Tag Archives: Jona

Vrolijke kerk op schootviering in de Ontmoetingskerk

25 okt

Het was zondagmiddag (25 oktober 2015) een vrolijke bedoeling in de Ontmoetingskerk. Zo’n 40 peuters en kleuters waren met hun broertjes en zusjes, ouders en grootouders op de Kerk op schootviering afgekomen. De kerk was gezellig  versierd: overal zeedierenknuffels, blauwe tule in de hal, alsof je al in de zee was. Voorin de kerk lag een grote walvis: we zaten gelijk midden in het verhaal  van Jona!

Verhaal van Jona

De peuters en kleuters die dat wilden, mochten vooraan in een kring zitten. Het verhaal van Jona werd op een mooie manier uitgebeeld. De koffer die mee op reis gaat. De boot waarmee Jona wil vluchten. De stormwind. De walvis. Alle kinderen kregen een eigen walvis om mee naar huis te nemen en als verrassing nog een zeedierenballon. Aan het begin van de viering ging dominee Beer de kring rond en mochten de kinderen zich voorstellen.

Kinderkoor Vivace

Het verhaal van Jona werd vertellend en zingend vorm gegeven. Het kinderkoor Vivace onder de enthousiaste leiding van Gerdien Sloof zong de liedjes, zodat de ouders ook makkelijk mee konden zingen.

Plezier

Na afloop was er limonade, koffie, thee met iets lekkers. Al met al een uitermate geslaagde viering, misschien wel omdat het zo gezellig en ontspannen was. Mooi om te zien hoeveel gezinnen op deze viering af kwamen. Mooi om mee te maken hoe de volwassenen genoten, omdat hun kinderen plezier hadden. Wat een zegen om zo kerk te kunnen zijn! Iedereen die aan deze viering heeft meegeholpen: hartelijk bedankt.

De volgende kerk op schootviering is op 21 februari, opnieuw om 15.00 uur. Zet maar alvast in de agenda!

Jona – deel 2

5 sep

Op de vlucht voor mijn opdracht van God, ben ik per schip op weg naar Tarsis. Onderweg is het verschrikkelijk gaan stormen. Zou het met mij te maken hebben? (Zie deel 1)

De schrik slaat me om het hart. Gaat deze storm echt om mij? Ik ben bang. Ik grijp me vast aan de reling en maak me zo klein mogelijk. De zeelui geven ondertussen elkaar de schuld van deze storm. Iemand moet iets hebben gedaan of nagelaten – zo’n storm, dat kan toch niet zomaar?

Een van de matrozen wijst naar mij. De zeelui draaien zich naar mij om en de schipper vraagt: ‘Weet jij waarom we door deze ramp getroffen worden? Wie ben jij eigenlijk? Waar kom je vandaan?” Je moet weten dat deze zeelui normaal gesproken nooit zoveel vragen stellen. Het maakt ze niet zoveel uit wie ze mee aan boord nemen, als diegene maar gewoon betaald. Nu, met deze storm is het een ander verhaal. Nu willen ze precies weten wat er speelt.

Ik begin hakkelend te praten. ‘Het heeft alles met mij te maken. Ik ben een Israëliet, en wij vereren Jahwe. Zo heet onze God. Die naam betekent ‘Ik ben bij jou’. Onze God heeft de hemel en de aarde geschapen, de zee, ja, alles eigenlijk. Ik kreeg een opdracht van God – ik ben namelijk profeet. Maar ik probeerde er onderuit te komen.’ Ik kijk naar de golven die al maar hoger en hoger lijken te worden. De wind buldert in onze oren. ‘Sorry!’ schreeuw ik.  ‘Sorry, het spijt me echt, dat jullie nu door mij in de problemen zijn geraakt. Zet mij maar overboord. Het gaat om mij. Doe maar. Dan komt alles goed.’

 De schipper kijkt mij met grote ogen aan. ‘Natuurlijk ga je niet overboord, dat kunnen we echt niet accepteren!’ ‘Mannen, we gaan proberen om het schip aan de wal te krijgen, kom op!’ Ze gooien nog meer spullen overboord en met vereende kracht proberen ze met de roeispanen het schip op koers te houden.

 Maar het is tevergeefs. Door het geweld van de golven breken de roeispanen alsof het takjes zijn. Opnieuw kijkt de schipper naar mij en knikt. Twee bonkige matrozen grijpen me vast en gooien me overboord. Vrijwel meteen gaat de storm liggen – een spiegelgladde zee, een lichte bries, een waterig zonnetje. De zeelui vallen op hun knieën en danken de God van Jona. Ja, Hij is Schepper van hemel en aarde!

jona in de vis

 Zelf maak ik dat niet meer mee. Zodra ik in het water val, zink ik naar de diepte. Op het moment dat ik mijn bewustzijn dreig te verliezen, word ik opgeslokt door een  grote vis. In de buik lig ik te hijgen en te puffen en kom ik weer langzaam bij mijn positieven. Ik realiseer me dat ik nog leef – maar ben ik hier beter af? Ik vouw mijn handen en bid – aarzelend

 God,

Hier in de diepte roep ik tot U

Help mij toch, en laat mij niet alleen

Ik dacht dat ik het niet zou redden

Maar U ziet naar mij om

U wilt mij helpen

God,

U luistert naar mij

Help mij toch en laat mij niet alleen

 

Enige tijd later spuwt de vis mij uit op land.

Jona – deel 1

14 aug

Bij mijn afscheid van de Protestantse Gemeente ‘t Harde mochten de kinderen hun lievelingsverhaal uit de Bijbel kiezen. Dit is de keuze van Noortje

Hallo Noortje, super dat mijn verhaal jouw lievelingsverhaal is. Ik heb dan ook nog al wat meegemaakt. Luister maar:

“Nee! Ik doe het niet! Nooit!”

Snel zoek ik mijn spullen bij elkaar voor de reis. Mijn  ogen schieten door de ruimte waar ik de afgelopen jaren gewoond heb. Tijd om afscheid te nemen.

Ik reis naar Jafo, een havenplaats. Het bruist bij de haven. Het is druk.  Mensen uit allerlei landen kopen of verkopen handelswaar. Vissers maken hun netten klaar of proberen hun vers gevangen vis aan handelaren te verkopen. In deze wirwar zoek ik een schip dat mij mee wil nemen naar Tarsis – want ik wil ver weg.

jona aan boord

Waarom? Ja, dat klinkt misschien een beetje raar, maar God heeft tegen mij gezegd dat ik naar Ninevé moet. Hoe hoor je de stem van God? Weet je, ik heb op de profetenschool gezeten. Die scholen werden populair in de tijd van Elia en Elisa. De profetenscholen bestaan nog steeds. Profeten zijn belangrijk in Israël. We worden om raad gevraagd bij lastige kwesties en onzekere ontwikkelingen. Op school leren we om de Bijbel heel goed te lezen. Dat is misschien wel het belangrijkste om God te leren verstaan, omdat je in die verhalen in de Bijbel heel veel van God kunt leren. Ook oefenen we om stil te zijn, en te luisteren of God ons ook iets te zeggen heeft. Ik heb de school niet afgemaakt. Ze vonden dat ik niet zo goed kon luisteren en dat ik te snel was afgeleid.

Ik ben toen maar voor mijzelf begonnen. Een kleine profetenpraktijk. Opeens was daar die stem van God. ‘Ga naar Ninevé en zeg tegen die stad dat ze moeten stoppen met hun slechte daden’. Nou, naar Ninevé. Ze zullen me zien aankomen. Het is een stad met trotse inwoners. Je kunt ze maar beter te vriend houden. Stel je voor dat ik daar op hun pleinen zou roepen dat ze slechte dingen doen. Straks gooien ze me nog in de gevangenis.

Er restte me dus maar één ding: wegwezen. Tarsis leek me een goed plan. Daar zou ik opnieuw kunnen beginnen. En God zou wel begrijpen dat ik echt niet naar Ninevé wil en kan gaan. Veel te moeilijk. En zo ben ik in de haven van Jafo op zoek naar een schip.

Al snel vind ik een schipper die mij mee wil nemen. Ik ben echt heel erg moe, en als het schip op volle zee is, val ik in een diepe slaap in het ruim tussen de lading. Ik merk niet dat het weer omslaat. Het zonnetje maakt plaats voor donkere wolken. Het begint steeds harder te waaien en de wind loeit om het schip. De zeelui hebben al heel wat meegemaakt, maar bij deze storm slaat hen de schrik om het hart. De golven zijn werkelijk torenhoog. Met groot geweld spatten de golven uiteen op het schip. Als een aanmaakhoutje slingert het schip op de golven. Wat de zeelui ook proberen, ze krijgen het schip niet onder controle. Ze worden bang. ‘Schipper, dit loopt niet goed af! Straks verdrinken we nog!’ Om het schip te redden en lichter te maken, gooien ze zo veel mogelijk overboord.

Ook dat helpt niet. Alle zeelui beginnen te roepen en te bidden. De schipper kijkt rond en ziet tot zijn verbazing dat  ik nog lig te slapen. Hij is boos en in paniek. “Wat lig je nou te slapen man! Bid tot jouw god dat we niet vergaan!’ Geschrokken spring ik overeind. In een flits is het me duidelijk. Deze storm – het gaat om mij…