Tag Archives: meditatie

Wat zal de Biesbosch zeggen?

7 feb

Het is een roerige en onrustige tijd. Politiek is er veel in beweging, maar de verschuivingen in macht brengen alleen maar meer zorgen en meer instabiliteit. Grote groepen vluchtelingen uit de regio zoeken een veilig heenkomen. De spanningen lopen daardoor alleen maar op. Een groep lijkt geen last te hebben van deze zorgen en spanningen. Deze groep weet munt te slaan uit de omstandigheden. Ze profiteren volop en ervaren een zekere welvaart. De ‘gewone man’ heeft het nakijken. Het is ploeteren tegen de klippen op. Het is aanmodderen met alle onzekerheid en machteloosheid.

Dit zou zomaar over vandaag kunnen gaan. Maar we bevinden ons in Jeruzalem, 700 v Chr. (Overigens heb je gelijk, die onrust en het onrecht, is dat niet van alle tijden en alle plaatsen?) Jeruzalem wordt bedreigd door Assyrië en Egypte. Hoe blijf je als klein land overeind? En hoe blijf je staande als mens als al die machten en krachten langs en over je heen razen. Ben je niet gewoon een speelbal op de golven?

Micha, een profeet van de God van Israël, neemt geen blad voor de mond. Scherp en krachtig stelt bij wantoestanden aan de kaak. Het gesjoemel met regels voor zelfverrijking. Corruptie. Discriminatie. Dat kan en mag niet bestaan voor Gods aangezicht. Maar Micha gaat nog een stap verder. Door wiens schuld zit Israël in deze onrustige tijd? Hoe gemakkelijk wijs je niet naar de ander. Naar God. Naar de elite. Naar buitenlanders. Naar de kerk. Micha gaat niet zomaar mee met dit wijzen. Nee, hij vertelt van een rechtszaak tussen God en het volk. Iedereen wordt uitgenodigd naar zijn of haar rol te kijken.

God daagt Israël. Het is een verrassend en pijnlijk rechtsgeding. God zegt: Wat heb ik je misdaan? Daar klinkt Gods gekwetstheid en pijn in door. Het zet mij aan het denken: God verbindt zich met mij. Op leven en dood. Die verbondenheid maakt mij tot op een diep existentieel niveau verantwoordelijk. Waar het om gaat, is om het doen van gerechtigheid. Dát is hier de kern. Die gerechtigheid laat zich niet afkopen door gebeden, offers of een vroom leven. Nee, het gaat om onszelf. Pas dan zullen we zicht krijgen op de crisis waarin we ons bevinden.

De weg uit de crisis is het handelen naar Gods wil, stelt Micha. Dan opent het goede leven zich en dat geeft houvast in goede en in kwade dagen. Wat God wil? Recht doen, trouw en betrouwbaar zijn en de weg van de HEER gaan. Het komt aan op het wandelen met God.

Terug naar vandaag. Naar deze zondag voor het werelddiaconaat op 7 februari. In veel kerken zal gecollecteerd worden voor het project van Kerk in Actie in Bangladesh. De klimaatveranderingen hebben grote invloed op de delta in Bangladesh. Er zijn in toenemende mate overstromingen door wervelstormen. Er worden manieren gezocht voor een klimaatbestendige landbouw voor de boeren die in de kuststreek leven.

Maar dit kan nooit ons hele antwoord zijn. We hebben in het Westen een belangrijk aandeel in de klimaatveranderingen. Kunnen we onze schuld afkopen door deze collecte? Zullen we niet beter in de spiegel moeten kijken? Waar hebben wij in onze eigen leven mogelijkheden om op een andere manier te gaan leven?

In Micha 6 staat een opmerkelijke zin: de heuvels en bergen zijn getuigen die door God worden opgeroepen. In Bijbels opzicht is dit minder opmerkelijk dan het lijkt. De aarde is door God geschapen en dat is niet voor niets. Er is een grootse liturgie op aarde. Heuvels verheffen hun stem. Rivieren klappen in de hand. De maan en de sterren zingen van het werk van God. Met andere woorden: de hele wereld is een icoon van God. In de schepping komt God aan het licht. Wat doet mijn handelen met het loflied van de schepping?

Laten we ons oefenen om te wandelen op Gods weg: met eerbied voor de schepping, met respect en liefde voor onze medemensen, in verbondenheid met God die ons weer op de benen zet en doet opstaan. Zijn genade en liefde in Jezus Christus als dragende grond.

Kan de schepping God alle eer geven of sta ik dit loflied in de weg? Wat gebeurt er als God de Biesbosch en de polders oproept als getuigen?

Hoop!

28 dec

Meditatie voor de Top2000 dienst op zondag 27 december om 19.00 uur met de band 4Tune. Je kunt de dienst hier terugkijken.

In de film Shawshank Redemption zit een aangrijpend moment. De film gaat over het leven in een Amerikaanse gevangenis waar corruptie bij bewakers en directie een grote rol speelt. Het fragment speelt aan het begin van de film. Andy, de hoofdrolspeler, vertelt over de kracht en waarde van verbeelding. Verbeelding werkt in het hart en in het hoofd: daar bewaar je herinneringen, muziek, verhalen en beelden die voorbij de gevangenis gaan. Dat geeft ook moed en energie om door te gaan, om niet moedeloos te worden. De gedachte aan een wereld buiten de gevangenis, helpt om het in de gevangenis vol te houden.

Red, de andere hoofdrolspeler vraagt waar Andy het over heeft. ‘Hoop’, zegt Andy. Red antwoordt: ‘Hope is a dangerous thing’. Hoop is gevaarlijk, want het kan iemand tot waanzin drijven. Je hebt niets aan hoop als je in de gevangenis zit. Het is wat het is, wen daar maar aan. (Je kunt het fragment hier zien).

Daarmee zitten we gelijk midden in de thematiek. Is hoop een houvast die je door moeilijke tijden heen helpt of een last die je uiteindelijk slechter achterlaat? Als hoop alleen maar te maken heeft met onze werkelijkheid hier en nu, heeft Red gelijk. Dan is hoop niet meer dan uitgestelde teleurstelling. Je hoopt dat je vrij komt, maar dat gaat dus niet gebeuren. Je hoopt dat de behandeling het gewenste effect heeft, maar je krijgt te horen dat er geen mogelijkheden meer zijn. Je hoopt, maar …

Maar dat is niet de hoop waar Andy het over heeft. Hij spreekt over de kracht van verbeelding. Over de kracht van die andere werkelijkheid die je kunt oproepen. Victor Frankl en Edith Eger, die beiden overlevenden zijn van vernietigingskampen in WOII spreken ook over de kracht van hoop. Het helpt om in de chaos en duisternis overeind te blijven. Het helpt om perspectief te houden en toch op te staan, ook als de dag opnieuw inkt- en inktzwart is. . Het is opmerkelijk dat juist in de beklemming, juist in de gevangenis hoop zijn weg vindt.

Als symbool voor hoop wordt vaak een anker gebruikt. Dat is een mooi beeld. Een anker maak je nooit vast aan jezelf, altijd aan iets of iemand buiten jou. Een schipper gooit het anker niet in het ruim, een bergbeklimmer maakt een zekeringspunt niet vast aan zijn of haar eigen riem eigen riem. Wie of wat buiten jou helpt jou in tijden van chaos, teleurstelling en tegenslagen? Wie of wat biedt jou zekerheid? Het anker bewijst zijn waarde als jij los moet laten.

Hoop is niet eenvoudig, het moet bevochten worden. Hoop is niet vanzelfsprekend. Hoop gaat voorbij aan vanzelfsprekende antwoorden, lichtvaardige en goedbedoelde adviezen. Hoop verzet zich tegen onverschilligheid. Hoop verzet zich tegen cynisme. Hoop verzet zich tegen gelatenheid. Hoop verzet zich tegen zelfhandhaving.

Hoop is in de christelijke traditie Gods genade en liefde die op ons toekomt, dwars door lijden en dood heen in onze levensverhalen. Christelijke hoop vindt haar bedding in het visioen van het Rijk van God. Daarom leggen we ons niet neer bij onrecht en strijden we voor gerechtigheid. Daarom ervaren we vrijheid, ook al is ons leven tot een gevangenis geworden. Daarom kunnen we op de drempel van de dood, op de rand van de eeuwigheid, het leven en de liefde omarmen.

Dat is het wonder van Kerst. God die afgedaald is in onze levensverhalen. Hij liet zich vinden in de baby van Bethlehem, in alle kwetsbaarheid. Hij ging de weg van lijden, sterven en opstanding. There is a crack in everything, that is how the light comes in – zingt Leonard Cohen. Die hoop helpt ons om voorbij de angst te leven. Er is een nieuw, een ander perspectief.

Hebe Kohlbrugge, een verzetsstrijdster in de oorlog, vond haar drijfveren in het Johannesevangelie. Zij vond haar hoop en kracht in het zinnetje dat de waarheid je vrij maakt en dat Jezus de waarheid is. En dat, wie uit de waarheid is, naar Zijn stem luistert. Het evangelie maakt je vrij van alles wat vanzelfsprekend is. Wat je zo op het oog niet ziet. Het helpt je om verder te kijken en te zien wat je als onder “een verstikkende deken houdt”. Wie vrij is, is niet bang. En wie niet bang is, ziet scherp. Hebe Kohlbrugge zei: “Wij moeten op onze plek gaatjes in de deken prikken. En soms kan jij het enige gaatje in die deken zijn”

Hoop houdt je staande. Hoop leert je leven voorbij de angst. Dat maakt dat je werkelijk vrij leeft – ook als je omstandigheden verstikkend zijn. Wie of wat is jouw anker?

De weg uit de angst naar de vreugde

21 apr

Er hangt een gespannen opwinding in de bovenzaal. Op die eerste avond van de opstanding buitelen de verhalen over elkaar heen. Het stuwt toe naar een climax, daar laat Lucas geen twijfel over bestaan. De twee leerlingen die teleurgesteld en verslagen uit Jeruzalem waren vertrokken om naar huis te gaan, wisten niet hoe snel ze weer terug moesten naar de leerlingen. Vertellen wat ze hadden meegemaakt. Die vreemdeling die hen de schriften had uitgelegd. Het breken van het brood. Het opeens weten: maar dit is Jezus, onze Messias, Hij leeft!

Terug naar de leerlingen

Als ze het zaaltje binnenvallen waar de leerlingen samen zijn gekomen, roepen de andere leerlingen hen al toe. ‘Heb je het al gehoord?’ ‘Weet je wat er is gebeurd?’ ‘Het verhaal van de vrouwen moet wel waar zijn – Petrus heeft Jezus gezien!’ ‘Wij ook!’ Opgewonden en verbaasde stemmen vullen de ruimte.

Opeens valt het stil. Een laatste woord van Petrus galmt nog door de stilte. Daar, in het midden van de leerlingen staat Jezus. Zomaar. Sommigen slaan de handen voor de ogen. Anderen vallen van angst op de grond. Weer anderen kijken verbijsterd naar Jezus.

Angst en verbijstering

Wat is die angst? Waarom die verbijstering? Het is ook de vraag van Jezus. “Waarom zijn jullie zo ontzet en ten prooi aan twijfel?” Ze hadden immers net nog vol verwondering en met een zekere blijdschap verhalen over vermeende verschijningen van Jezus gedeeld? Misschien zet de aanwezigheid van Jezus alles op scherp. Al pratend was er misschien ook een zekere vrijblijvendheid. ‘Wat mooi dat Jezus voor jou verschenen is.’

Misschien speelt er nog iets anders mee. Vrijwel alle leerlingen hadden nog scherp op hun netvlies hoe zij niet hadden kunnen voorkomen dat Jezus gevangen genomen werd. Ze herinnerden de woorden van Jezus over de noodzaak van lijden en sterven – maar ze hadden het nooit willen horen. Wat zou het eerste woord zijn van Jezus tegen de groep vertrouwelingen die hem in de steek had gelaten?

Vrede!

“Vrede zij met jullie!” Dát is het antwoord van de opstanding. Vrede. Een andere, nieuwe weg. Niet de weg van wraak, van vooral zorgen voor jezelf, ook als het ten koste van anderen is, van geweld. Het is de weg uit de angst naar de vreugde. De leerlingen kunnen het niet bevatten – hoe zouden ze ook? Het gaat immers alle verstand te boven? Vol mildheid en begrip neemt Jezus zijn leerlingen mee op die nieuwe weg. “Voel mijn lichaam maar. Zie de littekens.” Het lichaam doet er toe.  Ons lijf, waarin onze geschiedenis gekerfd is. Ons lijf en ons verleden dat we zo snel ontkennen en verstoppen, geen ruimte geven om te mogen zijn, wordt aan het licht geroepen. Ons lijf mag opstaan! Daar opent zich de vreugde van de opstanding.

Tegelijkertijd betekent de opstanding ook een oproep tot inkeer. Er is een heldere scheidslijn tussen doodsheid en leven. Doodsheid is alles wat ontmenselijkt, wat ons afhoudt van onze bestemming. De zwaarte, duisternis en hopeloosheid. De oproep geldt die weg. Opstanding betekent dat we in ons handelen naar onszelf en naar anderen toe aan het licht gebracht worden.

Misschien is dat de diepste vreugde van Pasen: het opnieuw mogen beginnen. “Kom tot inkeer, opdat je zonden worden vergeven”, zegt Jezus. Het is de vergeving die je de ruimte geeft opnieuw te mogen beginnen. Vergeving als onderdeel van die nieuwe weg. Vergevend leven, omdat we weet hebben wat het betekent vergeven te zijn. Deze vergeving is nooit goedkoop en raakt ons hele bestaan.

Kracht uit de hemel

De leerlingen krijgen een belofte mee. Ze zullen bekleed worden met kracht uit de hemel. Dat is het nieuwe kleed waarin ze zich mogen hullen. De kleding die hen de warmte en bescherming biedt. Het kleed dat onze harnassen overbodig maakt, zodat we met open vizier de ander van harte Gods vrede mogen toewensen. Wat een vreugde!

Waar is God in tijden van nood?!

3 jun

“Waar was God? Waar ís God?”

Ik kijk mijn gesprekspartner aan. De ogen verraden de pijn die achter deze vraag schuil gaat. De vraag naar God raakt aan een diepte die nauwelijks te peilen is. Het raakt aan het zoeken naar houvast, naar het verlangen om te mogen schuilen, naar beschutting en bescherming. Het raakt aan eenzaamheid en verlorenheid op momenten dat het leven zwaar was en door de vingers dreigde te glippen.

Esther Veerman ‘In de wereld’

Geen antwoord

We zijn stil. Deze uitroept vraagt niet perse om een antwoord, maar om een voorzichtige verkenning. Wat betekent deze episode uit je levensverhaal voor je? Wat had je van God gehoopt of verwacht? Waar vind je rust?

Vaak is het uitroepen van deze vraag al een opluchting. Mag je zo over God spreken? Mag je zo tegen God je teleurstelling en woede uitschreeuwen? De psalmen zijn hier duidelijk in.

Ja.

De psalmen gaan ook over het leven. Over momenten van dankbaarheid én over de ruwe kant. De psalmdichters reiken ons woorden aan wanneer de bodem onder onze voeten wordt weggeslagen. De psalmen beschrijven hoe het is wanneer de golven dreigend over je heen slaan. In de psalmen lezen we dat God aanbidden soms niet anders kan dan door de hartenkreet: ‘God, waarom?!’

Dragende liefde

Iemand anders vertelt mij hoe hij in een uiterst moeilijke fase van zijn leven zich door God geleid heeft gevoeld.  “God heeft mij geholpen. Hij was er altijd. Op momenten dat ik er doorheen zat, stuurde Hij een engel om mij te dragen of te troosten. Nee, ik ben nooit alleen geweest.” Ik zie de ontroering in het gezicht van mijn gesprekspartner. Wat is het kostbaar en waardevol om deelgenoot te mogen worden van deze verhalen.

 

Overgave en verzet

Wat opvallend is in de Bijbel dat deze overgave en deze scherpe vragen soms heel dicht tegen elkaar liggen. Vaak lees ik in een pastoraal gesprek het laatste gedeelte uit Romeinen 8. Een prachtig en bemoedigend statement van Paulus: ‘Niets kan mij scheiden van de liefde van God door Jezus Christus’. Het is een overtuiging waar Paulus bij uitkomt na stil te hebben gestaan bij het lijden in ons eigen leven en om ons heen. Het ‘zuchten van de schepping’.

Schreeuwen naar God

Maar er is nog iets opvallends. In dat prachtige slot van hoofdstuk 8 staat een wonderlijk citaat: ‘dag na dag worden wij om U gedood en afgevoerd als schapen voor de slacht’. Het is een citaat uit psalm 44. Een psalm die schreeuwt om God, waarin de dichter zich in de steek gelaten voelt en uitroept: ‘God, slaapt U?!’ Met een beroep op Gods trouw en Gods naam blijft hij roepen en bidden tot God.

Zo kan het zijn. Het roepen – als een diep en intens gebed. En soms ergens iets opdoen aan Gods beschermende vleugels. Verzet en overgave. Kernwoorden van ons geloof.

Lastenverlichting

27 jun

Het is aanwezig. Eigenlijk altijd wel. Onzichtbaar vaak. Meestal kan ik het niet zien. Een krachtige handdruk bij de deur, een vrolijk welkom en een kwinkslag. Maar gaandeweg in het gesprek gaat er soms iets open. Even maar.  Een vluchtig inkijkje in het levensverhaal – een blik op de rugzak die wordt meegedragen. De lasten die soms zo bepalend kunnen zijn, de tools om het leven te hanteren, de zwaarte die snijdt, de verlangens en overtuigingen die richting en koers bepalen, het houvast dat balans brengt of juist uit evenwicht brengt – de rugzak die we allemaal meedragen. Vaak ben ik onder de indruk van de ballast die mensen soms mee moeten dragen – door verlies, tekorten, teleurstellingen en tegenslagen.

“Komt naar mij”

Het zijn deze geschiedenissen die naar boven komen als ik de roep van Jezus hoor: “Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal ik jullie rust geven.”(Mattheüs 11 vers 28). Het is mijn eigen verlangen dat wordt gewekt door deze uitnodiging van Jezus – het vinden van rust. Ik voel de zwaarte van mijn eigen rugzak, ik merk hoe vaak ik mezelf opjaag en hoe gemakkelijk ik uit balans raak. Waarom eigenlijk? Wat drijft me? De uitnodiging kent een verrassend vervolg. Jezus zegt: ‘Neem mijn juk op je’. Is dat vrijheid? Is dat niet gewoon de ene beklemming vervangen voor de andere?

Er is altijd een juk

Het is een illusie om te veronderstellen dat je zonder juk kunt leven. Een juk verdeelt de lasten die je meedraagt. Een juk helpt om het evenwicht te bewaren en om in balans te blijven. Een goed juk helpt je om wendbaar te blijven, om je handen vrij te houden. Onder een slecht juk ga je gebukt. Dat is de vraag achter de uitnodiging van Jezus: wat zet jou in beweging? Hoe draag jij de lasten van het leven?

Juk van onzekerheid

Zelf heb ik jarenlang geleefd met het juk van onzekerheid. Als kind, als tiener, als jongvolwassene. Ten diepste had ik het gevoel dat ik me voortdurend moest bewijzen. Ik moest presteren om er te mogen zijn. Mijn onzekerheid kwam voort uit de gedachte dat ik niet geliefd was. Misschien was die gedachte onzin. Als kind had ik echter niet de ruimte gevonden om hierover te kunnen spreken. De gedachte zette zich vast en beheerste mijn leven. Het juk van onzekerheid. Het juk van het zoeken naar erkenning en er mogen zijn.

Belast

Hoe meer ik zocht en worstelde, hoe zwaarder mijn rugzak werd. De last was nauwelijks te dragen. Er was geen ruimte voor positieve ervaringen, omdat de onzekerheid meer en meer ruimte in nam in mijn rugzak. Er kwam steeds minder ruimte voor wat het leven licht en vrolijk maakte.

Verlangen

Ik hoorde de roepstem, maar het kostte jaren om mijn eigen vertrouwde juk op te geven en het juk van Jezus te aanvaarden. Het waren de mensen die trouw bleven, mijn gezin, mijn vrienden, soms toevallige passanten die iets van God deden oplichten. Iets van Gods genade, van aanvaarding en welkom, nestelde zich in mijn rugzak. Iets van Gods vergeving waardoor het leven lichter werd. ‘Mijn juk is zacht, mijn last is licht’, zegt Jezus. Hij nodigt uit om van Hem te leren, want, zegt Hij, ‘Ik ben zachtmoedig en nederig van hart’.  Geduld, uithouden in verhalen, liefdevol uitnodigen om te veranderen – dienstbaar, nooit overheersend. Een klop op de deur, nooit een stormram die de deur inbeukt.

Evenwicht

Mijn lasten gaan met mij mee. Het zijn mijn lasten. Mijn verhalen en mijn levenslessen. Maar het juk van Jezus helpt om de lasten in evenwicht te brengen. Zijn last leert mij om op te staan en het leven te omarmen. “Komt allen tot Mij die vermoeid en belast zijn”.  Er ís lastenverlichting.

Stemmen in de stilte – gedachten bij Marcus 1, 12 – 15

21 feb

Je zou er zomaar overheen kunnen lezen: ‘Meteen daarna dreef de Geest hem de woestijn in.‘ (Marcus 1, 12). Het is een wonderlijke actie op een vervelend moment. Jezus staat nog maar nauwelijks op de oever van de Jordaan, de rivier waarin Hij zojuist gedoopt is. Een bijzonder en onvergetelijk moment. De doop markeert het begin van Jezus’ optreden, van zijn roeping. Een roeping die van Godswege bevestigd wordt. Er klinkt een stem uit de hemel: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde.’  Op het moment dat Jezus opstaat uit het water, scheurt de hemel open en daalt de heilige Geest in de gedaante van een duif  op Hem neer. Openscheuren zegt Marcus – de scheiding tussen hemel en aarde is niet langer nodig. Met Jezus begint iets nieuws. Het Koninkrijk van God is nabij.

Door de Geest in de woestijn

Het is zo’n moment dat alles op zijn plek valt. Zo’n moment dat alles goed is. De bevestiging van wie je bent. De aanvaarding van je roeping. De ervaring van Gods nabijheid. Zet de tijd stil en laat het voor altijd zijn. De Geest van God werkt blijkbaar anders. Jezus wordt de woestijn in gedreven. Opnieuw krachtige taal: de Geest die Jezus voortdrijft. Een Godservaring brengt je blijkbaar niet perse op gebaande wegen of op de toppen van geluk. De woestijn is hier de bestemming. Veertig dagen.

waar is God

Onherbergzaam

De woestijn is onherbergzaam. Een plaats van droogte en verschraling. De woestijn staat in de Bijbel voor ons bestaan in alle kwetsbaarheid. Het bestaan in de kern. Geen muren meer en geen maskers. Een plaats van eenzaamheid ook. Het is de plaats die ons bepaalt wat of wie ons drijft. Wat zijn onze drijfveren? Waarom gaan die hooligans in Rome zo uit hun dak? Waarom worden mensen hard, egoïstisch en kil als ze bij IKEA koopjes proberen te scoren? Maar ook positief: de buurvrouw die zonder morren zonder er iets voor terug te verwachten voor het oudere echtpaar zorgt nu de man is gevallen. Welke behoeften drijven ons in onze dagelijkse bezigheden?

Terug naar de kern

Veertig dagen. Het roept gedachten op aan de woestijntocht van Israël, op weg naar het Beloofde Land. Veertig jaar duurde de reis. Het perspectief was thuiskomen in Gods beloofde Koninkrijk. Maar tijdens de reis bleek hoe moeilijk het was om dit perspectief vast te houden. Zorgen om eten en drinken, angst om dreiging, woede om verloren hoop maakten dat het volk van God steeds weer tegen God koos. Nu maakt Jezus dezelfde tocht. Terug naar de kern. Gedreven door de Geest.

Wat drijft ons?

Wat drijft ons? Waarom doen we wat we doen – of laten we dingen juist na? Soms hebben we het nodig om even stil gezet te worden. In de woestijn. In de eenzaamheid en leegte. Wat drijft ons, welke stemmen klinken in de stilte? Jezus is omringd door wilde dieren. In psalm 22 lezen we over de dreiging die uitgaat van wilde dieren: 21 Bevrijd mijn ziel van het zwaard, mijn leven uit de greep van die honden. 22 Red mij uit de muil van de leeuw, bescherm mij tegen de horens van de wilde stier. 

In de stilte kunnen de wilde dieren die ons opjagen en voortdrijven nog hoorbaarder worden. We rennen, creëren drukte, lopen onszelf voorbij om de stemmen in de stilte maar niet te horen. De stemmen die zeggen dat je niet goed genoeg bent, dat je jezelf steeds weer moet bewijzen, dat je vooral voor jezelf moet zorgen, dat je pas wat voorstelt als –

Tegenstem

Jezus krijgt in de woestijn te maken met satan, de tegenstander, de tegenstem. God zei: ‘Je bent mijn geliefde kind’. Het is de tegenstem in de stilte van de woestijn die Gods stem lijkt te overschreeuwen. De stem van de twijfel. ‘Ben jij wel echt geliefd?’ ‘Denk je echt dat God voor jou zorgt?’ ‘Je bent machteloos, je stelt niets voor!’ ‘Hou toch op met die ander, zorg voor jezelf.’

Aanvaarding

Het is Jezus die deze tegenstem het zwijgen oplegt. ‘Ik breng het goede nieuws: Gods Koninkrijk is nabij!’ Het is de stem van aanvaarding en genade die zacht maar onmiskenbaar in de stilte klinkt. Genade.

Het vraagt om open handen.

Wit als sneeuw

24 jan

Vanochtend was Vriezenveen bedekt met een prachtige laag witte sneeuw. Sneeuw maakt de wereld direct anders. Opgewonden stemmen van kinderen. Ouders die voor hun kinderen de mooiste sneeuwpoppen maken. Vaders die de slee aan de auto binden en een stukje gaan rijden met hun slingerende kroost achter de auto (typisch Twents?). Onze hond Flower die zo enthousiast is dat ze per ongeluk zomaar met een  grote hond gaat spelen. Vrolijkheid en uitgelatenheid in de straat. Binnen een paar uur zijn scherpe scheidslijnen vervaagt. Viezigheid en modder verdwijnt onder de sneeuw. Een nieuw landschap ontrolt zich en nodigt uit om voorzichtig de eerste stappen te zetten in een wereld die nog niet is aangeraakt.

UitzichtSneeuwVoetstappen

Jesaja

In Jesaja, een van de profeten uit de Bijbel, lezen we hoe het beeld van de sneeuw gebruikt wordt als een beeld van Gods vergeving. “De HEER zegt: Laten we zien wie er in zijn recht staat. Al zijn je zonden rood als scharlaken, ze worden wit als sneeuw, al zijn ze rood als purper, ze worden wit als wol.” (Jesaja 1, 18). Dat is het spectaculaire aanbod van God: alles wat je met je meedraagt, al je overtredingen en ongerechtigheid – dat wil Ik vergeven. Een nieuw begin. Een nieuw landschap, ongerept. Een nieuw leven. Dát is Gods uitgestoken hand.

Vergeving en bekering

Deze vergeving vraagt om beweging, om bekering. Om waar het in je vermogen ligt te herstellen waar je anderen beschadigd en tekort gedaan hebt. Als je de liefde van God in je leven hebt ervaren en als de vergeving de dragende grond onder je bestaan is geworden, dan kan het niet anders dan dat je anders in het leven bent komen te staan. De liefde die jouw leven heeft veranderd, geef je door. Bij de vergeving hoort bekering.  In Jesaja lezen we de volgende woorden van God: “Was je, reinig je, maak een eind aan je misdaden, ik kan ze niet meer zien. Vermijd alle kwaad en leer goed te doen. Zoek het recht, houd tirannen in toom, bied wezen bescherming, sta weduwen bij.” (Jesaja 1, 16 en 17)

Sneeuw

Het is goed om het beeld van de sneeuw vast te houden. In de witte sneeuw is nieuwe viezigheid veel zichtbaarder dan voor de sneeuw gevallen was. De sneeuw nodigt uit tot vrolijkheid en uitgelatenheid. Zo biedt Gods vergeving ook vreugde. Het nodigt echter ook uit om te veranderen.

Advent: “Zwaarden omsmeden tot ploegijzers”

16 dec

Advent is de periode van verwachten, wachten, kijken en leren zien. Vier weken lang kijken we met reikhalzend verlangen uit naar het Kerstfeest, de komst van God op aarde. In het kleine, het kwetsbare opent zich een nieuw begin dat in dienende kracht de wereld zal veranderen. In het duister, in het diepste donker van de nacht gloort het licht dat levensveranderende hoop brengt.

Met Kerst worden we eraan herinnerd dat wij niet op hoeven te klimmen naar de hemel, maar dat God afdaalt in onze gebrokenheid en vervreemding. Daar waar ik het vertrouwen verlies in mijzelf en in de mensheid door al het duister geweld, al het kwetsen door zelfhandhaving en de commercialisering van het leven, blijft God geloven in de mens. Sterker nog, Hij wérd mens. Wat ziet God dat ik niet zie?

Leren zien.

Tree of life (British Museum)

Tree of life (British Museum)

Throne of weapons (British Museum)

Throne of weapons (British Museum)

In het British Museum zijn deze beide werken te zien. Ze zijn gemaakt na het beëindigen van de burgeroorlog in Mozambique in 1992 van ingeleverde wapens. De dreigende AK 47’s zijn nog duidelijk te herkennen.

Het is een initiatief van bisschop Dinis Sengulane van de Christian Council for Mozambique. Het project heet ‘Transforming arms into tools, en is geïnspireerd op de tekst uit Jesaja 2, 4: “Hij zal rechtspreken tussen de volken, over machtige naties een oordeel vellen. Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers en hun speren tot snoeimessen.”

Leren zien: tekenen die voortkomen uit en verwijzen naar Gods Koninkrijk.

God, zie mij in mijn gebrokenheid. Daal toch af in mijn duisternis, Licht van de Wereld. Kom, o, kom Immanuel  

Wees waakzaam – maar niet angstig

29 nov

In de evangeliën lezen we verschillende teksten waarin Jezus spreekt over het ‘einde van de tijden’. Teksten die in mijn oren altijd donker en dreigend klonken. De dreiging van het naderend oordeel. De oproep om te waken, zodat de Heer je niet slapend zou aantreffen, maakten mij als kind bezorgd en onrustig. ‘Wees waakzaam’ betekende: ‘pas op’ en maakte angstig.

Advent

Morgen (30 november 2014) is het de eerste zondag van Advent. De Adventsperiode is een tijd van verstilling en inkeer. Een tijd om te verwachten, vooruit te kijken met reikhalzend verlangen. Op deze eerste adventszondag staat de oproep van Jezus centraal over het einde van de tijden: ‘Pas op, wees waakzaam. Jullie weten niet wanneer die tijd zal komen. (…) Laat hij jullie niet slapend aantreffen wanneer hij plotseling komt. Wat ik tegen jullie zeg, zeg ik tegen iedereen: wees waakzaam.’ (Marcus 13, 33vv)

ochtendgloren

ochtendgloren

Rede van Jezus

In de rede van Jezus spreekt Hij over het einde, over de komst van de Mensenzoon én over een nieuw begin – als het nog nauwelijks zichtbare uitbotten van de takken van de vijgenboom.  Het einde kan ons behoorlijk bezighouden. Wat wordt er niet veel over het einde van de wereld gespeculeerd. Het is een vraag die ons niet loslaat: als wijzelf geboren worden en moeten sterven, als gemeenschappen komen en gaan, hoe is het dan gesteld met de mensheid in haar geheel?

Einde als verbroken verbondenheid tussen God en mens

Die vraag is aan de orde in de rede van Jezus. Alleen kent de Bijbel aan ‘het einde’ een specifieke betekenis toe. Van het einde is sprake wanneer de verbondenheid tussen God en de mensen ophoudt. Dat staat op het spel als het over het einde gaat: zijn wij nog verbonden met de God van Israël? Met Gods Naam die nabijheid en redding betekent? Wanneer de verbondenheid van God met mensen verbroken is, gaat dit gepaard met schokkend verschijnselen: de zon zal verduisterd zijn, de maan geen licht meer geven. Waarom moet dit gebeuren? Omdat wij de band met God steeds weer verbreken. We ruilen God in voor ons eigen beeld van god. De god van ons eigen denken en handelen. De god voor ons eigen karretje. We zijn geschapen om beelddrager van God te zijn, maar we maken God tot ons eigen beeld. Wanneer God mens wordt, dreigt de diepste en onafwendbare crisis. In het lijden en sterven van Jezus wordt het einde van de verbondenheid in alle verschrikking zichtbaar. Wanneer Jezus wordt gekruisigd, valt er een diepe duisternis (Marcus 15, 33). Jezus schreeuwt het uit: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?’ Aan het kruis is er verlatenheid. Daar is het einde, daar is de verbondenheid van God met mensen verbroken. Er is geen zon meer, geen maan. Dit is het einde van de wereld. Dezelfde Jezus die dit einde aankondigt, is ook de Mensenzoon aan wie dit wordt voltrokken.

Een nieuw begin

Maar er klinkt een vervolg: de Mensenzoon zal komen. Het graf kon Hem niet vasthouden. Er komt een nieuw begin. Marcus spreekt over het uitbotten van de vijgenboom waardoor je weet dat de zomer gaat beginnen. Dat begin, dát zit er aan te komen roept Marcus ons toe. Niet het einde is nabij, maar het nieuwe begin! Het einde van de wereld valt samen met de dood van de Mensenzoon. Maar in dat einde is ook een nieuw begin. Daarom worden we opgeroepen om waakzaam te zijn. Er is een nieuw tijd begonnen toen de steen van het graf werd weg gewenteld. We worden uitgenodigd bedacht te zijn op twee dingen: de oude tijd zal voorbijgaan – en dat roept de vraag op: waar ben ik mee bezig? De nieuwe tijd is opengegaan met de opstanding – en dat roept de tweede vraag op: waar is God mee bezig?

We worden uitgenodigd om met die vragen aan de slag te gaan. Zitten we in ons denken en doen op Gods spoor? Door het sterven en opstaan van Jezus mogen we ons opnieuw verbonden weten met God. Dat vraagt om wakend leven: slapen en indutten is het ergste wat ons kan overkomen.

‘Vang mijn tranen op in uw kruik’ – zondag van de voleinding

23 nov

Op zondag 23 november 2014 is het de laatste zondag van het kerkelijk jaar. Het is om verschillende redenen een bijzondere zondag. Volgende week zondag begint het nieuwe kerkelijk jaar met advent: inkeer, verstilling en verwachting. Het vooruitkijken naar een nieuw begin, naar tekenen van hoop – hoe klein en kwetsbaar die hoop soms ook kan zijn. Vier weken lang leven we toe naar Kerst, het feest van de menswording van God. We leven toe naar de geboorte van Jezus die Gods Naam in onze diepste nood en duisternis heeft gespeld. In het midden van de gebrokenheid, van ontheemding en eenzaamheid, heeft Hij het koninkrijk van God aangekondigd: het Rijk van vrede, recht en barmhartigheid.

traan

Gebrokenheid

Het is de gebrokenheid die we soms tot diep in onze ziel kunnen ervaren. Zeker wanneer we geliefden los hebben moeten laten en onze weg al wankelend en aarzelend zoeken in dat onbekende land van de rouw. Op de laatste zondag van het kerkelijke jaar  noemen we de namen van hen die ons uit ons midden in het afgelopen kerkelijk jaar ontvallen zijn. Als kerkelijke gemeenschap gedenken we. We hechten er waarde aan om ruimte te maken voor verdriet, gemis en verlies. Het noemen van de namen stelt onze overledenen present in ons midden, in de ruimte en de geborgenheid van God. Zoals we ook met het vieren van het Avondmaal ons verbonden weten door het Lichaam van Christus met allen die ons zijn voorgegaan.

We noemen zowel de namen van de overledenen als ook van de dopelingen. De doop vertelt ons van Gods genade: Gods liefde vóór alles uit. De doop tekent Gods bewogenheid en betrokkenheid: door het water van nood en dood worden wij in het licht van het leven geheven. Vanuit deze doopgedachtenis gedenken we. We mogen wandelen onder Gods hoede in het licht van het leven (psalm 56, 14). Het is een hoopvolle belofte die op ons toekomt.

Land van ellende

De dichter van psalm 56 roept vanuit een bedreiging en verdrukking tot God. ‘Wees mij genadig’. De dichter verkeert in ellendige omstandigheden. ‘Ellende’ betekent letterlijk: ‘uitlandig zijn’. Hij is een vreemdeling geworden in zijn eigen leven. Een leven dat gekenmerkt wordt door het verlangen om weer thuis te komen, ten diepste gekend te zijn. Een leven dat gekenmerkt wordt door heimwee. Heimwee naar de tijd voordat … Heimwee naar onze geliefden die er niet meer zijn. Heimwee – een pijn die snijdt door het hart.

‘Wees mij genadig, God’ – een roepen vanuit de diepte, vanuit de gebrokenheid. Een roepen als het diepst denkbare gebed. De dichter David noemt de psalm ‘een stil gebed’. Woordloos en zonder geluid kan ons roepen zijn. Maar in alles wat onzeker is geworden, in de chaos en de dreiging, weet David tot wie hij moet roepen: God! De psalm maakt ruimte voor vragen, voor woede en voor verdriet. Dat is heilzaam.

‘Vang mijn tranen op in uw kruik’

Hier in deze psalm klinkt geen goedkope troost. Geen voorbarige troost. Hier is ruimte voor het verdriet. ‘Vang mijn tranen op in uw kruik’. Dat is ondanks alles de grond onder de voeten van David, de zekerheid in zijn gebroken bestaan. Mijn verhaal is verbonden met deze God. Hij heeft weet van elke traan. Wat kunnen wij soms in stilte lijden. Hoe kunnen we ons soms verstikt voelen in verdriet. Hoeveel pijn kan er soms achter één enkele traan schuil gaan? Voor God zijn onze tranen kostbaar. Voor God mag ons verdriet bestaan. Hij troost ons – zachtjes droogt Hij de tranen van onze ogen. Een liefdevol en troostrijk beeld uit Openbaring 21. Een beeld om vast te houden op deze zondag van de voleinding.