Tag Archives: rust

Vakantiemijmering 3

26 aug

We hadden een huisje gehuurd in Bruchhausen, een klein plaatsje tussen Olsberg en Willingen. Het plaatsje is bekend om de Bruchhauser Steine, een razend interessant geologisch fenomeen.

IMG_20170807_193341

Op onze klim naar boven werd onze aandacht getrokken door een klein houten bordje met een pijl die schuin omhoog wees. ‘Ewige Quelle’ stond er op het bordje. We klauterden langs de steile helling omhoog en opeens zagen we de bron. Een klein stroompje, verscholen in het groen.

IMG_20170807_192927

Hier, hoog op de berg, bevindt zich een bron die almaar stroomt. Het stroompje wordt gaandeweg breder en dieper. Langs het stroompje bloeit en groeit van alles. Deze bron, die zo klein en onooglijk begint, is voor de helling en het dal een bron van leven.

Ik moest denken aan het visioen van Ezechiël, een profeet die in een moeilijke tijd woorden van God door moest geven. In een van zijn visioenen ziet hij een klein riviertje uit de tempel  in Jeruzalem stromen. Hij moet de rivier volgen en geregeld door de rivier waden. Al snel is de rivier echter zo breed en diep geworden dat Ezechiël er nier meer doorheen kan lopen. Hij gaat kopje onder.

Die rivier uit de tempel brengt leven. Langs de rivier groeien bomen die vruchten geven en genezing brengen. De rivier zelf is zo heilzaam dat de Dode Zee (die in dit beeld staat voor de dood, het kwaad, het donker) weer levend wordt.

Zo werkt het met Gods kracht. Met Gods Geest. Later zegt Jezus (in Johannes 7, 37) ‘rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in mij geloofd’. Dat is de kracht van het geloof die we mogen ontvangen. Misschien lijkt het handelen van God in ons leven klein en onbeduidend. Misschien lijken ons eigen geloof, onze eigen woorden en handelingen er niet toe te doen. Maar wat klein begint in het hart van wie gelooft, zal tot een stroom van levend water worden.

Onderschat nooit wat jouw gebaar van meeleven, jouw actie vanuit liefde uitwerkt in het leven van de ander.

 

Vakantiemijmering

15 aug

Tijdens een wandeling op weg naar de top van de Olsberg troffen we twee bankjes aan  in een bijzondere opstelling.

IMG_20170809_205522

Ze stonden daar in afwachting om op de juiste plek neergezet te worden, maar zoals ze stonden, deed het me denken aan een kerkzaal. De berghelling als de plek om te ontvangen, om de stilte tot je te nemen.

Misschien is dat wel het heilzame van vakantie. Tijd hebben om stil te staan. Tijd hebben om te luisteren naar de stilte. Om niet langer geleefd te worden door het ritme van wat moet. Om niet langer geleid te worden door te hooggegrepen ambities of te hooggespannen verwachtingen.

Tijd om stil te staan en om te luisteren brengt mijn leven weer binnen de juiste proporties. Zoals psalm 131 zegt: “Heer, niet trots is mijn hart, niet hoogmoedig mijn blik. Ik zoek niet wat te groot is voor mij en te hoog gegrepen. Nee, ik ben stil geworden, ik heb mijn ziel tot rust gebracht. Als een kind op de arm van zijn moeder, als een kind is mijn ziel in mij.”

Die rust, die ervoer ik op de berghelling. Het is goed zo.

 

Zeven teksten ter bemoediging

7 feb

De kerken in Nederland staan voor een spannende uitdaging. Hoe kunnen we op een opbouwende manier reageren op de ontwikkelingen die gaande zijn in de cultuur en in de kerk? Arjan Plaisier, scriba van de Protestantse Kerk in Nederland heeft een nota geschreven met als doel het gesprek over de betekenis van de kerk op gang te brengen. Hij verwoordt een realistische en hoopvolle visie. Toch valt het soms niet mee om vol te houden wanneer je de ontwikkelingen die om je heen en misschien ook in jezelf gebeuren tot je door laat dringen. Vandaar deze blog: zeven teksten ter bemoediging als de weg lijkt tegen te vallen.

Zondag 

Lezen: 1 Sam. 3, 1 – 4a De jonge Samuel diende dus de HEER, onder de hoede van Eli. Er klonken in die tijd zelden woorden van de HEER en er braken geen visioenen door. 2 Op zekere nacht lag Eli op zijn slaapplaats. Zijn ogen waren dof geworden, hij kon bijna niet meer zien. 3 Samuel lag te slapen in het heiligdom van de HEER, bij de ark van God. De godslamp was bijna uitgedoofd. 4 Toen riep de HEER Samuel.

Soms voel ik me diep verbonden met Eli. Je doet je best om de religieuze gebruiken door te geven. Je houdt de boel gaande. Maar ondertussen breekt het je bij de handen af. Het lukt niet om het kostbare van het geloof door te geven aan de volgende generaties. Hoe hard je ook je best doet, het lijkt maar niet te lukken om het vuur te ontsteken. Sterker nog, ook bij jezelf gaat het kaarsje langzaam uit. Het wordt donker in de de tempel. Het wordt donker in je binnenste. Juist in zo’n tijd lijkt God je ook nog eens in de steek te laten. God laat zich nauwelijks meer horen en zien. ‘De godslamp was bijna uitgedoofd’.  Dat klinkt bekend. Is er in onze tijd nog ruimte voor God?

Toch is hier veel meer over te zeggen. In oudere vertalingen staat het zo: ‘Nóg was de godslamp niet uit. Daar klinkt een beetje hoop in door. Hoe hopeloos de situatie er ook uit kan zien, hoe weinig inspirerend de tempeldienst ook is, Gods licht laat zich niet doven. Dát nodigt uit tot volhardend en vasthoudend geloven. Los van onze ervaringen, los van onze inspanningen zal Gods licht blijven branden. En de stem van God blijft roepen. Om ons te bemoedigen, om ons weer op te doen staan, om ons weer op weg te helpen. ‘Spreek, Heer, ik wil naar U luisteren’.

Maandag 

Lezen: Genesis 6, 11 – 14a, 22: In Noachs tijd was de aarde in Gods ogen verdorven en vol onrecht. 12 Toen God zag dat de aarde door en door slecht was, dat iedereen een verderfelijk leven leidde, 13 zei hij tegen Noach: ‘Ik heb besloten een einde te maken aan het leven van alle mensen, want door hen is de aarde vol onrecht. Ik ga hen vernietigen, en de aarde erbij. 14 Maak jij nu een ark van pijnboomhout. (…) 22 Noach deed dit; hij deed alles zoals God het hem had opgedragen.

 

Als ik op me in laat werken wat er allemaal in de wereld – en soms ook zo dichtbij – gebeurt, ontneemt het me wel eens de adem. ‘Toen God zag dat de aarde door en door slecht was’. Ja, soms sta ik perplex om de kwaadaardigheid en de drang om de naaste en de aarde te vernietigen. Het zal Noach ook niet ontgaan zijn. Hij was een rechtvaardige, lezen we aan het begin van het hoofdstuk. Zijn manier van leven zal ook wel op weerstand hebben gestuit. Deze Noach wordt niet uitgenodigd om bij de pakken neer te gaan zitten, maar wordt het instrument van redding van de aarde.

Dat zet me aan het denken. Hij krijgt de opdracht om te bouwen. Gewoon te beginnen. Het was volstrekt onduidelijk wat het nut zou zijn. Mensen om hem heen zullen hem voor gek hebben versleten. Hij legde de kritiek naast zich neer, legde uit wat hij aan het doen was en werkte gestaag verder. Een mooie opdracht voor de maandag. Gewoon beginnen te bouwen: onder de zegen van God zal het tot zegen voor anderen zijn.

Dinsdag 

Lezen: 1 Koningen 19, 12 – 14: Na de aardbeving was er vuur, maar de HEER bevond zich niet in dat vuur. Na het vuur klonk het gefluister van een zachte bries. 13 Toen Elia dat hoorde, sloeg hij zijn mantel voor zijn gezicht. Hij kwam naar buiten en ging in de opening van de grot staan, en daar klonk een stem die tot hem sprak: ‘Elia, wat doe je hier?’ 14 Elia antwoordde: ‘Ik heb me met volle overgave ingezet voor de HEER, de God van de hemelse machten, maar de Israëlieten hebben uw verbond met hen naast zich neergelegd, uw altaren verwoest en uw profeten gedood. Ik ben als enige overgebleven, en nu hebben ze het ook op mijn leven voorzien.’

Het is een bijzondere episode in het leven van Elia. Vlak na dat bijzondere optreden van Elia op de Karmel, waarbij God liet zien de levende God te zijn. Misschien hoopte Elia wel dat hij in ere hersteld zou worden. Hoopte hij op een beetje erkenning en op de broodnodige rust. Maar het tegenovergestelde gebeurde. Hij werd met de dood bedreigd. Gedesillusioneerd en wanhopig besloot hij een einde aan zijn leven te maken. Hij liep een dagreis ver de woestijn – dit zou Elia nooit kunnen overleven.

Maar dan gebeurt er iets verrassends. Een engel zet Elia weer op de been. Gesterkt door deze ontmoeting loopt Elia naar de Horeb, de heilige berg van God. Daar brengt Elia zijn klacht en zijn verlangen voor Gods aangezicht. In het gefluister van een zachte bries herkent hij Gods aanwezigheid. Hij mag uitspreken. Hij mag zijn wanhoop en zorgen bij God neerleggen. Het maakt ruimte om Gods stem te horen en weer op weg te gaan.

Woensdag 

Lezen: Johannes 6, 60 – 68: Veel leerlingen die het gehoord hadden zeiden: ‘Dit zijn harde woorden, wie kan daarnaar luisteren?’ 61 Jezus wist wel dat zijn leerlingen protesteerden en zei tegen hen: ‘Ergeren jullie je hieraan? 62 Maar als jullie nu de Mensenzoon zouden zien opstijgen naar waar hij eerst was?63 De Geest maakt levend, het lichaam dient tot niets. Wat ik gezegd heb is geest en leven. 64 Maar sommigen van jullie geloven niet.’ Jezus wist namelijk vanaf het begin wie er niet geloofden en wie hem zou uitleveren. 65 ‘Daarom heb ik jullie gezegd,’ zei hij, ‘dat iemand alleen bij mij kan komen als het hem door de Vader gegeven is.’ 66 Toen trokken veel leerlingen zich terug en gingen niet verder met hem mee. 67 Jezus vroeg nu aan de twaalf: ‘Willen jullie soms ook weggaan?’ 68 Simon Petrus gaf antwoord: ‘Naar wie zouden we moeten gaan, Heer? U spreekt woorden die eeuwig leven geven.

Het moment waarop de mensen Jezus de rug toekeren vind ik altijd weer een aangrijpend moment. De woorden die Jezus spreekt, roepen weerstand op. Het vraagt iets van ons: geloof, de wil om te veranderen, op weg gaan. De opgeroepen weerstand is te groot. Veel leerlingen besluiten dat ze hier niet verder mee kunnen en reizen niet langer met Jezus mee. Mijn eerste reflex is: je kunt die mensen niet zomaar laten gaan, Jezus! In plaats van water in wijn te veranderen, zou je nu misschien wat water bij de wijn kunnen doen. Geef de mensen wat tijd, maar houd ze in ieder geval tegen!

De reactie van Jezus is echter tegenovergesteld. Hij vraagt aan de leerlingen die gebleven zijn: willen jullie niet ook vertrekken? Nee, ze blijven. Ze zijn geraakt en horen woorden die leven met God openen. Eeuwig leven. Dat is waar het om gaat. Op het moment dat we woorden van eeuwig leven horen en door geven, zijn we zout en licht. Een weinig zout maakt de maaltijd smakelijk. Een klein lampje maakt in het donker een wereld van verschil. Niet het aantal lampenhouders of zoutvaatjes verandert de wereld, maar de kwaliteit van het zout en de kracht van het licht.

Donderdag

Lezen: Rechters 7, 1 – 8  1 De volgende morgen vroeg sloeg Jerubbaäl, Gideon dus, met zijn troepen zijn kamp op bij de Charodbron. De Midjanieten lagen iets noordelijker, in de vallei aan de voet van de More. 2 Toen zei de HEER tegen Gideon: ‘Het leger dat je bij je hebt is te groot. Ik lever de Midjanieten niet aan jullie uit, want ik wil niet dat Israël zich erop beroemt dat het zich op eigen kracht heeft bevrijd. 3 Maak daarom bekend dat iedereen die bang is, kan vertrekken en via het bergland van Gilead terug naar huis kan gaan.’ Daarop vertrokken tweeëntwintigduizend man; tienduizend bleven er over. 4 Maar de HEER zei tegen Gideon: ‘Het leger is nog steeds te groot. Laat je manschappen naar het water gaan, daar zal ik voor jou een keus uit hen maken. Ik zal je zeggen wie er met je mee moeten gaan en wie niet.’ 5 Gideon liet de mannen naar het water gaan, en de HEER zei tegen hem: ‘Degenen die het water met hun tong oplikken, zoals honden doen, die moet je apart zetten van degenen die knielen om te drinken.’ 6 Driehonderd man likten het water op met hun tong,  de overigen knielden om te drinken. 7 ‘Met die driehonderd man die het water met hun tong op likten, zal ik jullie bevrijden,’ zei de HEER tegen Gideon. ‘Door hun toedoen zal ik Midjan aan je uitleveren. De rest van het leger kan naar huis terugkeren.’ 8 Gideon hield dus alleen die driehonderd man bij zich en stuurde de rest van de Israëlieten weg, elk naar zijn eigen woonplaats.

Ik gun elke geloofsgemeenschap een eigen Gideonsbende. Kenmerkend is dat het een kleine groep is die uiteindelijk een wereld van verschil zal maken. Wat ze gemeenschappelijk hebben, is dat ze leven in vertrouwen – ze zijn niet bang, niet bevreesd. Steeds weer is dat de kernboodschap van het Evangelie. ‘Wees niet bang’. Dat vertrouwen maakt dat ze bergen kunnen verzetten. Of eigenlijk: door hun vertrouwen kan Gods werk door gaan.

Gideon deed het niet alleen. Een kleine groep trok met hem mee op. Juist de grootte van de groep maakte duidelijk waar het God om te doen was: het uiteindelijke werk zal God doen. Hij bevrijdt, Hij redt. Aan ons de uitnodiging om ons in zijn dienst te stellen.

Vrijdag 

Lezen: Lucas 5, 15 en 16 Maar het nieuws over hem verspreidde zich juist verder, en grote mensenmassa’s verzamelden zich om naar hem te luisteren en zich van hun ziekten te laten genezen. 16 Hijzelf trok zich geregeld terug op eenzame plaatsen om er te bidden.

Vandaag neem ik de tijd om de stilte op te zoeken, God te danken voor zijn zorg en nabijheid in de afgelopen dagen. Vandaag zoek ik de stilte om te bidden om Gods kracht en bemoediging.

Zaterdag 

Lezen: psalm 36, 6 – 10 

6  HEER, hoog als de hemel is uw liefde,

tot in de wolken reikt uw trouw,

7 uw gerechtigheid is als de machtige bergen,

uw rechtvaardigheid als de wijde oceaan:

u, HEER, bent de redder van mens en dier.

8 Hoe kostbaar is uw liefde, God!

In de schaduw van uw vleugels schuilen de mensen,

9 zij laven zich aan de overvloed van uw huis,

u lest hun dorst met een stroom van vreugden,

10 want bij u is de bron van het leven,

door úw licht zien wij licht.

Op zoek naar bemoediging is het goed om de tijd te nemen om tot rust te komen. In deze prachtige psalm zingt de dichter over Gods liefde en trouw. Dát is het fundament onder ons bestaan, de steun in de rug, de richting om te gaan. Het is goed om de tijd te nemen om op adem te komen en op te ademen. Om los te komen van de druk die we onszelf opleggen of die de samenleving ons oplegt. Het is van belang om te mogen schuilen onder Gods vleugels. Om af te stemmen op zijn Adem. Uiteindelijk gaat het niet om onze inspanningen, maar om het licht van God. Als we ons richten op Gods licht, zien we het licht.

Druk? Kijk eens naar je hond

14 nov

(Dit blog is op 4 november 2014 geplaatst op http://www.mijnkerk.nl)

Terwijl ik druk bezig ben om de preek voor komende zondag af te maken, hoor ik naast mijn bureaustoel Flower. Ze zit al klaar en kijkt me verwachtingsvol aan. Ik pak haar op en ze valt gelijk in slaap op mijn schoot. Terwijl ze zachtjes begint te snurken, werk ik snel door, omdat ik straks ook nog een andere tekst moet schrijven.

Zonaanbidder Flower

Genieten

De zon schijnt. Ik ben net terug van een ochtend pastoraat. Over een minuut of twintig gaan we eten, en ik besluit nog snel de kring voor vanavond voor te bereiden en nog wat telefoontjes te plegen. Ondertussen kijk ik uit mijn raam en zie Flower zo lui mogelijk in het gras liggen, genietend van de najaarszon. Sloom staat ze op, rekt zich uit en snuffelt de geuren uit de lucht.

Tussen twee afspraken door heb ik nog net even tijd om Flower uit te laten. Ik roep haar en wil snel de riem om doen. Maar Flower denkt er anders over. Er moet eerst gerekt en gestrekt worden. Onder het wandelen neemt ze ruim de tijd om alle geuren onderweg op te nemen. In alle rust zoekt ze het meest geschikte plekje om haar behoefte te doen. Thuisgekomen wachten alweer verplichtingen. Terwijl ik weer in de werkhouding schiet, zie ik Flower rondjes draaien in haar mand en vervolgens genieten van haar welverdiende rust.

Maak je geen zorgen

Ik moet denken aan de woorden van Jezus. Hij weet hoe we als mensen ons druk kunnen maken en hoe zorgen ons neer kunnen drukken. In Mattheüs staat:

Daarom zeg ik jullie: maak je geen zorgen over jezelf en over wat je zult eten of drinken, noch over je lichaam en over wat je zult aantrekken. Is het leven niet meer dan voedsel en het lichaam niet meer dan kleding? Kijk naar de vogels in de lucht: ze zaaien niet en oogsten niet en vullen geen voorraadschuren, het is jullie hemelse Vader die ze voedt. Zijn jullie niet meer waard dan zij?

Leer van je hond

Misschien moet ik ook meer naar onze hond kijken. Ze maakt zich niet druk, maar doet wat op het moment zelf nodig is. Ze neemt de tijd om te rusten, de tijd om in het hier en nu te leven. Door al mijn drukte en mijn gevoel van alles te moeten oplossen, mis ik juist die momenten om te genieten van het weer – of het nu regen is of zonneschijn. Door de druk die ik mijzelf opleg, mis ik het moment, en leef voorbij aan mijzelf, aan de mensen om mij heen en aan mijn bestemming.

Kijken naar Flower leert me om rust te zoeken, en om in het hier en nu te leven. Om het leven te voelen en te omarmen. Rust die nodig is om ruimte voor God te maken. Als ik ren, is er geen tijd voor ontmoeting. In de Bijbel lezen we van mensen die een bijzondere relatie met God hadden. Henoch bijvoorbeeld. Van die mensen lezen we dat zij wandelden met God. Wandelen helpt om aan je bestemming te komen. Kijk, dat is prettig aan het hebben van een hond: dan mag je elke dag wandelen.

Druk? Neem een hond, kijk, leer en wandel.

Zeven teksten om op adem te komen

1 mrt

Voor iedereen die worstelt met de vraag of je goed genoeg bent; of God je wel ziet staan; of God wel van je houdt. Zeven teksten om op adem te komen. Voor elke dag één, een week lang, en daarna begin je gewoon weer overnieuw.

Zondag: Deut. 32: 9 – 12: gevonden en geliefd 

9 want voor de HEER gold dat volk als het zijne,

Jakob was het deel dat hij zichzelf toemat.

10 Hij vond het in een dorre woestijn,

in een niemandsland vol van gevaar.

Hij omringde het met zorg en met liefde,

koesterde het als zijn oogappel.

11 Zoals een arend over zijn jongen waakt

en voortdurend erboven blijft zweven,

zijn vleugels uitspreidt en zijn jongen daarop draagt,

12 zo heeft de HEER zijn volk geleid,

hij alleen: geen andere god stond hem bij.

Het is een bijzondere tekst, het lijkt haast een liefdesverklaring van God aan zijn volk. Het is mooi om in deze tekst je eigen naam te vullen waar ‘Jakob’ en ‘ volk’ staat. Drie punten vallen op: God vindt zijn volk: Hij zoekt je, en Hij vindt je. Ook al zwerf je door onherbergzame streken, door woestijnen of niemandsland. Daarnaast: Hij koestert je en omringt je met zorg en liefde. Je bent van grote waarde in Gods ogen. Tot slot: Hij wekt je op om zelf te leren vliegen, om op eigen benen te staan. Maar ondertussen waakt Hij wel over je en vangt je op als je dreigt te vallen! Je bent gevonden. Je bent kostbaar. Je zult worden opgevangen.

Maandag: Jes 43, 1 – 5 wees niet bang: Ik ben bij je

1 Welnu, dit zegt de HEER,

die jou schiep, Jakob, die jou vormde, Israël:

Wees niet bang, want ik zal je vrijkopen,

ik heb je bij je naam geroepen, je bent van mij!

2 Moet je door het water gaan – ik ben bij je;

of door rivieren – je wordt niet meegesleurd.

Moet je door het vuur gaan – het zal je niet verteren,

de vlammen zullen je niet verschroeien.

3 Want ik, de HEER, ben je God,

de Heilige van Israël, je redder.

Voor jou geef ik Egypte als losgeld,

Nubië en Seba ruil ik in tegen jou.

4 Jij bent zo kostbaar in mijn ogen,

zo waardevol, en ik houd zo veel van je

dat ik de mensheid geef in ruil voor jou,

ja alle volken om jou te behouden.

5 Wees niet bang, want ik ben bij je.

De week begint. Nieuwe afspraken. Een week die misschien zwaar op je drukt om wat moet. Om de angsten die met je meegaan. Omdat je zeker weet dat je deze week niet aankunt… Jesaja heeft een bemoedigende tekst voor je. Hij zegt niet: God lost het allemaal wel op. Nee, het kan zijn dat golven over je heen slaan, dat je dreigt te worden meegesleurd door een rivier, dat je kopje onder lijkt te gaan, of dat het vuur je na aan de schenen wordt gelegd. Wat Jesaja aan je meegeeft, is dat God jou trouw is in die moeilijkheden. Dat God bij je is in de diepte. Waarom? Omdat je kostbaar bent. Omdat God om jou geeft. ‘Geef mij je angst maar’. Het evangelie in één klein zinnetje: ‘Je hoeft niet bang te zijn’.

Dinsdag: 1 Samuel 25,29 geborgenheid

Mocht iemand het wagen om u te achtervolgen en u naar het leven te staan, dan zal het steentje van uw leven veilig geborgen zijn in de buidel waarin de HEER, uw God, de mensenlevens bewaart, maar het leven van uw vijanden zal worden weggeslingerd.

Gisteren ging het erover dat je niet bang hoeft te zijn. Maar ja, soms kun je het gevoel hebben dat mensen tegen je zijn. Hoe moet je je daar tegen verweren? Hoe blijf je overeind? De tekst van vandaag is van Abigaïl die in gesprek is met David. Het is een zegenwens. Een zegen brengt ons in het licht van Gods aangezicht. Abigaïl zegt: je bent veilig geborgen in de buidel van de HEER. Geborgenheid is een kwetsbaar en helend antwoord op onzekerheid, dreiging en angst. Je bent geborgen. Weet je dat ten diepste veilig bent.

Woensdag: Psalm 4 vrede

2 Antwoord mij als ik roep,

God die mij recht doet.

Geef mij ruimte als ik belaagd word,

wees genadig, hoor mijn gebed.

9 In vrede leg ik mij neer

en meteen slaap ik in,

want u, HEER, laat mij wonen

in een vertrouwd en veilig huis.

Vandaag klinkt een gedeelte uit een psalm. De dichter voelt zich onveilig; hij wordt immers belaagd, lastig gevallen. Maar hij vestigt zijn hoop op God. Want hij weet dat God een God van recht doen is. God laat onrecht niet over zijn kant gaan, geeft ruimte als je in het nauw raakt. Daar mag je op vertrouwen: God hoort naar je gebed. Dat je gehoord bent, dat God zo op je betrokken is, maakt dat je echt tot rust kunt komen. Leven in verbondenheid met God, die van jou houdt, is als een vertrouwd en veilig huis. Bij God mag je thuiskomen.

Donderdag: Rom 5, 5 – 11 verrast door hoop

5 Deze hoop zal niet worden beschaamd, omdat Gods liefde in ons hart is uitgegoten door de heilige Geest, die ons gegeven is. 6 Toen wij nog hulpeloos waren is Christus immers voor ons, die op dat moment nog schuldig waren, gestorven. 7 Er is bijna niemand die voor een rechtvaardig mens wil sterven; slechts een enkeling durft voor een goed mens zijn leven te geven. 8 Maar God bewees ons zijn liefde doordat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren. 9 Des te zekerder is het dus dat wij, nu we door zijn dood zijn vrijgesproken, dankzij hem zullen worden gered en niet veroordeeld. 10 Werden we in de tijd dat we nog Gods vijanden waren al met hem verzoend door de dood van zijn Zoon, des te zekerder is het dat wij, nu we met hem zijn verzoend, worden gered door diens leven. 11 En meer nog, dat wij God prijzen danken we aan onze Heer Jezus Christus, door wie we nu al met God zijn verzoend.

Over Gods liefde blijf je je verbazen. God liefde is in ons hart uitgegoten – het kan niet dichterbij komen dan in ons hart. Het is een zekerheid die we ons steeds meer en meer mogen toe-eigenen. Liefde die naar iedereen uitgaat, waar je ook bent, wat je ook gedaan hebt. Je bent met God verzoend. Dat je ook de ruimte mag vinden om jezelf te vergeven en je met jezelf te verzoenen.

Vrijdag: Matt. 11, 28 – 30

28 Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal ik jullie rust geven. 29 Neem mijn juk op je en leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Dan zullen jullie werkelijk rust vinden, 30 want mijn juk is zacht en mijn last is licht.’

Het is alweer vrijdag. Het einde van de werkweek. Er is veel gebeurd in de achterliggende dagen – of juist niet. Want soms blijft er zoveel liggen. Soms is er zoveel dat met je meegaat, onuitgesproken. In de stilte. Een zware last. ‘Kom maar’, nodigt Jezus uit. ‘Kom maar bij mij, juist als je vermoeid en belast bent’. Dit zijn de woorden van de Goede Herder: Hij ziet naar je om. Bij Hem mag je echt tot rust komen.

Zaterdag: Rom 8, 15 – 17

15 U hebt de Geest niet ontvangen om opnieuw als slaven in angst te leven, u hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn, en om hem te kunnen aanroepen met ‘Abba, Vader’. 16 De Geest zelf verzekert onze geest dat wij Gods kinderen zijn. 17 En nu we zijn kinderen zijn, zijn we ook zijn erfgenamen, erfgenamen van God. Samen met Christus zijn wij erfgenamen: wij moeten delen in zijn lijden om met hem te kunnen delen in Gods luister.

We sluiten de week af met een geweldig bemoedigende tekst. God nodigt ons uit om met vreugde, bevrijd van angst te leven als zijn kinderen. Ruimte en vrijheid – aan je bestemming komen. Het is iets om steeds weer toe te eigenen: we hoeven niet te leven in angst, maar we mogen in vrijheid leven. Leven vanuit verlossing uit beklemming. Iets om steeds weer aan herinnerd te worden, om je in te prenten. Ik bén kind van God.

Een heilzame gedachte op weg naar zondag.