Tag Archives: John Lapré

Het gaat om mènsen – seksuele diversiteit in de gemeente

30 Sep

Enkele gedachten uitgesproken bij de presentatie van het boek ‘De veilige kerk’ van John Lapré.

Ergens is het spijtig, nee – verschrikkelijk, dat het boek van John geschreven moest worden. Een boek over de veilige kerk. Is dat niet een contradictio in terminis? Zou niet hét kenmerk van elke kerk moeten zijn dat het veilig is? Dat er aandacht is voor medemensen? Dat er een gunnende context is, een veilige ruimte, waarin mensen hun vragen en ervaringen mogen verkennen?

Afbeeldingsresultaat voor veilige kerk

Niet vanzelfsprekend

Het persoonlijke verhaal van John Lapré maakt scherp duidelijk dat het niet vanzelfsprekend is.  Hij is niet de enige die zich verloren en beschadigd heeft gevoeld door de opstelling van een geloofsgemeenschap of christenen. Spijtig genoeg zijn er veel te veel mensen die veiligheid zochten,  maar nooit ervaren hebben.

Ik denk aan mensen die om wat voor reden in de maatschappij minder goed mee kunnen komen.  Aan mensen die psychisch ziek zijn. Aan statushouders die een nieuw thuis zoeken. Aan mensen die niet voldoen aan de regels van de geloofsgemeenschap. Omdat ze misschien gescheiden zijn. Omdat ze misschien vragen hebben over bepaalde geloofsopvattingen.

Wat John Lapré schrijft over de veilige kerk raakt een veel bredere groep mensen dan alleen homoseksuelen. Toch is het goed om nu bij deze groep stil te staan. We weten uit onderzoek dat jongeren die worstelen met hun seksuele geaardheid, met het gegeven dat ze homoseksueel, lesbisch, biseksueel of transgender zijn – en dus afwijken van wat als normaal is gedefinieerd – een veel hoger risico hebben op depressies en suïcide.

Kwetsbaar geheim

Het aantal suicidepogingen onder homoseksuele jongeren ligt aanzienlijk hoger dan onder heteroseksuele jongeren. Het heeft alles te maken met het gebrek aan ruimte in de samenleving, Gebrek aan ruimte in ons denken en doen. Het heeft alles te maken met de uitgesproken of onuitgesproken afwijzing van wie anders is. Het heeft alles te maken met zogenaamd onschuldige grappen of scheldwoorden.  Ook in onze relatief tolerante samenleving valt het niet mee om te zeggen dat je op dezelfde sekse valt. Probeer het maar eens op de voetbalvereniging, in je familie of in de klas. Soms is die angst onterecht – maar dát die angst er is, heeft alles te maken met de houding van de samenleving ten opzichte van wat afwijkt.

We zouden ons achter de oren moeten krappen hoe het mogelijk is dat jongeren het gevoel kunnen meedragen dat ze falen en teleurstellen als ze uitkomen voor hun geaardheid.

Een wereld te winnen

De kerk zelf blijkt ook vaak geen veilige plek. Natuurlijk, er is veel in beweging. Echt. Er zijn prachtige initiatieven, zoals bv Wijdekerk. In steeds meer geloofsgemeenschappen is het mogelijk om een zegen te vragen over een homoseksuele relatie.

Tegelijkertijd is er in de kerk nog een wereld te winnen… Ook in kerken die beleidsmatig veilig zijn, kunnen gemeenteleden onveilige opmerkingen maken. Ook daar zullen we ons van bewust moeten zijn.

Ruard Ganzevoort merkt op in het boek ‘Adam en Evert’ dat het denken over homoseksualiteit tot een toetssteen van rechtzinnigheid is geworden. Het gaat niet meer over de vraag alleen hoe we ons zouden kunnen verhouden tot homoseksualiteit, maar er komt gelijk een oordeel in mee: je bent of orthodox, of vrijzinnig. En wat kan die discussie soms snoeihard gevoerd worden – ten koste van mensen.

Dat legt een hypotheek op het gesprek. En erger: de mensen om wie het gaat kunnen zomaar geslachtofferd worden, beschadigd raken of uitgestoten worden zoals Johns verhaal laat zien. En laten we eerlijk zijn: als je als jongere dat hoort en ziet, dan bedenk je je wel 10x voordat je iets tegen je ouders of je dominee zult zeggen. Liever verlaat je in stilte de kerk en zoekt je eigen weg. En draag je je geheim in je eentje, in de zwaarte van de eenzaamheid.

Een zaak van leven en dood

Daarom moest dit boek van John geschreven worden. Daarom moeten wij dit boek lezen en delen. Het is namelijk een zaak van leven en dood. Letterlijk. Voor al die worstelende jonge mensen. Het is ook theologisch een zaak van leven en dood. In de Bijbel heeft het leven alles te maken met het wandelen voor Gods aangezicht. De dood komt ter sprake wanneer mensen zich afwenden van God, als het ware met de rug naar God toe staan, een richting inslaan die zich verwijderd van God.

Een veilige kerk gaat over de vraag of mensen op adem kunnen komen. Of mensen iets opdoen aan Gods barmhartigheid in de geloofsgemeenschap.  Wat betekent het wanneer een geloofsgemeenschap een ander de weg naar God verspert?

Het belang van De Veilige Kerk is de aandacht voor de méns, voor het levensverhaal.

Een inclusieve gemeente

Voor het verlangen naar een veilige kerk. In zijn boek omschrijft John de veilige kerk aan de hand van 6 kenmerken. Ik wil graag iets zeggen over wat het betekent om een inclusieve, luisterende en geduldige gemeente te zijn. Deze kenmerken vormen in feite een geheel en veronderstellen elkaar.

Een inclusieve kerk is hard werken. Het betekent namelijk dat we niet proberen om mensen te vormen in de mal van gelijkgestemden, maar we ruimte maken in ons eigen gelijk. Het betekent dat we ruimte maken in wat voor ons vertrouwd en prettig voelt.

In ons land en in sommige kerken zijn we gewend geraakt aan polderen. We zoeken een compromis. Homo’s zijn welkom, als ze maar geen relatie hebben, is zo’n compromis. Of: homo’s mogen wel aan het avondmaal, maar niet in het ambt – etc

Inclusief gemeente-zijn vraagt iets anders, vraagt om meer. De ander wordt niet slechts getolereerd of gedoogd, maar de ander wordt welkom geheten. De ander is mee thuis. Volwaardig, gelijkwaardig, fysiek zichtbaar. Een plek aan tafel – en dat betekent ruimte delen …

Relationeel

Maar er gebeurt nog iets anders. Inclusiviteit vraagt om een andere manier van denken. In de kerken zijn we lange tijd gewend geweest om te discussiëren, om samen te zoeken naar de waarheid. We verzamelden argumenten, wogen die en probeerden de ander te overreden. Wanneer het echter om mensen gaat, wanneer er levensverhalen in het geding zijn, volstaat de discussie niet en moeten we zoeken naar de dialoog. Een dialoog veronderstelt luisteren met een open houding. Een dialoog gaat uit van het inzicht dat de ander ons iets te vertellen heeft.

In de jaren ’80 heeft zich de belangwekkendste en  grootste verschuiving in de toenmalige Hervormde Kerk en Gereformeerde Kerken voorgedaan van de afgelopen decennia. Het relationele waarheidsbegrip werd omarmd en vond zijn weg naar de kansels en de gemeenteleden.

Waarheid laat zich niet in absolute zin kennen. Die gedachte sluit nauw aan bij het kennen van God. Gods naam is immers ‘Ik ben’. Het is een naam die niet te vangen is, die niet in een beeld te vatten. Een naam die zich niet laat grijpen en claimen. Deze naam wordt gaandeweg waar. Godskennis is relationeel.

Waarheid is relationeel. Gaandeweg, in relatie met medemensen onthult en ontvouwt zich waarheid. We hebben de ander dus ook nodig. Juist die ander met wie het schuurt – z/hij kan ons een nieuwe blik op de waarheid schenken

Luisteren

In die relationele verbinding gaat het om écht luisteren om geduld de ander te leren verstaan. Luisteren heeft alles te maken met de ander ontmoeten. Er is een boekje dat heet ‘luister mij vrij’. Je kunt iemand tevoorschijn luisteren Iedereen zoekt erkenning, iedereen verlangt om gekend te zijn.

Als er in het gesprek oordelend geluisterd of gesproken wordt, is er niet de ruimte om de ander te leren kennen en te ontmoeten. Echt luisteren betekent de ander zonder oordeel tegemoet treden. Verheule spreekt in dit verband van het gesprek als een ‘terreurvrije ruimte’. Het gaat immers steeds weer om veiligheid. Wat is het een groot geschenk als de ander ons vertrouwen schenkt. Echt luisteren betekent dat mijn verhaal veilig als het aan de ander geschonken is.

En ja, dat vraagt mo geduld. De kerk is oefenplaats van genade, oefenplaats van aanvaarding. Met vallen en opstaan. Geduld – dat is een van de kenmerken van de liefde uit 1 kor 13. Het is die liefde, waar het in de gemeente en in de onderlinge relaties om gaat.

Verdraagt elkaar door de liefde.

Dat maakt dat we verschillen het hoofd kunnen bieden. Dat maakt dat we tot verstaan kunnen komen. Dat we kunnen schitteren – een ieder op zijn of haar eigen wijze.

 

 

Advertenties

Op zoek naar beschutting – homo in de kerk

29 Sep

Op zondag 10 september was John Lapré te gast in de Time-outviering. Het thema van de viering was ‘Welkom in de kerk!’. Ergens een wonderlijk thema. Zou het niet vanzelfsprekend moeten zijn dat iedereen van harte welkom is in de kerk, ongeacht wat je met je meedraagt en wie je bent? Is een ‘inclusieve kerk’ niet dubbelop? Inclusief betekent dat iedereen erbij mag en moet kunnen horen: arm of rijk; man of vrouw of genderneutraal; wit of zwart; gezond of gehandicapt; hetero of lhbt (afkorting voor lesbisch, homo, bi-seksueel of transgender).

In de praktijk blijkt het helaas met regelmaat een ander verhaal. Zeker voor lhbt-ers is het niet vanzelfsprekend dat een kerkelijke gemeente een veilige omgeving is. Soms wordt er in kerken een zo hevige strijd gevoerd over het thema ‘homoseksualiteit’ dat de mensen om wie het gaat beschadigd raken en geen plaats hebben binnen de gemeente.

John Lapré heeft onlangs het boek De veilige kerk geschreven. Hierin vertelt hij eerlijk en openhartig over zijn worsteling met zijn homoseksualiteit in een reformatorische context, zijn gedwongen coming out, zijn verdiepende relatie met God en zijn verlangen om toch ook in een kerkelijke gemeente thuis te mogen komen. Het boek gaat in op de vraag hoe een gemeente ook werkelijk een  veilige gemeente kan zijn.

In het interview tijdens de Time-out stond John stil bij zijn worsteling met zijn seksuele identiteit en zijn verlangen om de ruimte te krijgen om het geheim te doorbreken. “Ik vond het belangrijk om te vertellen omdat het een wezenlijk onderdeel is van wie ik zelf ben. En omdat het een enorme zoektocht was hoe ik dit handen en voeten kon geven in mijn leven. Ik was ook op zoek naar wat God hiervan vond.”

John nam iemand uit zijn geloofsgemeenschap in vertrouwen, maar die zag John’s worsteling als een bedreiging voor Gods Koninkrijk. Binnen 24 uur verloor John zijn baan, zijn huis, zijn vrienden en zijn geloofsgemeenschap.

Desondanks bleef John zich verbonden weten met God. Na aanvankelijke woede op God, lukte het John om onderscheid te maken tussen God en “zijn grondpersoneel”. Hij voelde zich door God geliefd en aanvaard – ook in zijn homoseksualiteit en in zijn relatie met zijn partner.

De laatste jaren is John op zoek naar een geloofsgemeenschap, naar verbondenheid en bemoediging. Dit verlangen vormde de basis voor zijn boek ‘De veilige kerk’. Kerkmensen kunnen onderling verdeeld raken over verschillen. “Maar”, zegt John “Ik geloof dat we kunnen uitstijgen boven die verschillen en elkaar kunnen vinden in de Levende Christus. Misschien wel juist als het schuurt. En dat we dan ervaren: we moeten er nú voor elkaar zijn – dat we naar de ander toe kunnen lopen en hem of haar kunnen omhelzen. Dat je zegt: je bent mijn broer, je bent mijn zus. Ik ben het niet met alles met je eens, maar ik vind dat niet erg. Ik wil namelijk samen met jou Jezus volgen. Ik geloof dat dat echt in de christelijke geloofsgemeenschap gebeurt. Als wij ons zo aanbieden aan God als gemeente, dan geloof ik dat er een soort wederkerigheid is en God zijn barmhartigheid over ons uitstort. Daardoor krijgen we oog voor de ander en mogen we samen gemeente-zijn.”

Zo wordt de gemeente een veilige gemeente: waar Gods barmhartigheid zichtbaar wordt in de verbondenheid met onze medemens die zoekt naar beschutting en verlangt om thuis te mogen komen.

Op 8 oktober is Halili te gast in de Time-out. Hij zal iets vertellen over thuiskomen in een nieuw land.

 

 

Onrustig over de veilige kerk

8 Jun

In het voorjaar van 2017 is het belangwekkende boek van John Lapre uitgekomen ‘ De veilige kerk. Acceptatie van seksuele diversiteit binnen de christelijke geloofsgemeenschap’. Ik schreef er het volgende nawoord in: 

Het boek van John Lapré maakt me onrustig en bezorgd. Zijn klemmend betoog om mensen de ruimte te geven om hun verhaal te vertellen, om op adem te kunnen komen en om in een veilige omgeving te mogen ontdekken wie zij zijn, is me uit het hart gegrepen. Het kan niet voldoende benadrukt worden hoe belangrijk het is om als mens erkend te worden, om op verhaal te mogen komen, zonder oordeel en zonder afwijzing.

toverhazelaar

Noodzaak van een veilige geloofsgemeenschap

Verhalen van jonge LGBT’ers die in een kerkelijke omgeving uit de kast wilden komen, maar gekwetst en beschadigd zijn, vormen helaas geen uitzondering. Het mag ons als voorgangers en als kerkelijke gemeenten niet, nee nooit, onberoerd laten als mensen gedesillusioneerd de geloofsgemeenschap de rug toekeren.

Een rode draad in veel autobiografische verhalen van LGBT’ers is dat ze een hoge drempel moeten nemen om uit te durven komen voor wat ze van binnen al zo lang weten en vaak al zo lang mee worstelen. Zelfs als ze opgroeien in gezinnen waar hun geaardheid onmiddellijk geaccepteerd wordt op het moment dat de jongere voldoende moed heeft verzameld om het te vertellen (of zo aan de grond zit dat z/hij het niet langer kan verbergen). In een maatschappij waarin heteroseksualiteit de vanzelfsprekende en overheersende normerende context is, is anders-geaard zijn niet eenvoudig om zelf te accepteren. Veel jongeren lijden voor hun coming-out aan neerslachtigheid, depressieve gevoelens of suïcidale gedachten. Veilige plekken waar deze verhalen verkend kunnen worden zijn goud waard. Als de kerk deze veilige setting niet kan bieden, gaat het op een fundamenteel niveau fout. Menig LGBT’er heeft door de negatieve contacten met de kerk het zicht op God verloren.

Te vaak niet welkom … 

Het beeld van de gelovige LGBT’er die een gesloten poort treft op zijn / haar zoektocht naar een geloofsgemeenschap is pijnlijk en mag niet geaccepteerd worden. Misschien is de ervaring van menig LGBT’er nog pijnlijker, zoals ook het verhaal van John zichtbaar maakt. Hij maakte immers volop deel uit van zijn geloofsgemeenschap. Hij werd gewaardeerd en had zijn plek in het midden van de gemeente tot het moment dat hij met zijn verhaal naar buiten kwam. Het is dus niet alleen zo dat LGBT’ers voor de poort staan in de hoop op erkenning en warmte, maar ook worden zij de geloofsgemeenschap uit gedreven, omdat zij veroordeeld worden en er geen oprechte aandacht is voor wie zij zijn. Het boek van John Lapré doet een emotioneel beroep op de geloofsgemeenschappen om de medemens te zien – en niet de geaardheid of ‘de thematiek’.

Kerk als probleem

Misschien is het goed om nog een enkel woord te wijden aan de kerkelijke gemeente. In de omgang met homoseksualiteit worden de LGBT’ers als het probleem geïdentificeerd. Zij verstoren immers met hun vragen en hun kloppen op de poort de status quo en de rust in de gemeente. Zelf ben ik van mening dat niet de LGBT’ers het probleem zijn, maar de geloofsgemeenschap. We zouden tot in het diepst van ons binnenste bewogen moeten zijn met onze medemensen die beschutting zoeken en in het licht van God het gesprek zoeken over identiteit, geborgenheid, liefde en intimiteit. Als door onze strijd voor de waarheid en rechtschapenheid medemensen gekwetst en beschadigd worden, zou het wel eens kunnen zijn dat wij het probleem zijn.

Inclusieve geloofsgemeenschap

John Lapré zoekt een inclusieve geloofsgemeenschap. Het gaat niet alleen om LGBT’ers, maar ook om andere minderheden, andersdenkenden, mensen met psychische problematieken en mensen met beperkingen. Zijn we als geloofsgemeenschap gericht op deze minderheden? Kunnen we ruimte maken voor verschillen rond het goede nieuws van Jezus Christus? Het is mooi om te zien dat in steeds meer geloofsgemeenschappen homo’s van harte welkom zijn.

In gesprek over de veilige kerk

De contouren van de veilige kerk die in dit boek geschetst worden, zouden in oudstenraden, kerkenraden en gespreksgroepen aan de orde moeten komen. Het Vaderhart van God nodigt mensen uit om thuis te komen. Laten we die liefde van God doorgeven en met hart en handen werken aan die inclusieve geloofsgemeenschap waar onze medemensen op verhaal én op adem kunnen komen.

 

Uit de kast …

16 Mei

Vandaag (16 mei 2017) viel het boek van John Lapré op de deurmat: De veilige kerk. Acceptatie van seksuele diversiteit binnen de christelijke geloofsgemeenschap. Het is een aangrijpend boek, omdat Lapré het verlangen beschrijft om als homoseksueel erkend en gezien te worden, om volwaardig deelgenoot te zijn van een geloofsgemeenschap. Aangrijpend, omdat hij zelf aan den lijve de weerstand, de afwijzing en veroordeling heeft ervaren van de geloofsgemeenschap toen hij uitkwam voor zijn homoseksuele geaardheid. Van het ene op het andere moment was hij van een graag geziene spreker een paria geworden.

Toch heeft John Lapré dit boek geschreven over de veilige gemeente. De geloofsgemeenschap waar mensen welkom zijn, gezien worden en zich gekend mogen weten. Met dit boek wil hij jonge LHBT-ers én gemeenten een hart onder de riem steken en hen uitnodigen voor de dialoog, voor het gesprek met en niet over de ander. Hij nodigt gemeenten uit om niet in discussies te verzanden en meer rapporten te schrijven, maar om de ander in de ogen te kijken en de hand te reiken.

Het is nodig dat dit boek en dit soort boeken geschreven worden. In een wereld waarin heteroseksualiteit de heersende norm is, is het moeilijk om uit te komen voor een andere identiteit. Jongeren missen de verhalen die hen helpen om hun identiteit vorm te geven, om te begrijpen wie zij zijn. In een wereld waarin ‘homo’ een scheldwoord is, is het een schrik om te ontdekken dat je niet bij de meerderheid hoort. De impliciete en expliciete boodschap van een heteroseksuele samenleving is dat je als LHBT-er afwijkend bent. Veel jonge LHBT-ers worstelen met schaamte, eigenwaarde en identiteitsproblemen.

Steeds meer kerken maken zich sterk voor een volwaardige plek voor LHBT-ers in de geloofsgemeenschappen. Zo worden er bijvoorbeeld al 25 jaar lang evangelische roze vieringen gehouden in Amsterdam. Tegelijkertijd zijn er ook veel te veel verhalen van jongen mensen over geloofsgemeenschappen die bewust of onbewust de LHBT-ers hebben beschadigd.

De oproep van John Lapré is me dan ook uit het hart gegrepen. Al te vaak wordt het gesprek over LHBT-ers versmald tot seksualiteit. Het gaat echter over identiteit. Pas als er ruimte komt voor je geaardheid ontstaat de mogelijkheid om tot jezelf te komen.

In het AD stond een verhaal van een man die pas op zijn 95ste voldoende moed had verzameld om uit de kast te komen. Het moest gezegd worden, pas toen werd hij wie hij was. Laten we als geloofsgemeenschappen de ruimte en veiligheid bieden dat mensen aan hun bestemming mogen komen.