Tag Archives: omstanders

Ondertussen in Nederland – over seksueel misbruik

28 aug

Afgelopen nacht kon ik niet slapen. Ik dacht aan de 1400 meisjes in Rotherham, Engeland, die in de afgelopen jaren geleden hebben onder stelselmatig seksueel misbruik. Gevangen in een verschrikkelijk web van seksueel misbruik.  Meisjes die worden uitgeleverd aan mannen. Bij het woord ‘uitgeleverd’ huiver ik. Wie leveren uit? Het zijn vaders, broers, moeders, vertrouwenspersonen – het zijn de mensen op wie het kind had moeten kunnen vertrouwen. Het zijn de mensen die de plicht, de roeping hadden om onvoorwaardelijk van het meisje te houden. Wat een diep verraad.

door Esther Veerman

door Esther Veerman

Rotherham

Afgelopen nacht lag ik wakker, en dacht aan de meisjes in Rotherham. Niet alleen werden en worden ze op een gruwelijke manier misbruikt, maar ook werden ze niet geloofd. Het niet geloofd worden – hoe verschrikkelijk moet dat zijn? Hoe diep wordt dan je eenzaamheid? Er was niemand die aan de bel trok. Velen waren op de hoogte of konden op de hoogte zijn geweest, maar er werd opzettelijk de andere kant uit gekeken. Een cultuur van ontkenning. In die cultuur kon het misbruik verschrikkelijke vormen aannemen.

Ook in Nederland

Vannacht kon ik de slaap niet vatten. Ik moest denken aan al die jongens, meisjes en volwassenen die op dit moment te maken hebben met misbruik. Elk jaar worden 62.000 kinderen voor de eerste keer slachtoffer van een vorm van seksueel geweld. Ik moest denken aan al die mensen die slachtoffer zijn geworden van seksueel misbruik en worstelen met de gevolgen. Ik moet denken aan de verstikkende eenzaamheid, omdat het zo zwaar en ongelofelijk angstig is om met je verhaal naar buiten te komen. Wat doet het met je, wanneer je niet geloofd wordt, wanneer je gezegd wordt te zwijgen, wanneer je ontdekt dat er een cultuur heerst van zwijgen, ontkennen en de andere kant opkijken.

Geen geïsoleerd probleem

We mogen niet langer onze ogen sluiten. Seksueel misbruik is niet een geïsoleerd probleem van een gestoorde gek of een zieke groep. Seksueel misbruik komt zo breed voor in de samenleving, dat het blijkbaar diep in onze cultuur is verankerd. Dat is het eerste waar we van doordrongen moeten raken. Misbruik komt in alle lagen van de bevolking voor, en in het overgrote deel van het misbruik is de dader een bekende van het slachtoffer. Het meeste misbruik vindt binnen onze eigen gezinnen plaats.

Cultuur van zwijgen

Waarom wordt er zo vaak en gemakkelijk in alle toonaarden gezwegen over misbruik? Dat daders zwijgen ligt voor de hand. Wanneer een situatie van misbruik uitkomt, valt de hele samenleving over de dader heen. De extreme verontwaardiging is geen meeleven met het slachtoffer, maar een ultieme manier om het kwaad te bezweren. De dader is het geïdentificeerde kwaad en moet worden uitgedreven. Er is geen ruimte om na te denken over het klimaat waarbinnen het misbruik kon ontstaan.

Slachtoffers zwijgen omdat ze vaak loyaal zijn aan de daders. Het zijn immers vaak bekenden. Kun je je broer, oom, vader of tante aangeven? Daarnaast gaat misbruik vaak gepaard met dreiging. Daders bedreigen of manipuleren slachtoffers, zodat ze veel moeten overwinnen om het verhaal naar buiten te durven brengen. Tot slot moeten slachtoffers ook de eigen schaamte overwinnen. Slachtoffers voelen zich vaak schuldig over het misbruik en schamen zich voor wat hen is aangedaan. Blaming the victim, ongeloof en onbegrip verergeren de schaamte.

De omstanders zwijgen omdat de verhalen van misbruik de idylle van veiligheid op het spel zetten. Gezinnen blijken niet zonder meer de hoeksteen van de samenleving te zijn. Sportverenigingen, kerkelijke gemeenschappen, instellingen, scholen en crèches blijken veel minder veilig dan gedacht. Ontkennen en de andere kant op kijken is een manier om de idylle in stand te houden. De nadruk om te vergeven of om het misbruik met de mantel der liefde te bedekken zijn middelen om het zwijgen in stand te houden. Het aanhoren en geloven van de verhalen van de slachtoffers vraagt om ingrijpen, om handelend optreden. Het vraagt om naar onze eigen houding en onze eigen rol te kijken. Luisteren naar het slachtoffer vraagt om betrokkenheid. Neutraal blijven speelt de dader in de kaart en houdt het klimaat waarbinnen het misbruik kan woekeren in stand

Het is tijd om wakker te liggen en op te staan.

Niet-pesten is onvoldoende

11 jan

In de afgelopen maanden werden we enkele malen opgeschrikt door verhalen van jonge mensen die zo in het nauw waren gedreven door hun pesters, dat zij geen andere uitweg meer zagen dan een einde te maken aan hun leven. Deze dramatische levensverhalen zetten de problematiek van pesten opnieuw scherp op de agenda. En dat is nodig: het blijkt niet alleen om een probleem te gaan dat ernstige gevolgen kan hebben voor degene die gepest wordt, maar het blijkt ook op grote schaal voor te komen.

Niet onschuldig

Vrijwel alle verhalen van mensen die gepest zijn, laten zien dat pesten nooit onschuldig is. De dreiging, uitsluiting, vernedering en scheldwoorden kerven wonden in een mensenleven die diep binnen kunnen komen en een leven lang als een zwaarte meegedragen worden. Het kan leiden tot een negatief zelfbeeld, tot moeite om anderen te vertrouwen en tot angsten en nachtmerries. Wanneer iemand met pesters te maken krijgt, verandert haar of zijn leven drastisch. De fundamenten van het bestaan komen onder druk te staan: de veiligheid is immers weg. Vaak speelt schaamte ook een rol, waardoor het pesten door de gepeste als een goed bewaard geheim wordt meegenomen. Hierdoor werken de negatieve boodschappen door in die omgeving die anders veilig zou zijn geweest.

De psychologe Janoff-Bulman laat zien dat we in het schrijven van ons levensverhaal steeds uitgaan van drie kernnoties: de wereld is een geordend en logisch geheel en dus betrouwbaar. De tweede notie is dat de mensen goedwillend zijn. De derde notie betreft de overtuiging dat ik als persoon de moeite waard ben. Dat is de basis voor eigenwaarde en autonomie. Er is sprake van een traumatische ervaring wanneer deze noties beschadigd raken. Een trauma raakt aan de kern van ons bestaan: eigenwaarde, vertrouwen en een betrouwbare wereld zijn niet meer vanzelfsprekend. Het mag duidelijk zijn dat het pesten een traumatisch kan zijn. Het kan zo ver komen dat de gepeste geen hoop meer heeft en een einde aan haar of zijn leven maakt.

Wat verontrustend is, is dat desondanks op grote schaal gepest wordt. Onderzoek toont aan dat 10% van de kinderen vaak en 25% een enkele keer is gepest. (Bron: http://www.nji.nl/eCache/DEF/1/19/992.cmVjb3JkbnI9MTAwMDAxNjcmdm9vcj1kb3NzaWVyJnRvb249dGFiZWwmdGFiZWxucj0y.html) Ook op de middelbare school en op het werk blijkt pesten geregeld voor te komen. Als we weten hoe schadelijk pesten kan zijn – waarom maken zoveel kinderen, jongeren en volwassenen zich hier schuldig aan?

Die vraag klinkt des te indringender wanneer we bedenken dat in gesprekken kinderen en jongeren over het algemeen goed op de hoogte zijn van de gevolgen van hun pestgedrag. Het kan dus niet afgedaan worden als ‘ze weten niet wat ze doen’.

De omstanders maken het verschil

Voorlichting gericht op de pesters maakt dus niet het verschil; ze weten wat de gevolgen zijn, maar het pesten gaat toch door. Het vergroten van de assertiviteit van de gepeste werkt ook vaak maar ten dele. Allereerst blijken de gepesten vaak uit schaamte het pesten geheim te houden. Deze groep wordt pas opgemerkt als ze op enig moment zelf beginnen te praten of als een omstander het pesten aan de orde stelt. In de tweede plaats is er sprake van een machtsverschil tussen pester en gepeste. Zeker wanneer er sprake is van een groep pesters (en vaak is er sprake van meerdere pesters) zal de gepeste – hoe assertief ook – toch het onderspit delven. Pestgedrag lijkt samen te hangen met de rangorde in de groep. ‘Erbij horen’ is een belangrijk motief om mee te doen met pesten of om niet in te grijpen.

Daar komt nog een wonderlijk punt bij. Het lijkt erop dat pesten op het moment zelf vergoelijkt wordt. Wanneer een jongere zich van het leven heeft beroofd, is er veel aandacht voor het schadelijke van het pesten. Toch zullen weinig schooldirecteuren pesters voorhouden dat ze op het schoolplein bezig zijn iemand te vermoorden. Vermoorden – is dat niet een beetje sterk uitgedrukt? Nee, eigenlijk niet, want dat is precies wat gebeurt. Een van de 10 geboden is: ‘Gij zult niet doodslaan’.  In Mattheüs merkt Jezus op dat wanneer iemand een ander uit scheldt zich schuldig maakt aan juist dit gebod. Je ontneemt een ander immers de ruimte om mens te zijn, om te groeien, om zichzelf te ontplooien.

Willen we echt dat pesten stopt, dan zijn er tenminste twee zaken nodig: pesten moet altijd – ook in de zogenaamde ‘milde’ vorm – duidelijk en stevig veroordeeld worden. Het is een ander de ruimte ontnemen om mens te zijn – en daar past geen nuance. Daarnaast kunnen pesters en gepesten zelf de dynamiek van geweld niet doorbreken. In dat doorbreken maken de omstanders het verschil. Durf het risico aan te gaan om weg te lopen, de pester te confronteren of om naast de gepeste te gaan staan. Einstein merkte al op: “The world is a dangerous place to live; not because of the people who are evil, but because of the people who don’t do anything about it.” Niet-pesten is niet voldoende, we zullen met elkaar actief werk dienen te maken van het doorbreken van patronen.