Tag Archives: kerk

Wie zonder zonde is … en andere dooddoeners bij seksueel misbruik in de kerk

11 Jul

Dit artikel is verschenen in De Oud-Katholiek, Tijdschrift voor de Oud-Katholieke Kerk in Nederland, jaargang 133, juli 2017

De Oud-Katholieke Kerk in Nederland is in de achterliggende maanden opgeschrikt door berichten over (beschuldigingen) van seksueel misbruik door priesters. Deze berichten roepen – zoals eerder ook in andere kerken het geval was – veel emotie en veen verschillende reacties op. Wat vertellen deze reacties?

Er is schrik en verslagenheid, omdat ook de eigen geloofsgemeenschap niet zo veilig blijkt te zijn als gehoopt. Er is ongeloof en verwarring omdat de aangeklaagde priester ook zoveel goede dingen heeft gedaan. Er is woede omdat mensen door vertegenwoordigers van de kerk beschadigd en gekwetst zijn. Sommige reacties benadrukken het failliet van de kerk, andere reacties zoeken nuance. Sommige slachtoffers, die jarenlang gezwegen hebben, kunnen door deze onthullingen de moed vinden om ook met hun eigen verhaal naar buiten te komen. Deze reacties zijn niet uniek. Het misbruik binnen andere kerkgenootschappen, sportclubs, instellingen en families roepen vergelijkbare reacties op. Ook daar is verlegenheid, verwarring, boosheid en ontkenning te zien. Blijkbaar vallen we terug op bepaalde mechanismen en patronen om met de verhalen van seksueel misbruik om te gaan. In dit artikel wil ik deze mechanismen beschrijven. Wat zijn de achterliggende patronen en wat maakt een reactie heilzaam?

 

Esther Veerman, Afscheidsbrief

 

Een cultuur van zwijgen 

Het valt voor slachtoffers van seksueel misbruik niet mee om met hun verhaal naar buiten te komen. Dit heeft verschillende oorzaken. Allereerst gaat het misbruik hand in hand met schaamte en schuldgevoel bij het slachtoffer. Vaak worstelt het slachtoffer met de vraag waarom haar of hem dit is overkomen. Misbruik brengt een gevoel van hulpeloosheid en machteloosheid met zich mee. Het zichzelf de schuld geven kan een manier zijn om deze onmacht te hanteren. Als het immers aan het slachtoffer zou liggen dan zou hij of zij het in een andere situatie misschien kunnen voorkomen. Als ik nu eens andere kleren aan had gehad? Als ik nu eens niet naar hem gekeken had?

Daar komt bij dat het zeker voor kinderen nauwelijks mogelijk is om de schuld neer te leggen bij de volwassen vertrouwenspersonen (zoals bijvoorbeeld een ouder, coach of priester). Als de volwassene door zijn of haar rol wordt vrijgepleit, kan het kind of de jongere alleen nog maar de schuld bij zichzelf zoeken.

Deze (onterechte) schuldgevoelens versterken de toch al aanwezige schaamte. Seksueel misbruik is zo schadelijk omdat het mensen aantast in hun lichamelijkheid. Het misbruik verstoort een gezonde ontwikkeling van lichamelijkheid, intimiteit en seksualiteit. Dat het misbruik juist plaatsvindt in het kwetsbare gebied van intimiteit en lichamelijkheid versterkt de schaamtegevoelens. Het is dus niet verwonderlijk dat een slachtoffer in eerste instantie zwijgt over het misbruik.

Zwijgen uit beschadiging

Ook omstanders lijken liever te willen zwijgen over het misbruik. De eerste reden is dat omstanders in meer of mindere mate beschadigd kunnen zijn door het misbruik in de geloofsgemeenschap, de sportvereniging of het gezin. Een geloofsgemeenschap kan door misbruik mede getraumatiseerd raken (1). Net zoals bij de directe slachtoffers is een eerste overlevingsstrategie om het misbruik geheim te houden. Het is een manier om om te gaan met het gekantelde wereldbeeld. De psychologe Janoff-Bulman (2) laat zien dat we in het schrijven van ons levensverhaal steeds uitgaan van drie kernnoties: de wereld is een logisch geordend geheel en dus betrouwbaar, mensen hebben goede bedoelingen en ik ben als persoon de moeite waard. Deze noties komen door het misbruik onder druk te staan. Wanneer mensen in meer of mindere mate beschadigd zijn, kunnen ze soms scherp reageren om de herinneringen aan de schokkende gebeurtenis te vermijden.

Zwijgen vanwege de veiligheid 

De tweede reden om als omstanders te zwijgen, is dat het gevoel van veiligheid op het spel staat. Als priesters al niet te vertrouwen zijn, wie kun je dan nog wel vertrouwen? Als zoveel mensen misbruikt worden, als het echt in elke vereniging of geloofsgemeenschap plaats kan vinden, als het zo dichtbij komt – hoe kan ik me dan ooit nog veilig voelen? In wat voor wereld groeien onze kinderen op? De omstanders, de samenleving, hebben er belang bij dat gezwegen wordt over verhalen van misbruik om de idylle van een veilige gemeenschap in stand te kunnen houden.

Zwijgen uit bezorgheid

De derde reden om te zwijgen is bezorgdheid over de beeldvorming. De schandalen binnen de Rooms-Katholieke Kerk hebben het vertrouwen in en het gezag van de kerk geschonden. Die zorg is niet voorbehouden aan geloofsgemeenschappen. Ook sportverenigingen zwegen lange tijd over seksuele grensoverschrijdingen van coaches uit angst voor een negatief imago.

Ontkennen, generaliseren en bagatelliseren 

Het vraagt moed en doorzettingsvermogen van slachtoffers om hun verhaal te vertellen. Maar als de geheimhouding eenmaal doorbroken wordt, reageren omstanders vaak met ontkennen, generaliseren of bagatelliseren in een uiterste poging om de confronterende verhalen te kunnen vermijden en de idylle van veiligheid weer te kunnen herstellen.

Ontkennen

Een vorm van ontkennen is de uitspraak: ‘Ik kan me niet voorstellen dat zo’n sympathieke man tot zoiets in staat is.’ Plegers van seksueel misbruik zien er over het algemeen niet uit als monsters. Het zijn vaders, coaches, voorgangers, buurmannen, docentes – mensen die wij vertrouwen geven. De verhalen van misbruik vertellen ons dat mensen verschillende kanten kunnen hebben.

Generaliseren 

Wanneer het misbruik niet langer te ontkennen is, proberen mensen soms het misbruik te generaliseren of te bagatelliseren (3). Generaliseringen zijn de pogingen om de negatieve betekenis van het seksueel misbruik te relativeren door te doen alsof het onderdeel is van het normale leven. Een voorbeeld van generaliseren is: ‘Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen.’ Het begrip zonde wordt zo breed opgerekt, waardoor er geen ruimte meer is voor het stellen van een ethische grens. Wat opmerkelijk is, is dat een dergelijke uitspraak vaak klinkt in de context van seksueel misbruik, maar zelden wanneer er sprake is van moord of lichamelijk geweld. Wat maakt dat er zo snel vergoelijkend over misbruik gesproken wordt?

Een ander voorbeeld van generaliseren komen we tegen in de uitspraak: ‘Je moet het wel in de tijdgeest of cultuur plaatsen.’ Het is zeker waar dat zowel seksualiteit als misbruik cultureel bepaald zijn. Toch is het de vraag of deze opmerking helpend is om om te gaan met misbruik. Uitgangspunt zou moeten zijn wat slachtoffers ons vertellen. Soms gaat er veel tijd overheen voordat slachtoffers taal vinden om hun ervaringen te kunnen vertellen. De slachtoffers van de Britse BBC-presentator Jimmy Savile en de onthullingen van Engelse voetballers die in hun jeugd misbruikt zijn, laten zien hoe schadelijk het misbruik was. Decennia later hebben sommigen nog dagelijks last van de gevolgen van het misbruik.

Bagatelliseren

Het misbruik kan ook gebagatelliseerd worden: wel het feit erkennen, maar de betekenis ervan minimaliseren. ‘Het komt overal voor, niet alleen in de kerk.’ ‘Als het overal voorkomt, kan het toch niet zo diepingrijpend zijn als wordt beweerd?’ Het is waar dat misbruik in alle geledingen en in alle gemeenschappen kan voorkomen. Dit zou geen reden moeten zijn om het misbruik te bagatelliseren, maar om juist dubbel zo hard te werken aan een veilig klimaat. We zijn geroepen om in onze eigen contexten te werken aan die veiligheid.

Zondebok

Wanneer het misbruik niet langer ontkend kan worden en bagatelliseren of generaliseren niet meer werkt, grijpen mensen soms terug op het zondebokmechanisme. Nu het misbruik bekend en erkend is, wordt er gezocht naar een zondebok. Door de zondebok te offeren wordt getracht de veiligheid te herstellen. Pedoseksuelen die hun straf hebben uitgezeten, stuiten op grote weerstand als zij ergens een nieuw leven proberen op te bouwen, zoals zichtbaar werd toen in 2014 voor Benno L. een nieuwe woonplek gezocht werd. Veel mensen vinden dat pedo’s levenslang opgesloten, gecastreerd of zelfs afgemaakt zouden moeten worden.

Deze reacties gaan voorbij aan het pijnlijke gegeven dat het meeste misbruik door heteroseksuele mannen wordt gepleegd die bekenden zijn van het slachtoffer. Onze wereld wordt niet veiliger door pedoseksuelen en pedofielen als zondebokken te offeren. Natuurlijk moet het recht zijn loop hebben, maar een veilige wereld begint met het ruimte maken voor de verhalen van misbruik.

Religieuze taal versterkt het zwijgen

Wanneer het misbruik in een kerkelijke context plaats vindt, kan religieuze taal bijdragen aan het toedekken van het misbruik. Slachtoffers die met hun verhaal aarzelend naar buiten komen, worden vaak opgeroepen om te vergeven. ‘We leven toch van vergeving?’ Voorbarige vergeving maakt het slachtoffer echter monddood. Z/hij wordt immers aangespoord om, nog voordat alle verhalen verteld zijn en de gevolgen van het misbruik aan het licht zijn gekomen, alweer te stoppen met vertellen.

Tot slot is het goed om te bedenken dat kerkelijke taal al gauw ‘dadertaal’ is. Het spreken over ‘zonde’, ‘vergeving’ en ‘verzoening’ is behulpzaam voor mensen die schuld hebben door hun handelen. Voor mensen die iets is aangedaan, is dit spreken niet direct helpend. Een slachtoffer voelt zich vaak slecht en zwart van binnen. Het woord ‘zonde’ haakt aan dit gevoel. Maar er zal geen sprake kunnen zijn van vergeving, omdat het slachtoffer niet de handelingen heeft verricht. Het slachtoffer komt dan slechter de kerk uit: ik ben zo slecht, er is voor mij niet eens vergeving.
Als voorgangers meer zouden spreken over bijvoorbeeld ‘recht doen’, ‘gerechtigheid’ en ‘wraak’, komt er ruimte voor een evenwichtige verkondiging.

Ruimte voor verhalen van misbruik

Wanneer mensen geconfronteerd worden met schokkende gebeurtenissen zoals seksueel misbruik in hun eigen geloofsgemeenschap, zijn zwijgen en vermijden logische reacties. Het geheimhouden van misbruik is echter niet alleen schadelijk voor de directe slachtoffers maar ook voor de geloofsgemeenschap zelf. De geloofsgemeenschap zal in haar reactie de ethische keuze moeten maken om stem te geven aan de kwetsbare en beschadigde mens. De geloofsgemeenschap zal voorbij aan ontkenning en simplificering ruimte moeten geven aan de verhalen van misbruik.

Het bagatelliseren van misbruik leidt niet tot een veilig klimaat. Juist de erkenning van de verhalen maakt preventie mogelijk. Alleen wanneer aan slachtoffers stem wordt gegeven en er aandacht is voor de risico’s binnen de eigen context, kan aan een veilige kerk gebouwd worden.

Dr. Alexander Veerman is predikant van de Ontmoetingskerk te Vriezenveen (PKN) en is in 2005 gepromoveerd op het proefschrift ‘Ontredderd: het proces in de kerkenraad als de predikant seksueel misbruik heeft gepleegd’.


(1) A.L. Veerman, Ontredderd: het proces in de kerkenraad als de predikant seksueel misbruik heeft gepleegd. Zoetermeer: Boekencentrum, 2005.
(2) R. Janoff-Bulman, Shattered Assumptions: Towards a New Psychology of Trauma. New York: Free Press, 1992.
(3) R.R. Ganzevoort en A.L. Veerman, Geschonden lichaam: pastorale gids voor gemeenten die geconfronteerd worden met seksueel geweld. Zoetermeer: Boekencentrum, 2000.

Onrustig over de veilige kerk

8 Jun

In het voorjaar van 2017 is het belangwekkende boek van John Lapre uitgekomen ‘ De veilige kerk. Acceptatie van seksuele diversiteit binnen de christelijke geloofsgemeenschap’. Ik schreef er het volgende nawoord in: 

Het boek van John Lapré maakt me onrustig en bezorgd. Zijn klemmend betoog om mensen de ruimte te geven om hun verhaal te vertellen, om op adem te kunnen komen en om in een veilige omgeving te mogen ontdekken wie zij zijn, is me uit het hart gegrepen. Het kan niet voldoende benadrukt worden hoe belangrijk het is om als mens erkend te worden, om op verhaal te mogen komen, zonder oordeel en zonder afwijzing.

toverhazelaar

Noodzaak van een veilige geloofsgemeenschap

Verhalen van jonge LGBT’ers die in een kerkelijke omgeving uit de kast wilden komen, maar gekwetst en beschadigd zijn, vormen helaas geen uitzondering. Het mag ons als voorgangers en als kerkelijke gemeenten niet, nee nooit, onberoerd laten als mensen gedesillusioneerd de geloofsgemeenschap de rug toekeren.

Een rode draad in veel autobiografische verhalen van LGBT’ers is dat ze een hoge drempel moeten nemen om uit te durven komen voor wat ze van binnen al zo lang weten en vaak al zo lang mee worstelen. Zelfs als ze opgroeien in gezinnen waar hun geaardheid onmiddellijk geaccepteerd wordt op het moment dat de jongere voldoende moed heeft verzameld om het te vertellen (of zo aan de grond zit dat z/hij het niet langer kan verbergen). In een maatschappij waarin heteroseksualiteit de vanzelfsprekende en overheersende normerende context is, is anders-geaard zijn niet eenvoudig om zelf te accepteren. Veel jongeren lijden voor hun coming-out aan neerslachtigheid, depressieve gevoelens of suïcidale gedachten. Veilige plekken waar deze verhalen verkend kunnen worden zijn goud waard. Als de kerk deze veilige setting niet kan bieden, gaat het op een fundamenteel niveau fout. Menig LGBT’er heeft door de negatieve contacten met de kerk het zicht op God verloren.

Te vaak niet welkom … 

Het beeld van de gelovige LGBT’er die een gesloten poort treft op zijn / haar zoektocht naar een geloofsgemeenschap is pijnlijk en mag niet geaccepteerd worden. Misschien is de ervaring van menig LGBT’er nog pijnlijker, zoals ook het verhaal van John zichtbaar maakt. Hij maakte immers volop deel uit van zijn geloofsgemeenschap. Hij werd gewaardeerd en had zijn plek in het midden van de gemeente tot het moment dat hij met zijn verhaal naar buiten kwam. Het is dus niet alleen zo dat LGBT’ers voor de poort staan in de hoop op erkenning en warmte, maar ook worden zij de geloofsgemeenschap uit gedreven, omdat zij veroordeeld worden en er geen oprechte aandacht is voor wie zij zijn. Het boek van John Lapré doet een emotioneel beroep op de geloofsgemeenschappen om de medemens te zien – en niet de geaardheid of ‘de thematiek’.

Kerk als probleem

Misschien is het goed om nog een enkel woord te wijden aan de kerkelijke gemeente. In de omgang met homoseksualiteit worden de LGBT’ers als het probleem geïdentificeerd. Zij verstoren immers met hun vragen en hun kloppen op de poort de status quo en de rust in de gemeente. Zelf ben ik van mening dat niet de LGBT’ers het probleem zijn, maar de geloofsgemeenschap. We zouden tot in het diepst van ons binnenste bewogen moeten zijn met onze medemensen die beschutting zoeken en in het licht van God het gesprek zoeken over identiteit, geborgenheid, liefde en intimiteit. Als door onze strijd voor de waarheid en rechtschapenheid medemensen gekwetst en beschadigd worden, zou het wel eens kunnen zijn dat wij het probleem zijn.

Inclusieve geloofsgemeenschap

John Lapré zoekt een inclusieve geloofsgemeenschap. Het gaat niet alleen om LGBT’ers, maar ook om andere minderheden, andersdenkenden, mensen met psychische problematieken en mensen met beperkingen. Zijn we als geloofsgemeenschap gericht op deze minderheden? Kunnen we ruimte maken voor verschillen rond het goede nieuws van Jezus Christus? Het is mooi om te zien dat in steeds meer geloofsgemeenschappen homo’s van harte welkom zijn.

In gesprek over de veilige kerk

De contouren van de veilige kerk die in dit boek geschetst worden, zouden in oudstenraden, kerkenraden en gespreksgroepen aan de orde moeten komen. Het Vaderhart van God nodigt mensen uit om thuis te komen. Laten we die liefde van God doorgeven en met hart en handen werken aan die inclusieve geloofsgemeenschap waar onze medemensen op verhaal én op adem kunnen komen.

 

Waardevol mini-congres ‘Verslaving ook bij ons?’

13 Okt

Afgelopen woensdag 12 oktober 2016 vond in Vroomshoop het goed bezochte mini-congres ‘Verslaving ook bij ons?’ plaats. Samen met Stichting Reflection en het Pastoresconvent Twenterand wist Waypoint Twenterand een toegankelijk en boeiend programma aan te bieden. Ruim 70 mensen kwamen op het mini-congres af, bijna allemaal vrijwilligers of professionals binnen geloofsgemeenschappen. Met name jeugdwerkers waren goed vertegenwoordigd. Mooi om te zien dat de verschillende kernen en kerken waren vertegenwoordigd.

Wat veroorzaakt verslaving?

De avond begon met dit filmpje: wat veroorzaakt verslaving?

 

Het filmpje maakt duidelijk aan de hand van twee experimenten dat een onderliggende problematiek bij verslaving eenzaamheid kan zijn. Het betekent dat het aangaan van relaties en verbindingen ondersteunend is om een verslaving te kunnen stoppen.

Ervaringsverhaal

Het belang van relaties werd bevestigd door Niki Mannot. Hij vertelde dat hij niet alleen 25 jaar in de verslavingszorg had gewerkt, maar daarvoor ook zelf verslaafd is geweest. Nadat hij was afgekickt, was hij op zoek naar geborgenheid en erkenning. Dat vond hij bij het voorgangersechtpaar van de Evangelische Gemeente Hebron, John en Stien van Braam. Niki benadrukte in zijn verhaal dat hij veel steun en kracht vond in het gebed, maar dat het altijd samen moet gaan met de juiste hulpverlening.

Workshops

De aanwezigen verdeelden zich aansluitend over 5 workshops. Zorgsaam Twenterand, Tactus, Waypoint, Stichting Reflection en Gemeente Twenterand presenteerden zich in de eerste workshop. Een uitermate nuttige kennismaking, die uitnodigt tot een verdere verdieping rond de vraag wat geloofsgemeenschappen en professionals voor elkaar kunnen betekenen. In de tweede workshop werd ingegaan op preventie en signalering. Deze workshop werd als uitermate informatief en waardevol beoordeeld. Mochten geloofsgemeenschappen meer willen weten over signalering en preventie, kan Waypoint een cursus op maat verzorgen. De derde workshop verkende de waarde van gebed en geloof in de verslavingszorg. Niki Mannot en Jan Nijkamp beantwoordden in de vierde workshop allerhande vragen. In de laatste workshop ging Rianca Evers aan de hand van een casus in gesprek over hoe te handelen bij verslaving.

Opbrengst

Wat deze bijeenkomst duidelijk maakt, is dat veel geloofsgemeenschappen zich bewust zijn van de verslavingsproblematiek in Twenterand en dat de jonge generaties hen aan het hart gaan. Bezoekers in de kerken weten gemakkelijker de weg naar ondersteuning te vinden. Waypoint zet verschillende lijnen uit. Zo is het mogelijk om aan te haken bij het maatjesproject (voor mensen die nu al kwetsbare jongeren begeleiden of zouden willen gaan begeleiden) en ligt de uitnodiging er om in gemeenten contactpersonen aan te stellen die door Waypoint toegerust kunnen worden. Deze avond toont de noodzaak aan van verdere toerusting van vrijwilligers en het bespreekbaar blijven houden van verslavingsproblematiek, waarbij wel de verslaving, maar nooit de mens wordt veroordeeld.

De geloofsgemeenschappen kunnen veel betekenen in de strijd tegen verslaving. Met preventie vanuit de kerken kunnen veel mensen worden bereikt. Daarnaast hebben geloofsgemeenschappen geborgenheid en verbondenheid te bieden. Tot slot beschikken veel geloofsgemeenschappen over vrijwilligers die met jongeren in contact staan.

Middagbijeenkomst

In de middag was er een bijeenkomst voor voorgangers. Goed om met elkaar te verkennen waar onze vragen en onze mogelijkheden liggen als geloofsgemeenschappen. Nathalie Booij van Waypoint benadrukte het belang van planmatige preventie, die al kan starten bij het kinderwerk. Hoe maken we kinderen weerbaar? Welke waarden geven we onze kinderen mee? Daarnaast werden we gewezen op de waarde van het aangaan van relaties met de jongeren. Juist in een fase waarin ze een weg zoeken in allerhande emoties en identiteitsvragen, kan oprechte belangstelling en mee op durven lopen een wezenlijk verschil maken.

In de veranderende tijd is het goed om te zoeken hoe we als geloofsgemeenschappen samen kunnen werken in preventie en ondersteuning. Een mogelijkheid is om per geloofsgemeenschap te zoeken naar een contactpersoon die toegerust kan worden. De verschillende contactpersonen kunnen vervolgens samenwerken met evenementen of elkaar ondersteunen.

Al met al een waardevolle dag die om een vervolg vraagt.

Adequate reactie kerk Amersfoort op misbruik

2 Okt

Vandaag (2 oktober 2016) is naar buiten gebracht dat tot 1986 een gemeentelid van de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) van Amersfoort-Oost zich schuldig heeft gemaakt aan seksueel misbruik van meerdere minderjarige jongens. Het misbruik kwam afgelopen week aan het licht, omdat een kerkganger een brief schreef aan de kerkenraad. De briefschrijver reageerde op een voorbede voor de inmiddels ernstig zieke dader in een kerkdienst. In de brief werd gerefereerd aan de episode van misbruik.

Het schilderij 'Hartpijn' van Esther Veerman verbeeldt de ernstige gevolgen van misbruik

Het schilderij ‘Hartpijn’ van Esther Veerman verbeeldt de ernstige gevolgen van misbruik

Predikanten deden niets

In de tijd van het misbruik waren verschillende gemeenteleden en twee predikanten hiervan op de hoogte, maar ondernamen geen actie. In de jaren ’80 begonnen de eerste verhalen van misbruik naar buiten te komen. Het was toen – en vaak nu nog – echter moeilijk om het zwijgen te doorbreken. In ieder geval kozen de predikanten in die periode om over het misbruik te zwijgen, waardoor de dader vrij spel had en nooit ter verantwoording is geroepen. De slachtoffers hebben hun hele verdere leven met dit geheim een weg moeten zoeken. ‘Onaanvaardbaar’ oordeelt de huidige kerkenraad.

Heilzame ontwikkeling

Het is verheugend dat de huidige kerkenraad van Amersfoort-Oost zo adequaat reageert. De briefschrijver is serieus genomen. De kerkenraad heeft een eerste verkennend onderzoek uitgevoerd en bewijs gevonden voor het misbruik. Vervolgens is de zaak aanhangig gemaakt bij het kerkelijk meldpunt seksueel misbruik en heeft de kerkenraad besloten om de feiten naar buiten te brengen.

Radicale breuk

Dit een radicale breuk met de cultuur van zwijgen en toedekken. Door op deze manier te reageren geeft de kerkenraad handen en voeten aan het kiezen voor slachtoffers. Hun welzijn staat de kerkenraad allereerst voor ogen. Wat mij betreft is dit een hoopvol verhaal. Er waait hier een andere wind in de kerk: onrecht moet aan het licht gebracht worden, zodat kwetsbare en gekwetste gemeenteleden erkenning vinden en ruimte krijgen.

Hoopvol

Het aangedane leed kan niet ongedaan gemaakt worden. Wel kunnen we echter in onze reactie helder maken aan welke kant we staan. We kunnen duidelijk maken waar we als kerk voor staan en dat de grenzen van de ander ons heilig zijn. Dat is heilzaam en kan meewerken aan herstel.

‘Wat er ook gebeurt, nooit loslaten!’ Theologie van het touwtrekken

16 Jun

We hebben een keer het nieuwe catecheseseizoen ingeluid met een avondje touwtrekken. Dit klinkt eenvoudiger en aangenamer dan het in werkelijkheid was. Touwtrekken is een intensieve en serieuze bezigheid. Dat het echt een zware inspanning is, heb ik proefondervindelijk mogen vaststellen. Touwtrekken vraagt om uithoudingsvermogen, kracht en teamspirit. Met de teamspirit zat het in ons team wel goed, alleen kwam ik uithoudingsvermogen tekort (om over kracht maar te zwijgen). Na drie wedstrijden had ik kramp in mijn handen:  ik kon ze niet meer openen en als ik mijn vingers weer probeerde uit te vouwen, trokken ze als vanzelf weer krom.

Anker

Deze avond is mij nog lang bijgebleven. Niet zozeer vanwege de kramp, maar vanwege de lessen die het touwtrekken opleverde. De eerste les is dat elk team een ankerman/vrouw nodig heeft. De Ankerman (de ‘laatste man’) mag het touw schuin achter zijn lichaam laten lopen. Het is een belangrijke positie in het team.  In de kerk geloven we dat Christus ons anker is. Los van onze inspanningen – dit anker is aanwezig en op dit anker mogen we ons verlaten.

Teamwerk

Een tweede les is het belang van het team. Natuurlijk is kracht belangrijk. Tegelijkertijd is kracht niet doorslaggevend. Belangrijker is of iedereen de juiste positie heeft en of het team ook samenwerkt. Alleen dan maak je kans om het touw over de streep te trekken. Toegespitst op het jongerenwerk in de gemeente: dit is geen zaak van goedwillende individuen, maar van de gemeente als geheel.

Volhouden

Een derde en laatste les is de opmerking van onze coach, Bart Lemans. ‘Wat er ook gebeurt, nooit loslaten!’ Touwtrekken is een kwestie van volharden, van volhouden. Op het moment dat je loslaat, verliest het team samenhang, broodnodige verbondenheid en noodzakelijke kracht. Dat is misschien wel de belangrijkste les als het gaat om jongerenwerk: wat er ook gebeurt, blijf geloven. Blijf volharden in hoop, blijf geïnteresseerd in en houd contact met de jongeren. Daar ligt de opdracht en de kracht van de gemeenschap.

Een avondje touwtrekken vertelt ons het volgende: het begint bij het juiste anker, zonder team wordt het niets en het vraagt om doorzettingsvermogen.

Geniet!

Tot slot: de kramp heeft één voordeel. Er past precies een bierflesje in …. Misschien is dat wel de laatste les. Vergeet niet te genieten!

Als kinderen meevieren

24 Mei

(onderstaande is een bewerking van deze tekst die ik op een site van een Lutherse Kerk in de Verenigde Staten vond)

In onze vieringen in de Ontmoetingskerk komen verschillende generaties bij elkaar. Het kan gebeuren dat er drie generaties van een familie samen in de kerkbank zitten. Ook kinderen maken deel uit van de vierende gemeente. Je kunt ze soms goed horen: hun gelach, gehuil en gefriemel vullen de ruimte. We zijn blij met deze kinderen en met hun ouders! Als je jonge kinderen mee neemt naar de viering of als je naast of achter kinderen komt te zitten in de kerk, hopen we dat je dankbaar bent dat we samen, jong en oud, God kunnen loven en prijzen.

Image result for kinderen in de kerk

 

Aan de ouders

Beste ouders van jonge kinderen: we zijn zo blij dat jullie er zijn, en dat jullie je kinderen hebt meegenomen. Dank jullie wel. Misschien mogen we enkele tips geven om deze viering goed mee te kunnen maken:

Ontspan! God heeft ook het wiebelen van het kind geschapen. Laat het er maar zijn en voel niet de neiging om in Gods huis dit wiebelen te onderdrukken. Iedereen is welkom!

Ga voorin zitten. Het is voor de kinderen makkelijker om te zien en te horen wat er gebeurt. Maar nog belangrijker: voel je vrij om daar te gaan zitten waar je je op je gemak voelt.

Leg rustig aan je kinderen de verschillende onderdelen van de viering uit en wat de dominee, organist of lector aan het doen is.

Doe mee met de liederen, gebeden en liturgische gebruiken. Kinderen leren het meedoen in de kerkdienst van de ouders. Om de vieringen te waarderen en de routines te leren, helpt het als je met regelmaat in de kerk komt.

Voel je vrij, als het nodig is, om even met je kind de kerkzaal te verlaten. Maar kom alsjeblieft ook weer terug. Jezus zei immers ‘Laat de kinderen tot mij komen’.

Het is goed om te beseffen dat de manier waarop we de kinderen in de kerk welkom heten, in sterke mate bepalend zal zijn in hun reactie op de kerk, op God en op elkaar. Laat ze weten dat ze thuis mogen zijn in het huis van God.

 

Aan de gemeenteleden

Beste gemeenteleden, die het geluk hebben om naast of in de buurt van kinderen en hun ouders te mogen zitten: de aanwezigheid van kinderen is een geschenk aan de kerk. Een vriendelijk gebaar van welkom wordt door ouders en kinderen bijzonder op prijs gesteld. Wat is het soms een opgave om ’s ochtends alle kinderen op tijd in de kerk te krijgen. Een glimlach, een vriendelijk woord, een groet aan de kinderen zelf is bemoedigend en opbouwend.

Of kinderen nu lachen, praten, friemelen, zingen of huilen: het geluid van kinderen in de viering is in zichzelf een vreugdevol lied van aanbidding.

 

Een streep onder het verleden? Over de schuldige kerk

5 Mei

Bij het opinieprogramma de Tafel van Tijs van afgelopen dinsdag 3 mei 2016 kwam de vraag aan de orde of de Katholieke Kerk geen streep onder haar misbruikverleden zou mogen zetten om aan een nieuwe toekomst te kunnen werken. Cultuurtheoloog Frank Bosman gaf aan dat de kerk in de achterliggende periode op allerlei manieren heeft ingezet op genoegdoening voor de slachtoffers van seksueel misbruik door geestelijken. Zo zijn alle adviezen van de commissie Deetman overgenomen, en hebben kerkelijke vertegenwoordigers het land doorgereisd om verhalen van slachtoffers uit te luisteren en om schuld te erkennen.

Monument te Hengelo voor slachtoffers van misbruik binnen kerken

Dilemma

Frank Bosman maakte het dilemma zichtbaar waar veel geestelijken mee te maken hebben. Enerzijds proberen deze geestelijken om ruimte te maken voor slachtoffers en zijn dus aanspreekbaar op de fouten en schuld uit het verleden, terwijl ze daar vaak part noch deel aan hadden. Anderzijds worden juist zij persoonlijk aangekeken op deze schuld en kunnen  zij het mikpunt zijn van spot. De verhalen van misbruik en de reactie van de samenleving hebben een diepe impact op de geestelijken.

Het verlangen om een punt te zetten achter het misbruikverleden van de kerk en om weer op een positieve manier over kerk en geloof te spreken is dan ook goed te begrijpen.

Weerstand

Tegelijkertijd roept het opperen van deze gedachte direct veel weerstand op. De roep om een streep te zetten onder het verleden valt samen met commotie rond het bericht dat Deetman slachtoffers had geïntimideerd om een parlementaire enquête over het seksueel misbruik in de Katholieke Kerk te voorkomen. Het wakkert de gedachte aan dat er nog steeds sprake is van een doofpot – ondanks al het werk dat al verzet is.

Ook de slachtoffers zelf roeren zich. Zij geven aan dat ze levenslang hebben en nooit een punt achter hun verhaal kunnen zetten. Het trauma dient zich keer op keer aan, en raakt aan alle terreinen van het leven. De verzuchting van de geestelijken voelt als een nieuwe ontkenning van de pijn  van de slachtoffers. Als de kerk een streep trekt – wat betekent dat voor de levensverhalen van de slachtoffers?

Voor slachtoffers is het een grote stap om tot erkenning te durven komen. Het kan veel moeite kosten om aan te geven dat je slachtoffer bent. Veel slachtoffers hebben behoefte aan tijd om hun verhaal te kunnen doen. Nog lang niet alle mensen hebben de rust gevonden zich te melden. Ook blijft er angst en wantrouwen bij slachtoffers over handelingen van de kerk. Vandaar de boosheid en teleurstelling over het sluiten van het meldpunt en het niet doorgaan de parlementaire enquête.

Is er een uitweg mogelijk uit deze emotionele kluwen?

Speelt traumatisering een rol?

Misschien is het goed om eerst te proberen om de dynamiek te begrijpen. De geestelijken hebben een ingrijpende keuze gemaakt om de aanbevelingen van de commissie Deetman zonder verdere discussie ten uitvoer te brengen. Het betekent het toe-eigenen van de schuld, het aanhoren van de zware verhalen van beschadigde mensen en het accepteren van spot. Het zou kunnen zijn dat het een traumatiserend gegeven is dat desondanks de slachtoffers en samenleving de kerk verwijten blijven maken. Het raakt aan gevoelens van machteloosheid en hulpeloosheid – gevoelens die kenmerkend kunnen zijn voor trauma.

Daar waar meer tijd en aandacht om te vertellen voor slachtoffers heilzaam kan zijn, werkt het daarentegen beschadigend uit voor de geestelijken.

Identiteit

Daarnaast lijkt er in de Katholieke Kerk ook een sterke behoefte om niet langer als kerk geassocieerd te worden met misbruik. Een interkerkelijke conferentie over seksueel misbruik binnen geloofsgemeenschappen waar een groot aantal vertegenwoordigers uit meerdere geloofsgemeenschappen aan mee werkten, werd uiteindelijk door ingrijpen van een hoge functionaris binnen de Katholieke Kerk gedwarsboomd. Het argument was dat er al zoveel narigheid over de kerk was uitgestort, en dat het nu tijd werd voor andere thema’s. De kerk is immers zoveel meer dan misbruik?

Het zou me niet verbazen als de ervaren intimidatie van Deetman ook samenhangt met dit verlangen. Het effect is echter dat de gedachte kan ontstaan dat de kerk iets te verbergen heeft. Welke verhalen mogen niet verteld worden?

De plaats van de geschiedenis

Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat het benadrukken van ‘een nieuw begin’ en het ‘een streep zetten onder het verleden’ onbedoeld vermijden en zwijgen in de hand werkt. Het niet meer praten over het verleden is meer de behoefte van de kerk dan van de slachtoffers. Hierdoor kan het gebeuren dat beiden opnieuw tegenover elkaar komen te staan, hoewel dat niet nodig is.

Kerk en slachtoffers delen dezelfde geschiedenis. De kerk heeft een cultuur in de hand gewerkt en in stand gehouden waar het misbruik plaats kon vinden en geheim kon worden gehouden. Een nieuwe toekomst voor de kerk is altijd verbonden met dit verleden. Juist door hier open over te zijn, kan men laten zien hoe in de nieuwe kerk op een andere manier omgaat met macht en seksualiteit.

Openheid over de geschiedenis biedt een heilzame ruimte waarbinnen slachtoffers hun verhaal kunnen vertellen en waar aan vertrouwen gewerkt kan worden. Een trauma dat verwerkt is, is onderdeel geworden van de geschiedenis. Daar wordt een kerk niet minder van, maar biedt juist hernieuwde hoop.

Daar waar het verleden onder ogen wordt gezien, is de toekomst begonnen.