Tag Archives: Missionaire Specialisatie

De missionaire gemeente: noodzakelijke onmogelijkheid?

11 jun

Dit artikel is verschenen in ‘Voorbij de sprakeloosheid. Over de missie van de kerk in de wereld’ Utrecht: Protestantse Kerk, juni 2016. Het magazine bevat 15 bijdragen van de predikanten die de opleiding missionaire specialisatie volgden

Er zijn maar weinig kerkleden die niet doordrongen zijn van het belang van een gastvrije en uitnodigende geloofsgemeenschap. In die zin is de tijd rijp voor meer aandacht voor de missionaire dimensie van geloofsgemeenschappen. Veel kerkelijke gemeenten kiezen dan ook voor woorden als ‘open’ en ‘veelkleurig’ om zich te omschrijven. De praktijk blijkt echter weerbarstiger. De keuze voor een open identiteit resulteert niet per definitie in een beleidsverandering. Geloofsgemeenschappen blijven de sterke neiging vertonen om zich vooral naar binnen te richten, op de eigen leden. Voor buitenstaanders valt het niet mee om de weg naar de kerk te vinden en de drempel van kerkelijke taal te slechten.

Verlegenheid

Dit zou kunnen samenhangen met een zekere verlegenheid in mainstreamkerken over de vraag wie zij zijn en waar zij voor staan.  Enkele decennia geleden was het nauwelijks denkbaar dat ‘veelkleurigheid’ een kenmerk van de identiteit van een kerkelijke gemeente kon zijn. De gemeente kwam immers bijeen rond een bepaalde gedeelde visie en ook over de vormen bestond relatief veel overeenstemming. Inmiddels kennen vele gemeenten binnen de Protestantse Kerk in Nederland een grote diversiteit in geloofsbelevingen en voelen gemeenteleden zich bij verschillende vormen thuis.

Veelkleurig als constatering

Het woord ‘veelkleurig’ wil de nadruk leggen op de ruimte die er is voor verschillen. Voor een identiteit rond veelkleurigheid zijn ruimte en vrijheid wezenlijke elementen zijn. Wat mij opvalt, is dat het spreken over ‘de veelkleurige gemeente’ soms ingegeven is door verlegenheid. Het is niet zozeer een bewuste keuze waar een visie achter schuil gaat, maar meer een constatering van wat er in de gemeente gebeurt. Het risico is dan dat de gemeente niet écht veelkleurig is, maar grijs (waar staan we eigenlijk voor?) en vrijblijvend (als je niet mee wilt doen, is natuurlijk ook goed).

Weerstanden

Er valt nog iets op. Juist in gemeenten die zich omschrijven als veelkleurig, is weerstand tegen veranderingen voelbaar. Enerzijds wordt de noodzaak van een meer missionaire gemeente onderkend, anderzijds leidt deze constatering niet tot concrete handelingen. Deze ongemakkelijkheid is ook terug te zien in het verdwijnen van evangelisatiecommissies, terwijl er geen nieuwe vorm gevonden wordt voor deze kerntaak van de plaatselijke gemeente.

Mijn veronderstelling is dat de erosie van geloofsinhouden en van betrokkenheid op kerkelijke activiteiten van kerkleden een ervaring van crisis oproept, waardoor de neiging ontstaat de vormen belangrijker te gaan vinden.

In dit artikel ga ik eerst in op de vraag wat de missionaire gemeente inhoudt en waar de grootste bedreiging voor de gemeente ligt. Vervolgens schets ik de mogelijkheden van een hoopvol antwoord.

De noodzaak voor aandacht voor de missionaire gemeente

In zekere zin zou het eigen aan een geloofsgemeenschap moeten zijn om missionair te zijn. Het christelijk geloof is immers in zichzelf zendend. Het is God zelf die het goede leven, het Koninkrijk van God, bestemt en toedicht aan de mens. De geloofsgemeenschappen zijn gestalten en oefenplaatsen van dat Koninkrijk en hebben de roeping om het goede nieuws door te vertellen in woorden en handelingen. Stefan Paas merkt op dat evangelisatie het hart van de zending is en onopgeefbaar meegegeven is in het christelijke geloof. Dat maakt het missionaire verlangen wakker (2015, 38).

De missionaire praktijk in het verleden, een terughoudendheid om het eigen gelijk aan anderen op te leggen en verlegenheid met de eigen identiteit maken dat het missionaire handelen van de kerk met argwaan wordt begroet, niet in de laatste plaats door de eigen leden. Het heeft ertoe geleid dat de missionaire dimensie meer en meer naar de achtergrond is geraakt.

Desondanks zindert er in de Protestantse Kerk een missionair verlangen. Het is de vraag wat dat verlangen wakker heeft gemaakt. Is het het verlangen om deel te nemen aan de missio Dei? Of kent het verlangen een meer ‘economische’ grond: hoe kunnen we de kerk in stand houden, gezien het ledenverlies en zorg om komende generaties?

Nu hoeft dit natuurlijk geen tegenstelling in te houden. De vraag is echter wel van belang om zowel de missionaire opleving als de ontwikkelingen in de kerk goed te kunnen duiden. Daarnaast is de grond van het verlangen wel van belang om het doel van missionaire activiteiten tegen het licht te houden: wil men nieuwe leden om de bestaande gemeenschap voort te kunnen zetten of mag het bestaande ook veranderen ten dienste van de boodschap? Opnieuw: het hoeft geen tegenstelling te zijn, maar het is wel goed om de diepere motivatie te verhelderen.

Zorg om ontwikkelingen

Aan de ernst van de ontwikkelingen in de kerk wordt niet meer getwijfeld[1]. Afgelopen oktober publiceerde de Protestantse Kerk in Nederland de visienota Kerk 2025: waar een Woord is, is een weg, van de hand van de scriba Arjan Plaisier. In deze nota slaat de PKN een nieuwe weg in. De gedachte aan een vanzelfsprekende volkskerk die er altijd en overal is, wordt losgelaten. Back to the basics is het devies. De crisis in de kerk creëert nieuwe kansen en mogelijkheden om het eigene te herontdekken en afscheid te nemen van overtollige ballast.

Het onderzoek God in Nederland[2] bevestigt het sombere beeld en spreekt van een ‘wijkende kerk’. De PKN ziet zich geconfronteerd met een veranderende seculiere context, waarin de kerkelijk betrokken christenen een minderheid zijn geworden.

Betekenisverlies

Als ik artikelen lees over kerkverlaters of in gesprek ben met gemeenteleden of mensen die ooit kerkelijk waren, valt op dat de kerk in hun levens niet of nauwelijks nog betekenis heeft. Als je niet naar kerkdiensten gaat, mis je niet zoveel. Op de een of andere manier heeft de kerkelijke ondersteuning van geloven haar relevantie verloren voor een grote groep mensen. Daarnaast is het opvallend dat deze groep mensen vaak uitspreken dat ze het geloof niet vaarwel zeggen. Als ze zoeken naar betekenis of naar antwoorden zijn de plaatselijke kerken niet meer de vanzelfsprekende gesprekspartners.

Waar komt dit betekenisverlies vandaan?  Het lijkt erop dat gelovigen in meer of mindere mate moeite hebben gekregen om onder woorden te brengen waar ze voor staan, waar ze in geloven. Het ontbreken van taal gaat niet alleen over ‘hoe je het zegt’, maar ook over de inhoud van het geloof zelf. Waar sta ik voor? Waar maakt het geloof voor mij een verschil? Wat is die boodschap van het Koninkrijk van God en hoe beïnvloedt het mijn gemeenschap en mijzelf? Die verlegenheid rond inhoud en betekenis van geloof is in ook in de kern van de geloofsgemeenschap zelf terug te vinden.

Als je zelf al moeite hebt om helder te krijgen waarom je lid bent van een kerk en het geloof ten diepste niet meer relevant is voor je dagelijks leven, hoe zou je dan wervend kunnen (en willen) zijn voor buitenstaanders? Maarten Wisse beschrijft dit gegeven in zijn boek  Zo zou je kunnen geloven. Het betekenisverlies van geloof binnen de kerk zou een van de redenen kunnen zijn waarom zoveel waarde wordt gehecht aan geloofsvormen. De vorm herinnert nog aan de betekenis die inmiddels verloren is gegaan en biedt daardoor nog een zekere mate van houvast. Voor de volgende generaties heeft de vorm echter niet alleen de betekenis, maar ook de herinnering verloren.

Volgens Wisse is het een logische ontwikkeling vanwege de krachtige invloed van de Verlichting op ons westerse denken. De filosoof Immanuel Kant onderscheidde drie domeinen die toegang verschaffen tot het begrijpen van onze werkelijkheid: kennis, het goede en het schone. De taal en het denken van de Verlichting hebben ook een prijs: het maakt het spreken over geloof lastig en misschien zelfs onmogelijk. Wanneer kennis over de waarheid alleen gebaseerd kan zijn op meetbare feiten, verliest het geloof aan betekenis. Waar de waarheidsclaim geen aan betekenis heeft verloren, worden nieuwe wegen gezocht om de relevantie van geloven onder de aandacht te brengen. Het tweede domein dat Kant onderscheidt, die van het goede (moraal en ethiek) is lang door verschillende kerken omarmt: het goede doen als de kern van het christelijke gedachtegoed. Ook dit domein lijdt aan betekenisverlies. Als anderen (anders dan christelijk) ook het goede doen, is er dan een wezenlijk verschil met het christelijke ‘goed-doen’? Als het goede doen de kern is, waarom zou je dan nog aansluiting zoeken bij een kerk?

In het zoeken naar hernieuwde betekenis kreeg het derde domein (het schone) meer en meer ruimte in verschillende kerken. De schoonheid van de liturgie, kunst, taal, etc kan ontroeren en het transcendente in aanwezigheid brengen. Deze schoonheid is echter niet meer verbonden met waarheid waardoor het door niet ingewijden als een leeg omhulsel ervaren kan worden.

Maarten Wisse beschrijft in het tweede deel van zijn boek hoe je zou kunnen geloven. Welke geloofselementen juist in onze tijd van betekenis kunnen zijn. Interessant is dat Tom Wright in Eenvoudig christelijk spreekt over ‘echo’s van een stem’ en wijst op elementen uit de hierboven genoemde domeinen. In onze cultuur zijn meerdere dilemma’s als richtingwijzers te vinden die iets laten zien van een betere wereld of van iets dat (iemand die?) ons overstijgt: het verlangen naar eerlijkheid en gerechtigheid, terwijl het ons maar niet lukt om een rechtvaardige wereld te maken. Het verlangen naar spiritualiteit, naar betekenis, terwijl de troosteloosheid maar niet overwonnen wordt. Het verlangen naar goede en opbouwende relaties, terwijl we scherpe conflicten en pijn maar niet achter ons kunnen laten. Tenslotte wijst Wright op het verlangen naar schoonheid, terwijl schoonheid ons steeds door de vingers glipt.

Een hoopvol antwoord

Hoewel de crisis binnen de kerk diep en de urgentie om te handelen groot is, biedt deze crisis goede kansen om opnieuw over het eigene van de geloofsgemeenschap na te denken. Om als kerken te winnen aan relevantie, is de eerste noodzakelijke stap om na te denken over de identiteit van de gemeente. Wat mist de buurt als de kerk verdwijnt? Wat missen de eigen leden? Daarnaast is het van belang dat de eigen leden waarde hechten aan en waarderend spreken over de activiteiten van de geloofsgemeenschap. Want waarom zou iemand zich willen aansluiten bij een gemeente als er een negatieve sfeer hangt of de eigen gemeenteleden het al niet zo belangrijk vinden?

Het zou kunnen zijn dat een geloofsgemeenschap voor eigen leden en buitenstaanders relevanter wordt, wanneer de identiteit expliciet en inclusief is. Een expliciete identiteit spreekt aan: de geloofsgemeenschap staat ergens voor. Een inclusieve identiteit is uitnodigend: mensen worden niet buitengesloten.

Betekenisvolle identiteit

Vanuit de betekenisvolle identiteit kan langs twee lijnen aan de missionaire gemeente worden gewerkt. Door Voor de verandering van Sake Stoppels ben ik op spoor gezet van de eerste lijn. Missionaire ruimte kan alleen ontstaan wanneer de gemeente van binnenuit weer leert groeien in de relatie met God en met de leden onderling. Het betekent dat missionaire gemeenten aandacht besteden aan het gesprek van hart tot hart, opdat de gemeente kan groeien in haar spirituele eigenheid.

Een antwoord op het betekenisverlies is immers om opnieuw na te denken en te spreken over de relevantie van geloof in onze cultuur, in ons eigen leven. In mijn beleving is het christelijk geloof uiterst relevant – Jezus Christus is gekomen om enerzijds mensen die zich verloren en vervreemd voelen thuis te brengen, anderzijds om kwade machten een halt toe te roepen. Met andere woorden: geloven brengt het inzicht dat er kwaad is, zicht op verlossing door Jezus Christus, en een manier van leven zodat gelovigen lichtdragers en lichtbrengers worden.

De tweede lijn wordt aangereikt door Michael Monagh. Hij toont het belang van pionieren, van nieuwe vormen van kerk-zijn. De focus van elke geloofsgemeenschap zou gericht moeten zijn op het trachten te bereiken van mensen die geen kerkelijke binding hebben.

Focus op missie

Wat betekent deze focus op missie voor de lokale gemeente? Een geloofsgemeenschap kan op drie manieren reageren. De eerste mogelijkheid is om als lokale gemeenschap niets te doen en niet te veranderen. De prijs zal zijn dat de opdracht om missionair gemeente te zijn niet goed uit de verf zal komen. Een tweede mogelijkheid is dat de lokale gemeente zich probeert aan te passen in haar vormen en inhoud om zoveel mogelijk mensen aan te spreken. De prijs is echter dat er kostbare concessies worden gedaan aan de identiteit van de gemeente. De veranderingen kunnen tot gevolg hebben dat niemand zich meer echt thuis voelt in de gemeente. Een derde mogelijkheid is om als lokale gemeente te blijven doen waar ze goed in is. De eigen identiteit mag versterkt en gevoed worden. Tegelijkertijd worden gemeenteleden gestimuleerd om in hun eigen context het geschenk van de geloofsgemeenschap handen en voeten te geven en ook door te geven. Het gevolg zal zijn dat er nieuwe lokale geloofsgemeenschappen kunnen ontstaan, los van de eigen lokale gemeente.

Ontspanning

Deze derde optie is een ontspannen mogelijkheid die ten volle voorleeft dat de kerk een geschenk van God aan de wereld is. De lokale kerk mag dat geschenk doorgeven. Deze tweede lijn bepaalt de kerk bij de noodzaak om focus naar buiten te blijven richten en om te durven loslaten.
Bibliografie

Bernts, T & Berghuijs, J. (2016) God in Nederland Utrecht: Ten Have

Heitink, G. (2007) Een kerk met karakter. Tijd voor heroriëntatie Kampen: Kok

Moynagh, M. (2014) Being church. Doing life. Creating gospel communities where lif happens. Oxford UK: Monarch Books

Paas, S. (2015) Vreemdelingen en priesters. Christelijke missie in een postchristelijke omgeving. Zoetermeer: Boekencentrum

Plaisier, A. (2015) Kerk 2025: waar een Woord is, is een weg. http://www.protestantsekerk.nl/Lists/PKN-Bibliotheek/WaareenWoordis-iseenweg.pdf

Wisse, M. (2014) Zo zou je kunnen geloven. Franeker: Van Wijnen

Wright, Tom (2007) Eenvoudig christelijk Franeker: Van Wijnen

[1] In 2007 publiceerde Gerben Heitink Kerk met karakter. In een gepassioneerd betoog beklemtoonde bij de urgentie en de diepte van de crisis in de Protestantse Kerk.

[2] Sinds 1966 wordt dit onderzoek naar de godsdienstigheid in Nederland elk decennium uitgevoerd. De laatste versie is van dit jaar en laat zien dat de mainstream kerken moeite hebben om geloofsinhouden over te dragen en de leden vast te houden. Het geschetste beeld lijkt echter wel iets te somber, omdat er geen rekening is gehouden met de opkomst van de migrantenkerken en de vragenlijsten de nieuwe bewegelijke religiositeit niet in het vizier lijkt te krijgen. Wel is de conclusie gerechtvaardigd dat de grote kerken, zoals Katholieke Kerk en de Protestantse Kerk in hun huidige vorm grote moeite hebben om te overleven.

Samen preken 2

7 mei

Enkele weken geleden schreef ik over een experiment waarbij ik via internet mensen heb gevraagd mee te luisteren naar een kerkdienst waarin ik voorging. De richtvragen nodigden ook de hoorders uit om hun vragen en verlangen met mij te delen. In dit blog wil ik ingaan op enkele punten van de feedback die mij ook weer verder hebben geholpen.

Beeldend spreken

Hoewel alle hoorders terug gaven dat ze het betoog goed konden volgen (begrijpelijk taalgebruik), de bedoeling begrepen (wat wil de spreker zeggen) en de spreker authentiek vonden overkomen, bleek het toch ook een opgave om tot het einde de aandacht vast te houden. Verschillende hoorders vermoeden dat het verslappen van de aandacht zou kunnen worden ondervangen wanneer ik meer beeldend zou spreken.

In eerste instantie werd gedoeld op de behoefte aan meer voorbeelden die boodschap en leefwereld samen brengen. In tweede instantie raakt deze kritiek ook aan de lessen die ik tijdens de Missionaire Specialisatie heb getrokken na de cursusdagen over presenteren. Het zou het betoog ten goede komen als ik meer tijd zou nemen om een thema uit te werken en te visualiseren en te laten landen in de leefwereld van de hoorders. Dit is dus een belangrijk aandachtspunt.

Vertrekpunt van de hoorders

Een opvallende en mooie input waren de persoonlijke reacties van de hoorders. In het reactieformulier werd de vraag gesteld of de preek ook raakte aan de eigen thema’s. Het betekende dat de vragen niet alleen uitnodigden tot het waarderen van de voorganger, maar ook om zelf te reflecteren. In dit blog wil ik stil staan bij de opmerkingen van drie hoorders. Een hoorder gaf aan dat zij worstelt met God en met zichzelf. Ze ervaart weinig betekenis en heeft grote moeite om het leven als zinvol te beleven. God roept bij haar angst op. Het niet kunnen ervaren en integreren van Gods liefde maakt de angst voor God groter: God zal wel teleurgesteld en kwaad zijn. Mijn boodschap activeerde (tot op zekere hoogte) de angst voor God. Wel gaf zij aan om op zoek te gaan naar wegen om meer over die liefhebbende God te horen.

Een tweede hoorder gaf aan dat ze de (h)erkenning voor de pijn die kerken soms kunnen veroorzaken door hun handelen op prijs stelde. Tegelijkertijd gaf ze aan dat mijn focus op een nabije en aanwezige God in tijden van zorg en zwaarte niet aan haar vragen raakte. Voor haar had het meer mogen gaan over geloven in het gewone leven. Ook vroeg zij zich af of God ook betekenis heeft als het goed met je gaat. Haar vragen hebben te maken met waarheid, met het ontrafelen van de werkelijkheid.

Een derde hoorder luisterde met de ballast van een zware geloofsopvoeding waarin een straffende God, de zondigheid van de mens en neerdrukkende machteloosheid belangrijke ingrediënten waren. Het spoorde haar aan om actiever vragen te stellen bij de God uit haar jeugd en te zoeken naar de ruimte van een liefhebbende God.

Veranderend luisteren en spreken

Wat ik bijzonder vind, is dat de hoorders, ondanks hun verschillende vertrekpunten, zochten naar aanknopingspunten in de preek om met hun eigen vragen aan de slag te gaan. Daar waar de preek een afgesloten betoog werd of waar ruimte voor eigen invulling ontbrak, raakte ook de aandacht en interesse weg. Het is ondoenlijk om te proberen om tegemoet te komen aan alle vragen van de hoorders. Op het moment echter dat in de preek een bepaalde vraag, observatie of probleem wordt uitgewerkt, geeft dat ruimte om ook de eigen vragen mee te nemen.

Ceremoniemeester

Een belangrijk aspect voor hoorders om tot veranderend luisteren te kunnen komen, is veiligheid. Veiligheid wordt ervaren wanneer er ruimte is voor eigen gedachten en verwerking en wanneer de voorganger authentiek spreekt. Wanneer de kerkdienst in een veilige setting plaatsvindt, kan de voorganger functioneren als de ceremoniemeester voor de ontmoeting van gemeente met God. De bruid en de bruidegom. Het is de taak van de ceremoniemeester om de ruimte voor die ontmoeting vorm te geven.

 

Samen preken

26 apr

Voor de missionaire specialisatie hebben wij de opdracht gekregen om een ‘missionaire preek’ te schrijven en voor te leggen aan een publiek dat niet (meer) kerkelijk betrokken is. Nu is natuurlijk de vraag wanneer een preek missionair is. Zou niet iedere preek logischerwijs uitnodigend, begrijpelijk en actueel moeten zijn?

Cartoon preek

Experiment

De opdracht nodigde mij in ieder geval uit tot een experiment. Via WordPress, Twitter en Facebook vroeg ik mensen of ze naar mijn dienst wilden luisteren en aansluitend van commentaar voorzien (aan de hand van een bijgevoegde vragenlijst). Naast deze algemene oproep, had ik (voor de zekerheid …) ook enkele gemeenteleven gevraagd om na de viering de vragenlijst in te vullen. In totaal hebben tien mensen op mijn preek gereageerd. De uitnodiging en de uitwisseling leverden mooie waardevolle ontmoetingen op, ook met mensen die ik alleen via sociale media ken. In die zin is dit experiment geslaagd te noemen.

Effect op de voorbereiding

De uitnodiging via internet ging mede mijn voorbereidingen bepalen. Het maakte toch ook wel zenuwachtig. Het gegeven dat er allerlei mensen zouden kunnen meeluisteren die ik niet alleen niet ken, maar die ook nog eens seculier, zoekende of beschadigd door de kerk zouden kunnen zijn, maakte dat ik scherper naar mijn doelstelling keek. Daarnaast merkte ik dat ik bewuster de stappen van het preekproces bij langs ging. Dit zou toch eigenlijk elke keer mijn focus moeten zijn?

Effect op de hoorder

De hoorders gaven terug dat de vragen hen op een positieve manier hebben beïnvloed. ‘Het luisteren naar de preek werd vooraf of achteraf gestuurd door vragen als ‘gaat de preek over mijn concrete situatie’ of ‘gaat de preek in op mijn eigen vragen. Deze vragen nodigden de hoorders uit om hun eigen vragen ruimte te geven – los van het gegeven of de vragen ook aan de orde kwamen in de preek.

Dit zag ik ook terug in de reacties op mijn preek. Over het algemeen reageerden de hoorders positief of enigszins positief: het betoog was redelijk goed te volgen, de bedoeling was te begrijpen en de spreker werd als authentiek ervaren. Daarnaast brachten ze hun eigen vragen, context en overtuiging onder woorden. Dát laatste heb ik als zeer waardevol ervaren. De reacties beschreven waar ik steken had laten vallen, kansen had gemist of vragen en pijnpunten over het hoofd had gezien. Het feit dat dit is opgeschreven en is toegestuurd, nodigt uit tot een verdiepend gesprek.

Daarmee is dit experiment meer dan geslaagd. Later meer over de inhoudelijke kant.

 

NEE! HET. IS. NIET. GOED!

16 feb

“Kerkelijke muziek staat vaak niet genoeg stil bij de schreeuw. Dat is een van de dingen die jongeren in popmuziek vinden. De rauwheid van het leven. De druk van de samenleving waar je als jongere aan ten onder kunt gaan.” Aan het woord is Arend Dijkstra, deskundige op het gebied van popmuziek en leadzanger en gitarist van The Great Communicators.  Hij spreekt voor een groep predikanten die de cursus Missionaire Specialisatie volgen.

 

Brug tussen leefwerelden

Arend Dijkstra laat ons verschillende popnummers horen. Popmuziek toont iets van de onderstroom in onze cultuur. Het vertelt welke thema’s er spelen, welke vragen aan de orde zijn. Popmuziek heeft ook een verbindende kracht, zoals de Top2000-diensten laten zien. De popnummers haken aan een collectief geheugen.

Het belang en de waarde van popmuziek is dat het vaak gaat over grote menselijke thema’s. Het verlangen naar iemand die je echt kent, naar liefde. De angst voor leegte. Het onvermijdelijke en onherroepelijke van de dood. Schuld. De druk van de samenleving. De schoonheid van onze wereld. Plezier. Geluk. Het zijn thema’s waar in de kerk ook over gesproken en gezongen wordt. Opmerkelijk is dat het kerkelijk leven voor velen één van de leefwerelden is (naast de leefwerelden van vrienden, collega’s, school of werk), maar dat de échte levensvragen gemakkelijker herkend worden in popnummers dan in kerkelijke liederen. Daarnaast is de kerk voor velen überhaupt geen gesprekspartner meer, vanwege de taal, de muziek, beschadigende ervaringen of het morele oordeel die aan de kerk wordt toegeschreven.

Popmuziek kan de brug vormen tussen de verschillende leefwerelden. Soms door de aanklacht of het contrast, soms omdat de vragen van de nummers precies dezelfde vragen zijn als die in de kerk worden gesteld. Muziek verwoordt de diepste emoties, de diepste grond van je bestaan. Wanneer de kerk geïnteresseerd raakt en gebruik kan maken van nummers die in het dagelijks leven een belangrijke rol spelen, kan de popmuziek verbindend en verdiepend werken.

De schreeuw

Een belangwekkende constatering van Arend Dijkstra is dat veel kerkelijke muziek te weinig de zwaarte, diepte en rauwheid van het leven verkent en onderkent. Veel jongeren luisteren naar hard rock, metal, of rap. Het is bijzonder boeiend om met jongeren in gesprek te gaan over de nummers die ze luisteren. In deze muziek vinden ze herkenning. Als het al gaat over de rafels van het bestaan en over de duisternis die bezit van je kan nemen, heeft christelijke muziek al snel de neiging om naar een oplossing toe te zingen. Soms is het nodig dat de muziek het uithoudt in de schreeuw. In de schreeuw komt de wanhoop en beklemming naar buiten. Het verzet en het verlangen. Een nummer waar die schreeuw in doorklinkt is Given up van Linkin Park

De tekst gaat als volgt:

Wake in a sweat again
Another day’s been laid to waste
In my disgrace

Stuck in my head again
Feels like I’ll never leave this place
There’s no escape

I’m my own worst enemy

[chorus]
I’ve given up
I’m sick of feeling
Is there nothing you can say

Take this all away
I’m suffocating
Tell me what the fuck is wrong
With me
[end chorus]

I don’t know what to take
Thought I was focused but I’m scared
I’m not prepared

I hyperventilate
Looking for help somehow somewhere
And no one cares

I’m my own worst enemy

[chorus]
I’ve given up
I’m sick of feeling
Is there nothing you can say

Take this all away
I’m suffocating
Tell me what the fuck is wrong
With me
[end chorus]

[bridge]
Goddddddd!!!!

Put me out of my misery
Put me out of my misery
Put me out of my
Put me out of my fucking misery
[end bridge]

[chorus]
I’ve given up
I’m sick of feeling
Is there nothing you can say

Take this all away
I’m suffocating
Tell me what the fuck is wrong
With me
[end chorus]

Schuld 

Een van de nummers die Arend Dijkstra ons liet horen was I made a mistake van Blood Red Shoes. Het is een nummer die gaat over falen. Over het moeten leren leven met fouten die niet meer ongedaan gemaakt kunnen worden. Hoe kun je jezelf vergeven en weer met jezelf leren leven? Een nummer met zoveel handvatten voor een goed gesprek.

Stilstaan bij de rafels

Luisteren naar popmuziek leert me om meer stil te staan bij de schaduwkanten van het leven. Popmuziek kan de kerk ook een spiegel voorhouden, omdat we soms al antwoorden geven voordat we de pijn en wanhoop van de vraag doorleefd hebben. Kunnen we het uithouden in de schreeuw?

De toekomst ligt op straat

4 dec

Maandag 30 november sprak Michael Moynagh als gastdocent voor de cursisten van de Missionaire Specialisatie. Moynagh heeft zich in de achterliggende periode bewezen als één van de meest invloedrijke onderzoekers naar nieuwe vormen van kerk-zijn. Hij heeft verschillende publicaties op zijn naam staan waarin hij reflecteert op de betekenis van nieuwe vormen van kerk-zijn voor de gevestigde kerken. Zijn analyse biedt mogelijkheden en hernieuwde hoop om als kerken aanwezig te zijn in het alledaagse leven, mits de kerk het aandurft om fundamenteel vanuit de context te denken. Zijn bekendste werken zijn Church for Every context. An Introduction tot Theology and Practice en Being Church. Doing Life. Creating gospel communities where life happens. Moynagh is een uiterst vriendelijke man en een onderhoudend spreker. Zijn boodschap voor de kerk is even eenvoudig als revolutionair.

Foto Rebecca Onderstal

Fresh expressions

Veel van Moynagh’s boodschap is gerelateerd aan zijn onderzoek naar ‘fresh expressions of church’. Dit zijn nieuwe vormen van kerk-zijn die zich specifiek richten op mensen die niet verbonden zijn met een geloofsgemeenschap om in hun context een gemeenschap te vormen. Deze nieuwe vormen helpen ons, volgens Moynagh, om de kern van het kerk-zijn beter te begrijpen. Hij trekt vier lessen uit zijn analyse van deze fresh expressions in Engeland voor de gevestigde kerken. Allereerst laten fresh expressions zien wat het betekent om van missie prioriteit te maken. Fresh expressions zijn in hun doen en laten missionair. Het start met het verlangen om mensen te ondersteunen en een stukje op weg te helpen (serving and loving people). Dit sluit aan bij het wezen van God: Gods hart gaat uit naar de wereld. Dat is het verhaal van de Bijbel. Concreet betekent dit dat missionaire activiteiten niet een aanvulling zijn op wat kerk is, of dat het een vervolgactiviteit, maar dat het de eerste stap van de kerk hoort te zijn.

Het tweede dat fresh expression laat zien, is dat missie een gemeenschappelijke  activiteit is. Zoals de discipelen twee aan twee werden uitgezonden (Lucas 10), zo is de basis van een missionaire activiteit dat het gezamenlijk wordt overdacht en opgezet.

Fresh expressions laten in de derde plaats zien hoe belangrijk het is dat de kerk zich opnieuw verbindt met het alledaagse leven. In onze tijd is het gewone leven gefragmenteerd geraakt. De kerk maakt veelal geen deel meer uit van die fragmenten. Het betekent dat we als kerk opnieuw na moeten denken over de vraag hoe we in de verschillende segmenten van het leven aanwezig kunnen zijn. Hoe kan de kerk opnieuw ‘lokaal’ worden? Het vraagt om nieuwe vormen die eerder ontstaan vanuit relaties dan vanuit inhouden.

Misschien is de belangrijkste les van de fresh expressions wel dat de kerk een geschenk van God aan de wereld is. Dit geschenk mogen wij weer doorgeven. Concreet betekent dit dat we het ook loslaten: de ontvangers zijn vrij om het geschenk aan hun eigen context aan te passen en zo weer door te geven. Met andere woorden: missie heeft niet als doel om anderen lid te laten worden van je eigen geloofsgemeenschap, maar om het evangelie door te geven in een nieuwe context. Het is een levend geschenk, voor iedereen.

Hoe te reageren op nieuwe ontwikkelingen?

Wat betekent deze focus op missie voor de lokale gemeente? Een geloofsgemeenschap kan op drie manieren reageren op de roep om mensen die geen kerkelijke binding hebben te bereiken. De eerste mogelijkheid is om als lokale gemeenschap niets te doen en niet te veranderen. De prijs zal zijn dat de opdracht om missionair gemeente te zijn niet goed uit de verf zal komen. Een tweede mogelijkheid is dat de lokale gemeente zich probeert aan te passen in haar vormen en inhoud om zoveel mogelijk mensen aan te spreken. De prijs is echter dat er kostbare concessies worden gedaan aan de identiteit van de gemeente. De veranderingen kunnen tot gevolg hebben dat niemand zich meer echt thuis voelt in de gemeente. Een derde mogelijkheid is om als lokale gemeente te blijven doen waar ze goed in is. De eigen identiteit mag versterkt en gevoed worden. Tegelijkertijd worden gemeenteleden gestimuleerd om in hun eigen context het geschenk van de geloofsgemeenschap handen en voeten te geven en ook door te geven. Het gevolg zal zijn dat er nieuwe lokale geloofsgemeenschappen kunnen ontstaan, los van de eigen lokale gemeente.

Wat maakt kerk tot kerk?

Een spannende vraag is dan wat kerk tot kerk maakt. Is elke ‘fresh expression’ gelijk ook een vorm van kerk? Moynagh beschrijft de essentie van de kerk als een set van vier relaties: met God, met de wereld, met de bredere kerk (traditie) en met de gemeenschap. De kenmerkende eigenschappen van de kerk (ambt, sacramenten) zijn nodig om deze essentie te dienen.

Het was een waardevolle en mooie studiedag. Wat ik meeneem is dat we ‘kerk’ niet bezitten, maar dat het geschenk is dat we mogen doorgeven en vervolgens moeten durven loslaten. De nieuwe gelovigen kunnen ons een spiegel voorhouden die ons uitnodigt om ons eigen doen en laten te doordenken en te veranderen zodat we meer en meer dienstbaar het evangelie mogen voorleven. Kern is een gunnend en gul kerkelijk leven.

Geloof zonder betekenis

14 apr

Afgelopen maandag (13 april 2015) verzorgde Maarten Wisse  een studiedag in het kader van de Missionaire Specialisatie. In zijn boek Zo zou je kunnen geloven zoekt Wisse naar de betekenis van geloof in onze samenleving. Hij beschrijft vier (protestantse) manieren van geloven, waarin hij de betekenis van die manier beschrijft, maar ook stil staat bij waar zo’n manier van geloven lijdt aan betekenisverlies.

leegte

Betekenisverlies

Tijdens de studiedag probeerde Wisse dieper in te gaan op het betekenisverlies van geloof door culturele ontwikkelingen. Als we begrijpen waarom geloven voor velen niet of minder relevant is geworden, zou het ons kunnen helpen om opnieuw ons geloof te verwoorden en de betekenis hiervan te verhelderen. [Waarschuwing: onderstaande is mijn weergave van uitleg en gesprek, en hoeft dus niet noodzakelijkerwijze waar te zijn]

Kennis

De Verlichting heeft een krachtige en blijvende invloed op ons westerse denken. De filosoof Immanuel Kant onderscheidde drie domeinen die toegang verschaffen tot het begrijpen van onze werkelijkheid: kennis, het goede en het schone. De belangrijkste toegang tot de werkelijkheid is kennis: waarheid kan alleen gebaseerd zijn op feiten. Gelovigen die in dit denken meegingen, konden dus ook niet meer via dit domein over geloof spreken. Ondanks vele pogingen van apologeten zijn waarheidsclaims alleen overtuigend voor gelovigen.

Het goede

Waar de waarheidsclaim geen aan betekenis heeft verloren, worden nieuwe wegen gezocht om de relevantie van geloven onder de aandacht te brengen. Het tweede domein dat Kant onderscheidt, die van het goede (moraal en ethiek) is lang door verschillende kerken omarmt: het goede doen als de kern van het christelijke gedachtegoed. Ook dit domein lijdt aan betekenisverlies. Als anderen (anders dan christelijk) ook het goede doen, is er dan een wezenlijk verschil met het christelijke ‘goed-doen’? Als het goede doen de kern is, waarom zou je dan nog aansluiting zoeken bij een kerk?

Het schone

In het zoeken naar hernieuwde betekenis kreeg het derde domein (het schone) meer en meer ruimte in verschillende kerken. De schoonheid van de liturgie, kunst, taal, etc kan ontroeren en het transcendente in aanwezigheid brengen. Deze schoonheid is echter niet meer verbonden met waarheid waardoor het door niet ingewijden als een leeg omhulsel ervaren kan worden.

In mijn beleving laat deze analyse zien waarom de kerken in het Westen zoveel moeite hebben om in onze cultuur te overleven. Kerken die de waarheid aanzeggen en verkondigen vinden weinig aansluiting en betekenis in de cultuur. Het terugtrekken op eigen geloofsgrond en het buitensluiten van cultuur wordt steeds lastiger, omdat gelovigen op andere terreinen van het leven de invloed van de cultuur aan den lijve ondervinden. Het ‘goede doen’ en ‘schoonheid’ blijken in de lucht te hangen wanneer er geen geloofsinhouden meer aan gekoppeld zijn.

Maar wat dan?

Maarten Wisse beschrijft in het tweede deel van zijn boek hoe je zou kunnen geloven. Welke geloofselementen juist in onze tijd van betekenis kunnen zijn. Interessant is dat Tom Wright in Eenvoudig christelijk spreekt over ‘echo’s van een stem’ en wijst op elementen uit de hierboven genoemde domeinen. In onze cultuur zijn meerdere dilemma’s als richtingwijzers te vinden die iets laten zien van een betere wereld of van iets dat (iemand die?) ons overstijgt: het verlangen naar eerlijkheid en gerechtigheid, terwijl het ons maar niet lukt om een rechtvaardige wereld te maken. Het verlangen naar spiritualiteit, naar betekenis, terwijl de troosteloosheid maar niet overwonnen wordt. Het verlangen naar goede en opbouwende relaties, terwijl we scherpe conflicten en pijn maar niet achter ons kunnen laten. Tenslotte wijst Wright op het verlangen naar schoonheid, terwijl schoonheid ons steeds door de vingers glipt.

Een antwoord op het betekenisverlies is om opnieuw na te denken en te spreken over de relevantie van geloof in onze cultuur, in ons eigen leven. In mijn beleving is het christelijk geloof uiterst relevant – Jezus Christus is gekomen om enerzijds mensen die zich verloren en vervreemd voelen thuis te brengen, anderzijds om kwade machten een halt toe te roepen. Met andere woorden: geloven brengt het inzicht dat er kwaad is, zicht op verlossing door Jezus Christus, en een manier van leven zodat gelovigen lichtdragers en lichtbrengers worden. Hier kom in een volgende blog nog op terug.

Troost – eucharistie in Londen

22 dec

Van vrijdag 12 tot en maandag 14 december vond de studiereis naar Londen plaats, een reis in het kader van de Missionaire Specialisatie. We bezochten in Londen verschillende kerken en spraken met verschillende voorgangers. Waarom Londen? Het is de bakermat van de ‘fresh expressions of church’: nieuwe en vrije vormen van kerk voor een veranderende cultuur om mensen aan te spreken die niet of nauwelijks bereikt worden door de huidige vormen van kerk. Welke vormen kunnen bijdragen om de kloof tussen het goede nieuws van Jezus Christus en de culturele context te slechten? Zijn er mogelijkheden om nieuwe geloofsgemeenschappen te stichten rond het evangelie? Het leverde vele gedachten, vragen en ideeën op – een blog hierover volgt binnenkort.

st james s piccadilly

Geraakt in St. James’s Church Piccadilly 

Het was een intensief en indrukwekkend weekend door alle ervaringen en gesprekken. Een ervaring raakte mij zo diep, dat ik tijdens die samenkomst emotioneel werd. Een ervaring die ik koester, en die mij puzzelt. Wat gebeurde er precies? Had het met mijn eigen verhaal te maken of gebeurde er meer? Opvallend was dat meerdere collegae achteraf vertelden dat ook zij door de samenkomst geraakt waren.

Wat gebeurde er? Op zondagmorgen bezochten we de St. James’s Church Piccadilly (Church of England) voor een eucharistieviering met ds. Lucy Winkett.  De viering begon om 11.00 uur – een redelijke tijd voor de zondagochtend. Er was ruimte voor voorzichtig uitslapen en een uitgebreid ontbijt. We namen de traditionele rode dubbeldekker bus naar het centrum, maar al snel raakten we verstrikt in het vroege kerstwinkelverkeer.

Dak- en thuislozen

Iets te laat en met enige haast staken we het kerkplein over om de kerk binnen te gaan. Op het kerkplein zaten en liepen verschillende dak- en thuislozen. Een bord kondigde een special kerstdienst aan voor mensen die moeite hebben met kerst: ‘Blue Christmas’. Aandacht voor mensen met hun eigen levensverhalen en beleving. Mooi.

Rechts op het plein stond een caravan (zo’n keet van gemeentewerken) voor pastorale gesprekken voor dak- en thuislozen. In het nagesprek met Lucy Winkett bleek dat de daklozen in de kerk mochten blijven slapen. Niet in de zalen en bijgebouwen, maar in de kerkzaal. In het heilige. Dicht bij God.

Welkom in Gods Rijk

We schoven aan in de banken van de St. James’s Church. De kerk rook sterk naar wierook. De geluiden van de stad drongen gedempt de ruimte binnen. Het was vol. Ik kwam naast een dakloze jongeman te zitten. De mensen om mij heen knikten vriendelijk naar me. In de bank lagen geen liedboeken of liturgieën, maar een vrouw liep de kerkzaal door en deelde liturgieën uit – en bleef dit doen gedurende het eerste deel van de viering. Mensen bleven binnendruppelen en aanschuiven. Het maakte dat ik me welkom voelde, uitgenodigd. Voor in de kerk zat een travestiet. Verspreid in de kerkzaal zaten meerdere daklozen. Schuin voor mij zat een man met zijn hondje, dat de hele dienst stil was, maar de zegen met geblaf beantwoordde.  Achter mij zaten mensen uit Schotland, daarnaast een vrouw die op de racefiets was gekomen. De helm nog op. Tussen deze mensen, geaccepteerd in hun manier van aanwezig zijn, voelde ik mij ook thuis komen. Op verzoek van de voorganger gaven we elkaar een hand en maakten even kennis met elkaar.

Misschien klinkt het enigszins chaotisch wanneer ik zo de context van de viering beschrijf, maar zo voelde het niet, en zo wás het ook niet. Het bracht juist ruimte waarbinnen we een geloofsgemeenschap werden. Paulus schrijft dat we geen vreemdelingen en bijwoners meer zijn, maar burgers van Gods Koninkrijk. Misschien was dat wel het eerste dat er gebeurde: we werden deel van het lichaam van Christus. In die ruimte klonk een uiterst zorgvuldig samengestelde liturgie die zich met zorg en goed voorbereid aan ons voltrok. Ruimte voor heiligheid. Ook de teksten van de gebeden, liederen, overdenking en eucharistie waren uitnodigend en inclusief. In de woordkeuze werd niemand buitengesloten: vrouwen en mannen, ouderen en jongeren, hetero’s en homo’s, de verschillende culturen – samen verbonden door Christus.

Genade ontvangen in de eucharistie

In de verkondiging benadrukte ds. Lucy Winkett de levensveranderende kracht van Gods genade. Drie zaken kunnen we niet veranderen: ons verleden, de waarheid en de ander. Het verleden heeft me gevormd en gaat met me mee. Soms bepaalt het verleden mijn toekomstbeleving en mijn keuzes in het hier en nu – lang niet altijd bewust. Gods genade nodigt uit om vrede te sluiten met mijn verleden, vergeving te vinden en los te kunnen laten.

Vanuit deze context (ervaring van geloofsgemeenschap en het horen over de kracht van Gods genade) klonken vervolgens het tafelgebed en de nodiging tot de eucharistie. Bij het breken van het brood sprak de voorganger verschillende woorden, onder andere: het lichaam van Christus, gebroken voor de gebrokenen. Op dat moment werd ik mij bewust van een krachtig verlangen om deel uit te maken van Christus’ lichaam – van Christus zelf. In de kring werd brood en wijn gedeeld en werd mijn ziel gevoed.

Het was voor mij groots en bijzonder om mijn verlangen te ervaren en toe te staan. Dat was genezend. Troost in Londen.

Ecologische verantwoordelijkheid als missionair kenmerk

1 okt

Afgelopen maandag hadden we een boeiende cursusdag in het kader van de Missionaire Specialisatie. Heleen Zorgdrager en Eleonora Hof praatten ons bij over twee visiedocumenten: ‘Five Marks of global mission’ en ‘Together towards life: mission and evangelism in changing landscapes’. Het zijn interessante documenten. Allereerst omdat de stem van de wereldkerk hierin door klinkt. Het is niet een westerse visie voor de rest van de wereld, maar een breed gedragen visie waarin de westerse stemmen veel bescheidener zijn gaan klinken. In de tweede plaats proberen deze documenten een tegenstelling in visies op missie te overstijgen.

aarde2

Grofweg kunnen er twee stromingen in de visie op zending en missie onderscheiden worden: allereerst een stroming die zich vooral richt op de strijd tegen onrechtvaardige structuren. Het betekent aandacht voor onderwijs, verbetering leefomstandigheden en milieu. Het verkondigen en evangeliseren zou hier als vanzelf in mee moeten komen. De tweede stroming zet veel meer in op evangeliseren als reactie op de andere stroming. Eerst verkondigen en dan komen de vruchten van het geloof.

Nu is er dus een breed gedragen gedachtegoed die deze tegenstelling wil overstijgen. Evangeliseren kan niet zonder handelingen, het wordt zichtbaar in persoonlijke levensstijl, inzet voor gerechtigheid en aandacht voor de schepping.

Er is veel meer over te zeggen, maar wat ik boeiend vond, was dat het noemen van onze verantwoordelijkheid voor het milieu als één van de missionaire kenmerken op weerstand stuitte in onze groep. Het blijkt een ongemakkelijk thema. Sommigen gaven aan dat deze problematiek te ver af ligt van voorgangers en kerk om er iets over te mogen zeggen. Anderen vertelden dat aandacht voor milieu en schepping in de gemeente op weerstand stuit, omdat het geld kost. Tot slot waren er die aangaven dat in het perspectief van de nieuwe hemel en nieuwe aarde de aandacht vooral uit zou moeten gaan naar verkondigen en minder naar ecologie.

In mijn ogen is het van groot belang om wél krachtig te blijven wijzen op onze verantwoordelijkheid voor de schepping – zeker met het oog op missionair gemeente zijn. Het sluit aan bij het conciliair proces (vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping), en ook de wereldkerk doet een beroep op ons om ons steeds opnieuw in te zetten voor sociale structuren en voor het milieu, met het oog op  de geloofwaardigheid en  de betrouwbaarheid van de verkondiging van het evangelie.

Het is een belangrijk Bijbels thema. De Bijbel zet in bij de schepping en plaats de mens in het centrum, in de tuin – met als roeping om de tuin te dienen en te hoeden.  Wanneer God met Noach een verbond sluit na de zondvloed, sluit Hij een verbond met de schepping. Het is Gods schepping die wij moeten dienen, en niet andersom. In onze zorg om de schepping spreekt in mijn beleving juist ons missionaire bewustzijn.

Maar hoe doe je dat dan – een ecologische verantwoordelijkheid handen en voeten geven? Vaak voelen we ons ongemakkelijk, omdat de problemen zoveel groter zijn en zoveel verder reiken dan waartoe wij onszelf in staat achten. Persoonlijk denk ik dat we tot meer in staat zijn dan we denken. In de keuzes die we maken voor ons eten, ons consumentengedrag, etc. Wat ik me wel realiseer, is dat het wel iets kost. We geven iets op van onze luxe en ons gemak voor het welzijn van de ander. Het hangt natuurlijk af van onze mogelijkheden en ons inkomen. De een heeft meer mogelijkheden dan de ander. Maar laten we zoeken naar de ruimte om in onze eigen leedomgeving te beginnen om een verschil te maken en handen en voeten te geven aan onze verantwoordelijkheid om dienend en als hoeder aanwezig te zijn.