Tag Archives: Petrus

Lopen over water

23 mrt

Hoe zou Petrus overboord zijn gestapt? Zou hij er voorzichtig uit de boot geklommen zijn – eerst een been over de rand en dan voorzichtig laten zakken? Of zou hij met een brede zwaai met een hand op de reling en met beide benen tegelijkertijd uit de boot zijn gesprongen?

Afbeeldingsresultaat voor petrus loopt op het water

Petrus kennende, zal hij vast met volle overgave het water zijn opgestapt. In een flits schieten de gebeurtenissen van de afgelopen nacht door zijn hoofd.

Ze waren die avond laat het meer van Galilea opgegaan. ‘Ga maar alvast’, had Jezus gezegd. ‘Ik kom later wel’. Dat gebeurde vaker. Jezus nam geregeld de tijd om de rust te zoeken. Om te bidden en af te stemmen op zijn Vader in de hemel.

De discipelen voeren het meer op. Maar de overtocht verliep niet zoals ze verwacht hadden. Er stak een stevige wind op en het schip begon te stampen en te slingeren. Wat een rustige oversteek had moeten worden, werd ploeteren en afzien. De golven beukten op het bootje. Zo worstelden de discipelen de hele nacht met de weersomstandigheden en met de zee.

Ze waren uitgeput. En bang, Doodsbang. De storm smeet het schip als een speelbal heen en weer. Zouden ze het er levend afbrengen?

In het midden van die wanhopige vermoeidheid, van de strijd tegen chaos en storm, van het steeds sterker wordend verlangen om op te geven, zien de discipelen ineens een schim. De golven zijn huizenhoog. Soms is er alleen dat water, zijn er alleen die golven, maar dan ineens zien ze het weer. Een schim die steeds dichterbij komt.

Het is teveel. De discipelen schreeuwen het uit. De paniek giert door hun lijf.

“Wees niet bang!”

Horen ze het goed? Is het dan toch Jezus die hen aanroept? In het hart van de storm die roep om niet bang te zijn – dat moet Jezus zijn! Petrus haast zich naar de achtersteven en roept: “Bent u het? Zeg me dat ik naar u toe moet komen?”

En zo gebeurt het dat Petrus diep ademhaalt en overboord stapt. Hij kijkt naar Jezus en trotseert dat water van woede, angst, dreiging en doodsheid. Hij kijkt in de ogen van Jezus en loopt door de hoop en de liefde over dat water.

Tot het moment dat hij de wind aan zijn kleren voelt trekken. Tot het moment dat hij de diepte van het water vreest. Waar is de grond onder zijn voeten? Wie denkt hij wel niet dat hij is? De zee sluit zich boven zijn hoofd.

Een hand grijpt hem vast en trekt hem in het licht. “Ik ben bij je. Altijd. Vergeet dat nooit. De liefde zal je dragen over de zee van angst en bitterheid”.

De zon kwam op en de wind ging liggen.

 

Verzoening: door de pijn heen naar vreugde

18 apr

Hoe zou Petrus zich voelen? Hoe zou hij vanochtend zijn opgestaan? Het kan niet anders dan dat hij overspoeld wordt door allerlei emoties. Zou hij de stem van Jezus nog elke dag in zijn hoofd horen galmen? ‘Nog voor de haan gekraaid heeft, zul je mij driemaal verloochend hebben’. Zou Petrus de blik van Jezus zien als hij zijn ogen dicht doet? De laatste uren van Jezus heeft hij niet meer meegemaakt. Overmand door schuldgevoelens en door schaamte huilde hij bittere tranen in de nacht van de overlevering. Leegte

Hij zocht steun bij andere discipelen. Zou hij gesproken  hebben over hoe schuldig hij zich voelde? Hij was er bij toen de vrouwen met dat wonderlijke bericht kwamen dat het graf leeg was. Hij is naar het graf gerend en heeft met eigen ogen de leegte gezien. Vol vragen en vertwijfeling zocht hij het gezelschap van de discipelen weer op. Petrus was erbij toen Jezus in hun midden verscheen. Nu was Petrus niet haantje de voorste. Zou hij geworsteld hebben met zijn verraad?

Op zoek naar vroeger

Het is in de dagen na de opstanding. Jezus is verschenen aan zijn volgelingen, maar Petrus blijft onrustig. Petrus is met een paar vrienden bij het meer van Tiberias.  ‘Ik ga vissen’ zegt hij. (Johannes 21, 3). In mijn beleving zoveel meer dan een onschuldige opmerking. Ik ga vissen. Het was zijn oude beroep. Visser. Het was Jezus die hem geroepen had, die richting en bestemming aan zijn leven had gegeven. Maar nu weet hij het allemaal niet meer. Zelfs de ontmoeting met de opgestane Heer kan de onrust in hem niet doven. Zou het kunnen dat de pijn van het verraad, het onvermogen om het uit te spreken, het onvermogen om zichzelf te vergeven zijn leven heeft stil gezet? Het wordt nacht en als een bezetene probeert hij terug te keren naar vroeger. Naar de tijd voordat hij Jezus had ontmoet. Naar de tijd voor de pijn. Maar het is vruchteloos. Ze vangen bot, maar er kraait nu geen haan naar.

Ongemakkelijk heden

Dan in de ochtend staat er iemand op de oever. Johannes herkent in de gestalte op de oever in de ochtendschemering Jezus. Petrus springt overboord om zo snel mogelijk aan land te komen. Met al zijn energie en zijn impulsiviteit probeert hij controle over de situatie te krijgen. De vrienden gebruiken samen met Jezus de maaltijd. Maar ergens blijft het ongemakkelijk. De onuitgesproken gebeurtenissen van de nacht van de overlevering blijven haken en schuren. Jezus mag dan opgestaan zijn, maar voor Petrus overheerst zijn eigen schaduw, zijn eigen duisternis. Hij worstelt om zicht te houden op wie hij altijd hoopte, maar het licht lijkt verder weg dan ooit. Zeker wanneer Jezus het brood breekt …. Vlucht vooruit? Het is Jezus zelf die Petrus de hand reikt om op te staan. Hij spreekt Petrus aan: ‘Heb je mij lief?” Petrus voelt de ogen van zijn vrienden branden. Hij ziet de ogen van Jezus. Hij denkt terug aan die blik van Jezus toen de haan kraaide. Alles – alles heeft hij ervoor over om zijn verloochening ongedaan te maken. Niet meer herinnerd worden aan wat gebeurd is, vergeten en naar voren kijken.

Door de pijn naar de vreugde

Jezus vraagt Petrus tot drie maal toe: “Heb je mij lief?” Bij de derde maal breekt Petrus. In het stil staan bij de pijn, in het realiseren van wat Petrus heeft gedaan, komt ook de ruimte voor heelwording, voor heil. Jezus doorbreekt het zwijgen en brengt in zijn vragen de verloochening ter sprake. Dat brengt de ruimte voor verzoening. De vragen van Jezus brengen het verlangen van Petrus aan het licht. In het doorvragen van Jezus wordt Petrus aan het licht gebracht.

Het licht van de opstanding gaat op aan de oever van het meer van Tiberias. Het licht dat verzoening brengt. Het licht dat ons uitnodigt om na te volgen.