Tag Archives: inclusieve gemeente

Het gaat om mènsen – seksuele diversiteit in de gemeente

30 sep

Enkele gedachten uitgesproken bij de presentatie van het boek ‘De veilige kerk’ van John Lapré.

Ergens is het spijtig, nee – verschrikkelijk, dat het boek van John geschreven moest worden. Een boek over de veilige kerk. Is dat niet een contradictio in terminis? Zou niet hét kenmerk van elke kerk moeten zijn dat het veilig is? Dat er aandacht is voor medemensen? Dat er een gunnende context is, een veilige ruimte, waarin mensen hun vragen en ervaringen mogen verkennen?

Afbeeldingsresultaat voor veilige kerk

Niet vanzelfsprekend

Het persoonlijke verhaal van John Lapré maakt scherp duidelijk dat het niet vanzelfsprekend is.  Hij is niet de enige die zich verloren en beschadigd heeft gevoeld door de opstelling van een geloofsgemeenschap of christenen. Spijtig genoeg zijn er veel te veel mensen die veiligheid zochten,  maar nooit ervaren hebben.

Ik denk aan mensen die om wat voor reden in de maatschappij minder goed mee kunnen komen.  Aan mensen die psychisch ziek zijn. Aan statushouders die een nieuw thuis zoeken. Aan mensen die niet voldoen aan de regels van de geloofsgemeenschap. Omdat ze misschien gescheiden zijn. Omdat ze misschien vragen hebben over bepaalde geloofsopvattingen.

Wat John Lapré schrijft over de veilige kerk raakt een veel bredere groep mensen dan alleen homoseksuelen. Toch is het goed om nu bij deze groep stil te staan. We weten uit onderzoek dat jongeren die worstelen met hun seksuele geaardheid, met het gegeven dat ze homoseksueel, lesbisch, biseksueel of transgender zijn – en dus afwijken van wat als normaal is gedefinieerd – een veel hoger risico hebben op depressies en suïcide.

Kwetsbaar geheim

Het aantal suicidepogingen onder homoseksuele jongeren ligt aanzienlijk hoger dan onder heteroseksuele jongeren. Het heeft alles te maken met het gebrek aan ruimte in de samenleving, Gebrek aan ruimte in ons denken en doen. Het heeft alles te maken met de uitgesproken of onuitgesproken afwijzing van wie anders is. Het heeft alles te maken met zogenaamd onschuldige grappen of scheldwoorden.  Ook in onze relatief tolerante samenleving valt het niet mee om te zeggen dat je op dezelfde sekse valt. Probeer het maar eens op de voetbalvereniging, in je familie of in de klas. Soms is die angst onterecht – maar dát die angst er is, heeft alles te maken met de houding van de samenleving ten opzichte van wat afwijkt.

We zouden ons achter de oren moeten krappen hoe het mogelijk is dat jongeren het gevoel kunnen meedragen dat ze falen en teleurstellen als ze uitkomen voor hun geaardheid.

Een wereld te winnen

De kerk zelf blijkt ook vaak geen veilige plek. Natuurlijk, er is veel in beweging. Echt. Er zijn prachtige initiatieven, zoals bv Wijdekerk. In steeds meer geloofsgemeenschappen is het mogelijk om een zegen te vragen over een homoseksuele relatie.

Tegelijkertijd is er in de kerk nog een wereld te winnen… Ook in kerken die beleidsmatig veilig zijn, kunnen gemeenteleden onveilige opmerkingen maken. Ook daar zullen we ons van bewust moeten zijn.

Ruard Ganzevoort merkt op in het boek ‘Adam en Evert’ dat het denken over homoseksualiteit tot een toetssteen van rechtzinnigheid is geworden. Het gaat niet meer over de vraag alleen hoe we ons zouden kunnen verhouden tot homoseksualiteit, maar er komt gelijk een oordeel in mee: je bent of orthodox, of vrijzinnig. En wat kan die discussie soms snoeihard gevoerd worden – ten koste van mensen.

Dat legt een hypotheek op het gesprek. En erger: de mensen om wie het gaat kunnen zomaar geslachtofferd worden, beschadigd raken of uitgestoten worden zoals Johns verhaal laat zien. En laten we eerlijk zijn: als je als jongere dat hoort en ziet, dan bedenk je je wel 10x voordat je iets tegen je ouders of je dominee zult zeggen. Liever verlaat je in stilte de kerk en zoekt je eigen weg. En draag je je geheim in je eentje, in de zwaarte van de eenzaamheid.

Een zaak van leven en dood

Daarom moest dit boek van John geschreven worden. Daarom moeten wij dit boek lezen en delen. Het is namelijk een zaak van leven en dood. Letterlijk. Voor al die worstelende jonge mensen. Het is ook theologisch een zaak van leven en dood. In de Bijbel heeft het leven alles te maken met het wandelen voor Gods aangezicht. De dood komt ter sprake wanneer mensen zich afwenden van God, als het ware met de rug naar God toe staan, een richting inslaan die zich verwijderd van God.

Een veilige kerk gaat over de vraag of mensen op adem kunnen komen. Of mensen iets opdoen aan Gods barmhartigheid in de geloofsgemeenschap.  Wat betekent het wanneer een geloofsgemeenschap een ander de weg naar God verspert?

Het belang van De Veilige Kerk is de aandacht voor de méns, voor het levensverhaal.

Een inclusieve gemeente

Voor het verlangen naar een veilige kerk. In zijn boek omschrijft John de veilige kerk aan de hand van 6 kenmerken. Ik wil graag iets zeggen over wat het betekent om een inclusieve, luisterende en geduldige gemeente te zijn. Deze kenmerken vormen in feite een geheel en veronderstellen elkaar.

Een inclusieve kerk is hard werken. Het betekent namelijk dat we niet proberen om mensen te vormen in de mal van gelijkgestemden, maar we ruimte maken in ons eigen gelijk. Het betekent dat we ruimte maken in wat voor ons vertrouwd en prettig voelt.

In ons land en in sommige kerken zijn we gewend geraakt aan polderen. We zoeken een compromis. Homo’s zijn welkom, als ze maar geen relatie hebben, is zo’n compromis. Of: homo’s mogen wel aan het avondmaal, maar niet in het ambt – etc

Inclusief gemeente-zijn vraagt iets anders, vraagt om meer. De ander wordt niet slechts getolereerd of gedoogd, maar de ander wordt welkom geheten. De ander is mee thuis. Volwaardig, gelijkwaardig, fysiek zichtbaar. Een plek aan tafel – en dat betekent ruimte delen …

Relationeel

Maar er gebeurt nog iets anders. Inclusiviteit vraagt om een andere manier van denken. In de kerken zijn we lange tijd gewend geweest om te discussiëren, om samen te zoeken naar de waarheid. We verzamelden argumenten, wogen die en probeerden de ander te overreden. Wanneer het echter om mensen gaat, wanneer er levensverhalen in het geding zijn, volstaat de discussie niet en moeten we zoeken naar de dialoog. Een dialoog veronderstelt luisteren met een open houding. Een dialoog gaat uit van het inzicht dat de ander ons iets te vertellen heeft.

In de jaren ’80 heeft zich de belangwekkendste en  grootste verschuiving in de toenmalige Hervormde Kerk en Gereformeerde Kerken voorgedaan van de afgelopen decennia. Het relationele waarheidsbegrip werd omarmd en vond zijn weg naar de kansels en de gemeenteleden.

Waarheid laat zich niet in absolute zin kennen. Die gedachte sluit nauw aan bij het kennen van God. Gods naam is immers ‘Ik ben’. Het is een naam die niet te vangen is, die niet in een beeld te vatten. Een naam die zich niet laat grijpen en claimen. Deze naam wordt gaandeweg waar. Godskennis is relationeel.

Waarheid is relationeel. Gaandeweg, in relatie met medemensen onthult en ontvouwt zich waarheid. We hebben de ander dus ook nodig. Juist die ander met wie het schuurt – z/hij kan ons een nieuwe blik op de waarheid schenken

Luisteren

In die relationele verbinding gaat het om écht luisteren om geduld de ander te leren verstaan. Luisteren heeft alles te maken met de ander ontmoeten. Er is een boekje dat heet ‘luister mij vrij’. Je kunt iemand tevoorschijn luisteren Iedereen zoekt erkenning, iedereen verlangt om gekend te zijn.

Als er in het gesprek oordelend geluisterd of gesproken wordt, is er niet de ruimte om de ander te leren kennen en te ontmoeten. Echt luisteren betekent de ander zonder oordeel tegemoet treden. Verheule spreekt in dit verband van het gesprek als een ‘terreurvrije ruimte’. Het gaat immers steeds weer om veiligheid. Wat is het een groot geschenk als de ander ons vertrouwen schenkt. Echt luisteren betekent dat mijn verhaal veilig als het aan de ander geschonken is.

En ja, dat vraagt mo geduld. De kerk is oefenplaats van genade, oefenplaats van aanvaarding. Met vallen en opstaan. Geduld – dat is een van de kenmerken van de liefde uit 1 kor 13. Het is die liefde, waar het in de gemeente en in de onderlinge relaties om gaat.

Verdraagt elkaar door de liefde.

Dat maakt dat we verschillen het hoofd kunnen bieden. Dat maakt dat we tot verstaan kunnen komen. Dat we kunnen schitteren – een ieder op zijn of haar eigen wijze.

 

 

Het zegenen van andere levensverbintenissen – het proces in de gemeente

10 apr

Deze tekst is gebruikt als inleiding op de gemeenteavond van de Protestantse Gemeente ’t Harde

Inleiding

Het is vandaag een bijzonder en belangrijk moment voor onze gemeente. Op deze gemeenteavond zal de kerkenraad horen wat de gemeente vindt van het zegenen van andere levensverbintenissen dan het huwelijk tussen man en vrouw. In deze inleiding wil ik graag een schets geven van het proces in onze gemeente, nogmaals het doel van de dialoog onder het voetlicht brengen en de uitkomsten van de gesprekken en informatieavonden, die tot nog toe hebben plaats gevonden, op een rij zetten.

Vooraf zou ik graag twee opmerkingen willen maken. De eerste is dat we niet spreken over een theoretische kwestie die we interessant of lastig kunnen vinden, maar we spreken over onze medemensen, mensen met een geschiedenis, verlangens, vragen en zoeken. Als het voor ons slechts een  zaak is, lopen we het risico om onze medemensen nodeloos te kwetsen en te beschadigen. De tweede opmerking ligt een beetje in dit verlengde. Het spreken over het zegenen van homoseksuele relaties roept bij velen pijn op. Al snel zijn er twee kampen te onderscheiden: voor en tegen. Wat beide kampen gemeenschappelijk hebben, is dat het gesprek hen dicht op de huid komt, en dat zij pijn kunnen oplopen in de discussies die ontstaan. Je opent immers iets van jezelf wanneer je aangeeft wat voor jou heilig is en wat niet opgegeven mag worden. Dat maakt je kwetsbaar en daarin kun je dan ook al snel je gekwetst voelen. Misschien verklaart dat voor een deel ook wel de scherpte van de discussies. Toch is het goed om te bedenken dat de pijn wel verschillend is: voor onze homoseksuele gemeenteleden en hun naasten is het proces in onze gemeente uitermate spannend. Spreken over homoseksualiteit gaat over de identiteit van medemensen. Gekwetst worden in de kern van je mens-zijn kan diepe sporen achterlaten. Het is goed en uitermate belangrijk om met elkaar van gedachten te wisselen en om je visie en vragen te verhelderen, en tegelijkertijd rekening te houden met elkaar.

Moeten we het hier over hebben?

Voor sommigen komt de vraag naar het zegenen een beetje uit de lucht komt vallen. Waarom moeten we het er over hebben? Het is een lastig onderwerp en het geeft zo snel gedoe. Je hoeft alleen maar de discussies op internet te volgen om te zien dat vragen en opmerkingen rond homoseksualiteit de gemoederen enorm bezig houden, en de emoties hoog oplopen. In sommige geloofsgemeenschappen geldt dan ook het devies om het gesprek maar niet aan te gaan: het brengt immers alleen maar verwarring en onrust in de gemeente.

De kerkenraad heeft echter anders besloten, en dat is om drie redenen een gelukkige keuze. Allereerst is de samenleving in beweging. De ontwikkelingen in de cultuur, in de samenleving en in de  kerk mogen niet genegeerd worden, maar vragen om een reactie van ons als plaatselijke geloofsgemeenschap. Of we het nu leuk vinden of niet, de visies op verbondenheid, homoseksualiteit, huwelijk en relaties zijn de afgelopen decennia veranderd. Wij hebben ook als gemeente er behoefte aan om die ontwikkelingen te verhelderen en te duiden. Negeren is geen optie. Hoe moeten we die inschatten?

Daarnaast is er ook een kerkordelijke noodzaak. In de kerkorde die is opgesteld met de fusie van de Lutherse, Hervormde en Gereformeerde kerken is de mogelijkheid opgenomen om ook andere levensverbintenissen dan het huwelijk tussen man en vrouw te zegenen. Mocht een gemeente over willen gaan tot het zegenen van andere relaties dient eerst middels een gemeenteberaad de gemeente gehoord te worden. Aangezien de mogelijkheid in de kerkorde geboden wordt, zou eigenlijk elke plaatselijke gemeente dit gesprek moeten voeren om te weten waar de gemeente staat.

Tot slot: we hebben de gemeente hoog. In onze identiteit spreken we over veelkleurigheid en ruimte om onze gemeente te karakteriseren. Het is een identiteit die uitnodigt tot gesprek, tot ontmoeting. Ook spannende en ingewikkelde ontwikkelingen bieden een mogelijkheid om als gemeente te groeien in verbondenheid en ruimte. Het past ons niet om de kop in het zand te steken bij moeilijkheden, maar om het juist aan te gaan. Als kerkenraad hebben we de gemeente hoog. Het laatste wat de kerkenraad wil, is een besluit erdoor drukken. Als kerkenraad zijn we vertegenwoordigers van de gemeente – gemeenteleden met een bijzondere taak. Niet boven de gemeente, maar als gemeenteleden naast elkaar. Het is goed om te noemen dat de kerkenraadsleden als vrijwilligers belangeloos vele uren in het kerkenwerk steken. Omdat de kerk hen aan het hart gaat.

Het proces in onze gemeente

Gezien de noodzaak om het zegenen van andere relaties in gesprek te brengen, besloot de kerkenraad vorig seizoen om een traject uit te zetten voor onze gemeente. We hebben ons in deze fase laten voorlichten door de gemeenteadviseur Bea Mulder. Als kerkenraad hebben we ingezet op de dialoog – het gaat er niet om dat we elkaar weten te overtuigen van het eigen standpunt, maar om tot wederzijds begrip te komen. Dit is een belangrijke keuze die voortkomt uit onze visie op gemeente-zijn. Deze visie is dus niet dat alle neuzen altijd dezelfde kant op staan, en dat we allemaal hetzelfde vinden en geloven. Deze visie houdt in dat juist in de veelkleurigheid en in de verschillen iets mag oplichten van het unieke van onze geloofsgemeenschap. Door de verschillen worden we uitgenodigd om het eigene van ons geloof en onze visie onder woorden te brengen en te delen. En dat is tot opbouw. Dat geldt ook voor het gesprek over het zegenen van levensverbintenissen: we weten dat er verschillen zijn en dat het gesprek ons dicht op de huid komt. Hoe kunnen deze verschillen tot opbouw van onze gemeente zijn en hoe kunnen we elkaar vasthouden om samen gemeente te zijn?

Welke stappen hebben we gezet?

–        Voorbereiding met Bea Mulder

–        Dialoog in de kerkenraad

–        Brochure naar alle adressen (voor geïnteresseerden die niet over de brochure beschikken, maar die wel zouden willen ontvangen: stuur even een mailtje naar a.l.veerman@pgtharde.nl en je ontvangt de brochure digitaal. We hebben overigens dankbaar gebruik gemaakt van het materiaal van PG Marknesse.

–        Twee dialoogavonden voor vrijwilligers

–        Twee informatieavonden met Bea Mulder en met  Ruard Ganzevoort

–        Dialoogavond voor gemeenteleden

–        Verslaglegging in kerkblad en mogelijkheid om met predikant en kerkenraad in gesprek te gaan

Er waren nog enkele vragen over de verstrekte informatie, omdat het als gekleurd over kwam. Het verwijt is dat de brochure naar het erkennen van homoseksuele relaties is toegeschreven. De kerkenraad is echter van mening dat deze opvatting niet juist is. We hebben geprobeerd om een evenwichtige brochure samen te stellen; het hoofdstukje over ‘wat staat er op het spel’ is hier een voorbeeld van. Aan de andere kant is de gedachte niet raar. Decennialang was ruimte voor homoseksualiteit niet bespreekbaar, dus het vraagt uitleg waarom het nu wel ineens bespreekbaar zou moeten zijn.

Wat kunnen we over de stappen zeggen, die we tot nog toe gezet hebben. Wat heeft het opgeleverd? Misschien is het goed om de kernpunten uit de twee lezingen van Bea Mulder en Ruard Ganzevoort nog even in herinnering te brengen.

In haar inleiding ging Bea Mulder in op de betekenis van het zegenen. Daarnaast formuleerde ze  vier punten die richtinggevend zouden moeten zijn om een relatie te beoordelen, nl. verantwoord leven (leven als antwoord naar God), mensen moeten elkaar tot hulp zijn, duurzaam en blijvend verbond, en de wens om lief te willen hebben en de trouw die daaruit volgt. Niet de geaardheid zou leidend moeten zijn, maar de aard en kwaliteit van de relatie.

Ganzevoort ging in zijn lezing nader in op de spanning tussen kerk en homoseksualiteit. Hij stelt dat de discussie over homoseksualiteit is een beladen thema geworden, omdat het een identity marker is geworden in het spanningsveld tussen kerk en wereld. Homoseksualiteit wordt niet meer opgevat als een persoonlijk thema, maar als een antwoord op de vraag of iemand liberaal of orthodox is. Het is spijtig dat deze discussies zo met elkaar verweven zijn geraakt. Hierdoor kan de discussie mensen verwonden en dus onrecht veroorzaken. Het gaat immers om persoonlijke verhalen van concrete mensen. De vraag die leidend zou moeten zijn is: hoe gaan we met elkaar om?

Daarnaast stelt Ganzevoort dat de woorden die in de Bijbel gebruikt worden minder vanzelfsprekend zijn dan in eerste instantie gedacht. Homoseksualiteit kent drie lagen: identiteit (seksuele aantrekking tot eigen geslacht), gevoelens en gedrag.  In de Bijbel gaat het alleen om de derde laag: die van de handelingen en het gedrag.

Daarnaast heeft het begrip ‘huwelijk’ een grote ontwikkeling doorgemaakt. De romantische dimensie van het huwelijk zoals wij die kennen, heeft pas in de laatste twee eeuwen ruimte gekregen. In de Bijbel gaat het over een sociaal contract waarin eigendomsrechten, veiligheid en voortplanting werd geregeld. De sociale uitwisseling was daaraan ondergeschikt. Ook zouden de veel aangehaalde Bijbelteksten minder eenduidig zijn bij nader onderzoek.

De kernvraag van Ruard Ganzevoort heeft uiteindelijk betrekking op gemeente-zijn. Kan een geloofsgemeenschap een inclusieve gemeente zijn, waar iedereen een plek heeft en gewaardeerd wordt?

Uit de dialoogavonden en besprekingen kunnen we de conclusie trekken dat in onze gemeente de spanning zich met name richt op het openstellen van het huwelijk voor mensen van hetzelfde geslacht en op het zegenen van homoseksuele relaties. In de gesprekken werd aangegeven dat homoseksualiteit als zodanig door vrijwel iedereen als een gegeven wordt aanvaard. Homoseksualiteit is niet een keuze, en deze geaardheid laat zich ook niet weg bidden, maar blijkt al bij de geboorte aanwezig te zijn. Gezien het gegeven dat homoseksuelen door God geschapen zijn, mag je hen ook geen relaties onthouden. Het openstellen van het huwelijk roept echter bij een deel van de gemeente grote vragen op. Verwezen wordt naar de scheppingsorde, en de instelling van het huwelijk. Wanneer de kerk over zou gaan tot zegenen, legitimeert de kerk een handelswijze die ten diepste niet Bijbels is. De expliciete veroordelende Bijbelteksten over homoseksualiteit zijn in de beeldvorming sturend.

De andere lijn die uit de besprekingen naar voren is gekomen, richt zich meer op het erkennen van de ander vanuit de liefde die Gods gemeente kenmerkt. Ook leeft de veronderstelling dat het onthouden van de zegen een oordeel inhoudt over de relatie.

Niet uniek

Het zoeken en misschien worstelen in onze gemeente is een proces dat op dit moment in vele geloofsgemeenschappen en op vele niveaus plaatsvindt. In kranten en op weblogs is er relatief veel aandacht voor verhalen rond homoseksualiteit. Drie dingen vallen mij hierin op: allereerst hoe lastig en zwaar het kan zijn om in onze samenleving homoseksueel te zijn. ‘Uit de kast komen’ kost vaak ontzettend veel. Op school, op straat, met sporten en in families is vaak sprake van een uitgesproken of onuitgesproken veroordeling. Door de vijandigheid of weerzin bij een deel van de samenleving kan het homoseksueel zijn als een last worden ervaren. Het aantal homoseksuele jongeren dat zelfdoding overweegt, ligt beduidend hoger dan onder heteroseksuele leeftijdsgenoten. Het tweede dat opvalt, is vaak de enorme felheid in reacties. Dat maakt me echt verdrietig – soms schaam ik me voor sommige harde en oordelende reacties met een beroep op God, Bijbel en geloof. Zou dat niet anders kunnen en moeten?

Het derde dat mij opvalt is dat er geen absolute en overtuigende verhalen te vertellen zijn. Er zijn mensen die vertellen dat zij vroeger homoseksueel waren, maar nu gelukkig heteroseksueel getrouwd – en andersom. Er zijn mensen die vertellen dat ze eerst fel tegen homo’s waren, tot hun zoon of dochter homoseksueel bleek te zijn. Er zijn homoseksuelen die uit christelijke overtuiging kiezen voor een solitair leven. Er zijn homoseksuele christenen die in liefde en trouw zich verbonden hebben met een partner. Waar deze persoonlijke verhalen gaan schuren, is wanneer ze absoluut worden gemaakt, tot norm verheven. “Ik heb dit meegemaakt, dus nu moet iedereen het op deze manier doen…”

Wat in ieder geval duidelijk wordt in al die publicaties en die verhalen, is dat de visie op homoseksualiteit en de Bijbel blijkbaar minder vast staat dan lang gedacht is. Inmiddels zijn er in allerlei kerkgenootschappen – reformatorisch, evangelisch en veelkleurig – mensen die aangeven zowel homoseksueel te zijn als gelovig. Ook die ontwikkeling zet aan tot nadenken en heroverwegen.

Graag zou ik nog de aandacht willen vestigen op een verhaal dat onlangs op internet rond ging: Paul Bailey heeft zich als eerste voorganger van een Britse pinkstergemeente van christenen van Afrikaanse of Caribische afkomst publiekelijk uitgesproken voor het huwelijk van paren van gelijk geslacht. De predikant maakte dat bekend in een interview in het blad Keeping The Faith.

In het interview zegt Bailey dat hij zijn visie op het homohuwelijk heeft gevormd na langdurige Bijbelstudie en jarenlang pastorale werk met homoseksuelen. De Bijbel spoort christenen aan om mensen die in de samenleving gemarginaliseerd worden te ondersteunen – en dat geldt volgens Bailey ook voor paren van gelijk geslacht.

Maar wat ik interessanter vind, is de reactie van de directeur van de Babtistengemeenten in Londen: in een reactie laat predikant David Shosanya – directeur van de London Baptist Association – weten de opvattingen van Bailey niet te delen, maar hij benadrukt dat het belangrijk is dat christenen van Afrikaanse of Caribische afkomst over kwesties zoals seksualiteit en het homohuwelijk met elkaar in debat gaan. “Hoe we in dat debat omgaan met verschillen in opvatting is een indicatie van onze volwassenheid en wellicht nog belangrijker als uitdrukking van ons christen-zijn”, zegt Shosanya. “We kunnen van mening verschillen met Bailey – die ik goed ken – maar ik weiger om mijn broeder daarom te demoniseren.”

Waar brengt dit proces ons?

Wat we als kerkenraad belangrijk vinden, is om te zoeken naar hoe we vorm kunnen geven aan veelkleurig gemeente kunnen. We hebben in de jonge geschiedenis van de Protestantse Gemeente ’t Harde al veel aan de orde gehad. Als fusiegemeente hebben we aan elkaar moeten wennen – en misschien nog wel. Er zijn gemeentezaken veranderd en soms verdwenen, andere zaken zijn er soms ook wel weer voor in de plaats gekomen. Waar we nog in kunnen groeien, is in het delen van geloof, hoop en liefde. Elkaar leren verstaan.

Als het gaat om het zegenen van andere levensverbintenissen is in mijn beleving niet de doelstelling om allemaal hetzelfde te vinden, om elkaar te overtuigen. Dat leidt tot scherpe discussies, verwijdering en uitsluiting. De vraag aan onze gemeente is: hoe kunnen we een inclusieve gemeente zijn, waar voorstanders en tegenstanders samen hun plek mogen vinden – niemand uitgesloten.

Op één van de dialoogavonden heb ik het voorbeeld gebruikt van een zeilschip. De zwaarden aan de zijkanten sturen het schip. Wanneer één van beide zwaarden zou ontbreken, zal het schip geen koers meer kunnen houden. Een kerk heeft mensen nodig die verkennen, veranderingen voorstellen en vernieuwen, en mensen die met een beroep op de traditie vorm geven aan de identiteit van de kerk door de eeuwen heen.

Dat we zo samen gemeente mogen zijn.