Tag Archives: samenleving

Nederland is ziek. Het grote zwijgen over misbruik

27 mei

Een groepje jongeren op de fiets haalt me in, terwijl ik met de hond een ommetje maak. Het zijn twee jongens en een meisje; ze zijn een jaar of 13, 14. Een van de jongens heeft het hoogste woord. In het voorbijgaan hoor ik hem roepen ‘Nou, en als zij niet wil zoenen, dan zoen ik toch gewoon een ander meisje. Altijd prijs, haha’. Het antwoord van het meisje gaat verloren in de lach van de andere jongen.

Ik moest aan dit voorval denken, toen ik  het bericht op RTL Nieuws las over het rapport van Corinne Dettmeijer, de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen dat morgen (28 mei 2014) gepubliceerd zal worden. De schokkende cijfers die in het rapport genoemd worden, bevestigen de cijfers van eerdere onderzoeken. Nog steeds loopt één op de drie kinderen het risico slachtoffer te worden van een vorm van seksueel geweld. Ruim 20% van de jongens en meer dan 40% van de meisjes krijgen in de loop van hun jeugd te maken met ongewenste aanrakingen of seksuele handelingen.

Afbeeldingsresultaat voor free pic horen zien en zwijgen

Al vanaf de jaren ’80 wordt keer op keer door onderzoeken bevestigd dat seksueel geweld een zeer omvangrijk probleem is. Toch lijkt het maar niet tot ons bewustzijn door te dringen. Ja, we schrikken als er een groot verhaal naar buiten komt. Ja, we reageren massaal woedend als we weten dat ergens een pedoseksueel is komen te wonen. Deze verontwaardiging is echter selectief en contraproductief. Het overgrote deel van onze kinderen wordt geen slachtoffer van een pedoseksueel, maar van een bekende in het gezin of van mensen die vertrouwd worden. De verontwaardiging lijkt op het zondebokmechanisme. We lynchen de zondebok en doen alsof we daarmee de veiligheid weer hebben hersteld.

Het probleem is echter vele malen ernstiger en komt ons vele malen dichter op de huid. Het hoge percentage kinderen dat slachtoffer wordt van seksueel geweld geeft aan dat het een geaccepteerd verschijnsel is. Zolang als het niet bekend wordt, natuurlijk. Deze cijfers betekenen niet alleen dat er erg veel kinderen groot worden in onveiligheid, maar dat er dus ook talloze mensen zijn die zich schuldig maken aan seksueel geweld. Wie zijn deze mensen? Misschien is dat wel het schokkendste: het zijn de mensen om ons heen, en misschien zijn wij het zelf wel. Deze werkelijkheid is zo scherp, dat het beter lijkt om hierover te zwijgen.

Zwijgen houdt echter in dat we accepteren dat ook de volgende generatie opgroeit in onveiligheid en met de gedachte dat seksueel geweld een normaal gegeven is. Daarom kunnen we niet langer zwijgen en moeten we ongemakkelijke vragen stellen. Waarom zijn er zoveel mannen (het zijn voor het overgrote deel mannen die misbruiken) die geweld plegen? Het percentage is zo hoog, dat het niet meer gaat om individuele daders, nee het gaat om een maatschappelijk probleem. Hoe komt het dat onze samenleving zoveel daders voortbrengt? Wat is de rol van onze instituten, onze scholing, onze religieuze cultuur, onze sportcultuur, van de pornografie?

Martin Luther King zei: “In the end what hurts the most is not the words of our enemies, but the silence of our friends. Het is tijd om het zwijgen te doorbreken, en als omstanders onze verantwoordelijkheid te nemen.  Het verschil wordt gemaakt op de voetbalvereniging, aan de borreltafel. Het verschil wordt gemaakt in preken en gebeden. Het verschil wordt gemaakt in onze opvoeding, in onze beelden van mannelijkheid en vrouwelijkheid die we aan onze kinderen overbrengen.  Het is tijd dat mannen en vrouwen in invloedrijke posities zich uitspreken tegen seksueel geweld en zich sterk maken voor de strijd tegen misbruik. Het is tijd om op te staan. Luister deze TedTalk

Kerken in Elburg: last of verrijking?

28 nov

De relatie tussen de kerken en de samenleving in Elburg is op z’n minst als ambivalent te omschrijven. Als ik tijdens een toevallige ontmoeting of in een gezelschap vertel dat ik predikant ben, merk ik geregeld bij andersgelovige of niet-gelovige gesprekspartner weerstand of boosheid. Die weerstand heeft vaak te maken met het gevoel dat kerken de ruimte in de samenleving beperken. Zeker in ethische kwesties heeft de opstelling van de kerken en de christelijke politiek kwaad bloed gezet. Dit is spijtig en zou in mijn beleving niet nodig zijn, maar is tegelijkertijd goed te begrijpen. Wanneer de kerken hun rol in het publieke domein beperken tot scherpe (ethische) stellingnames, alleen gebaseerd op Bijbelse argumenten, moet dit wel tot een groeiende kloof met de samenleving leiden. In de discussies over de urnenmuur en over de koopzondag kwamen de kerken aan het woord, maar werd veel goodwill verspild. De roep om het christelijke geluid uit het publieke domein te verbannen, wordt dan ook geregeld gehoord. ‘Geloven doe je maar achter de voordeur’. Dat zou echter buitengewoon jammer zijn voor de samenleving.

donderderpreek

De kracht van geloofsgemeenschappen

Geloofsgemeenschappen kunnen immers op een positieve wijze verschil maken. En met een hoog percentage gelovigen en een keur aan verschillende geloofsgemeenschappen belooft dit wel wat. De invloed van de christelijke bevolkingsgroep op de politieke en maatschappelijke ontwikkelingen in de burgerlijke gemeente is groot. Christenen in Elburg kunnen dus echt iets betekenen!

Verschillende onderzoeken laten zien dat een burgerlijke gemeente veel baat kan hebben bij kerken binnen de gemeentegrenzen. Kerk in Actie, een dienstverlenende organisatie van de Protestantse Kerk in Nederland die opkomt voor de minder bedeelden in Nederland en in de wereld, heeft onlangs uitgerekend dat in het afgelopen jaren op grote schaal aangeklopt wordt bij de kerken om (financiële) hulp. Het gaat niet alleen om hulpbehoevenden uit de eigen geloofsgemeenschap. Ook andersgelovigen of niet-gelovigen weten die weg te vinden en ontvangen ondersteuning. De kerken in Nederland hebben samen 30 miljoen euro aan financiële hulp verleend, en omgerekend voor 53 miljoen euro aan vrijwilligerswerk geleverd om armoede te bestrijden. Een voorbeeld van dat vrijwilligerswerk is het ‘schuldhulpmaatje’. Een getrainde vrijwilliger loopt voor een bepaalde periode mee met iemand die in financiële problemen is gekomen. Deze vrijwilliger heeft niet alleen verstand van de wettelijke regels en van financiën, maar heeft ook veel meer tijd dan professionals om zorgen en angsten weg te kunnen nemen.

Geloofsgemeenschappen staan over het algemeen open voor zorg om kwetsbare en hulpbehoevende medemensen. Barmhartigheid en het strijden tegen onrecht zouden toch ook bepalend moeten zijn voor de christelijke identiteit. Dit komt bijvoorbeeld tot uiting in de betrokkenheid op de Voedselbank en in de activiteiten van Stichting Present.

Waar gaat het mis?

Als dit zo is, waarom is er dan die ambivalentie? De weerstand tegen geloofsgemeenschappen hangt voor het overgrote deel samen met onze eigen houding. Allereerst zijn we als kerken in de achterliggende decennia behoorlijk naar binnen gericht. Veel activiteiten zijn vooral gericht op eigen leden, en er is te weinig aandacht en animo voor bewegingen, thema’s en problemen die in de samenleving aan de orde zijn.

In de tweede plaats hangt de weerstand samen met de neiging van christenen om anderen te bekeren, om vooral de eigen boodschap te willen verkondigen en leden te werven. Een deel van de niet-gelovige burgers maken bezwaar tegen de soms opdringerige manier waarop kerken hun mening naar voren kunnen brengen en soms ook trachten op te leggen aan anderen. Dat kan een spanning oproepen wanneer de kerk zich in het publieke debat mengt of in de buurt een actie op touw zet. Wat willen ze eigenlijk van mij?

Dat raakt aan een derde punt, dat het duidelijkst zichtbaar is geworden in de discussie over de koopzondag. Door de opstelling van de kerken en de christelijke politiek ziet een deel van de Elburgse bevolking de kerken als bemoeizuchtig, beperkend en beknellend. De kerken leggen hun wil op aan niet-gelovige medemensen. Hier wordt de kerk dus beslist niet als een verrijking ervaren, maar veelmeer als een pittige last. Het is wachten op het moment dat de christenen niet meer een meerderheid vormen in de gemeente, en dan is het pay back time…

Framing

In die discussie over de koopzondag gebeurde er trouwens iets wonderlijks. De voorstanders van de koopzondag deden een klemmend beroep op het oer-christelijke begrip ‘naastenliefde’. De winkeliers in de binnenstad van Elburg zagen de koopzondag als een van de laatste mogelijkheden om hun winkels van de ondergang te redden. In het plan dat zij voorlegden aan de politiek wilden ze rekening houden met de tegenstanders van de koopzondag door de openingstijden af te stemmen op kerktijden.  De nood en de handreiking leken niet gezien te worden door de tegenstanders van de koopzondag.

Door de manier waarop het verzoek van de winkeliers terzijde is geschoven door de christelijke politiek, is de gedachte versterkt dat de christenen in Elburg onbarmhartig zijn en niet doen aan naastenliefde. Het is jammer dat de kerken en de christelijke politiek niet op deze ernstige aantijging hebben gereageerd, want naastenliefde is toch het hart van ons geloof?

In mijn beleving begint naastenliefde met luisteren en proberen te begrijpen. Naast de ander gaan staan en proberen om tot een dialoog te komen. Juist als de meningen tegenovergesteld zijn, is het goed om te streven naar die dialoog. Kun je je verplaatsen in het standpunt van de ander? Het betekent ook dat in het gesprek gezocht moet worden naar argumenten die voor beide partijen zeggingskracht hebben.

Persoonlijk betreur ik het dat de uitkomst van deze discussie tot een scherpere kloof heeft geleid tussen bevolkingsgroepen in Elburg. Ook wil ik me niet neerleggen bij de stelling dat de kerken in Elburg hun naasten niet lief hebben.

Kerken in de samenleving

Mogen kerken dan helemaal geen mening meer hebben? Moeten ze dan toegeven aan alle ontwikkelingen in de cultuur? Natuurlijk niet. De kerken kunnen ook in het publieke debat van betekenis zijn in het vormen van een mening over heikele kwesties. Hoe gaan we om met onze kwetsbare ouderen? Wat betekent arbeid? Is het terecht dat in de samenleving een steeds grotere nadruk wordt gelegd op succes, op groei en op economie? Mogen we vragen stellen bij de 24/7 economie en aandacht vragen voor de waarde van rust en stilte? Op deze wijze kan de stem van de kerken een belangrijke bijdrage leveren aan de veelkleurige samenleving die de burgerlijke gemeente Elburg is. Kerken hebben de ruimte om ontwikkelingen in de samenleving met een kritische en opbouwende betrokkenheid te volgen.

dialoog

Nu er zoveel veranderingen plaatsvinden in de samenleving (van verzorgingsstaat naar participatiesamenleving) zal de burgerlijke gemeente steeds vaker samenwerking zoeken met de kerken of een beroep op hen doen. Wij zullen als voorgangers er voor dienen te zorgen dat we in het publieke debat en in de publieke ruimte gesprekspartner blijven. Heldere meningsvorming mag en moet, maar binnen de dialoog.

Ondanks onze fouten en onze soms eenzijdige aandacht voor ethische kwesties, geloof ik van harte dat de kerken een verrijking zijn van en voor de Elburgse samenleving. Weet u, dat de predikanten niet gesubsidieerd worden, maar helemaal van eigen giften betaald worden? Predikanten en vrijwilligers die klaar staan voor mensen die om hulp vragen – zowel voor mensen uit de eigen gemeente, als voor mensen die niet of niet meer geloven.

Misschien zouden de kerken meer aandacht mogen vragen voor hun corebusiness: zorg voor de armen, oog voor de zwakken en in het nabij zijn, het trouw zijn en het hooghouden van de hoop iets van Gods liefde voor deze wereld laten zien.

Tja, als het kind geen nee zegt – …

27 nov

De afgelopen dagen werd het gebracht als groot nieuws: ‘huilen en ‘nee’ zeggen verkleint de kans op ongewenst intiem contact.’  Het is een van de conclusies uit het onderzoek van Inge Hempel, waarop ze vandaag (27/11/2013) hoopt te promoveren. Zowel het journaal als landelijke dagbladen besteedden ruime aandacht aan deze bevinding. In gesprekken in mijn pastorale praktijk merk ik dat deze berichtgeving verwarring, boosheid en hernieuwde schuldgevoelens oproept bij (familie van) slachtoffers van seksueel misbruik. De onderzoeker zelf is overigens genuanceerder dan de krantenkoppen. Inge Hempel meldt in de krant dat kinderen nooit verantwoordelijk zijn voor het misbruik, en dat daders excuses zoeken om hun gedrag te vergoelijken. Toch zaait dit nieuws-item verwarring en onrust. Waar raakt dit onderzoek eigenlijk aan? (Het artikel in de Volkskrant lees je hier.)

Klein meisje, door Esther Veerman. www.kunstuitgeweld.nl

Klein meisje, door Esther Veerman. http://www.kunstuitgeweld.nl

Dadermechanismen

Voor haar onderzoek heeft Hempel daders van seksuele misbruik geïnterviewd. Een van de conclusies die zij trekt is dat daders minder snel geneigd zijn om over te gaan tot seksueel misbruik, wanneer een kind duidelijk aangeeft intiem contact niet op prijs te stellen. Onschuldige reacties zien daders als een uitnodiging om over te gaan tot ongewenste grensoverschrijdingen. Onschuldig gedrag is bijvoorbeeld giechelen, op schoot kruipen of je kamer laten zien. Wat de daders dus eigenlijk zeggen is: “het kind gaf de verkeerde signalen af. Ik dacht dat zij.hij het fijn vond en zelf ook wilde. Want als het kind ‘nee’ had gezegd, had ik geweten dat het niet goed was.” De dader legt dus niet de schuld bij zichzelf, maar buiten zichzelf bij het kind.

Zedendelinquenten hebben over het algemeen grote moeite om  toe te geven wat zij hebben misdaan en daar ook de verantwoordelijkheid voor te nemen. In mijn onderzoek naar het proces in de kerkenraad wanneer een predikant seksueel misbruik heeft gepleegd, bleken daders hardnekkige ontkenners. Op het moment dat het misbruik aan het licht kwam, volgde er vaak een oppervlakkige en snelle schulderkenning. Niet uit berouw, maar als instrument om de schade zo beperkt mogelijk te houden. Een eerste mechanisme, wanneer ontkennen niet meer haalbaar is, is gedeeltelijke schulderkenning. Er is wel spijt, maar meer over het betrapt worden dan over de daden. Een (klein) deel van de daden wordt opgebiecht. Een tweede mechanisme is bagatelliseren: ik heb het wel gedaan, maar het was niet zo erg. Of: ik heb het wel gedaan, maar ik bedoelde het niet zo. De feiten worden wel erkend, maar de betekenis wordt geminimaliseerd. Een derde mechanisme is generaliseren De betekenis wordt wel onderkend, maar de feiten geminimaliseerd. ‘Het kan iedereen overkomen, ik kon het niet echt helpen’. Deze mechanismen hebben tot doel het gedrag te rechtvaardigen.

In de opmerkingen in het krantenartikel zijn die dadermechanismen ook te herkennen. De hoogleraar forensische psychiatrie Hjalmar van Marle merkt dit ook op in het artikel: ‘het onderzoek bevestigt het  hardnekkig karakter van gedachten die kindermisbruikers hanteren om seks met kinderen te rechtvaardigen en de noodzaak van een intensieve behandeling om herhaling te voorkomen’. In dat licht zou een kop als ‘zedendelinquenten hebben intensieve therapie nodig’ de lading die meekomt in de uitspraken van de daders beter dekken.

Misbruikmechanismen

Het onderzoek verlegt echter de focus naar de kinderen. Nu is het beslist waar dat het heilzaam is wanneer kinderen leren om grenzen aan te geven. Het is noodzakelijk dat kinderen in een veilige omgeving leren om te voelen wat goed is wat niet. Een goede seksuele opvoeding zal kinderen helpen om bepaalde situaties sneller te doorzien en te bevatten.

Tegelijkertijd gaat misbruik in eerste instantie niet over intimiteit en seks, maar over machtsmisbruik. In het overgrote deel van de gevallen is de dader een bekende van het slachtoffer. Een familielid, een huisvriend, iemand die door de ouders vertrouwd wordt. Dat geeft de dader de mogelijkheid om dichtbij het slachtoffer te komen en het kind te manipuleren. Is het raar wanneer een oom vraagt om de slaapkamer te mogen zien? Is het vreemd wanneer een kind bij een huisvriend op schoot zit? Of bij opa? Kinderen zijn ongelofelijk loyaal. Als het web gesponnen is, en het misbruik begint, zal een kind misschien de handelingen als naar ervaren. Maar uit loyaliteit en angst om de aandacht en liefde te verliezen, zal het kind zwijgen.

Daarnaast kan het ook zijn dat een kind helemaal geen taal heeft om de ervaringen te verwoorden. De seksuele handelingen passen op geen enkele manier bij de belevingswereld van het kind. Hoe zou een kind dan een grens aan kunnen geven?

Tot slot: het gaat om macht met seksualiteit als middel. De dader zal zoals gezegd proberen te manipuleren. Het bezitten van het kind, het laten geloven dat zij/hij het zelf wil, is de ultieme vorm van misbruik. Een dader heeft daarnaast óók de mogelijkheid om geweld toe te passen. De dader is sterker en groter dan het kind. Er zijn veel verhalen bekend van slachtoffers die na fysieke mishandelingen en bedreigingen nooit meer een traan hebben gelaten – uit angst voor represailles.

Schuld en schaamte bij het slachtoffer  

Kinderen die te maken hebben (gehad) met seksueel misbruik worstelen over het algemeen met schuldgevoelens en met schaamte. Het seksueel misbruik raakt aan de identiteit van het slachtoffer, waardoor zij/hij zich schaamt. Een veel voorkomend gevolg van misbruik is een laag zelfbeeld. Omdat de seksuele handelingen de lichamelijke integriteit van het slachtoffer hebben geschonden, voelt zij/hij zich vaak slecht en vies. Dit schaamtegevoel wordt versterkt door schuldgevoelens. Opvallend is dat bijna alle slachtoffers van seksueel misbruik in meer of mindere mate denken dat zij zelf schuld hebben aan het misbruik (dit is een van de redenen waarom het voortijdig spreken over vergeving zo verwarrend en schadelijk kan zijn)

Het moeten ondergaan van seksueel misbruik betekent dat het slachtoffer volledig machteloos is. Deze onmacht is zo moeilijk te hanteren, dat het dragelijker is om schuldig te zijn. Wanneer je immers schuldig bent, betekent het dat je op de een of andere manier controle had kunnen uitoefenen en in de toekomst misbruik zou kunnen voorkomen. Het schuldgevoel wordt versterkt door boodschappen van de daders (jij bent schuldig, jij verleidt mij, God ziet jou), en door de loyaliteit van de slachtoffers. Die volwassene die je zou moeten kunnen vertrouwen, die kan toch niet slecht zijn?

Deze schuld- en schaamtegevoelens bepalen het leven van het slachtoffer. Soms zijn/haar hele verdere leven. In therapie is een van de draden die moet worden afgewikkeld: wat is er precies gebeurd? Wie is echt schuldig? Het gaat om het ontdekken dat het slachtoffer machteloos was en dat de schaamte en de schuld niet bij het slachtoffer, maar bij de dader horen. Het ongenuanceerd bericht over het onderzoek raakt aan die schuldgevoelens en zal voor veel slachtoffers en hun ouders negatief kunnen doorwerken.

De samenleving

Mij puzzelt nog één ding. Waarom hebben de kranten dit zo enthousiast opgepakt? Waarom meldde het journaal op radio en tv dat kinderen moeten leren ‘nee’ zeggen? Het is geen nieuws. Er zijn al decennialang preventietrainingen. Wat is de echte nieuwswaarde? Ik heb het vermoeden dat de samenleving moeite heeft om zich te realiseren hoe onveilig de omgeving kan zijn. Er zijn bijzonder veel kinderen die slachtoffer worden van huiselijk en seksueel geweld (zie bijvoorbeeld het tweede item van Een Vandaag hier) Zwemleraren, medewerkers van kinderdagverblijven, leerkrachten, enzovoort blijken daders te kunnen zijn. Zijn onze kinderen eigenlijk nog wel veilig? En: hoe moeten we als ouders leven met de angstige gedachte dat wij uiteindelijk onze kinderen nauwelijks kunnen beschermen wanneer ze worden geconfronteerd met potentieel seksueel misbruik.

Tegen die achtergrond is de boodschap van het onderzoek inderdaad groot nieuws. We kunnen onze kinderen trainen. We kunnen ze weerbaar maken. Het is weliswaar geen garantie, zegt Hempel erbij, maar het verkleint de kans op misbruik. En daar heeft ze natuurlijk ook gelijk in – alleen moet er wel iets meer worden uitgelegd.  Die kanttekeningen heb ik hierboven gemaakt.

De samenleving is gebaat bij bewustwording. Verhalen moeten worden verteld. Het geeft slachtoffers de ruimte om hun verhaal te vertellen en op adem te komen. Het maakt duidelijk wie schuldig is en wie niet. Bewustwording zal ook potentiële daders opjagen. We tolereren onrecht niet langer. We kijken niet weg. Laten we opstaan tegen geweld, als bondgenoten van slachtoffers.

Sarren en pesten is heerlijk en lucht zo lekker op

27 sep

Een dertiger zit tegenover mij. Hij leek zijn leven redelijk op orde te hebben. Hij heeft een gezin, een goede baan – een leidinggevende functie. We zijn in gesprek en als ik in zijn ogen kijk, dan zie ik onrust en angst. Hij is niet gelukkig, voelt zich opgejaagd en wordt geplaagd door nachtmerries. Hij voelt zich opgebrand, de fut is er helemaal uit. Toen hij op de middelbare school kwam, bleek hij het pispaaltje van de klas te zijn. Het verstoppen van kleding bij het sporten, het omgooien van eten in de pauze, steeds weer flauwe geintjes maken, uitlachen – de gang naar school werd een martelgang. Thuis durfde hij er niet over te praten, op school was er geen aandacht voor, werd het gebagatelliseerd of vergoelijkt. En ondertussen deed het sarren en pesten zijn vernietigende werk aan de binnenkant van deze tiener. Meer en meer sloot hij zich af en trok zich terug. Hij twijfelde aan zichzelf, en voelde zich schuldig over het pesten. Zijn eigenwaarde brokkelde af en geregeld dacht hij aan hoe fijn het zou zijn om er niet meer te zijn. Hij hield vol. Maakte de school af, kreeg een vriendin, trouwde, vond een baan, werd vader. Maar nu, 15 jaar later stortte hij alsnog in.

Een moeder schiet mij aan. Ze heeft grote zorgen om haar dochter van 8. Het schooljaar is nog maar net begonnen of de hele geschiedenis van vorig jaar lijkt zich te gaan herhalen. Vorig jaar werd haar dochter het hele schooljaar gepest. Niet alleen in de klas, maar ook op het schoolplein door de oudere kinderen. Vorig jaar had de directeur met name ingezet op het versterken van de weerbaarheid van haar dochter. Het had niet geholpen om het pesten te stoppen. Iedereen hoopte dat het na de zomervakantie anders zou gaan. Maar helaas.

Pesten is niet een geïsoleerd probleem

Wat mij raakt in de verhalen over pesten is de enorme impact die het kan hebben op een mensenleven. Niet alleen gedurende de tijd van pesten, maar het werkt soms ook een leven lang door, omdat eigenwaarde en zelfvertrouwen beschadigd zijn geraakt. We kennen de verhalen van mensen die rondlopen met gedachten aan zelfdoding, we kennen de verhalen van jongeren die uiteindelijk zichzelf van het leven beroofd hebben. We kennen ook de verhalen van pesten op het werk, en van pesten in verzorgingstehuizen. Nieuwe verhalen blijven zich echter aandienen. Het lukt ons maar niet om pestgedrag te stoppen.

Wat opvalt in het reageren op pesten, is dat de eerste aandacht zo snel uitgaat naar de gepeste. Zij of hij moet een sociaal-emotionele training doen om grenzen te leren aangeven en sterker te worden. De impliciete boodschap is: als jij niet zo over je grenzen zou laten lopen, zou je ook niet worden gepest. Een andere veel gehoorde reactie is dat het pesten wordt gebagatelliseerd (iedereen wordt wel eens geplaagd; zo erg is het niet) of vergoelijkt (ze bedoelen het niet zo).

Getuige van karaktermoord

vermeer

Misschien is de belangrijkste oorzaak van het pesten en de terughoudende reacties hierop wel het grote zwijgen van de omstander. Getuige zijn van pestgedrag en het laten gebeuren. ‘Hij liever dan ik’.  Daarnaast is er een klimaat ontstaan waarin pesten getolereerd en soms zelfs gestimuleerd wordt. Neem Kenneth Vermeer. Keeper van Ajax, die met enthousiasme en plezier het doel verdedigde. Op enig moment raakte hij uit vorm. Vermeer heeft een aantal sterke punten, maar het klemvast hebben van voorzetten en afstandsschoten was altijd al zijn mindere kant. Nu hij in opeenvolgende wedstrijden cruciale fouten heeft gemaakt (en cruciale reddingen) meent vrijwel heel Nederland deze doelman te mogen uitlachen, bespuwen en hem het leven zuur te maken. Het heeft niets meer te maken met een gezond kritisch bevragen van de feiten (waarbij ook met name aan de trainer vragen kunnen worden gesteld: hij stelde Vermeer immers steeds op), maar het is het ongegeneerd plegen van een karaktermoord: Vermeer persoonlijk willen beschadigen. Lachen, toch? Kan Vermeer zich nog ergens vertonen? Hoe sterk moet hij wel niet zijn om al die kritiek en al die verwijten naast zich neer te leggen?

Dit is onze samenleving, waarin kinderen groot worden. Dit zijn de lessen die wij aan onze kinderen meegeven. Als wij vinden dat jij faalt, ben jij een sukkel en mogen wij jou uitschelden en uitlachen. O ja – een deel van onze politici doen hier trouwens gewoon aan mee. Laten we beginnen om een ander in haar of zijn waarde te laten en vanuit respect met elkaar in gesprek gaan. Ergens moet het gesloten systeem van pesten doorbroken worden. Laten we ons uitspreken – zwijgen is onvoldoende.

‘Gelukszoekers’ – we hebben ze ontmenselijkt

19 jun

De laatste tijd komen er onthutsende verhalen in het nieuws over de werkwijze van IND, Dienst Terugkeer en Vertrek, Detentie- en Uitzetcentra. Afgelopen dagen zijn er meerdere schokkende verhalen in het nieuws. Twee verhalen zou ik naar voren willen halen – maar deze verhalen zijn met talrijke andere verhalen aan te vullen.

asielzoekers2

Moeder uitgezet zonder haar kinderen

Dinsdag 18 juni 2013 meldde AT5 dat een Marokkaanse vrouw, die illegaal in Nederland verblijft, per toeval is ontdekt, in hechtenis is genomen en gelijk zou worden uitgezet. Deze vrouw verblijft echter al sinds 2007 in Nederland en heeft een man en vier kinderen. Zij zou zonder haar kinderen terug moeten (http://www.at5.nl/artikelen/105404/moeder-moet-land-uit-kinderen-mogen-blijven) Deze handelswijze is in strijd met mensenrechten. Opvallend zijn de reacties reacties onder het item van AT5: ‘zij kiest er toch voor om hier illegaal te zijn?’ ‘Vijf jaar – op onze kosten? Gauw wegwezen!’ ‘Tja, zo zijn de regels. De kinderen blijven hier, en zij moet weg. Logisch, de kinderen zijn immers hier geboren’.  De reacties weerspiegelen de manier van denken en de werkwijze van de IND. Geen compassie. Geen ruimte voor de pijn van dit gezin. Inmiddels is de uitzetting van de baan, omdat er een nieuwe asielaanvraag is ingediend.

Getraumatiseerde vrouw ‘gevisiteerd’

Een ander voorbeeld: een getraumatiseerde vrouw wordt naar een centrum voor vreemdelingenbewaring gebracht. Op de weblog van Amnesty is haar verhaal te lezen: http://weblogs.amnesty.nl/mensenrechtenvandaag/2013/06/18/klaagster-weigerde-echter-mee-te-werken-aan-dit-lichaamsonderzoek/ De hier gevolgde procedure is al uitermate pijnlijk, maar de formele verantwoording toont de ontmenselijking van asielzoekers in alle kilheid. Formeel is er juist gehandeld en is de klaagster dus in het ongelijk gesteld. De handelingen van het personeel worden zelfs ‘gerechtvaardigd’ genoemd. Er is geen ruimte en aandacht voor het feit dat het om een getraumatiseerde vluchteling gaat, en niet om een bedreigende crimineel. Er is op geen enkele manier rekening gehouden met haar trauma’s, en na afloop is zij in shock aan haarzelf overgeleverd – in een isoleercel. De medische dienst was op de hoogte van haar getraumatiseerde verleden, maar de personeelsleden van het centrum kwamen niet op de gedachte de medische dienst te raadplegen.

Inhumaan

Deze voorbeelden laten zien dat in de omgang met vluchtelingen de menselijke maat volledig uit het oog is verloren. Protocollen en regels, aantallen en afspraken zijn sturend. Dat de EU, VN, Amnesty International en de ombudsman voortdurend aangeven dat de asielprocedure in Nederland op talrijke punten in strijd is met mensenrechten, noopt de regering niet tot verandering. Het is niet verwonderlijk dat zoveel opgesloten asielzoekers de laatste tijd in hongerstaking zijn gegaan.

Ontmenselijk de asielzoeker niet

Ons asielbeleid heeft geen behoefte aan verscherpte protocollen of schuiven met getallen. Zolang wij asielzoekers ‘gelukszoekers’ noemen, we mensen die niet terug kunnen naar hun land van herkomst criminaliseren, en weigeren om hun verhalen aan te horen en hen als medemensen te zien, zullen asielzoekers meer en meer ontmenselijkt worden. Tot de dood erop volgt.