Tag Archives: koninkrijk van God

Een Bijbels antwoord op terreur?

22 jul

Mij  gesprekspartner staart peinzend in de verte. Hij knijpt zijn ogen tot kleine spleetjes en draait zijn hoofd naar me toe. “Ik denk dat dit de eindtijd is”, vertrouwt hij mij toe. “Ik hoop dat Jezus snel terug komt. Ik kijk er echt naar uit!” Zijn vrouw valt hem bij. “We slapen er slecht van. Al dat nare nieuws. Die aanslagen. Je wordt gewoon bang”.

Verlangen naar rust

Het zijn emoties en gedachten die geregeld passeren in de gesprekken die ik heb, zowel met ouderen als met jongeren. Het nieuws over aanslagen in Nice, Bagdad, Dallas, Sanaa, Parijs, Istanbul, Brussel – het maakt angstig. De ontwikkelingen in Turkije maken onrustig. De hongersnood in Afrika, de zorgen om ons milieu, de vluchtelingenstromen roepen een machteloos gevoel op. Het verlangen naar de eindtijd of de wederkomst is een krachtig verlangen dat er een einde komt aan het geweld en het onrecht.

De Bijbel en de eindtijd

Het is precies dit onrustig verlangen en het zoeken naar houvast waar het in de Bijbel over gaat. Het spreken over de eindtijd gaat hand in hand met het spreken over het Koninkrijk van God.  De Bijbel kent aan ‘het einde’ een specifieke betekenis toe. Van het einde is sprake wanneer de verbondenheid tussen God en de mensen ophoudt. Dat staat op het spel als het over het einde gaat: zijn wij nog verbonden met de God van Israël? Met Gods Naam die nabijheid en redding betekent? Wanneer de verbondenheid van God met mensen verbroken is, gaat dit gepaard met schokkend verschijnselen: de zon zal verduisterd zijn, de maan geen licht meer geven. Waarom moet dit gebeuren? Omdat wij de band met God steeds weer verbreken. We ruilen God in voor ons eigen beeld van god. De god van ons eigen denken en handelen. De god voor ons eigen karretje. We zijn geschapen om beelddrager van God te zijn, maar we maken God tot ons eigen beeld. Wanneer God mens wordt, dreigt de diepste en onafwendbare crisis. In het lijden en sterven van Jezus wordt het einde van de verbondenheid in alle verschrikking zichtbaar. Wanneer Jezus wordt gekruisigd, valt er een diepe duisternis (Marcus 15, 33). Jezus schreeuwt het uit: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?’ Aan het kruis is er verlatenheid. Daar is het einde, daar is de verbondenheid van God met mensen verbroken. Er is geen zon meer, geen maan. Dit is het einde van de wereld. Dezelfde Jezus die dit einde aankondigt, is ook de Mensenzoon aan wie dit wordt voltrokken.

Het einde kondigt een nieuw begin aan

Maar er klinkt een vervolg: de Mensenzoon zal komen. Het graf kon Hem niet vasthouden. Er komt een nieuw begin. Niet het einde is nabij, maar het nieuwe begin! Het einde van de wereld valt samen met de dood van de Mensenzoon. Maar in dat einde is ook een nieuw begin. Daarom worden we opgeroepen om waakzaam te zijn. Er is een nieuw tijd begonnen toen de steen van het graf werd weg gewenteld. We worden uitgenodigd bedacht te zijn op twee dingen: de oude tijd zal voorbijgaan – en dat roept de vraag op: waar ben ik mee bezig? De nieuwe tijd is opengegaan met de opstanding – en dat roept de tweede vraag op: waar is God mee bezig?

Koninkrijk van God

Het nieuwe begin is zichtbaar in de komst van het Koninkrijk. Dit is niet slechts een toekomstperspectief, een hemelse droom. Het Koninkrijk van God, het Rijk van vrede en recht breekt nu al door. Het wordt zichtbaar op momenten waarop recht gedaan wordt, wanneer gebrokenen weer op kunnen opstaan, wanneer gebutsten getroost en gesteund worden. Het Koninkrijk breekt door wanneer er hoop gedeeld wordt en vanuit de kracht van de liefde wordt geleefd. Nu in alle voorlopigheid, straks ten volle.

Niet ‘stil maar, wacht maar’ 

Het getuigenis in de Bijbel over Gods Koninkrijk is zowel een bron van troost en hoop, als ook een aansporing. Gods Koninkrijk maakt duidelijk dat onrecht en lijden niet het laatste woord hebben, dat er hoop is – omdat we weet hebben van Gods liefde, van gerechtigheid en van vergeving.

Wat betekent dat voor ons, in deze tijd? Wat betekent dit voor onze wereld die zucht onder terreur? Een tekst uit de eerste brief van Petrus biedt een verrassende aansporing. Ons wordt niet voorgehouden om naar de hemel te turen, om stil en gelaten deze tijd uit te zitten. We worden aangespoord om een verschil te maken. ‘Een koninkrijk van priesters’ noemt Petrus de volgelingen van Jezus.

Priesters bemiddelen. We hoeven niet meer te bemiddelen tussen mensen en God – dat heeft Jezus Christus voor ons gedaan. Wat wij mogen doen, is het bemiddelen van de hoop die meekomt met Christus. We mogen getuigen van hoop door te vertellen over de grote daden van God. We mogen in onze reactie op de angst, de onrust en de machteloosheid laten zien wie ons inspireert en van wie we onze hoop en kracht verwachten.

Het vraagt van ons om niet te reageren met haat en verdeeldheid. Het vraagt van ons om te zoeken naar wat de eenheid dient en naar de ruimte van de liefde. De liefde zoekt zichzelf niet, is geduldig, verzet zich tegen onrecht en bouwt op.

‘Wees sterk en moedig’

Kunnen we dit? Misschien is het goed om de bemoediging van God aan Jozua in herinnering te roepen. Jozua stond voor de opgave Mozes op te volgen en het volk Israël het Beloofde Land binnen te brengen. ‘Wees sterk en moedig’ klinkt als een refrein in dat eerste hoofdstuk van het boek Jozua. Jozua wordt opgeroepen sterk of standvastig te zijn: weet op welke grond je staat. Weet wie je fundament is, op wie je je leven mag bouwen. Jozua wordt aangespoord moedig, vastberaden te zijn: weet welk doel je voor ogen hebt, weet dat je je weg mag gaan met Gods leiding.

In het vertrouwen op God durft Jozua de Jordaan over te steken. God gaat als een bondgenoot met hem mee. ‘Ik zal jou niet verlaten’. Die belofte is het diepste antwoord op dreiging en angst. Elke stap die we zetten is ons van God gegeven. We dragen hoop met ons mee – dat ons getuigenis tot zegen mag zijn voor de wereld.

 

Kerk tussen Osgiliath en Minas Tirith

5 nov

In In de ban van de ring is  Osgiliath een voorpost van Minas Tirith. Osgiliath ligt op de grens van goede en kwade machten en in het voortdurende strijdgewoel is het vervallen tot ruïnes. De commandant, Faramir, die deze voorpost moet verdedigen, ervaart weinig begrip en steun van Minas Tirith. Op het moment dat Osgiliath overlopen wordt, blijkt Faramir er met zijn manschappen alleen voor te staan. Ondanks dapper verzet moet hij de voorpost opgeven en wordt Minas Tirith zelf bedreigd.

hoop

Voor de Missionaire Specialisatie werd ons gevraagd om onze gedachten op te schrijven over kerk, Koninkrijk van God en missionair actief zijn. Wanneer is een activiteit kerkelijk? Wanneer begint een kerk kerk te zijn in de context van pionieren, en wat is de bedoeling van kerk? Wat ik bij mijzelf merk, is dat ik veel verwarring meedraag als het over deze thema’s gaat. Het zijn grote woorden: ‘de kerk’, ‘Rijk van God’, ‘wereld’. Vaak gaan er vele betekenissen en beelden achter schuil, ingekleurd door de eigen biografie.

Als ik over ‘kerk’ nadenk, word ik heen en weer geslingerd. Soms ervaar ik kerk als een plaats van bemoediging. Soms helpt kerk mij om hoop te houden, om te blijven geloven dat het anders kan zijn. Soms betekent kerk dat er liefde wordt gedeeld door omzien naar elkaar, door de zegen, door diaconaat. Tegelijkertijd ervaar ik door kerk ook teleurstelling, beklemming en pijn. Soms zie ik dat kerk juist gekwetste en gebutste mensen in de steek laat. Soms word ik onrustig van de gelatenheid in kerk, soms ervaar ik pijn, omdat kerk ook hypocrisie in haar draagt. Kerk verwart me.

Misschien is dat ook precies wat kerk is – die beide polen.Kerk door de eeuwen heen. Kerk als verzameling van geloofsgemeenschappen. De Protestantse Kerk als het landelijk verband. Mijn  eigen plaatselijke gemeente. Het zijn plaatsen waar mensen mogen schuilen en op adem komen. Plaatsen waar mensen iets opdoen aan God. Waar liefde gedeeld, geloof bemoedigd en hoop ontdekt wordt. Kerk als een gemeenschap waarin iets oplicht van Gods Koninkrijk.

Is die pretentie niet veel te groot? Is de hoop, het Koninkrijk niet ook om ons heen te vinden? Is kerk niet teveel bezoedeld door machtsmisbruik en kerkpolitiek? Heeft het instituut de beweging niet tot staan gebracht?

Misschien is kerk wel die ruïne op de grens van leven en dood. Op de grens van recht en onrecht. Daar waar een groep mensen zich verzet tegen machten die mensen beknellen en klein houden. Daar waar mensen in Christus’ naam samenkomen. Kerk als grenservaring. Die ervaring kan zowel in de gevestigde kerk plaatsvinden als in de soms kleine en kwetsbare ‘voorposten’. In In de ban van de ring werden zowel Minas Tirith als Osgiliath bedreigd. Hoge muren en naar binnen gericht zijn zijn geen waarborgen voor vrede en geborgenheid. Beide plaatsen voeren een eigen strijd en hebben elkaar nodig.

Ik beweeg mij heen en weer tussen Minas Tirith en Osgiliath. Soms voel ik me thuis in de gevestigde kerk. Een plek om op adem te komen. Soms strijd ik met het instituut. Soms voel ik me thuis in de ruïnes, in de voorposten. Dan bid en hoop ik op steun en bewogenheid. Ik geloof in Gods Koninkrijk, omdat het Koninkrijk staat voor gerechtigheid en barmhartigheid. En ja, dat Rijk kan oplichten in de kerk. Daarom geloof ik ook in de kerk, omdat we weet hebben van het Koninkrijk. Dat kwam Jezus ons immers aanzeggen?

Kerken in Elburg: last of verrijking?

28 nov

De relatie tussen de kerken en de samenleving in Elburg is op z’n minst als ambivalent te omschrijven. Als ik tijdens een toevallige ontmoeting of in een gezelschap vertel dat ik predikant ben, merk ik geregeld bij andersgelovige of niet-gelovige gesprekspartner weerstand of boosheid. Die weerstand heeft vaak te maken met het gevoel dat kerken de ruimte in de samenleving beperken. Zeker in ethische kwesties heeft de opstelling van de kerken en de christelijke politiek kwaad bloed gezet. Dit is spijtig en zou in mijn beleving niet nodig zijn, maar is tegelijkertijd goed te begrijpen. Wanneer de kerken hun rol in het publieke domein beperken tot scherpe (ethische) stellingnames, alleen gebaseerd op Bijbelse argumenten, moet dit wel tot een groeiende kloof met de samenleving leiden. In de discussies over de urnenmuur en over de koopzondag kwamen de kerken aan het woord, maar werd veel goodwill verspild. De roep om het christelijke geluid uit het publieke domein te verbannen, wordt dan ook geregeld gehoord. ‘Geloven doe je maar achter de voordeur’. Dat zou echter buitengewoon jammer zijn voor de samenleving.

donderderpreek

De kracht van geloofsgemeenschappen

Geloofsgemeenschappen kunnen immers op een positieve wijze verschil maken. En met een hoog percentage gelovigen en een keur aan verschillende geloofsgemeenschappen belooft dit wel wat. De invloed van de christelijke bevolkingsgroep op de politieke en maatschappelijke ontwikkelingen in de burgerlijke gemeente is groot. Christenen in Elburg kunnen dus echt iets betekenen!

Verschillende onderzoeken laten zien dat een burgerlijke gemeente veel baat kan hebben bij kerken binnen de gemeentegrenzen. Kerk in Actie, een dienstverlenende organisatie van de Protestantse Kerk in Nederland die opkomt voor de minder bedeelden in Nederland en in de wereld, heeft onlangs uitgerekend dat in het afgelopen jaren op grote schaal aangeklopt wordt bij de kerken om (financiële) hulp. Het gaat niet alleen om hulpbehoevenden uit de eigen geloofsgemeenschap. Ook andersgelovigen of niet-gelovigen weten die weg te vinden en ontvangen ondersteuning. De kerken in Nederland hebben samen 30 miljoen euro aan financiële hulp verleend, en omgerekend voor 53 miljoen euro aan vrijwilligerswerk geleverd om armoede te bestrijden. Een voorbeeld van dat vrijwilligerswerk is het ‘schuldhulpmaatje’. Een getrainde vrijwilliger loopt voor een bepaalde periode mee met iemand die in financiële problemen is gekomen. Deze vrijwilliger heeft niet alleen verstand van de wettelijke regels en van financiën, maar heeft ook veel meer tijd dan professionals om zorgen en angsten weg te kunnen nemen.

Geloofsgemeenschappen staan over het algemeen open voor zorg om kwetsbare en hulpbehoevende medemensen. Barmhartigheid en het strijden tegen onrecht zouden toch ook bepalend moeten zijn voor de christelijke identiteit. Dit komt bijvoorbeeld tot uiting in de betrokkenheid op de Voedselbank en in de activiteiten van Stichting Present.

Waar gaat het mis?

Als dit zo is, waarom is er dan die ambivalentie? De weerstand tegen geloofsgemeenschappen hangt voor het overgrote deel samen met onze eigen houding. Allereerst zijn we als kerken in de achterliggende decennia behoorlijk naar binnen gericht. Veel activiteiten zijn vooral gericht op eigen leden, en er is te weinig aandacht en animo voor bewegingen, thema’s en problemen die in de samenleving aan de orde zijn.

In de tweede plaats hangt de weerstand samen met de neiging van christenen om anderen te bekeren, om vooral de eigen boodschap te willen verkondigen en leden te werven. Een deel van de niet-gelovige burgers maken bezwaar tegen de soms opdringerige manier waarop kerken hun mening naar voren kunnen brengen en soms ook trachten op te leggen aan anderen. Dat kan een spanning oproepen wanneer de kerk zich in het publieke debat mengt of in de buurt een actie op touw zet. Wat willen ze eigenlijk van mij?

Dat raakt aan een derde punt, dat het duidelijkst zichtbaar is geworden in de discussie over de koopzondag. Door de opstelling van de kerken en de christelijke politiek ziet een deel van de Elburgse bevolking de kerken als bemoeizuchtig, beperkend en beknellend. De kerken leggen hun wil op aan niet-gelovige medemensen. Hier wordt de kerk dus beslist niet als een verrijking ervaren, maar veelmeer als een pittige last. Het is wachten op het moment dat de christenen niet meer een meerderheid vormen in de gemeente, en dan is het pay back time…

Framing

In die discussie over de koopzondag gebeurde er trouwens iets wonderlijks. De voorstanders van de koopzondag deden een klemmend beroep op het oer-christelijke begrip ‘naastenliefde’. De winkeliers in de binnenstad van Elburg zagen de koopzondag als een van de laatste mogelijkheden om hun winkels van de ondergang te redden. In het plan dat zij voorlegden aan de politiek wilden ze rekening houden met de tegenstanders van de koopzondag door de openingstijden af te stemmen op kerktijden.  De nood en de handreiking leken niet gezien te worden door de tegenstanders van de koopzondag.

Door de manier waarop het verzoek van de winkeliers terzijde is geschoven door de christelijke politiek, is de gedachte versterkt dat de christenen in Elburg onbarmhartig zijn en niet doen aan naastenliefde. Het is jammer dat de kerken en de christelijke politiek niet op deze ernstige aantijging hebben gereageerd, want naastenliefde is toch het hart van ons geloof?

In mijn beleving begint naastenliefde met luisteren en proberen te begrijpen. Naast de ander gaan staan en proberen om tot een dialoog te komen. Juist als de meningen tegenovergesteld zijn, is het goed om te streven naar die dialoog. Kun je je verplaatsen in het standpunt van de ander? Het betekent ook dat in het gesprek gezocht moet worden naar argumenten die voor beide partijen zeggingskracht hebben.

Persoonlijk betreur ik het dat de uitkomst van deze discussie tot een scherpere kloof heeft geleid tussen bevolkingsgroepen in Elburg. Ook wil ik me niet neerleggen bij de stelling dat de kerken in Elburg hun naasten niet lief hebben.

Kerken in de samenleving

Mogen kerken dan helemaal geen mening meer hebben? Moeten ze dan toegeven aan alle ontwikkelingen in de cultuur? Natuurlijk niet. De kerken kunnen ook in het publieke debat van betekenis zijn in het vormen van een mening over heikele kwesties. Hoe gaan we om met onze kwetsbare ouderen? Wat betekent arbeid? Is het terecht dat in de samenleving een steeds grotere nadruk wordt gelegd op succes, op groei en op economie? Mogen we vragen stellen bij de 24/7 economie en aandacht vragen voor de waarde van rust en stilte? Op deze wijze kan de stem van de kerken een belangrijke bijdrage leveren aan de veelkleurige samenleving die de burgerlijke gemeente Elburg is. Kerken hebben de ruimte om ontwikkelingen in de samenleving met een kritische en opbouwende betrokkenheid te volgen.

dialoog

Nu er zoveel veranderingen plaatsvinden in de samenleving (van verzorgingsstaat naar participatiesamenleving) zal de burgerlijke gemeente steeds vaker samenwerking zoeken met de kerken of een beroep op hen doen. Wij zullen als voorgangers er voor dienen te zorgen dat we in het publieke debat en in de publieke ruimte gesprekspartner blijven. Heldere meningsvorming mag en moet, maar binnen de dialoog.

Ondanks onze fouten en onze soms eenzijdige aandacht voor ethische kwesties, geloof ik van harte dat de kerken een verrijking zijn van en voor de Elburgse samenleving. Weet u, dat de predikanten niet gesubsidieerd worden, maar helemaal van eigen giften betaald worden? Predikanten en vrijwilligers die klaar staan voor mensen die om hulp vragen – zowel voor mensen uit de eigen gemeente, als voor mensen die niet of niet meer geloven.

Misschien zouden de kerken meer aandacht mogen vragen voor hun corebusiness: zorg voor de armen, oog voor de zwakken en in het nabij zijn, het trouw zijn en het hooghouden van de hoop iets van Gods liefde voor deze wereld laten zien.