Tag Archives: recht

Wandelen met God

21 jul

‘Henoch wandelde met God’. Het is een klein zinnetje in de Bijbel, dat een wereld van verlangen oproept. Wandelen met God – zou dat kunnen? Het raakt aan het verlangen naar rust, het verlangen naar gekend zijn. Het raakt aan verhalen van verwondering, verhalen over die momenten dat God even zo nabij was in ons leven.

Tegelijkertijd laat het verlangen ook zien hoe lastig het is om te wandelen. Om tijd te nemen. Om met aandacht te leven. Hoe snel rennen we onszelf, de ander en God niet voorbij? Wandelen veronderstelt rust. Wandelen maakt je opmerkzaam op wat er om je heen gebeurt. Wandelen heeft te maken met vertrouwelijkheid en vriendschap – God wandelde in de Hof van Eden. God wandelde met Noach.

Wandelen heeft te maken met het Koninkrijk van God

Nu is er veel meer te zeggen over het wandelen van Henoch. De NBV vertaalt: ‘Henoch leefde in nauwe verbondenheid met God’. Wandelen is niet beperkt tot tijd nemen en aan rust en verwondering toekomen. Nee, het heeft veel meer te maken met een levenswijze. een levenswandel. Het wandelen met God is veel meer dan het rondje langs de Singel.

De wereld van Henoch was een harde wereld – in die zin verschilde zijn context niet zoveel met de onze. In Genesis 4 lezen we over Kaïn en zijn nakomelingen. Kaïn stichtte een stad: Henoch. Dat was een prestatie om u tegen te zeggen. Want daar kwam het uiteindelijk op neer: presteren. Sterk zijn. Geen zwakke kanten laten zien. Hard en ongenadig zijn. Een achterkleinzoon van Kaïn, Lamech, gaf woorden aan die harde wereld: ‘Als je mij wat aandoet, neem ik zevenmaal wraak op jou’.

Op de rouwadvertentie staat niet: ‘Hij heeft dit en dat bereikt’. Maar: ‘Hij wandelde met God’. Dat is de samenvatting van zijn leven – wandelen met God in een wereld waar het onrecht hoogtij viert. Wandelen met God betekent in die context: je verzetten tegen haat, onverschilligheid en cynisme. Wandelen met God betekent dat je eerste drijfveer nooit zelfhandhaving kan zijn, maar altijd te maken heeft met recht en gerechtigheid, met bewogenheid en liefde. Als we wandelen met God komen we aan onze bestemming als beelddrager van God. Dat is niet zonder risico en leidt niet altijd tot een rustig begaanbaar pad met mooie vergezichten.

Nee, wandelen met God is niet eenvoudig. Niet alleen om wat anderen van jou zullen zeggen en hoe ze je misschien de voet dwars zullen zetten, maar ook om je eigen binnenkant. Durf je het aan om God in je hart te laten wonen, om de muren rond je hart te slechten en de maskers waarachter je je verstopte af te doen?

Adam en Eva konden erover meepraten. Toen zij God in de tuin, de Hof van Eden, waar zij woonden dichterbij hoorden komen, verstopten zij zich vanwege schaamte en schuld. God riep hen echter weer terug in het licht. Zo worden ook wij uitgenodigd om onze verhalen met God te delen. Onze beschadigingen. Onze pijn. Waar we anderen beschadigden. Wandelen met God is herstel van je binnenste om zo meer en meer beelddrager van God te worden.

Verwijzing naar Christus

[jargon-alarm] Nu kent het verhaal van Henoch een verrassende diepte. Om die diepte mee zien, moet ik meenemen in de opbouw van de geslachtsregisters van Genesis en van Mattheüs. Genesis is opgebouwd aan de hand van tien geschiedenissen (Hebreeuws: ‘toledoth’). Of beter is het om te spreken van ‘verwekkingen’ of ‘wording’. Genesis gaat over ontstaan, over wordingsgeschiedenis: van hemel en aarde, van Adam, van Noach, van Terach (vader van Abraham), enzovoort. Het Bijbelse getal 10 heeft een krachtige lading: er waren 10 plagen in Egypte, 10 bevrijdende woorden: het getal 10 is verbonden met Gods bevrijdend en reddend handelen. Daar gaat Genesis over.

In Genesis staan twee geslachtsregisters: in hoofdstuk 5 (waar Henoch ook wordt genoemd) en in hoofdstuk 11. Het zijn 10 generaties tot Noach (H.5) en 10 generaties van Noach tot Abraham (H.11). Wat de schrijver hiermee aan wil geven, is dat een volgende generatie nooit een vanzelfsprekendheid is. Het leven wordt door God bevochten op leven en dood. Elke volgende generatie is genade, is een scheppende beslissing.

In de geslachtsregisters is sprake van een vast patroon: de naam wordt genoemd, hoe oud hij was bij de geboorte van de eerste zoon en hoeveel jaar er verstreek tot zijn sterven. De eerstgeboren zoon is de centrale gebeurtenis. Het register in hoofdstuk 11 maakt duidelijk waar het naar toe gaat: het komt uit bij Abraham, uit wie het volk Israël voort zal komen. Israël is de eerstgeborene onder de volkeren. De eerstgeborene is geroepen om het ware mens-zijn aan het licht te brengen, om te leven zoals het bedoeld is. Dát is de roeping van Israël in de Bijbel: leef zo, dat God aan het licht komt. Nooit ten koste, maar altijd ten dienste van medemensen. Genesis eindigt met de geschiedenis van Jozef. Hij is het voorlopige sluitstuk. Hij laat zien wat het goede leven inhoudt.

Mattheüs sluit in zijn evangelie met het register in hoofdstuk 1 aan bij Genesis 5 en 11. Hij beschrijft de wordingsgeschiedenis van Jezus. Jezus Christus is uiteindelijk de beelddrager zoals God het bedoeld heeft. Hij vervult de opdracht en het verlangen waar Genesis over spreekt.

Wij wandelen met Henoch

Door Jezus sterven en opstanding mogen ook wij dragers van die gelijkenis van God zijn. Henoch wandelde met God. Hij beleefde iets van het volle leven. Hij werd uiteindelijk bewaard voorbij de macht van de dood. Sinds Christus zijn de Henochen niet meer de uitzondering in de geschiedenis. We mogen met Christus opstaan tot een nieuw leven en steeds meer naar zijn beeld ons vormen.

Wandelen met God is niet gespaard worden voor rottigheid, onrecht, lijden en verdriet. Wandelen met God is niet altijd de wind mee hebben, maar wel dat je met God die nieuwe wereld binnenwandelt.

En als jij niet meer verder kunt, zal Hij je dragen.

Gebed vanuit het Onze Vader deel II

4 jan

Het Onze Vader omvat in drie beden ons hele leven. Waar bidden we voor als we bidden om ons dagelijks brood, om vergeving en om verlossing? Deel II: over schuld, vergeving en recht doen 

IMG_20170807_185414

Onze Vader in de hemel,

We zijn allen dochters en zonen van U, maar wat vergeten we snel onze bestemming en het goede leven. We bidden U om de ruimte van uw vergeving waar we schuld op ons hebben geladen.

Als we bidden om vergeving van onze schuld bidden we U om hen die beschadigd en gekwetst zijn.

Als we bidden om vergeving, bidden we dat aan de gekwetsten en gebusten recht gedaan wordt.

Als we bidden om vergeving, bidden we U om moed en kracht om ons te bekeren, om onder ogen te zien wat we medemensen hebben aangedaan, om de moed onze schuld te erkennen.

Als we bidden om uw vergeving, bidden we om de ruimte om zelf tot vergeving te kunnen komen.

We bidden voor hen die zich inzetten voor recht en gerechtigheid

We bidden voor hen die zoeken naar wegen om tot erkenning van schuld te komen

We bidden voor hen die de weg van vergeving gaan

We bidden voor allen die zich in onze wereld sterk maken voor waarheid en verzoening.

Want van U is het Koninkrijk en de kracht en heerlijkheid – tot in eeuwigheid, amen