Tag Archives: PKN

De seksistische kerk

19 jun

Vorige week las ik een bericht in de krant dat me de adem ontnam. Niet dat ik het ergens niet verwachtte. Of dat ik het eigenlijk wel wist of minimaal vermoedde. Ik hoorde en hoor verhalen van vrouwelijke collega’s. Over hoe zij telkens weer hun positie moeten bevechten. Hoe er gelet wordt op uiterlijk en kleding. Hoe er seksistische opmerkingen gemaakt werden. Hoe ik zelf ook uitgelachen werd toen ik in een landelijke kerkelijke vergadering met bijna alleen maar mannen seksisme aan de orde stelde.

Afgelopen week werden de uitkomsten gepubliceerd van een onderzoek naar seksisme onder vrouwelijke predikanten door het Nederlands Dagblad: ” Ruim driehonderd vrouwen uit verschillende kerken vulden de vragenlijst in. De uitkomst: 86 procent van de vrouwelijke voorgangers geeft aan seksisme te ervaren in haar werk, deze voorgangers voelen zich ongelijk behandeld vanwege hun vrouw-zijn. Driekwart van deze voorgangers geeft aan seksistisch benaderd te worden door gemeenteleden. Ruim zestig procent deelt dat ze ongelijk behandeld wordt door collega-voorgangers. Een kwart van de voorgangers zegt seksisme te ervaren vanuit het bestuur van de kerk.”

Het onderzoek in het Nederlands Dagblad laat op een verpletterende wijze zien wat er mis is in de kerk. Of beter: wat er mis is in mijn eigen kerk, de Protestantse Kerk in Nederland. De meeste respondenten zijn immers voorganger in de PKN.

Ik heb geaarzeld over de titel van dit blog. Is het niet beter om te spreken over seksisme binnen de kerk? Kun je zeggen dat de kerk zelf seksistisch is? Laten we eerlijk zijn en de feiten tot ons nemen: 90% van de vrouwelijke voorgangers ervaart seksisme. Dan is er geen sprake meer van een incident, maar dan gaat het over het klimaat, de cultuur in de PKN. Mijn vrouwelijke collega’s zijn net als ik in het ambt bevestigd. Het ambt heeft alles te maken met Christus zelf. De kerkorde van de PKN zegt het zo: “Om de gemeente bij het heil te bepalen en bij haar roeping in de wereld te bewaren is van Christuswege het openbare ambt van Woord en Sacrament gegeven.” Seksisme raakt aan het heil en raakt aan Christus zelf.

Daar komt nog iets bij. Als vrouwelijke voorgangers al op deze wijze worden bejegend, wat zegt dat over onze houding naar vrouwen in het algemeen? Hoe ver zijn wij afgedwaald van de vrijheid van het Evangelie, zoals verwoord door Paulus: “In Christus is er geen onderscheid meer tussen man en vrouw” (Galaten 3,28). Het onderzoek laat zien dat vrouwelijke voorgangers juist ook seksisme ervaren van mannelijke collega’s. Seksisme is dus niet een ‘vrouwending’, maar een groot probleem van en voor de mannen in de kerk. Predikanten hebben de roeping hierin hun gemeente voor te gaan en de veiligheid van vrouwen in de gemeente te waarborgen.

Het schilderij ‘Hartpijn’ van Esther Veerman

Seksisme is niet onschuldig. Het gaat uit van de superioriteit van de man en maakt de vrouw klein. Seksisme creëert ook het klimaat waarbinnen ongewenste seksuele grensoverschrijdingen plaats kunnen vinden. Het vraagt dus om een ondubbelzinnige veroordeling van elke vorm van seksisme en om beleid om vrouwen hun plek in de geloofsgemeenschap in te kunnen nemen, in vrijheid en veiligheid.

De houding van de PKN is tot nog toe teleurstellend. De PKN wenste niet mee te werken aan het onderzoek (vanwege de AVG, maar dar is echt onzin) en heeft tot vandaag nog niet inhoudelijk en voor de vrouwelijke collega’s steunend gereageerd. De oecumenische vrouwensynode schrijft in een open brief dat zij een steunbetuiging van de PKN missen en dat dit ook zeer doet.

Ik vind het erg. Ik vind het erg dat mijn vrouwelijke collega’s zich niet veilig voelen in de PKN. Ik vind het verschrikkelijk dat een deel van mijn mannelijke collega’s zich schuldig maakt aan het creëren van onveiligheid voor vrouwelijke voorgangers. Ik vind het teleurstellend dat de PKN deze uitkomsten (nog) niet scherp veroordeeld heeft en met beleid komt om vrouwen binnen de kerk veiligheid te bieden.

Op de sociale media reageren vrouwelijke en mannelijke collega’s met een zekere terughoudendheid. ‘Als ik toch eens zou vertellen wat ik heb meegemaakt / wat ik gezien heb ….’ Laten we toch alsjeblieft die geheimen doorbreken. Zeg het maar. Vertel maar wat we niet willen zien, wat we niet willen horen. Alleen dan kunnen we bouwen aan veiligheid.

Is dat niet waar het uiteindelijk om gaat? Veiligheid. Alleen dan kan het evangelie landen. Alleen dan is de kerk heilig.

De VOG kán de kerk veiliger maken

6 feb

Afgelopen november (2019) sprak de generale synode van de protestantse kerk over haar kerkelijk beleid rond seksueel misbruik. Het beleid van de afgelopen 20 jaar werd geëvalueerd en inzichten die in de afgelopen jaren zijn opgedaan, werden gepresenteerd.

Aandacht met name voor misbruik in pastorale relaties

De belangrijkste bevindingen zijn dat met name het beleid rond seksueel misbruik in pastorale relaties in de afgelopen jaren aandacht heeft gekregen. Het meldpunt (SMPR), het protocol, en het beleid voor kerkelijke gemeenten, slachtoffers en daders van seksueel misbruik in pastorale relaties, zijn goed doordacht en functioneren redelijk.

Alle andere vormen van misbruik vielen echter buiten de beleidsmatige aandacht van de kerk. Er blijkt een grote handelingsverlegenheid te zijn bij kerkenraden en voorgangers als zij in de gemeente worden geconfronteerd met situaties van seksueel misbruik of huiselijk geweld. Slachtoffers geven aan binnen hun kerkelijke gemeente zich eenzaam te voelen en voelen zich vaak genoodzaakt om de gemeente te verlaten.

Afbeeldingsresultaat voor vog

Veilige kerk

Het is van grote waarde dat de synode zich over dit thema heeft gebogen en het rapport van de commissie heeft omarmd. De bestaande meldpunten hebben hun kennis gedeeld en een gemeenschappelijke website gemaakt: https://www.eenveiligekerk.nl/.

Op deze website staat een stappenplan hoe een geloofsgemeenschap aan de slag kan om de kerk veiliger te maken. Het stappenplan helpt om ongewenste grenzen en veiligheid blijvende aandacht te geven. Belangrijk in het stappenplan zijn de protocollen en de vertrouwenspersonen.

Het spannende is dat het maken en uitvoeren van beleid uiteindelijk op basis van vrijwilligheid gebeurt. In zekere zin zou je kunnen stellen dat het werken aan een veilige gemeente teveel afhangt van de welwillendheid van een predikant of kerkenraad.

De kracht van de VOG

Het goede nieuws is dat de synode akkoord is gegaan met het verplicht stellen van een VOG (verklaring omtrent gedrag) voor professionals en vrijwilligers die werken met kinderen, jongeren en kwetsbare mensen. De VOG is een verklaring waaruit blijkt dat gedrag in het verleden geen bezwaar vormt voor het vervullen van een specifieke taak of functie in de kerk. Met deze stap sluit de kerk aan bij de ontwikkelingen in de samenleving waar de VOG al lange tijd deel uitmaakt van de screening van werknemers en vrijwilligers.

Nu heeft de VOG alleen zin als dit onderdeel zal uitmaken van een breder beleid. Alleen mogelijke daders die al bij justitie bekend zijn, kunnen op deze wijze eruit gefilterd worden. Zonder aanvullende maatregelen zal de VOG leiden tot een schijnveiligheid.

Gratis te verkrijgen

De VOG is echter onder voorwaarden gratis te verkrijgen. En juist dat maakt de VOG bijzonder interessant als een instrument om gemeenten tot verandering aan te zetten. De VOG kan wordt immers verplicht gesteld. Door deze gratis te verstrekken als de stappen uit het stappenplan zijn doorlopen, kan er echt werk gemaakt worden van de strijd tegen misbruik en huiselijk geweld.

Het stappenplan

Op de website worden de volgende stappen beschreven:

  1. Maak beleid op het gebied veilige kerk. Het verdient aanbeveling om een commissie aan te stellen om dit op een adequate manier uit te voeren. Het doel is om de thematiek op de agenda van de kerkenraad te houden.
  2. Stel vertrouwenspersonen aan.
  3. Stel omgangsregels en gedragscodes vast.
  4. Maak beleid rond het veilig werven en aanstellen van vrijwilligers
  5. Maak melden mogelijk
  6. Informeer alle betrokkenen

Wacht niet langer, maak werk van veilige kerk

Onderzoeken naar prevalentie en gevolgen van huiselijk geweld en seksueel misbruik laten steeds opnieuw schokkende cijfers zien. Het betekent dat ook nu, op het moment dat ik dit schrijf en u dit leest, er mensen binnen een kerkelijke setting te maken hebben met misbruik en geweld.

Het betekent dat er haast geboden is met het uitvoeren van de plannen. Laten we werken aan voorlichting, scholing van professionals en vrijwilligers, het aanstellen van vertrouwenspersonen en het bespreekbaar maken van grenzen, lichamelijkheid, intimiteit en seksualiteit.

Een veilige kerk begint met het onder ogen zien van het kwaad van seksueel misbruik en huiselijk geweld.

De moeizame strijd tegen misbruik

18 aug

Dit artikel is geplaatst in Woord & Dienst, jaargang 68, nummer 8 (augustus 2019) p. 9-11

Twintig jaar geleden zinderde het op de gezamenlijke synode van de toenmalige hervormde kerk, de gereformeerde kerken en de Lutherse kerk. Er was veel tijd ingeruimd om met elkaar in gesprek te gaan over seksueel misbruik en de rol van de kerk, aan de hand van de nota’s Schuilplaats in de wildernis? en Godsdienst en incest. Een beladen thema.

klein meisje

Klein meisje, door Esther Veerman. http://www.kunstuitgeweld.nl

In de voorgaande decennia werd steeds onweerlegbaarder duidelijk dat misbruik veel vaker voorkwam dan gedacht en de gevolgen vaak ernstig waren. De verhalen van misbruik binnen de Rooms katholieke kerk maakten veel indruk. Werkgroepen en onderzoeken maakten duidelijk dat ook in de eigen kerken mensen leden onder seksueel misbruik. De gezamenlijke synode hechtte er veel waarde aan om deze thematiek te agenderen. Na een emotioneel en intensief gesprek werden de aanbevelingen uit de nota’s met algemene stemmen overgenomen.

‘De kerk kiest onomwonden voor het slachtoffer’

Wat het meest in het oog sprong was de uitspraak ‘de kerk kiest onomwonden voor het slachtoffer’. Het was een uitspraak waar mensen die te maken hadden gehad met seksueel misbruik hoop uit putten. De keuze voor het slachtoffer was immers niet vanzelfsprekend. Te vaak werden mensen niet geloofd als ze met hun verhaal naar buiten kwamen. Te vaak ondervonden slachtoffers dat er binnen de kerk geen ruimte was voor hun ervaringen. Het betekende een extra trauma: niet alleen moest het slachtoffer een weg vinden in de gevolgen van het misbruik, maar ook in de ontkenning en afwijzing van de omstanders. Het belang van de uitspraak van de synode kan dan ook niet genoeg worden benadrukt.

Ontwikkelingen in de kerk

Hoe is de stand van zaken in de Protestantse Kerk in Nederland twintig jaar na deze hoopgevende uitspraak? Mijn antwoord is tweeledig. Aan de ene kant ben ik onder de indruk van het werk dat verzet is door een kleine groep bevlogen mensen om aan slachtoffers recht te doen en deze thematiek op de agenda van de kerk te houden. Aan de andere kant moet ik constateren dat er geen paradigmaverschuiving binnen de kerk heeft plaatsgevonden en dat het voor slachtoffers niet perse veiliger is geworden in plaatselijke gemeenten.

Beide inzichten wil ik hieronder nader uitwerken.

In de achterliggende periode is met name op het gebied van seksueel misbruik in pastorale relaties veel bereikt. Er is een protocol opgesteld en naar alle kerkelijke gemeenten toegestuurd. Voor slachtoffers van misbruik in pastorale relaties zijn vertrouwenspersonen beschikbaar en voor getroffen gemeenten gemeentebegeleiders. Er is materiaal beschikbaar voor het begeleiden van slachtoffers en van daders. De stichting SMPR heeft een vaste plek gekregen in de organisatie van de PKN en heeft deskundigheid opgebouwd. Ook is er meer aandacht in de opleiding op de theologische universiteit voor de dynamiek rond seksueel misbruik.

Een andere positieve ontwikkeling is meer recent. Onder meer op initiatief van JOP en van SMPR is er groeiende aandacht voor de veiligheid in de geloofsgemeenschap. Onlangs is de website http://www.protestantsekerk.nl/veiligegemeente gelanceerd waar informatie te vinden is over stappen die gezet kunnen worden om de gemeente een veiliger plaats te laten zijn. De website besteedt nadrukkelijk aandacht aan het jeugdwerk en aan veilig pionieren.

Deze initiatieven worden gedragen door betrokken mensen met hart voor de strijd tegen misbruik. Hun inzet waardeer ik dan ook bijzonder.

Slachtoffers blijven in de kou staan

Tegelijkertijd is er een andere kant waardoor ik somber ben over wat de Protestantse Kerk in de afgelopen jaren bereikt heeft. Met regelmaat spreek ik mensen die in een kerkelijke setting te maken hebben gehad met seksueel misbruik. De rode draad in de verschillende verhalen is eenzaamheid. Slachtoffers durven nauwelijks met hun verhaal naar buiten te komen. Binnen de kerkelijke gemeente ervaren ze onbegrip. Deze ervaringen worden bevestigd door verschillende onderzoeken die in de laatste jaren zijn uitgevoerd. Het onderzoek van Christiane van den Berg-Seiffert (Ik sta erbuiten – maar ik sta wel te kijken, 2015) beschrijft de verhalen van 17 mensen die te maken hebben gehad met seksueel misbruik in pastorale relaties. Een weerkerend refrein in deze verhalen is dat zij hun positie in de gemeente niet of met moeite kunnen behouden. In 2018 publiceerde Tear de resultaten van een onderzoek naar geweldservaringen onder christelijke vrouwen (Geweld tegen vrouwen in beeld: een peiling onder christenen in Nederland). Een van de meest in het oog springende uitkomsten is dat bijna driekwart van de vrouwen ten minste een keer in hun leven te maken heeft gehad met een vorm van psychisch, fysiek of seksueel geweld.

In 2012 verscheen het rapport van Movisie De mantel der liefde. Quickscan naar huiselijk geweld in orthodox-protestantse gezinnen. Wat in deze rapportage opvalt, is de geringe aandacht voor huiselijk geweld in de geloofsgemeenschappen en de eenzaamheid van de slachtoffers.

Gekozen spits

Er zijn verschillende redenen aan te wijzen waarom de strijd tegen misbruik in de kerk lijkt te stagneren. De eerste reden is dat de Protestantse Kerk zich om begrijpelijke overwegingen met name gericht heeft één specifieke vorm van misbruik: seksueel misbruik in pastorale relaties. In eerste instantie waren er op regionaal niveau nog werkgroepen Seksueel Geweld en Geloof actief die met name door vrijwilligers werden gedragen. Door bezuinigingen verdwenen met de regionale dienstencentra ook vrijwel alle werkgroepen. Daarmee raakte de brede thematiek van huiselijk en seksueel geweld buiten beeld. De vraag is of een website over de veilige gemeente deze leemte voldoende kan opvullen. Zou er daarnaast niet in menskracht geïnvesteerd moeten worden? Mijns inziens zou een deskundige beschikbaar moeten zijn voor advies en voor pastorale vragen.

Het gebrek aan een bedding om te vertellen

De tweede reden is dat mensen die te maken hebben (gehad) met huiselijk of seksueel geweld een discours nodig hebben om hun verhaal te kunnen doen. Omstanders maken het verschil of verhalen verteld kunnen worden of niet. Het klimaat en de cultuur van de samenleving bepalen mede of er een ruimte is. In de Eerste Wereldoorlog bijvoorbeeld leden veel soldaten aan zogenaamde shellshock. De voortdurende bombardementen op de loopgraven en de altijd aanwezige dreiging maakten dat soldaten geestelijk instorten. Dit werd echter niet erkend door de legerleiding. Soldaten die leden aan een shellshock werden gezien als laf of als deserteurs. Sommige van hen zijn ook terechtgesteld tijdens de oorlog.

Pas jaren later was er de ruimte om opnieuw naar deze slachtoffers van de oorlog te kijken. Toen werden de symptomen in een ander perspectief geplaatst. Het werd niet langer gezien als lafheid, maar als een posttraumatische stressstoornis ten gevolge van de voortdurende blootstelling aan levensgevaar. Pas toen ontstond er de ruimte voor de soldaten om te herstellen.

Slachtoffers van seksueel misbruik binnen de kerk zwijgen. Ze zwijgen uit angst, uit schaamte of uit schuldgevoelens. Het kost veel om over de drempel te stappen en met het verhaal naar buiten te komen. Daarom is het onomwonden kiezen voor het slachtoffer zo belangrijk: zonder terughoudendheid, zonder twijfel en reserve. Dat vraagt echter veel van de ontvanger van het verhaal. Het vraagt om openheid voor de pijn. Het vraagt om de bereidheid de idylle van veiligheid los te laten. Het vraagt om een lange adem om met het slachtoffer mee op te lopen. Erkenning kost veel en vraagt om een verandering van de cultuur in de plaatselijke gemeente. Kan er een bedding gecreëerd worden waarbinnen verhalen van misbruik verteld mogen worden? Op de synodevergadering zijn meerdere aanbevelingen aangenomen die helpend hadden kunnen zijn, maar nooit zijn uitgevoerd. Speciale aandacht in het doopformulier, bijvoorbeeld. Ruimte in de voorbeden. Structurele aandacht. Een vaste vraag op de kerkenraadsvergadering: hoe veilig zijn wij als gemeente?

Verschillende belangen

De derde reden die ik hier tenslotte wil benoemen, is dat er verschillende belangen blijken mee te spelen. In 2014 was een interkerkelijke werkgroep op initiatief van Movisie bezig om een vervolg te geven aan het rapport Herder op zijn hoede. Vlak voordat de Raad van Kerken in 2014 met de verklaring kwam over het bestrijden van seksueel misbruik binnen de kerken, was er een onbegrijpelijke confrontatie tussen de Raad van Kerken en de werkgroep van Movisie. Het directe gevolg was dat de werkgroep stopte en deskundigheid verloren is gegaan.

Concluderend

Het is goed om na 20 jaar de balans op te maken. Hoe staat de Protestantse Kerk er vandaag voor als het gaat om de strijd tegen misbruik? Er is in de afgelopen jaren door betrokken mensen hard gewerkt en veel bereikt, met name als het gaat om seksueel misbruik in pastorale relaties. In de plaatselijke gemeenten is er echter nog nauwelijks sprake van een cultuuromslag. Dit vraagt om meer sturend beleid, investering in menskracht en om pastorale en liturgische handreikingen.

Een ongelukkig antwoord op de verkeerde vraag.

1 jan

Hieronder de onverkorte versie van het artikel in Trouw van 7 oktober 2011 onder de kop:  Dader misbruik moet niet zijn schuld etaleren.

In de Trouw van zaterdag jl. was te lezen dat de Protestantse Kerk daders van seksueel misbruik publiekelijk boete wil laten doen. Op die manier moeten daders zich verantwoorden tegenover de kerkelijke gemeente en het slachtoffer. Dit stelde ds. Plaisier voor in reactie op een reportage van de EO (De vijfde dag, donderdag 29 september) over seksueel misbruik binnen protestantse kerken en evangelische geloofsgemeenschappen.

In mijn beleving is dit een ongelukkig antwoord op de verkeerde vraag. De reportage van de EO probeerde te achterhalen waarom zoveel mensen wel melding maken van seksueel misbruik door ambtsdragers (300 meldingen), terwijl dit uiteindelijk maar tot enkele officiële klachten (9) heeft geleid. Uit de verhalen van de slachtoffers kwam naar voren dat de weg van het kerkrecht buitengewoon zwaar is. Voor veel slachtoffers is deze weg dan ook geen optie.

In de afgelopen jaren heeft de Protestantse Kerk in Nederland veel energie gestoken in het bespreekbaar maken en aan de orde stellen van seksueel misbruik door ambtsdragers. Er is een protocol gepubliceerd en opgestuurd naar alle gemeenten, er zijn meerdere brochures geschreven, in de bepalingen bij de kerkorde is speciaal aandacht voor misbruik door ambtsdragers, en de interkerkelijke stichting tegen seksueel misbruik in pastorale relaties (SMPR) beschikt over een netwerk van vertrouwenspersonen om slachtoffers te ondersteunen.  Desondanks  laten de cijfers van de EO een pijnlijke lacune zien.

Waar blijven de slachtoffers in onze kerken? Wordt er recht gedaan? Worden de daders ter verantwoording geroepen? Deze cijfers zijn extra pijnlijk wanneer ik me bedenk dat de Protestantse Kerk zich met name is gaan richten op misbruik door ambtsdragers – en dan met name op misbruik door predikanten. Vrijwilligers in de kerk die zich schuldig maken aan misbruik is nog een redelijk onontgonnen gebied. We hebben ontzettend veel vrijwilligers die actief zijn binnen het jeugdwerk. Deze vrijwilligers hoeven geen verklaring van goed gedrag te overleggen.

Daarnaast had de Protestantse Kerk enkele jaren geleden geweldig veel kennis in huis als het gaat om misbruik en geloof. Helaas zijn met het afstoten van de Regionale Dienstencentra ook de meeste van deze groepen verdwenen.

Daar had ds. Plaisier over kunnen spreken: hoe maken we onze kerken veiliger? Hoe kunnen we op een proactieve manier werken aan preventie? Hoe dragen we er zorg voor dat er naar slachtoffers geluisterd wordt en dat er recht gedaan wordt?

Het antwoord van de secretaris van de PKN ging echter over boetedoening door daders als een mogelijkheid de doofpotcultuur te doorbreken. Het is de vraag of een openbare boetedoening wel een goed idee is. Boetedoening sluit aan bij dadermechanismen. In eerste instantie zal een dader ontkennen, vervolgens bagatelliseren en tot slot spijt betuigen om zijn / haar leven weer op te kunnen pakken. De dader krijgt een podium aangereikt waarop hij zijn schuldbesef mag etaleren. Dit is een risicovolle strategie: daders vertellen niet altijd het hele verhaal. In mijn onderzoek (Ontredderd, 2005) deed een predikant vier of vijf keer een poging om tot een openbare schuldbelijdenis te komen. De kerkenraad en gemeente wilden hem graag weer in de armen sluiten, maar telkens bleken er zich nog nieuwe slachtoffers te melden, waar de schuldbelijdenis niet over repte.

De vraag die zich opdringt en waar we mee aan de slag moeten is: hoe kunnen we beter recht doen aan slachtoffers binnen de kerk?