Tag Archives: meditatie

‘Eeuwig duurt zijn trouw’ – maar wat als het leven pijn doet?

9 nov

Soms lijkt ons geloof en de grootheid van God in sterke mate af te hangen van onze eigen ervaringen. Wanneer we geluk, rust of vrede ervaren en we God dichtbij voelen, lijkt het zoveel makkelijker om mee te zingen met psalm 118 (Loof de HEER, want Hij is goed – eeuwig duurt zijn trouw). Zijn goedheid en trouw zijn terug te vinden in zegeningen, in het geluk dat je te ten deel is gevallen. Wanneer je echter te maken hebt met tegenslagen, met verlieservaringen, wanneer je nachten lang naar God geroepen hebt om hulp, maar vooral verlatenheid en eenzaamheid ervaart – kun je dan nog uit de voeten met woorden over Gods trouw?

loven-en-prijzen

Het zijn vragen die vaak in het pastorale gesprekken naar voren komen. Vragen die iets vertellen over het verlangen om iets van Gods nabijheid, van Gods vrede mee te maken. Het zijn vragen die vertellen over de zwaarte waarmee we soms zo intens kunnen worstelen.

De dichter van Psalm 118 heeft weet van datgene wat je kan bedreigen en beknellen. In een tijd dat het water hem aan de lippen stond, in een tijd dat hij benauwd werd, vertrouwde hij op de naam van de HEER. Drie keer noemt de dichter het: de dreiging – ik weerstond het met de naam van de HEER. Dat is het geheim van het levensverhaal van deze schrijver. Vertrouwen op de Godsnaam: ‘Ik ben’. Het is een naam die niet geclaimd kan worden, die niet voor je karretje gespannen kan worden. Daar waar de Godsnaam verwordt tot een vaststaand gebeiteld godsbeeld verliest het aan kracht. De Godsnaam drukt beweging, betrokkenheid en bewogenheid uit.

Van deze naam gaat redding uit. In het aanroepen van die naam komt God present. In het aanroepen opent zich uitzicht en perspectief. Het is de belofte die deze Godsnaam in zich draagt, die vertrouwen wekt en toekomst opent. Geloven gaat verder dan gevoel. Juist in tijden van dreiging en benauwdheid is er weinig ruimte om Gods nabijheid te ervaren. Het gevoel dat misschien overheerst is het gevoel van verlatenheid en verlorenheid. Gods antwoord op onze schreeuw om nabijheid en recht is niet dat Hij onze pijn en verdriet wegneemt, maar de belofte dat Hij ons in ons levensverhaal niet alleen zal laten. Deze belofte is het diepst zichtbaar geworden in de komst van Jezus Christus. Hij heeft Gods liefde tot in de diepste nacht gespeld.

Wat belangrijk is in deze psalm is dat de dichter de ervaring van redding naar de tempel brengt. Hij brengt de dank in Gods ruimte. Misschien is dat wel het belangrijkste en mooiste wat geloofsgemeenschappen mogen doen: getuigen en verhalen van Gods reddende liefde. Het loven en prijzen van God is het erkennen dat de Godsnaam redding brengt. Zo kunnen we tot steun en bemoediging zijn voor allen die worstelen en zoeken naar redding uit benauwdheid. In ons handelen, in onze daden mag iets oplichten van de liefde van de Vader (Matt. 5, 16)

Met open armen. Meditatie bij Lucas 15, 11 – 32

10 mei

Het is een aangrijpend tafereel: de vader die met open armen zijn verloren gewaande zoon tegemoet rent. In die ontmoeting, in die open armen komt de lange zoektocht van de zoon ten einde. Niet langer verloren voelen, maar thuis komen – de plaats van aanvaarding, van liefde, van toekomst. De vader die liefdevol zijn armen uitstrekt. Hier spreekt een hart dat vol ontferming en betrokkenheid met onvoorwaardelijke liefde naar de terugkeer van de zoon heeft uitgekeken.

Daar gaat het om in de gelijkenis die Jezus vertelt. Het gaat over verloren zijn, vervreemd raken van bestemming en bedoeling – en over thuiskomen. Op verschillende manieren kunnen we verloren raken. Soms door eigen keuzes, soms door wat ons wordt aangedaan. De jongste zoon maakt zelf een keuze met verstrekkende gevolgen. Hij eist zijn erfdeel op. Het is een botte en pijnlijke actie. Feitelijk wenst de jongste zoon zijn vader dood. Hij wil zijn geld en hij wil weg. Het is een scherpe verwerping van het vaderhuis waarin hij is opgegroeid. De actie van de zoon is de ontkenning van de fundamentele visie in de Bijbel dat de mens pas echt leeft op de adem van God. Als zij/hij diep van binnen beseft met elke vezel verbonden te zijn met God. Thuis zijn  is de stem horen die zegt: ‘Jij bent mijn geliefde kind.’

terugkeer van de verloren zoon

Maar telkens ontvluchtte de zoon het huis van de vader. Telkens bleek ik doof voor de stem van de liefde.

Maar hoe kan dat? Als het zo goed toeven is in de ruimte van God, waarom zou je dan willen vertrekken? Misschien is de belangrijkste reden wel dat deze liefdevolle stem spreekt in het verborgene van mijn hart. Deze stem klinkt in het suizen van een zachte bries. Deze stem is verbonden met het zegenende licht van Gods gelaat. Het vraagt van mij om mijn  wezen af te stemmen op die stem.

Om ons heen klinken echter andere stemmen. Verleidelijke stemmen die mij oproepen het huis te verlaten, om te laten zien wat ik waard ben. Verleidelijke stemmen die mij toeroepen dat ik mijzelf moet bewijzen, dat ik mijn toekomst veilig moet stellen door aanzien te verwerven. Soms zijn het anderen die ons beschadigen door ons vertrouwen te schenden, ons geweld aan te doen en ons kwetsen en neerhalen.

Hoe breekbaar kan mijn geloof zijn. Ik ben bang dat ik niet voldoe voor God. Ik ben bang dat ik niet bemind word. Dat ik niet gezien wordt, er niet mag zijn. Misschien bouw ik muren en draag ik maskers. Of het nu een zelfgekozen weg is, of een weg waar we ons opgeduwd voelen – het vaderhuis ligt achter ons en we zoeken naar liefde, naar geborgenheid. We zoeken naar ruimte om er te mogen zijn. We zoeken naar betekenis, naar het vullen van een knagende leegte. De jongste zoon zoekt in ‘verre landen’. En zelfgekozen of door omstandigheden verstrikt – de uitkomst is ballingschap en vervreemding.

Waar hoor ik thuis? Bij God of in de ‘wereld’? Het is die vraag die zich opdringt bij de jongste zoon, wanneer hij ontdekt dat hem alles uit handen is geslagen. Dat hem niets rest om  op terug te vallen. Het laatste wat hem rest is de herinnering aan zijn zoonschap. Kind van de vader. Mag ik nog thuis komen?

Het is een kwetsbaar tafereel. Ik stel me voor dat ik het ben die daar loopt. Begonnen aan die lange weg naar huis. De emoties gieren door mijn lijf: verdriet, schaamte, wanhoop, verlangen naar geborgenheid. Mijn gedachten razen door mijn hoofd. Ik ben onrustig, voel me verloren en opgejaagd. Ik kijk op en tuur in de verte – hoe zou ik ontvangen worden? Mijn tred wordt trager, het ontbreekt me aan kracht. Ik kijk naar de grond, en zet me aan om de volgende stap te zetten.

Dan hoor ik snelle voetstappen. Ik kijk op. Met open armen komt mijn vader op mij af. Alle excuses die ik had bedacht, al mijn verontschuldigingen en al mijn zwaarte vallen in het niet bij de open armen van mijn vader die mij nooit uit het oog is verloren. Die reikhalzend naar mij heeft uitgezien. Onvoorwaardelijke liefde. Aanvaarding. Gevonden worden. Hier in het huis van de Vader klinkt de stem van de liefde.

Thuiskomen. Maar kan ik die tocht maken? Ben ik niet te verloren, te beschadigd, te gekwetst?  Het is Jezus die als ware verloren zoon zijn erfdeel heeft afgelegd. De reis naar de verte van onze ballingschap heeft gemaakt en ons thuisbrengt bij de Vader. Hoor in de stilte zijn stem die leven geeft: ‘Jij bent mijn geliefde kind’.

 

Pasen: vaste grond onder de voeten

28 apr

Een van de verklaringen voor de naam ’t Harde is dat de mensen in vroegere tijden onderweg van Nunspeet naar Wezep (en vice versa) vaak over lastig begaanbaar terrein moesten. De bodem was geregeld drassig en bood niet altijd evenveel houvast. Maar wanneer de mensen ter hoogte van ’t Harde kwamen, was de ondergrond beter. Ze kwamen op harde en stevige ondergrond: op ‘t Harde. Even geen drassigheid, geen verrassingen en moerassen, maar stevigheid. Vanaf ’t Harde vervolgden ze weer hun weg.

In zekere zin kun je je levensweg hier misschien ook wel mee vergelijken. Je gaat je weg, soms met prachtige vergezichten, soms door diepe dalen vol duisternis en angst, soms door drassig gebied, met nauwelijks houvast, en soms over stevige paden.

Houvast – dat is wat we zoeken. Een beetje grip op de onzekere omstandigheden van ons leven. Een beetje zekerheid dat ons leven niet vergeefs is en dat invulling geeft aan ons bestaan. Een stevige ondergrond, een fundament – zekerheid.  Met name in tijden waarin we geconfronteerd worden met onze onmacht, met lijden en sterven, met onrust en zorg, kan het voelen alsof de bodem onder ons bestaan wordt weggeslagen. Of dat de golven over ons heenslaan – en waar kunnen we dan houvast vinden?

moeras

Er zijn veel zelfhulpboeken op de markt die ons hierin de weg willen wijzen. Wat deze boeken gemeenschappelijk hebben, is dat de sleutel in onszelf ligt. Als we maar voldoende vertrouwen hebben in onszelf… Als we maar voldoende beseffen dat we zelf onze omstandigheden kiezen… Als we maar voldoende bereid zijn om negatieve gedachten achter ons te laten … Als we maar…

Soms klopt het inderdaad. Een mentaliteitsverandering kan helpen om de omstandigheden op een betere manier het hoofd te kunnen bieden. Tegelijkertijd klinkt er ook een harde toon door in de zelfhulpboeken. De omstandigheden – het lijden, het onrecht, je levensverhaal – blijken volgens die boeken tot op zekere hoogte je eigen schuld. En hoe vind je die broodnodige zekerheid en houvast wanneer je het gevoel hebt in een moeras naar beneden te worden getrokken? Kun je je aan je eigen haren omhoog trekken?

Zelf heb ik geworsteld met onrecht waar ik aan geleden heb. In die fase was ik kwaad op God, verweet ik Hem het lijden waar we als gezin mee geconfronteerd werden. We hadden er nooit om gevraagd en het was te groot om te kunnen dragen. Ik besloot het verder zonder Hem te wagen – alles was beter dan een God die dit lijden toe had gestaan of misschien wel veroorzaakt had.

Het zoeken van de weg los van God, bracht mij meer onrust en onzekerheid. Het verlangen naar houvast, naar een verankering nam toe, maar ik kon mijzelf niet redden uit het moeras van pijn en onrecht. Ik kòn het niet alleen. Zelden heb ik mij zo verloren gevoeld.

Het wonderlijke was dat in ontmoetingen juist mensen die zelf aan de kwetsbaarheid leden, verhaalden van hoop dwars door de wanhoop heen; zij getuigden van een EN TOCH… Een ervaring van niet alleen gelaten zijn in wanhoop, omdat er telkens iemand was die een hand legde op hun hand, of in liefde voor hen aanwezig waren. Zij wezen de weg. Een weg die alles te maken heeft met Pasen: opstandingsfeest – feest van hoop.

Het is God die zijn schepping, zijn wereld, niet aan ons eigen lot kan en wil overlaten. Hij is mens geworden om het verlorene, om de verlorenen, om mij te zoeken en te vinden. Hij is gekomen in alle kwetsbaarheid. Om zo het kostbare van een kwetsbaar mens aan het licht te brengen. Hij is gekomen om te dienen, niet te heersen. Mens naar Gods hart, God in ons levensverhaal.

Opstanding. Hij roept ons op om niet vast te blijven zitten in banden van de angst, het gevoel van machteloosheid. Hij roept je op om op te staan uit je gevangenschap. Soms kunnen je je van binnen als dood voelen. Door dingen die je in ons leven hebben meegemaakt, door gebeurtenissen die diepe indruk op je hebben gemaakt, of door rouw die zo zwart over je kan liggen. Maar ook dan noemt Jezus je bij je naam. De engelen wentelen ook bij ons de steen van ons hart. Jezus is opgestaan. Hij is ons tot in de dood trouw gebleven; zo groot was zijn liefde voor ons. En door de dood heen is Hij opgestaan en heeft Hij de weg naar het leven opengebroken, de weg naar God. Niets kan ons meer scheiden van de liefde van Christus.

Pasen: zekerheid onder ons bestaan. Gods liefde wordt zichtbaar in Jezus Christus. Een wereld verloren in schuld, wordt aan het licht gebracht. Hoe verloren we ons ook kunnen voelen, Hij brengt ons thuis.

Heelheid uit gebrokenheid

20 apr

Heelheid uit gebrokenheid. Woorden die elkaar uit lijken te sluiten. Het is een ervaring die ieder wel kent. Gebrokenheid. Misschien in je eigen leven, en anders zie je het om je heen. In mensen die je dierbaar zijn. In berichten die ons bereiken. Levend in gebrokenheid kan het verlangen naar heelheid sterk zijn. Het verlangen ook om die gebrokenheid achter je te laten, om vooruit te kijken en voorbij te leven aan je pijn, aan je verdriet en je verlangens. Het is de Bijbel die ons op het spoor van hoop brengt.

In Ezechiël 37, 1-14 lezen we een aangrijpende profetie. Een profetie met een krachtige belofte: “En hij zei tegen mij: ‘Mensenkind, deze beenderen zijn het volk van Israël. Het zegt: “Onze botten zijn verdord, onze hoop is vervlogen, onze levensdraad is afgesneden.” 12 Profeteer daarom en zeg tegen hen: “Dit zegt God, de HEER: Mijn volk, ik zal jullie graven openen, ik laat jullie uit je graven komen en ik zal jullie naar het land van Israël terugbrengen.13 Jullie zijn mijn volk, en jullie zullen beseffen dat ik de HEER ben als ik je graven open en jullie uit je graven laat komen.14 Ik zal jullie mijn adem geven zodat jullie weer tot leven komen, ik zal jullie terugbrengen naar je land, en jullie zullen beseffen dat ik de HEER ben.”

Het beeld dat het visioen van Ezechiël oproept, toont ons een andere kijk op gebrokenheid. Het is een indringend en beklemmend schilderij dat ons getoond wordt. Een heel dal vol beenderen. Volkomen uitgedroogd: lang hadden ze daar gelegen in weer en wind. Die botten staan voor de vervlogen hoop, de levensdraad die is afgesneden. Dat kan gebrokenheid met je doen. Het gevoel niet langer op te kunnen staan, niet langer deel uit te maken van de levenden, maar neergevallen in doodsheid. Gevangen in wanhoop. Daar is geen eer meer aan te behalen.

Voor sommigen is dit een realistisch beeld. Neergedrukt door levensverhalen, door rouw is het moeilijk om hoop te ervaren, om leven te voelen. Voor anderen is het een gevoel dat meer aan de binnenkant zit, dieper ligt. Van tijd tot tijd steekt het de kop op.

Esther Veerman 'Geworteld en gegrond in pijn'

Esther Veerman
‘Geworteld en gegrond in pijn’

En dan vraagt God: kunnen deze beenderen herleven? Kan vervlogen hoop weer opbloeien? Het lijkt onmogelijk, maar Gods woord brengt beweging. En als Gods adem over de dorheid en doodsheid blaast, ontstaat er bezieling, leven! Hoop waar dat totaal ongedacht was. Wat in het visioen van Ezechiël zo treffend is, dat de vervlogen hoop de basis is van het opstaan, van nieuw leven. God zegt niet: Kom, we gaan naar een ander dal, en dan schep ik nieuwe mensen met nieuw stof. Nee, de beenderen vormen de basis. De beenderen worden bezield en krijgen levensadem. De dorre gebrokenheid wordt nieuw leven ingeblazen.

Het verleden met alle pijn, je levensverhaal met alle vreugde en verdriet, je weg die je tot nog toe gegaan bent, met alle schuld en schaamte, wordt niet weggegooid, maar krijgt een plek. Dat is echter niet datgene dat leven brengt, dat is de Geest van God. Zijn levensadem doet ons opstaan; maar als we opstaan, staan we op met ons verleden om Gods toekomst tegemoet te gaan. En zo ontstaat heelheid uit gebrokenheid.

Ons leven is kostbaar in Gods ogen, en Hij koestert al onze dagen.

Dwars door het water

3 apr

Het is een herkenbare plaats waar Israël zichzelf terugvindt. Zo kort geleden nog was daar het ongedachte feest van bevrijding, van ruimte en toekomst. Wegtrekken uit Egypte. Wie had dat durven dromen? Op weg gaan uit het land van beklemming, van angst, van slavernij? Het  land waar de toekomst in de kiem gesmoord werd. Waar hoop plaats had gemaakt voor wanhoop, vreugde voor angst. Is er nog wel iemand die naar ons omziet? Is er nog hoop voor mij? Zou ik ooit achter me kunnen laten wat me klein houdt en klem zet?

Maar God had naar zijn volk omgezien. De weg van bevrijding is geen gemakkelijke weg. Tien plagen waren er nodig om ruimte voor toekomst te maken, om los te komen van de slavernij. Om geloof te vinden in een God die boven het krachten- en machtenspel staat. Niet de machten die mijn leven lijken te beheersen hebben het laatste woord, maar God. Tien plagen waren nodig om hoop te vinden in een God die mij doet opstaan.

En zo trek ik mee op met het volk Israël. Tranen van geluk. We vallen elkaar lachend om de hals. We gaan op weg naar het Beloofde Land! We gaan op weg uit de beklemming! Wat voelt God dichtbij – zijn aanwezigheid als een beschermende vleugel, als een lichtende zon.

Maar zo onverwacht slaat de schrik me om het hart. Het is net alsof ik wakker word uit een onrealistische droom en de werkelijkheid bitter en angstig op me valt. Israël staat op de oever van de Rode Zee. De weg naar de vrijheid loopt dood. Het donkere water, de schuimkoppen op de golven – hier is geen doorkomen aan. Links en rechts rijzen de bergen hoog op. En met dat het volk achterom kijkt, zien ze hun diepste angst bewaarheid. De Egyptenaren komen hen achterna. Het verleden laat hen niet los. Dreigt en overspoelt. God?! Waar bent U nu? Dit is haast nog erger dan vast zitten in de beklemming zonder hoop. Wat doet het zeer om weet te hebben van hoop, bevrijding te kunnen voelen en vervolgens opnieuw ingehaald te worden door het verleden. God?!

dreigende zee

Wat er dan gebeurt, is de weg van geloof: God maakt een weg waar geen weg is. Dwars door het water heen gaat het volk weer op weg naar het Beloofde Land. Dwars door het water heen opent God een weg in ons leven dat zo vast kan lopen. Door het water van nood en dood. Het water van de doop. Zondag mogen kinderen de heilige doop ontvangen en worden ook wij aangespoord onze eigen doop te gedenken. De doop als teken van Gods verbond, van Godsliefdevolle toenadering en belofte van nabijheid.

Misschien zijn wij met het volk Israël op die plek geweest. Daar bij de zee. Misschien staan we daar nu. De doop toont ons de weg die God voor ons gebaand heeft. Dwars door het water heen, op weg naar het leven.

Weerbarstig geloof. Tijd voor stilte

8 mrt

De veertigdagentijd is weer begonnen. De Protestantse Kerk heeft niet alleen een mooie kalender samengesteld, maar stelt ook een gratis app ter beschikking. Het doel is om in deze dagen voorafgaande aan Pasen stil te staan bij de weg van het geloof. Een weg van inkeer en verstilling om die rust te vinden waarin de stem van God verstaan kan worden.

doorn

Die stilte hebben we nodig, omdat de weg van Jezus een ingewikkelde weg is. Daar gaat het morgen in de ochtendviering ook over. Aan de ene kant is Jezus gekomen als Christus, de Gezalfde. Hij is gekomen om het verlorene te zoeken, om tegenwicht te bieden aan al die stemmen die ons verwarren en neerhalen. Jezus, aan wiens voeten wij mogen zitten om tot rust te komen, om Adem te vinden, te herleven en op te staan.

Dat is de ene kant van het christelijk geloof. De andere kant is een weerbarstige en ingewikkelde opdracht. ‘Jezelf verloochenen en je kruis op je nemen’. Petrus verzette zich scherp tegen deze richting van de weg die Jezus moest gaan. ‘Dat verhoedde God!’ Toch gaat de weg van navolging wel degelijk gepaard met zelfverloochening en kruis dragen. Waar gaat dat over?

Het goed om te noemen dat deze tekst tot verkeerde interpretaties heeft geleid. Een eerste misvatting is dat deze tekst zou betekenen dat we geen ruimte mogen innemen. Dat we er niet toe zouden doen. Voor mensen die worstelen met eigenwaarde en zoeken naar betekenis een funeste boodschap. Een boodschap die ook haaks staat op de positieve manier waarop de Bijbel spreekt over de mens als beelddrager van God. Gewild, bedoeld, gewenst. Een tweede misvatting is dat zelfverloochening zou betekenen dat we zouden moeten berusten in lijden en onrecht. Berusting is het laatste waar de Bijbel ons toe oproept. Alles in de Bijbel verzet zich tegen onrecht, tegen lijden, tegen mensen die geknakt en gebroken worden – juist om de schepping te redden, is Jezus gekomen. Zijn komst is teken van verzet en nodigt uit tot opstandig leven.

Maar waar gaat zelfverloochening dan over? Het gaat over de plaats die de mens heeft gekregen in Gods goede schepping. Als beelddrager van God verwijst de mens naar de Schepper. God heeft het eerste woord. Deze God eren, krijgt handen en voeten door het lief hebben van onze naaste. Daar waar mensen strijden om zelfhandhaving ten koste van anderen raakt de weg van navolging uit het zicht.

Zelfverloochening staat dus niet haaks op eigenwaarde en zelfbewustzijn, maar op zelfhandhaving die tot onze eigen natuur lijkt te zijn geworden. Als je de weg van navolging gaat, kan het soms een zware en vervreemdende weg zijn – maar wel een weg mét de Goede Herder.

Meditatie: God is vandaag niet thuis

5 jul

Als je in de kerk komt, of met gelovige vrienden praat, dan hoor je vaak zeggen dat God een kracht is in je bestaan. Dat God je niet alleen laat en je draagt als je dreigt te vallen.
Maar soms kan een ervaring zo tegenovergesteld zijn. Als predikant heb ik die ervaringen ook af en toe. Soms wanneer er in mijn eigen leven teleurstellingen of moeiten zijn, maar ook wanneer ik verhalen hoor van mensen die mij in vertrouwen nemen. De gebrokenheid kan de grond waarop je staat doen schudden.

gesloten
Er is een verhaal in de Bijbel over de profeet Elia. (1 Koningen 18). Er is een competitie tussen de priesters van Baäl en Elia, dienaar van God, over de vraag wie nu echt God is. Elia daagt de priesters van Baäl uit, wanneer Baäl niet reageert op de smeekbedes van de priesters: ‘Misschien is-t-ie wel op reis.’ Op het gebed van Elia reageert God wel, zodat voor iedereen duidelijk wordt dat de God van Elia echt God is.
Maar eerlijk gezegd valt het niet mee om dat altijd maar te geloven. Soms lijkt het immers wel of God even vakantie heeft. Of God nu niet op mij betrokken is, zich niet bekommert om het lijden van de mensen om mij heen.

Kritische psalmen

De psalmen brengen deze vragen ook met een scherpe eerlijkheid naar voren. Psalm 10: Waarom God, bent U zo verweg in tijden van nood?’ Psalm 13: hoelang nog vergeet U mij, hoelang nog, verbergt U uw gezicht voor mij?’Psalm 22: Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?’
Het zijn vragen die gesteld mogen en misschien moeten worden. Daarnaast is het goed om die psalmen rustig uit te lezen. Want in de psalmen tref je steeds een omkeer aan. Soms is het de ervaring dat juist in het diepste lijden God zichtbaar wordt. Soms is het de koppige overtuiging dat je blijft geloven tegen de klippen op. God heeft het beloofd, en aan die belofte houd ik mij vast. Geloven als roepen tot God. Misschien zie ik God niet, maar ik blijf roepen in het vertrouwen dat Hij mij hoort.

“Ook al redt God ons niet…” – meditatie

16 jun

(Bij Daniël 3, 8 – 18)

Het is een bijzonder moment. Het plein is vol mensen. De spanning is om te snijden. Koning Nebukadnessar, op het toppunt van zijn macht, wil dat iedereen hem en zijn goden zal aanbidden. Het mag duidelijk zijn. De goden van Nebukadnessar zijn winnaars. De omringende volken zijn verslagen en geen enkele macht of kracht heeft dit kunnen tegengaan. Laten we buigen, al was het alleen maar om je eigen hachje te  redden.

Maar dan staan daar die drie mannen. Succesvol geïntegreerd in Babel. Goede banen, gerespecteerde burgers. Ok, ze zijn trouw gebleven aan hun Joodse tradities, maar beslist geen fanatiekelingen met bekeringsdrift. Je kunt ze prima hebben, die Joodse vrienden. Daar staan ze. ‘Sorry. Wij doen niet mee… Wij kunnen niet voor uw goden knielen, noch voor u.’ En met die weigering zetten ze hun eigen leven op het spel. Waarom?

vuur

Het is iets om over na te denken. Waarom geloof je? Wat is je diepere motivatie, je hoop, je verlangen? Opvallend is dat veel mensen in tijden van nood tot God roepen – een schreeuw om redding.  Dat is één kant van geloof: bevrijding ervaren en in de ruimte worden gezet. Maar er is ook een andere kant: een grens. Tot hier en niet verder. Ook al raak ik alles kwijt, ook al kijk ik de dood in de ogen, ook al moet ik me verhouden met mijn eigen doodsangsten, voor mij geldt: ‘Hoor Israël, hoor, uw God is de Enige’.

Waarvoor ga je door het vuur? Wat is voor jou zo heilig, dat je er alles voor opzij zet? Sommige ondernemers kunnen hun hoofd bijna niet meer boven water houden in deze tijden van crises. Juist in deze moeilijke tijden blijken handelspartners niet meer betrouwbaar, worden afspraken niet nagekomen, wordt er soms gelogen en bedrogen. Het kan je bedrijf kosten, wat moet je doen? Hoeveel mensen staan niet samen met die vrienden van Daniël voor de vurige oven. Een angstige en afschuwelijke plek. Je kunt alleen maar verliezen. Knielen betekent jezelf geweld aan doen; alles waar je voor staat en datgene waar je in gelooft. In wie je gelooft. Niet knielen betekent verlies – van geld, mogelijkheden, aanzien, je leven.

Voor wie ga jij door het vuur?