Tag Archives: nacht

Een engel in de nacht

5 okt

Onvermijdelijk maar toch plotseling slaat de paniek toe, midden in de nacht. Het is donker. Niet op de kamer. Het licht van de ziekenhuisgang valt naar binnen. Het groene licht boven de deur. Het blauwe schijnsel van de ondersteunende apparaten. Het is donker in het hoofd. De gebeurtenissen zijn nauwelijks te bevatten en schrik voor de toekomst overrompelt en ontneemt het laatste restje hoop.

Zo kort geleden nog – was het vanmiddag? Zo kort geleden nog leek er niets aan de hand. Je voeten en handen deden wat je wilde. Als vanzelfsprekend. Je had regie over je leven, over je gaan en je staan.

Nu is alles anders. Een herseninfarct. Een lichaam dat niet meer meewerkt. Een hoofd waarin het raast en stormt. De genadeloze eenzaamheid in de nacht. Niets meer kunnen. Van het ene op het andere moment volkomen afhankelijk geworden. In alles.

En dan is daar de paniek. Als de geluiden van buiten verstommen. De stilte van de nacht indaalt. Het welt op vanuit het binnenste en barst zich een weg naar buiten. De emoties buitelen de kamer door. De toekomst – één groot schrikbeeld.

Dan is daar een gestalte. De nachtzuster. Ze brengt rust. Ze neemt de tijd, troost, vraagt en luistert.

Door haar aanwezigheid valt er licht door de gebrokenheid naar binnen. Een streepje toekomst. Hoe dun en kwetsbaar dan ook. Een streepje toekomst en het hart opent zich. Voorbij de angst. En het werd morgen.

Gebeden in de nacht

29 jun

Waarom God, waarom? Mijn levenskracht stroomt weg. De hoop glipt me door de vingers. Ik weet niet hoe ik de moed moet vinden om vol te houden om door te gaan. Soms, God, lijkt het duister van de nacht tastbaar te worden. Ik roep tot U, ik roep met al mijn kracht – maar mijn keel is schor, mijn mond is droog. Ik ben bang, God, omdat ik vrees dat U mij verlaten hebt. Ik ben bang, omdat ik U zo nodig hebt, maar U zo ver bent. U hebt beloofd dat U niet alleen laat, dat U troont op de lofzangen van Israël – waar bent U dan? Ziet u mij?

U antwoordt mij – help mij U te horen. Amen.

Naar psalm 22.

 

++++++++++++++++

Uit de diepte, God, roep ik tot U. Er komt geen geluid over mijn lippen, maar in mijn binnenste schreeuw ik het uit. Het is te diep – mijn last is te zwaar. Het donker trekt aan me, trekt me naar beneden.

Ik word gekweld door schaamte. Ik ga gebukt onder schuld. Ik durf mijzelf niet onder ogen te zien en verstop mij in mijn duister. Ik kleed mij in de nacht, maar ik verlies mijzelf.

In de diepte, God, speur ik naar hoop. Met heel mijn hart verlang ik naar het ochtendgloren. Naar licht.

God, bij U is vergeving, bij U mag ik opnieuw beginnen. God van bevrijding – om uw vrede bid ik, om aanvaarding en rust. Dat ik in uw licht opnieuw mag beginnen. Amen

Naar psalm 130

 

+++++++++++++++

Ik ben U kwijt God. Wat er met mij gebeurt, wat er om mij heen gebeurt, kan ik niet rijmen met uw Naam. Het breekt me bij mijn handen af. Mensen om mij heen vertellen dat U een God van dichtbij bent. Mensen om mij heen roemen uw trouw. Maar God, ik zie het niet. Ik zie U niet. De ellende ontneemt me de adem. En U God, U slaapt.

Wordt toch wakker. Bekommer U toch om mij. God – omwille van uw Naam! Amen

Naar psalm 44