit mooie en bijzondere hoofdstuk staat in een betoog

over hoe de heilige Geest in ons dagelijks leven werkzaam is.

Paulus noemt in het voorgaande hoofdstuk allerlei bijzondere talenten

die met de Geest te maken hebben.

Maar dan sluit Paulus dat hoofdstuk af met de opmerking:

zoek de belangrijkste talenten,

maar ik wijs jullie een nog voortreffelijke weg.

Die weg, die weg is de liefde.

De liefde als het grootste geschenk van de heilige Geest.

Waarom?

Geloof, hoop en liefde, maar het meeste daarvan is de liefde.

Paulus spreekt over de toekomende tijd.

De tijd dat we oog in oog leven met God.

Dan hoeven we niet meer te geloven – want we zien

Dan hoeven we niet meer te hopen – want we leven in Gods aanwezigheid

Maar wat blijft is de liefde

De liefde is hét kenmerk, hét teken van Gods toekomst

Waar we de liefde leven, opent zich het Koninkrijk van God.

Hier en nu.

Liefde geeft kleur aan het leven, aan geloven, aan onze hoop.

Liefde is de weg van dienstbaarheid, van oog hebben voor onze medemens

 

Wie is God?

God is de liefde die ons verleden heelt

God is de liefde die toekomst opent

God is de liefde die vandaag kleurt

God is de vreemdeling op mijn weg

God is de dakloze op Zuidplein

God is mijn medemens

God wordt zichtbaar in de barsten van mijn bestaan

God – wie bent U? Amen

 

Waarom?! – als aanklacht en verzet

7 jun

‘Het leven is niet eerlijk’. De man tegenover mij pakt zijn kopje met beide handen stevig vast en slaat zijn ogen neer. Een traan rolt over zijn wang.  Nauwelijks hoorbaar fluistert hij: ‘Waarom overkomt mij dit?’ Om er direct, haast verontschuldigend aan toe te voegen: ‘Ach waarom ik niet eigenlijk? Er is toch geen antwoord’.

De confrontatie met ziekte, dood, onrecht en lijden breekt soms diep in in ons leven en kan scherpe vragen oproepen. Vragen naar het lijden raken ook aan vragen naar de zin van het bestaan. Wat maakt het leven de moeite waard? Vragen naar het lijden kunnen ook het beeld dat we van God hebben op z’n kop zetten. Waar was God met het ongeluk? Keek Hij de andere kant op? Waarom kreeg die jonge vrouw kanker? Als God machtig is, is Hij dan niet verantwoordelijk te houden voor het leed? Als het leed ons de adem ontneemt, kan er dan nog ruimte zijn voor Gods goedheid?

Afbeeldingsresultaat voor esther veerman schilderij

Esther Veerman, Closed Environment

Het is een vraag die mee resoneert in de verhalen in de Bijbel. Het is ook een vraag die niet statisch is, maar steeds in beweging. In Bijbelboeken als Job, de Psalmen en Prediker worstelen de schrijvers met de vraag naar het lijden en de oneerlijkheid van het leven. De gangbare opvatting van die tijd – dat goede mensen zegen ontvangen en slechte mensen gestraft worden –  blijkt in de praktijk niet op te gaan. Is God dan toch een God van willekeur?

In het Bijbelboek Job maken we kennis met een rechtvaardige: Job. Iemand die betrouwbaar is, op wie je kunt bouwen. In de beschrijving aan het begin van het eerste hoofdstuk klinkt iets door van de gestalte van de mens zoals die door God bedoeld is. Hij komt niet uit Israël, zodat de impact van het verhaal verder reikt – het is universeel.

Op het moment dat deze rechtvaardige met zoveel tegenslag te maken krijgt, komt die vraag naar boven: heeft Job het leed op de een of andere manier over zich afgeroepen? Job verzet zich met hand en tand tegen deze visie. In zijn worsteling, in zijn strijd blijft hij zich met God verhouden. Zijn zoeken en vragen zijn een eerlijk gebed – vol emotie.

Er is bij hem geen berusting en gelatenheid. Als de verschrikkelijke berichten een voor een binnenkomen, stort zijn hele wereld in. Zijn vermogen is hij in een klap kwijt, door natuurgeweld en rovende stammen. Maar erger en dramatischer is dat hij ook zijn kinderen verliest. De berichten volgen zich zo snel achter elkaar op, dat Job niet de tijd heeft om het echt tot zich door te laten dringen. Hij scheurt zijn kleren en scheert zijn hoofd kaal: kleren maken de man. Hij is zijn identiteit kwijt, geen schim meer van wie hij was. In de verpletterende verslagenheid zoekt hij houvast bij de Eeuwige. Zijn waarom-vraag is geen wetenschappelijke vraag, maar een bestaansvraag.

In zijn lezenswaardige commentaar op Job (Antwoord uit het onweer, 1935) schrijft Miskotte over het belang om ruimte te maken en te houden voor de vraag naar het waarom en voor de worsteling met God. We hebben de neiging om aan deze vraag voorbij te gaan, of dicht te smeren met pijnlijke en voorbarige antwoorden. Een antwoord dat in de samenleving gevonden wordt, komt uit de oosterse wijsbegeerte. Het zet in op berusting, op het juiste evenwicht tussen het goede en het kwade. Of men poogt het lot te aanvaarden en zich erbij neer te leggen.

Binnen de christelijke traditie wordt geprobeerd om het lijden te verklaren als noodzakelijkheid op de weg van de vooruitgang, als straf of als les. Maar, zegt Miskotte, al deze visies maken van God een onbetrouwbare boeman of een tragische god. Kenmerkend voor het Joodse denken is het verzet tegen het kwade. Het is de aangevochten mens die zich worstelend met God verhoudt. Het is het hart van de aangevochten mens waarin die vraag naar het waarom ruist en opwelt.

Job zoekt de naam van God. Het is de belofte waar hij zich aan vasthoudt. Het ontzag voor God maakt dat hij zich niet neerlegt bij gemakkelijke antwoorden. In het vragen  en roepen komt hij in Gods nabijheid. Durven wij het in die vraag uit te houden?

NB 1: komende zondag 10 juni om 9.30 uur in de Ontmoetingskerk ga ik in op de antwoorden van de vrienden van Job en van zijn vrouw.

NB 2: elk verhaal is uniek. Elk mens gaat haar of zijn eigen weg in het omgaan met lijden en in het verhouden met God. Niet iedereen worstelt en strijdt. Er zijn mensen die juist in de diepte van ellende troost en bemoediging van God ervaren: Hij heeft kracht gegeven en op de een of andere manier hen gedragen.

 

Waar is God in tijden van nood?!

3 jun

“Waar was God? Waar ís God?”

Ik kijk mijn gesprekspartner aan. De ogen verraden de pijn die achter deze vraag schuil gaat. De vraag naar God raakt aan een diepte die nauwelijks te peilen is. Het raakt aan het zoeken naar houvast, naar het verlangen om te mogen schuilen, naar beschutting en bescherming. Het raakt aan eenzaamheid en verlorenheid op momenten dat het leven zwaar was en door de vingers dreigde te glippen.

Esther Veerman ‘In de wereld’

Geen antwoord

We zijn stil. Deze uitroept vraagt niet perse om een antwoord, maar om een voorzichtige verkenning. Wat betekent deze episode uit je levensverhaal voor je? Wat had je van God gehoopt of verwacht? Waar vind je rust?

Vaak is het uitroepen van deze vraag al een opluchting. Mag je zo over God spreken? Mag je zo tegen God je teleurstelling en woede uitschreeuwen? De psalmen zijn hier duidelijk in.

Ja.

De psalmen gaan ook over het leven. Over momenten van dankbaarheid én over de ruwe kant. De psalmdichters reiken ons woorden aan wanneer de bodem onder onze voeten wordt weggeslagen. De psalmen beschrijven hoe het is wanneer de golven dreigend over je heen slaan. In de psalmen lezen we dat God aanbidden soms niet anders kan dan door de hartenkreet: ‘God, waarom?!’

Dragende liefde

Iemand anders vertelt mij hoe hij in een uiterst moeilijke fase van zijn leven zich door God geleid heeft gevoeld.  “God heeft mij geholpen. Hij was er altijd. Op momenten dat ik er doorheen zat, stuurde Hij een engel om mij te dragen of te troosten. Nee, ik ben nooit alleen geweest.” Ik zie de ontroering in het gezicht van mijn gesprekspartner. Wat is het kostbaar en waardevol om deelgenoot te mogen worden van deze verhalen.

 

Overgave en verzet

Wat opvallend is in de Bijbel dat deze overgave en deze scherpe vragen soms heel dicht tegen elkaar liggen. Vaak lees ik in een pastoraal gesprek het laatste gedeelte uit Romeinen 8. Een prachtig en bemoedigend statement van Paulus: ‘Niets kan mij scheiden van de liefde van God door Jezus Christus’. Het is een overtuiging waar Paulus bij uitkomt na stil te hebben gestaan bij het lijden in ons eigen leven en om ons heen. Het ‘zuchten van de schepping’.

Schreeuwen naar God

Maar er is nog iets opvallends. In dat prachtige slot van hoofdstuk 8 staat een wonderlijk citaat: ‘dag na dag worden wij om U gedood en afgevoerd als schapen voor de slacht’. Het is een citaat uit psalm 44. Een psalm die schreeuwt om God, waarin de dichter zich in de steek gelaten voelt en uitroept: ‘God, slaapt U?!’ Met een beroep op Gods trouw en Gods naam blijft hij roepen en bidden tot God.

Zo kan het zijn. Het roepen – als een diep en intens gebed. En soms ergens iets opdoen aan Gods beschermende vleugels. Verzet en overgave. Kernwoorden van ons geloof.

Zeven teksten om de dag mee te beginnen: ‘je bent een mooi mens’

7 jul

Geregeld kom ik mensen tegen die worstelen met hun eigenwaarde. Ze hebben het gevoel er niet toe te doen, voelen zich minderwaardig en hebben moeite om ruimte in te nemen. Het Bijbels gebod ‘heb je naaste lief als jezelf’ is voor deze groep een lastige opgave. Voor anderen zorgen lukt wel, maar voor jezelf?

Misschien dat deze Bijbelteksten je op de een of andere manier een beetje kunnen helpen om op een ander spoor te komen: ‘je bent een mooi mens!’

Zondag: Genesis 2, 7 en 8  

Toen maakte God, de HEER, de mens. Hij vormde hem uit stof, uit aarde, en blies hem levensadem in de neus. Zo werd de mens een levend wezen. 8 God, de HEER, legde in het oosten, in Eden, een tuin aan en daarin plaatste hij de mens die hij had gemaakt.

De Bijbel laat er geen gras over groeien: God is blij met jou! Het scheppingsverhaal vertelt hoe God de chaos en woestheid ordent en aan banden legt om zo de aarde tot Vaderland te maken. De kroon op de schepping is de mens. Jij bent de kers op de taart, zeg maar. In Genesis 1 lezen we dat we als mens beelddrager van God mogen zijn. Met andere woorden: in onze manier van leven, in wie we zijn en hoe we zijn, mogen we iets van God laten oplichten. Zo hoog heeft God ons. Zoveel vertrouwen geeft Hij ons.

Dat is ook mooi te zien in de verzen die je zojuist gelezen hebt. Je moet je voorstellen hoe God neerknielt en met zorg uit de aarde jou uit klei vervaardigt. Liefdevol en bewogen. Hij houdt ons in zijn handen. En dan blaast Hij zijn levensadem in ons. En dan, dan wordt het wat! We leven op de adem van God. Dan komen we aan onze bestemming. Wandelen met God, in die tuin – een hof vol leven en liefde. Dat gunt God jou.

Gebed: Eeuwige God, Schepper van hemel en aarde, mijn leven is met U begonnen. U hebt mij met liefde geschapen. Help mij om mij met uw liefdevolle ogen te leren zien. Zegen mij met uw licht opdat ik mijn handen durf te openen om uw liefde te ontvangen. Amen

Maandag: Genesis 3, 8 en 9

8 Toen de mens en zijn vrouw God, de HEER, in de koelte van de avondwind door de tuin hoorden wandelen, verborgen zij zich voor hem tussen de bomen. 9 Maar God, de HEER, riep de mens: ‘Waar ben je?’

Misschien is het ook wel te mooi om waar te zijn. Leven in verbondenheid met God. In Genesis lezen we al snel dat het mis gaat. De mens kiest een eigen weg. De boom waar ze niet van mochten eten stond in het midden van de tuin. In het oude Israël was het gebruikelijk dat de eigenaar van een boomgaard in het midden een eigen boom had, waar de pachters, de huurders niet aan mochten komen. Het was een herinnering: let op, je mag alles gebruiken en je eigen maken, maar vergeet niet dat een ander de eigenaar is.

De mens kiest anders. Waarom? Wil ik graag de belangrijkste zijn? Ben ik bang dat er niet goed voor mij gezorgd wordt? Gaat het om zelfhandhaving? Hoe dan ook, het blijft niet zonder gevolgen. Als God in de tuin wandelt, weet ik niet hoe snel ik me moet verstoppen. Ik kan God niet meer onder ogen komen. Ik schaam me en ben bang. Weg verbondenheid. Dat maakt eenzaam en dat vreet aan je eigenwaarde. God zal het wel he-le-maal met mij gehad hebben.

Maar er gebeurt iets anders. En dat is echt belangrijk, want dat is een van de rode draden in de Bijbel: God roept je! Waar ben je? Je wordt bij je naam geroepen, omdat God je waardevol vindt. Ook wanneer je fouten maakt, of wanneer je gebukt gaat onder schaamte en schuldgevoelens. God roept je, om je weer op de benen te zetten. Je hoeft je niet langer te verstoppen. Je bent het waard om gezien te mogen worden.

Gebed: God van licht en leven, ik dank U voor uw geloof en vertrouwen in mij. Ik dank U dat U mij roept uit mijn schuilplaats en dat U mij op de benen zet zodat ik weer op adem kan komen. Wilt U mij helpen om niet ten onder te gaan als ik fouten maak, maar om dan uw stem te herinneren die mij weer in het licht roept. Amen

Dinsdag: Psalm 139, 13 – 16

13 U was het die mijn nieren vormde,

die mij weefde in de buik van mijn moeder.

14 Ik loof u voor het ontzaglijke wonder van mijn bestaan,

wonderbaarlijk is wat u gemaakt hebt.

Ik weet het, tot in het diepst van mijn ziel.

15 Toen ik in het verborgene gemaakt werd,

kunstig geweven in de schoot van de aarde,

was mijn wezen voor u geen geheim.

16 Uw ogen zagen mijn vormeloos begin,

alles werd in uw boekrol opgetekend,

aan de dagen van mijn bestaan ontbrak er niet één.

Wat heeft God met veel liefde, zachtmoedigheid en betrokkenheid jou geschapen. Wonderlijk hoe je in de buik van je moeder bent ontstaan. Adembenemend als je bedenkt hoe God jou met zoveel zorg heeft geweven. Hoeveel liefde spreekt daar niet uit?

Tegelijkertijd is het ook wel een lastige tekst. Misschien ben je wel helemaal niet blij met je lijf. Misschien heb je te maken met een beperking of met chronische ziekten of vind je dat je helemaal niet mooi bent.

Zou het je kunnen helpen om te beseffen dat God jou wel liefheeft zoals je bent? Zou het kunnen dat jij, ondanks je beperking, in Gods ogen echt een mooi mens bent? Ik wil de pijn van ziekte en beperking niet bagatelliseren, maar ik wil je ook op het hart drukken dat jij veel meer bent dan je ziekte. Hoe dan ook – met Gods liefdevolle bewogenheid is jouw leven begonnen. En Hij heeft beloofd dat Hij niet loslaat wat Hij begonnen is. Misschien voel je je eenzaam, misschien wel juist door je lijf. Maar in die moeilijke weg belooft God dichtbij t zijn om jou te steunen. Hij heeft jou lief.

Gebed: dank U wel, hemelse Vader, dat U mij met zoveel liefde en zorg geschapen hebt. De kleinste details van mijn lichaam hebt U geweven. Wil U mij helpen om van mijn lichaam te houden, om mijzelf kostbaar te mogen vinden? Amen

Woensdag: Mattheüs 6, 26

26 Kijk naar de vogels in de lucht: ze zaaien niet en oogsten niet en vullen geen voorraadschuren, het is jullie hemelse Vader die ze voedt. Zijn jullie niet meer waard dan zij?

Dat is een rake opmerking van Jezus. Het vers dat je gelezen hebt komt uit een stukje waarin Jezus zegt: ‘Maak je geen zorgen’. Zorgen zijn lastige dingen. Het is een beetje als het touwtje van een capuchon in de wasmachine. Het touwtje gaat overal doorheen en omheen. Het maakt van de was een warboel zodat het één grote knoop wordt.

Als je worstelt met je eigenwaarde heb je vaak een uitstekend ontwikkeld piekertalent. Juist als je onzeker bent, kan je vastlopen in gedachtenspinsels. Hoe kom je daar vanaf? Jezus zegt hier iets moois: Hij nodigt ons uit om goed te kijken. ‘Kijk eens goed naar de vogels, naar hun pracht en hun aanwezigheid. Het is de hemelse Vader die voor ze zorgt’. En dan zegt Jezus: ‘Zijn jullie niet veel meer waard dan zij?’ Dat is iets om stil bij te staan. Jij bent alles waard voor God. Het is Jezus zelf die tot het uiterste gegaan is om jou te redden. Echt, je weet niet half hoe waardevol je bent voor God!

Gebed: Barmhartige God, ik dank U voor hoe U met mij begaan bent. Ik dank U dat U snapt hoe mijn piekeren mij kan klemzetten. Geef dat ik met open ogen en oren kan kijken en luisteren naar de pracht van uw schepping. Geef dat ik meer en meer leer te beseffen hoe waardevol ik ben in uw ogen. Amen

Donderdag: Jes 41, 8 – 10

8 Maar jou, Israël, mijn dienaar,

Jakob, die ik uitgekozen heb,

nakomeling van Abraham, mijn vriend,

9 jou die ik heb weggehaald van de einden der aarde,

die ik van haar verste uithoeken terugriep –

jou zeg ik: Jij bent mijn dienaar,

jou heb ik gekozen, ik heb je niet afgewezen.

10 Wees niet bang, want ik ben bij je,

vrees niet, want ik ben je God.

Ik zal je sterken, ik zal je helpen,

je steunen met mijn onoverwinnelijke rechterhand.

Het is ontroerend om te lezen hoe liefdevol God soms over mensen spreekt. Hoe bewogen Hij is met zijn volk. Die liefde en die bewogenheid mag je ook op jezelf betrekken. God heeft je teruggebracht toen je verstopt en verdwaald raakte aan het einde van de aarde. God heeft je gevonden toen je vervreemd was geraakt van jezelf, het gevoel had misschien dat je in ballingschap verkeerde. Hij heeft  jou teruggeroepen. Vriend. Vriendin. Van God.

God nodigt je uit om niet langer bang te zijn. Soms kan er zoveel angst verscholen gaan onder je minderwaardigheid en je gebrek aan eigenwaarde. ‘Wees maar niet bang’ zegt God. ‘Ik zal je sterken en helpen’. Laat het maar toe. Je bent geliefd. Je bent de moeite waarde. Er zijn mensen die van je houden. Er is God die van jou houdt.

Gebed: God vol genade, dank U wel dat U mij steeds weer roept. Dat U mij zoekt en vindt wanneer ik vervreemd ben geraakt van mijzelf en de mensen om mij heen. Wanneer mijn leven op ballingschap is gaan lijken. Wilt U mij helpen om naar uw stem te horen en op U te steunen – dat ik kan horen dat ik uw vriend mag zijn. Amen

Vrijdag: Galaten 4, 6

6 En omdat u zijn kinderen bent, heeft God ons de Geest van zijn Zoon gegeven, die ‘Abba, Vader’ roept.

Dit is echt een heel bijzondere tekst, die je even op je in zou moeten laten werken. Misschien denk je dat je zelf niet zoveel waard bent en dat niemand zich om jou druk hoeft te maken. Maar moet je horen, God heeft zijn eigen Zoon naar de aarde gezonden om ons te redden. Het was Jezus die de hemel op aarde bracht en de aarde in de hemel. Hij heeft ons met zijn niet aflatende liefde verzoend met zijn Vader.

In Jezus mogen wij kinderen van God zijn. Geen slaven. Geen werknemers. Maar kinderen. We mogen delen in Gods luister. We mogen delen in de heilige Geest. We mogen God ‘Abba’ noemen. Daar spreekt zoveel liefde uit van God voor ons. Daar word je stil van.

Gebed: ….  Abba, Vader, ….

Zaterdag: Lucas 15, 4 – 6

‘Als iemand van u honderd schapen heeft waarvan er één verloren is geraakt, laat hij dan niet de negenennegentig andere in de woestijn achter om naar het verdwaalde dier op zoek te gaan tot hij het gevonden heeft? 5 En als hij het gevonden heeft, legt hij het vol vreugde op zijn schouders 6 en gaat hij naar huis. Daar roept hij zijn vrienden en buren bijeen en zegt tegen hen: “Deel in mijn vreugde, want ik heb het schaap gevonden dat verdwaald was.”

Misschien is het voor jou een bekend gevoel. Niemand zal mij missen. Als ik niet naar het feestje ga, als ik niet meedoe, als ik – het maakt niet uit of ik er ben of niet. Maar voor Jezus ben jij echt een ander verhaal. Hij mist jou als je er niet bent. Als jij jezelf niet durft te laten zien. Als jij om wat voor reden dan ook je probeert te verstoppen. Hij is de Goede Herder die jou mist en op zoek gaat naar jou. Wat Hij belooft is niet alleen dat Hij jou zal vinden, maar ook dat de hele hemel ontzettend blij is dat jij gevonden bent. Groot feest! Want jij bent er!

Gebed: Heer Jezus, dank U dat U als Goede Herder gekomen bent om mij te zoeken als ik verdwaald ben of me verloren voel. Geef dat ik mag voelen hoe U mij draagt als ik zelf niet verder kan. Geef dat ik het feest mee mag vieren, omdat ook ikzelf blij ben dat ik thuis ben. Amen

Koppig geloven: zwerfvuil rapen in de storm

14 jan

Het is alweer zo’n 12 jaar geleden dat ik schoorvoetend moest toegeven dat ik toch geloof. Jarenlang had ik geworsteld en geprobeerd om los te komen van geloof, los te komen van God. Teleurgesteld in mensen, geloofsgemeenschappen en mijzelf zocht ik naar een andere levensinvulling. In die periode van zoeken was ik onrustig en vaak neerslachtig. Ik zocht gesprekspartners om mijzelf te overtuigen dat ik beter af was zonder God. Een van mijn vrienden die lange tijd geduldig naar mijn warrige uiteenzettingen luisterde, merkte op enig moment op dat hij mij behoorlijk gelovig vond. Ik bleef immers maar over God praten en tegen Hem strijden. Hij adviseerde mij om óf afscheid te nemen van deze weg en echt een andere koers te varen, óf te erkennen dat ik geloofde, alleen niet wist hoe en wat.

Weg terug

Zo begon mijn weg terug. Een nieuwe worsteling. Ok, God, U bestaat. Dat riep echter nog scherpere vragen op. Als God bestaat, waarom is er dan zoveel ellende en zoveel geweld? Heeft Hij überhaupt iets te maken met onze werkelijkheid? Opnieuw een worsteling van jaren. Mijn perspectief kantelde doordat enkele mensen hun ervaringen met God met mij deelden. Kostbare verhalen. Ik begon los te komen van mijn woede, verwijten en bitterheid, en ontdekte dat God mij nooit had losgelaten. Weet hebben van Gods nabijheid werd het fundament waarop mijn geloof, hoop en liefde weer werden opgebouwd.

Geloof als motivatie

Het geloof is mijn motivatie voor mijn zoeken naar recht en gerechtigheid, voor mijn verzet tegen misstanden en voor mijn betrokkenheid op mensen die gebutst en gebeukt door het leven gaan. Het geloof opent een hoop die vele malen groter is dan de ellende, de waanzin en het verdriet waar ik mee geconfronteerd word in gesprekken, in mijn eigen leven en in het journaal. Het is een koppig geloof, een koppige hoop. Omdat ik weet dat het anders kan zijn. Omdat ik me niet neer wil leggen bij haat en bitterheid. Omdat ik geloof in de kracht van de liefde.

plastic tas

Zwerfvuil rapen in de storm

Heeft geloven zin? In deze tijd? Afgelopen vrijdag stormde het. In Vriezenveen zou het plastic afval opgehaald worden en overal waren de zakken met plastic al klaargelegd. De zakken waaiden me om de oren en vlogen over straat, toen ik op weg was naar de bushalte. Sommige zakken waren opengescheurd en de wind speelde enthousiast met het vrijgekomen afval. Aangekomen in Almelo zag ik twee mannen met prikstokken zwerfvuil rapen. Dat is voor mij het beeld van geloven. Zwerfvuil rapen in de storm. Heeft het zin? Nee, natuurlijk niet, maar het maakt wel een verschil en laat zien dat het anders moet en anders kan. Dus ja, geloven heeft zin.

De regenboog – Noach vertelt

3 okt

(Bij mijn afscheid van de Protestantse Gemeente ‘t Harde mochten de kinderen hun lievelingsverhaal uit de Bijbel kiezen. Dit is de keuze van Rick, Joost, Juul en Ruben)

Beste Rick, Joost, Juul en Ruben, wat gaaf dat jullie het verhaal van Noach zo mooi vinden. Als Noach zijn verhaal vertelt, ben ik altijd een en al oor. Maar ja, Noach is dan ook mijn opa. Mijn naam is Tubal. Ik ben de kleinzoon van Noach. We zitten in de tent en kijken uit over de vallei. Het is maar goed dat we binnen zitten, want de regen valt met bakken uit de hemel. Bliksemschichten doorklieven de donkere lucht.

Mijn opa is stil. Ik zie hem peinzen. Met zijn handen ondersteunt hij zijn hoofd, terwijl hij naar de kleine stroompjes kijkt die naar beneden kolken en gaandeweg de helling veranderen in snelstromende beekjes. Noach kijkt omhoog, naar de lucht. Ik kijk naar zijn ogen. Naar zijn vriendelijke en rustige oogopslag, naar het vertrouwen dat zijn ogen uitstralen.

Noach staat op en stapt de regen in. Hij wenkt mij om naast hem te komen staan. Met zijn stok wijst hij naar het westen, waar de wolken openbreken. De zon breekt door en zonnestralen vallen de vallei binnen. De zon schijnt op de regen en een prachtige regenboog omspant het dal. Boven de heldere regenboog wordt nog een tweede boog zichtbaar.

dubbele regenboog

‘Mooi, he’ fluistert mijn opa. ‘Een dubbele regenboog!’ We staan samen in de regen. Mijn opa pakt mijn hand en hij opent zijn andere hand naar de hemel. ‘Dank U wel’, hoor ik Noach zeggen.

We stappen de tent weer in, onze haren nat van de regen. Ik kijk mijn opa vragend aan. Noach begint te vertellen.

‘Als ik de regenboog zie, denk ik aan God. Aan zijn zorg voor ons, aan zijn trouw en liefde. Je weet dat er een hele grote overstroming is geweest, he. God heeft mij van tevoren gewaarschuwd. Hij vertelde mij dat ik een hele grote boot moest bouwen, een ark. Het ging namelijk helemaal niet goed met de mensen en met de aarde. De mensen zorgden heel slecht voor de dieren en deden ook elkaar kwaad. Niemand was meer veilig.

God wilde voor zijn schepping zorgen en het kwaad stoppen. De boot die ik ging maken, moest zo groot worden dat van alle dieren er twee mee konden in de ark.

Ik was uitermate verbaasd. Waarom kwam God naar mij toe? Hoe kon ik ooit een zo grote boot bouwen? Hoe zouden die dieren in de ark komen? Ik liet de vragen maar en begon aan mijn opdracht. Jouw vader en ooms hielpen vaak mee. Sem, Cham en Jafet waren fijne zoons. De mensen in de omgeving verklaarden ons voor gek. Wie bouwt er nu een boot op het droge? En nog wel een zo grote boot?

We werkten weken, maanden en jaren aan de boot. Telkens waarschuwde ik de mensen die kwamen kijken voor wat komen ging. Niemand nam mij serieus.

Op een ochtend toen de zon nog maar net de eerste stralen op de boot liet vallen, die nog maar net klaar was, voelden we de aarde beven. We sprongen uit ons bed en keken naar buiten. Een grote stofwolk hing boven de vlakte. Door het stof heen zagen we silhouetten bewegen. Eerst konden we het niet zo goed zien, maar opeens zagen we wat die stofwolken veroorzaakten.

Dieren. Honderden dieren. Twee giraffen staken met hun lange nekken boven alles uit. Twee olifanten liepen voorop. Twee stokstaartjes renden rondjes om twee runderen. Allerlei soorten vogels vlogen tjilpend en kwetterend rond de gazelles en zebra’s. We keken onze ogen uit. Er kwamen allemaal mensen op het geluid af en met verbazing zagen we hoe de dieren vanzelf de ark inliepen.

Ondertussen begon het te regenen. Eerst sloegen we er geen acht op, maar het begon steeds harder te regenen. Het water kwam met bakken uit de lucht. Ik riep tegen mijn vrouw en mijn zonen en schoondochters dat ze snel hun spullen moesten pakken en in de boot moesten stappen.

Ik ging als laatste naar binnen. Ik kon nog net voorkomen dat een schildpad klem kwam te zitten tussen de deur.

We voelden de ark loskomen van de grond. Hij begon te drijven. Het bleef regenen. Alles stond onder water en wij dreven op de golven, in weer en wind. Het duurde lang. De regen hield wel 40 dagen aan. Maandenlang bleef het land overstroomd. Wat duurde het lang en wat was het moeilijk om niet moedeloos te worden.

Maar opeens voelden we de ark vastlopen. Het water was aan het zakken! Het werd droog en wij, wij mochten eindelijk naar buiten en de grond weer onder onze voeten voelen. Heerlijk! We dankten God op onze knieën.

Toen we omhoog keken, zagen we een regenboog. De helderste en mooiste die we ooit gezien hadden. Zulke mooie en hartverwarmende kleuren. God zei: “Dit is een teken van mijn liefde en trouw aan jullie en aan de hele schepping. Ik zal het nooit meer zo hard laten regenen, en ik zal altijd goed voor jullie zorgen”.’

‘Dus, Tubal’, besluit mijn opa, ‘als ik die regenboog zie, dan denk ik aan hoe God ons gered heeft. Dan herinner ik me hoeveel God van de schepping houdt. Dan weet ik dat God altijd trouw zal zijn.’

Opa wil nog meer vertellen. Maar het is inmiddels droog geworden. Ik roep ‘dag opa’ want ik wil nu eerst rennen.

Een echte held

10 sep

Dit blog is geschreven voor en geplaatst op http://www.mijnkerk.nl (Een echte held) op 2 september 2014

Onze hond Flower kwam vijf jaar geleden als een kleine vertederende puppy van net twee maanden in ons gezin. Het was niet moeilijk om van haar te houden. Haar enthousiasme en eigengereidheid werken aanstekelijk. Ze is altijd een en al blijdschap als één van ons weer thuiskomt. Nooit zal ze mopperen over het tijdstip.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Beetje bang

Flower is echter ook een beetje bang. Zo vindt ze het doodeng om een brug over te steken. Als ze door de kieren of onder de reling door de diepte (ook al gaat het maar om enkele decimeters) ziet, gaat ze plat op haar buik liggen en verroert zich niet meer. Hoogtevrees.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat ze trappen ook maar enge dingen vindt. In ons vorige huis hadden we een dichte trap, bekleed met vloerbedekking. Het kostte wat moeite en veel koekjes om haar te leren traplopen. Het werd niet echt haar favoriete bezigheid. Tot overmaat van ramp hebben we in ons nieuwe huis een open trap, die ook nog eens glad is. Ze zal nooit uit zichzelf een stap op de trap zetten. Liever gaat ze onderaan de trap zitten blaffen tot we haar ophalen – of boven aan de trap als ze toch liever naar beneden wil.

‘Een enorme onderneming’

Esther en ik gingen een keertje boodschappen doen. Onze zoon zat boven huiswerk te maken. Toen we terugkwamen konden we Flower nergens vinden. Normaal gesproken zou ze ons allang welkom hebben geblaft en gekwispeld. Totdat we een zacht en voorzichtig binnensmonds geblaf hoorden. Daar zat Flower, op de derde trede van boven. Ze was begonnen om de trap te beklimmen, een enorme onderneming die ze net niet tot bovenaan durfde te voltooien.

‘Ben ik wel goed genoeg?’

Het deed me een beetje denken aan hoe we soms zelf kunnen worstelen met onze eigen angsten. Ben ik wel goed genoeg? Mag ik bestaan? Hoe ga je om met die angsten? Soms kom ik mensen tegen die het gevoel hebben dat ze zich moeten bewijzen. Presteren. Je bent wat je doet. Van binnen voel je je misschien zwak, maar van buiten probeer je sterk te zijn.

De Bijbel spreekt hier ook over. Voor God hoef je niet je best te doen en zijn liefde te verdienen. Zijn hart gaat naar ons uit. Juist als we worstelen, zoeken en ons verloren voelen. Hij kent onze binnenkant, bij Hem mag je tot rust komen. Niet zelf die trap op, maar roepen:” God, ik kan het niet alleen, help me toch”.

Dat is nog eens heldhaftig. Een echte held is niet iemand zonder angst, maar iemand die zijn angst onder ogen durft te zien.

Suïcidaal: klem in leegte en wanhoop

9 jul

Op 28 juni 2014 besteedde Groot Nieuws Radio in Heilige Huisjes aandacht aan het taboe rond zelfdoding. Via een kort telefonisch interview heb ik ook een bijdrage mogen leveren aan dat programma (vanaf minuut 13).  Het doel van het programma is om het taboe dat rust op suïcide te doorbreken. Te vaak worstelen mensen te lang in stilte en eenzaamheid met gedachten aan zelfdoding. Wanneer je het leven niet meer ziet zitten, is het moeilijk om hier aandacht voor te vragen. De schaamte, het gevoel van falen en de angst om veroordeeld te worden maken het niet gemakkelijk om deze worsteling met anderen te delen.

donkere tunnel

Suïcide en schuld

Op verschillende manieren heb ik met suïcidaliteit te maken gehad. Het meest ingrijpend was de suïcide van Ritger, mijn  neef, de oudste zoon van mijn broer. Zijn overlijden was totaal onverwachts en de verslagenheid nauwelijks te beschrijven. Het is een gebeurtenis met een diepe impact die altijd in meer of mindere mate aanwezig zal blijven. Bij elke suïcide is er niet alleen het abrupte overlijden en het missen van wie niet gemist kan worden. Het roept echter ook vragen op, beklemmende vragen. Hadden we iets moeten doen? Hadden we het moeten zien aankomen? Ben ik schuldig?

Interne dynamiek

Die benauwende en knagende vraag naar schuld is een belangrijke vraag, die gesteld en verkend moet worden. Tegelijkertijd is het goed om mee te wegen dat bij suïcidale gedachten er vaak sprake is van een interne dynamiek die omstanders – hoe nabij die ook kunnen zijn – niet of nauwelijks meekrijgen. Mensen die worstelen met suïcidale gedachten zijn zich vaak zeer bewust van het taboe dat op suïcide rust. ‘Hoe kun jij nu zelfmoord willen plegen?! Je hebt zo’n lieve partner.’ Het gevolg is dat die suïcidale neigingen niet bespreekbaar worden. Vanwege schaamte en schuldgevoelens en vanwege het oordeel van de buitenwacht ligt het voor de hand dat suïcidale mensen niemand in vertrouwen nemen.

Tunnel

Het eenzame worstelen vergroot de kans dat diegene met suïcidale gedachten als het ware een tunnel in stapt. Meer en meer zal die persoon geloven in de gedachten die de wanhoop en leegte vergroten. Foute veronderstellingen klinken in ‘de tunnel’ aannemelijk en logisch. ‘Niemand zit op mij te wachten.’ ‘Uiteindelijk is iedereen beter af zonder mij’.  Wanneer de suïcidale persoon steeds meer in deze veronderstellingen gaat geloven, neemt de kans op een poging toe. De leegte en wanhoop is in deze fase ondragelijk.

Om mensen te kunnen ondersteunen, is het van belang om in gesprek te komen, voordat zij al te ver de tunnel zijn ingelopen. De suïcidale gedachten ontstaan ergens door. Het afwijzen of bagatelliseren van deze gedachten verhindert het gesprek over de onderliggende problematieken. In alle eerlijkheid moet ik ook zeggen dat mensen soms zo ernstig belast zijn en kampen met een zo diepe wanhoop dat de weg naar het leven niet altijd meer gevonden kan worden.

Als predikant probeer ik in die worsteling gesprekspartner te worden – zonder oordeel. Mensen veroordelen zichzelf al genoeg. Het uithouden in de wanhoop en leegte, zonder grote woorden en zonder goedkope oplossingen kan soms een tegenwicht bieden aan de tunnelvisie.

Welk Godsbeeld?

En God? Waar suïcidale mensen meestal naar zoeken is naar erkenning, naar ruimte om er te mogen zijn. Vaak zijn mensen die suïcidaal zijn, bang voor God. Het oordeel dat zij zichzelf toedichten, verbinden zij aan God: God als ultieme bron van moraal zal een ieder die zich aan het leven vergrijpt straffen. Deze visie op God is niet behulpzaam en zal de eenzaamheid eerder vergroten dan openbreken. Aan suïcidaal zijn gaat vaak een heel verhaal vooraf. Een verhaal dat uitmondt in een diepe verlorenheid en wanhoop. Het is Jezus die als ‘gelaat van God’ juist mensen heeft opgezocht en opzoekt in die wanhoop. Gods liefde reikt naar hen die in wanhoop leven en in wanhoop sterven. Als predikant probeer ik handen en voeten te geven aan die ruimte biedende liefde.

Enige kanttekeningen bij Max Lucado’s visie op lijden

26 jul

Max Lucado is in christelijke kringen een zeer gewaardeerd auteur. Op zich niet vreemd, omdat hij toegankelijk schrijft en geloof weet te verbinden met het dagelijks leven. De krachtige en heldere voorbeelden waarmee Lucado zijn boodschap ondersteunt, maken zijn boeken geliefd bij een breed publiek. Ook worden zijn boeken graag cadeau gedaan aan mensen die meer zouden willen weten van het geloof.

Nu zijn er echter wel kritische vragen te stellen bij de visie van Lucado. De praktijk van geloven is soms weerbarstiger dan zijn boeken doen vermoeden. De vragen komen het scherpst naar voren wanneer Lucado over het lijden spreekt. Zo gaat hij in zijn boek Leven met God als middelpunt in op de vraag naar het lijden. Hij beschrijft het lijden als een middel om God te kunnen verheerlijken. Dat is het ultieme doel van het lijden – een korte tijd van lijden is slechts een geringe opdracht in verhouding met de beloning die ons wacht: delen in Gods heerlijkheid in de hemel.

Lucado zegt over het lijden: “Je pijn heeft een doel. Je problemen, strijd, hartzeer en moeilijkheden werken samen tot één doel – de eer van God.” (p. 130).  “Uitverkoren om te lijden tot eer van God. Zijn licht schijnt als door een prisma door hun lichaam vol pijn en stroomt uit in een waterval van kleuren. Flitsen van God.” (p. 136). Er zijn meer citaten te geven, maar het komt in hoofdlijnen op dezelfde gedachte neer. Door de manier waarop wij ons lijden dragen en daarin van God getuigen, wordt Gods heerlijkheid centraal gesteld.

God en het lijden

 Eenzijdig

Deze visie op het lijden is voor veel mensen bemoedigend en ondersteunend. In het zoeken naar een weg in het omgaan met pijn en teleurstelling kan het helpend zijn wanneer het lijden een doel heeft. Zeker wanneer je door je lijden kunt getuigen van Gods grootheid en heerlijkheid. Het kan helpen om rust te vinden en in volle overgave het lijden te aanvaarden. In Leven met God als middelpunt geeft Lucado hier ook enkele bijzondere voorbeelden van. Door de manier waarop mensen hun ziekte droegen, waren ze voor omstanders getuigen van Gods kracht.  Over een man die ongeneeslijk ziek is: ‘Je ziekenhuiskamer is een uitstalkast voor je Schepper. Jouw geloof terwijl je wordt geconfronteerd met lijden, versterkt het volume van Gods lied’.  Over zijn vader die aan de spierziekte ALS leed: ‘Arrangeerde God mijn vaders ziekte om die uitgesproken reden? [door het gelovig dragen van het lijden door zin vader werd iemand ertoe aangezet Christus te leren kennen, alv]. Omdat ik de waarde ken die Hij hecht aan één ziel, zou het me niet verbazen.’

Hoewel ik geen afbreuk wil doen aan de waarde die deze visie voor mensen kan hebben, roept deze benadering ook moeilijkheden op.  Allereerst raakt het aan de spannende vraag wat de rol van God is in het lijden. Krijgen wij dat van Hem toebedeeld opdat we zijn Naam groot maken? Geldt dat ook voor de slachtoffers van de treinramp in Spanje? Voor de vader die zijn zoon door suïcide heeft verloren? Zou dat kunnen – dat God wil dat we lijden? In de tweede plaats stelt Lucado dat woede, opstandigheid en aanklacht niet zouden passen in een Bijbelse manier van omgaan met lijden. Verheerlijken wordt immers uitgelegd als het groot maken van Gods Naam en zonder klagen dragen wat Hij ons oplegt. Deze visie van Lucado schiet voor sommigen pastoraal tekort en heeft te weinig oog voor de veelzijdigheid van de Bijbel. Verschillende malen heb ik gelovigen zien strijden op hun sterfbed, omdat zij het leven lief hadden. Zou het de nabestaanden helpen als ik tegen hen moest zeggen dat hun overleden geliefde gefaald heeft in het verheerlijken van God? In de derde plaats verzuimt Lucado ook onderscheid te maken tussen de verschillende oorzaken van lijden. In sommige omstandigheden kan berusting buitengewoon schadelijk zijn. Met name wanneer mensen lijden onder geweld of andere vormen van onrecht zou het verheerlijken van de Naam juist verzet en opstandigheid moeten betekenen.

 De Bijbel en het lijden

In mijn beleving biedt de Bijbel meer ruimte om om te gaan met het lijden. Soms is er de oproep te berusten (exil-motief: het accepteren van de ballingschap in de profetie van Jeremia), soms de oproep om weg te trekken uit slavernij en ellende (exodusmotief). Waar de Bijbel echter steeds heel duidelijk over is, is dat God het lijden en het kwaad niet wil. Als het gaat om de wil van God, dan gaat het over de komst van het Koninkrijk. Een Rijk van recht en gerechtigheid.

God verzet zich tegen onrecht en tegen lijden. Als wij in opstand komen, als wij het leven niet los kunnen laten, dan vinden wij God aan onze zijde. Juist in de Bijbel vinden we de oproep aan God zich te tonen, zich niet verborgen te houden.  Heel duidelijk komt dat naar voren in psalm 44:

24 Word wakker, Heer, waarom slaapt u?
Ontwaak! Verstoot ons niet voor eeuwig.
25 Waarom verbergt u uw gelaat,
waarom vergeet u onze ellende, onze nood?

(Zie bv ook psalm 13, psalm 22, psalm 88), Matt. 26, 36 – 46).

Lijden als opdracht om Gods heerlijkheid te laten zien, is minder Bijbels dan Lucado doet vermoeden. De Bijbelteksten die hij aanhaalt (de blindgeborene en Lazarus die uit de dood wordt opgewekt) zijn geen bewijs om lijden te aanvaarden tot Gods eer, maar laten juist zien dat God zich verzet tegen lijden en dood. Laten we beginnen om te luisteren naar de lijdende medemens, opdat we de ander tot steun mogen zijn.

.