Tag Archives: mechanismen

Wie zonder zonde is … en andere dooddoeners bij seksueel misbruik in de kerk

11 Jul

Dit artikel is verschenen in De Oud-Katholiek, Tijdschrift voor de Oud-Katholieke Kerk in Nederland, jaargang 133, juli 2017

De Oud-Katholieke Kerk in Nederland is in de achterliggende maanden opgeschrikt door berichten over (beschuldigingen) van seksueel misbruik door priesters. Deze berichten roepen – zoals eerder ook in andere kerken het geval was – veel emotie en veen verschillende reacties op. Wat vertellen deze reacties?

Er is schrik en verslagenheid, omdat ook de eigen geloofsgemeenschap niet zo veilig blijkt te zijn als gehoopt. Er is ongeloof en verwarring omdat de aangeklaagde priester ook zoveel goede dingen heeft gedaan. Er is woede omdat mensen door vertegenwoordigers van de kerk beschadigd en gekwetst zijn. Sommige reacties benadrukken het failliet van de kerk, andere reacties zoeken nuance. Sommige slachtoffers, die jarenlang gezwegen hebben, kunnen door deze onthullingen de moed vinden om ook met hun eigen verhaal naar buiten te komen. Deze reacties zijn niet uniek. Het misbruik binnen andere kerkgenootschappen, sportclubs, instellingen en families roepen vergelijkbare reacties op. Ook daar is verlegenheid, verwarring, boosheid en ontkenning te zien. Blijkbaar vallen we terug op bepaalde mechanismen en patronen om met de verhalen van seksueel misbruik om te gaan. In dit artikel wil ik deze mechanismen beschrijven. Wat zijn de achterliggende patronen en wat maakt een reactie heilzaam?

 

Esther Veerman, Afscheidsbrief

 

Een cultuur van zwijgen 

Het valt voor slachtoffers van seksueel misbruik niet mee om met hun verhaal naar buiten te komen. Dit heeft verschillende oorzaken. Allereerst gaat het misbruik hand in hand met schaamte en schuldgevoel bij het slachtoffer. Vaak worstelt het slachtoffer met de vraag waarom haar of hem dit is overkomen. Misbruik brengt een gevoel van hulpeloosheid en machteloosheid met zich mee. Het zichzelf de schuld geven kan een manier zijn om deze onmacht te hanteren. Als het immers aan het slachtoffer zou liggen dan zou hij of zij het in een andere situatie misschien kunnen voorkomen. Als ik nu eens andere kleren aan had gehad? Als ik nu eens niet naar hem gekeken had?

Daar komt bij dat het zeker voor kinderen nauwelijks mogelijk is om de schuld neer te leggen bij de volwassen vertrouwenspersonen (zoals bijvoorbeeld een ouder, coach of priester). Als de volwassene door zijn of haar rol wordt vrijgepleit, kan het kind of de jongere alleen nog maar de schuld bij zichzelf zoeken.

Deze (onterechte) schuldgevoelens versterken de toch al aanwezige schaamte. Seksueel misbruik is zo schadelijk omdat het mensen aantast in hun lichamelijkheid. Het misbruik verstoort een gezonde ontwikkeling van lichamelijkheid, intimiteit en seksualiteit. Dat het misbruik juist plaatsvindt in het kwetsbare gebied van intimiteit en lichamelijkheid versterkt de schaamtegevoelens. Het is dus niet verwonderlijk dat een slachtoffer in eerste instantie zwijgt over het misbruik.

Zwijgen uit beschadiging

Ook omstanders lijken liever te willen zwijgen over het misbruik. De eerste reden is dat omstanders in meer of mindere mate beschadigd kunnen zijn door het misbruik in de geloofsgemeenschap, de sportvereniging of het gezin. Een geloofsgemeenschap kan door misbruik mede getraumatiseerd raken (1). Net zoals bij de directe slachtoffers is een eerste overlevingsstrategie om het misbruik geheim te houden. Het is een manier om om te gaan met het gekantelde wereldbeeld. De psychologe Janoff-Bulman (2) laat zien dat we in het schrijven van ons levensverhaal steeds uitgaan van drie kernnoties: de wereld is een logisch geordend geheel en dus betrouwbaar, mensen hebben goede bedoelingen en ik ben als persoon de moeite waard. Deze noties komen door het misbruik onder druk te staan. Wanneer mensen in meer of mindere mate beschadigd zijn, kunnen ze soms scherp reageren om de herinneringen aan de schokkende gebeurtenis te vermijden.

Zwijgen vanwege de veiligheid 

De tweede reden om als omstanders te zwijgen, is dat het gevoel van veiligheid op het spel staat. Als priesters al niet te vertrouwen zijn, wie kun je dan nog wel vertrouwen? Als zoveel mensen misbruikt worden, als het echt in elke vereniging of geloofsgemeenschap plaats kan vinden, als het zo dichtbij komt – hoe kan ik me dan ooit nog veilig voelen? In wat voor wereld groeien onze kinderen op? De omstanders, de samenleving, hebben er belang bij dat gezwegen wordt over verhalen van misbruik om de idylle van een veilige gemeenschap in stand te kunnen houden.

Zwijgen uit bezorgheid

De derde reden om te zwijgen is bezorgdheid over de beeldvorming. De schandalen binnen de Rooms-Katholieke Kerk hebben het vertrouwen in en het gezag van de kerk geschonden. Die zorg is niet voorbehouden aan geloofsgemeenschappen. Ook sportverenigingen zwegen lange tijd over seksuele grensoverschrijdingen van coaches uit angst voor een negatief imago.

Ontkennen, generaliseren en bagatelliseren 

Het vraagt moed en doorzettingsvermogen van slachtoffers om hun verhaal te vertellen. Maar als de geheimhouding eenmaal doorbroken wordt, reageren omstanders vaak met ontkennen, generaliseren of bagatelliseren in een uiterste poging om de confronterende verhalen te kunnen vermijden en de idylle van veiligheid weer te kunnen herstellen.

Ontkennen

Een vorm van ontkennen is de uitspraak: ‘Ik kan me niet voorstellen dat zo’n sympathieke man tot zoiets in staat is.’ Plegers van seksueel misbruik zien er over het algemeen niet uit als monsters. Het zijn vaders, coaches, voorgangers, buurmannen, docentes – mensen die wij vertrouwen geven. De verhalen van misbruik vertellen ons dat mensen verschillende kanten kunnen hebben.

Generaliseren 

Wanneer het misbruik niet langer te ontkennen is, proberen mensen soms het misbruik te generaliseren of te bagatelliseren (3). Generaliseringen zijn de pogingen om de negatieve betekenis van het seksueel misbruik te relativeren door te doen alsof het onderdeel is van het normale leven. Een voorbeeld van generaliseren is: ‘Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen.’ Het begrip zonde wordt zo breed opgerekt, waardoor er geen ruimte meer is voor het stellen van een ethische grens. Wat opmerkelijk is, is dat een dergelijke uitspraak vaak klinkt in de context van seksueel misbruik, maar zelden wanneer er sprake is van moord of lichamelijk geweld. Wat maakt dat er zo snel vergoelijkend over misbruik gesproken wordt?

Een ander voorbeeld van generaliseren komen we tegen in de uitspraak: ‘Je moet het wel in de tijdgeest of cultuur plaatsen.’ Het is zeker waar dat zowel seksualiteit als misbruik cultureel bepaald zijn. Toch is het de vraag of deze opmerking helpend is om om te gaan met misbruik. Uitgangspunt zou moeten zijn wat slachtoffers ons vertellen. Soms gaat er veel tijd overheen voordat slachtoffers taal vinden om hun ervaringen te kunnen vertellen. De slachtoffers van de Britse BBC-presentator Jimmy Savile en de onthullingen van Engelse voetballers die in hun jeugd misbruikt zijn, laten zien hoe schadelijk het misbruik was. Decennia later hebben sommigen nog dagelijks last van de gevolgen van het misbruik.

Bagatelliseren

Het misbruik kan ook gebagatelliseerd worden: wel het feit erkennen, maar de betekenis ervan minimaliseren. ‘Het komt overal voor, niet alleen in de kerk.’ ‘Als het overal voorkomt, kan het toch niet zo diepingrijpend zijn als wordt beweerd?’ Het is waar dat misbruik in alle geledingen en in alle gemeenschappen kan voorkomen. Dit zou geen reden moeten zijn om het misbruik te bagatelliseren, maar om juist dubbel zo hard te werken aan een veilig klimaat. We zijn geroepen om in onze eigen contexten te werken aan die veiligheid.

Zondebok

Wanneer het misbruik niet langer ontkend kan worden en bagatelliseren of generaliseren niet meer werkt, grijpen mensen soms terug op het zondebokmechanisme. Nu het misbruik bekend en erkend is, wordt er gezocht naar een zondebok. Door de zondebok te offeren wordt getracht de veiligheid te herstellen. Pedoseksuelen die hun straf hebben uitgezeten, stuiten op grote weerstand als zij ergens een nieuw leven proberen op te bouwen, zoals zichtbaar werd toen in 2014 voor Benno L. een nieuwe woonplek gezocht werd. Veel mensen vinden dat pedo’s levenslang opgesloten, gecastreerd of zelfs afgemaakt zouden moeten worden.

Deze reacties gaan voorbij aan het pijnlijke gegeven dat het meeste misbruik door heteroseksuele mannen wordt gepleegd die bekenden zijn van het slachtoffer. Onze wereld wordt niet veiliger door pedoseksuelen en pedofielen als zondebokken te offeren. Natuurlijk moet het recht zijn loop hebben, maar een veilige wereld begint met het ruimte maken voor de verhalen van misbruik.

Religieuze taal versterkt het zwijgen

Wanneer het misbruik in een kerkelijke context plaats vindt, kan religieuze taal bijdragen aan het toedekken van het misbruik. Slachtoffers die met hun verhaal aarzelend naar buiten komen, worden vaak opgeroepen om te vergeven. ‘We leven toch van vergeving?’ Voorbarige vergeving maakt het slachtoffer echter monddood. Z/hij wordt immers aangespoord om, nog voordat alle verhalen verteld zijn en de gevolgen van het misbruik aan het licht zijn gekomen, alweer te stoppen met vertellen.

Tot slot is het goed om te bedenken dat kerkelijke taal al gauw ‘dadertaal’ is. Het spreken over ‘zonde’, ‘vergeving’ en ‘verzoening’ is behulpzaam voor mensen die schuld hebben door hun handelen. Voor mensen die iets is aangedaan, is dit spreken niet direct helpend. Een slachtoffer voelt zich vaak slecht en zwart van binnen. Het woord ‘zonde’ haakt aan dit gevoel. Maar er zal geen sprake kunnen zijn van vergeving, omdat het slachtoffer niet de handelingen heeft verricht. Het slachtoffer komt dan slechter de kerk uit: ik ben zo slecht, er is voor mij niet eens vergeving.
Als voorgangers meer zouden spreken over bijvoorbeeld ‘recht doen’, ‘gerechtigheid’ en ‘wraak’, komt er ruimte voor een evenwichtige verkondiging.

Ruimte voor verhalen van misbruik

Wanneer mensen geconfronteerd worden met schokkende gebeurtenissen zoals seksueel misbruik in hun eigen geloofsgemeenschap, zijn zwijgen en vermijden logische reacties. Het geheimhouden van misbruik is echter niet alleen schadelijk voor de directe slachtoffers maar ook voor de geloofsgemeenschap zelf. De geloofsgemeenschap zal in haar reactie de ethische keuze moeten maken om stem te geven aan de kwetsbare en beschadigde mens. De geloofsgemeenschap zal voorbij aan ontkenning en simplificering ruimte moeten geven aan de verhalen van misbruik.

Het bagatelliseren van misbruik leidt niet tot een veilig klimaat. Juist de erkenning van de verhalen maakt preventie mogelijk. Alleen wanneer aan slachtoffers stem wordt gegeven en er aandacht is voor de risico’s binnen de eigen context, kan aan een veilige kerk gebouwd worden.

Dr. Alexander Veerman is predikant van de Ontmoetingskerk te Vriezenveen (PKN) en is in 2005 gepromoveerd op het proefschrift ‘Ontredderd: het proces in de kerkenraad als de predikant seksueel misbruik heeft gepleegd’.


(1) A.L. Veerman, Ontredderd: het proces in de kerkenraad als de predikant seksueel misbruik heeft gepleegd. Zoetermeer: Boekencentrum, 2005.
(2) R. Janoff-Bulman, Shattered Assumptions: Towards a New Psychology of Trauma. New York: Free Press, 1992.
(3) R.R. Ganzevoort en A.L. Veerman, Geschonden lichaam: pastorale gids voor gemeenten die geconfronteerd worden met seksueel geweld. Zoetermeer: Boekencentrum, 2000.

Advertenties

Geschonden lichaam. Pastorale gids

31 Mei

In 2000 kwam het boekje van Ruard Ganzevoort en mij uit: Geschonden lichaam. Pastorale gids voor gemeenten die geconfronteerd worden met seksueel misbruik.

(Uit de inleiding:) Dit boek gaat over kerkelijke gemeenten die geconfronteerd worden met seksueel geweld. Wie alleen de krant leest beseft al hoeveel dat er moeten zijn in Nederland. Waarschijnlijk is nog slechts het topje van de ijsberg bekend. Uit betrouwbare statistieken mag worden geconcludeerd dat minstens tien procent van alle Nederlanders (mannen en vrouwen) slachtoffer is gemaakt van seksueel misbruik. Een rapport van het ministerie van justitie meldt dat 45 % van de Nederlanders zelf slachtoffer is (geweest) van structureel geweld in de huiselijke kring. Er is geen reden om aan te nemen dat in kerkelijke kring de cijfers lager liggen.

Dat betekent dat dit boek gaat over elke kerkelijke gemeente. Ook als een gemeente het zelf niet beseft, heeft ze hoogstwaarschijnlijk slachtoffers van seksueel geweld in haar midden. Even waarschijnlijk is het dat er zich daders onder de gemeenteleden zijn. In de kerkdiensten en de andere activiteiten nemen  daders en slachtoffers deel. Op het catechisatie-uur komen kinderen en jongeren die – misschien diezelfde dag nog – seksueel misbruikt, lichamelijk mishandeld of psychisch beschadigd worden. In de kerkenraad, commissies en werkgroepen
treffen we mensen aan die hun geheim pijnlijk meedragen. Op de kansel of achter het orgel staat of zit iemand die slachtoffer en / of dader zou kunnen zijn.

Opvallend genoeg is er echter in de meeste gemeenten, kerkverbanden en predikantsopleidingen geen structurele aandacht voor dit gegeven. Een aantal kerkverbanden heeft procedures opgesteld voor het geval een ambtsdrager beschuldigd wordt van seksueel misbruik. Voor het overige moet telkens opnieuw het wiel worden uitgevonden. Wanneer een gemeente wordt geconfronteerd met seksueel geweld, wordt onder grote tijdsdruk en emotionele spanning een ad hoc beleid geformuleerd, in het beste geval met adviezen van de eerste deskundige die
voorhanden is. Die deskundige hoeft echter nog geen inzicht te hebben in de bijzondere situatie van een kerkelijke gemeente.

Kortom: er is behoefte aan meer inzicht en structuur om op een goede manier als gemeente te kunnen functioneren wanneer zich een zo ingrijpende confrontatie voordoet. Dit boek wil daar aan bijdragen. Het is bedoeld voor predikanten, kerkenraden en gemeenteleden die willen werken aan een zorgvuldig beleid. Het boek is gebaseerd op onderzoek naar de verbanden tussen seksueel misbruik en geloof en uit contacten met gemeenten die met seksueel misbruik werden geconfronteerd.
Het boek is voortgekomen uit een nota voor de gezamenlijke synoden van de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden. In januari 1999 bespraken zij het kerkelijk beleid rond seksueel misbruik. Op tafel lag daartoe – naast het rapport ‘Godsdienst en Incest’ – de nota ‘Schuilplaats in de wildernis.’ Deze laatste nota over kerkelijk beleid rond seksueel misbruik was door ons samen met drs. J.G.K. Littooy geschreven in opdracht van de Dienst KTO
(Kerkopbouw, Theologie en Opleiding) van de Samen-op-Weg kerken. De synoden besloten onder meer de nota uit te laten werken en ter beschikking te stellen van de kerken en gemeenten.

Voor de uitwerking hebben we met name de concretisering naar de praktijk van de plaatselijke kerken en gemeenten op het oog gehad. Wat gebeurt er in en met een gemeente wanneer men wordt geconfronteerd met seksueel geweld? Hoe kan een kerkenraad daar zorgvuldig mee omgaan? Wat kunnen betrokken gemeenteleden doen? Hoe kan een gemeente door een zo pijnlijk proces heen begeleid en opnieuw opgebouwd worden? Om op deze vragen een antwoord te vinden hebben we gebruik gemaakt van de deskundigheid van diverse mensen die
daar direct bij betrokken zijn. In de achterliggende periode is aan zowel leidinggevenden in de kerk als hulpverleners als direct betrokkenen gevraagd om hun ervaringen met seksueel geweld, geloof en pastoraal beleid voor ons op papier te zetten. Ons past dan ook hen hartelijk te danken voor hun waardevolle bijdrage. We zijn blij dat zowel uit de Samen-op-Weg kerken als uit andere kerken en groepen mensen wilden meedenken.

Dit is geen neutraal boek. Voor ons als schrijvers niet, omdat we allebei – op verschillende wijze – betrokken zijn bij de problematiek en geraakt zijn door de schade die door seksueel geweld kan worden aangericht. Ook voor de kerken is het geen neutraal boek. De synoden spraken immers nadrukkelijk uit: ‘Seksueel misbruik is zonde: kwaad in Gods ogen en onrecht tegenover de medemens.’ En: ‘De kerk dient onomwonden te kiezen voor de slachtoffers van seksueel misbruik.’ In het gebruik van bepaalde woorden komt al direct een gekozen
gezichtspunt mee. We spreken niet in neutrale termen, maar hebben het over misbruik, daders, slachtoffers enzovoorts. In het vervolg zullen we dit wel toelichten en nuanceren, maar de principiële keuze blijft ons leiden. Daarmee zijn de vragen voor de praktijk natuurlijk niet beantwoord. Deze principiële stellingname moet bij elke uitwerking worden meegenomen. Op die manier kunnen we zorgvuldig met daders en slachtoffers omgaan. Tenslotte is het voor u als lezer geen neutraal boek. Wellicht leest u het vanuit een persoonlijke betrokkenheid (direct of indirect). In elk geval laat het onderwerp niemand onberoerd.

De tekst van het boekje vind je hier: http://www.ruardganzevoort.nl/pdf/2000_Geschonden_lichaam.pdf

geschonden lichaam

 

De pastorale gids opent met een gedicht van Esther:

Op vleugels van vloeibaar vuur
word ik gedragen
pijn doet de liefde van mensen om mij heen
zij willen mij niet laten
stilvallen
geven wat ik mijzelf ontneem
bestaansrecht
geloven dat ik ben
kwetsbaar mens
wanhopig ook
Op vleugels van vloeibaar vuur
van pijn en woede over hoe het was
dat uitloopt in doodse loopgraven
waarin ik schuilga
en wacht
Esther

Een slippertje

23 Mei

(Een artikel van enige tijd geleden over het belang van het discours waarbinnen seksuele handelingen ter sprake worden gebracht)

Gisteren (15/11/2010)  kwam eindelijk de langverwachte reactie van Wilders op de commotie rond zijn partijgenoot Eric Lucassen. Het PVV-kamerlid kwam voor het weekend in opspraak, omdat hij verzuimd had te vermelden dat hij in 2002 veroordeeld is voor ontucht. Via de media wordt steeds meer bekend over wat er zich heeft afgespeeld:http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2686/Binnenland/article/detail/1050846/2010/11/13/Zaak-Lucassen-Meisjes-werden-doorgegeven.dhtml

Deze gebeurtenis brengt de PVV in een lastig pakket. Wilders heeft zich immers in zijn verkiezingsprogramma sterk gemaakt voor strengere straffen voor zedendeliquenten. Het zou dus logisch zijn om Lucassen te verwijderen: zijn strafblad maakt een plek in de PVV onmogelijk, vooral omdat hij het niet gemeld had. De andere kant is echter dat als de PVV de zetel van Lucassen zou verliezen, het kabinet de meerderheid in de Tweede Kamer kwijt is. Een keuze tussen integriteit en macht. Niet raar dat Wilders er een weekendje over wilde slapen.

tweede kans misbruik

De uiteindelijke oplossing van Wilders is echter buitengewoon teleurstellend. Lucassen wordt mild gestraft (2 van zijn woordvoerderschappen zijn hem ontnomen – alleen die van Wonen niet, blijkbaar hoef je dan niet betrouwbaar te zijn?) en mag gewoon PVV-Kamerlid blijven. Macht heeft het ook in de PVV gewonnen van integriteit.

Het pijnlijkste is – en dat is Wilders volledig aan te rekenen – dat Wilders probeert om de handelingen waarvoor Lucassen veroordeeld is, te bagatelliseren. Lucassen is tweemaal veroordeeld tot een boete wegens burenruzie. Iedereen die met overlast van buren te maken heeft gehad, weet hoe moeilijk het is om tot een veroordeling te komen. Wanneer de rechter tot twee keer toe toch het gedrag van Lucassen veroordeelt, heeft de straat blijkbaar veel last ervaren van deze man. Het gegeven dat de rechter er tweemaal aan te pas moest komen, laat zien dat Lucassen niet gemakkelijk te corrigeren is. Wilders had minimaal de ernst van de overlast kunnen laten staan.

Het bagatelliseren van de ontucht is van een andere orde. Hij stelt dat “het in de ontuchtzaak niet zozeer gaat om seksueel misbruik, maar om een ongepaste relatie”. Met deze opmerking diskwalificeert Wilders zich als voksvertegenwoordiger. Wat is er aan de hand?

De PVV heeft zich opgeworpen als een partij die op wil komen voor een veiliger Nederland. Een van de speerpunten is het strenger straffen in zedenzaken. Nu zich echter de eerste echte kans voordoet om een statement te maken, maakt Wilders een vreemde keuze. ‘Gelukkig is er geen sprake van seksueel misbruik – alleen maar van een ongepaste relatie.’ De Nederlandse wetgeving maakt dit onderscheid (gelukkig maar!) niet: een van de vormen van seksueel geweld is ontucht met misbruik van gezag (art. 249 WvS). Er is onderscheid in de schade die de verschillende vormen van misbruik kunnen veroorzaken. Leeftijd, karakter en de thuissituatie spelen hierin een rol. Het wil niet zeggen dat jongvolwassenen en volwassenen niet lijden onder misbruik – integendeel. Diverse onderzoeken maken duidelijk dat ongewenste seksuele grensoverschrijdingen grote gevolgen kunnen hebben in het psychsich welbevinden.

Wilders kiest voor verhullend taalgebruik:  “een ongepaste relatie”. Daarmee gaat hij naast de ex-sergeant staan, die steeds heeft volgehouden dat er geen sprake was van misbruik, maar van een seksuele relatie met instemming van beiden. Alleen had hij te laat bedacht dat hij de meerdere was van de soldates. De rechters die – ook in hoger beroep – Lucassen hebben veroordeeld, hebben het hem aangerekend dat hij niet heeft ingezien wat hij gedaan heeft. Wilders laat zien dat hij met de visie van Lucassen instemt.

Om het kwaad van seksueel geweld uit te bannen, is het van belang om te beginnen met helder definiëren. We spreken over geweld, omdat de handelingen tegen iemands wil plaatsvinden en er sprake is van ongelijke machtsverhoudingen. (Zie de notitie ‘I did not have sex with that woman!”) Lucassen heeft gehandeld ten koste van de jonge soldates. Natuurlijk valt er te discussiëren of Lucassen een tweede kans verdient (niet in een publieke functie, denk ik dan), maar waar het hier om gaat is dat Wilders het misbruik bagatelliseert om het gezicht van de PVV te redden. En daarmee doet hij meer kwaad dan goed.