Tag Archives: schaamte

Over een nieuw begin, vergeving en de stort van Dordt

16 mrt

We wonen in een van de mooiste straten van Sliedrecht. De Merwestraat komt uit bij de Merwede. Een prachtige rivier die door een schitterende omgeving kronkelt. Aan de overkant zie je de Biesbosch. De gele rietzomen. De knotwilgen. De lichten van Helsluis. Je ziet de aalscholvers vissen in de rivier. Groepen ganzen vliegen over. De ooievaars kwetteren in de hogere bomen.

Als je naar rechts kijkt, richting Dordrecht, zie je ineens een onnatuurlijke heuvel aan de oever aan de overkant.

“Wat is die heuvel”,  vroeg ik, toen we hier kwamen wonen. “O, dat is de stort van Dordt”, zie de een. “Daar ligt onze troep”, zei een ander. En weer een ander vertelde: “Ze maken er een natuurterrein. De stort wordt niet meer gebruikt. Soms zie je ’s avonds de reeën gewoon lopen”.

Iedere keer als ik de honden uitlaat langs de Singel, zie ik de heuvel. Je kunt het niet niet zien. De heuvel is er. Altijd.

De heuvel doet me denken aan hoe het leven kan zijn. We maken van alles mee. Mooie dingen die een plaats krijgen in onze geschiedenis. Die stallen we uit, durven we te laten zien en daar vertellen we graag over.

Maar we bezeren ons ook. We lopen pijn op. We leven met butsen en beurse plekken. Het zijn episoden uit ons levensverhaal die we minder makkelijk laten zien. Soms doen we verkeerde dingen. Expres of per ongeluk. Het brengt schuld mee. Hoe kun je daarmee omgaan?

Zo leven we met een buitenkant die er vaak toonbaar uitziet en met een binnenkant die chaotisch en besmeurd kan zijn. Schuld. Pijn. Schaamte. Wat kunnen we in stilte worstelen.

Zand erover?

Zo doen we het vaak. Hopelijk kijkt niemand meer en kun je het vergeten. Soms werkt het. Meestal niet.

Terug naar de Stort van Dordt. Tijden lang is er troep gestort. Nu de stort gesloten is, is de omgeving gesaneerd. Er wordt nieuw zand opgebracht en de stort verandert langzaam maar zeker in een natuurgebied waar je kunt wandelen. Een hoopvol beeld.  Maar het blijft zichtbaar – en dat is goed.

In de Bijbel lezen we over opnieuw beginnen door vergeving. Vergeving die je geschonken wordt en die je aanspoort anderen te leren vergeven en jezelf te vergeven. Vergeven is echter een proces. Er moet recht gedaan worden. Er moet ruimte komen voor de pijn en de schade. Vergeving vraagt om erkenning – dan komt de mogelijkheid om los te laten.

Zo is het met het leven. Als we die moeilijke episoden onder ogen durven zien, als we tot erkenning komen, raken we het venijn van die verhalen kwijt. Het blijft zichtbaar, maar niet langer als een vuilnishoop, maar als een nieuw begin.

Zand erover. Maar nooit zomaar. Eerst moet het gif eruit.

 

Had je maar geen vrouw moeten zijn

19 sep

Deze week kwam ik een opmerkelijk bericht tegen. De Thaise premier en bevelhebber van het leger, Prayut Chan-O-Cha, reageerde op de moord op twee Britse toeristen. In een interview stond hij stil bij het gegeven dat Thailand veel minder veilig is dan toeristen denken. In het interview zegt hij: “There are always problems with tourist safety. They think our country is beautiful and is safe so they can do whatever they want, they can wear bikinis and walk everywhere. But can they be safe in bikinis… unless they are not beautiful?”

In deze opmerking klinkt de opvatting door dat er een helder verband is tussen geweld en (vrouwelijke) schoonheid. Vrouwelijkheid in de openbare ruimte kan leiden tot geweld en misbruik. Het is een opvatting die breed gedragen wordt. In Thailand is het geweld tegen vrouwen een groot probleem. Na ophef in de media over recent geweld tegen vrouwen heeft de Thaise overheid enige tijd geleden besloten om aparte vrouwenwagons in te zetten. Deze oplossing ligt in het verlengde van de visie van de premier: schoonheid kan geweld uitlokken.

doodlopend spoor

De vrouwenwagons lijken een snelle manier om de veiligheid van vrouwen te herstellen, maar door de onderliggende vooronderstellingen is het op termijn schadelijker voor de veiligheid van vrouwen. Geweld wordt niet veroorzaakt door het uiterlijk of het voorkomen van slachtoffers, maar door het machtsdenken van daders. Geweld kan niet succesvol bestreden worden door vrouwen uit het publieke domein te verwijderen of door vrouwen zo te kleden dat elke verwijzing naar vrouwelijkheid aan het oog is onttrokken.

Geweld wordt niet veroorzaakt, omdat een vrouw in het openbaar lacht, maar omdat een dader zich niet wenst in te houden. Geweld wordt niet veroorzaakt, omdat een vrouw een rokje draagt, maar omdat de dader geen grenzen wenst te accepteren.

Wanneer we geweld willen beteugelen en seksueel misbruik willen bestrijden, zullen we de mechanismen en processen die rond misbruik spelen dienen te ontrafelen. Het is niet behulpzaam om slachtoffers verantwoordelijk te houden voor het misbruik. Het past precies bij de rationalisaties van de daders: slachtoffers lokken het zelf uit. Juist in landen waar de ‘zedelijkheid’ hoog in het vaandel staar en vrouwelijkheid uit de publieke ruimte is verbannen, zijn ongewenste grensoverschrijdingen aan de orde van de dag. Mannen menen zich het recht toe te kunnen eigenen om vrouwen uit te schelden voor hoer of om hen lastig te vallen, omdat vrouwen zich in hun ogen verleidelijk zouden gedragen.

Deze visie vergroot het verlammende schuldgevoel waar veel slachtoffers mee worstelen. Had ik het kunnen voorkomen? Had ik me anders moeten gedragen? Anders moeten kleden? Schaamte en schuldgevoelens zijn veel voorkomende gevolgen van seksueel misbruik. Het raakt het slachtoffer immers in de kern van haar of zijn bestaan. Het omgaan met het overweldigende gevoel van machteloosheid, kan de behoefte bij het slachtoffer versterken om de controle over zijn of har leven terug te nemen door zichzelf schuldig te houden. De (onjuiste maar verklaarbare) gedachte is dat als je schuld hebt, je op een ander moment de situatie zou kunnen veranderen. Je zou het misbruik kunnen voorkomen door je anders te kleden, anders te kijken, etc.

De echte oorzaak van seksueel geweld ligt echter niet bij de slachtoffers, maar bij de daders. Veiligheid kan alleen hervonden worden wanneer de attitude van (potentiële) daders verandert. Dit vraagt om een verandering van maatschappelijke en culturele opvattingen die het geweld faciliteren. Wanneer vrouwen en kinderen als minderwaardig worden gezien en wanneer seksisme kan floreren, zal de onveiligheid alleen maar toenemen.

De onveiligheid in een samenleving wordt vergroot door aparte treinwagons en door verhullende kleding voor vrouwen, omdat deze oplossingen de opvatting ondersteunen dat vrouwen ten diepste zelf het geweld uitlokken. Het vergroot de onveiligheid waar deze maatregelen niet mogelijk zijn of niet opgevolgd worden. De ruimte voor de rationalisatie van daders (kijk nou, ze vraagt er toch zelf om – waarom zit ze anders niet in een aparte vrouwenwagon?) wordt groter gemaakt. Ook houdt deze visie geen rekening met het gegeven dat ook mannen slachtoffer worden van seksueel misbruik. Er spelen dus andere mechanismen.

Het kwaad van misbruik zit diep in samenlevingen. Het is niet uit te drijven door vrouwen uit het straatbeeld te verwijderen of door daders die gepakt worden als monsters af te schilderen en te demoniseren. Het kwaad is veel banaler. Veiligheid herstellen we door de gelijkwaardigheid van alle mensen te benadrukken, alert te zijn op seksisme en seksuele intimidatie en de grenzen van elkaar te respecteren.

 

De kerk staat al snel aan de kant van de dader

20 jul

Een vrouw die in haar jeugd te maken heeft gehad met ernstig seksueel misbruik zoekt wanhopig naar houvast, naar mogelijkheden om haar hoofd boven water te houden. Een gelovige kennis ontfermt zich over haar. Deze kennis is niet in staat om naar het verhaal te luisteren, maar wil wel steeds voor de vrouw bidden en dringt er vervolgens op aan om de dader te vergeven.

Een ouder echtpaar zoekt met mij contact. Hij wordt door zijn zoon beschuldigd van het misbruiken van zijn kleinkind. De predikant van de zoon zit met de situatie in zijn maag, maar wil niet met de grootouders spreken, omdat dat alles alleen maar complexer maakt. 

Een vrouw die als tiener is misbruikt door een leider van een gebedsgroepje komt na jaren kennissen uit die periode tegen. Na een hartelijke begroeting volgt al snel de vraag waarom ze zich opeens had teruggetrokken en volkomen uit beeld is verdwenen. Voorzichtig probeert de vrouw woorden te zoeken om iets van het misbruik dat haar leven op zoveel manieren beïnvloed en beschadigd heeft te vertellen. De kennissen reageren met de vraag: ‘Heb je je zonden al wel beleden?’ 

Een gemeentelid vertelt aan zijn predikant dat hij als kind slachtoffer is geweest van incest. De predikant is hier zichtbaar verlegen mee en zegt dat hij hem hier niet om veroordeelt. De predikant komt er verder niet meer op terug.

 

 

misbruik in de kerk

Verlegenheid en gebrek aan kennis

Een greep uit de verhalen uit de afgelopen maanden van mensen die binnen een gelovige context te maken hebben gekregen met misbruik. Wat deze verhalen gemeenschappelijk hebben, zijn verlegenheid om verhalen van misbruik aan te horen en onbekendheid met de dynamiek en mechanismen van misbruik, zodat veel goedbedoelde adviezen het tegendeel uitwerken. Het lijkt erop dat voorgangers en gemeenteleden (waarschijnlijk met de beste bedoelingen) kiezen voor een strategie van vermijden. Zodra in de context van geloofsgemeenschappen seksueel misbruik ter sprake komt, lijkt het verhaal niet aan het licht te mogen komen. Het spreken over zonde, het wijzen op vergeving, het zonder verder uitleg vermijden en het benadrukken van het ‘eren van de ouders’ of het respecteren van de geloofsgemeenschap zijn ten diepste mechanismen om het slachtoffer te laten zwijgen. Terwijl slachtoffers juist zo een grote behoefte hebben om hun verhaal te mogen vertellen en erkenning krijgen voor hun levensverhaal.

Een dubbel trauma

Mensen die in een gelovige context te maken hebben gekregen met seksueel misbruik kunnen aan een dubbel trauma lijden. Wat we uit levensverhalen en uit de literatuur weten, is dat misbruik in meer of mindere mate gevolgen heeft voor (onder andere) het gevoel van eigenwaarde, het vermogen om anderen te vertrouwen en het vermogen om intimiteit toe te kunnen laten. De gelovige context kan deze gevolgen verdiepen. Als gevolg van het misbruik worstelen slachtoffers met schaamte en met schuldgevoelens. Vaak voelen ze zich zwart en slecht van binnen. In een kerkelijke context zal een slachtoffer deze gevoelens vertalen als dat zij/hij zondig is. In de kerk wordt aan zondige mensen vergeving verkondigd. Mensen die lijden onder echte schuld vanwege eigen handelingen kunnen door deze verkondigde vergeving opnieuw beginnen. Slachtoffers worstelen echter met een schuldgevoel. Zij voelen zich schuldig over het misbruik omdat ze loyaal zijn naar de daders en omdat het vele malen zwaarder is om de onmacht van misbruik onder ogen te zien. Wanneer het slachtoffer schuld zou hebben, dan zou er nog iets zijn wat zij/hij kan doen om het misbruik een volgende keer te voorkomen. Het schrijnende is dat het slachtoffer juist niet het misbruik kon stoppen en tijdens het misbruik juist machteloos was. In de kerkelijke context betekent het dat het slachtoffer zich zondig voelt, maar niet de ruimte van vergeving ervaart. Zij/hij ís immers niet echt schuldig…. Het slachtoffer zal nog eenzamer en zwarter de kerkdienst verlaten. Het kan niet anders – in het gevoel van het slachtoffer – dat God aan de kant van de dader staat. Ook in de dood is geen verlossing te vinden, want dan komt men immers God tegen. Het slachtoffer kan niet leven en kan niet sterven. Dat is het dubbele trauma waar het slachtoffer van seksueel misbruik in stilte aan kan lijden.

Vermijden

Verhalen van seksueel misbruik zijn bedreigend. Dat is ten diepste de reden waarom mensen over het algemeen geneigd zijn om deze verhalen te vermijden. Uit alle onderzoeken naar prevalentie van seksueel misbruik blijkt het nooit mee te vallen. Recent onderzoek spreekt van 1 op de 3 vrouwen en 1 op de 10 mannen die slachtoffer worden van een vorm van seksueel misbruik. Tegelijkertijd weten we ook dat de gevolgen van misbruik ernstig kunnen zijn. Waarom zwijgen we dan over misbruik? Waarom vermijden we deze thematiek? In het overgrote deel van de verhalen gaat het niet over de onbekende pedoseksueel, maar over familieleden, bekenden uit de geloofsgemeenschap, over mensen met aanzien. Slachtoffers zwijgen vaak uit schaamte en angst. Daders zwijgen omdat ze te veel te verliezen hebben. Omstanders zwijgen omdat het serieus nemen van de verhalen van slachtoffers de illusie van veiligheid en van de goede orde wordt doorbroken. Ook in de kerk is het voor slachtoffers buitengewoon moeilijk om hun verhaal te kunnen vertellen. Geloofsgemeenschappen vrezen imagoschade of proberen vóór alles om de idylle van veiligheid in stand te houden. Het pijnlijke is dat vermijden de daders in de kaart speelt. Het blijkt dat slachtoffers vrijwel altijd hun plaats in de geloofsgemeenschap verliezen.

Geloofstaal in kerken is meer gericht op daders

De meeste geloofsgemeenschappen leggen de meeste nadruk op de zondigheid van mensen, de verlossing door Christus en de vergeving van zonden door Gods genade. Hoewel dit stuk voor stuk belangrijke en waardevolle geloofsbegrippen zijn, is het goed om te beseffen dat deze taal vooral toegankelijk is voor mensen die worstelen met schuld. Vooral wanneer de vergeving van zonden zonder inkeer, erkenning van schuld naar de medemensen en verandering van gedrag wordt verkondigd, zullen daders van seksueel geweld zich hier thuis bij voelen. Mensen die slachtoffer zijn geworden van misbruik zoeken naar recht en gerechtigheid. Het is een Bijbelse lijn die in veel geloofsgemeenschappen in meer of mindere mate verwaarloosd lijkt te zijn.

Het lijkt dan ook niet vreemd dat gelovigen beginnen over vergeving – dat zijn immers de lessen die zij leren in hun geloofsgemeenschap. Toch is het wonderlijk. Wanneer mijn fiets wordt gestolen, zal geen gelovige beginnen over het vergeven van de dader – waarom dan wel wanneer het gaat over misbruik?

Geloofsgemeenschappen hebben behoefte aan kennis 

In veel geloofsgemeenschappen is er weinig kennis van de dynamiek en de mechanismen rond misbruik. Het is dan ook van groot belang dat kerken gaan investeren in de preventie van seksueel misbruik en in het adequaat kunnen reageren op situaties binnen geloofsgemeenschappen. Een belangrijk gegeven is, is dat seksueel misbruik vooral gaat over macht, en dat seksualiteit gebruikt wordt om die macht uit te oefenen.  In de Protestantse Kerk kende men tot voor enkele jaren geleden werkgroepen ‘Godsdienst en incest’ en ‘Seksueel geweld en geloof’. Door bezuinigingen zijn de meeste van deze kenniscentra verloren gegaan. Het is van groot belang dat de kerken opnieuw investeren in kennis rond misbruik zodat zij adequaat slachtoffers, daders en omstanders kunnen bijstaan.

Klem tussen schaamte en angst – geloof en psychiatrie

18 okt

Op 1 november 2013 is er in Zwolle een congres over ‘geloof en psychiatrie’. Het is een initiatief van de werkgroep ‘Ruimte voor anders zijn’. (Meer informatie: http://www.ggznederland.nl/activiteitenkalender/programmacongresgeloofpsychiatrie01nov2013.pdf)   Een belangwekkend en boeiend initiatief omdat het in de praktijk lastig blijkt voor mensen met een psychiatrische problematiek om in de samenleving te worden opgenomen.

Psychiatrische patiënten worstelen niet alleen met de dagelijkse gevolgen van hun ziekte, maar moeten ook omgaan met krachtige en pijnlijke vooroordelen. Vaak lijden zij in stilte. De psychiatrische problemen zijn over het algemeen niet aan de buitenkant zichtbaar. Daarnaast zijn psychiatrische patiënten chronisch ziek. Als er al een weg naar herstel mogelijk is, is dit een weg van de lange adem. Weinig mensen blijken in staat om in dit proces nabij te blijven. Wanhoop ligt dan ook snel op de loer.

 Dunne scheidslijn

Misschien is een van de belangrijkste redenen waarom de ‘gezonde’ samenleving zoveel moeite heeft om psychiatrische patiënten op te nemen, de dunne scheidslijn tussen gezond en psychisch ziek. Veel ‘gezonde’ mensen kampen met depressieve gevoelens, angsten, vormen van dwang, overspannenheid of de gevolgen van traumatische ervaringen in hun leven. Een mogelijke overlevingsstrategie is het dragen van maskers en het omhooghouden van muren. Voor de buitenwereld mooi weer spelen, terwijl van binnen de eenzaamheid en moedeloosheid levensgroot aanwezig zijn. Een onbedoeld gevolg kan zijn dat psychiatrische patiënten scherper worden gestigmatiseerd om de grens tussen ziek en gezond in stand te houden. ‘Zo ziek ben ik niet’.  ‘Ik ben toch niet gek?’

in de wereld

“In de wereld” Esther Veerman. Eigendom Stichting Kunst uit geweld

 Klem tussen schaamte en angst

Waarom is het zo belangrijk om niet als psychisch ziek te boek te staan? Wanneer we een longontsteking hebben, een gebroken been of een hartafwijking gaan we toch wel gewoon naar het ziekenhuis, laten we ons onderzoeken en volgen een behandeling? Mensen die psychisch ziek zijn, ervaren echter vaak schaamte. De psychische ziekte kleeft aan hun identiteit, aan wie ze zijn. Blijkbaar is psychisch ziek zijn een teken van zwakte, een falen in een maatschappij die drijft op verhalen van succes en zelfredzaamheid. In de ogen van de zieke zelf wordt de visie en het oordeel van de samenleving gereflecteerd. ‘Je moet gewoon een schop onder je kont hebben’. Zou er in de wijk begrip zijn dat doen van een boodschap alle energie kan kosten? Dat opstaan en de dag beginnen misschien wel de grootste overwinning van die dag is? Dat leven met paniek elke ontmoeting tot een bedreigende situatie maakt?

De psychisch zieke worstelt dus met schaamte. Wat daarbij komt, is de angst van de ander. De buren durven de psychisch zieke niet uit te nodigen op de koffie – kun je wel een normaal gesprek voeren? Is het wel veilig voor de kinderen? De broers en zussen houden liever een beetje afstand uit angst dat ze straks geclaimd worden. De therapeut wil niet ingaan op het levensverhaal en de traumatische gebeurtenissen uit angst dat de patiënt decompenseert. Eerst stabiliseren en het dagelijks leven aankunnen – wat niet lukt vanwege de psychische gevolgen… En de dominee? Zou z/hij überhaupt iets kunnen met een psychiatrische patiënt?

 Eenzaamheid

Zo kan het gebeuren dat iemand met een psychiatrische problematiek klem zit tussen de eigen schaamte en de angst van de samenleving. Deze dynamiek leidt tot eenzaamheid. Een eenzaamheid die versterkt kan worden door de manier waarop psychiatrische patiënten zich opstellen of hoe de ziekte zich uit. Soms vastzittend in een verwijtende slachtofferrol, soms door psychoses die door de buitenwereld als bedreigend worden ervaren. Teruggeworpen worden op jezelf, met een netwerk dat ieder jaar dat je ziek blijft kleiner zal worden. Het is niet vreemd dat relatief veel mensen die lijden aan psychiatrische aandoeningen wanhopig en suïcidaal zijn.

 Integratie een utopie?

Dat wil niet zeggen dat er in de samenleving geen plaats zou zijn voor mensen met psychiatrische problematieken. Maar die ruimte moet wel geboden worden. En dat vraagt om inzet van de gezonde samenleving. Het vraagt om oprechte interesse, om het uithouden in de eenzaamheid en pijn van de ander. Het gaat om het volhouden in het meelopen en bewogen zijn. Kleine attenties, zoals een kaartje of een bloemetje, kunnen een andere wereld openen. Binnen geloofsgemeenschappen is er van oudsher een grotere tolerantie voor mensen die afwijken en niet mee kunnen komen in de samenleving – hoewel de ervaringen heel verschillend zijn.

Geloof en psychiatrie: valkuilen

Die verschillende ervaringen hangen af van de ruimte die geboden wordt in de theologische taal en in de onderlinge betrokkenheid. De taal in een kerk kan iemand extra verwonden. In het spreken over vergeving, zonde en schuld is het goed om de context mee te wegen. Iemand die lijdt aan een gebrek aan eigenwaarde, zal zichzelf beleven als slecht en niet de moeite waard. Wanneer er in de kerk eenzijdig gesproken over zonde, roept dat herkenning op. ‘Inderdaad, ik ben slecht en ik ben zondig’. Maar wanneer het over het verzoenend lijden en sterven van Jezus gaat, is dit in die situatie geen bevrijdende boodschap. Het gemeentelid lijdt psychisch, en dat is niet op te lossen met het spreken over verzoening en vergeving. Die vergeving is onbereikbaar, waardoor het gemeentelid slechter de kerk uit zal gaan dan z/hij er gekomen is.

Geloof en psychiatrie: mogelijkheden

Dat wil niet zeggen dat er niet over geloof gesproken zou mogen worden. Integendeel. Pastorale ontmoetingen bieden prachtige kansen om levensverhalen te verkennen, en deze verhalen te verbinden met Gods verhaal. Drie voorbeelden:

  • Het scheppingsverhaal uit Genesis 1

Genesis begint met chaos. De oervloed. Een herkenbaar beeld voor veel mensen met psychiatrische problematieken. Hun leven wordt overspoeld en de golven slaan over hen heen. Maar Genesis vervolgt: de Geest van God zweefde over het water. God begint met scheiden, met scheppen. Het eerste dat geschapen wordt is licht. Nog voor de zon en maan uit, is er licht. Gods licht, hoop, zegen. Vervolgens wordt de aarde geschapen als een huis waar de mens thuis mag komen.

  •  Exodus

Het volk Israël leeft in Egypte. Het land van slavernij, van angst en beklemming. Het blijkt dat God het roepen heeft gehoord, maar het kost veel om los te komen uit het land van ellende en angst. En als het volk uiteindelijk weg kan uit Egypte raken ze binnen enkele dagen alweer in een penibele positie. Voor hen ligt de Schelfzee, naast hen hoge bergen en achter hen komen de spoken van vroeger aangesneld en de angst die ze dachten achtergelaten te hebben, bedreigd hen opnieuw. Maar dan maakt God een weg waar geen weg was. Dwars door de diepte, dwars door het water van nood en dood. Soms kun je niet om de verhalen heen trekken en zal je er dwars door heen moeten gaan – met Gods hulp. En hoewel het volk op weg gaat naar het Beloofde Land volgt eerst een enerverende woestijnreis. Net als het echte leven.

  •  Exil

Met een vrouw die leed aan schizofrenie heb ik intensief gesproken over Jeremia die de opdracht krijgt van God om aan het volk te vertellen dat ze in het land van ballingschap huizen moeten bouwen en kinderen moeten krijgen. Ze komen niet meer thuis, en moeten in de vervreemding een thuis gaan bouwen. De boodschap was niet het aantrekkelijke, maar o zo schadelijke bevrijdingspastoraat, maar de moeilijke boodschap van aanvaarding van de ballingschap.

Laten wij met een open blik onze medemensen blijven ontmoeten. Er mogen zijn, op verhaal mogen komen en iets van rust ervaren kan zoveel betekenen dat het zomaar als een verwijzing naar Gods liefde kan worden gezien. Laten we goede buren zijn – een wereld van verschil.