Tag Archives: kerk

De VOG kán de kerk veiliger maken

6 feb

Afgelopen november (2019) sprak de generale synode van de protestantse kerk over haar kerkelijk beleid rond seksueel misbruik. Het beleid van de afgelopen 20 jaar werd geëvalueerd en inzichten die in de afgelopen jaren zijn opgedaan, werden gepresenteerd.

Aandacht met name voor misbruik in pastorale relaties

De belangrijkste bevindingen zijn dat met name het beleid rond seksueel misbruik in pastorale relaties in de afgelopen jaren aandacht heeft gekregen. Het meldpunt (SMPR), het protocol, en het beleid voor kerkelijke gemeenten, slachtoffers en daders van seksueel misbruik in pastorale relaties, zijn goed doordacht en functioneren redelijk.

Alle andere vormen van misbruik vielen echter buiten de beleidsmatige aandacht van de kerk. Er blijkt een grote handelingsverlegenheid te zijn bij kerkenraden en voorgangers als zij in de gemeente worden geconfronteerd met situaties van seksueel misbruik of huiselijk geweld. Slachtoffers geven aan binnen hun kerkelijke gemeente zich eenzaam te voelen en voelen zich vaak genoodzaakt om de gemeente te verlaten.

Afbeeldingsresultaat voor vog

Veilige kerk

Het is van grote waarde dat de synode zich over dit thema heeft gebogen en het rapport van de commissie heeft omarmd. De bestaande meldpunten hebben hun kennis gedeeld en een gemeenschappelijke website gemaakt: https://www.eenveiligekerk.nl/.

Op deze website staat een stappenplan hoe een geloofsgemeenschap aan de slag kan om de kerk veiliger te maken. Het stappenplan helpt om ongewenste grenzen en veiligheid blijvende aandacht te geven. Belangrijk in het stappenplan zijn de protocollen en de vertrouwenspersonen.

Het spannende is dat het maken en uitvoeren van beleid uiteindelijk op basis van vrijwilligheid gebeurt. In zekere zin zou je kunnen stellen dat het werken aan een veilige gemeente teveel afhangt van de welwillendheid van een predikant of kerkenraad.

De kracht van de VOG

Het goede nieuws is dat de synode akkoord is gegaan met het verplicht stellen van een VOG (verklaring omtrent gedrag) voor professionals en vrijwilligers die werken met kinderen, jongeren en kwetsbare mensen. De VOG is een verklaring waaruit blijkt dat gedrag in het verleden geen bezwaar vormt voor het vervullen van een specifieke taak of functie in de kerk. Met deze stap sluit de kerk aan bij de ontwikkelingen in de samenleving waar de VOG al lange tijd deel uitmaakt van de screening van werknemers en vrijwilligers.

Nu heeft de VOG alleen zin als dit onderdeel zal uitmaken van een breder beleid. Alleen mogelijke daders die al bij justitie bekend zijn, kunnen op deze wijze eruit gefilterd worden. Zonder aanvullende maatregelen zal de VOG leiden tot een schijnveiligheid.

Gratis te verkrijgen

De VOG is echter onder voorwaarden gratis te verkrijgen. En juist dat maakt de VOG bijzonder interessant als een instrument om gemeenten tot verandering aan te zetten. De VOG kan wordt immers verplicht gesteld. Door deze gratis te verstrekken als de stappen uit het stappenplan zijn doorlopen, kan er echt werk gemaakt worden van de strijd tegen misbruik en huiselijk geweld.

Het stappenplan

Op de website worden de volgende stappen beschreven:

  1. Maak beleid op het gebied veilige kerk. Het verdient aanbeveling om een commissie aan te stellen om dit op een adequate manier uit te voeren. Het doel is om de thematiek op de agenda van de kerkenraad te houden.
  2. Stel vertrouwenspersonen aan.
  3. Stel omgangsregels en gedragscodes vast.
  4. Maak beleid rond het veilig werven en aanstellen van vrijwilligers
  5. Maak melden mogelijk
  6. Informeer alle betrokkenen

Wacht niet langer, maak werk van veilige kerk

Onderzoeken naar prevalentie en gevolgen van huiselijk geweld en seksueel misbruik laten steeds opnieuw schokkende cijfers zien. Het betekent dat ook nu, op het moment dat ik dit schrijf en u dit leest, er mensen binnen een kerkelijke setting te maken hebben met misbruik en geweld.

Het betekent dat er haast geboden is met het uitvoeren van de plannen. Laten we werken aan voorlichting, scholing van professionals en vrijwilligers, het aanstellen van vertrouwenspersonen en het bespreekbaar maken van grenzen, lichamelijkheid, intimiteit en seksualiteit.

Een veilige kerk begint met het onder ogen zien van het kwaad van seksueel misbruik en huiselijk geweld.

Als de bron bitter is – over misbruik en de kerkelijke gemeente

2 nov

Afgelopen dinsdag 29 oktober 2019 mocht ik een workshop verzorgen op de studiedag van de PthU, SMPR en VPSG: Samen door de woestijn. Pastorale wegen naar heelwording na seksueel misbruik. Het Bijbelverhaal van de tocht van het volk Israël door de woestijn (Exodus) bood het kader van deze studiedag. Zelf had ik gekozen voor het verhaal van Mara, een oase in de woestijn met bitter water (Exodus 15, 22-26).

Te vaak hoor ik verhalen van mensen die te maken hebben (gehad) met seksueel misbruik, maar binnen een kerkelijke gemeente geen ruimte vinden voor hun verhaal. Soms is geen bron beter dan een bittere bron.

Wat is er nodig om als kerkelijke gemeente een levensbrengende bron te kunnen zijn? Het zit hem niet perse in het vermijden van woorden of noemen van situaties. Veel meer heeft het te maken met een nieuwe manier van kijken: met de ogen van het slachtoffer. Daarvoor is het nodig om meer te begrijpen van trauma.

IMG_20170807_192927

De keuze voor de Bijbeltekst

Gisteren was de documentaire ‘Niks aan de hand’ op de televisie. Als deze film één ding duidelijk maakt, is dat seksueel misbruik ingrijpend is en de rest van een leven kan bepalen. Misbruik is ook complex en pijnlijk. Miranda werd vanaf haar vierde levensjaar misbruikt door een negen jaar oudere neef, maar ze durfde niet over het misbruik te praten. Ze had 20 jaar therapie nodig om de traumatische ervaringen tot geschiedenis te maken. Als afsluiting van deze episode zocht ze – met de kijker als getuige – de confrontatie met haar neef.

Haar verhaal is helaas niet uniek. Met haar kampen vele vrouwen en mannen met de gevolgen van seksueel misbruik. Opmerkelijk is dat het misbruik vaak ongemerkt en over langere tijd plaats kan vinden en dat het vaak veel tijd vraagt om een weg te vinden om om te gaan met de traumatische ervaringen.

Uit verhalen van slachtoffers blijkt vaak dat niet alleen het misbruik zelf traumatiserend is, maar ook het proces om het misbruik te overkomen. De belangrijkste redenen zijn een gebrek aan inzicht in de dynamieken van seksueel misbruik en de weerstand om het probleem van misbruik echt onder ogen te willen zien.

De weerstand en het gebrek aan inzicht maken potentiële bronnen bitter.

Het pijnlijke in het Bijbelverhaal (Exodus 15, 22-27) het water van de oase waar zolang en zo dringend naar verlangd werd, bitter was. Die teleurstelling maakt een bittere bron moeilijker te accepteren dan geen bron.

Het opmerkelijke van het verhaal is dat genezing wordt gevonden in wat voorhanden is: een stuk hout. Het nodigt uit om naar onze geloofsgemeenschappen te kijken: waar verlangen slachtoffers naar? Wat maakt dat wij als bron bitter zijn? Wat hebben we voorhanden om tot een dorstlessende bron te worden?

Wat is een trauma?

Niet elke ingrijpende gebeurtenis wordt een trauma. Er is sprake van een trauma als het levensverhaal niet meer uitverteld kan worden. Er is als het ware sprake van een breukervaring. Voor de traumatische ervaringen zijn geen woorden of de ervaringen zijn losgeweekt van emoties. Vermijden is dan ook één van de kenmerken van trauma. Een trigger kan het slachtoffer echter zomaar weer terug brengen in de tijd van de traumatische ervaringen, met alle sensaties van toen, met de beleving van toen.

In haar traumatheorie beschrijft psychologe Janoff-Bulman hoe mensen hun leven leiden en verstaan. Voor de betekenisverlening maken ze gebruik van drie fundamentele uitgangspunten of kernnoties: de betekenisvolle samenhang van de wereld, de goedwillendheid van de ander en de waarde van de eigen persoon. Ons verhaal moet ongeveer overeenkomen met deze uitgangspunten om leefbaar te zijn.

Bij traumatisering is dit niet langer het geval waardoor de existentiële grond onder de voeten wegvalt en we geen woorden meer hebben om de betekenis en zin van ons bestaan uit te drukken.

Wat belangrijk is om in het achterhoofd te houden, is dat deze drie uitgangspunten ook een rol spelen in het nadenken over religie en het lijden: de betekenisvolle samenhang vinden we bijvoorbeeld terug in het spreken over leiding en almacht, de goedwillendheid in het spreken over de liefde (het toevertrouwen aan God en aan een ander), en de waarde van de eigen persoon geldt ook in het religieuze spreken.

Traumatisering verstoort deze uitgangspunten: het raakt aan God, het concept van liefde en aan eigenwaarde (zondig, of beter: hulpeloos maar schuldig).

Zonder bedding geen verhaal

Wie te maken heeft gekregen met seksueel misbruik heeft dus te maken met een krachtige interne dynamiek. Omdat het kader om het levensverhaal te vertellen is weggevallen, is het gewone van het leven ineens ingewikkeld geworden – zowel psychologisch als spiritueel. Die dynamiek (die niet aan de buitenkant af te lezen is) bepaalt mede wat de getraumatiseerde persoon hoort, ziet en ervaart.

In WOI leden veel soldaten aan shellshock. Die term werd echter pas later gangbaar. De soldaten hadden paniekaanvallen, verstijfden of vluchten. De legerleiding zag deze soldaten als lafaards en deserteurs. Ze werden gestraft en moesten dit soms met de dood betalen. Het gangbare verhaal in de samenleving was: soldaten zijn dapper en geven hun leven voor het vaderland. Voor het posttraumatische stresssyndroom was geen verhaal, geen taal en dus geen erkenning.

Willen slachtoffers hun ervaringen leren delen en ruimte maken voor de gevolgen van het misbruik in hun leven, hebben zij in de samenleving én in de geloofsgemeenschap verhalen nodig die hen helpen om hun eigen verhaal te vertellen. Dat is een van de belangrijkste winstpunten van de #metoocampagne.

Er moeten verhalen zijn om aan te spiegelen – zoals de negrospirituals de slaven hielpen om hun verstaan te begrijpen. Slachtoffers zijn soms zelf zo gewend aan de gevolgen dat ze dit niet meer opmerken als problematisch.

Zonder bedding ontbreekt het aan begrip en taal en zal elke geloofsgemeenschap op den duur als bitter water worden ervaren.

Het voordeel van zwijgen

Nu is niet elke geloofsgemeenschap bereid om die bedding te vormen. Het vraagt namelijk om kritisch naar het eigen klimaat en de eigen cultuur te kijken. Omstanders zwijgen omdat de prijs van erkenning is het doorbreken van de idylle van de veilige geloofsgemeenschap. Die idylle kan worden hersteld om een geïdentificeerde dader als zondebok uit te stoten of – en dat gebeurt meestal – door het verwijderen van het slachtoffer uit de gemeente. De omstanders zwijgen ook uit angst voor de beeldvorming: wat betekent dit verhaal voor de familie, de school, de sportvereniging, de kerk?

Wat daar bijkomt, is dat slachtoffers zelf ook zwijgen. Zij zwijgen uit (onterechte!) schaamte en vanwege de beschadiging die ze opgelopen hebben. Spreken doet zeer. Het raakt aan de pijn die ze proberen te vermijden.

Dat maakt het niet eenvoudig om slachtoffers aan het licht te brengen. Het onderstreept wel dat omstanders (de geloofsgemeenschap) de eerste stappen zal moeten zetten om de veilige ruimte te creëren waarbinnen verteld kan worden.

Waar hebben slachtoffers van seksueel misbruik behoefte aan?

Een klein onderzoek van een tijd geleden beschrijft een vijftal punten die bepalend zijn of het water van een bron bitter of zoet is. Om op adem te kunnen komen is veiligheid een eerste vereiste. Een tweede is erkenning: mag het verhaal er zijn? De documentairemaakster van Niks aan de hand was de eerste die aan Miranda vroeg hoe oud ze was, wat er gebeurde en wat het voor haar betekende. Luisteren is ook vragen durven stellen en aanwezig blijven. Een derde is het hervinden van de ruimte om de regie weer in eigen hand te nemen. Een vierde punt is verbondenheid. Slachtoffers leven vaak in een isolement (in ieder geval als het gaat om de episode van het misbruik). Medemenselijkheid, gemeenschappelijke taal en bewogenheid helpen om de verbondenheid vorm te geven. Tot slot is er de behoefte aan heelheid. De episoden moeten met elkaar verbonden worden tot één levensverhaal, voorbij het slachtofferschap naar menswording.

Wat zijn de mogelijkheden van de kerkelijke gemeente?

Creëer een bedding

Met het bovenstaande in het achterhoofd, is het allereerst van belang om te werken aan de bedding waarin verhalen van seksueel misbruik verteld kunnen worden. Aandacht voor misbruik kan nooit beperkt blijven tot het afvinken van voorwaarden: vertrouwenspersonen, een protocol, of een aanpassing in taalgebruik. Het gaat om het bespreekbaar maken van seksueel misbruik, om een verandering van het kerkelijk klimaat.

Het helpt om te vertellen dat je als voorganger en/of kerkenraad betrokken bent op dit thema. Schrijf een verslag van deze studiedag in het kerkblad en vertel wat je is opgevallen. Laat merken dat je oog hebt voor verhalen van geweld.

Maak ruimte opdat de ander iets zou kunnen zeggen. Doopgesprekken en huwelijkscatechese zijn bij uitstek geschikt om in te gaan op de vraag hoe je omgaat met teleurstellingen in en moeiten met elkaar. Huiselijk geweld vindt soms zijn oorsprong in machteloosheid. Seksueel misbruik kan binnen een gezin ontstaan door perverse compensatie van gemiste liefde.

Aandacht voor seksueel misbruik in gebed en in de preek helpt mensen om met hun verhaal naar voren te durven komen.

Benut de veelzijdige taal van de Bijbel

De kerkelijke taal maakt veel uit. Toch helpt het niet om bepaalde woorden maar niet meer te gebruiken of te vervangen. Wat voor de een een veilig woord is, is voor de ander bijzonder onveilig. Het gaat dus verder en dieper dan dat.

In veel kerken is de liturgische taal en de gebruikte theologie voor slachtoffers verwarrend en soms zelfs schadelijk, omdat het met name op daders gericht is. Een veel gebruikte orde is: verootmoedigingsgebed, genadeverkondiging en leefregel. Het is gericht op zondebesef, vergeving van schuld en het aanzeggen van de genade. Voor daders kan deze liturgische taal vergoelijkend werken: God heeft mij vergeven, ik kan verder met mijn leven.

Slachtoffers daarentegen voelen zich als gevolg van het misbruik minderwaardig en lijden onder het gebrek aan eigenwaarde. Vaak geven zij zichzelf de schuld van het misbruik, schamen zich voor wat gebeurd is en hebben een hekel aan zichzelf. De kerkelijke taal die hun wordt aangereikt is die van schuld en zonde. Het is een taal die past bij hoe zij zich voelen: zwart en slecht. De vergeving kan echter niet landen, omdat er geen sprake is van schuld. Binnen dit taalveld kunnen zij dit dus alleen maar vertalen naar meer schuld. Zij zijn zo zondig, dat zelfs Gods vergeving geen uitkomst biedt.

In zichzelf zijn ‘schuld’, ‘zonde’ en ‘vergeving’ waardevolle geloofswoorden, maar voor slachtoffers moet er een ander taalveld aangeboden worden: die van recht en gerechtigheid, van wraak en woede. Dit discours helpt om de ervaring van machteloosheid in een ander licht te plaatsen.

Bijbelverhalen als transformerende kracht

Bijbelverhalen kunnen binnen de eredienst en in het pastoraat helpen om levensverhalen opnieuw te vertellen en te zoeken naar hoe het verhaal ten goede gekeerd kan worden. Bijbelse grondmotieven zijn onder andere: het motief van (her)schepping, het exodusmotief, het exielmotief, het motief van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.

‘God wees op een stuk hout’

Wat de bron zoet kon maken was allang aanwezig. Een stuk hout, maar bovenal de Geest van God. We hebben in onze gemeente de benodigdheden voorhanden om een dorstlessende bron te zijn. Het gaat in de eerste plaats om zien, luisteren, om erkennen. En ook in de tweede tot en met de achtste plaats. Erkennen. Het proces van een slachtoffer loopt niet synchroon met het proces van een dader of van de gemeente. Volg het proces van het slachtoffer. Leg uit aan omstanders wat misbruik met een mens doet.

Geef erkenning. Durf te vragen, durf jezelf ook te geven in het gesprek.

Dan komt er nieuwe existentiële grond.

De moeizame strijd tegen misbruik

18 aug

Dit artikel is geplaatst in Woord & Dienst, jaargang 68, nummer 8 (augustus 2019) p. 9-11

Twintig jaar geleden zinderde het op de gezamenlijke synode van de toenmalige hervormde kerk, de gereformeerde kerken en de Lutherse kerk. Er was veel tijd ingeruimd om met elkaar in gesprek te gaan over seksueel misbruik en de rol van de kerk, aan de hand van de nota’s Schuilplaats in de wildernis? en Godsdienst en incest. Een beladen thema.

klein meisje

Klein meisje, door Esther Veerman. http://www.kunstuitgeweld.nl

In de voorgaande decennia werd steeds onweerlegbaarder duidelijk dat misbruik veel vaker voorkwam dan gedacht en de gevolgen vaak ernstig waren. De verhalen van misbruik binnen de Rooms katholieke kerk maakten veel indruk. Werkgroepen en onderzoeken maakten duidelijk dat ook in de eigen kerken mensen leden onder seksueel misbruik. De gezamenlijke synode hechtte er veel waarde aan om deze thematiek te agenderen. Na een emotioneel en intensief gesprek werden de aanbevelingen uit de nota’s met algemene stemmen overgenomen.

‘De kerk kiest onomwonden voor het slachtoffer’

Wat het meest in het oog sprong was de uitspraak ‘de kerk kiest onomwonden voor het slachtoffer’. Het was een uitspraak waar mensen die te maken hadden gehad met seksueel misbruik hoop uit putten. De keuze voor het slachtoffer was immers niet vanzelfsprekend. Te vaak werden mensen niet geloofd als ze met hun verhaal naar buiten kwamen. Te vaak ondervonden slachtoffers dat er binnen de kerk geen ruimte was voor hun ervaringen. Het betekende een extra trauma: niet alleen moest het slachtoffer een weg vinden in de gevolgen van het misbruik, maar ook in de ontkenning en afwijzing van de omstanders. Het belang van de uitspraak van de synode kan dan ook niet genoeg worden benadrukt.

Ontwikkelingen in de kerk

Hoe is de stand van zaken in de Protestantse Kerk in Nederland twintig jaar na deze hoopgevende uitspraak? Mijn antwoord is tweeledig. Aan de ene kant ben ik onder de indruk van het werk dat verzet is door een kleine groep bevlogen mensen om aan slachtoffers recht te doen en deze thematiek op de agenda van de kerk te houden. Aan de andere kant moet ik constateren dat er geen paradigmaverschuiving binnen de kerk heeft plaatsgevonden en dat het voor slachtoffers niet perse veiliger is geworden in plaatselijke gemeenten.

Beide inzichten wil ik hieronder nader uitwerken.

In de achterliggende periode is met name op het gebied van seksueel misbruik in pastorale relaties veel bereikt. Er is een protocol opgesteld en naar alle kerkelijke gemeenten toegestuurd. Voor slachtoffers van misbruik in pastorale relaties zijn vertrouwenspersonen beschikbaar en voor getroffen gemeenten gemeentebegeleiders. Er is materiaal beschikbaar voor het begeleiden van slachtoffers en van daders. De stichting SMPR heeft een vaste plek gekregen in de organisatie van de PKN en heeft deskundigheid opgebouwd. Ook is er meer aandacht in de opleiding op de theologische universiteit voor de dynamiek rond seksueel misbruik.

Een andere positieve ontwikkeling is meer recent. Onder meer op initiatief van JOP en van SMPR is er groeiende aandacht voor de veiligheid in de geloofsgemeenschap. Onlangs is de website http://www.protestantsekerk.nl/veiligegemeente gelanceerd waar informatie te vinden is over stappen die gezet kunnen worden om de gemeente een veiliger plaats te laten zijn. De website besteedt nadrukkelijk aandacht aan het jeugdwerk en aan veilig pionieren.

Deze initiatieven worden gedragen door betrokken mensen met hart voor de strijd tegen misbruik. Hun inzet waardeer ik dan ook bijzonder.

Slachtoffers blijven in de kou staan

Tegelijkertijd is er een andere kant waardoor ik somber ben over wat de Protestantse Kerk in de afgelopen jaren bereikt heeft. Met regelmaat spreek ik mensen die in een kerkelijke setting te maken hebben gehad met seksueel misbruik. De rode draad in de verschillende verhalen is eenzaamheid. Slachtoffers durven nauwelijks met hun verhaal naar buiten te komen. Binnen de kerkelijke gemeente ervaren ze onbegrip. Deze ervaringen worden bevestigd door verschillende onderzoeken die in de laatste jaren zijn uitgevoerd. Het onderzoek van Christiane van den Berg-Seiffert (Ik sta erbuiten – maar ik sta wel te kijken, 2015) beschrijft de verhalen van 17 mensen die te maken hebben gehad met seksueel misbruik in pastorale relaties. Een weerkerend refrein in deze verhalen is dat zij hun positie in de gemeente niet of met moeite kunnen behouden. In 2018 publiceerde Tear de resultaten van een onderzoek naar geweldservaringen onder christelijke vrouwen (Geweld tegen vrouwen in beeld: een peiling onder christenen in Nederland). Een van de meest in het oog springende uitkomsten is dat bijna driekwart van de vrouwen ten minste een keer in hun leven te maken heeft gehad met een vorm van psychisch, fysiek of seksueel geweld.

In 2012 verscheen het rapport van Movisie De mantel der liefde. Quickscan naar huiselijk geweld in orthodox-protestantse gezinnen. Wat in deze rapportage opvalt, is de geringe aandacht voor huiselijk geweld in de geloofsgemeenschappen en de eenzaamheid van de slachtoffers.

Gekozen spits

Er zijn verschillende redenen aan te wijzen waarom de strijd tegen misbruik in de kerk lijkt te stagneren. De eerste reden is dat de Protestantse Kerk zich om begrijpelijke overwegingen met name gericht heeft één specifieke vorm van misbruik: seksueel misbruik in pastorale relaties. In eerste instantie waren er op regionaal niveau nog werkgroepen Seksueel Geweld en Geloof actief die met name door vrijwilligers werden gedragen. Door bezuinigingen verdwenen met de regionale dienstencentra ook vrijwel alle werkgroepen. Daarmee raakte de brede thematiek van huiselijk en seksueel geweld buiten beeld. De vraag is of een website over de veilige gemeente deze leemte voldoende kan opvullen. Zou er daarnaast niet in menskracht geïnvesteerd moeten worden? Mijns inziens zou een deskundige beschikbaar moeten zijn voor advies en voor pastorale vragen.

Het gebrek aan een bedding om te vertellen

De tweede reden is dat mensen die te maken hebben (gehad) met huiselijk of seksueel geweld een discours nodig hebben om hun verhaal te kunnen doen. Omstanders maken het verschil of verhalen verteld kunnen worden of niet. Het klimaat en de cultuur van de samenleving bepalen mede of er een ruimte is. In de Eerste Wereldoorlog bijvoorbeeld leden veel soldaten aan zogenaamde shellshock. De voortdurende bombardementen op de loopgraven en de altijd aanwezige dreiging maakten dat soldaten geestelijk instorten. Dit werd echter niet erkend door de legerleiding. Soldaten die leden aan een shellshock werden gezien als laf of als deserteurs. Sommige van hen zijn ook terechtgesteld tijdens de oorlog.

Pas jaren later was er de ruimte om opnieuw naar deze slachtoffers van de oorlog te kijken. Toen werden de symptomen in een ander perspectief geplaatst. Het werd niet langer gezien als lafheid, maar als een posttraumatische stressstoornis ten gevolge van de voortdurende blootstelling aan levensgevaar. Pas toen ontstond er de ruimte voor de soldaten om te herstellen.

Slachtoffers van seksueel misbruik binnen de kerk zwijgen. Ze zwijgen uit angst, uit schaamte of uit schuldgevoelens. Het kost veel om over de drempel te stappen en met het verhaal naar buiten te komen. Daarom is het onomwonden kiezen voor het slachtoffer zo belangrijk: zonder terughoudendheid, zonder twijfel en reserve. Dat vraagt echter veel van de ontvanger van het verhaal. Het vraagt om openheid voor de pijn. Het vraagt om de bereidheid de idylle van veiligheid los te laten. Het vraagt om een lange adem om met het slachtoffer mee op te lopen. Erkenning kost veel en vraagt om een verandering van de cultuur in de plaatselijke gemeente. Kan er een bedding gecreëerd worden waarbinnen verhalen van misbruik verteld mogen worden? Op de synodevergadering zijn meerdere aanbevelingen aangenomen die helpend hadden kunnen zijn, maar nooit zijn uitgevoerd. Speciale aandacht in het doopformulier, bijvoorbeeld. Ruimte in de voorbeden. Structurele aandacht. Een vaste vraag op de kerkenraadsvergadering: hoe veilig zijn wij als gemeente?

Verschillende belangen

De derde reden die ik hier tenslotte wil benoemen, is dat er verschillende belangen blijken mee te spelen. In 2014 was een interkerkelijke werkgroep op initiatief van Movisie bezig om een vervolg te geven aan het rapport Herder op zijn hoede. Vlak voordat de Raad van Kerken in 2014 met de verklaring kwam over het bestrijden van seksueel misbruik binnen de kerken, was er een onbegrijpelijke confrontatie tussen de Raad van Kerken en de werkgroep van Movisie. Het directe gevolg was dat de werkgroep stopte en deskundigheid verloren is gegaan.

Concluderend

Het is goed om na 20 jaar de balans op te maken. Hoe staat de Protestantse Kerk er vandaag voor als het gaat om de strijd tegen misbruik? Er is in de afgelopen jaren door betrokken mensen hard gewerkt en veel bereikt, met name als het gaat om seksueel misbruik in pastorale relaties. In de plaatselijke gemeenten is er echter nog nauwelijks sprake van een cultuuromslag. Dit vraagt om meer sturend beleid, investering in menskracht en om pastorale en liturgische handreikingen.

Jammer genoeg een ongelukkige keuze

27 feb

De Raad van Kerken roept de geloofsgemeenschappen op om op zondag 10 maart 2019, de eerste zondag van de veertigdagentijd, aandacht te besteden aan seksueel misbruik in pastorale relaties. Ik ben oprecht blij met deze oproep. De Raad van Kerken geeft zo handen en voeten aan hun steun aan de werkgroep een veilige kerk. Op deze website is veel en toegankelijk materiaal te vinden voor geloofsgemeenschappen om beleid te ontwikkelen rond seksueel misbruik in de geloofsgemeenschap.

Klein meisje, Esther Veerman

Waardevolle inbreng

Het is voor slachtoffers van seksueel misbruik bemoedigend en steunend om in de liturgie erkenning te ondervinden van het onrecht dat hen is aangedaan. Voorbeden en zeker ruimte in de overdenking voor dit lijden is van onschatbare waarde.

Ongelukkig en schadelijk?

De preeksuggestie van de Raad van Kerken vind ik echter op z’n minst ongelukkig gekozen. Op het leesrooster voor deze zondag staat het verhaal van de verzoeking van Jezus in de woestijn. De keuze om de thematiek van seksueel misbruik in pastorale relaties bespreekbaar te maken met de termen ‘beproeving’ of ‘bekoring’ is verwarrend en kan schadelijk uitwerken.

In de verhalen van slachtoffers van seksueel misbruik komt met regelmaat naar voren dat zij zich schuldig achten aan het misbruik. Dit schuldgevoel wordt geactiveerd en versterkt door de (onterechte) gedachte dat zij de dader(s) verleid hebben. Daders van seksueel misbruik verschuilen zich soms ook achter de gedachte dat zij verleid zijn om zichzelf vrij te spreken van schuld.

In het aangereikte verhaal is het Jezus zelf die in verzoeking wordt gebracht en de voorganger linkt dit aan seksueel misbruik. Wat doet die gedachte met slachtoffers in de kerk waar levensverhalen resoneren in elk woord dat de voorganger spreekt? Wat doet dit verhaal met daders die zoeken naar rationalisaties, generalisaties of mogelijkheden om het misbruik te bagatelliseren?

We lezen in Lucas 4 dat het de heilige Geest zelf is die Jezus naar de woestijn drijft om beproeft te worden. Wat betekent dit voor de hoorders die beproeving en bekoring verbonden horen worden met seksueel misbruik?

Verwarring

Er staan goede suggesties in de verdere uitleg (hoewel ik de scheiding tussen lichaam en ziel niet behulpzaam vind, omdat het lichaam weer wordt weggestopt ten koste van de ziel), maar ik ben bezorgd dat slachtoffers in verwarring zijn rond het spreken over verleiding, verzoeking, bekoring en beproeving.

Aandacht voor de dader …

Het brengt mij bij een tweede punt. De preeksuggestie gaat uit van het perspectief van de dader. Slachtoffers geven aan dat zij zich erkenning missen en het gevoel hebben niet gezien te worden. Als misbruik al ter sprake komt, wordt er ook al snel gesproken over vergeving. Daarmee gaat de aandacht uit naar de dader of naar de relatie met de dader en niet naar het onrecht, de woede, en het aangedane leed.

Waar behoefte aan is, is aan preekschetsen die stil staan bij het perspectief van de slachtoffers. Laten we ruimte maken voor de klacht en voor de verbijstering en niet voor de worsteling met bekoring.

Er zijn meer vormen van misbruik

Tot slot mijn laatste punt. Wat ik jammer vind, is dat de Raad van Kerken het gebed en de preeksuggestie beperkt tot misbruik in pastorale relaties. Een van de redenen om te starten met het project Veilige gemeente is dat er zoveel vormen van misbruik zijn die buiten de bestaande meldpunten vallen (want die zijn er alleen voor misbruik in pastorale relaties) terwijl veel mensen in ene christelijke context met misbruik en geweld te maken hebben gehad: in gezinnen, op scholen, in instellingen en in de buurt. Voorgangers ervaren vaak een gebrek aan kennis en mogelijkheden en een grote verlegenheid om in die situaties op een juiste in te grijpen.

Tot slot

Concluderend: ik ben blij met de aandacht voor seksueel misbruik in de liturgie. Taal doet er toe en gelovige rituelen kunnen helend werken. Waar slachtoffers nu baat bij hebben is eindelijk een praktische uitwerking van de synode-uitspraak uit 1999 dat de kerken onomwonden dienen te kiezen voor slachtoffers. De slachtoffers vragen om  erkenning en om ruimte er te mogen zijn met hun verhaal in de geloofsgemeenschap. Op dit moment is dat helaas vaak niet het geval.

 

Zwijg niet langer

16 aug

Het nieuws van de afgelopen week uit Pennsylvania laat mij niet los. Het ontneemt mij de adem. De kwaadaardigheid van de misbruikers. Het enorme aantal kinderen dat misbruikt is. Het toedekken door medepriesters. Het wegkijken, vergoelijken en faciliteren door het kerkelijk bestuur.

IMG_20170807_185414

De gevolgen van seksueel misbruik kunnen bijzonder ingrijpend zijn. De onteigening van het lichaam, het isolement en de eenzaamheid, de schaamte en schuldgevoelens, het verlies van eigenwaarde en zelfvertrouwen. Zoveel kinderen die door toedoen van priesters de levensvreugde hebben verloren en voor wie het leven zwaar en donker werd – ik kan er niet bij. Wat is de kinderen onbeschrijfelijk veel leed aangedaan.

En dan lees je in de verslagen dat andere priesters ervan afwisten. Dat de kerkleiding willens en wetens de daders beschermde en dus kinderen uitleverde. Hoe is dat mogelijk?

In de kerk. Door priesters. Dat raakt aan een extra dimensie. Die van de ziel. Het raakt aan de wereld van geloof. Van die God die opeens niet meer aan jouw kant staat, maar aan de kant van de dader. Van die god die maakt dat je je nog dieper schaamt, nog meer worstelt met schuld – tot in eeuwigheid. Dát, dat is die priesters, de kerk, en ja, ook mij als voorganger in de kerk, zo aan te rekenen.

Het gebeurde, het gebeurt in de kerk. De kerk zou die veilige plaats moeten zijn. De kerk zou de plek moeten zijn waar de Heilige woont. Waar de beschuttende vleugels zich beschermend om gekwetste, kwetsbare en gebutste mensen heen vouwen. De kerk zou die plek moeten zijn – veilig, heilig, vredig en steunend.

Het is niet te bevatten en verbijsterend dat zoveel kwaadaardigheid zo lang in het hart van de kerk kon voortwoekeren.

We kunnen niet meer gewoon naar de kerk zonder rekenschap te geven. We kunnen niet meer gewoon samenkomen en zingen en bidden, zonder de liefde te laten spreken. De Bijbelse liefde die onrecht aan de kaak stelt, die het kwaad kwaad noemt, en die zich ontfermt over kwetsbaren.

We zullen voor Gods aangezicht boete moeten doen en ons inkeren. Hoe veilig is onze geloofsgemeenschap? Hoe gaan we om met macht? Kunnen slachtoffers met hun verhaal naar buiten komen en krijgen ze onze erkenning?

We zullen moeten opstaan tegen onrecht. Opstaan voor wie slachtoffer is geworden van misbruik.We moeten opstaan voor onze kinderen.

Kunnen we nog geloofwaardig spreken? Ik weet het niet. Niet zomaar.

Als het gesprek tussen de generaties stokt…

1 mrt

Op maandag 19 februari 2018 vond het vijfde gemeentegesprek plaats. Gert Schouten leidde deze avond met als thema ‘Een warme gemeenschap waarin de generaties elkaar verstaan’. Hij is werkzaam voor het landelijk jeugdwerk van de Protestantse Kerk in Nederland, met als specialiteit intergeneratief geloven.

Afbeeldingsresultaat voor free pics young and old hands

In september hadden we Nynke Dijkstra uitgenodigd met de vraag of zij ons een stapje verder zou kunnen helpen om samen met alle generaties geloof te vieren. De vraag aan Gert Schouten was of hij ons zou kunnen helpen om het geloofsgesprek tussen de generaties concreet vorm te geven.

Lukt het nog om verbonden te zijn?

In het eerste deel van de avond schetste  Gert Schouten de problemen waar geloofsgemeenschappen in deze tijd voor staan. Lukt het nog om oprecht met elkaar verbonden te zijn? Enerzijds willen we graag met elkaar verbonden blijven en zoeken we eenheid. Anderzijds zijn de verschillen fors en lijken mensen binnen de gemeenschap vooral op zoek te gaan naar gelijkgestemden.

Tijdgeest

In de geloofsgemeenschap hebben we te maken met de tijdgeest. Dat is de context van ons handelen en is als het ware de lucht die we inademen. Een van de belangrijkste kenmerken van onze tijdgeest is individualisme. Op verschillende manieren werkt dit door. Niet wat je mee hebt gekregen van voorgaande generaties bepaalt je leven, maar wat je er zelf van maakt. In zekere zin is iedereen gericht op zelfontplooiing, en de zelfgemaakte keuzes bepalen je leven. Er is een nadrukkelijke verschuiving in de cultuur merkbaar van ‘wij’ naar ‘ik.

Dat heeft ook gevolgen voor het gesprek tussen de generaties.

Volgens sommige theorieën zijn de volgende generaties te onderscheiden;

De vooroorlogse generatie (1910-1930): plichtsgetrouw, bescheiden, sober. Angst voor schaarste en onzekerheid.

De stille generatie (1931-1940): maakte WOII mee, moest vervolgens Nederland weer opbouwen. Hard werken, zwijgzaam. Verbeterende materiële omstandigheden.

De protestgeneratie (1941-1955): kritisch en onafhankelijk. Veel aandacht voor zelfontplooiing. Idealistisch en hard werkend.

De verloren generatie (1956-1970):tradities kalfden definitief af. Kwaliteit van bestaan wordt belangrijker. Praktisch, relativerend, no-nonsense.

De pragmatische generatie (1971-1985):opgevoed onder uitstekende omstandigheden, vrijheid, sterke stimulansen van ouders. Zelfontplooiing, uitstellen belangrijke keuzes

De grenzeloze generatie (1986 en later): weg zoeken in veelheid van keuzes en onbegrensde hoeveelheid informatie.

Het gesprek tussen de generaties verstomd

In deze tijd lijkt het gesprek tussen de generaties te verstommen. De generaties verstaan elkaar minder, de communicatie verloopt moeizamer en soms ontbreekt interesse in elkaars leefwereld. De ‘protestgeneratie’ houdt vast aan hun overtuigingen en idealen, voor ‘pragmatische generatie’ maakt het minder uit, als het maar werkt, terwijl de jongste generaties nauwelijks meer begrijpen waar de ouderen zich zo druk om maken. “We willen toch allemaal Jezus volgen?”

Verlamming

Gemeenten en kerkenraden voelen zich regelmatig verlamd. Vanuit de onderzoeken naar generaties is dat begrijpelijk. Tot een aantal decennia geleden leefden en geloofden jong en oud binnen een grotendeels gedeeld betekeniskader, met gedeelde overtuigingen en gedragingen, met een vergelijkbare taal om zich in uit te drukken.

In de snelle veranderingen van de afgelopen jaren is dat verdwenen. We begrijpen elkaar soms werkelijk niet meer! En toch willen de verschillende generaties de Heer volgen: als babyboomers op grond van idealen, als ‘verloren generatie’ in nuchterheid, als pragmatici in dynamische vrijheid, als grenzeloze generatie op basis van heldere waarden.

Belang van betekenisgesprek

Hoe kunnen we hier op reageren? Een geloofsgemeenschap wordt gekenmerkt door drie waarden: een eigen cultuur, eigen geloofspraktijken en rituelen, en eigen opvattingen over zingeving. Het gesprek over geloofscultuur en geloofspraktijken loopt vaak vast vanwege de grote kloof tussen de  generaties. Vandaar dat het noodzakelijk is om te beginnen bij de opvattingen over zingeving, bij de vraag naar betekenis. Het verlangen en het zoeken is gebleven. Op dat niveau kunnen de generaties voor elkaar van betekenis zijn en kunnen ze ook tot een vruchtbaar gesprek komen.

Het gesprek in de gemeente zou niet moeten gaan over het wat (wat gaan we doen?) of over het hoe (hoe gaan we iets vorm geven?), maar zou moeten beginnen bij de vraag naar het waarom: waarom doen we iets?

Betekenisgesprekken gaan over onze diepste drijfveren en helpen om elkaar te leren kennen. In een betekenisgesprek gaat het niet over het uitwisselen van meningen, het debatteren over standpunten of het bespreken van verschillende soorten gedrag. In een betekenisgesprek gaat het om de vraag waar die meningen en gedragingen naar verwijzen. In een christelijke gemeenschap verwijzen meningen, standpunten en dergelijke naar de grondlegger van de gemeenschap, Jezus Christus. Hoe wij, als navolgers, zijn woorden begrijpen en interpreteren verschilt – ieder reageert vanuit de eigen context en generatie. Zulke betekenisgesprekken kunnen dan geloofsgesprekken worden, gesprekken over het ‘waarom’ van het geloof in Jezus Christus. Dat vraagt om openheid, eerlijkheid, vertrouwen en veiligheid.

Speeddaten

Het tweede deel van de avond hebben we geoefend met het betekenisgesprek. De aangereikte vorm was het ‘speeddaten’. De aanwezigen (32 personen) werden in tweetallen verdeeld. Vervolgens konden we vijf minuten met elkaar in gesprek aan de hand van een aangereikte vraag. Na vijf minuten schoof een deel van de aanwezigen op, zodat er nieuwe tweetallen ontstonden waarna een volgende vraag werd gesteld. Zo konden we in twintig minuten met een viertal gemeenteleden op een diep niveau in gesprek.

De gesprekken zijn na vijf minuten niet af. Maar het helpt om elkaar een beetje te leren kennen en als we elkaar weer tegenkomen het gesprek voort te zetten. Het was een waardevolle en bemoedigende avond die vraagt om een vervolg.

Op zoek naar beschutting – homo in de kerk

29 sep

Op zondag 10 september was John Lapré te gast in de Time-outviering. Het thema van de viering was ‘Welkom in de kerk!’. Ergens een wonderlijk thema. Zou het niet vanzelfsprekend moeten zijn dat iedereen van harte welkom is in de kerk, ongeacht wat je met je meedraagt en wie je bent? Is een ‘inclusieve kerk’ niet dubbelop? Inclusief betekent dat iedereen erbij mag en moet kunnen horen: arm of rijk; man of vrouw of genderneutraal; wit of zwart; gezond of gehandicapt; hetero of lhbt (afkorting voor lesbisch, homo, bi-seksueel of transgender).

In de praktijk blijkt het helaas met regelmaat een ander verhaal. Zeker voor lhbt-ers is het niet vanzelfsprekend dat een kerkelijke gemeente een veilige omgeving is. Soms wordt er in kerken een zo hevige strijd gevoerd over het thema ‘homoseksualiteit’ dat de mensen om wie het gaat beschadigd raken en geen plaats hebben binnen de gemeente.

John Lapré heeft onlangs het boek De veilige kerk geschreven. Hierin vertelt hij eerlijk en openhartig over zijn worsteling met zijn homoseksualiteit in een reformatorische context, zijn gedwongen coming out, zijn verdiepende relatie met God en zijn verlangen om toch ook in een kerkelijke gemeente thuis te mogen komen. Het boek gaat in op de vraag hoe een gemeente ook werkelijk een  veilige gemeente kan zijn.

In het interview tijdens de Time-out stond John stil bij zijn worsteling met zijn seksuele identiteit en zijn verlangen om de ruimte te krijgen om het geheim te doorbreken. “Ik vond het belangrijk om te vertellen omdat het een wezenlijk onderdeel is van wie ik zelf ben. En omdat het een enorme zoektocht was hoe ik dit handen en voeten kon geven in mijn leven. Ik was ook op zoek naar wat God hiervan vond.”

John nam iemand uit zijn geloofsgemeenschap in vertrouwen, maar die zag John’s worsteling als een bedreiging voor Gods Koninkrijk. Binnen 24 uur verloor John zijn baan, zijn huis, zijn vrienden en zijn geloofsgemeenschap.

Desondanks bleef John zich verbonden weten met God. Na aanvankelijke woede op God, lukte het John om onderscheid te maken tussen God en “zijn grondpersoneel”. Hij voelde zich door God geliefd en aanvaard – ook in zijn homoseksualiteit en in zijn relatie met zijn partner.

De laatste jaren is John op zoek naar een geloofsgemeenschap, naar verbondenheid en bemoediging. Dit verlangen vormde de basis voor zijn boek ‘De veilige kerk’. Kerkmensen kunnen onderling verdeeld raken over verschillen. “Maar”, zegt John “Ik geloof dat we kunnen uitstijgen boven die verschillen en elkaar kunnen vinden in de Levende Christus. Misschien wel juist als het schuurt. En dat we dan ervaren: we moeten er nú voor elkaar zijn – dat we naar de ander toe kunnen lopen en hem of haar kunnen omhelzen. Dat je zegt: je bent mijn broer, je bent mijn zus. Ik ben het niet met alles met je eens, maar ik vind dat niet erg. Ik wil namelijk samen met jou Jezus volgen. Ik geloof dat dat echt in de christelijke geloofsgemeenschap gebeurt. Als wij ons zo aanbieden aan God als gemeente, dan geloof ik dat er een soort wederkerigheid is en God zijn barmhartigheid over ons uitstort. Daardoor krijgen we oog voor de ander en mogen we samen gemeente-zijn.”

Zo wordt de gemeente een veilige gemeente: waar Gods barmhartigheid zichtbaar wordt in de verbondenheid met onze medemens die zoekt naar beschutting en verlangt om thuis te mogen komen.

Op 8 oktober is Halili te gast in de Time-out. Hij zal iets vertellen over thuiskomen in een nieuw land.

 

 

Wie zonder zonde is … en andere dooddoeners bij seksueel misbruik in de kerk

11 jul

Dit artikel is verschenen in De Oud-Katholiek, Tijdschrift voor de Oud-Katholieke Kerk in Nederland, jaargang 133, juli 2017

De Oud-Katholieke Kerk in Nederland is in de achterliggende maanden opgeschrikt door berichten over (beschuldigingen) van seksueel misbruik door priesters. Deze berichten roepen – zoals eerder ook in andere kerken het geval was – veel emotie en veen verschillende reacties op. Wat vertellen deze reacties?

Er is schrik en verslagenheid, omdat ook de eigen geloofsgemeenschap niet zo veilig blijkt te zijn als gehoopt. Er is ongeloof en verwarring omdat de aangeklaagde priester ook zoveel goede dingen heeft gedaan. Er is woede omdat mensen door vertegenwoordigers van de kerk beschadigd en gekwetst zijn. Sommige reacties benadrukken het failliet van de kerk, andere reacties zoeken nuance. Sommige slachtoffers, die jarenlang gezwegen hebben, kunnen door deze onthullingen de moed vinden om ook met hun eigen verhaal naar buiten te komen. Deze reacties zijn niet uniek. Het misbruik binnen andere kerkgenootschappen, sportclubs, instellingen en families roepen vergelijkbare reacties op. Ook daar is verlegenheid, verwarring, boosheid en ontkenning te zien. Blijkbaar vallen we terug op bepaalde mechanismen en patronen om met de verhalen van seksueel misbruik om te gaan. In dit artikel wil ik deze mechanismen beschrijven. Wat zijn de achterliggende patronen en wat maakt een reactie heilzaam?

 

Esther Veerman, Afscheidsbrief

 

Een cultuur van zwijgen 

Het valt voor slachtoffers van seksueel misbruik niet mee om met hun verhaal naar buiten te komen. Dit heeft verschillende oorzaken. Allereerst gaat het misbruik hand in hand met schaamte en schuldgevoel bij het slachtoffer. Vaak worstelt het slachtoffer met de vraag waarom haar of hem dit is overkomen. Misbruik brengt een gevoel van hulpeloosheid en machteloosheid met zich mee. Het zichzelf de schuld geven kan een manier zijn om deze onmacht te hanteren. Als het immers aan het slachtoffer zou liggen dan zou hij of zij het in een andere situatie misschien kunnen voorkomen. Als ik nu eens andere kleren aan had gehad? Als ik nu eens niet naar hem gekeken had?

Daar komt bij dat het zeker voor kinderen nauwelijks mogelijk is om de schuld neer te leggen bij de volwassen vertrouwenspersonen (zoals bijvoorbeeld een ouder, coach of priester). Als de volwassene door zijn of haar rol wordt vrijgepleit, kan het kind of de jongere alleen nog maar de schuld bij zichzelf zoeken.

Deze (onterechte) schuldgevoelens versterken de toch al aanwezige schaamte. Seksueel misbruik is zo schadelijk omdat het mensen aantast in hun lichamelijkheid. Het misbruik verstoort een gezonde ontwikkeling van lichamelijkheid, intimiteit en seksualiteit. Dat het misbruik juist plaatsvindt in het kwetsbare gebied van intimiteit en lichamelijkheid versterkt de schaamtegevoelens. Het is dus niet verwonderlijk dat een slachtoffer in eerste instantie zwijgt over het misbruik.

Zwijgen uit beschadiging

Ook omstanders lijken liever te willen zwijgen over het misbruik. De eerste reden is dat omstanders in meer of mindere mate beschadigd kunnen zijn door het misbruik in de geloofsgemeenschap, de sportvereniging of het gezin. Een geloofsgemeenschap kan door misbruik mede getraumatiseerd raken (1). Net zoals bij de directe slachtoffers is een eerste overlevingsstrategie om het misbruik geheim te houden. Het is een manier om om te gaan met het gekantelde wereldbeeld. De psychologe Janoff-Bulman (2) laat zien dat we in het schrijven van ons levensverhaal steeds uitgaan van drie kernnoties: de wereld is een logisch geordend geheel en dus betrouwbaar, mensen hebben goede bedoelingen en ik ben als persoon de moeite waard. Deze noties komen door het misbruik onder druk te staan. Wanneer mensen in meer of mindere mate beschadigd zijn, kunnen ze soms scherp reageren om de herinneringen aan de schokkende gebeurtenis te vermijden.

Zwijgen vanwege de veiligheid 

De tweede reden om als omstanders te zwijgen, is dat het gevoel van veiligheid op het spel staat. Als priesters al niet te vertrouwen zijn, wie kun je dan nog wel vertrouwen? Als zoveel mensen misbruikt worden, als het echt in elke vereniging of geloofsgemeenschap plaats kan vinden, als het zo dichtbij komt – hoe kan ik me dan ooit nog veilig voelen? In wat voor wereld groeien onze kinderen op? De omstanders, de samenleving, hebben er belang bij dat gezwegen wordt over verhalen van misbruik om de idylle van een veilige gemeenschap in stand te kunnen houden.

Zwijgen uit bezorgheid

De derde reden om te zwijgen is bezorgdheid over de beeldvorming. De schandalen binnen de Rooms-Katholieke Kerk hebben het vertrouwen in en het gezag van de kerk geschonden. Die zorg is niet voorbehouden aan geloofsgemeenschappen. Ook sportverenigingen zwegen lange tijd over seksuele grensoverschrijdingen van coaches uit angst voor een negatief imago.

Ontkennen, generaliseren en bagatelliseren 

Het vraagt moed en doorzettingsvermogen van slachtoffers om hun verhaal te vertellen. Maar als de geheimhouding eenmaal doorbroken wordt, reageren omstanders vaak met ontkennen, generaliseren of bagatelliseren in een uiterste poging om de confronterende verhalen te kunnen vermijden en de idylle van veiligheid weer te kunnen herstellen.

Ontkennen

Een vorm van ontkennen is de uitspraak: ‘Ik kan me niet voorstellen dat zo’n sympathieke man tot zoiets in staat is.’ Plegers van seksueel misbruik zien er over het algemeen niet uit als monsters. Het zijn vaders, coaches, voorgangers, buurmannen, docentes – mensen die wij vertrouwen geven. De verhalen van misbruik vertellen ons dat mensen verschillende kanten kunnen hebben.

Generaliseren 

Wanneer het misbruik niet langer te ontkennen is, proberen mensen soms het misbruik te generaliseren of te bagatelliseren (3). Generaliseringen zijn de pogingen om de negatieve betekenis van het seksueel misbruik te relativeren door te doen alsof het onderdeel is van het normale leven. Een voorbeeld van generaliseren is: ‘Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen.’ Het begrip zonde wordt zo breed opgerekt, waardoor er geen ruimte meer is voor het stellen van een ethische grens. Wat opmerkelijk is, is dat een dergelijke uitspraak vaak klinkt in de context van seksueel misbruik, maar zelden wanneer er sprake is van moord of lichamelijk geweld. Wat maakt dat er zo snel vergoelijkend over misbruik gesproken wordt?

Een ander voorbeeld van generaliseren komen we tegen in de uitspraak: ‘Je moet het wel in de tijdgeest of cultuur plaatsen.’ Het is zeker waar dat zowel seksualiteit als misbruik cultureel bepaald zijn. Toch is het de vraag of deze opmerking helpend is om om te gaan met misbruik. Uitgangspunt zou moeten zijn wat slachtoffers ons vertellen. Soms gaat er veel tijd overheen voordat slachtoffers taal vinden om hun ervaringen te kunnen vertellen. De slachtoffers van de Britse BBC-presentator Jimmy Savile en de onthullingen van Engelse voetballers die in hun jeugd misbruikt zijn, laten zien hoe schadelijk het misbruik was. Decennia later hebben sommigen nog dagelijks last van de gevolgen van het misbruik.

Bagatelliseren

Het misbruik kan ook gebagatelliseerd worden: wel het feit erkennen, maar de betekenis ervan minimaliseren. ‘Het komt overal voor, niet alleen in de kerk.’ ‘Als het overal voorkomt, kan het toch niet zo diepingrijpend zijn als wordt beweerd?’ Het is waar dat misbruik in alle geledingen en in alle gemeenschappen kan voorkomen. Dit zou geen reden moeten zijn om het misbruik te bagatelliseren, maar om juist dubbel zo hard te werken aan een veilig klimaat. We zijn geroepen om in onze eigen contexten te werken aan die veiligheid.

Zondebok

Wanneer het misbruik niet langer ontkend kan worden en bagatelliseren of generaliseren niet meer werkt, grijpen mensen soms terug op het zondebokmechanisme. Nu het misbruik bekend en erkend is, wordt er gezocht naar een zondebok. Door de zondebok te offeren wordt getracht de veiligheid te herstellen. Pedoseksuelen die hun straf hebben uitgezeten, stuiten op grote weerstand als zij ergens een nieuw leven proberen op te bouwen, zoals zichtbaar werd toen in 2014 voor Benno L. een nieuwe woonplek gezocht werd. Veel mensen vinden dat pedo’s levenslang opgesloten, gecastreerd of zelfs afgemaakt zouden moeten worden.

Deze reacties gaan voorbij aan het pijnlijke gegeven dat het meeste misbruik door heteroseksuele mannen wordt gepleegd die bekenden zijn van het slachtoffer. Onze wereld wordt niet veiliger door pedoseksuelen en pedofielen als zondebokken te offeren. Natuurlijk moet het recht zijn loop hebben, maar een veilige wereld begint met het ruimte maken voor de verhalen van misbruik.

Religieuze taal versterkt het zwijgen

Wanneer het misbruik in een kerkelijke context plaats vindt, kan religieuze taal bijdragen aan het toedekken van het misbruik. Slachtoffers die met hun verhaal aarzelend naar buiten komen, worden vaak opgeroepen om te vergeven. ‘We leven toch van vergeving?’ Voorbarige vergeving maakt het slachtoffer echter monddood. Z/hij wordt immers aangespoord om, nog voordat alle verhalen verteld zijn en de gevolgen van het misbruik aan het licht zijn gekomen, alweer te stoppen met vertellen.

Tot slot is het goed om te bedenken dat kerkelijke taal al gauw ‘dadertaal’ is. Het spreken over ‘zonde’, ‘vergeving’ en ‘verzoening’ is behulpzaam voor mensen die schuld hebben door hun handelen. Voor mensen die iets is aangedaan, is dit spreken niet direct helpend. Een slachtoffer voelt zich vaak slecht en zwart van binnen. Het woord ‘zonde’ haakt aan dit gevoel. Maar er zal geen sprake kunnen zijn van vergeving, omdat het slachtoffer niet de handelingen heeft verricht. Het slachtoffer komt dan slechter de kerk uit: ik ben zo slecht, er is voor mij niet eens vergeving.
Als voorgangers meer zouden spreken over bijvoorbeeld ‘recht doen’, ‘gerechtigheid’ en ‘wraak’, komt er ruimte voor een evenwichtige verkondiging.

Ruimte voor verhalen van misbruik

Wanneer mensen geconfronteerd worden met schokkende gebeurtenissen zoals seksueel misbruik in hun eigen geloofsgemeenschap, zijn zwijgen en vermijden logische reacties. Het geheimhouden van misbruik is echter niet alleen schadelijk voor de directe slachtoffers maar ook voor de geloofsgemeenschap zelf. De geloofsgemeenschap zal in haar reactie de ethische keuze moeten maken om stem te geven aan de kwetsbare en beschadigde mens. De geloofsgemeenschap zal voorbij aan ontkenning en simplificering ruimte moeten geven aan de verhalen van misbruik.

Het bagatelliseren van misbruik leidt niet tot een veilig klimaat. Juist de erkenning van de verhalen maakt preventie mogelijk. Alleen wanneer aan slachtoffers stem wordt gegeven en er aandacht is voor de risico’s binnen de eigen context, kan aan een veilige kerk gebouwd worden.

Dr. Alexander Veerman is predikant van de Ontmoetingskerk te Vriezenveen (PKN) en is in 2005 gepromoveerd op het proefschrift ‘Ontredderd: het proces in de kerkenraad als de predikant seksueel misbruik heeft gepleegd’.


(1) A.L. Veerman, Ontredderd: het proces in de kerkenraad als de predikant seksueel misbruik heeft gepleegd. Zoetermeer: Boekencentrum, 2005.
(2) R. Janoff-Bulman, Shattered Assumptions: Towards a New Psychology of Trauma. New York: Free Press, 1992.
(3) R.R. Ganzevoort en A.L. Veerman, Geschonden lichaam: pastorale gids voor gemeenten die geconfronteerd worden met seksueel geweld. Zoetermeer: Boekencentrum, 2000.

Onrustig over de veilige kerk

8 jun

In het voorjaar van 2017 is het belangwekkende boek van John Lapre uitgekomen ‘ De veilige kerk. Acceptatie van seksuele diversiteit binnen de christelijke geloofsgemeenschap’. Ik schreef er het volgende nawoord in: 

Het boek van John Lapré maakt me onrustig en bezorgd. Zijn klemmend betoog om mensen de ruimte te geven om hun verhaal te vertellen, om op adem te kunnen komen en om in een veilige omgeving te mogen ontdekken wie zij zijn, is me uit het hart gegrepen. Het kan niet voldoende benadrukt worden hoe belangrijk het is om als mens erkend te worden, om op verhaal te mogen komen, zonder oordeel en zonder afwijzing.

toverhazelaar

Noodzaak van een veilige geloofsgemeenschap

Verhalen van jonge LGBT’ers die in een kerkelijke omgeving uit de kast wilden komen, maar gekwetst en beschadigd zijn, vormen helaas geen uitzondering. Het mag ons als voorgangers en als kerkelijke gemeenten niet, nee nooit, onberoerd laten als mensen gedesillusioneerd de geloofsgemeenschap de rug toekeren.

Een rode draad in veel autobiografische verhalen van LGBT’ers is dat ze een hoge drempel moeten nemen om uit te durven komen voor wat ze van binnen al zo lang weten en vaak al zo lang mee worstelen. Zelfs als ze opgroeien in gezinnen waar hun geaardheid onmiddellijk geaccepteerd wordt op het moment dat de jongere voldoende moed heeft verzameld om het te vertellen (of zo aan de grond zit dat z/hij het niet langer kan verbergen). In een maatschappij waarin heteroseksualiteit de vanzelfsprekende en overheersende normerende context is, is anders-geaard zijn niet eenvoudig om zelf te accepteren. Veel jongeren lijden voor hun coming-out aan neerslachtigheid, depressieve gevoelens of suïcidale gedachten. Veilige plekken waar deze verhalen verkend kunnen worden zijn goud waard. Als de kerk deze veilige setting niet kan bieden, gaat het op een fundamenteel niveau fout. Menig LGBT’er heeft door de negatieve contacten met de kerk het zicht op God verloren.

Te vaak niet welkom … 

Het beeld van de gelovige LGBT’er die een gesloten poort treft op zijn / haar zoektocht naar een geloofsgemeenschap is pijnlijk en mag niet geaccepteerd worden. Misschien is de ervaring van menig LGBT’er nog pijnlijker, zoals ook het verhaal van John zichtbaar maakt. Hij maakte immers volop deel uit van zijn geloofsgemeenschap. Hij werd gewaardeerd en had zijn plek in het midden van de gemeente tot het moment dat hij met zijn verhaal naar buiten kwam. Het is dus niet alleen zo dat LGBT’ers voor de poort staan in de hoop op erkenning en warmte, maar ook worden zij de geloofsgemeenschap uit gedreven, omdat zij veroordeeld worden en er geen oprechte aandacht is voor wie zij zijn. Het boek van John Lapré doet een emotioneel beroep op de geloofsgemeenschappen om de medemens te zien – en niet de geaardheid of ‘de thematiek’.

Kerk als probleem

Misschien is het goed om nog een enkel woord te wijden aan de kerkelijke gemeente. In de omgang met homoseksualiteit worden de LGBT’ers als het probleem geïdentificeerd. Zij verstoren immers met hun vragen en hun kloppen op de poort de status quo en de rust in de gemeente. Zelf ben ik van mening dat niet de LGBT’ers het probleem zijn, maar de geloofsgemeenschap. We zouden tot in het diepst van ons binnenste bewogen moeten zijn met onze medemensen die beschutting zoeken en in het licht van God het gesprek zoeken over identiteit, geborgenheid, liefde en intimiteit. Als door onze strijd voor de waarheid en rechtschapenheid medemensen gekwetst en beschadigd worden, zou het wel eens kunnen zijn dat wij het probleem zijn.

Inclusieve geloofsgemeenschap

John Lapré zoekt een inclusieve geloofsgemeenschap. Het gaat niet alleen om LGBT’ers, maar ook om andere minderheden, andersdenkenden, mensen met psychische problematieken en mensen met beperkingen. Zijn we als geloofsgemeenschap gericht op deze minderheden? Kunnen we ruimte maken voor verschillen rond het goede nieuws van Jezus Christus? Het is mooi om te zien dat in steeds meer geloofsgemeenschappen homo’s van harte welkom zijn.

In gesprek over de veilige kerk

De contouren van de veilige kerk die in dit boek geschetst worden, zouden in oudstenraden, kerkenraden en gespreksgroepen aan de orde moeten komen. Het Vaderhart van God nodigt mensen uit om thuis te komen. Laten we die liefde van God doorgeven en met hart en handen werken aan die inclusieve geloofsgemeenschap waar onze medemensen op verhaal én op adem kunnen komen.

 

Waardevol mini-congres ‘Verslaving ook bij ons?’

13 okt

Afgelopen woensdag 12 oktober 2016 vond in Vroomshoop het goed bezochte mini-congres ‘Verslaving ook bij ons?’ plaats. Samen met Stichting Reflection en het Pastoresconvent Twenterand wist Waypoint Twenterand een toegankelijk en boeiend programma aan te bieden. Ruim 70 mensen kwamen op het mini-congres af, bijna allemaal vrijwilligers of professionals binnen geloofsgemeenschappen. Met name jeugdwerkers waren goed vertegenwoordigd. Mooi om te zien dat de verschillende kernen en kerken waren vertegenwoordigd.

Wat veroorzaakt verslaving?

De avond begon met dit filmpje: wat veroorzaakt verslaving?

 

Het filmpje maakt duidelijk aan de hand van twee experimenten dat een onderliggende problematiek bij verslaving eenzaamheid kan zijn. Het betekent dat het aangaan van relaties en verbindingen ondersteunend is om een verslaving te kunnen stoppen.

Ervaringsverhaal

Het belang van relaties werd bevestigd door Niki Mannot. Hij vertelde dat hij niet alleen 25 jaar in de verslavingszorg had gewerkt, maar daarvoor ook zelf verslaafd is geweest. Nadat hij was afgekickt, was hij op zoek naar geborgenheid en erkenning. Dat vond hij bij het voorgangersechtpaar van de Evangelische Gemeente Hebron, John en Stien van Braam. Niki benadrukte in zijn verhaal dat hij veel steun en kracht vond in het gebed, maar dat het altijd samen moet gaan met de juiste hulpverlening.

Workshops

De aanwezigen verdeelden zich aansluitend over 5 workshops. Zorgsaam Twenterand, Tactus, Waypoint, Stichting Reflection en Gemeente Twenterand presenteerden zich in de eerste workshop. Een uitermate nuttige kennismaking, die uitnodigt tot een verdere verdieping rond de vraag wat geloofsgemeenschappen en professionals voor elkaar kunnen betekenen. In de tweede workshop werd ingegaan op preventie en signalering. Deze workshop werd als uitermate informatief en waardevol beoordeeld. Mochten geloofsgemeenschappen meer willen weten over signalering en preventie, kan Waypoint een cursus op maat verzorgen. De derde workshop verkende de waarde van gebed en geloof in de verslavingszorg. Niki Mannot en Jan Nijkamp beantwoordden in de vierde workshop allerhande vragen. In de laatste workshop ging Rianca Evers aan de hand van een casus in gesprek over hoe te handelen bij verslaving.

Opbrengst

Wat deze bijeenkomst duidelijk maakt, is dat veel geloofsgemeenschappen zich bewust zijn van de verslavingsproblematiek in Twenterand en dat de jonge generaties hen aan het hart gaan. Bezoekers in de kerken weten gemakkelijker de weg naar ondersteuning te vinden. Waypoint zet verschillende lijnen uit. Zo is het mogelijk om aan te haken bij het maatjesproject (voor mensen die nu al kwetsbare jongeren begeleiden of zouden willen gaan begeleiden) en ligt de uitnodiging er om in gemeenten contactpersonen aan te stellen die door Waypoint toegerust kunnen worden. Deze avond toont de noodzaak aan van verdere toerusting van vrijwilligers en het bespreekbaar blijven houden van verslavingsproblematiek, waarbij wel de verslaving, maar nooit de mens wordt veroordeeld.

De geloofsgemeenschappen kunnen veel betekenen in de strijd tegen verslaving. Met preventie vanuit de kerken kunnen veel mensen worden bereikt. Daarnaast hebben geloofsgemeenschappen geborgenheid en verbondenheid te bieden. Tot slot beschikken veel geloofsgemeenschappen over vrijwilligers die met jongeren in contact staan.

Middagbijeenkomst

In de middag was er een bijeenkomst voor voorgangers. Goed om met elkaar te verkennen waar onze vragen en onze mogelijkheden liggen als geloofsgemeenschappen. Nathalie Booij van Waypoint benadrukte het belang van planmatige preventie, die al kan starten bij het kinderwerk. Hoe maken we kinderen weerbaar? Welke waarden geven we onze kinderen mee? Daarnaast werden we gewezen op de waarde van het aangaan van relaties met de jongeren. Juist in een fase waarin ze een weg zoeken in allerhande emoties en identiteitsvragen, kan oprechte belangstelling en mee op durven lopen een wezenlijk verschil maken.

In de veranderende tijd is het goed om te zoeken hoe we als geloofsgemeenschappen samen kunnen werken in preventie en ondersteuning. Een mogelijkheid is om per geloofsgemeenschap te zoeken naar een contactpersoon die toegerust kan worden. De verschillende contactpersonen kunnen vervolgens samenwerken met evenementen of elkaar ondersteunen.

Al met al een waardevolle dag die om een vervolg vraagt.