Tag Archives: proces

Dilemma’s in de kerkenraad: pastoraal handelen en seksueel geweld

13 jun

 Door Alexander Veerman en Ruard Ganzevoort

(uit: Confessioneel – oktober 2002)

In de afgelopen jaren is er meer aandacht gekomen voor seksueel geweld. Na een rapport voor de synode van de Samen-op-Weg-kerken verscheen in 1999 een eerste handreiking voor gemeenten die daarmee geconfronteerd worden: Geschonden Lichaam . In twee artikelen gaan de schrijvers in op de dilemma’s waarmee een kerkenraad wordt geconfronteerd als er een klacht op tafel komt wegens seksueel misbruik. We beginnen met een (geanonimiseerde) casus.

bijbel in kerkbank

EEN CONCRETE ZAAK

In een kleine gemeente gaat het gerucht dat een vooraanstaand gemeentelid seksueel misbruik heeft gepleegd. De kerkenraad geeft twee ouderlingen de opdracht om het uit te zoeken. Dat ligt gevoelig omdat er minstens twee families bij betrokken zijn en omdat de aangeklaagde en diens familie centrale posities hebben in de gemeente en in het dorp. Er blijken in de loop van de tijd meer geruchten te zijn geweest. De ouderlingen raken overtuigd dat het misbruik werkelijk heeft plaatsgevonden, maar melden de kerkenraad slechts dat er een civiele procedure is aangespannen. Inhoudelijk vertellen ze niets in verband met het ambtsgeheim en de kerkenraad besluit te wachten op een gerechtelijke uitspraak. Als de rechtbank een schadevergoeding oplegt neemt de spanning toe. De aangeklaagde blijft ontkennen en vecht de interpretatie van de uitspraak aan. De kerkenraad is verdeeld. De ene ouderling herroept zijn eerdere conclusie; anderen blijven aandringen op maatregelen tegen de nu veroordeelde man. Het geloof in de kerk staat volgens hen op het spel. De sfeer in de kerkenraad, de kerk en het dorp wordt grimmiger. Voorstanders van maatregelen voelen zich bedreigd. Ook de predikant wordt in het conflict betrokken, met name door openbare scherpe en niet onderbouwde kritiek op zijn functioneren. Mede op advies van verschillende ouderlingen neemt die een beroep aan naar een andere gemeente.

Twee jaar zijn voorbij sinds de twee ouderlingen de geruchten onderzochten. De kerkenraad, gesteund door de rechtbank en de synode-uitspraak, roept de dader op tot erkenning. Als dat uitblijft wordt een tuchtprocedure gestart. De man onttrekt zich maar blijft de kerkdiensten bezoeken. Een besluit om hem uit de kerk te weren leidt tot onenigheid. Op een gemeentevergadering geeft de kerkenraad zeer summiere informatie uit angst aangeklaagd te worden wegens laster. Diverse gemeenteleden voelen zich onder druk gezet om het beleid te steunen. De zaak vraagt zoveel energie dat allerlei andere zaken blijven liggen. Niet steun van de classis en de consulent wordt op een tweede gemeentevergadering openheid van zaken gegeven. De kerkenraad vertelt van zijn dilemma’s en problemen en gemeenteleden mogen hun beleving verwoorden. Er ontstaat enig begrip als een gemeentelid op emotionele wijze vertelt dat hij vroeger ook misbruikt was en wat dit voor hem betekend heeft.

DILEMMA’S IN DE KERKEN RAAD

In deze beknopte beschrijving worden verschillende dilemma’s zichtbaar die een zware wissel trekken op de energie en incasseringsvermogen van de kerkenraadsleden. De kerkenraad moet ad hoc allerlei moeilijke besluiten nemen zonder de consequenties te kunnen overzien. In dit artikel proberen we daarvan te leren. We zien vier dilemma’s die niet alleen in deze gemeente spelen: er is een behoefte aan feiten maar geen toegang tot de feiten; er is behoefte aan geheimhouding en behoefte aan openheid; er is een oproep tot morele stellingname en de taak de dialoog tussen partijen gaande te houden; en de kerkenraad moet een proces begeleiden waarvan hij zelfcentraal deel uitmaakt.

1. Voor het vaststellen van de waarheid zijn feiten nodig, maar er is geen toegang tot de feiten

Een belangrijk probleem waar de kerkenraad tegenaan liep, was de vraag wat er echt gebeurd was. De verhalen stonden tegenover elkaar. Eerst werden de geruchten dan ook genegeerd, maar als dat niet meer lukt moet er met de betrokkenen gesproken worden. Hoewel de ouderlingen tot een conclusie komen, kunnen ze daar niet zoveel mee. Een van hen zegt: ‘Wij mogen niet op de stoel van de rechter gaan zitten. We hebben ook geen opsporingsbevoegdheid. En wij kunnen wel iets vinden, maar ieder ander kan ook iets vinden. En dan is het maar de vraag, als er geen bekentenissen en zo zijn, en het is zo wazig als het hier lag, dan vind ik in dit soort zaken, dat je op safe moet spelen’.

De kerkenraad kiest voor een juridische invalshoek. Dat lijkt voor de hand te liggen maar maakt het wel moeilijk. Het leidt tot afwachten en stelt de vraag in termen van waarheidsvinding waartoe de kerkenraad geen mogelijkheden heeft. Dat gaat ook ten koste van de zorg voor de betrokkenen.

Kan het anders? Als de kerkenraad inzet bij de zorg voor mensen kunnen de verhalen die verteld worden serieus genomen worden. De klaagster en haar familie vertellen dat zij zich niet veilig voelen. De aangeklaagde ontkent, bagatelliseert en eist dat zijn naam gezuiverd wordt. In een pastorale benadering staat niet de rechtsvraag voorop, maar de zorgvraag. Het gaat dan ook niet direct om tuchtmaatregelen, maar om het scheppen van veiligheid. Dat heeft alles te maken met macht en ruimte. ‘De vraag is dan aan de orde hoe de kerkenraad kan bijdragen aan het doorbreken van de machtsverhouding, aan het scheppen van een veilige ruimte waarin de vrouw op adem kan komen… Een eerste stap hier kan zijn om (tijdelijk) de vrouw te bevrijden van de lijfelijke aanwezigheid van de man’. In een pastoraal traject is de fundamentele vraag niet langer wie de waarheid spreekt, maar hoe een kerkenraad recht kan doen aan de verhalen van betrokkenen met alle tegenstrijdigheden. Als een kerkenraad dan moet kiezen doet ze dat niet (alleen) op juridische gronden, maar (ook) vanuit pastorale, theologische en ethische overwegingen.

2. Geheimhouding is geboden, ‘naar de gemeente moet worden geinformeerd.

Een tweede dilemma ligt tussen geheimhouding en openheid. Hoewel de onrust in de gemeente een belangrijke reden was om de geruchten op de agenda te zetten, zoekt de kerkenraad zo lang mogelijk een interne oplossing. De twee afgevaardigde ouderlingen voelden zich gebonden aan het ambtsgeheim: ‘We hebben wel de juridische stand van zaken verteld, maar verder hebben we niet verteld wat we gehoord hadden. Dat vonden we ambtsgeheim, en de kerkenraad vond dat ook’.

Dé kerkenraad komt hierdoor niet tot handelen. Het (op zich belangrijke) ambtsgeheim blokkeert het gesprek in de kerkenraad en met de gemeente. Het gevolg is dat de geruchten toenemen en de onrust groot blijft. Dat dwingt de kerkenraad op gemeentevergaderingen in te gaan op de situatie. De gemeente heeft informatie en inzicht nodig, maar de kerkenraad moet wel zorgvuldig omgaan met de betrokkenen. In deze casus speelt bij openbaarmaking ook nog de angst mee voor een klacht wegens smaad.

Dit dilemma heeft te maken met loyaliteit. De kerkenraad wordt geconfronteerd met drie perspectieven: het (vermeende) slachtoffer met zijn of haar behoefte aan veiligheid en erkenning; daartegenover de (vermeende) dader met zijn of haar ontkenning of zelfrechtvaardiging; daartussenin de mensen die uitzijn op harmonie en vrede. Als de spanning te lang aanhoudt, wordt vaak de druk op het slachtoffer opgevoerd. Als die immers haar of zijn verhaal afzwakt kan de harmonie weer hersteld worden.

Bij de afweging rond geheimhouding en openheid is het voor de kerkenraad belangrijk om deze perspectieven te wegen. Het gaat niet alleen om principes van ambtsgeheim en delen met de gemeente, maar ook om de vraag welke stem door het beleid bekrachtigd en welke stem het zwijgen wordt opgelegd; van wie de belangen worden gediend en van wie de macht wordt hersteld of in stand wordt gehouden.

3. Er is een oproep tot morele stellingname, maar ook de taak de dialoog tussen de partijen gaande te houden tussen de partijen gaande houden.

Een derde dilemma waarmee de ouderlingen te maken kregen, was het dilemma tussen een morele keuze en de dialoog tussen de partijen. Vanuit hun rol als ouderling ervaren beide ouderlingen een grote verantwoordelijkheid naar de slachtoffers, maar ook naar de gemeente. De zorg voor de gemeente woog voor een van hen extra zwaar toen hij voorzitter van de kerkenraad was. Terwijl sommigen druk uitoefenden op de kerkenraad om tot een oordeel te komen, richtte de voorzitter zich op het handhaven van de eenheid in de kerkenraad.

Ditzelfde kunnen we herkennen in de communicatie van kerkenraad naar gemeente. De eerste gemeentevergadering had vooral tot doel om de eenheid van de gemeente te waarborgen en als kerkenraad het vertrouwen van de gemeente te krijgen. Het dilemma hangt samen met de vraag of het alleen gaat om seksueel geweld, of dat de kerkenraad zich moet bezig houden met de cultuur en de structuur van de gemeente. Wanneer een kerkenraad te maken krijgt met seksueel geweld binnen de gemeente, komen vaak latente tegenstellingen en verborgen conflicten aan het licht. Het seksueel misbruik is ingebed in de machtsverhoudingen in de gemeente, en in het conflict daarover staat de identiteit en het voortbestaan van de kerk zelf op het spel. In de gemeente van de casus zijn (zoals zo vaak) verschillende tegenstellingen merkbaar. Er zijn drie duidelijke groepen: de liberalen, een grote grijze middengroep, en een groep evangelischen / confessionelen. De liberalen hebben in dit dorp een historisch gegroeide en verankerde invloedrijke positie. De grote middengroep bestaat vooral uit mensen die geboren en getogen zijn in het dorp en van huis uit geleerd hebben de notabelen te respecteren. De groep andersdenkenden bestaat voor een groot gedeelte uit mensen die van elders gekomen zijn en die werken in de nabijgelegen stad. De eerste groep blijkt een belangrijke stempel te drukken op het kerkelijk beleid.

Op de achtergrond spelen conflicten over de koers van de kerk een belangrijke rol. Het conflict over het seksueel misbruik leidt tot partijvorming. Ogenschijnlijk verdelen de partijen zich langs de lijn van de stromingen. Zo lijkt het liberale gedeelte in deze gemeente vooral de aangeklaagde te steunen, en lijkt het evangelische / confessionele gedeelte voornamelijk de kant van de klaagster te kiezen. De grote middengroep kiest voor vrede en harmonie en dringt aan op verzoening en vergeving. (Dat kan natuurlijk in andere gemeenten anders lopen, maar ook dan spelen onderliggende verschillen door in de partijvorming.) Door de partijvorming ontstond er wel een nieuw soort saamhorigheid: ‘Je hoort op een gegeven moment bij een bepaalde groep, en dat geeft verbondenheid. Dat is altijd al zo geweest. Dus in die zin was er meer saamhorigheid’. Door de conflicten tussen de partijen ervaren de aanhangers van een bepaalde groep onderling steeds meer solidariteit, terwijl de afstand tussen de verschillende groepen groter wordt. De verdeeldheid in de gemeente lijkt onoplosbaar.

Als de kerkenraad het seksueel misbruik aan de orde stelt lijkt er een oncontroleerbare dynamiek te worden losgemaakt. De tegenstellingen en machtsverhoudingen verwijzen naar een dieper liggende oorzaak van het seksueel geweld en de conflicten. Tegelijk echter kunnen de conflicten tussen de groepen functioneren als een rookgordijn dat afleidt van de concrete zaak. Het wordt in elk geval moeilijk om zowel de concrete problematiek als de onderliggende structuur recht te doen.

De grote uitdaging is dan om te zoeken naar een gemeenschappelijke taal. Uiteindelijk zal het doel toch zijn om opnieuw tot verstaan van elkaar te komen. Daarvoor moeten de twee lagen wel steeds onderscheiden worden. Pas als dat consequent gebeurt, kan de kerkenraad stelling nemen in de concrete situatie van seksueel geweld en toch de dialoog gaande houden tussen de verschillende stromingen in de gemeente.

4. De kerkenraad moet een proces begeleiden waar hij zelf centraal deel van uitmaakt.

Het laatste dilemma hangt samen met het gegeven dat de kerkenraad zelf een speler in het spel is. Dat betekent dat ook binnen de kerkenraad de spanning en verdeeldheid gevonden wordt. Dat maakt het zeer ingewikkeld om aan het proces goede geestelijke leiding te geven. Zeker na het vertrek van de predikant mist de kerkenraad een leider, die kan bemiddelen in het steeds hoger oplopend conflict. In die periode viel ook het periodiek aftreden van de voorzitter en enkele andere ambtsdragers. Door dergelijke veranderingen in de kerkenraad bleven conflicten liggen of werden ze juist opgerakeld. Bovendien werd het moeilijk om iemand bereid te vinden het voorzitterschap op zich te nemen. Degenen die dat wel een periode deden werden emotioneel zwaar belast, niet alleen door de gebeurtenissen als zodanig, maar ook omdat veel onvrede zich op hen richtte en zich uitte in beschuldigingen.

Eerder werd al beschreven dat er ook een verborgen communicatie is in de kerkenraad en de gemeente. Dat betekent dat kerkenraadsbesluiten niet altijd werden opgevolgd. In die verborgen circuits spelen juist de machtige gemeenteleden op de achtergrond een grote rol, zoals in deze casus gold voor de aangeklaagde.

De enige uitweg in conflicten met een dergelijke diepgang ligt dan ook in het inschakelen van begeleiding van buitenaf. Doordat de kerkenraad niet meer goed functioneert, is de gemeente feitelijk stuurloos geworden. In de casus bleek hulp van classis en consulenten onontbeerlijk om een stap te kunnen zetten op de weg naar herstel. Voorwaarden voor een goede externe begeleider zijn deskundigheid en mandaat. Dat laatste moet dan ook wel door de kerkenraad worden verleend.

CONCLUSIE

Seksueel geweld binnen de gemeente brengt dilemma’s mee waardoor de kerkenraad verlamd raakt. Niet alleen raakt de dagelijkse gang van zaken hierdoor gefrustreerd; ook kan het tot gevolg hebben dat juist de meest beschadigde mensen het onderspit delven. Uitwegen uit de dilemma’s kunnen gevonden worden in het voorrang geven aan een pastorale boven een juridische invalshoek; in het meewegen van de verschillende perspectieven en de daarmee samenhangende motieven en belangen; in het onderscheiden van een duidelijke stellingname in de concrete zaak en het zoeken van dialoog bij de onderliggende Partijvorming; en in het inschakelen van goed toegeruste bovenplaatselijke organen. Zo kan gebouwd worden aan een gemeente van Christus waar heil en recht gevonden wordt.

(uit: Confessioneel – ll4ejaargang nummer 18-10 oktober 2002)

Het zegenen van andere levensverbintenissen – het proces in de gemeente

10 apr

Deze tekst is gebruikt als inleiding op de gemeenteavond van de Protestantse Gemeente ’t Harde

Inleiding

Het is vandaag een bijzonder en belangrijk moment voor onze gemeente. Op deze gemeenteavond zal de kerkenraad horen wat de gemeente vindt van het zegenen van andere levensverbintenissen dan het huwelijk tussen man en vrouw. In deze inleiding wil ik graag een schets geven van het proces in onze gemeente, nogmaals het doel van de dialoog onder het voetlicht brengen en de uitkomsten van de gesprekken en informatieavonden, die tot nog toe hebben plaats gevonden, op een rij zetten.

Vooraf zou ik graag twee opmerkingen willen maken. De eerste is dat we niet spreken over een theoretische kwestie die we interessant of lastig kunnen vinden, maar we spreken over onze medemensen, mensen met een geschiedenis, verlangens, vragen en zoeken. Als het voor ons slechts een  zaak is, lopen we het risico om onze medemensen nodeloos te kwetsen en te beschadigen. De tweede opmerking ligt een beetje in dit verlengde. Het spreken over het zegenen van homoseksuele relaties roept bij velen pijn op. Al snel zijn er twee kampen te onderscheiden: voor en tegen. Wat beide kampen gemeenschappelijk hebben, is dat het gesprek hen dicht op de huid komt, en dat zij pijn kunnen oplopen in de discussies die ontstaan. Je opent immers iets van jezelf wanneer je aangeeft wat voor jou heilig is en wat niet opgegeven mag worden. Dat maakt je kwetsbaar en daarin kun je dan ook al snel je gekwetst voelen. Misschien verklaart dat voor een deel ook wel de scherpte van de discussies. Toch is het goed om te bedenken dat de pijn wel verschillend is: voor onze homoseksuele gemeenteleden en hun naasten is het proces in onze gemeente uitermate spannend. Spreken over homoseksualiteit gaat over de identiteit van medemensen. Gekwetst worden in de kern van je mens-zijn kan diepe sporen achterlaten. Het is goed en uitermate belangrijk om met elkaar van gedachten te wisselen en om je visie en vragen te verhelderen, en tegelijkertijd rekening te houden met elkaar.

Moeten we het hier over hebben?

Voor sommigen komt de vraag naar het zegenen een beetje uit de lucht komt vallen. Waarom moeten we het er over hebben? Het is een lastig onderwerp en het geeft zo snel gedoe. Je hoeft alleen maar de discussies op internet te volgen om te zien dat vragen en opmerkingen rond homoseksualiteit de gemoederen enorm bezig houden, en de emoties hoog oplopen. In sommige geloofsgemeenschappen geldt dan ook het devies om het gesprek maar niet aan te gaan: het brengt immers alleen maar verwarring en onrust in de gemeente.

De kerkenraad heeft echter anders besloten, en dat is om drie redenen een gelukkige keuze. Allereerst is de samenleving in beweging. De ontwikkelingen in de cultuur, in de samenleving en in de  kerk mogen niet genegeerd worden, maar vragen om een reactie van ons als plaatselijke geloofsgemeenschap. Of we het nu leuk vinden of niet, de visies op verbondenheid, homoseksualiteit, huwelijk en relaties zijn de afgelopen decennia veranderd. Wij hebben ook als gemeente er behoefte aan om die ontwikkelingen te verhelderen en te duiden. Negeren is geen optie. Hoe moeten we die inschatten?

Daarnaast is er ook een kerkordelijke noodzaak. In de kerkorde die is opgesteld met de fusie van de Lutherse, Hervormde en Gereformeerde kerken is de mogelijkheid opgenomen om ook andere levensverbintenissen dan het huwelijk tussen man en vrouw te zegenen. Mocht een gemeente over willen gaan tot het zegenen van andere relaties dient eerst middels een gemeenteberaad de gemeente gehoord te worden. Aangezien de mogelijkheid in de kerkorde geboden wordt, zou eigenlijk elke plaatselijke gemeente dit gesprek moeten voeren om te weten waar de gemeente staat.

Tot slot: we hebben de gemeente hoog. In onze identiteit spreken we over veelkleurigheid en ruimte om onze gemeente te karakteriseren. Het is een identiteit die uitnodigt tot gesprek, tot ontmoeting. Ook spannende en ingewikkelde ontwikkelingen bieden een mogelijkheid om als gemeente te groeien in verbondenheid en ruimte. Het past ons niet om de kop in het zand te steken bij moeilijkheden, maar om het juist aan te gaan. Als kerkenraad hebben we de gemeente hoog. Het laatste wat de kerkenraad wil, is een besluit erdoor drukken. Als kerkenraad zijn we vertegenwoordigers van de gemeente – gemeenteleden met een bijzondere taak. Niet boven de gemeente, maar als gemeenteleden naast elkaar. Het is goed om te noemen dat de kerkenraadsleden als vrijwilligers belangeloos vele uren in het kerkenwerk steken. Omdat de kerk hen aan het hart gaat.

Het proces in onze gemeente

Gezien de noodzaak om het zegenen van andere relaties in gesprek te brengen, besloot de kerkenraad vorig seizoen om een traject uit te zetten voor onze gemeente. We hebben ons in deze fase laten voorlichten door de gemeenteadviseur Bea Mulder. Als kerkenraad hebben we ingezet op de dialoog – het gaat er niet om dat we elkaar weten te overtuigen van het eigen standpunt, maar om tot wederzijds begrip te komen. Dit is een belangrijke keuze die voortkomt uit onze visie op gemeente-zijn. Deze visie is dus niet dat alle neuzen altijd dezelfde kant op staan, en dat we allemaal hetzelfde vinden en geloven. Deze visie houdt in dat juist in de veelkleurigheid en in de verschillen iets mag oplichten van het unieke van onze geloofsgemeenschap. Door de verschillen worden we uitgenodigd om het eigene van ons geloof en onze visie onder woorden te brengen en te delen. En dat is tot opbouw. Dat geldt ook voor het gesprek over het zegenen van levensverbintenissen: we weten dat er verschillen zijn en dat het gesprek ons dicht op de huid komt. Hoe kunnen deze verschillen tot opbouw van onze gemeente zijn en hoe kunnen we elkaar vasthouden om samen gemeente te zijn?

Welke stappen hebben we gezet?

–        Voorbereiding met Bea Mulder

–        Dialoog in de kerkenraad

–        Brochure naar alle adressen (voor geïnteresseerden die niet over de brochure beschikken, maar die wel zouden willen ontvangen: stuur even een mailtje naar a.l.veerman@pgtharde.nl en je ontvangt de brochure digitaal. We hebben overigens dankbaar gebruik gemaakt van het materiaal van PG Marknesse.

–        Twee dialoogavonden voor vrijwilligers

–        Twee informatieavonden met Bea Mulder en met  Ruard Ganzevoort

–        Dialoogavond voor gemeenteleden

–        Verslaglegging in kerkblad en mogelijkheid om met predikant en kerkenraad in gesprek te gaan

Er waren nog enkele vragen over de verstrekte informatie, omdat het als gekleurd over kwam. Het verwijt is dat de brochure naar het erkennen van homoseksuele relaties is toegeschreven. De kerkenraad is echter van mening dat deze opvatting niet juist is. We hebben geprobeerd om een evenwichtige brochure samen te stellen; het hoofdstukje over ‘wat staat er op het spel’ is hier een voorbeeld van. Aan de andere kant is de gedachte niet raar. Decennialang was ruimte voor homoseksualiteit niet bespreekbaar, dus het vraagt uitleg waarom het nu wel ineens bespreekbaar zou moeten zijn.

Wat kunnen we over de stappen zeggen, die we tot nog toe gezet hebben. Wat heeft het opgeleverd? Misschien is het goed om de kernpunten uit de twee lezingen van Bea Mulder en Ruard Ganzevoort nog even in herinnering te brengen.

In haar inleiding ging Bea Mulder in op de betekenis van het zegenen. Daarnaast formuleerde ze  vier punten die richtinggevend zouden moeten zijn om een relatie te beoordelen, nl. verantwoord leven (leven als antwoord naar God), mensen moeten elkaar tot hulp zijn, duurzaam en blijvend verbond, en de wens om lief te willen hebben en de trouw die daaruit volgt. Niet de geaardheid zou leidend moeten zijn, maar de aard en kwaliteit van de relatie.

Ganzevoort ging in zijn lezing nader in op de spanning tussen kerk en homoseksualiteit. Hij stelt dat de discussie over homoseksualiteit is een beladen thema geworden, omdat het een identity marker is geworden in het spanningsveld tussen kerk en wereld. Homoseksualiteit wordt niet meer opgevat als een persoonlijk thema, maar als een antwoord op de vraag of iemand liberaal of orthodox is. Het is spijtig dat deze discussies zo met elkaar verweven zijn geraakt. Hierdoor kan de discussie mensen verwonden en dus onrecht veroorzaken. Het gaat immers om persoonlijke verhalen van concrete mensen. De vraag die leidend zou moeten zijn is: hoe gaan we met elkaar om?

Daarnaast stelt Ganzevoort dat de woorden die in de Bijbel gebruikt worden minder vanzelfsprekend zijn dan in eerste instantie gedacht. Homoseksualiteit kent drie lagen: identiteit (seksuele aantrekking tot eigen geslacht), gevoelens en gedrag.  In de Bijbel gaat het alleen om de derde laag: die van de handelingen en het gedrag.

Daarnaast heeft het begrip ‘huwelijk’ een grote ontwikkeling doorgemaakt. De romantische dimensie van het huwelijk zoals wij die kennen, heeft pas in de laatste twee eeuwen ruimte gekregen. In de Bijbel gaat het over een sociaal contract waarin eigendomsrechten, veiligheid en voortplanting werd geregeld. De sociale uitwisseling was daaraan ondergeschikt. Ook zouden de veel aangehaalde Bijbelteksten minder eenduidig zijn bij nader onderzoek.

De kernvraag van Ruard Ganzevoort heeft uiteindelijk betrekking op gemeente-zijn. Kan een geloofsgemeenschap een inclusieve gemeente zijn, waar iedereen een plek heeft en gewaardeerd wordt?

Uit de dialoogavonden en besprekingen kunnen we de conclusie trekken dat in onze gemeente de spanning zich met name richt op het openstellen van het huwelijk voor mensen van hetzelfde geslacht en op het zegenen van homoseksuele relaties. In de gesprekken werd aangegeven dat homoseksualiteit als zodanig door vrijwel iedereen als een gegeven wordt aanvaard. Homoseksualiteit is niet een keuze, en deze geaardheid laat zich ook niet weg bidden, maar blijkt al bij de geboorte aanwezig te zijn. Gezien het gegeven dat homoseksuelen door God geschapen zijn, mag je hen ook geen relaties onthouden. Het openstellen van het huwelijk roept echter bij een deel van de gemeente grote vragen op. Verwezen wordt naar de scheppingsorde, en de instelling van het huwelijk. Wanneer de kerk over zou gaan tot zegenen, legitimeert de kerk een handelswijze die ten diepste niet Bijbels is. De expliciete veroordelende Bijbelteksten over homoseksualiteit zijn in de beeldvorming sturend.

De andere lijn die uit de besprekingen naar voren is gekomen, richt zich meer op het erkennen van de ander vanuit de liefde die Gods gemeente kenmerkt. Ook leeft de veronderstelling dat het onthouden van de zegen een oordeel inhoudt over de relatie.

Niet uniek

Het zoeken en misschien worstelen in onze gemeente is een proces dat op dit moment in vele geloofsgemeenschappen en op vele niveaus plaatsvindt. In kranten en op weblogs is er relatief veel aandacht voor verhalen rond homoseksualiteit. Drie dingen vallen mij hierin op: allereerst hoe lastig en zwaar het kan zijn om in onze samenleving homoseksueel te zijn. ‘Uit de kast komen’ kost vaak ontzettend veel. Op school, op straat, met sporten en in families is vaak sprake van een uitgesproken of onuitgesproken veroordeling. Door de vijandigheid of weerzin bij een deel van de samenleving kan het homoseksueel zijn als een last worden ervaren. Het aantal homoseksuele jongeren dat zelfdoding overweegt, ligt beduidend hoger dan onder heteroseksuele leeftijdsgenoten. Het tweede dat opvalt, is vaak de enorme felheid in reacties. Dat maakt me echt verdrietig – soms schaam ik me voor sommige harde en oordelende reacties met een beroep op God, Bijbel en geloof. Zou dat niet anders kunnen en moeten?

Het derde dat mij opvalt is dat er geen absolute en overtuigende verhalen te vertellen zijn. Er zijn mensen die vertellen dat zij vroeger homoseksueel waren, maar nu gelukkig heteroseksueel getrouwd – en andersom. Er zijn mensen die vertellen dat ze eerst fel tegen homo’s waren, tot hun zoon of dochter homoseksueel bleek te zijn. Er zijn homoseksuelen die uit christelijke overtuiging kiezen voor een solitair leven. Er zijn homoseksuele christenen die in liefde en trouw zich verbonden hebben met een partner. Waar deze persoonlijke verhalen gaan schuren, is wanneer ze absoluut worden gemaakt, tot norm verheven. “Ik heb dit meegemaakt, dus nu moet iedereen het op deze manier doen…”

Wat in ieder geval duidelijk wordt in al die publicaties en die verhalen, is dat de visie op homoseksualiteit en de Bijbel blijkbaar minder vast staat dan lang gedacht is. Inmiddels zijn er in allerlei kerkgenootschappen – reformatorisch, evangelisch en veelkleurig – mensen die aangeven zowel homoseksueel te zijn als gelovig. Ook die ontwikkeling zet aan tot nadenken en heroverwegen.

Graag zou ik nog de aandacht willen vestigen op een verhaal dat onlangs op internet rond ging: Paul Bailey heeft zich als eerste voorganger van een Britse pinkstergemeente van christenen van Afrikaanse of Caribische afkomst publiekelijk uitgesproken voor het huwelijk van paren van gelijk geslacht. De predikant maakte dat bekend in een interview in het blad Keeping The Faith.

In het interview zegt Bailey dat hij zijn visie op het homohuwelijk heeft gevormd na langdurige Bijbelstudie en jarenlang pastorale werk met homoseksuelen. De Bijbel spoort christenen aan om mensen die in de samenleving gemarginaliseerd worden te ondersteunen – en dat geldt volgens Bailey ook voor paren van gelijk geslacht.

Maar wat ik interessanter vind, is de reactie van de directeur van de Babtistengemeenten in Londen: in een reactie laat predikant David Shosanya – directeur van de London Baptist Association – weten de opvattingen van Bailey niet te delen, maar hij benadrukt dat het belangrijk is dat christenen van Afrikaanse of Caribische afkomst over kwesties zoals seksualiteit en het homohuwelijk met elkaar in debat gaan. “Hoe we in dat debat omgaan met verschillen in opvatting is een indicatie van onze volwassenheid en wellicht nog belangrijker als uitdrukking van ons christen-zijn”, zegt Shosanya. “We kunnen van mening verschillen met Bailey – die ik goed ken – maar ik weiger om mijn broeder daarom te demoniseren.”

Waar brengt dit proces ons?

Wat we als kerkenraad belangrijk vinden, is om te zoeken naar hoe we vorm kunnen geven aan veelkleurig gemeente kunnen. We hebben in de jonge geschiedenis van de Protestantse Gemeente ’t Harde al veel aan de orde gehad. Als fusiegemeente hebben we aan elkaar moeten wennen – en misschien nog wel. Er zijn gemeentezaken veranderd en soms verdwenen, andere zaken zijn er soms ook wel weer voor in de plaats gekomen. Waar we nog in kunnen groeien, is in het delen van geloof, hoop en liefde. Elkaar leren verstaan.

Als het gaat om het zegenen van andere levensverbintenissen is in mijn beleving niet de doelstelling om allemaal hetzelfde te vinden, om elkaar te overtuigen. Dat leidt tot scherpe discussies, verwijdering en uitsluiting. De vraag aan onze gemeente is: hoe kunnen we een inclusieve gemeente zijn, waar voorstanders en tegenstanders samen hun plek mogen vinden – niemand uitgesloten.

Op één van de dialoogavonden heb ik het voorbeeld gebruikt van een zeilschip. De zwaarden aan de zijkanten sturen het schip. Wanneer één van beide zwaarden zou ontbreken, zal het schip geen koers meer kunnen houden. Een kerk heeft mensen nodig die verkennen, veranderingen voorstellen en vernieuwen, en mensen die met een beroep op de traditie vorm geven aan de identiteit van de kerk door de eeuwen heen.

Dat we zo samen gemeente mogen zijn.