Tag Archives: pesten

Waardeloos

6 mei

Wat maakt het toch allemaal uit.

Monique liep boos het schoolplein af. Om de hoek begon ze te stapvoeten. Rotjongens waren het. Ze vocht tegen haar tranen. Door haar tranen heen zag ze in de kant van de weg narcissen die uitbundig bloeiden in de eerste warmte van de lentezon.

gepest

Ze werd nog bozer en met een ferme trap schopte ze zo een aantal narcissen uit de grond. Het was toch allemaal waardeloos. Ze was boos op de jongens van groep acht, die haar steeds uitlachten op het schoolplein. Ze was boos op de meisjes uit haar eigen klas, die grappen maakten. Ze was boos op de juffrouw die het nooit zag, maar haar straf gaf omdat ze een meisje een klap had gegeven.

Toen ze thuis kwam rende ze gelijk de trap op, en ging naar haar eigen kamer. In een reflex zag ze haar eigen spiegelbeeld in de spiegel op de gang. Een slungelig meisje, piekerig rood haar, sproeten en een beugel. Nou, daar ben je dan mooi klaar mee.

Haar moeder riep dat de thee was ingeschonken, maar ze had geen zin.

Ze verborg haar gezicht in haar kussen en begon te huilen.

Ze voelde een hand op haar schouder. Het was haar moeder. “He, joh, wat is er nou? Waarom ben je zo verdrietig?” Monique was helemaal niet van plan om iets tegen haar moeder te zeggen, maar opeens kwam alles eruit. Ze klemde zich vast aan haar moeder, en met horten en stoten begon ze te vertellen. Ze vertelde over hoe de kinderen haar waren begonnen te plagen. Hoe de jongens van de hogere groep haar waren gaan uitlachen. Hoe de meisjes over haar roddelden.

Haar moeder aaide haar zachtjes door haar haar. “Je weet toch dat je mijn zonnestraaltje bent? Ach, meisje toch, ach.” Monique begon weer een beetje te kalmeren.

De bel ging. Moeder ging naar beneden en deed open. Het was Robert, een jongen uit de klas van Monique.

“Is Monique ook thuis?” Moeder aarzelde. ‘Wat moet Robert hier?’, dacht ze. “Nou…” begon ze. Robert keek naar de punten van zijn schoenen en zei zachtjes: “Ik wil tegen haar zeggen dat het me spijt.” Moeder keek naar boven en zag Monique boven aan de trap staan. Ze knikte. “Nou, Robert, kom maar even binnen.”

Hij liep naar boven en deed de deur achter zich dicht.

’s Avonds voordat Monique naar bed ging kwam moeder hier nog op terug. Ze ging vlak naast Monique zitten en zei: “Ik vond het heel verdrietig om jou zo overstuur te zien. Ik had stilletjes tot God gebeden. Je bent zo een mooi meisje, je bent gemaakt door God. Het kan toch niet zo zijn dat je je zo waardeloos voelt. Kan het  je niet helpen als je zo aan God denkt?”

Monique dacht even na. “Ja. Ja. Het is fijn om te bedenken dat je bijzonder bent. Maar het is nog fijner als Robert dat tegen je zegt.” Met een glimlach om haar lippen stond ze op, en liep naar boven.

 

 

Sarren en pesten is heerlijk en lucht zo lekker op

27 sep

Een dertiger zit tegenover mij. Hij leek zijn leven redelijk op orde te hebben. Hij heeft een gezin, een goede baan – een leidinggevende functie. We zijn in gesprek en als ik in zijn ogen kijk, dan zie ik onrust en angst. Hij is niet gelukkig, voelt zich opgejaagd en wordt geplaagd door nachtmerries. Hij voelt zich opgebrand, de fut is er helemaal uit. Toen hij op de middelbare school kwam, bleek hij het pispaaltje van de klas te zijn. Het verstoppen van kleding bij het sporten, het omgooien van eten in de pauze, steeds weer flauwe geintjes maken, uitlachen – de gang naar school werd een martelgang. Thuis durfde hij er niet over te praten, op school was er geen aandacht voor, werd het gebagatelliseerd of vergoelijkt. En ondertussen deed het sarren en pesten zijn vernietigende werk aan de binnenkant van deze tiener. Meer en meer sloot hij zich af en trok zich terug. Hij twijfelde aan zichzelf, en voelde zich schuldig over het pesten. Zijn eigenwaarde brokkelde af en geregeld dacht hij aan hoe fijn het zou zijn om er niet meer te zijn. Hij hield vol. Maakte de school af, kreeg een vriendin, trouwde, vond een baan, werd vader. Maar nu, 15 jaar later stortte hij alsnog in.

Een moeder schiet mij aan. Ze heeft grote zorgen om haar dochter van 8. Het schooljaar is nog maar net begonnen of de hele geschiedenis van vorig jaar lijkt zich te gaan herhalen. Vorig jaar werd haar dochter het hele schooljaar gepest. Niet alleen in de klas, maar ook op het schoolplein door de oudere kinderen. Vorig jaar had de directeur met name ingezet op het versterken van de weerbaarheid van haar dochter. Het had niet geholpen om het pesten te stoppen. Iedereen hoopte dat het na de zomervakantie anders zou gaan. Maar helaas.

Pesten is niet een geïsoleerd probleem

Wat mij raakt in de verhalen over pesten is de enorme impact die het kan hebben op een mensenleven. Niet alleen gedurende de tijd van pesten, maar het werkt soms ook een leven lang door, omdat eigenwaarde en zelfvertrouwen beschadigd zijn geraakt. We kennen de verhalen van mensen die rondlopen met gedachten aan zelfdoding, we kennen de verhalen van jongeren die uiteindelijk zichzelf van het leven beroofd hebben. We kennen ook de verhalen van pesten op het werk, en van pesten in verzorgingstehuizen. Nieuwe verhalen blijven zich echter aandienen. Het lukt ons maar niet om pestgedrag te stoppen.

Wat opvalt in het reageren op pesten, is dat de eerste aandacht zo snel uitgaat naar de gepeste. Zij of hij moet een sociaal-emotionele training doen om grenzen te leren aangeven en sterker te worden. De impliciete boodschap is: als jij niet zo over je grenzen zou laten lopen, zou je ook niet worden gepest. Een andere veel gehoorde reactie is dat het pesten wordt gebagatelliseerd (iedereen wordt wel eens geplaagd; zo erg is het niet) of vergoelijkt (ze bedoelen het niet zo).

Getuige van karaktermoord

vermeer

Misschien is de belangrijkste oorzaak van het pesten en de terughoudende reacties hierop wel het grote zwijgen van de omstander. Getuige zijn van pestgedrag en het laten gebeuren. ‘Hij liever dan ik’.  Daarnaast is er een klimaat ontstaan waarin pesten getolereerd en soms zelfs gestimuleerd wordt. Neem Kenneth Vermeer. Keeper van Ajax, die met enthousiasme en plezier het doel verdedigde. Op enig moment raakte hij uit vorm. Vermeer heeft een aantal sterke punten, maar het klemvast hebben van voorzetten en afstandsschoten was altijd al zijn mindere kant. Nu hij in opeenvolgende wedstrijden cruciale fouten heeft gemaakt (en cruciale reddingen) meent vrijwel heel Nederland deze doelman te mogen uitlachen, bespuwen en hem het leven zuur te maken. Het heeft niets meer te maken met een gezond kritisch bevragen van de feiten (waarbij ook met name aan de trainer vragen kunnen worden gesteld: hij stelde Vermeer immers steeds op), maar het is het ongegeneerd plegen van een karaktermoord: Vermeer persoonlijk willen beschadigen. Lachen, toch? Kan Vermeer zich nog ergens vertonen? Hoe sterk moet hij wel niet zijn om al die kritiek en al die verwijten naast zich neer te leggen?

Dit is onze samenleving, waarin kinderen groot worden. Dit zijn de lessen die wij aan onze kinderen meegeven. Als wij vinden dat jij faalt, ben jij een sukkel en mogen wij jou uitschelden en uitlachen. O ja – een deel van onze politici doen hier trouwens gewoon aan mee. Laten we beginnen om een ander in haar of zijn waarde te laten en vanuit respect met elkaar in gesprek gaan. Ergens moet het gesloten systeem van pesten doorbroken worden. Laten we ons uitspreken – zwijgen is onvoldoende.

Niet-pesten is onvoldoende

11 jan

In de afgelopen maanden werden we enkele malen opgeschrikt door verhalen van jonge mensen die zo in het nauw waren gedreven door hun pesters, dat zij geen andere uitweg meer zagen dan een einde te maken aan hun leven. Deze dramatische levensverhalen zetten de problematiek van pesten opnieuw scherp op de agenda. En dat is nodig: het blijkt niet alleen om een probleem te gaan dat ernstige gevolgen kan hebben voor degene die gepest wordt, maar het blijkt ook op grote schaal voor te komen.

Niet onschuldig

Vrijwel alle verhalen van mensen die gepest zijn, laten zien dat pesten nooit onschuldig is. De dreiging, uitsluiting, vernedering en scheldwoorden kerven wonden in een mensenleven die diep binnen kunnen komen en een leven lang als een zwaarte meegedragen worden. Het kan leiden tot een negatief zelfbeeld, tot moeite om anderen te vertrouwen en tot angsten en nachtmerries. Wanneer iemand met pesters te maken krijgt, verandert haar of zijn leven drastisch. De fundamenten van het bestaan komen onder druk te staan: de veiligheid is immers weg. Vaak speelt schaamte ook een rol, waardoor het pesten door de gepeste als een goed bewaard geheim wordt meegenomen. Hierdoor werken de negatieve boodschappen door in die omgeving die anders veilig zou zijn geweest.

De psychologe Janoff-Bulman laat zien dat we in het schrijven van ons levensverhaal steeds uitgaan van drie kernnoties: de wereld is een geordend en logisch geheel en dus betrouwbaar. De tweede notie is dat de mensen goedwillend zijn. De derde notie betreft de overtuiging dat ik als persoon de moeite waard ben. Dat is de basis voor eigenwaarde en autonomie. Er is sprake van een traumatische ervaring wanneer deze noties beschadigd raken. Een trauma raakt aan de kern van ons bestaan: eigenwaarde, vertrouwen en een betrouwbare wereld zijn niet meer vanzelfsprekend. Het mag duidelijk zijn dat het pesten een traumatisch kan zijn. Het kan zo ver komen dat de gepeste geen hoop meer heeft en een einde aan haar of zijn leven maakt.

Wat verontrustend is, is dat desondanks op grote schaal gepest wordt. Onderzoek toont aan dat 10% van de kinderen vaak en 25% een enkele keer is gepest. (Bron: http://www.nji.nl/eCache/DEF/1/19/992.cmVjb3JkbnI9MTAwMDAxNjcmdm9vcj1kb3NzaWVyJnRvb249dGFiZWwmdGFiZWxucj0y.html) Ook op de middelbare school en op het werk blijkt pesten geregeld voor te komen. Als we weten hoe schadelijk pesten kan zijn – waarom maken zoveel kinderen, jongeren en volwassenen zich hier schuldig aan?

Die vraag klinkt des te indringender wanneer we bedenken dat in gesprekken kinderen en jongeren over het algemeen goed op de hoogte zijn van de gevolgen van hun pestgedrag. Het kan dus niet afgedaan worden als ‘ze weten niet wat ze doen’.

De omstanders maken het verschil

Voorlichting gericht op de pesters maakt dus niet het verschil; ze weten wat de gevolgen zijn, maar het pesten gaat toch door. Het vergroten van de assertiviteit van de gepeste werkt ook vaak maar ten dele. Allereerst blijken de gepesten vaak uit schaamte het pesten geheim te houden. Deze groep wordt pas opgemerkt als ze op enig moment zelf beginnen te praten of als een omstander het pesten aan de orde stelt. In de tweede plaats is er sprake van een machtsverschil tussen pester en gepeste. Zeker wanneer er sprake is van een groep pesters (en vaak is er sprake van meerdere pesters) zal de gepeste – hoe assertief ook – toch het onderspit delven. Pestgedrag lijkt samen te hangen met de rangorde in de groep. ‘Erbij horen’ is een belangrijk motief om mee te doen met pesten of om niet in te grijpen.

Daar komt nog een wonderlijk punt bij. Het lijkt erop dat pesten op het moment zelf vergoelijkt wordt. Wanneer een jongere zich van het leven heeft beroofd, is er veel aandacht voor het schadelijke van het pesten. Toch zullen weinig schooldirecteuren pesters voorhouden dat ze op het schoolplein bezig zijn iemand te vermoorden. Vermoorden – is dat niet een beetje sterk uitgedrukt? Nee, eigenlijk niet, want dat is precies wat gebeurt. Een van de 10 geboden is: ‘Gij zult niet doodslaan’.  In Mattheüs merkt Jezus op dat wanneer iemand een ander uit scheldt zich schuldig maakt aan juist dit gebod. Je ontneemt een ander immers de ruimte om mens te zijn, om te groeien, om zichzelf te ontplooien.

Willen we echt dat pesten stopt, dan zijn er tenminste twee zaken nodig: pesten moet altijd – ook in de zogenaamde ‘milde’ vorm – duidelijk en stevig veroordeeld worden. Het is een ander de ruimte ontnemen om mens te zijn – en daar past geen nuance. Daarnaast kunnen pesters en gepesten zelf de dynamiek van geweld niet doorbreken. In dat doorbreken maken de omstanders het verschil. Durf het risico aan te gaan om weg te lopen, de pester te confronteren of om naast de gepeste te gaan staan. Einstein merkte al op: “The world is a dangerous place to live; not because of the people who are evil, but because of the people who don’t do anything about it.” Niet-pesten is niet voldoende, we zullen met elkaar actief werk dienen te maken van het doorbreken van patronen.