Tag Archives: leesrooster

Zeven teksten tegen de angst

30 sep

Angst kan heel bepalend zijn. Soms heb je dingen meegemaakt die je angstig hebben gemaakt. Soms heb je gedachten die je angstig kunnen maken. Gedachten over de eindigheid van ons bestaan, gedachten over de oneindigheid van het heelal, gedachten over wat je niet kunt begrijpen. Soms ben je bang dat je niet goed genoeg bent, bang wat de ander van jou vindt. Vaak verstop je je angst. Anderen hebben geen idee waar je mee worstelt en het overeind houden van de muren kost soms zoveel energie. Juist op momenten dat je alleen bent, kun je je overvallen voelen door je angst. Of je kiest er maar voor om bepaalde activiteiten niet meer te bezoeken.

De Bijbel heeft weet van die existentiële angsten: mag ik er zijn? Doe ik er toe? Ben ik de moeite waard? Ben ik veilig? Wanneer engelen in de evangeliën aan Zacharias, Maria of de herders goed nieuws te vertellen hebben, begint hun boodschap vaak met de mededeling: ‘Wees niet bang’. In dit blog zeven teksten tegen de angst. Wel goed om te weten: soms hebben angsten een psychologische oorzaak. Bijbellezen en bidden kunnen je helpen om rustiger te worden, maar het is ook goed om daarnaast naar de diepere redenen van je angst te leren kijken.

Zondag: Gen. 1, 1-3 “Er moet licht komen”

11 In het begin schiep God de hemel en de aarde.  2 De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed, maar Gods geest zweefde over het water.  3 God zei: ‘Er moet licht komen,’ en er was licht. 4 God zag dat het licht goed was, en hij scheidde het licht van de duisternis; 5 het licht noemde hij dag, de duisternis noemde hij nacht. Het werd avond en het werd morgen. De eerste dag.

Het eerste woord dat God in de Bijbel spreekt is ‘licht’. De wereld ligt er in alle verlatenheid bij. Er heerst chaos. De aarde is woest en doods. Er is duisternis. Er is geen vaste grond. Misschien herken je dat ook wel in je eigen leven. Je hebt het gevoel dat er geen houvast meer is, dat je ten onder gaat door chaos en wanhoop. Dat maakt angstig.

In de chaos van de oervloed spreekt God. De donkerte en duisternis mogen niet het laatste woord krijgen. Er moet licht komen. Het licht is niet de zon, die wordt immers pas later geschapen in het verhaal. Het licht heeft alles te maken met Gods scheppend woord. Het is licht tegen wanhoop en moedeloosheid. De chaos wordt een halt toegeroepen en we ontvangen hoop. Dat dit licht vandaag met je mee mag gaan. Gods scheppend woord als tegenwicht tegen de angst.

Gebed: steek met aandacht een kaarsje of waxinelichtje aan en denk daarbij of spreek hardop uit: ‘Ik ontsteek het licht van Christus. Teken van hoop, teken van opstanding. Dat het licht van Christus mij mag dragen en verlichten, zodat mijn angst niet het laatste woord heeft.

Om te zingen:  

Maandag: Johannes 16, 33 “Ik heb de wereld overwonnen”

33 Ik heb dit gezegd opdat jullie vrede vinden bij mij. Jullie zullen het zwaar te verduren krijgen in de wereld, maar houd moed: ik heb de wereld overwonnen.’

De maandag is zo’n dag. Een nieuwe werkweek. Een nieuwe week waarin je misschien klem zit, niet kunt werken en je angst je misschien verlamt. Misschien lukt het je om je taken die voor vandaag gepland staan voor elkaar te boksen, maar wat kan het soms zwaar zijn. Misschien is het goed om even een stapje terug te doen. Soms is het gewoon lastig en zwaar. Soms lukt het gewoon even niet. Probeer dit voor nu maar even te accepteren en luister naar de woorden van Jezus: ‘jullie zullen vrede vinden bij mij’.

Jezus spreekt hier met grote stelligheid over. ‘Ik heb de wereld overwonnen’. Uiteindelijk mag dat ook rust en vrede brengen.

Gebed: Heer Jezus, wanneer het donker zich vastzet in mijn denken en in mijn hart, wanneer mijn onrust mijn dag bezwaard, geef mij dan uw vrede. Dat is rsut mag vinden en thuis mag komen, in het vertrouwen dat U de machten en krachten hebt overwonnen. Amen

Om te zingen: 

Dinsdag: Jeremia 1, 4 – 8 “Kijk eens met de ogen van God”

De HEER richtte zich tot mij: 5 ‘Voordat ik je vormde in de moederschoot, had ik je al uitgekozen, voordat je de moederschoot verliet, had ik je al aan mij gewijd, je een profeet voor alle volken gemaakt.’ 6 Ik riep: ‘Nee, HEER, mijn God! Ik kan het woord niet voeren, ik ben te jong.’ 7 Maar de HEER antwoordde: ‘Zeg niet: “Ik ben te jong.” Richt je tot iedereen naar wie ik je zend en zeg alles wat ik je opdraag. 8 Wees voor niemand bang, want ik zal je terzijde staan en je redden – spreekt de HEER.’

Wat kun je soms twijfelen aan jezelf. Ben ik wel goed genoeg? Hoe zullen anderen naar mij kijken? Als Jeremia geroepen wordt, schrikt hij zich een ongeluk. Als hij één ding zeker weet, is het dat hij te jong is. Hij weet zeker dat hij niet geschikt is voor de taak. Maar God zegt: ‘Ik heb je geschapen, al in de moederschoot. Echt, Ik geloof in jou, Ik weet dat jij talenten hebt. Wees maar niet bang, het komt goed’.

En God doet een belofte: “Ik zal je terzijde staan’. Misschien kun je proberen om deze woorden op jouw eigen leven toe te passen. God heeft jou met zorg en liefde geschapen. Hij heeft jou talenten gegeven en Hij zal jou trouw blijven. Zou je iets van dat vertrouwen van God in jou met je mee kunnen nemen?

Gebed: God van genade, Schepper van al het leven, Schepper van mij  leven. Leer mij met uw ogen vol ontferming en genade naar mijzelf te kijken. Wilt U mij helpen om mijn angsten onder ogen te zien en te leren vertrouwen dat ik goed genoeg ben – zoals ik ben. Amen

Om te zingen: 

Woensdag: Jesaja 42, 1 – 3 “Zorg voor de gebrokene”

421 Hier is mijn dienaar, hem zal ik steunen, hij is mijn uitverkorene, in hem vind ik vreugde, ik heb hem met mijn geest vervuld. Hij zal alle volken het recht doen kennen. 2 Hij schreeuwt niet, hij verheft zijn stem niet, hij roept niet luidkeels in het openbaar; 3 het geknakte riet breekt hij niet af, de kwijnende vlam zal hij niet doven. Het recht zal hij zuiver doen kennen.

Angst kan diep zitten. Doordat je beschadigd bent, doordat de energie letterlijk helemaal op, doordat je niet meer kunt. Je kunt angstig worden, omdat je bang bent dat je het niet redt. Of dat je in een gesprek bedoeld of onbedoeld net dat laatste zetje krijgt waardoor je helemaal dreigt in te storten. Misschien is het dan goed om deze tekst uit Jesaja in herinnering te roepen.

Het is een profetie over de Knecht van de  Heer, een beeld waar wij Jezus in mogen herkennen. Deze profetieën gaan over de Redder die God zal sturen. Deze redder komt niet met geweld en met veel lawaai. Nee, het is juist tegenovergesteld. Zonder schreeuwen, zonder stemverheffing, maar mét zoveel aandacht. Juist voor het gebrokene. Het geknakte breekt Hij niet af. In al je gebrokenheid draagt Hij jou. Het vlammetje dat bijna gedoofd is, wakkert Hij weer aan. Misschien dat deze tekst je mag bemoedigen vandaag.

Gebed: Lieve God, U ziet het gebrokene, U ziet het gekwetste, U ziet mij wanneer mijn vlammetje uit dreigt te gaan. Wilt U mij op handen dragen, opdat ik iets van energie mag ervaren, zodat ik de angst dat het allemaal niet meer lukt in uw hand mag leggen. Amen

Om te zingen: 

Donderdag: Jesaja 9, 1  “Ik zie een schitterend licht” 

91 Het volk dat in duisternis ronddoolt ziet een schitterend licht. Zij die in het donker wonen worden door een helder licht beschenen.

Het hoort bij onze realiteit dat het duister kan zijn. We kunnen niet voorkomen dat we zelf of dat onze geliefden op enig moment door donkere dalen gaan. Wij kunnen onszelf niet voor het kwaad behoeden, ondanks alle protocollen en evaluaties. Soms gaat het nog een spade dieper. ‘Zij die wonen in het donker’ schrijft Jesaja. Zo kan het ook zijn. Door wat je mee hebt gemaakt, is het donker je eigen geworden. Misschien versterkt dat donker ook je angst. In de Bijbel staat het donker voor wanhoop, voor leven zonder toekomst.

Maar Jesaja zegt dat het daar niet bij blijft. Degene die ronddoolt, de draad kwijt is, degene die in het donker stil is gevallen, zal een schitterend licht zien. Het duister zal doorbroken worden door een helder licht. Johannes spreekt over Christus als het licht van wereld. Moge dat je ook rust geven dat het licht schijnt tot in de diepste duisternis.

Gebed: Hemelse Vader, dank U wel voor sporen van licht, voor het schitterende licht, Jezus Christus, die tot in de diepste duisternis schijnt. Geef dat dit licht mij mag helpen om angsten onder ogen te zien en bij U neer te leggen. Amen

Om te zingen: 

Vrijdag: psalm 46, 2 – 4 “Een veilige plaats”

2 God is voor ons een veilige schuilplaats, een betrouwbare hulp in de nood. 3 Daarom vrezen wij niet, al wankelt de aarde en storten de bergen in het diepst van de zee. 4 Laat de watervloed maar kolken en koken, de hoge golven de bergen doen beven. 

Wat ik je toewens dat je momenten mag kennen waar deze psalm over zingt. Dat ondanks alles waar je doorheen moet en waar je mee te kampen hebt, je God leert kennen als een veilige schuilplaats en een betrouwbare hulp. De omstandigheden waar de dichter mee te maken heeft, doen denken aan Genesis 1, aan het begin van de schepping. De golven die over elkaar heen slaan, het gemis van vast grond. Wat kan dat angstig maken en wat kun je dan verlangen naar veiligheid en hulp. Dat de woorden van deze dichter ook de jouwe moge worden, meer en meer.

Gebed: God van Licht en Leven, we roepen U aan in de stormen van ons leven, in de gebeurtenissen die de grond onder onze voeten kan doen trillen. We roepen U aan in tijden van angst, in het verlangen naar rust en veiligheid. Dat we mogen schuilen onder uw vleugels. Dat U voor ons een veilige schuilplaats bent. Dat U een betrouwbare hulp bent – voor mij, voor wie naar U verlangt. Amen.

Om te zingen: 

Zaterdag: Johannes 8, 12

12 Jezus nam opnieuw het woord. Hij zei: ‘Ik ben het licht voor de wereld. Wie mij volgt loopt nooit meer in de duisternis, maar heeft licht dat leven geeft.’ 

Er kunnen vele oorzaken zijn waarom je worstelt met angst. Wat ik weet dat angsten niet zomaar weg gebeden kunnen worden. Soms is gebed toereikend. Soms zijn gesprekken nodig. Soms moet je dingen onder ogen zien die al zo lang met je meegaan. Mag in de weg die je gaat het licht van Christus met je meegaan. Ik wens je toe dat je mag lopen met je gezicht naar de zon; dat het licht van Christus met je meegaat; dat je van tijd tot tijd kunt schuilen bij God; dat je zo je weg mag vervolgen – niet alleen, maar gedragen door Gods vrede.

Gebed: Heer Jezus, licht voor de wereld. Wees mijn licht, dat uw licht mijn weg mag beschijnen, opdat ik veilig kan gaan, gedragen door uw vrede. Amen

Om te zingen:

Zeven teksten om de dag mee te beginnen: ‘je bent een mooi mens’

7 jul

Geregeld kom ik mensen tegen die worstelen met hun eigenwaarde. Ze hebben het gevoel er niet toe te doen, voelen zich minderwaardig en hebben moeite om ruimte in te nemen. Het Bijbels gebod ‘heb je naaste lief als jezelf’ is voor deze groep een lastige opgave. Voor anderen zorgen lukt wel, maar voor jezelf?

Misschien dat deze Bijbelteksten je op de een of andere manier een beetje kunnen helpen om op een ander spoor te komen: ‘je bent een mooi mens!’

Zondag: Genesis 2, 7 en 8  

Toen maakte God, de HEER, de mens. Hij vormde hem uit stof, uit aarde, en blies hem levensadem in de neus. Zo werd de mens een levend wezen. 8 God, de HEER, legde in het oosten, in Eden, een tuin aan en daarin plaatste hij de mens die hij had gemaakt.

De Bijbel laat er geen gras over groeien: God is blij met jou! Het scheppingsverhaal vertelt hoe God de chaos en woestheid ordent en aan banden legt om zo de aarde tot Vaderland te maken. De kroon op de schepping is de mens. Jij bent de kers op de taart, zeg maar. In Genesis 1 lezen we dat we als mens beelddrager van God mogen zijn. Met andere woorden: in onze manier van leven, in wie we zijn en hoe we zijn, mogen we iets van God laten oplichten. Zo hoog heeft God ons. Zoveel vertrouwen geeft Hij ons.

Dat is ook mooi te zien in de verzen die je zojuist gelezen hebt. Je moet je voorstellen hoe God neerknielt en met zorg uit de aarde jou uit klei vervaardigt. Liefdevol en bewogen. Hij houdt ons in zijn handen. En dan blaast Hij zijn levensadem in ons. En dan, dan wordt het wat! We leven op de adem van God. Dan komen we aan onze bestemming. Wandelen met God, in die tuin – een hof vol leven en liefde. Dat gunt God jou.

Gebed: Eeuwige God, Schepper van hemel en aarde, mijn leven is met U begonnen. U hebt mij met liefde geschapen. Help mij om mij met uw liefdevolle ogen te leren zien. Zegen mij met uw licht opdat ik mijn handen durf te openen om uw liefde te ontvangen. Amen

Maandag: Genesis 3, 8 en 9

8 Toen de mens en zijn vrouw God, de HEER, in de koelte van de avondwind door de tuin hoorden wandelen, verborgen zij zich voor hem tussen de bomen. 9 Maar God, de HEER, riep de mens: ‘Waar ben je?’

Misschien is het ook wel te mooi om waar te zijn. Leven in verbondenheid met God. In Genesis lezen we al snel dat het mis gaat. De mens kiest een eigen weg. De boom waar ze niet van mochten eten stond in het midden van de tuin. In het oude Israël was het gebruikelijk dat de eigenaar van een boomgaard in het midden een eigen boom had, waar de pachters, de huurders niet aan mochten komen. Het was een herinnering: let op, je mag alles gebruiken en je eigen maken, maar vergeet niet dat een ander de eigenaar is.

De mens kiest anders. Waarom? Wil ik graag de belangrijkste zijn? Ben ik bang dat er niet goed voor mij gezorgd wordt? Gaat het om zelfhandhaving? Hoe dan ook, het blijft niet zonder gevolgen. Als God in de tuin wandelt, weet ik niet hoe snel ik me moet verstoppen. Ik kan God niet meer onder ogen komen. Ik schaam me en ben bang. Weg verbondenheid. Dat maakt eenzaam en dat vreet aan je eigenwaarde. God zal het wel he-le-maal met mij gehad hebben.

Maar er gebeurt iets anders. En dat is echt belangrijk, want dat is een van de rode draden in de Bijbel: God roept je! Waar ben je? Je wordt bij je naam geroepen, omdat God je waardevol vindt. Ook wanneer je fouten maakt, of wanneer je gebukt gaat onder schaamte en schuldgevoelens. God roept je, om je weer op de benen te zetten. Je hoeft je niet langer te verstoppen. Je bent het waard om gezien te mogen worden.

Gebed: God van licht en leven, ik dank U voor uw geloof en vertrouwen in mij. Ik dank U dat U mij roept uit mijn schuilplaats en dat U mij op de benen zet zodat ik weer op adem kan komen. Wilt U mij helpen om niet ten onder te gaan als ik fouten maak, maar om dan uw stem te herinneren die mij weer in het licht roept. Amen

Dinsdag: Psalm 139, 13 – 16

13 U was het die mijn nieren vormde,

die mij weefde in de buik van mijn moeder.

14 Ik loof u voor het ontzaglijke wonder van mijn bestaan,

wonderbaarlijk is wat u gemaakt hebt.

Ik weet het, tot in het diepst van mijn ziel.

15 Toen ik in het verborgene gemaakt werd,

kunstig geweven in de schoot van de aarde,

was mijn wezen voor u geen geheim.

16 Uw ogen zagen mijn vormeloos begin,

alles werd in uw boekrol opgetekend,

aan de dagen van mijn bestaan ontbrak er niet één.

Wat heeft God met veel liefde, zachtmoedigheid en betrokkenheid jou geschapen. Wonderlijk hoe je in de buik van je moeder bent ontstaan. Adembenemend als je bedenkt hoe God jou met zoveel zorg heeft geweven. Hoeveel liefde spreekt daar niet uit?

Tegelijkertijd is het ook wel een lastige tekst. Misschien ben je wel helemaal niet blij met je lijf. Misschien heb je te maken met een beperking of met chronische ziekten of vind je dat je helemaal niet mooi bent.

Zou het je kunnen helpen om te beseffen dat God jou wel liefheeft zoals je bent? Zou het kunnen dat jij, ondanks je beperking, in Gods ogen echt een mooi mens bent? Ik wil de pijn van ziekte en beperking niet bagatelliseren, maar ik wil je ook op het hart drukken dat jij veel meer bent dan je ziekte. Hoe dan ook – met Gods liefdevolle bewogenheid is jouw leven begonnen. En Hij heeft beloofd dat Hij niet loslaat wat Hij begonnen is. Misschien voel je je eenzaam, misschien wel juist door je lijf. Maar in die moeilijke weg belooft God dichtbij t zijn om jou te steunen. Hij heeft jou lief.

Gebed: dank U wel, hemelse Vader, dat U mij met zoveel liefde en zorg geschapen hebt. De kleinste details van mijn lichaam hebt U geweven. Wil U mij helpen om van mijn lichaam te houden, om mijzelf kostbaar te mogen vinden? Amen

Woensdag: Mattheüs 6, 26

26 Kijk naar de vogels in de lucht: ze zaaien niet en oogsten niet en vullen geen voorraadschuren, het is jullie hemelse Vader die ze voedt. Zijn jullie niet meer waard dan zij?

Dat is een rake opmerking van Jezus. Het vers dat je gelezen hebt komt uit een stukje waarin Jezus zegt: ‘Maak je geen zorgen’. Zorgen zijn lastige dingen. Het is een beetje als het touwtje van een capuchon in de wasmachine. Het touwtje gaat overal doorheen en omheen. Het maakt van de was een warboel zodat het één grote knoop wordt.

Als je worstelt met je eigenwaarde heb je vaak een uitstekend ontwikkeld piekertalent. Juist als je onzeker bent, kan je vastlopen in gedachtenspinsels. Hoe kom je daar vanaf? Jezus zegt hier iets moois: Hij nodigt ons uit om goed te kijken. ‘Kijk eens goed naar de vogels, naar hun pracht en hun aanwezigheid. Het is de hemelse Vader die voor ze zorgt’. En dan zegt Jezus: ‘Zijn jullie niet veel meer waard dan zij?’ Dat is iets om stil bij te staan. Jij bent alles waard voor God. Het is Jezus zelf die tot het uiterste gegaan is om jou te redden. Echt, je weet niet half hoe waardevol je bent voor God!

Gebed: Barmhartige God, ik dank U voor hoe U met mij begaan bent. Ik dank U dat U snapt hoe mijn piekeren mij kan klemzetten. Geef dat ik met open ogen en oren kan kijken en luisteren naar de pracht van uw schepping. Geef dat ik meer en meer leer te beseffen hoe waardevol ik ben in uw ogen. Amen

Donderdag: Jes 41, 8 – 10

8 Maar jou, Israël, mijn dienaar,

Jakob, die ik uitgekozen heb,

nakomeling van Abraham, mijn vriend,

9 jou die ik heb weggehaald van de einden der aarde,

die ik van haar verste uithoeken terugriep –

jou zeg ik: Jij bent mijn dienaar,

jou heb ik gekozen, ik heb je niet afgewezen.

10 Wees niet bang, want ik ben bij je,

vrees niet, want ik ben je God.

Ik zal je sterken, ik zal je helpen,

je steunen met mijn onoverwinnelijke rechterhand.

Het is ontroerend om te lezen hoe liefdevol God soms over mensen spreekt. Hoe bewogen Hij is met zijn volk. Die liefde en die bewogenheid mag je ook op jezelf betrekken. God heeft je teruggebracht toen je verstopt en verdwaald raakte aan het einde van de aarde. God heeft je gevonden toen je vervreemd was geraakt van jezelf, het gevoel had misschien dat je in ballingschap verkeerde. Hij heeft  jou teruggeroepen. Vriend. Vriendin. Van God.

God nodigt je uit om niet langer bang te zijn. Soms kan er zoveel angst verscholen gaan onder je minderwaardigheid en je gebrek aan eigenwaarde. ‘Wees maar niet bang’ zegt God. ‘Ik zal je sterken en helpen’. Laat het maar toe. Je bent geliefd. Je bent de moeite waarde. Er zijn mensen die van je houden. Er is God die van jou houdt.

Gebed: God vol genade, dank U wel dat U mij steeds weer roept. Dat U mij zoekt en vindt wanneer ik vervreemd ben geraakt van mijzelf en de mensen om mij heen. Wanneer mijn leven op ballingschap is gaan lijken. Wilt U mij helpen om naar uw stem te horen en op U te steunen – dat ik kan horen dat ik uw vriend mag zijn. Amen

Vrijdag: Galaten 4, 6

6 En omdat u zijn kinderen bent, heeft God ons de Geest van zijn Zoon gegeven, die ‘Abba, Vader’ roept.

Dit is echt een heel bijzondere tekst, die je even op je in zou moeten laten werken. Misschien denk je dat je zelf niet zoveel waard bent en dat niemand zich om jou druk hoeft te maken. Maar moet je horen, God heeft zijn eigen Zoon naar de aarde gezonden om ons te redden. Het was Jezus die de hemel op aarde bracht en de aarde in de hemel. Hij heeft ons met zijn niet aflatende liefde verzoend met zijn Vader.

In Jezus mogen wij kinderen van God zijn. Geen slaven. Geen werknemers. Maar kinderen. We mogen delen in Gods luister. We mogen delen in de heilige Geest. We mogen God ‘Abba’ noemen. Daar spreekt zoveel liefde uit van God voor ons. Daar word je stil van.

Gebed: ….  Abba, Vader, ….

Zaterdag: Lucas 15, 4 – 6

‘Als iemand van u honderd schapen heeft waarvan er één verloren is geraakt, laat hij dan niet de negenennegentig andere in de woestijn achter om naar het verdwaalde dier op zoek te gaan tot hij het gevonden heeft? 5 En als hij het gevonden heeft, legt hij het vol vreugde op zijn schouders 6 en gaat hij naar huis. Daar roept hij zijn vrienden en buren bijeen en zegt tegen hen: “Deel in mijn vreugde, want ik heb het schaap gevonden dat verdwaald was.”

Misschien is het voor jou een bekend gevoel. Niemand zal mij missen. Als ik niet naar het feestje ga, als ik niet meedoe, als ik – het maakt niet uit of ik er ben of niet. Maar voor Jezus ben jij echt een ander verhaal. Hij mist jou als je er niet bent. Als jij jezelf niet durft te laten zien. Als jij om wat voor reden dan ook je probeert te verstoppen. Hij is de Goede Herder die jou mist en op zoek gaat naar jou. Wat Hij belooft is niet alleen dat Hij jou zal vinden, maar ook dat de hele hemel ontzettend blij is dat jij gevonden bent. Groot feest! Want jij bent er!

Gebed: Heer Jezus, dank U dat U als Goede Herder gekomen bent om mij te zoeken als ik verdwaald ben of me verloren voel. Geef dat ik mag voelen hoe U mij draagt als ik zelf niet verder kan. Geef dat ik het feest mee mag vieren, omdat ook ikzelf blij ben dat ik thuis ben. Amen

Leesrooster op weg naar het Avondmaal

13 mei

Zondag  Doet dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken”

Lezen: Hand. 2, 41 – 47

41 Degenen die zijn woorden aanvaardden, lieten zich dopen; op die dag breidde het aantal leerlingen zich uit met ongeveer drieduizend. 42 Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan het gebed.
43 De vele tekenen en wonderen die de apostelen verrichtten, vervulden iedereen met ontzag. 44 Allen die het geloof hadden aanvaard, bleven bijeen en hadden alles gemeenschappelijk. 45 Ze verkochten al hun bezittingen en verdeelden de opbrengst onder degenen die iets nodig hadden. 46 Elke dag kwamen ze trouw en eensgezind samen in de tempel, braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde. 47 Ze loofden God en stonden in de gunst bij het hele volk. De Heer breidde hun aantal dagelijks uit met mensen die gered wilden worden.
avondmaal

In het leven van de eerste gemeenten neemt ‘het breken van het brood’, het samen Avondmaal vieren een belangrijke plaats in. In deze eerste geloofsgemeenschappen was het breken van het brood een niet weg te denken onderdeel van het verdiepen van de onderlinge verbondenheid. Samen de maaltijd vieren: agapemaaltijden, werden deze genoemd. De gemeente kwam samen en ieder droeg naar vermogen bij. Niet alleen de onderlinge verbondenheid van de jonge gemeente werd zo verstevigd, maar ook de verbondenheid met de levende HEER. Het versterkt het geloof, het weten dat uiteindelijk alles maar om één ding draait: leven vanuit dat ene middelpunt, weten dat het leven om de gerichtheid op God gaat. Leven in eenvoud en vreugde. De weg van Jezus Christus is nodig geweest om terug te kunnen keren naar dat leven uit de Geest, het leven in eenvoud en vreugde: de weg van menswording, lijden, sterven en opstanding. Deze weg heeft vergeving en verzoening gebracht. Daarom: “doet dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken.”

Om verder te lezen over de instelling van het Avondmaal op de avond van het Joodse Paasfeest: Lucas 22, 14 – 20. Over de instelling van Pesach: Ex. 12

Maandag “Het Lam van God”
Lezen: Joh. 1, 29 – 36

29 De volgende dag zag hij Jezus naar zich toe komen, en hij zei: ‘Daar is het lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt. 30 Hij is het over wie ik zei: “Na mij komt iemand die meer is dan ik, want hij was er vóór mij.” 31 Ook ik wist niet wie hij was, maar ik kwam met water dopen opdat hij aan Israël geopenbaard zou worden.’ 32 En Johannes getuigde: ‘Ik heb de Geest als een duif uit de hemel zien neerdalen, en hij bleef op hem rusten. 33 Nog wist ik niet wie hij was, maar hij die mij gezonden heeft om met water te dopen, zei tegen mij: “Wanneer je ziet dat de Geest op iemand neerdaalt en blijft rusten, dan is dat degene die doopt met de heilige Geest.” 34 En dat heb ik gezien, en ik getuig dat hij de Zoon van God is.’
35 De volgende dag stond Johannes er weer met twee van zijn leerlingen. 36 Toen hij Jezus voorbij zag komen, zei hij: ‘Daar is het lam van God.’

Bij het instellen van Avondmaal door Jezus zegt Hij bij het ronddelen van de beker: “dit is mijn bloed, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden”. We mogen dan denken
aan het bloed dat de Israëlieten op de deurposten moesten strijken, op de avond voorafgaand aan de uittocht uit Egypte. Het bloed was een teken, een verwijzing naar Gods redding. Daar waar bloed op de dorpels was aangebracht, passeerde de doodsengel. Voorbijgaan, pasach in het Hebreeuws. Het bloed gaf geen magische krachten, was niet verbonden met de ziel van het geslachte lam, maar het was een teken, een verwijzing. Geloof je dat God het leven kan schenken? Strijk dan het bloed aan de dorpels. Het gaf aan dat de Israëlieten geloofden in Gods redding, en zij lieten zien dat zij zich afhankelijk wisten van deze God van leven. En zo maakt Jezus daar ook zelf die koppeling tussen het reddende geloof in de levende God
en zijn eigen bloed, dat vergoten zal worden. Het het Avondmaal mogen we hierin Gods reddende liefde zien. De vrucht van de wijnstok is een verwijzing naar de betekenis van het lijden en sterven van Jezus. Geloof je dat Gods liefde in Jezus Christus redding brengt?

Dinsdag “Niemand uitgezonderd van Gods genade”
Lezen: Joh. 3, 14 – 17

14 De Mensenzoon moet hoog verheven worden, zoals Mozes in de woestijn de slang omhooggeheven heeft, 15 opdat iedereen die gelooft, in hem eeuwig leven heeft. 16 Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. 17 God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door hem te redden.

Ben ik wel goed genoeg? Heb ik wel iets te zoeken bij het Avondmaal? Het zijn vragen die je bezig kunnen houden, en die ervoor zorgen dat je liever maar niet naar het Avondmaal gaat. Hoe weet je zeker dat je genoeg gelooft, dat je voldoende je best hebt gedaan? De Bijbel leert nu juist dat we allemaal tekort schieten, dat we het kwaad niet buiten onszelf, maar juist in onszelf moeten zoeken. In Romeinen lezen we dat niemand uit zichzelf in staat is om zich met God te verzoenen, om zichzelf te redden. Maar het is Gods bewogenheid, Gods hart die naar ons uitgaat, die het verschil maakt. Een liefde die groot genoeg is om de wereld te redden. Juist bij het Avondmaal mogen we die diepe liefde van God met hart en ziel omarmen!

Woensdag “De ogen geopend”
Lezen: Lucas 24, 13 – 35

13 Diezelfde dag gingen twee van de leerlingen op weg naar een dorp dat Emmaüs heet en zestig stadie van Jeruzalem verwijderd ligt. 14 Ze spraken met elkaar over alles wat er was voorgevallen. 15 Terwijl ze zo met elkaar in gesprek waren, kwam Jezus zelf naar hen toe en liep met hen mee, 16 maar hun blik werd vertroebeld, zodat ze hem niet herkenden. 17 Hij vroeg hun: ‘Waar loopt u toch over te praten?’ Daarop bleven ze somber gestemd staan. 18 Een van hen, die Kleopas heette, antwoordde: ‘Bent u dan de enige vreemdeling in Jeruzalem die niet weet wat daar deze dagen gebeurd is?’19 Jezus vroeg hun: ‘Wat dan?’ Ze antwoordden: ‘Wat er gebeurd is met Jezus uit Nazaret, een machtig profeet in woord en daad in de ogen van God en van het hele volk. 20 Onze hogepriesters en leiders hebben hem ter dood laten veroordelen en laten kruisigen. 21 Wij leefden in de hoop dat hij degene was die Israël zou bevrijden, maar inmiddels is het de derde dag sinds dit alles gebeurd is. 22 Bovendien hebben enkele vrouwen uit ons midden ons in verwarring gebracht. Toen ze vanmorgen vroeg naar het graf gingen, 23 vonden ze zijn lichaam daar niet en ze kwamen zeggen dat er engelen aan hen waren verschenen. De engelen zeiden dat hij leeft. 24 Een paar van ons zijn toen ook naar het graf gegaan en troffen het aan zoals de vrouwen hadden gezegd, maar Jezus zagen ze niet.’ 25 Toen zei hij tegen hen: ‘Hebt u dan zo weinig verstand en bent u zo traag van begrip dat u niet gelooft in alles wat de profeten gezegd hebben? 26 Moest de messias al dat lijden niet ondergaan om zijn glorie binnen te gaan?’ 27 Daarna verklaarde hij hun wat er in al de Schriften over hem geschreven stond, en hij begon bij Mozes en de Profeten.
28 Ze naderden het dorp waarheen ze op weg waren. Jezus deed alsof hij verder wilde reizen. 29 Maar ze drongen er sterk bij hem op aan om dat niet te doen en zeiden: ‘Blijf bij ons, want het is bijna avond en de dag loopt ten einde.’ Hij ging mee het dorp in en bleef bij hen. 30 Toen hij met hen aan tafel aanlag, nam hij het brood, sprak het zegengebed uit, brak het en gaf het hun. 31 Nu werden hun ogen geopend en herkenden ze hem. Maar hij werd onttrokken aan hun blik.32 Daarop zeiden ze tegen elkaar: ‘Brandde ons hart niet toen hij onderweg met ons sprak en de Schriften voor ons ontsloot?’ 33 Ze stonden op en gingen meteen terug naar Jeruzalem, waar ze de elf en de anderen aantroffen, 34 die tegen hen zeiden: ‘De Heer is werkelijk uit de dood opgewekt en hij is aan Simon verschenen!’ 35 De twee leerlingen vertelden wat er onderweg gebeurd was en hoe hij zich aan hen kenbaar had gemaakt door het breken van het brood.

Het verhaal van de Emmaüsgangers laat op een prachtige manier zien hoe Jezus, als levende HEER, zich met ons verbindt. De discipelen zijn in verwarring en overmand door verdriet na het sterven van Jezus. De wonderlijke verhalen over verschijningen houden de gemoederen ook intens bezig. Als Jezus met ze mee oploopt, herkennen ze Hem niet. Ze luisteren gretig naar de uitleg van de vreemdeling, maar pas bij het breken van het brood worden hun ogen geopend. Dat is het wonder van het Avondmaal: in het breken van het brood mogen we het lichaam van Christus herkennen.

Donderdag “Ik ben het Levende Brood”
Lezen: Joh. 6, 25 – 40

25 Ze vonden hem aan de overkant van het meer en vroegen: ‘Rabbi, wanneer bent u hier gekomen?’ 26 Jezus zei: ‘Waarachtig, ik verzeker u: u zoekt me niet omdat u tekenen hebt gezien, maar omdat u brood gegeten hebt en verzadigd bent. 27 U moet geen moeite doen voor voedsel dat vergaat, maar voor voedsel dat niet vergaat en eeuwig leven geeft; de Mensenzoon zal het u geven, want de Vader, God zelf, heeft hem die volmacht gegeven.’ 28 Ze vroegen: ‘Wat moeten we doen? Hoe doen we wat God wil?’ 29 ‘Dit moet u voor God doen: geloven in hem die hij gezonden heeft,’ antwoordde Jezus.
30 Toen vroegen ze: ‘Welk wonderteken kunt u dan verrichten? Als we iets zien zullen we in u geloven. Wat kunt u doen?31 Onze voorouders hebben immers manna in de woestijn gegeten, zoals geschreven staat: “Brood uit de hemel heeft hij hun te eten gegeven.”’ 32 Maar Jezus zei: ‘Waarachtig, ik verzeker u: niet Mozes heeft u het brood uit de hemel gegeven, maar mijn Vader; hij geeft u het ware brood uit de hemel. 33 Het brood van God is het brood dat neerdaalt uit de hemel en dat leven geeft aan de wereld.’ 34 ‘Geef ons altijd dat brood, Heer!’ zeiden ze toen. 35 ‘Ik ben het brood dat leven geeft,’ zei Jezus. ‘Wie bij mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in mij gelooft zal nooit meer dorst hebben. 36 Maar ik heb u al gezegd dat u niet gelooft, ook al hebt u me gezien. 37 Iedereen die de Vader mij geeft zal bij mij komen, en wie bij mij komt zal ik niet wegsturen, 38 want ik ben niet uit de hemel neergedaald om te doen wat ik wil, maar om te doen wat hij wil die mij gezonden heeft. 39 Dit is de wil van hem die mij gezonden heeft: dat ik niemand van wie hij mij gegeven heeft verloren laat gaan, maar dat ik hen allen laat opstaan op de laatste dag. 40 Dit wil mijn Vader: dat iedereen die de Zoon ziet en in hem gelooft, eeuwig leven heeft, en dat ik hen op de laatste dag uit de dood zal opwekken.’

Wat maakt je leven nu waardevol? Wat geeft voldoening en brengt rust? Het is de vraag die in dit hoofdstuk uit het Johannesevangelie aan de orde komt. De mensen hadden lang naar Jezus geluisterd, waarna het te kort dag werd om ze zomaar naar huis terug te kunnen laten gaan. Het aanwezige eten wordt verzameld, en Jezus breekt het brood en de vis en blijft ervan uitdelen tot iedereen verzadigd is. De volgende dag komen de mensen weer op Jezus af. En zeker het wonder van de broodvermenigvuldiging zet opnieuw velen in beweging. Maar, zegt Jezus, daar gaat het niet om. Tijdens de woestijntocht kreeg het volk Israël manna uit de hemel. God zelf zorgde ervoor dat het volk de reis kon volhouden. Met weemoed denken de Israëlieten terug aan die bijzondere tijd: als dat nog eens zou kunnen. Hemels brood. Zou dat niet het echte geluk brengen? Jezus zegt: “Ik ben het Levende Brood. Bij mij vind je vrede en bestemming.”

Vrijdag “Het gaat om het lichaam van de HEER”
Lezen: 1 Kor. 11, 17 – 29

17 Nu ik u toch aanwijzingen geef: ik kan u niet prijzen om uw samenkomsten. Die doen meer kwaad dan goed. 18 Om te beginnen: ik hoor dat u bij uw samenkomsten in de gemeente partijen vormt. Tot op zekere hoogte geloof ik dat ook. 19 Het is onvermijdelijk dat er partijvorming onder u is, zodat duidelijk wordt wie van u betrouwbaar is. 20 Alleen, u komt niet samen om de maaltijd van de Heer te vieren. 21 Van wat u hebt meegebracht eet u alleen zelf, zodat de een honger heeft en de ander dronken is. 22 Hebt u soms geen eigen huis waar u kunt eten en drinken? Of veracht u de gemeente van God en wilt u de armen onder u vernederen? Wat moet ik hierover zeggen? Moet ik u soms prijzen? Dat doe ik in geen geval.
23 Want wat ik heb ontvangen en aan u heb doorgegeven, gaat terug op de Heer zelf. In de nacht waarin de Heer Jezus werd uitgeleverd nam hij een brood, 24 sprak het dankgebed uit, brak het brood en zei: ‘Dit is mijn lichaam voor jullie.  Doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken.’ 25 Zo nam hij na de maaltijd ook de beker, en hij zei: ‘Deze beker is het nieuwe verbond dat door mijn bloed gesloten wordt. Doe dit, telkens als jullie hieruit drinken, om mij te gedenken.’ 26 Dus altijd wanneer u dit brood eet en uit de beker drinkt, verkondigt u de dood van de Heer, totdat hij komt.
27 Daarom maakt iemand die op onwaardige wijze van het brood eet en uit de beker van de Heer drinkt, zich schuldig tegenover het lichaam en het bloed van de Heer. 28 Laat daarom iedereen zichzelf eerst toetsen voordat hij van het brood eet en uit de beker drinkt, 29 want wie eet en drinkt maar niet beseft dat het om het lichaam van de Heer gaat, roept zijn veroordeling af over zichzelf.

Tijdens het vieren van het Avondmaal komen verschillende aspecten naar voren. We vieren de verbondenheid met Jezus, de opgestane en de levende. Maar daarnaast vieren we ook de onderlinge verbondenheid. We zijn een wonderlijke verzameling. We hebben elkaar niet uitgekozen, we komen niet samen rondom een interesse of een hobby. We zijn samengebracht door God, in zijn huisgezin: zusters en broeders, kinderen van één Vader. Daar waar we de onderlinge liefde uit het oog verliezen, waar we uit zijn op eigen macht en eigenbelangen, daar kan het Avondmaal niet meer oprecht gevierd worden. Dat is de aansporing van Paulus: houdt de onderlinge liefde in ere!

Zaterdag  Totdat Hij komt!”
Lezen: Jesaja 25, 6 – 9

6 Op deze berg richt de HEER van de hemelse machten
voor alle volken een feestmaal aan:
uitgelezen gerechten en belegen wijnen,
een feestmaal rijk aan merg en vet,
met pure, rijpe wijnen.
7 Op deze berg vernietigt hij het waas
dat alle volken het zicht beneemt,
de sluier waarmee alle volken omhuld zijn.
8 Voor altijd doet hij de dood teniet.
God, de HEER, wist de tranen van elk gezicht,
de smaad van zijn volk neemt hij van de aarde weg
– de HEER heeft gesproken.
9 Op die dag zal men zeggen: ‘Hij is onze God!
Hij was onze hoop: hij zou ons redden.
Hij is de HEER, hij was onze hoop.
Juich en wees blij: hij heeft ons gered!’

Het Avondmaal is ook altijd verbonden met de toekomst van God die al begonnen is, maar straks ten volle zal doorbreken. Het visioen uit Jesaja schetst die toekomst: een maaltijd in tegenwoordigheid van God. Zo vieren we Avondmaal, totdat Hij komt. Maranatha.

Zeven teksten om op adem te komen

1 mrt

Voor iedereen die worstelt met de vraag of je goed genoeg bent; of God je wel ziet staan; of God wel van je houdt. Zeven teksten om op adem te komen. Voor elke dag één, een week lang, en daarna begin je gewoon weer overnieuw.

Zondag: Deut. 32: 9 – 12: gevonden en geliefd 

9 want voor de HEER gold dat volk als het zijne,

Jakob was het deel dat hij zichzelf toemat.

10 Hij vond het in een dorre woestijn,

in een niemandsland vol van gevaar.

Hij omringde het met zorg en met liefde,

koesterde het als zijn oogappel.

11 Zoals een arend over zijn jongen waakt

en voortdurend erboven blijft zweven,

zijn vleugels uitspreidt en zijn jongen daarop draagt,

12 zo heeft de HEER zijn volk geleid,

hij alleen: geen andere god stond hem bij.

Het is een bijzondere tekst, het lijkt haast een liefdesverklaring van God aan zijn volk. Het is mooi om in deze tekst je eigen naam te vullen waar ‘Jakob’ en ‘ volk’ staat. Drie punten vallen op: God vindt zijn volk: Hij zoekt je, en Hij vindt je. Ook al zwerf je door onherbergzame streken, door woestijnen of niemandsland. Daarnaast: Hij koestert je en omringt je met zorg en liefde. Je bent van grote waarde in Gods ogen. Tot slot: Hij wekt je op om zelf te leren vliegen, om op eigen benen te staan. Maar ondertussen waakt Hij wel over je en vangt je op als je dreigt te vallen! Je bent gevonden. Je bent kostbaar. Je zult worden opgevangen.

Maandag: Jes 43, 1 – 5 wees niet bang: Ik ben bij je

1 Welnu, dit zegt de HEER,

die jou schiep, Jakob, die jou vormde, Israël:

Wees niet bang, want ik zal je vrijkopen,

ik heb je bij je naam geroepen, je bent van mij!

2 Moet je door het water gaan – ik ben bij je;

of door rivieren – je wordt niet meegesleurd.

Moet je door het vuur gaan – het zal je niet verteren,

de vlammen zullen je niet verschroeien.

3 Want ik, de HEER, ben je God,

de Heilige van Israël, je redder.

Voor jou geef ik Egypte als losgeld,

Nubië en Seba ruil ik in tegen jou.

4 Jij bent zo kostbaar in mijn ogen,

zo waardevol, en ik houd zo veel van je

dat ik de mensheid geef in ruil voor jou,

ja alle volken om jou te behouden.

5 Wees niet bang, want ik ben bij je.

De week begint. Nieuwe afspraken. Een week die misschien zwaar op je drukt om wat moet. Om de angsten die met je meegaan. Omdat je zeker weet dat je deze week niet aankunt… Jesaja heeft een bemoedigende tekst voor je. Hij zegt niet: God lost het allemaal wel op. Nee, het kan zijn dat golven over je heen slaan, dat je dreigt te worden meegesleurd door een rivier, dat je kopje onder lijkt te gaan, of dat het vuur je na aan de schenen wordt gelegd. Wat Jesaja aan je meegeeft, is dat God jou trouw is in die moeilijkheden. Dat God bij je is in de diepte. Waarom? Omdat je kostbaar bent. Omdat God om jou geeft. ‘Geef mij je angst maar’. Het evangelie in één klein zinnetje: ‘Je hoeft niet bang te zijn’.

Dinsdag: 1 Samuel 25,29 geborgenheid

Mocht iemand het wagen om u te achtervolgen en u naar het leven te staan, dan zal het steentje van uw leven veilig geborgen zijn in de buidel waarin de HEER, uw God, de mensenlevens bewaart, maar het leven van uw vijanden zal worden weggeslingerd.

Gisteren ging het erover dat je niet bang hoeft te zijn. Maar ja, soms kun je het gevoel hebben dat mensen tegen je zijn. Hoe moet je je daar tegen verweren? Hoe blijf je overeind? De tekst van vandaag is van Abigaïl die in gesprek is met David. Het is een zegenwens. Een zegen brengt ons in het licht van Gods aangezicht. Abigaïl zegt: je bent veilig geborgen in de buidel van de HEER. Geborgenheid is een kwetsbaar en helend antwoord op onzekerheid, dreiging en angst. Je bent geborgen. Weet je dat ten diepste veilig bent.

Woensdag: Psalm 4 vrede

2 Antwoord mij als ik roep,

God die mij recht doet.

Geef mij ruimte als ik belaagd word,

wees genadig, hoor mijn gebed.

9 In vrede leg ik mij neer

en meteen slaap ik in,

want u, HEER, laat mij wonen

in een vertrouwd en veilig huis.

Vandaag klinkt een gedeelte uit een psalm. De dichter voelt zich onveilig; hij wordt immers belaagd, lastig gevallen. Maar hij vestigt zijn hoop op God. Want hij weet dat God een God van recht doen is. God laat onrecht niet over zijn kant gaan, geeft ruimte als je in het nauw raakt. Daar mag je op vertrouwen: God hoort naar je gebed. Dat je gehoord bent, dat God zo op je betrokken is, maakt dat je echt tot rust kunt komen. Leven in verbondenheid met God, die van jou houdt, is als een vertrouwd en veilig huis. Bij God mag je thuiskomen.

Donderdag: Rom 5, 5 – 11 verrast door hoop

5 Deze hoop zal niet worden beschaamd, omdat Gods liefde in ons hart is uitgegoten door de heilige Geest, die ons gegeven is. 6 Toen wij nog hulpeloos waren is Christus immers voor ons, die op dat moment nog schuldig waren, gestorven. 7 Er is bijna niemand die voor een rechtvaardig mens wil sterven; slechts een enkeling durft voor een goed mens zijn leven te geven. 8 Maar God bewees ons zijn liefde doordat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren. 9 Des te zekerder is het dus dat wij, nu we door zijn dood zijn vrijgesproken, dankzij hem zullen worden gered en niet veroordeeld. 10 Werden we in de tijd dat we nog Gods vijanden waren al met hem verzoend door de dood van zijn Zoon, des te zekerder is het dat wij, nu we met hem zijn verzoend, worden gered door diens leven. 11 En meer nog, dat wij God prijzen danken we aan onze Heer Jezus Christus, door wie we nu al met God zijn verzoend.

Over Gods liefde blijf je je verbazen. God liefde is in ons hart uitgegoten – het kan niet dichterbij komen dan in ons hart. Het is een zekerheid die we ons steeds meer en meer mogen toe-eigenen. Liefde die naar iedereen uitgaat, waar je ook bent, wat je ook gedaan hebt. Je bent met God verzoend. Dat je ook de ruimte mag vinden om jezelf te vergeven en je met jezelf te verzoenen.

Vrijdag: Matt. 11, 28 – 30

28 Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal ik jullie rust geven. 29 Neem mijn juk op je en leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Dan zullen jullie werkelijk rust vinden, 30 want mijn juk is zacht en mijn last is licht.’

Het is alweer vrijdag. Het einde van de werkweek. Er is veel gebeurd in de achterliggende dagen – of juist niet. Want soms blijft er zoveel liggen. Soms is er zoveel dat met je meegaat, onuitgesproken. In de stilte. Een zware last. ‘Kom maar’, nodigt Jezus uit. ‘Kom maar bij mij, juist als je vermoeid en belast bent’. Dit zijn de woorden van de Goede Herder: Hij ziet naar je om. Bij Hem mag je echt tot rust komen.

Zaterdag: Rom 8, 15 – 17

15 U hebt de Geest niet ontvangen om opnieuw als slaven in angst te leven, u hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn, en om hem te kunnen aanroepen met ‘Abba, Vader’. 16 De Geest zelf verzekert onze geest dat wij Gods kinderen zijn. 17 En nu we zijn kinderen zijn, zijn we ook zijn erfgenamen, erfgenamen van God. Samen met Christus zijn wij erfgenamen: wij moeten delen in zijn lijden om met hem te kunnen delen in Gods luister.

We sluiten de week af met een geweldig bemoedigende tekst. God nodigt ons uit om met vreugde, bevrijd van angst te leven als zijn kinderen. Ruimte en vrijheid – aan je bestemming komen. Het is iets om steeds weer toe te eigenen: we hoeven niet te leven in angst, maar we mogen in vrijheid leven. Leven vanuit verlossing uit beklemming. Iets om steeds weer aan herinnerd te worden, om je in te prenten. Ik bén kind van God.

Een heilzame gedachte op weg naar zondag.