Tag Archives: koopzondag

Kerken in Elburg: last of verrijking?

28 nov

De relatie tussen de kerken en de samenleving in Elburg is op z’n minst als ambivalent te omschrijven. Als ik tijdens een toevallige ontmoeting of in een gezelschap vertel dat ik predikant ben, merk ik geregeld bij andersgelovige of niet-gelovige gesprekspartner weerstand of boosheid. Die weerstand heeft vaak te maken met het gevoel dat kerken de ruimte in de samenleving beperken. Zeker in ethische kwesties heeft de opstelling van de kerken en de christelijke politiek kwaad bloed gezet. Dit is spijtig en zou in mijn beleving niet nodig zijn, maar is tegelijkertijd goed te begrijpen. Wanneer de kerken hun rol in het publieke domein beperken tot scherpe (ethische) stellingnames, alleen gebaseerd op Bijbelse argumenten, moet dit wel tot een groeiende kloof met de samenleving leiden. In de discussies over de urnenmuur en over de koopzondag kwamen de kerken aan het woord, maar werd veel goodwill verspild. De roep om het christelijke geluid uit het publieke domein te verbannen, wordt dan ook geregeld gehoord. ‘Geloven doe je maar achter de voordeur’. Dat zou echter buitengewoon jammer zijn voor de samenleving.

donderderpreek

De kracht van geloofsgemeenschappen

Geloofsgemeenschappen kunnen immers op een positieve wijze verschil maken. En met een hoog percentage gelovigen en een keur aan verschillende geloofsgemeenschappen belooft dit wel wat. De invloed van de christelijke bevolkingsgroep op de politieke en maatschappelijke ontwikkelingen in de burgerlijke gemeente is groot. Christenen in Elburg kunnen dus echt iets betekenen!

Verschillende onderzoeken laten zien dat een burgerlijke gemeente veel baat kan hebben bij kerken binnen de gemeentegrenzen. Kerk in Actie, een dienstverlenende organisatie van de Protestantse Kerk in Nederland die opkomt voor de minder bedeelden in Nederland en in de wereld, heeft onlangs uitgerekend dat in het afgelopen jaren op grote schaal aangeklopt wordt bij de kerken om (financiële) hulp. Het gaat niet alleen om hulpbehoevenden uit de eigen geloofsgemeenschap. Ook andersgelovigen of niet-gelovigen weten die weg te vinden en ontvangen ondersteuning. De kerken in Nederland hebben samen 30 miljoen euro aan financiële hulp verleend, en omgerekend voor 53 miljoen euro aan vrijwilligerswerk geleverd om armoede te bestrijden. Een voorbeeld van dat vrijwilligerswerk is het ‘schuldhulpmaatje’. Een getrainde vrijwilliger loopt voor een bepaalde periode mee met iemand die in financiële problemen is gekomen. Deze vrijwilliger heeft niet alleen verstand van de wettelijke regels en van financiën, maar heeft ook veel meer tijd dan professionals om zorgen en angsten weg te kunnen nemen.

Geloofsgemeenschappen staan over het algemeen open voor zorg om kwetsbare en hulpbehoevende medemensen. Barmhartigheid en het strijden tegen onrecht zouden toch ook bepalend moeten zijn voor de christelijke identiteit. Dit komt bijvoorbeeld tot uiting in de betrokkenheid op de Voedselbank en in de activiteiten van Stichting Present.

Waar gaat het mis?

Als dit zo is, waarom is er dan die ambivalentie? De weerstand tegen geloofsgemeenschappen hangt voor het overgrote deel samen met onze eigen houding. Allereerst zijn we als kerken in de achterliggende decennia behoorlijk naar binnen gericht. Veel activiteiten zijn vooral gericht op eigen leden, en er is te weinig aandacht en animo voor bewegingen, thema’s en problemen die in de samenleving aan de orde zijn.

In de tweede plaats hangt de weerstand samen met de neiging van christenen om anderen te bekeren, om vooral de eigen boodschap te willen verkondigen en leden te werven. Een deel van de niet-gelovige burgers maken bezwaar tegen de soms opdringerige manier waarop kerken hun mening naar voren kunnen brengen en soms ook trachten op te leggen aan anderen. Dat kan een spanning oproepen wanneer de kerk zich in het publieke debat mengt of in de buurt een actie op touw zet. Wat willen ze eigenlijk van mij?

Dat raakt aan een derde punt, dat het duidelijkst zichtbaar is geworden in de discussie over de koopzondag. Door de opstelling van de kerken en de christelijke politiek ziet een deel van de Elburgse bevolking de kerken als bemoeizuchtig, beperkend en beknellend. De kerken leggen hun wil op aan niet-gelovige medemensen. Hier wordt de kerk dus beslist niet als een verrijking ervaren, maar veelmeer als een pittige last. Het is wachten op het moment dat de christenen niet meer een meerderheid vormen in de gemeente, en dan is het pay back time…

Framing

In die discussie over de koopzondag gebeurde er trouwens iets wonderlijks. De voorstanders van de koopzondag deden een klemmend beroep op het oer-christelijke begrip ‘naastenliefde’. De winkeliers in de binnenstad van Elburg zagen de koopzondag als een van de laatste mogelijkheden om hun winkels van de ondergang te redden. In het plan dat zij voorlegden aan de politiek wilden ze rekening houden met de tegenstanders van de koopzondag door de openingstijden af te stemmen op kerktijden.  De nood en de handreiking leken niet gezien te worden door de tegenstanders van de koopzondag.

Door de manier waarop het verzoek van de winkeliers terzijde is geschoven door de christelijke politiek, is de gedachte versterkt dat de christenen in Elburg onbarmhartig zijn en niet doen aan naastenliefde. Het is jammer dat de kerken en de christelijke politiek niet op deze ernstige aantijging hebben gereageerd, want naastenliefde is toch het hart van ons geloof?

In mijn beleving begint naastenliefde met luisteren en proberen te begrijpen. Naast de ander gaan staan en proberen om tot een dialoog te komen. Juist als de meningen tegenovergesteld zijn, is het goed om te streven naar die dialoog. Kun je je verplaatsen in het standpunt van de ander? Het betekent ook dat in het gesprek gezocht moet worden naar argumenten die voor beide partijen zeggingskracht hebben.

Persoonlijk betreur ik het dat de uitkomst van deze discussie tot een scherpere kloof heeft geleid tussen bevolkingsgroepen in Elburg. Ook wil ik me niet neerleggen bij de stelling dat de kerken in Elburg hun naasten niet lief hebben.

Kerken in de samenleving

Mogen kerken dan helemaal geen mening meer hebben? Moeten ze dan toegeven aan alle ontwikkelingen in de cultuur? Natuurlijk niet. De kerken kunnen ook in het publieke debat van betekenis zijn in het vormen van een mening over heikele kwesties. Hoe gaan we om met onze kwetsbare ouderen? Wat betekent arbeid? Is het terecht dat in de samenleving een steeds grotere nadruk wordt gelegd op succes, op groei en op economie? Mogen we vragen stellen bij de 24/7 economie en aandacht vragen voor de waarde van rust en stilte? Op deze wijze kan de stem van de kerken een belangrijke bijdrage leveren aan de veelkleurige samenleving die de burgerlijke gemeente Elburg is. Kerken hebben de ruimte om ontwikkelingen in de samenleving met een kritische en opbouwende betrokkenheid te volgen.

dialoog

Nu er zoveel veranderingen plaatsvinden in de samenleving (van verzorgingsstaat naar participatiesamenleving) zal de burgerlijke gemeente steeds vaker samenwerking zoeken met de kerken of een beroep op hen doen. Wij zullen als voorgangers er voor dienen te zorgen dat we in het publieke debat en in de publieke ruimte gesprekspartner blijven. Heldere meningsvorming mag en moet, maar binnen de dialoog.

Ondanks onze fouten en onze soms eenzijdige aandacht voor ethische kwesties, geloof ik van harte dat de kerken een verrijking zijn van en voor de Elburgse samenleving. Weet u, dat de predikanten niet gesubsidieerd worden, maar helemaal van eigen giften betaald worden? Predikanten en vrijwilligers die klaar staan voor mensen die om hulp vragen – zowel voor mensen uit de eigen gemeente, als voor mensen die niet of niet meer geloven.

Misschien zouden de kerken meer aandacht mogen vragen voor hun corebusiness: zorg voor de armen, oog voor de zwakken en in het nabij zijn, het trouw zijn en het hooghouden van de hoop iets van Gods liefde voor deze wereld laten zien.

Koopzondag en de Bijbel

8 jul

Via de mail werd mij een vraag gesteld wat de Bijbel nu eigenlijk precies zegt over de zondagsheiliging. Het is opeens een actuele vraag, nu in Elburg de gemeenteraad zich buigt over de vraag van de ondernemers of het mogelijk is om gedurende de zomer de winkels in de vesting te openen.

bijbel (1)

Het publieke debat en de Bijbel

Voordat ik inhoudelijk op deze vraag inga, is het goed om vooraf enkele opmerkingen te maken. Allereerst ben ik uitermate terughoudend om Bijbelteksten als argumenten in het publieke debat te hanteren. In dit debat treffen mensen met verschillende visies en levensovertuigingen elkaar. Een argument kan alleen overtuigen als alle partijen het argument als geldig beschouwen. (Hoe zou het College bijvoorbeeld omgaan met een vraag van de synagoge om de zaterdag vrij te houden in verband met de sabbatsheiliging).

In de tweede plaats is het de vraag wat de zeggingskracht van de Bijbel is. Het is goed om te bedenken dat de Bijbel in een bepaalde context is geschreven en in een andere context wordt gelezen. Misschien een open deur: maar in de culturele context waarin de Bijbel geschreven werd, was de koopzondag geen issue. Met andere woorden: Bijbelteksten kunnen niet zomaar één op één naar de huidige tijd gebracht worden. Het vraagt een hermeneutisch proces: wat betekenden deze teksten voor de tijd waarin ze geschreven werden en hoe kunnen ze in onze cultuur betekenis krijgen. Geen enkel kerkgenootschap handhaaft alle Bijbelteksten; blijkbaar vindt iedere gelovige voldoende ruimte om sommige teksten niet letterlijk te nemen en andere teksten weer wel. Zo lezen we in Deut. 21, 18 – 21 dat onhandelbare zonen die niet willen luisteren uiteindelijk door de gemeenschap gestenigd dienen te worden. Het is zonneklaar dat deze tekst niet meer geldig is (als deze tekst al ooit geldig is geweest).

Als we tot de conclusie komen dat een Bijbeltekst zeggingskracht heeft, komt de vraag naar voren wat de reikwijdte van het gezag is. Voor wie geldt deze tekst? Kunnen de regels die uitgingen van een theocratie ook gelden voor een seculiere democratie.

In de derde plaats is het natuurlijk goed dat kerken zich in het publieke debat mengen, omdat de kerken niet alleen bepaalde bevolkingsgroepen vertegenwoordigen, maar ook vaak intensief hebben nagedacht over ethische en morele thema’s.

Afgaande op het bovenstaande zou het mijn voorkeur hebben wanneer het College tot een afweging komt op basis van algemeen geldende argumenten zoals: het belang van een rustdag; de gewenste ruimte om godsdienst te kunnen beoefenen; economische argumenten; de positie van Elburg als toeristische trekpleister.

Van sabbat naar zondag

Dit gezegd hebbend: wat zegt de Bijbel eigenlijk over de zondagsheiliging? Deze vraag is lastiger dan die in eerste instantie lijkt. Laat ik proberen om enkele lijnen te schetsen. Er ligt een (dogmatisch) probleem of de teksten die betrekking hebben op de sabbat (Joodse zaterdag) zomaar overgezet kunnen worden naar de zondag. In eerste instantie bestond de christelijke kerk uit Messiasbelijdende Joden. Toen er ook uit de omringende landen mensen zich bekeerden tot het Christendom, werd de vraag actueel aan welke regels en geboden zij zich moesten houden.

Op het Apostelconvent (Handelingen 15) werd uiteindelijk besloten dat de bekeerlingen niet het juk van de Joodse wet moest worden opgelegd. Voor de nieuwkomers golden drie regels als het minimum voor humaniteit: onthoud u van offervlees dat bij de afgodendienst is gebruikt, van bloed, van vlees waar nog bloed in zit, en van ontucht. Als u zich hier aan houdt, doet u wat juist is. Het ga u goed. (Hand. 15, 29).

Het heiligen van de sabbat of van de eerste dag van de week (dag van opstanding, dag van de schepping van het licht) worden niet genoemd. Van den Brink en Van de Kooij (Christelijke Dogmatiek, p. 331) merken op dat het sabbatsgebod op een wonderlijke manier is geïnterpreteerd, omdat de strenge regels met betrekking tot de zondagsrust weer terug gaan achter Handelingen 15.

Ook Von Meyenfeldt (Tien tegen een, 1979, p.72vv) merkt op dat in de theologie van Paulus de sabbat- of zondagsheiliging geen groot thema is. Von Meyenfelt meent zelfs op grond van Colossenzen 2, 16 dat ‘de hele Joodse feestkalender en de sabbat niet meer mee mochten spelen als maatstaf ter beoordeling voor het al dan niet horen bij Christus’.

In de loop van de kerkgeschiedenis is de zondagsheiliging op verschillende momenten weer actueel geworden. Zo was de zondag als rustdag in de Middeleeuwen volledig in verval geraakt. “De talloze heiligendagen hadden de speciale wijding van de dag des Heren verdrongen en in de 17de eeuw maakten velen gebruik van hun ‘vrije tijd’ om het er eens van te nemen (…) De winkels en kroegen waren op vele plaatsen open en het gebeurde zelfs dat kosters die een herberg hielden onder de preek wegliepen om hun klanten te bedienen” (Praamsa, De kerk van alle tijden 2, p.357).

De Puriteinen drongen aan op hernieuwde heiliging van de zondag, Coccejus uit Leiden verdedigde in 1658 het tegendeel.

Vierde gebod houdt moreel gezag: alleen noodzakelijke arbeid

Meningsverschillen binnen de kerken over de zondagsheiliging spitsten zich over het algemeen toe op de vraag in hoeverre de Joodse richtlijnen geldig bleven. Er is echter altijd een brede overeenstemming geweest over het morele gezag van het vierde gebod: een dag om aan God te wijden, en niet noodzakelijke arbeid moet worden uitgesteld tot de werkweek. Hoe kan deze Bijbelse visie vruchtbaar worden gemaakt in de raadsvergadering? Het burgerinitiatief lijkt breed gedragen: zowel onder de ondernemers als onder de inwoners van Elburg Vesting zegt een grote meerderheid geen problemen te hebben met de koopzondag. Zou het mogelijk zijn om enerzijds de wensen van ondernemers serieus te nemen, en anderzijds de behoeften van de kerkgaande inwoners te behartigen? Wanneer de ruimte om ter kerke te gaan en om zelf te mogen bepalen al dan niet open te zijn gerespecteerd wordt, dan kan het vierde gebod gevierd en gehouden worden. De christelijke inwoners van Elburg hoeven toch geen inkopen te doen op zondag? Betekent zondagsrust dat anderen dat dan ook niet mogen?

Koopzondag in Elburg – wat vindt de kerk?

26 jun

In De Stentor van 26 juni 2013 (http://www.destentor.nl/regio/elburg/kerk-behoed-elburg-voor-koopzondagen-1.3885699) wordt aandacht besteed aan de brief van de Hervormde Gemeente Elburg aan de gemeenteraad over eventuele koopzondagen in Elburg. De discussie hierover is aangezwengeld door de winkeliersvereniging. Een enquête onder de leden geeft een bijzondere uitkomst te zien: een overgrote meerderheid van de ondernemers zou graag willen dat er ruimte komt voor koopzondagen in Elburg in het zomerseizoen.

elburg

In de toelichting op de enquête valt een aantal zaken op. Het eerste is dat de ondernemers grote moeite hebben om het hoofd boven water te houden. De economische crisis treft winkeliers hard en ook de middenstand in Elburg heeft financiële zorgen. In het zoeken naar nieuwe wegen om omzet te kunnen maken, is het niet verwonderlijk dat de winkeliers zicht richten op de toeristen die in grote getale Elburg weten te vinden. Het is niet verrassend dat juist nu de roep om openstelling op zondag klinkt.  De financiële nood is zo groot dat ook gelovige winkeliers opschuiven in de meningsvorming over de koopzondag. Deze verschuiving wordt overigens ook ingegeven door de veranderende houding van de (gelovige) consumenten. Steeds minder gelovigen vinden het immers een probleem om op zondagmiddag een terrasje te pakken.

Een tweede punt dat opvalt, is de uitgestoken hand naar de gelovige inwoners van Elburg: het gaat om de zondagen in het zomerseizoen, en de openingstijden zouden moeten worden afgestemd op de kerktijden, zodat kerkgangers ongestoord naar de kerk kunnen gaan.

Wat vindt de kerk?

In De Stentor heeft het artikel over de brief van de Hervormde Gemeente Elburg als kop meegekregen: “Kerk: behoed Elburg voor koopzondagen’.  Als belangrijkste argumenten noemt het artikel respect voor het Woord van God, zorg om het winkelpersoneel, economische druk voor kleine zelfstandigen en gewetensvrijheid. Hoewel deze argumenten belangrijk zijn, heb ik de indruk dat ze niet ingaan op de argumentatie van de ondernemers. Wat vindt de kerk ervan dat de ondernemers aangeven het niet lang meer vol te kunnen houden? Wat zegt het dat kerkelijk betrokken ondernemers in zo grote nood komen dat het opgeven van de zondagsrust een serieuze optie is? Kan een kerk ondernemers vragen hun deuren niet te openen, terwijl kerkmensen wel op zondag bij andere ondernemers inkopen doen?

Open gesprek

Het is van belang om met een open houding het gesprek aan te gaan. Het gegeven dat 70 van de 80 ondernemers voor een koopzondag zijn, is op zichzelf niet doorslaggevend. Net zomin dat het doorslaggevend is wanneer 9 van de 10 predikanten tegen de koopzondag zouden zijn. Maar de uitkomst van en toelichting op de enquête is wel een helder en niet te negeren signaal van de ondernemers. Het zou helpen als we ons bewust zijn van de ernst van de problemen van de ondernemers. Maar wat kunnen we verder als kerk in dit debat?

Het zou kunnen zijn dat we als kerken toch meer open zouden moeten staan voor de ontwikkelingen van dit moment. Zijn er mogelijkheden om constructief mee te denken? Niet vanuit het strijden tegen verlies van verworven rechten uit het verleden, maar vanuit een zoeken hoe we als kerk van betekenis kunnen zijn voor ondernemers en toeristen. Zo herinner ik me nog van onze tijd in Zeeland dat de mensen die in de recreatiesector werkzaam waren van april tot en met oktober alle weekenden aan de slag moesten. De uitdaging van de kerk was niet om de overheid te bewegen om de zondag een rustdag te laten zijn, maar hoe we aan onze ondernemers en werknemers ondersteuning konden bieden in deze drukke periode, en hoe we toeristen konden bereiken.

Vanuit het serieus nemen van het probleem van de ondernemers kan het gesprek vorm krijgen. De economie is niet heilig, arbeid ook niet. Los van Bijbelse opvattingen weten we dat een dag rust van wezenlijk belang is voor het welbevinden. Maar we moeten wel wat met de ondernemer die zegt: ‘Zondagsrust belangrijk? Tja, straks heb ik de hele week rust.”