Tag Archives: heilzaam

Als de bron bitter is – over misbruik en de kerkelijke gemeente

2 nov

Afgelopen dinsdag 29 oktober 2019 mocht ik een workshop verzorgen op de studiedag van de PthU, SMPR en VPSG: Samen door de woestijn. Pastorale wegen naar heelwording na seksueel misbruik. Het Bijbelverhaal van de tocht van het volk Israël door de woestijn (Exodus) bood het kader van deze studiedag. Zelf had ik gekozen voor het verhaal van Mara, een oase in de woestijn met bitter water (Exodus 15, 22-26).

Te vaak hoor ik verhalen van mensen die te maken hebben (gehad) met seksueel misbruik, maar binnen een kerkelijke gemeente geen ruimte vinden voor hun verhaal. Soms is geen bron beter dan een bittere bron.

Wat is er nodig om als kerkelijke gemeente een levensbrengende bron te kunnen zijn? Het zit hem niet perse in het vermijden van woorden of noemen van situaties. Veel meer heeft het te maken met een nieuwe manier van kijken: met de ogen van het slachtoffer. Daarvoor is het nodig om meer te begrijpen van trauma.

IMG_20170807_192927

De keuze voor de Bijbeltekst

Gisteren was de documentaire ‘Niks aan de hand’ op de televisie. Als deze film één ding duidelijk maakt, is dat seksueel misbruik ingrijpend is en de rest van een leven kan bepalen. Misbruik is ook complex en pijnlijk. Miranda werd vanaf haar vierde levensjaar misbruikt door een negen jaar oudere neef, maar ze durfde niet over het misbruik te praten. Ze had 20 jaar therapie nodig om de traumatische ervaringen tot geschiedenis te maken. Als afsluiting van deze episode zocht ze – met de kijker als getuige – de confrontatie met haar neef.

Haar verhaal is helaas niet uniek. Met haar kampen vele vrouwen en mannen met de gevolgen van seksueel misbruik. Opmerkelijk is dat het misbruik vaak ongemerkt en over langere tijd plaats kan vinden en dat het vaak veel tijd vraagt om een weg te vinden om om te gaan met de traumatische ervaringen.

Uit verhalen van slachtoffers blijkt vaak dat niet alleen het misbruik zelf traumatiserend is, maar ook het proces om het misbruik te overkomen. De belangrijkste redenen zijn een gebrek aan inzicht in de dynamieken van seksueel misbruik en de weerstand om het probleem van misbruik echt onder ogen te willen zien.

De weerstand en het gebrek aan inzicht maken potentiële bronnen bitter.

Het pijnlijke in het Bijbelverhaal (Exodus 15, 22-27) het water van de oase waar zolang en zo dringend naar verlangd werd, bitter was. Die teleurstelling maakt een bittere bron moeilijker te accepteren dan geen bron.

Het opmerkelijke van het verhaal is dat genezing wordt gevonden in wat voorhanden is: een stuk hout. Het nodigt uit om naar onze geloofsgemeenschappen te kijken: waar verlangen slachtoffers naar? Wat maakt dat wij als bron bitter zijn? Wat hebben we voorhanden om tot een dorstlessende bron te worden?

Wat is een trauma?

Niet elke ingrijpende gebeurtenis wordt een trauma. Er is sprake van een trauma als het levensverhaal niet meer uitverteld kan worden. Er is als het ware sprake van een breukervaring. Voor de traumatische ervaringen zijn geen woorden of de ervaringen zijn losgeweekt van emoties. Vermijden is dan ook één van de kenmerken van trauma. Een trigger kan het slachtoffer echter zomaar weer terug brengen in de tijd van de traumatische ervaringen, met alle sensaties van toen, met de beleving van toen.

In haar traumatheorie beschrijft psychologe Janoff-Bulman hoe mensen hun leven leiden en verstaan. Voor de betekenisverlening maken ze gebruik van drie fundamentele uitgangspunten of kernnoties: de betekenisvolle samenhang van de wereld, de goedwillendheid van de ander en de waarde van de eigen persoon. Ons verhaal moet ongeveer overeenkomen met deze uitgangspunten om leefbaar te zijn.

Bij traumatisering is dit niet langer het geval waardoor de existentiële grond onder de voeten wegvalt en we geen woorden meer hebben om de betekenis en zin van ons bestaan uit te drukken.

Wat belangrijk is om in het achterhoofd te houden, is dat deze drie uitgangspunten ook een rol spelen in het nadenken over religie en het lijden: de betekenisvolle samenhang vinden we bijvoorbeeld terug in het spreken over leiding en almacht, de goedwillendheid in het spreken over de liefde (het toevertrouwen aan God en aan een ander), en de waarde van de eigen persoon geldt ook in het religieuze spreken.

Traumatisering verstoort deze uitgangspunten: het raakt aan God, het concept van liefde en aan eigenwaarde (zondig, of beter: hulpeloos maar schuldig).

Zonder bedding geen verhaal

Wie te maken heeft gekregen met seksueel misbruik heeft dus te maken met een krachtige interne dynamiek. Omdat het kader om het levensverhaal te vertellen is weggevallen, is het gewone van het leven ineens ingewikkeld geworden – zowel psychologisch als spiritueel. Die dynamiek (die niet aan de buitenkant af te lezen is) bepaalt mede wat de getraumatiseerde persoon hoort, ziet en ervaart.

In WOI leden veel soldaten aan shellshock. Die term werd echter pas later gangbaar. De soldaten hadden paniekaanvallen, verstijfden of vluchten. De legerleiding zag deze soldaten als lafaards en deserteurs. Ze werden gestraft en moesten dit soms met de dood betalen. Het gangbare verhaal in de samenleving was: soldaten zijn dapper en geven hun leven voor het vaderland. Voor het posttraumatische stresssyndroom was geen verhaal, geen taal en dus geen erkenning.

Willen slachtoffers hun ervaringen leren delen en ruimte maken voor de gevolgen van het misbruik in hun leven, hebben zij in de samenleving én in de geloofsgemeenschap verhalen nodig die hen helpen om hun eigen verhaal te vertellen. Dat is een van de belangrijkste winstpunten van de #metoocampagne.

Er moeten verhalen zijn om aan te spiegelen – zoals de negrospirituals de slaven hielpen om hun verstaan te begrijpen. Slachtoffers zijn soms zelf zo gewend aan de gevolgen dat ze dit niet meer opmerken als problematisch.

Zonder bedding ontbreekt het aan begrip en taal en zal elke geloofsgemeenschap op den duur als bitter water worden ervaren.

Het voordeel van zwijgen

Nu is niet elke geloofsgemeenschap bereid om die bedding te vormen. Het vraagt namelijk om kritisch naar het eigen klimaat en de eigen cultuur te kijken. Omstanders zwijgen omdat de prijs van erkenning is het doorbreken van de idylle van de veilige geloofsgemeenschap. Die idylle kan worden hersteld om een geïdentificeerde dader als zondebok uit te stoten of – en dat gebeurt meestal – door het verwijderen van het slachtoffer uit de gemeente. De omstanders zwijgen ook uit angst voor de beeldvorming: wat betekent dit verhaal voor de familie, de school, de sportvereniging, de kerk?

Wat daar bijkomt, is dat slachtoffers zelf ook zwijgen. Zij zwijgen uit (onterechte!) schaamte en vanwege de beschadiging die ze opgelopen hebben. Spreken doet zeer. Het raakt aan de pijn die ze proberen te vermijden.

Dat maakt het niet eenvoudig om slachtoffers aan het licht te brengen. Het onderstreept wel dat omstanders (de geloofsgemeenschap) de eerste stappen zal moeten zetten om de veilige ruimte te creëren waarbinnen verteld kan worden.

Waar hebben slachtoffers van seksueel misbruik behoefte aan?

Een klein onderzoek van een tijd geleden beschrijft een vijftal punten die bepalend zijn of het water van een bron bitter of zoet is. Om op adem te kunnen komen is veiligheid een eerste vereiste. Een tweede is erkenning: mag het verhaal er zijn? De documentairemaakster van Niks aan de hand was de eerste die aan Miranda vroeg hoe oud ze was, wat er gebeurde en wat het voor haar betekende. Luisteren is ook vragen durven stellen en aanwezig blijven. Een derde is het hervinden van de ruimte om de regie weer in eigen hand te nemen. Een vierde punt is verbondenheid. Slachtoffers leven vaak in een isolement (in ieder geval als het gaat om de episode van het misbruik). Medemenselijkheid, gemeenschappelijke taal en bewogenheid helpen om de verbondenheid vorm te geven. Tot slot is er de behoefte aan heelheid. De episoden moeten met elkaar verbonden worden tot één levensverhaal, voorbij het slachtofferschap naar menswording.

Wat zijn de mogelijkheden van de kerkelijke gemeente?

Creëer een bedding

Met het bovenstaande in het achterhoofd, is het allereerst van belang om te werken aan de bedding waarin verhalen van seksueel misbruik verteld kunnen worden. Aandacht voor misbruik kan nooit beperkt blijven tot het afvinken van voorwaarden: vertrouwenspersonen, een protocol, of een aanpassing in taalgebruik. Het gaat om het bespreekbaar maken van seksueel misbruik, om een verandering van het kerkelijk klimaat.

Het helpt om te vertellen dat je als voorganger en/of kerkenraad betrokken bent op dit thema. Schrijf een verslag van deze studiedag in het kerkblad en vertel wat je is opgevallen. Laat merken dat je oog hebt voor verhalen van geweld.

Maak ruimte opdat de ander iets zou kunnen zeggen. Doopgesprekken en huwelijkscatechese zijn bij uitstek geschikt om in te gaan op de vraag hoe je omgaat met teleurstellingen in en moeiten met elkaar. Huiselijk geweld vindt soms zijn oorsprong in machteloosheid. Seksueel misbruik kan binnen een gezin ontstaan door perverse compensatie van gemiste liefde.

Aandacht voor seksueel misbruik in gebed en in de preek helpt mensen om met hun verhaal naar voren te durven komen.

Benut de veelzijdige taal van de Bijbel

De kerkelijke taal maakt veel uit. Toch helpt het niet om bepaalde woorden maar niet meer te gebruiken of te vervangen. Wat voor de een een veilig woord is, is voor de ander bijzonder onveilig. Het gaat dus verder en dieper dan dat.

In veel kerken is de liturgische taal en de gebruikte theologie voor slachtoffers verwarrend en soms zelfs schadelijk, omdat het met name op daders gericht is. Een veel gebruikte orde is: verootmoedigingsgebed, genadeverkondiging en leefregel. Het is gericht op zondebesef, vergeving van schuld en het aanzeggen van de genade. Voor daders kan deze liturgische taal vergoelijkend werken: God heeft mij vergeven, ik kan verder met mijn leven.

Slachtoffers daarentegen voelen zich als gevolg van het misbruik minderwaardig en lijden onder het gebrek aan eigenwaarde. Vaak geven zij zichzelf de schuld van het misbruik, schamen zich voor wat gebeurd is en hebben een hekel aan zichzelf. De kerkelijke taal die hun wordt aangereikt is die van schuld en zonde. Het is een taal die past bij hoe zij zich voelen: zwart en slecht. De vergeving kan echter niet landen, omdat er geen sprake is van schuld. Binnen dit taalveld kunnen zij dit dus alleen maar vertalen naar meer schuld. Zij zijn zo zondig, dat zelfs Gods vergeving geen uitkomst biedt.

In zichzelf zijn ‘schuld’, ‘zonde’ en ‘vergeving’ waardevolle geloofswoorden, maar voor slachtoffers moet er een ander taalveld aangeboden worden: die van recht en gerechtigheid, van wraak en woede. Dit discours helpt om de ervaring van machteloosheid in een ander licht te plaatsen.

Bijbelverhalen als transformerende kracht

Bijbelverhalen kunnen binnen de eredienst en in het pastoraat helpen om levensverhalen opnieuw te vertellen en te zoeken naar hoe het verhaal ten goede gekeerd kan worden. Bijbelse grondmotieven zijn onder andere: het motief van (her)schepping, het exodusmotief, het exielmotief, het motief van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.

‘God wees op een stuk hout’

Wat de bron zoet kon maken was allang aanwezig. Een stuk hout, maar bovenal de Geest van God. We hebben in onze gemeente de benodigdheden voorhanden om een dorstlessende bron te zijn. Het gaat in de eerste plaats om zien, luisteren, om erkennen. En ook in de tweede tot en met de achtste plaats. Erkennen. Het proces van een slachtoffer loopt niet synchroon met het proces van een dader of van de gemeente. Volg het proces van het slachtoffer. Leg uit aan omstanders wat misbruik met een mens doet.

Geef erkenning. Durf te vragen, durf jezelf ook te geven in het gesprek.

Dan komt er nieuwe existentiële grond.

Partner van een geweldgetroffene: secundaire traumatisering?

10 apr

Op vrijdag 27 februari 2015 mocht ik een workshop verzorgen op het interdisciplinair symposium ‘De weg naar heelwording: gidsen in het landschap van trauma, dissociatie en zingeving’. De kernvraag voor mijn workshop was: wat is de impact van verhalen van geweld en misbruik op de ‘gezonde’ partner? Helpt het om de gevolgen voor de partner in termen van secundaire traumatisering te beschrijven?

Steen in de vijver

De veronderstelling is dat seksueel misbruik niet alleen gevolgen heeft voor het directe slachtoffer, maar ook voor de personen om de direct betrokkenen heen. Vergelijk het beeld van kringen in de vijver. De steen die de kringen veroorzaakt, is de schokkende gebeurtenis. De kringen staan voor het effect dat de gebeurtenis heeft op de omgeving. Hoe dichter bij de inslag hoe meer golfslag.

Traumatisering bij indirect getroffenen

In de traumaliteratuur zijn voldoende aanknopingspunten te vinden om ook ervaringen van niet direct betrokkenen in termen van traumatisering te beschrijven, namelijk als een secundair of indirect trauma. De theorie over het indirecte trauma wordt over het algemeen gebruikt om de impact van traumatische gebeurtenissen op hulpverleners, om de impact van de confrontatie van therapeuten met getraumatiseerde cliënten en om de impact van een direct trauma op significante derden  te benoemen.

De theorie over indirect trauma benadrukt met name de rol van betekenistoekenning en integratie, en in mindere mate het benoemen van symptomen. Een fundamentele veronderstelling in deze theorie is dat een indirect trauma beschadigingen veroorzaakt in het referentiekader van een therapeut, met betrekking tot zijn/haar identiteit, wereldbeeld en spiritualiteit. Wel is er een verschil in het niveau van traumatisering, vandaar het spreken over secundaire traumatisering.

Een niet te integreren gebeurtenis

In de traumaliteratuur blijkt het begrip ‘trauma’ een moeilijk te definiëren begrip. Een van de problemen is dat de gevolgen van een trauma niet uitsluitend afhangen van de gebeurtenis alleen. De persoonlijke geschiedenis, contextfactoren en de aanwezigheid van hulpbronnen bepalen mede de beleving van de ernst van een trauma. Daarnaast blijkt, dat het begrip ‘trauma’ betrekking kan hebben op een breed scala aan gebeurtenissen en situaties.  Het gaat om een subjectieve ervaring van een gebeurtenis of situatie waarbij de persoon niet (meer) in staat is om de ervaring te hanteren.  Met andere woorden: bij een traumatische gebeurtenis is er sprake van een ervaring van hulpeloosheid ten opzichte van de gebeurtenis, waaraan men zich overgeleverd voelt. Hierdoor is men niet in staat om de ervaring te integreren, waardoor psychologische verdedigingsstrategieën geactiveerd worden. Traumatische gebeurtenissen worden gekenmerkt door het onverwachte en het oncontroleerbare, waardoor het gevoel van veiligheid en geborgenheid wordt aangetast. Daardoor voelt men zich kwetsbaar en onzeker.

Kernelementen van trauma

Wat zijn de constitutieve elementen van trauma? Binnen de traumaliteratuur zijn verschillende benaderingen te onderscheiden die de nadruk op diverse aspecten van het trauma leggen. Een eerste benadering wordt geboden in de DSM-IV.  Dit handboek beschrijft het posttraumatisch stress-syndroom aan de hand van de manifeste gevolgen van de beleving van een trauma. De kenmerkende symptomen van een posttraumatisch stress-syndroom zijn het herbeleven van het trauma, het vermijden van prikkels die bij het trauma horen of afstompen van de reactiviteit en verhoogde prikkelbaarheid.

Een tweede benadering wordt geboden door Kleber & Brom, die drie centrale elementen van een trauma onderscheiden: machteloosheid of hulpeloosheid, een acute ontwrichting van iemands bestaan, en een extreem onbehagen.  De ervaring van machteloosheid of hulpeloosheid wordt overigens door vrijwel alle auteurs als een centraal element beschreven.  Judith Herman benadrukt dat een trauma niet alleen de intra-psychische wereld van een individu beïnvloedt, maar ook de relaties van de persoon.  Slachtoffers van geweld hebben vaak moeite om relaties aan te gaan met anderen, omdat het geïnternaliseerde en cultureel verankerde vermogen tot vertrouwen is beschadigd.

Een derde benadering wordt geboden door Janoff-Bulman’s theorie van de ‘assumptive worlds’. Traumatische gebeurtenissen beschadigen drie fundamentele aannames met betrekking tot het wereldbeeld (de wereld is betekenisvol, geordend en te begrijpen) tot de ander (de ander is te vertrouwen) en tot het zelfbeeld (ik ben competent en waardevol). Wanneer deze aannames worden vernietigd, zal de persoon zich onzeker, onveilig en kwetsbaar voelen.

Een laatste onderscheid wordt geboden door DePrince & Freyd, die naast het paradigma van de angst (focus op hulpeloosheid) en het paradigma van het vernietigde wereldbeeld, het paradigma van trauma door verraad  onderscheiden. De winst van zowel de benadering van Janoff-Bulman als van Freyd is dat zij het zich verraden voelen niet zien als een expliciete emotie, maar als een cognitieve reactie om de traumatische gebeurtenis te kunnen hanteren. Door het verraad te expliciteren, wordt ook de relationele dimensie van het trauma benadrukt.

In een overzicht:

Auteur:             kernelementen

DSM-IV:                              herbeleving, vermijden, verhoogde prikkelbaarheid.

Kleber & Brom:                  hulpeloosheid, ontwrichting en onbehagen.

Herman:                              machteloosheid, beschadigd vertrouwen.

Janoff-Bulman:                 beschadigd beeld van zelf, ander  en wereld.

Freyd:                                  verraad.

Partner

De impact van het bericht dat de partner te maken heeft (gehad) met seksueel misbruik, zal per persoon verschillen. De context van de ‘gezonde’ partner maakt een belangrijk verschil. Gezond staat tussen aanhalingstekens, omdat een deel van de partners (onbewust) voor een geweldsgetroffene ‘kiest’ vanwege onvervulde behoeften. Soms uit zich dat in een reddersrol, soms in een daderrol waarin het geweld wordt herhaald.

Daarnaast maakt de verbondenheid tussen beide partners uit: hoe goed is de relatie? Ook is bepalend wat de impact van het misbruik op de geweldsgetroffene is. Hoe ernstiger de gevolgen voor de geweldsgetroffene, hoe groter de kans dat de partner secundair getraumatiseerd raakt. De eigen draagkracht, de aard van de relatie, de impact van het misbruik op de geweldsgetroffene, de toegang tot hulpbronnen en begrip voor de gevolgen bepalen de impact op de partner.

Eigen ervaring

In mijn eigen geschiedenis herken ik meerdere elementen uit de verschillende omschrijvingen van trauma. Met name de moeite om deze episode te integreren is een belangrijke rode draad gebleken.

Het moment dat Esther mij vertelde dat zij in haar jeugd te maken heeft gehad met seksueel misbruik kwam als een totale verrassing. Mijn eerste reactie was ongeloof en het bagatelliseren van de ernst.

De eerste periode na deze onthulling werd gekenmerkt door vermijden, onbehagen en toenemende ontwrichting van ons dagelijks leven. Esther werd kwetsbaarder en in toenemende mate afhankelijk, zonder dat we dit koppelden aan het verleden van misbruik. Wel raakten we meer en meer met elkaar verknoopt. Als ‘redder’ gaf ik steeds meer eigen ruimte op om voor Esther te zorgen, waardoor haar afhankelijkheid toenam.

Na de geboorte van onze zoon werd de ernst van de gevolgen van het misbruik in alle hevigheid zichtbaar. Het betekende dat relaties onder spanning raakten en soms werden beëindigd (familie, vrienden). Het bracht het gevoel van in de steek gelaten worden en eenzaamheid mee.

In deze fase ging het met Esther erg slecht. Haar verleden kwam mij erg dicht op de huid. Ik werd neerslachtig, verloor mijn geloof, het vertrouwen in medemensen (op enkele uitzonderingen na) en miste toekomstperspectief. In de eerste drie jaar na de geboorte van onze zoon was Esther met grote regelmaat opgenomen. Het gaf mij een gevoel van machteloosheid en hulpeloosheid dat ik haar niet kon helpen. Dieptepunt was het moment dat zij zo suïcidaal was en ik mij realiseerde dat ik haar niet kon tegenhouden, dat ik bereid was haar te laten gaan opdat ze niet eenzaam zou hoeven te sterven.

Voor Esther betekende dit een omslagpunt. Ze vocht zich uit de diepte een weg terug en werd predikant. Haar verleden van misbruik en van de relatief recente opnames besloot zij op de nieuwe woon– en werkplek voor haar te houden. Dat bracht een al bestaand probleem scherp aan het licht: ik kon niet beschikken over mijn eigen verhaal als partner van een geweldsgetroffene. Enerzijds had ik last van neerslachtigheid en van de zwaarte van Esthers levensverhaal, anderzijds kon ik er niet vrij over beschikken.

Na vier jaar stortte Esther in en diende haar misbruikverleden zich in alle hevigheid aan. Ik veranderde in die tijd van werkplek, moest zorg dragen voor onze zoon van 10 jaar die psychisch belast raakte en voor Esther die in een diep dal belandde. Hoewel Esther ervoor koos om niet langer over het verleden te zwijgen, was er logischerwijze weinig ruimte voor mijn eigen verhaal. De meeste aandacht ging naar Esther en als het over mijn pijn ging, riep dat bij Esther een schuldgevoel op. Daarnaast kon ik de emoties van Esther nauwelijks aan. Ik moest mij noodzakelijkerwijze afsluiten voor het verdriet en de wanhoop van mijn geliefde. Zelfbeheersing en controle werden mijn tweede natuur. De diepe emoties van woede, verdriet en wanhoop ging ik in stilte aan.

In de jaren die volgden bleef het lange tijd onverminderd slecht gaan met Esther. Wat in die fase erg zwaar was, waren de suïcidepogingen waardoor Esther enkele malen op de Spoedeisende Hulp belandde. Onze zoon, die toen inmiddels 13 was, stortte in die tijd ook in. Het misbruikverhaal had een centrale plek in ons gezin ingenomen. We moesten onze toekomstverwachtingen en onze dromen bijstellen. We moesten opnieuw een weg leren zoeken in intimiteit en seksualiteit.

Wat was helpend?

Het vermogen om bij de dag te leven was heilzaam. Mensen die het met mij en met ons uithielden waren van levensbelang. Collega’s die mij adviseerden om te scheiden waren desastreus. Hulpverleners die geloof hielden in Esther en de kracht van Esther zelf. Hulpverleners die onze zoon weer bij zijn eigen kracht kregen waren goud waard.

Kernwoorden waren: trouw, vertrouwen, erkenning, ruimte en leven bij de dag.

Is het ook behulpzaam om te spreken in termen van secundaire traumatisering? In mijn beleving helpt het om de dynamieken en processen te begrijpen. Begrip is het eerste handvat op weg naar herstel.