Tag Archives: overstapdienst

Nog één rivier …

27 jun

Nog één rivier. Nog één rivier scheidt het volk Israël van het Beloofde Land. Wat is er in de achterliggende jaren veel gebeurd. Veertig jaar lang zijn ze onderweg geweest. Woestijntijd. Het waren soms prachtige tijden waarin ze hoop hielden en God dichtbij wisten. Het waren soms radeloze tijden. Tijden waarin ze zich verloren en verlaten hadden gevoeld. Bedreigd, opgejaagd – en van God geen spoor. Ze trokken verder. Steeds weer. Van oase naar oase. Ze hadden te maken met honger en dorst, met vijanden en met uitzichtloosheid. De generaties die de bevrijding in Egypte hadden meegemaakt, hadden ze in de woestijn moeten begraven. Ze verloren hun geloof, maar wisten zich door God gevonden. De verhalen van bevrijding en redding droegen ze kostbaar met zich mee.

Een kist vol hoop

De priesters droegen een kist (of: ark van het verbond) met zich mee. Daarin zaten voorwerpen die herinnerden aan de weg die Israël gegaan was. De bloeiende staf van Aäron als herinnering dat zijn familie de HEER mag dienen. Een kruikje met manna, het brood uit de hemel, als herinnering dat God voor het volk zorgt. De twee stenen tafels met de Wet die Mozes van God had ontvangen, als herinnering aan hoe Isra:el hoorde te leven. En die kist, die ark, vertelde ook: God gaat mee. Vergeet dat niet!

Aan de oever van de Jordaan

Daar staat het volk. Aan de oever van de Jordaan. Aan de overkant ligt de belofte, de toekomst. Een nieuw begin. Durven ze de stap te zetten? Daar staat Jozua. De nieuwe leider van het volk. Zou het kunnen? Zou hij het durven? Mozes opvolgen, en het volk van God leiden? ‘Wees dapper’, zegt God. ‘Ik ga met je mee.’

Misschien moet ik nog iets vertellen over de Jordaan. Het heeft een grotere en diepere betekenis dan alleen de rivier die tussen Israël en Kanaän instaat. Drie dingen wijzen op die diepere betekenis: allereerst kent het land Israël, zoals we dat in het Oude Testament leren kennen, ook een Over-Jordaanse. De Jordaan is dus niet de grens van het Beloofde Land. Daarnaast wordt in het eerste hoofdstuk van het boekje Jozua het Beloofde Land geschetst. Het geschetste gebied is echter nooit in handen van Israël geweest. Wel is hier een link te leggen met de hof van Eden uit Genesis 2. Tot slot is in de theologie van het Oude Testament de Jordaan ook de ‘doodsrivier’ die uitmondt in de Dode Zee. Het staat voor zonde en schuld, het staat voor de grens tussen woestenij en belofte.

De Jordaan is de rivier waarin Johannes doopte – kopje onder in dood en schuld, en opstaan tot een nieuw leven.

Die grensrivier loopt ook door ons eigen leven. We staan aan de oever als we klaar zijn met de basisschool en aan een hele nieuwe school gaan beginnen. We staan aan de oever als we als ouders en verzorgers onze kinderen los moeten gaan laten. We staan aan de oever als we met pensioen gaan en ons leven opnieuw vorm moeten geven. We staan aan de oever als we iemand verloren hebben en niet weten of dat Beloofde Land nog met ons te maken heeft. We staan aan de oever …. Hoe moeten we verder?

Bouw een monument – herinner!

Israël moet stenen verzamelen. Stenen die op de bodem van de grensrivier lagen. Stenen die normaal gesproken bedekt werden door het soms kolkende en verstikkende water van zorgen, angsten en schuld. Maar nu moest het volk Israël de stap zetten. ‘Zet je voet op het water en er zal een pad komen’ beloofde God. ‘Ga maar, want Ik ga met je mee’.

Daar waar geen weg leek te zijn, waar toekomst, verlangen en hoop buiten bereik leek te zijn, kwam er met Gods hulp een weg. Dwars door de rivier.

De stenen die de Israëlieten opstapelen vormen een monument. Vergeet dit niet. Herinner. Vertel het verhaal van Gods bewogen en betrokken zorg. Vertel het verhaal van Gods bevrijdend handelen.

Monumenten vertellen verhalen. De struikelstenen in Sliedrecht vertellen het verhaal van onze Joodse inwoners. Monumenten vertellen ons de verhalen van het verleden en verbinden die met ons handelen nu.

Zo kunnen gewone stenen tot stenen van hoop worden, zoals we die hier in de kerk verzameld hebben. Zo’n steen kan je helpen herinneren dat je niet alleen bent. Zo’n steen kan je eraan herinneren dat God je misschien eerder geholpen heeft. Of aan de belofte dat Hij nabij is.

Herinner en ga met God!

Het volk Israël ging op weg. Ze gingen, richtten stenen op en verlegden de loop van hun leven. Ze gingen met God de toekomst tegemoet. Dat is wat Jozua ons te vertellen heeft. ‘Ga maar’ zegt God. ‘Zet die stap naar de toekomst maar. Met alle vreugde en uitdaging. Met alle plezier en verlangen. Met alle zorg en verdriet. Ga maar. Je bent niet alleen. Kijk maar naar die stenen – weet je nog?’

Vragen om over na te denken:

  1. Wanneer stond jij ‘aan de oever van de Jordaan’? Voor welke nieuwe fase stond je toen? Wil je daar iets over vertellen?
  2. Wat heeft je geholpen om de stap te zetten?
  3. Heb jij momenten in je leven meegemaakt die een monument verdienen, zodat je er steeds aan herinnerd wordt?
  4. Opdracht: zoek een mooie steen of kei. Schilder, teken of schrijf daar een boodschap op en geef deze kei aan iemand die je graag wilt steunen.

Gebed

Hemelse Vader,

Wat is het soms spannend om aan iets nieuws te beginnen. Wat is soms ingewikkeld om afscheid te moeten nemen van een hele periode. Van school, van vriend(inn)en, van meesters en juffen. We willen U danken voor al het goede dat er was, voor de mooie dingen – dat dat ook tot zegen mag zijn in de komende tijd. Waar dingen niet goed waren, wilt U ons helpen om daar een weg in te vinden?

Wilt U met ons meegaan op de nieuwe en onbekende weg, opdat we weten dat we nooit alleen zullen zijn. Zo bidden we U in Jezus’ naam. Amen

Zegen voor wie overstappen

3 jul

IMG_20170827_123559

Moge onze hemelse Vader, God van licht

Jullie zegenen – jullie die een geschenk van God aan ons zijn

Moge God jullie zegenen op de weg die jullie gaan

Een nieuwe weg

Moge onze HEER jullie verlangen en jullie eigenheid zegenen

Dat jullie  moed mogen ontvangen als jullie tegen dingen opzien

Dat  jullie kracht mogen ervaren als jullie je klein en zwak voelen

Moge de HEER jullie licht op je pad geven als de weg onzeker of donker is

Dat jullie gezegend mogen zijn met vreugde en vertrouwen

Moge God jullie ouders en pleegouders zegenen

Dat zij de wijsheid vinden om los te laten waar kan

De moed om vast te houden waar nodig is

En zegen hun liefde

opdat jullie en jullie ouders mogen weten dat U bij hen bent – amen

IMG_20170927_082709

Een leesrooster voor groep 8 met moedige verhalen

19 jun

Op zondag 26 juni 2016 is er in de Ontmoetingskerk een ‘Overstapdienst’. We hebben in de gezinsviering aandacht voor de jongeren die na de zomervakantie naar het voortgezet onderwijs gaan. Het is best een spannende stap. Misschien heb je er heel veel zin in, misschien zie je er erg tegenop. Hoe dan ook, het is goed om ook in de kerk bij dit moment stil te staan. Zondag 26 juni staat het verhaal van David en Goliat centraal.  Lees je mee, op weg naar zondag? We lezen

Maandag: God gelooft in jou, maar toch fijn als iemand helpt!

Lezen: Exodus 4, 10 – 15

10 Maar Mozes antwoordde: ‘Neemt u mij niet kwalijk, Heer, maar ik ben geen goed spreker. Dat is altijd al zo geweest, en daar is geen verandering in gekomen nu u tegen mij, uw dienaar, gesproken hebt. Ik kan nooit de juiste woorden vinden.’ 11 De HEER zei: ‘Wie heeft de mens een mond gegeven? Wie maakt iemand stom of doof, ziende of blind? Wie anders dan ik, de HEER? 12 Ga nu, ik zal bij je zijn als je moet spreken en je de woorden in de mond leggen.’ 13 Maar Mozes hield vol: ‘Neemt u mij niet kwalijk, Heer, stuur toch iemand anders, wie u maar wilt.’ 14 Nu werd de HEER kwaad op Mozes. ‘Je hebt toch een broer, de Leviet Aäron!’ zei hij. ‘Ik weet dat hij welbespraakt is. Hij is al naar je onderweg en zal blij zijn je te zien. 15 Vertel jij hem wat hij moet zeggen. Ik zal bij jullie zijn als je moet spreken en jullie ingeven wat je moet doen.

Die Mozes. Eén onbezonnen daad had zijn leven compleet veranderd. Zijn toekomst had er zo rooskleurig uit gezien. Hij leefde nota bene in het paleis van de farao, de koning van Egypte. Maar toen hij een keer tijdens een wandeling zag hoe een Egyptenaar een Israëliet lastig viel, sloeg hij in een vlaag van woede die Egyptenaar dood. Hij vreesde voor zijn leven en vluchtte de woestijn in. Daar vond hij onderdak bij schaapherders. Nu leefde hij een rustig leventje. Hij was getrouwd. Had kinderen. Een relaxte baan.

Maar dan is daar ineens die stem van God. God roept Mozes op om het volk Israël uit Egypte weg te leiden. Eigenlijk durft Mozes niet. Hij is bang dat dit avontuur voor hem niet goed afloopt. Hij sputtert tegen. ‘Nee, God. U vergist zich. Ik kan dat helemaal niet.’ Maar God gelooft in Mozes. ‘Ik ga met je mee’,  zegt God. ‘Het komt goed.’ Mozes is er niet gerust op en blijft allerlei uitvluchten verzinnen. ‘Ja maar, ik kan helemaal niet zo goed praten. De farao ziet me al aankomen.’  Dan zegt God: ‘Je broer gaat met jou mee. Samen en met Mijn hulp gaat het goed komen.’

Dat is een fijne gedachte als je zelf moeilijkheden moet overwinnen: God gelooft in jou. En soms stuurt Hij mensen op je pad die jou kunnen helpen.

Vraag: zie jij wel eens tegen dingen op? Wat doe je dan? Wat helpt jou om moeilijke dingen toch te doen?

Gebed: Lieve Vader in de hemel, dank U wel dat U voor ons zorgt. Wilt U met mij zijn als ik dingen moet doen die ik moeilijk vind. Wilt U mij ook mensen geven die mij kunnen helpen. Mag ik ook anderen helpen om moeilijkheden te overwinnen? Amen

 

Dinsdag: Soms heb je weinig nodig om veel te bereiken

Lezen: Rechters 7, 8 – 10

Gideon hield dus alleen die driehonderd man bij zich en stuurde de rest van de Israëlieten weg, elk naar zijn eigen woonplaats. Maar eerst had hij hun proviand overgenomen, en al hun ramshoorns. Het kamp van de Midjanieten lag beneden hem, in de vallei. 9 Die nacht zei de HEER tegen Gideon: ‘Het is zover! Doe een aanval op hun kamp; ik geef het je in handen. 10 En als je geen aanval durft te wagen, sluip dan met je knecht Pura naar beneden.

In de tijd dat Gideon leefde, ging het niet goed met Israël. Elk jaar, als de oogst op het land stond en bijna binnengehaald kon worden, kwamen er vijanden die alles kapot maakten. De Israëlieten waren niet in staat om zich te verdedigen. Al zeven lange jaren achter elkaar werden de oogsten vernietigd en werd er van alles geroofd. Er heerste bittere armoede in Israël.

Maar dan komt er een engel bij Gideon. ‘Jij moet Israël redden’. Ergens is Gideon er niet helemaal gerust op. Hij vraagt een paar keer om een teken aan God of Hij hem echt wil helpen. En dan verzamelt Gideon een heel leger. Hij vraagt aan alle mannen in Israël die kunnen vechten, om hem te helpen. God heeft echter andere plannen. Het gaat niet om de grote van het leger, maar om het vertrouwen op God. Het leger van Gideon wordt steeds kleiner. Tot slot heeft Gideon nog maar 300 soldaten over. Driehonderd! Kun je daarmee de vijand ooit verslaan?

God begrijpt goed dat Gideon bang is. Bang zijn is op zich niet erg. ‘Sluip vannacht maar met je knecht naar het legerkamp van de vijand. Luister maar wat daar gezegd wordt’. Met deze God durft Gideon het te wagen. Een klein leger tegen een overmacht. Toch weet Gideon Israël weer te bevrijden van de vijanden. Er breekt een rustige periode aan. Door Gods hulp!

Vraag: wanneer voel jij je veilig? Voel je je ook wel eens niet zo veilig? Wat doe je dan?

Gebed: Lieve God, dank U wel dat U dicht bij ons wilt zijn. Ook als we ons misschien een beetje alleen voelen, weten we dat U bij ons bent. Wilt U ons helpen om te groeien in vertrouwen op U? Amen

Woensdag: Gewoon beginnen

Lezen: Genesis 6, 18 – 22

18 God zie: Maar met jou, Noach,  zal ik een verbond sluiten. Jij moet de ark in gaan, samen met je zonen, je vrouw en de vrouwen van je zonen. 19 En van alle dieren moet je er twee in de ark brengen, om ervoor te zorgen dat die met jou in leven blijven. Een mannetje en een wijfje moeten het zijn. 20 Van alle soorten vogels, van alle soorten vee en van alles wat op de aardbodem rondkruipt, zullen er twee naar je toe komen; die zullen in leven blijven. 21 Leg ook een voorraad aan van alles wat eetbaar is, zodat jullie allemaal te eten hebben.’ 22 Noach deed dit; hij deed alles zoals God het hem had opgedragen.

Je zou Noach maar zijn. Opeens hoort hij Gods stem en krijgt hij de opdracht om een ark te bouwen.  Een ark! Een enorme boot waar allerlei dieren in moeten passen. Zie je het voor je? Wat zou jij zeggen als je zijn buur was? De mensen zullen Noach wel vreemd en raar hebben gevonden. Een boot bouwen op het droge? Komt er een overstroming? Joh, het is juist heel mooi weer!

Noach begint gewoon. Wat de mensen ook zeggen. Dat is zijn redding en de redding van de wereld. Soms moet je maar gewoon beginnen. Wat anderen er ook van vinden …

Vraag: heb jij wel eens iets gedaan waarvan je dacht dat je het nooit kon? Wat heb je toen gedaan?

Gebed: Lieve God, dank U wel dat U mensen roept om goede dingen te doen. Wilt U mij ook helpen om mee te werken aan uw Koninkrijk en te luisteren naar uw stem? Amen

Donderdag: Je hoeft niet sterk te zijn

Lezen 1 Korinthe 2, 1 – 3

1 Broeders en zusters, toen ik bij u kwam om u het geheim van God te verkondigen, beschikte ook ik niet over uitzonderlijke welsprekendheid of wijsheid. 2 Ik had besloten u geen andere kennis te brengen dan die over Jezus Christus – de gekruisigde. 3 Bovendien kwam ik bij u in al mijn zwakheid en was ik angstig en onzeker.

Paulus is in het christelijk geloof een hele belangrijke persoon. Hij heeft namelijk allemaal reizen gemaakt om over God en Jezus te vertellen. Hij ging naar Turkije, Kreta, Griekenland en zelfs Rome. Het waren verre reizen voor die tijd! En overal waar hij kwam gingen mensen in God geloven. In die tijd was het lastig om met elkaar in contact te blijven. Daarom schreef Paulus brieven. Zo schreef hij ook verschillende brieven aan de gemeente in Korinthe. In die brief zegt hij iets bijzonders: ‘Weet je, ik was echt angstig en onzeker toen ik bij jullie kwam’.

Dat kan en mag dus! Je mag bang zijn en onzeker. Je hoeft je niet sterk voor te doen. Het is gewoon goed. Weet je waarom Paulus toch durfde? Omdat hij geloofde in Jezus Christus. Jezus is juist naar de aarde gekomen om te zorgen voor iedereen die het moeilijk heeft. Hij geeft je kracht om toch te doen wat je eigenlijk niet zo goed durfde. Als je toch iets durft te doen waar je tegenop ziet of bang voor bent, dán ben je echt een held!

Vraag: heb jij wel eens iets moeten doen waar je heel erg tegenop zag en misschien niet durfde?

Gebed: Here Jezus, wilt U heel dicht bij mij zijn als ik dingen moet doen die ik lastig en moeilijk vind? Als ik naar een nieuwe school ga, als ik nieuwe vrienden moet maken, wilt U mij dan kracht en moed geven? Amen

Vrijdag: Ook jij hoort er bij!

Lezen: Lucas 19, 1 – 5

Jezus ging Jericho in en trok door de stad. 2 Er was daar een man die Zacheüs heette, een rijke hoofdtollenaar. 3 Hij wilde Jezus zien, om te weten te komen wat voor iemand het was, maar dat lukte hem niet vanwege de menigte, want hij was klein van stuk. 4 Daarom liep hij snel vooruit en klom in een vijgenboom om Jezus te kunnen zien wanneer hij voorbijkwam. 5 Toen Jezus daar langskwam, keek hij naar boven en zei: ‘Zacheüs, kom vlug naar beneden, want vandaag moet ik in jouw huis verblijven.’

Heb je ook wel eens het gevoel dat je er niet bij hoort? Dat je denkt dat niemand je ziet en niemand echt in jou geïnteresseerd is? Nou dat gevoel kent Zacheüs ook. Nu had hij het er wel naar gemaakt. Hij was namelijk een tollenaar. Dat was iemand die voor de Romeinen werkte (die het land Israël bezet hadden) en belastingen ophaalden. De meeste tollenaars waren niet eerlijk. Ze vroegen meestal meer van de mensen en dat bedrag staken ze in hun eigen zak. Je snapt wel dat de Israëlieten een geweldige hekel aan tollenaars hadden. En helemaal aan Zacheüs, want hij was de baas van de tollenaars.

Als Jezus in de buurt is, wordt Zacheüs nieuwsgierig. Wie is die Jezus? Hij zou Hem wel eens in het echt willen zien. Misschien is het wel meer dan nieuwsgierigheid. Misschien verlangt Zacheüs er wel heel erg naar om erbij te mogen horen. Om gezien te worden. Tegelijkertijd is hij zo bang, dat hij zich verstopt in een boom. Maar Jezus roept hem uit de boom. Niet om hem de les te lezen, maar omdat hij bij Zacheüs op bezoek wil komen. Die ontmoeting verandert alles voor Zacheüs. Hij heeft spijt van wat hij fout heeft gedaan en probeert zijn fouten weer goed te maken.

Zacheüs weet nu wel: wat je ook gedaan hebt, hoe je ook over jezelf denkt, hoe bang je ook bent en hoe je je ook probeert te verstoppen, Jezus roept je tevoorschijn. Hij wil je helpen en je laten weten dat ook jij erbij hoort. Je bent immers een kind van God?

Vraag: wat doe jij als je ziet dat iemand er niet bij hoort?

Gebed: Here Jezus, dank U wel dat U mij zoekt als ik de weg kwijt bent. Dank U wel dat U mij ziet en helpt. Wilt U mij helpen om meer en meer te leren om uw weg te gaan? Amen

Zaterdag: Moed gevraagd …

Lezen: Handelingen 9, 10 – 15

In Damascus woonde een leerling die Ananias heette. In een visioen zei de Heer tegen hem: ‘Ananias!’ Hij antwoordde: ‘Ik luister, Heer.’11 Daarop zei de Heer: ‘Ga naar de Rechte Straat en vraag daar in het huis van Judas naar iemand uit Tarsus die Saulus heet. Hij is aan het bidden, 12 en hij heeft in een visioen gezien hoe een man die Ananias heet, binnenkomt en hem de handen oplegt om hem weer te laten zien.’13 Ananias antwoordde: ‘Heer, van veel kanten heb ik gehoord over deze man en over al het kwaad dat hij uw heiligen in Jeruzalem heeft aangedaan. 14 Bovendien heeft hij toestemming van de hogepriesters om hier iedereen die uw naam aanroept in de boeien te slaan.’ 15 Maar de Heer zei: ‘Ga, want hij is het instrument dat ik gekozen heb om mijn naam uit te dragen onder alle volken en heersers en onder al de Israëlieten.

Ananias is een volgeling van Jezus. De volgelingen hebben het niet gemakkelijk. Sommige Joodse leiders hebben een hekel aan hen en doen er alles aan om te voorkomen dat er nog meer volgelingen komen. Een van de felste en meest gedreven tegenstanders van de volgelingen van Jezus is Saulus. Ananias is bang. Hij heeft gehoord dat Saulus op weg is naar Damascus, de plaats waar Ananias woont.

Maar dan krijgt Ananias een wonderlijk bericht. Saulus is inderdaad in de stad. Hij is niet bezig met inlichtingen verzamelen over christenen, maar hij zit in een huis te bidden. Er is onderweg iets gebeurd. Hij heeft een ontmoeting met Jezus zelf gehad. Die ontmoeting heeft Saulus helemaal op zijn kop gezet. En daarnaast: sinds die ontmoeting is Saulus blind.

Ananias krijgt van God de opdracht om Saulus beter te maken. Zou hij dat durven? Ja, met Gods hulp maakt hij Saulus beter. Saulus krijgt een andere naam. Hij gaat Paulus heten, en wordt één van de grootste predikers van het christelijk geloof. Wonderlijk hoe het soms kan gaan, vind je niet?

Vraag: wat zou jij doen als jij Ananias was geweest?

Gebed: Lieve Vader in de hemel, dank U wel voor nieuwe kansen. Dank U wel voor uw vergeving. Dank U wel dat we steeds weer opnieuw mogen beginnen. Wilt U mij helpen om ook andere mensen opnieuw een kans te geven? Amen

Zondag: wat is jouw Goliath?

Lezen: 1 Samuël 17, 38 – 41

Saul gaf hem zijn eigen uitrusting en hielp hem die aan te doen: een bronzen helm voor op zijn hoofd en een borstkuras. 39 Ten slotte gordde David het zwaard om en probeerde een paar passen te lopen, omdat hij aan zo’n zware uitrusting niet gewend was. ‘Ik kan hier niet mee lopen,’ zei hij tegen Saul, ‘ik ben dat niet gewend.’ En hij deed de uitrusting weer af. 40 Hij pakte zijn stok, zocht vijf ronde stenen uit de rivierbedding en stopte die in zijn herderstas. Toen liep hij op de Filistijn af, zijn slinger in de hand. 41 Met zware stappen kwam de Filistijn op David af, voorafgegaan door zijn schildknecht. 

David is nog niet zo oud als hij in het legerkamp van de Israëlieten komt om wat spullen naar zijn oudere broers te brengen. Israël is in oorlog met de Filistijnen en de broers moeten meevechten. Als David in het kamp rondloopt, hoort hij de grootste en sterkste soldaat van de Filistijnen de Israëlieten uitdagen, uitschelden en uitjouwen. Goliath heet hij. David wordt kwaad. Dit kan en mag niet. Hij wil deze Goliath een lesje leren.

Als Saul, de koning van Israël dit hoort, wil hij David helpen. Maar met de wapenrusting van Saul kan David helemaal niet uit de voeten. Nee, hij doet het harnas weer uit en gaat op Goliath af met waar hij goed in is en wat voor handen is. En in het vertrouwen op God.

Vraag: Goliath kan ook staan voor een moeilijkheid of een spannende uitdaging die je onder ogen moet zien. Wat is jouw Goliath? Wat of wie helpt jou?

Gebed: Lieve God, wilt U mij helpen om moeilijkheden te overwinnen en op U te vertrouwen? Amen