Tag Archives: misbruik

Ondertussen in Nederland – over seksueel misbruik

28 aug

Afgelopen nacht kon ik niet slapen. Ik dacht aan de 1400 meisjes in Rotherham, Engeland, die in de afgelopen jaren geleden hebben onder stelselmatig seksueel misbruik. Gevangen in een verschrikkelijk web van seksueel misbruik.  Meisjes die worden uitgeleverd aan mannen. Bij het woord ‘uitgeleverd’ huiver ik. Wie leveren uit? Het zijn vaders, broers, moeders, vertrouwenspersonen – het zijn de mensen op wie het kind had moeten kunnen vertrouwen. Het zijn de mensen die de plicht, de roeping hadden om onvoorwaardelijk van het meisje te houden. Wat een diep verraad.

door Esther Veerman

door Esther Veerman

Rotherham

Afgelopen nacht lag ik wakker, en dacht aan de meisjes in Rotherham. Niet alleen werden en worden ze op een gruwelijke manier misbruikt, maar ook werden ze niet geloofd. Het niet geloofd worden – hoe verschrikkelijk moet dat zijn? Hoe diep wordt dan je eenzaamheid? Er was niemand die aan de bel trok. Velen waren op de hoogte of konden op de hoogte zijn geweest, maar er werd opzettelijk de andere kant uit gekeken. Een cultuur van ontkenning. In die cultuur kon het misbruik verschrikkelijke vormen aannemen.

Ook in Nederland

Vannacht kon ik de slaap niet vatten. Ik moest denken aan al die jongens, meisjes en volwassenen die op dit moment te maken hebben met misbruik. Elk jaar worden 62.000 kinderen voor de eerste keer slachtoffer van een vorm van seksueel geweld. Ik moest denken aan al die mensen die slachtoffer zijn geworden van seksueel misbruik en worstelen met de gevolgen. Ik moet denken aan de verstikkende eenzaamheid, omdat het zo zwaar en ongelofelijk angstig is om met je verhaal naar buiten te komen. Wat doet het met je, wanneer je niet geloofd wordt, wanneer je gezegd wordt te zwijgen, wanneer je ontdekt dat er een cultuur heerst van zwijgen, ontkennen en de andere kant opkijken.

Geen geïsoleerd probleem

We mogen niet langer onze ogen sluiten. Seksueel misbruik is niet een geïsoleerd probleem van een gestoorde gek of een zieke groep. Seksueel misbruik komt zo breed voor in de samenleving, dat het blijkbaar diep in onze cultuur is verankerd. Dat is het eerste waar we van doordrongen moeten raken. Misbruik komt in alle lagen van de bevolking voor, en in het overgrote deel van het misbruik is de dader een bekende van het slachtoffer. Het meeste misbruik vindt binnen onze eigen gezinnen plaats.

Cultuur van zwijgen

Waarom wordt er zo vaak en gemakkelijk in alle toonaarden gezwegen over misbruik? Dat daders zwijgen ligt voor de hand. Wanneer een situatie van misbruik uitkomt, valt de hele samenleving over de dader heen. De extreme verontwaardiging is geen meeleven met het slachtoffer, maar een ultieme manier om het kwaad te bezweren. De dader is het geïdentificeerde kwaad en moet worden uitgedreven. Er is geen ruimte om na te denken over het klimaat waarbinnen het misbruik kon ontstaan.

Slachtoffers zwijgen omdat ze vaak loyaal zijn aan de daders. Het zijn immers vaak bekenden. Kun je je broer, oom, vader of tante aangeven? Daarnaast gaat misbruik vaak gepaard met dreiging. Daders bedreigen of manipuleren slachtoffers, zodat ze veel moeten overwinnen om het verhaal naar buiten te durven brengen. Tot slot moeten slachtoffers ook de eigen schaamte overwinnen. Slachtoffers voelen zich vaak schuldig over het misbruik en schamen zich voor wat hen is aangedaan. Blaming the victim, ongeloof en onbegrip verergeren de schaamte.

De omstanders zwijgen omdat de verhalen van misbruik de idylle van veiligheid op het spel zetten. Gezinnen blijken niet zonder meer de hoeksteen van de samenleving te zijn. Sportverenigingen, kerkelijke gemeenschappen, instellingen, scholen en crèches blijken veel minder veilig dan gedacht. Ontkennen en de andere kant op kijken is een manier om de idylle in stand te houden. De nadruk om te vergeven of om het misbruik met de mantel der liefde te bedekken zijn middelen om het zwijgen in stand te houden. Het aanhoren en geloven van de verhalen van de slachtoffers vraagt om ingrijpen, om handelend optreden. Het vraagt om naar onze eigen houding en onze eigen rol te kijken. Luisteren naar het slachtoffer vraagt om betrokkenheid. Neutraal blijven speelt de dader in de kaart en houdt het klimaat waarbinnen het misbruik kan woekeren in stand

Het is tijd om wakker te liggen en op te staan.

De kerk staat al snel aan de kant van de dader

20 jul

Een vrouw die in haar jeugd te maken heeft gehad met ernstig seksueel misbruik zoekt wanhopig naar houvast, naar mogelijkheden om haar hoofd boven water te houden. Een gelovige kennis ontfermt zich over haar. Deze kennis is niet in staat om naar het verhaal te luisteren, maar wil wel steeds voor de vrouw bidden en dringt er vervolgens op aan om de dader te vergeven.

Een ouder echtpaar zoekt met mij contact. Hij wordt door zijn zoon beschuldigd van het misbruiken van zijn kleinkind. De predikant van de zoon zit met de situatie in zijn maag, maar wil niet met de grootouders spreken, omdat dat alles alleen maar complexer maakt. 

Een vrouw die als tiener is misbruikt door een leider van een gebedsgroepje komt na jaren kennissen uit die periode tegen. Na een hartelijke begroeting volgt al snel de vraag waarom ze zich opeens had teruggetrokken en volkomen uit beeld is verdwenen. Voorzichtig probeert de vrouw woorden te zoeken om iets van het misbruik dat haar leven op zoveel manieren beïnvloed en beschadigd heeft te vertellen. De kennissen reageren met de vraag: ‘Heb je je zonden al wel beleden?’ 

Een gemeentelid vertelt aan zijn predikant dat hij als kind slachtoffer is geweest van incest. De predikant is hier zichtbaar verlegen mee en zegt dat hij hem hier niet om veroordeelt. De predikant komt er verder niet meer op terug.

 

 

misbruik in de kerk

Verlegenheid en gebrek aan kennis

Een greep uit de verhalen uit de afgelopen maanden van mensen die binnen een gelovige context te maken hebben gekregen met misbruik. Wat deze verhalen gemeenschappelijk hebben, zijn verlegenheid om verhalen van misbruik aan te horen en onbekendheid met de dynamiek en mechanismen van misbruik, zodat veel goedbedoelde adviezen het tegendeel uitwerken. Het lijkt erop dat voorgangers en gemeenteleden (waarschijnlijk met de beste bedoelingen) kiezen voor een strategie van vermijden. Zodra in de context van geloofsgemeenschappen seksueel misbruik ter sprake komt, lijkt het verhaal niet aan het licht te mogen komen. Het spreken over zonde, het wijzen op vergeving, het zonder verder uitleg vermijden en het benadrukken van het ‘eren van de ouders’ of het respecteren van de geloofsgemeenschap zijn ten diepste mechanismen om het slachtoffer te laten zwijgen. Terwijl slachtoffers juist zo een grote behoefte hebben om hun verhaal te mogen vertellen en erkenning krijgen voor hun levensverhaal.

Een dubbel trauma

Mensen die in een gelovige context te maken hebben gekregen met seksueel misbruik kunnen aan een dubbel trauma lijden. Wat we uit levensverhalen en uit de literatuur weten, is dat misbruik in meer of mindere mate gevolgen heeft voor (onder andere) het gevoel van eigenwaarde, het vermogen om anderen te vertrouwen en het vermogen om intimiteit toe te kunnen laten. De gelovige context kan deze gevolgen verdiepen. Als gevolg van het misbruik worstelen slachtoffers met schaamte en met schuldgevoelens. Vaak voelen ze zich zwart en slecht van binnen. In een kerkelijke context zal een slachtoffer deze gevoelens vertalen als dat zij/hij zondig is. In de kerk wordt aan zondige mensen vergeving verkondigd. Mensen die lijden onder echte schuld vanwege eigen handelingen kunnen door deze verkondigde vergeving opnieuw beginnen. Slachtoffers worstelen echter met een schuldgevoel. Zij voelen zich schuldig over het misbruik omdat ze loyaal zijn naar de daders en omdat het vele malen zwaarder is om de onmacht van misbruik onder ogen te zien. Wanneer het slachtoffer schuld zou hebben, dan zou er nog iets zijn wat zij/hij kan doen om het misbruik een volgende keer te voorkomen. Het schrijnende is dat het slachtoffer juist niet het misbruik kon stoppen en tijdens het misbruik juist machteloos was. In de kerkelijke context betekent het dat het slachtoffer zich zondig voelt, maar niet de ruimte van vergeving ervaart. Zij/hij ís immers niet echt schuldig…. Het slachtoffer zal nog eenzamer en zwarter de kerkdienst verlaten. Het kan niet anders – in het gevoel van het slachtoffer – dat God aan de kant van de dader staat. Ook in de dood is geen verlossing te vinden, want dan komt men immers God tegen. Het slachtoffer kan niet leven en kan niet sterven. Dat is het dubbele trauma waar het slachtoffer van seksueel misbruik in stilte aan kan lijden.

Vermijden

Verhalen van seksueel misbruik zijn bedreigend. Dat is ten diepste de reden waarom mensen over het algemeen geneigd zijn om deze verhalen te vermijden. Uit alle onderzoeken naar prevalentie van seksueel misbruik blijkt het nooit mee te vallen. Recent onderzoek spreekt van 1 op de 3 vrouwen en 1 op de 10 mannen die slachtoffer worden van een vorm van seksueel misbruik. Tegelijkertijd weten we ook dat de gevolgen van misbruik ernstig kunnen zijn. Waarom zwijgen we dan over misbruik? Waarom vermijden we deze thematiek? In het overgrote deel van de verhalen gaat het niet over de onbekende pedoseksueel, maar over familieleden, bekenden uit de geloofsgemeenschap, over mensen met aanzien. Slachtoffers zwijgen vaak uit schaamte en angst. Daders zwijgen omdat ze te veel te verliezen hebben. Omstanders zwijgen omdat het serieus nemen van de verhalen van slachtoffers de illusie van veiligheid en van de goede orde wordt doorbroken. Ook in de kerk is het voor slachtoffers buitengewoon moeilijk om hun verhaal te kunnen vertellen. Geloofsgemeenschappen vrezen imagoschade of proberen vóór alles om de idylle van veiligheid in stand te houden. Het pijnlijke is dat vermijden de daders in de kaart speelt. Het blijkt dat slachtoffers vrijwel altijd hun plaats in de geloofsgemeenschap verliezen.

Geloofstaal in kerken is meer gericht op daders

De meeste geloofsgemeenschappen leggen de meeste nadruk op de zondigheid van mensen, de verlossing door Christus en de vergeving van zonden door Gods genade. Hoewel dit stuk voor stuk belangrijke en waardevolle geloofsbegrippen zijn, is het goed om te beseffen dat deze taal vooral toegankelijk is voor mensen die worstelen met schuld. Vooral wanneer de vergeving van zonden zonder inkeer, erkenning van schuld naar de medemensen en verandering van gedrag wordt verkondigd, zullen daders van seksueel geweld zich hier thuis bij voelen. Mensen die slachtoffer zijn geworden van misbruik zoeken naar recht en gerechtigheid. Het is een Bijbelse lijn die in veel geloofsgemeenschappen in meer of mindere mate verwaarloosd lijkt te zijn.

Het lijkt dan ook niet vreemd dat gelovigen beginnen over vergeving – dat zijn immers de lessen die zij leren in hun geloofsgemeenschap. Toch is het wonderlijk. Wanneer mijn fiets wordt gestolen, zal geen gelovige beginnen over het vergeven van de dader – waarom dan wel wanneer het gaat over misbruik?

Geloofsgemeenschappen hebben behoefte aan kennis 

In veel geloofsgemeenschappen is er weinig kennis van de dynamiek en de mechanismen rond misbruik. Het is dan ook van groot belang dat kerken gaan investeren in de preventie van seksueel misbruik en in het adequaat kunnen reageren op situaties binnen geloofsgemeenschappen. Een belangrijk gegeven is, is dat seksueel misbruik vooral gaat over macht, en dat seksualiteit gebruikt wordt om die macht uit te oefenen.  In de Protestantse Kerk kende men tot voor enkele jaren geleden werkgroepen ‘Godsdienst en incest’ en ‘Seksueel geweld en geloof’. Door bezuinigingen zijn de meeste van deze kenniscentra verloren gegaan. Het is van groot belang dat de kerken opnieuw investeren in kennis rond misbruik zodat zij adequaat slachtoffers, daders en omstanders kunnen bijstaan.

Pijnlijke seks

24 jun

“Het liefst zou ik een arm om mij heen willen. Ik voel me eenzaam en verlang naar geborgenheid en warmte. Maar ja, hij wil dan altijd meer. Dus die arm om mij heen – daar begin ik maar niet aan.” “Weet u, dominee, ik verlang zo naar mijn vrouw. Ik vind het fijn om haar lief te hebben; maar als ik haar omhels, duwt ze me weg. Ik weet echt niet wat ik er mee aan moet.”

Geregeld hoor ik verhalen van mensen die vast dreigen te lopen in hun relatie. Het zijn verhalen van verwarring: van verlangen en angst, van verwachting en teleurstelling.  Met name in de seksuele relatie is de verwarring uitermate pijnlijk – voor beide partners. Sommigen (vaak de vrouwelijke partners) vertellen over seks die ze niet wilden, die ze gelaten lieten gebeuren. Soms geven ze toe, omdat ze hun partner tegemoet willen komen. Je kunt iemand toch geen seks onthouden? Ook komt het voor dat vrouwen nadrukkelijk aangeven geen seks te willen, maar toch neemt de man waarop hij meent recht te hebben. ‘We zijn toch getrouwd? ‘

trouwringen

Het leidt tot pijnlijke seks. Pijnlijk – misschien letterlijk, maar in ieder geval figuurlijk: als je seks hebt tegen je zin, om welke reden dan ook, dan breekt dat af. Het is een grensoverschrijding  die uiteindelijk schade berokkent. Niet alleen wanneer een van beide partners nadrukkelijk heeft aangegeven geen seks te willen, maar ook wanneer je het laat gebeuren voor de ander. De behoefte aan intimiteit, gekend en gezien worden, ontaardt in ongewilde seksualiteit. Ook voor de partner die het initiatief heeft genomen tot seks en in de veronderstelling verkeert dat het opbouwend en goed was, zal het pijnlijk vinden om achteraf te horen dat zijn partner dit als ongewenst en ongewild bestempelt. Onuitgesproken verwachtingen, stille verlangens en onvermogen om grenzen te bespreken liggen ten grondslag aan de verwarring over seksualiteit en intimiteit.

Onteigend lichaam

Deze verwarring speelt met name bij mensen die te maken hebben (gehad) met ervaringen van verwaarlozing, geweld of seksueel misbruik. Deze ervaringen leiden vaak tot gevoelens van minderwaardigheid en tot een beschadigd zelfbeeld. Daarnaast hebben ervaringen van geweld en misbruik invloed op het vermogen om anderen te vertrouwen. Zelfs als het gaat om nabije mensen: familie, vrienden en partners. Tot slot hebben mensen met ervaringen van verwaarlozing, geweld of misbruik vaak moeite met hun eigen lichaam. Het is vervreemd, onteigend. Deze gevolgen leiden tot een grote interne spanning. Enerzijds is er de behoefte aan geborgenheid, warmte en troost. Anderzijds is er de angst door de ander verraden te worden of opnieuw ontkend te worden. Het verlangen heeft te maken met het zoeken van veilige en begrensde intimiteit, de angst wordt gevoed en bevestigd door de niet gevraagde, maar veronderstelde seksualiteit.

Maak werk van intimiteit 

Om tot een gezonde en heilzame seksualiteit te kunnen komen (als dit nog mogelijk is), is het van belang dat beide partners de ruimte hebben om hun verlangen onder woorden te brengen en om grenzen aan te mogen geven. Juist de onuitgesproken verwachting dat intimiteit logischerwijs tot seks zal leiden, maakt dat intimiteit alleen al als bedreigend zal worden ervaren. Als je partner om een arm om haar/hem heen vraagt, is dat dus geen uitnodiging om seks te hebben.

Waar grenzen worden gerespecteerd kan geborgenheid en warmte groeien en kan angst overwonnen worden.

Was Kardinaal Turkson maar gewoon een beetje dom

22 feb

De Afrikaanse kardinaal Turkson heeft in een interview met nieuwszender CNN zijn licht laten schijnen over misbruik door katholieke geestelijken in Afrika. Turkson verwacht niet dat er in Afrika misbruikschandalen naar voren zullen komen zoals in de VS en Europa. Zijn belangrijkste argument is dat in dit continent priesters zich niet snel schuldig zullen maken aan seksueel misbruik omdat in veel Afrikaanse culturen er een verbod bestaat op homoseksualiteit. Als er geen homoseksuele priesters zijn, is er dus ook geen misbruik. Op http://www.catholicculture.org/news/headlines/index.cfm?storyid=17107 wordt het als volgt verwoord: ‘“African traditional systems kind of protect or have protected its population against this tendency,” the cardinal said. He suggested that the rejection of homosexuality has protected children from molesters.’ Pijnlijk is dat deze katholieke opinie-site Turkson visie verdedigt. ‘However Cardinal Turkson’s comment is relevant because the vast majority of cases of sexual abuse by Catholic priests have involved adolescent boys.’

Wonderlijke en schadelijke redenering

Deze redenering is niet alleen verwonderlijk omdat het ondoordacht en dom is, maar ook schadelijk omdat het enerzijds zal bijdragen aan het in de doofpot stoppen van misbruik en anderzijds homoseksuelen stigmatiseert.

Waarom is deze redenering ondoordacht en dom? De schandalen die in de VS, Ierland, België, Duitsland, Polen, Frankrijk en Nederland naar voren komen, hebben vaak betrekking op misbruik dat plaats vond in een tijd dat homoseksualiteit verboden of maatschappelijk niet geaccepteerd werd – zeker binnen de Katholieke Kerk. Met andere woorden: een verbod of taboe op homoseksualiteit heeft aantoonbaar het misbruik nooit kunnen voorkomen. Daarnaast is er geen enkel onderzoek dat de visie ondersteunt dat homoseksualiteit de kans op misbruik vergroot. Tot slot tonen onderzoek en autobiografieën aan dat seksueel geweld met name te maken heeft met machtsmisbruik. Gezien de vele verhalen van misbruik in andere landen zou enige openheid naar mogelijke slachtoffers toe een positieve bijdrage leveren aan de strijd tegen misbruik. Het ontkennen van een probleem zal het niet gemakkelijk maken om als slachtoffer naar buiten te treden.

Geen sprake van ‘kardinaaltje pesten’

Het lijkt erop dat de pers die schrijft over deze uitspraken van Turkson weggezet worden als een kritische pers die alleen maar de Kerk in de beklaagdenbank wil plaatsen. Het gaat hier echter om fundamentele zaken die vragen om repliek. De Katholieke Kerk is helder in haar standpunt over homoseksualiteit. Vanuit de waarde en belang van het huwelijk zal zij homoseksuele relaties niet tolereren. De Katholieke Kerk heeft het traditionele gezin hoog in het vaandel en zet zich daar ook voor in. Het huwelijk tussen een man en vrouw als de van God gegeven orde is een kernwaarde.

De Katholieke Kerk gaat homoseksualiteit dus niet positief waarderen, en dat hoeft ook niet. Er zijn andere kerken die op basis van een aantal overwegingen tot andere conclusies zijn gekomen. Wat echter zo schadelijk is, is dat de Katholieke Kerk een verband legt die er niet is: homoseksualiteit leidt tot misbruik. Hierdoor worden homoseksuelen gestigmatiseerd en dat is grensoverschrijdend van de kerk. Er wordt een verband gelegd dat er niet is.

Dat is het eerste schadelijke punt dat om weerwoord vraagt. Het andere schadelijke punt van het betoog van Turkson is dat hij bijdraagt aan het geheim houden van seksueel misbruik in de Katholieke Kerk. Het mag duidelijk zijn dat het voor slachtoffers buitengewoon moeilijk is om met hun verhaal naar buiten te komen. Waar slachtoffers om vragen is erkenning en ruimte. We weten dat in Afrika buitengewoon veel seksueel geweld is. Het aantal verkrachtingen in Zuid-Afrika ligt hoger dan waar dan ook ter wereld. http://mens-en-samenleving.infonu.nl/sociaal-cultureel/76310-zuid-afrika-verkrachting-en-seksueel-geweld-vrouwenmeisjes.html. Er is een cultuur ontstaan waar vrouwen en kinderen voortdurend in gevaar verkeren. Artsen zonder grenzen zegt hierover: “Verkrachting is in de Zuid-Afrikaanse maatschappij heel gewoon geworden. Elke 26 seconden wordt er een vrouw verkracht.”

Nee, ik wil Turkson niet in een kwaad daglicht plaatsen omdat hij moeite heeft met homoseksualiteit. Daar kunnen we van mening over verschillen – hoewel het van belang is om te bedenken dat we over mensen spreken met gevoelens en verlangens. Mensen die gekwetst en beschadigd kunnen worden door de soms zo harde discussies in kerken. Maar Turkson begaat ernstige fouten: hij had een kans op te komen voor de rechten van verkrachte vrouwen en kinderen. Hij had de mogelijkheid zich uit te spreken tegen geweld. Hij had bij kunnen dragen aan een veiliger klimaat in de Katholieke Kerk. Maar hij koos er voor om homoseksuelen te stigmatiseren en misbruik in de doofpot te stoppen. Gezien de reactie van de Katholieke Kerk een bewuste keuze. Was Turkson maar gewoon een beetje dom.

Terechte commotie na de Kersttoespraak van de Paus

2 jan

Rond de Kerst gebeurde er iets wonderlijks. De kersttoespraak van Paus Benedictus XVI van 21 december 2012  deed veel stof opwaaien.  De rede werd in eerste instantie door journalisten weergegeven als een ‘anti-homo’-toespraak. De nieuwssite http://www.nu.nl publiceerde vrij snel hierover, waarna deze interpretatie in meerdere media opdook. De reacties richting de Paus waren buitengewoon fel. Het verweer van het Vaticaan was dat de toespraak verkeerd is geïnterpreteerd. Nadat de eerste stofwolken waren neergedwarreld, bleek inderdaad dat de Paus niet datgene had gezegd, wat de media hem verweten. (Voor de tekst van toespraak: http://www.vatican.va/holy_father/benedict_xvi/speeches/2012/december/documents/hf_ben-xvi_spe_20121221_auguri-curia_ge.html)

In de toespraak had de Paus helemaal niet gesproken over homoseksuelen. Wel uitte hij kritiek op en bezorgdheid over de westerse visie op het huwelijk.  De Paus waarschuwde voor de vrijblijvendheid in relaties en het gebrek aan standvastigheid en trouw. De levenslange toewijding aan het huwelijk valt weg. Maar daarnaast is het volgens de Paus duidelijk  dat “we de aanval die we op dit moment zien op de ware structuur van het gezin, bestaande uit vader, moeder en kind, veel dieper gaat.” Deze diepere aanval is de hedendaagse visie dat mannelijkheid en vrouwelijkheid sociale en culturele constructies zijn die in de loop van de tijd kunnen veranderen (gender). Volgens de Paus is (visie op) sekse onveranderlijk, omdat het vastgelegd is in de schepping.  God schiep immers man en vrouw. “De mens stelt zijn natuur ter discussie” wanneer hij het fundamentele begrip van de seksualiteit ter discussie stelt. Met andere woorden: de natuurlijke orde valt weg. De Paus ging in zijn toespraak dus in op de waarde van het gezin en sprak zijn zorgen uit over de almaar groeiende zucht naar zelfontplooiing en het verlies van sociale verbanden. Niet verrassend en op zich niet verkeerd.

Hoe kon deze toespraak zo worden misverstaan?  Of is de kritiek misschien toch terecht en zouden journalisten meer moeten durven doorvragen?

Voor de Paus is het gezin een van de grote kernthema’s. In andere toespraken en uitspraken hebben de Rooms Katholieke Kerk en de Paus duidelijk gesteld dat het openstellen van het huwelijk voor homoseksuelen en lesbiennes in hun ogen onjuist is. Deze Kersttoespraak ging weliswaar niet over homoseksuelen, maar deze thematiek speelt op de achtergrond natuurlijk wel mee. Het gezin weerspiegelt immers de natuurlijke orde: een man is geschapen als man en de vrouw als vrouw. Man en vrouw vullen elkaar als schepping van God aan, en hebben de roeping om samen een gezin te stichten om kinderen groot te brengen. Wanneer die heldere grenzen vervagen, loopt de humaniteit gevaar. Vanuit deze opvatting kan dus een transgender, een samenwonende homoseksueel of een gescheiden vrouw een bedreiging zijn van de humaniteit…

Nu zijn er klemmende vragen te stellen bij het beroep van de Paus op de natuurlijke orde. Want bestaat die normatieve geschapen natuurlijke orde wel? Is de natuurlijke orde juist niet wreed? Is er in de natuurlijke orde wel ruimte voor het kwetsbare en gebrokene?  Juist in de Bijbel lezen we over een volk dat door een God gedragen wordt die de wetten van de natuurlijke orde tart en doorbreekt. Alles aan de verhalen van het volk Israël en aan het Evangelie is tegennatuurlijk. Waar christenen zich gingen beroepen op de natuurlijke orde, werd ongelijkheid bevestigd en in stand gehouden: de ondergeschikte positie van de vrouw en de ‘Bijbelse’ onderbouwing van slavernij en Apartheid zijn daar voorbeelden van.

En als we toch teruggrijpen op de Bijbel – wat voor beeld wordt daar geschilderd van het huwelijk? Vrijwel alle geloofshelden uit het Oude Testament hielden er meerdere vrouwen op na, zoals Abraham, Jacob, Juda, David, Salomo. Blijkbaar speelt de culturele context een grote rol in het definiëren van de grenzen en mogelijkheden van het huwelijk.

Tot slot nog een laatste opmerking. Juist binnen het gezin vindt veel geweld plaats. Onderzoek heeft bijvoorbeeld aangetoond dat 1 op de 7 vrouwen te maken heeft gehad met seksueel misbruik door mensen uit de nabije familie. Ook mannen worden slachtoffer van geweld binnen het gezin. De onveiligheid van het gezin los je niet op door het instituut heilig te verklaren en gegrondvest vanaf de schepping (hoe interpreteer je trouwens de breuk in Genesis 2 en 3 vanuit de natuurlijke orde?), maar door in te gaan op de waarde van gerechtigheid, betrouwbaarheid en liefde. In mijn beleving is het machtsmisbruik binnen kerk en gezin (en het onbespreekbaar en geheim houden van dit misbruik) een echte bedreiging van de humaniteit.

Aandacht voor de Bijbelse noties van liefde en trouw opent ruimte voor de menselijke maat, en toont daarin iets van het Koninkrijk van God.

Een ongelukkig antwoord op de verkeerde vraag.

1 jan

Hieronder de onverkorte versie van het artikel in Trouw van 7 oktober 2011 onder de kop:  Dader misbruik moet niet zijn schuld etaleren.

In de Trouw van zaterdag jl. was te lezen dat de Protestantse Kerk daders van seksueel misbruik publiekelijk boete wil laten doen. Op die manier moeten daders zich verantwoorden tegenover de kerkelijke gemeente en het slachtoffer. Dit stelde ds. Plaisier voor in reactie op een reportage van de EO (De vijfde dag, donderdag 29 september) over seksueel misbruik binnen protestantse kerken en evangelische geloofsgemeenschappen.

In mijn beleving is dit een ongelukkig antwoord op de verkeerde vraag. De reportage van de EO probeerde te achterhalen waarom zoveel mensen wel melding maken van seksueel misbruik door ambtsdragers (300 meldingen), terwijl dit uiteindelijk maar tot enkele officiële klachten (9) heeft geleid. Uit de verhalen van de slachtoffers kwam naar voren dat de weg van het kerkrecht buitengewoon zwaar is. Voor veel slachtoffers is deze weg dan ook geen optie.

In de afgelopen jaren heeft de Protestantse Kerk in Nederland veel energie gestoken in het bespreekbaar maken en aan de orde stellen van seksueel misbruik door ambtsdragers. Er is een protocol gepubliceerd en opgestuurd naar alle gemeenten, er zijn meerdere brochures geschreven, in de bepalingen bij de kerkorde is speciaal aandacht voor misbruik door ambtsdragers, en de interkerkelijke stichting tegen seksueel misbruik in pastorale relaties (SMPR) beschikt over een netwerk van vertrouwenspersonen om slachtoffers te ondersteunen.  Desondanks  laten de cijfers van de EO een pijnlijke lacune zien.

Waar blijven de slachtoffers in onze kerken? Wordt er recht gedaan? Worden de daders ter verantwoording geroepen? Deze cijfers zijn extra pijnlijk wanneer ik me bedenk dat de Protestantse Kerk zich met name is gaan richten op misbruik door ambtsdragers – en dan met name op misbruik door predikanten. Vrijwilligers in de kerk die zich schuldig maken aan misbruik is nog een redelijk onontgonnen gebied. We hebben ontzettend veel vrijwilligers die actief zijn binnen het jeugdwerk. Deze vrijwilligers hoeven geen verklaring van goed gedrag te overleggen.

Daarnaast had de Protestantse Kerk enkele jaren geleden geweldig veel kennis in huis als het gaat om misbruik en geloof. Helaas zijn met het afstoten van de Regionale Dienstencentra ook de meeste van deze groepen verdwenen.

Daar had ds. Plaisier over kunnen spreken: hoe maken we onze kerken veiliger? Hoe kunnen we op een proactieve manier werken aan preventie? Hoe dragen we er zorg voor dat er naar slachtoffers geluisterd wordt en dat er recht gedaan wordt?

Het antwoord van de secretaris van de PKN ging echter over boetedoening door daders als een mogelijkheid de doofpotcultuur te doorbreken. Het is de vraag of een openbare boetedoening wel een goed idee is. Boetedoening sluit aan bij dadermechanismen. In eerste instantie zal een dader ontkennen, vervolgens bagatelliseren en tot slot spijt betuigen om zijn / haar leven weer op te kunnen pakken. De dader krijgt een podium aangereikt waarop hij zijn schuldbesef mag etaleren. Dit is een risicovolle strategie: daders vertellen niet altijd het hele verhaal. In mijn onderzoek (Ontredderd, 2005) deed een predikant vier of vijf keer een poging om tot een openbare schuldbelijdenis te komen. De kerkenraad en gemeente wilden hem graag weer in de armen sluiten, maar telkens bleken er zich nog nieuwe slachtoffers te melden, waar de schuldbelijdenis niet over repte.

De vraag die zich opdringt en waar we mee aan de slag moeten is: hoe kunnen we beter recht doen aan slachtoffers binnen de kerk?