Tag Archives: schuld

Verwarrend, schadelijk en heilzaam – vergeving na misbruik

7 Jul

Dit artikel is verschenen in het themanummer van Speling (2017/2) over vergeving. 

Spreken over vergeving in de context van seksueel misbruik is een hachelijke onderneming. Voor mensen die te maken hebben gehad met seksueel misbruik is het zelden ondersteunend of heilzaam wanneer een gesprekspartner over vergeving begint. Vaak is er een verwarrende kluwen van gedachten, emoties en verwachtingen. Verschillende recente onderzoeken (1) laten zien dat vrouwen die slachtoffer zijn geworden van seksueel misbruik grote moeite hebben met vergeving. Enerzijds ervaren zij van omstanders een sterke claim te moeten vergeven, terwijl zij anderzijds niet in staat zijn of om welke reden dan ook niet bereid zijn om te vergeven.
Vergeving is echter een van de belangrijkste thema’s in het christelijk geloof. In de liturgie, het onze Vader en in de geloofsleer worden we bepaald bij de vergeving van God en worden we opgeroepen zelf ook tot vergeving te komen. Diverse auteurs (2) zijn ervan overtuigd dat vergeving heilzaam en noodzakelijk is, ook in situaties van seksueel misbruik.
In dit artikel wil ik allereerst de spagaat die slachtoffers van seksueel misbruik kunnen ervaren in het spreken over seksueel misbruik verkennen. Waardoor wordt het spreken over vergeving schadelijk en kwetsend? Vervolgens wil ik beschrijven onder welke voorwaarden vergeving heilzaam kan zijn voor mensen die verhalen van seksueel misbruik met zich meedragen.

e715d-kaars2bbrand

In wiens belang?
‘Het eerste dat me gevraagd werd, was of ik de dader al vergeven had’. Mijn gesprekspartner is in een christelijke omgeving grootgebracht. Helaas bleek deze omgeving voor haar niet veilig. Als jonge tiener werd zij door twee familieleden misbruikt. Toen zij hulp zocht bij de jongerenwerker, maakte ook hij zich schuldig aan seksueel misbruik. Voor haar was duidelijk dat niemand te vertrouwen was. Ze had geen andere keuze dan de verhalen van misbruik diep in haar zelf weg te stoppen.
Jaren later, als zij haar leven op orde lijkt te hebben, stort ze in. Haar voortdurende onzekerheid, haar minderwaardigheidsgevoelens en haar perfectionisme eisen hun tol. In therapie komen de verhalen van misbruik aarzelend aan het licht. De oorzaak van haar psychische problemen blijkt in het misbruik te liggen. Voorzichtig begint ze mensen in haar omgeving te vertellen over het misbruik dat in haar jeugd heeft plaatsgevonden. ‘Het deed me zeer dat er gelijk naar vergeving werd gevraagd. Het vergrootte mijn eenzaamheid.’ Deze vraag naar vergeving ervaart mijn gesprekspartner als een poging om haar het zwijgen op te leggen. Zand erover. Er is geen ruimte meer voor haarzelf, om haar verhaal te vertellen. Het gesprek is verschoven van de erkenning van de pijn en gekwetstheid in haar levensverhaal naar vergeving. Omdat zij hier moeite mee heeft, voelt zij zich aangevallen, waardoor zij zich opnieuw terugtrekt in zichzelf.

Zeker binnen een christelijke context blijkt het verhaal van mijn gesprekspartner geen uitzondering. Het roept de vraag op waarom zo snel vergeving ter sprake wordt gebracht. Zou het niet meer voor de hand liggen om schrik, verbijstering en woede te delen? Zou het logischer zijn om te zoeken hoe slachtoffers gesteund kunnen worden in het onder woorden brengen en herstellen van het aangedane onrecht. Een eerste stap op de weg van herstel is het doorbreken van het geheim. Wanneer derden in vertrouwen worden genomen en aan het verhaal woorden worden gegeven, kan een begin gemaakt worden met het toe-eigenen van het verhaal. Vaak valt er een last van de schouders.
Tegelijkertijd ontstaat er nieuwe dynamiek bij de omstanders. Zij horen het verhaal voor het eerst. Misschien waren er vermoedens, maar hoe dan ook, nu het verhaal is uitgesproken, kunnen de omstanders geschokt en verbijsterd zijn. Het verhaal van seksueel misbruik dat zo dichtbij plaatsvindt, verbrijzelt de illusie van de veilige familie of gemeenschap. Voor de omstanders ontstaat er een dilemma: het uithouden bij de verhalen van het slachtoffer vergroot immers ook het besef van verscheurde relaties en van onveiligheid in de eigen families en geloofsgemeenschappen. Vergeving lijkt een uitweg te bieden. Als het slachtoffer tot vergeven kan komen, kan de harmonie in de gemeenschap hersteld worden. Het betekent echter dat de pijn van het slachtoffer niet onder ogen wordt gezien en zij dus wordt ontkend.

Daar komt bij dat allerlei onderzoeken naar prevalentie aantonen dat seksueel misbruik opmerkelijk veel voorkomt (3). Hoewel inmiddels bekend is dat de gevolgen van seksueel misbruik diep ingrijpend kunnen zijn (4), blijft het moeilijk voor slachtoffers om hun verhaal te kunnen vertellen. Dit betekent dat het geweld diep in onze samenleving verankerd is. Als er zoveel mensen te maken hebben gehad met seksueel geweld, moeten we ook constateren dat veel mensen zich schuldig maken aan geweld. Het betekent dat we vragen moeten stellen aan onze cultuur, onze taal en onze gewoonten. Waar faciliteert onze manier van leven seksueel misbruik? Waar worden in onze families en geloofsgemeenschappen slachtoffers hun stem ontnomen?
Een veel voorkomende reactie op de bedreigende impact van verhalen van misbruik is om deze verhalen zo snel mogelijk van hun aanklacht te ontdoen en om het evenwicht weer te herstellen.

Wanneer vergeving ter sprake komt, is het noodzakelijk om eerst de vraag te stellen in wiens belang vergeving is op dit moment? Hebben we allereerst het belang van het slachtoffer op het oog of proberen we zo snel mogelijk om de harmonie in de familie of geloofsgemeenschap te herstellen?.

Interne verwarring
Het eerste dat het spreken over vergeving in de context van seksueel misbruik dus lastig maakt, zijn de soms tegenovergestelde belangen die achter de vraag naar vergeving schuil kunnen gaan. Het tweede dat het spreken over vergeving moeilijk maakt, is het verwarren van schuld, schuldgevoel, minderwaardigheid en zonde met elkaar (5).
Schuld veronderstelt verantwoordelijkheid. Er liggen concrete handelingen aan ten grondslag: iemand heeft een ander iets aangedaan. Schuld dient onderscheiden te worden van schuldgevoel. Schuldgevoel kan een overlevingsstrategie zijn om de illusie in stand te houden dat de ongewenste situatie of gebeurtenis anders zou kunnen zijn geweest of voorkomen had kunnen worden als het slachtoffer anders had gehandeld. Het schuldig voelen is een copingmechanisme om om te gaan met de machteloosheid en hulpeloosheid die horen bij het ondergaan van geweld. De gedachte schuldig te zijn herstelt het gevoel van veiligheid omdat het lijkt alsof je toch controle hebt over de situatie. ‘Als ik nu toch niet in mijn eentje over straat was gegaan?’ ‘Als ik nu eens een broek in plaats van een rok had aangedaan?’
De prijs is echter hoog. Het schuldgevoel bevestigt de gevoelens van minderwaardigheid en van slecht zijn, die een direct gevolg zijn van het seksueel misbruik. Het woord ‘zonde’ haakt aan bij dit gevoel, waardoor het theologische begrip ‘zonde’ verward wordt met het psychologische begrip ‘schuldgevoel’. De schuldgevoelens gaan echter niet terug op concrete schuldige handelingen, waardoor het kerkelijk spreken over Gods vergeving geen verlichting brengt, maar slachtoffers nog meer bij hun gevoel van minderwaardigheid en slechtheid kan bepalen.

Wat de verwarring rond vergeving voor slachtoffers van seksueel misbruik vergroot, is dat het kerkelijk spreken over schuld, zonde en vergeving meer aansluit bij de behoefte van daders dan van slachtoffers.

Het ‘vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren’ is door veel slachtoffers niet of nog niet mee te bidden, en versterkt het gevoel dat ze tegenover God tekort schieten. Voor daders daarentegen is de voortdurende aanzegging van Gods genade, zegen en vergeving een te gemakkelijke weg om voor hun schuldbesef (indien al aanwezig) een oplossing te vinden. Dit effect van gangbare godsdienstige taal levert bij veel slachtoffers ernstige frustratie op (6).

Slachtoffers zoeken naar erkenning van wat hen is aangedaan en ruimte voor hun levensverhaal. Een belangrijk gespreksthema is het ontwarren van de schudvraag. Wie is verantwoordelijk voor het misbruik? Slachtoffers kunnen de ervaring met zich meedragen klem te zitten in de gevolgen van het seksueel misbruik. Waar zij bij gebaat zijn, is om te horen over gerechtigheid, het oog hebben voor de gekwetste en kwetsbare mens, oordeel en recht doen.

De kracht van vergeven
Voordat over de helende werking van vergeving gesproken kan worden, is het dus noodzakelijk om eerst bovengenoemde thema’s te ontwarren. Tegelijkertijd is het ook van belang om oog te hebben en te houden voor de heilzame werking van vergeving (7).
Fortune (8) betrekt vergeving op het genezingsproces van het slachtoffer. Volgens haar is vergeving het loslaten van de voortdurende aanwezigheid van het trauma. Vergeving is volgens haar een manier om afstand te nemen van de passieve slachtofferrol. Deze visie past bij de omschrijving van vergeving door Ganzevoort (9): ‘vergeven is het erkennen van de schuld van de dader en het afzien van recht op wraak of vergelding’. Het Griekse woord voor vergeven betekent ‘losmaken’. Door te vergeven wordt de band tussen dader en slachtoffer doorgesneden. Woede, haat en bitterheid zijn logische reacties op onrecht, maar houden in zekere zin het slachtoffer ook gevangen. Door te haten blijft het slachtoffer verbonden met de dader. In die zin is leren vergeven uiteindelijk heilzaam.
Vergeven is in deze benadering de laatste stap in het genezingsproces. Het vraagt om ruimte het hele verhaal uit te mogen vertellen. Het vraagt om tijd om te kunnen erkennen hoe het seksueel misbruik het slachtoffer beschadigd en gekwetst heeft, ook op de lange termijn. Het vraagt om het besef dat de processen van slachtoffer, dader en omstanders niet gelijktijdig verlopen en dat als het om vergeving gaat, altijd het tempo van het slachtoffer gevolgd moet worden. Het vraagt om het herstel van autonomie van het slachtoffer en het herstel van gelijkwaardigheid in de machtsverhoudingen (10).

Vergeven moet?
Toch blijft de vraag of de weg van vergeving voor slachtoffers de meest zinvolle en genezende weg is. Uit praktijkverhalen blijkt dat slachtoffers vaak het losmaken van de band met de dader als heilzaam herkennen, maar tegelijkertijd dit niet als vergeven benoemen. Het afzien van het recht op vergelding roept ook vragen op. Seksueel misbruik is een misdaad. Hoe verhoudt deze visie op vergeven zich tot recht doen? Daarnaast blijkt uit het onderzoek van Balk-van Rossum (11) dat er geen significante veranderingen optreden als gevolg van het proces van vergeven. De theorie over vergeven in situaties van seksueel misbruik lijkt dus problematischer dan verondersteld wordt.

Wat betekent dit voor slachtoffers van seksueel misbruik en vergeven? Allereerst is het goed om te beseffen dat slachtoffers van seksueel misbruik het gevoel kunnen hebben dat zij in een spagaat raken wanneer vergeven ter sprake komt. Aan de ene kant is er de kennis dat vergeven in psychologische zin helend kan zijn, versterkt door het besef dat in de christelijke traditie de weg van vergeving min of meer de norm is. Aan de andere kant is het vergeven van de daders alleen aan de slachtoffers voorbehouden, op hun eigen tijd, volgens hun eigen regie.
Daarnaast is het de vraag of vergeving de enige Bijbelse weg is om bevrijd te worden van de beklemming van de dader. Juist in het gesprek met mensen die te maken hebben gehad met seksueel misbruik is het van belang om meer pastorale bagage mee te nemen dan alleen de weg van vergeven.

Alexander Veerman (1970), dr. Praktische Theologie, predikant te Vriezenveen (PKN), trauma-dominee.

————

(1) A.W. Balk-van Rossum, De rol van godsbeelden in de levensverhalen van vrouwen met een incestervaring Ede, 2017; C. Van den Berg-Seiffert Ik sta erbuiten – maar ik sta wel te kijken Zoetermeer, 2015
(2) Zie bijvoorbeeld: R.R. Ganzevoort ‘Vergeving moet. Maar het maakt wel uit hoe.’ In: in: R.R. Ganzevoort e.a., Vergeving als opgave. Psychologische realiteit of onmogelijk ideaal? Tilburg 2003, 17-33; K. Demasure Als de draad gebroken is. Zingeving en pastorale zorg na seksueel misbruik. Leuven 2005; M.M. Fortune ‘Forgiveness the last step’ In C.J. Adams and M.M. Fortune eds Violence against women and children New York 1995 201-207
(3) Inmiddels zijn er veel onderzoeken gedaan naar prevalentie van misbruik in het algemeen en onderzoeken naar specifieke doelgroepen (bijvoorbeeld: misbruik in instellingen en jeugdzorg, misbruik door hulpverleners, misbruik van mensen met een beperking, misbruik binnen de sport). Wat al deze onderzoeken gemeenschappelijk hebben, is dat het nooit meevalt. De cijfers verschillen van 1 op de 3 ondervraagden tot 1 op de 10 die in hun leven te maken hebben gehad met seksueel misbruik.
(4) Zie bijvoorbeeld: J. Herman Trauma en herstel. De gevolgen van geweld van mishandeling thuis tot politiek geweld Amsterdam 1995; B. Van der Kolk Traumasporen. Het herstel van lichaam, brein en geest na overweldigende ervaringen Eeserveen 2016
(5) Balk-van Rossum, De rol van godsbeelden p. 491                                                                      (6) R.R. Ganzevoort en A.L. Veerman Geschonden lichaam. Pastorale gids voor gemeenten die geconfronteerd worden met seksueel geweld Zoetermeer 2000 p. 79
(7) Zie bijvoorbeeld: H. Stoorvogel en J. Lasonder: Jane. Kampen 2013
(8) Fortune ‘Forgiveness the last step’ p. 201
(9) R.R. Ganzevoort ‘Klem tussen schuld en vergeving. Rol en recht van het slachtoffer’. (10) In Houtman, C. e.a. (Red.) Ruimte voor vergeving. Kampen 1998, pp. 147-158. (p. 156)
Vergelijk: F.W. Greene ‘Structures of forgiveness in the New Testament’ In: C.J. Adams and M.M. Fortune eds Violence against women and children New York 1995 pp. 121-135 (11) Balk-van Rossum, De rol van godsbeelden p. 501

 

De kerk staat al snel aan de kant van de dader

20 Jul

Een vrouw die in haar jeugd te maken heeft gehad met ernstig seksueel misbruik zoekt wanhopig naar houvast, naar mogelijkheden om haar hoofd boven water te houden. Een gelovige kennis ontfermt zich over haar. Deze kennis is niet in staat om naar het verhaal te luisteren, maar wil wel steeds voor de vrouw bidden en dringt er vervolgens op aan om de dader te vergeven.

Een ouder echtpaar zoekt met mij contact. Hij wordt door zijn zoon beschuldigd van het misbruiken van zijn kleinkind. De predikant van de zoon zit met de situatie in zijn maag, maar wil niet met de grootouders spreken, omdat dat alles alleen maar complexer maakt. 

Een vrouw die als tiener is misbruikt door een leider van een gebedsgroepje komt na jaren kennissen uit die periode tegen. Na een hartelijke begroeting volgt al snel de vraag waarom ze zich opeens had teruggetrokken en volkomen uit beeld is verdwenen. Voorzichtig probeert de vrouw woorden te zoeken om iets van het misbruik dat haar leven op zoveel manieren beïnvloed en beschadigd heeft te vertellen. De kennissen reageren met de vraag: ‘Heb je je zonden al wel beleden?’ 

Een gemeentelid vertelt aan zijn predikant dat hij als kind slachtoffer is geweest van incest. De predikant is hier zichtbaar verlegen mee en zegt dat hij hem hier niet om veroordeelt. De predikant komt er verder niet meer op terug.

 

 

misbruik in de kerk

Verlegenheid en gebrek aan kennis

Een greep uit de verhalen uit de afgelopen maanden van mensen die binnen een gelovige context te maken hebben gekregen met misbruik. Wat deze verhalen gemeenschappelijk hebben, zijn verlegenheid om verhalen van misbruik aan te horen en onbekendheid met de dynamiek en mechanismen van misbruik, zodat veel goedbedoelde adviezen het tegendeel uitwerken. Het lijkt erop dat voorgangers en gemeenteleden (waarschijnlijk met de beste bedoelingen) kiezen voor een strategie van vermijden. Zodra in de context van geloofsgemeenschappen seksueel misbruik ter sprake komt, lijkt het verhaal niet aan het licht te mogen komen. Het spreken over zonde, het wijzen op vergeving, het zonder verder uitleg vermijden en het benadrukken van het ‘eren van de ouders’ of het respecteren van de geloofsgemeenschap zijn ten diepste mechanismen om het slachtoffer te laten zwijgen. Terwijl slachtoffers juist zo een grote behoefte hebben om hun verhaal te mogen vertellen en erkenning krijgen voor hun levensverhaal.

Een dubbel trauma

Mensen die in een gelovige context te maken hebben gekregen met seksueel misbruik kunnen aan een dubbel trauma lijden. Wat we uit levensverhalen en uit de literatuur weten, is dat misbruik in meer of mindere mate gevolgen heeft voor (onder andere) het gevoel van eigenwaarde, het vermogen om anderen te vertrouwen en het vermogen om intimiteit toe te kunnen laten. De gelovige context kan deze gevolgen verdiepen. Als gevolg van het misbruik worstelen slachtoffers met schaamte en met schuldgevoelens. Vaak voelen ze zich zwart en slecht van binnen. In een kerkelijke context zal een slachtoffer deze gevoelens vertalen als dat zij/hij zondig is. In de kerk wordt aan zondige mensen vergeving verkondigd. Mensen die lijden onder echte schuld vanwege eigen handelingen kunnen door deze verkondigde vergeving opnieuw beginnen. Slachtoffers worstelen echter met een schuldgevoel. Zij voelen zich schuldig over het misbruik omdat ze loyaal zijn naar de daders en omdat het vele malen zwaarder is om de onmacht van misbruik onder ogen te zien. Wanneer het slachtoffer schuld zou hebben, dan zou er nog iets zijn wat zij/hij kan doen om het misbruik een volgende keer te voorkomen. Het schrijnende is dat het slachtoffer juist niet het misbruik kon stoppen en tijdens het misbruik juist machteloos was. In de kerkelijke context betekent het dat het slachtoffer zich zondig voelt, maar niet de ruimte van vergeving ervaart. Zij/hij ís immers niet echt schuldig…. Het slachtoffer zal nog eenzamer en zwarter de kerkdienst verlaten. Het kan niet anders – in het gevoel van het slachtoffer – dat God aan de kant van de dader staat. Ook in de dood is geen verlossing te vinden, want dan komt men immers God tegen. Het slachtoffer kan niet leven en kan niet sterven. Dat is het dubbele trauma waar het slachtoffer van seksueel misbruik in stilte aan kan lijden.

Vermijden

Verhalen van seksueel misbruik zijn bedreigend. Dat is ten diepste de reden waarom mensen over het algemeen geneigd zijn om deze verhalen te vermijden. Uit alle onderzoeken naar prevalentie van seksueel misbruik blijkt het nooit mee te vallen. Recent onderzoek spreekt van 1 op de 3 vrouwen en 1 op de 10 mannen die slachtoffer worden van een vorm van seksueel misbruik. Tegelijkertijd weten we ook dat de gevolgen van misbruik ernstig kunnen zijn. Waarom zwijgen we dan over misbruik? Waarom vermijden we deze thematiek? In het overgrote deel van de verhalen gaat het niet over de onbekende pedoseksueel, maar over familieleden, bekenden uit de geloofsgemeenschap, over mensen met aanzien. Slachtoffers zwijgen vaak uit schaamte en angst. Daders zwijgen omdat ze te veel te verliezen hebben. Omstanders zwijgen omdat het serieus nemen van de verhalen van slachtoffers de illusie van veiligheid en van de goede orde wordt doorbroken. Ook in de kerk is het voor slachtoffers buitengewoon moeilijk om hun verhaal te kunnen vertellen. Geloofsgemeenschappen vrezen imagoschade of proberen vóór alles om de idylle van veiligheid in stand te houden. Het pijnlijke is dat vermijden de daders in de kaart speelt. Het blijkt dat slachtoffers vrijwel altijd hun plaats in de geloofsgemeenschap verliezen.

Geloofstaal in kerken is meer gericht op daders

De meeste geloofsgemeenschappen leggen de meeste nadruk op de zondigheid van mensen, de verlossing door Christus en de vergeving van zonden door Gods genade. Hoewel dit stuk voor stuk belangrijke en waardevolle geloofsbegrippen zijn, is het goed om te beseffen dat deze taal vooral toegankelijk is voor mensen die worstelen met schuld. Vooral wanneer de vergeving van zonden zonder inkeer, erkenning van schuld naar de medemensen en verandering van gedrag wordt verkondigd, zullen daders van seksueel geweld zich hier thuis bij voelen. Mensen die slachtoffer zijn geworden van misbruik zoeken naar recht en gerechtigheid. Het is een Bijbelse lijn die in veel geloofsgemeenschappen in meer of mindere mate verwaarloosd lijkt te zijn.

Het lijkt dan ook niet vreemd dat gelovigen beginnen over vergeving – dat zijn immers de lessen die zij leren in hun geloofsgemeenschap. Toch is het wonderlijk. Wanneer mijn fiets wordt gestolen, zal geen gelovige beginnen over het vergeven van de dader – waarom dan wel wanneer het gaat over misbruik?

Geloofsgemeenschappen hebben behoefte aan kennis 

In veel geloofsgemeenschappen is er weinig kennis van de dynamiek en de mechanismen rond misbruik. Het is dan ook van groot belang dat kerken gaan investeren in de preventie van seksueel misbruik en in het adequaat kunnen reageren op situaties binnen geloofsgemeenschappen. Een belangrijk gegeven is, is dat seksueel misbruik vooral gaat over macht, en dat seksualiteit gebruikt wordt om die macht uit te oefenen.  In de Protestantse Kerk kende men tot voor enkele jaren geleden werkgroepen ‘Godsdienst en incest’ en ‘Seksueel geweld en geloof’. Door bezuinigingen zijn de meeste van deze kenniscentra verloren gegaan. Het is van groot belang dat de kerken opnieuw investeren in kennis rond misbruik zodat zij adequaat slachtoffers, daders en omstanders kunnen bijstaan.

Suïcidaal: klem in leegte en wanhoop

9 Jul

Op 28 juni 2014 besteedde Groot Nieuws Radio in Heilige Huisjes aandacht aan het taboe rond zelfdoding. Via een kort telefonisch interview heb ik ook een bijdrage mogen leveren aan dat programma (vanaf minuut 13).  Het doel van het programma is om het taboe dat rust op suïcide te doorbreken. Te vaak worstelen mensen te lang in stilte en eenzaamheid met gedachten aan zelfdoding. Wanneer je het leven niet meer ziet zitten, is het moeilijk om hier aandacht voor te vragen. De schaamte, het gevoel van falen en de angst om veroordeeld te worden maken het niet gemakkelijk om deze worsteling met anderen te delen.

donkere tunnel

Suïcide en schuld

Op verschillende manieren heb ik met suïcidaliteit te maken gehad. Het meest ingrijpend was de suïcide van Ritger, mijn  neef, de oudste zoon van mijn broer. Zijn overlijden was totaal onverwachts en de verslagenheid nauwelijks te beschrijven. Het is een gebeurtenis met een diepe impact die altijd in meer of mindere mate aanwezig zal blijven. Bij elke suïcide is er niet alleen het abrupte overlijden en het missen van wie niet gemist kan worden. Het roept echter ook vragen op, beklemmende vragen. Hadden we iets moeten doen? Hadden we het moeten zien aankomen? Ben ik schuldig?

Interne dynamiek

Die benauwende en knagende vraag naar schuld is een belangrijke vraag, die gesteld en verkend moet worden. Tegelijkertijd is het goed om mee te wegen dat bij suïcidale gedachten er vaak sprake is van een interne dynamiek die omstanders – hoe nabij die ook kunnen zijn – niet of nauwelijks meekrijgen. Mensen die worstelen met suïcidale gedachten zijn zich vaak zeer bewust van het taboe dat op suïcide rust. ‘Hoe kun jij nu zelfmoord willen plegen?! Je hebt zo’n lieve partner.’ Het gevolg is dat die suïcidale neigingen niet bespreekbaar worden. Vanwege schaamte en schuldgevoelens en vanwege het oordeel van de buitenwacht ligt het voor de hand dat suïcidale mensen niemand in vertrouwen nemen.

Tunnel

Het eenzame worstelen vergroot de kans dat diegene met suïcidale gedachten als het ware een tunnel in stapt. Meer en meer zal die persoon geloven in de gedachten die de wanhoop en leegte vergroten. Foute veronderstellingen klinken in ‘de tunnel’ aannemelijk en logisch. ‘Niemand zit op mij te wachten.’ ‘Uiteindelijk is iedereen beter af zonder mij’.  Wanneer de suïcidale persoon steeds meer in deze veronderstellingen gaat geloven, neemt de kans op een poging toe. De leegte en wanhoop is in deze fase ondragelijk.

Om mensen te kunnen ondersteunen, is het van belang om in gesprek te komen, voordat zij al te ver de tunnel zijn ingelopen. De suïcidale gedachten ontstaan ergens door. Het afwijzen of bagatelliseren van deze gedachten verhindert het gesprek over de onderliggende problematieken. In alle eerlijkheid moet ik ook zeggen dat mensen soms zo ernstig belast zijn en kampen met een zo diepe wanhoop dat de weg naar het leven niet altijd meer gevonden kan worden.

Als predikant probeer ik in die worsteling gesprekspartner te worden – zonder oordeel. Mensen veroordelen zichzelf al genoeg. Het uithouden in de wanhoop en leegte, zonder grote woorden en zonder goedkope oplossingen kan soms een tegenwicht bieden aan de tunnelvisie.

Welk Godsbeeld?

En God? Waar suïcidale mensen meestal naar zoeken is naar erkenning, naar ruimte om er te mogen zijn. Vaak zijn mensen die suïcidaal zijn, bang voor God. Het oordeel dat zij zichzelf toedichten, verbinden zij aan God: God als ultieme bron van moraal zal een ieder die zich aan het leven vergrijpt straffen. Deze visie op God is niet behulpzaam en zal de eenzaamheid eerder vergroten dan openbreken. Aan suïcidaal zijn gaat vaak een heel verhaal vooraf. Een verhaal dat uitmondt in een diepe verlorenheid en wanhoop. Het is Jezus die als ‘gelaat van God’ juist mensen heeft opgezocht en opzoekt in die wanhoop. Gods liefde reikt naar hen die in wanhoop leven en in wanhoop sterven. Als predikant probeer ik handen en voeten te geven aan die ruimte biedende liefde.

Schuldig voetbal? Over de toename van huiselijk geweld tijdens het WK

3 Jul

In een indringende column vraagt Marijn de Vries in dagblad Trouw aandacht voor huiselijk geweld. Het blijkt dat tijdens voetbalkampioenschappen er een forse toename is van meldingen van huiselijk geweld. Ook in Brazilië zelf is er aandacht voor geweld, met name tegen kinderen. Er is een app ontwikkeld om geweld tegen kinderen snel te kunnen melden. Ook hier is de verwachting dat het geweld tijdens het WK voetbal kan toenemen. “Vast staat dat het WK alle factoren samenbrengt waardoor kindermisbruik kan toenemen” zegt de woordvoerder van Childhood Brasil. Het WK in Brazilië doet dus de kans op huiselijk geweld en seksueel misbruik significant toenemen. Een pijnlijke constatering.

Het is goed en belangrijk dat we ons bewust worden dat zoveel mensen slachtoffer worden van huiselijk en seksueel geweld.  Het geweld is er. In onze dorpen en steden, in onze straten, in onze families. Nu met deze aandacht wordt het even een beetje zichtbaar.

rode kaart

Voetbal is niet de reden voor het geweld, maar kan wel als excuus worden gebruikt. Uit verhalen van huiselijk geweld is ‘schuld’ een belangrijk thema. Plegers zullen niet snel naar zichzelf kijken, maar van zich af wijzen. ‘Het huis is ook altijd een rommeltje’. ‘Wat zie je er bezopen uit’.  ‘Hoe durf je me tegen te spreken’.  Het schrijnende is dat slachtoffers van geweld zich vaak ook zelf schuldig gaan voelen. Het is een manier om de dreiging van het geweld te proberen af te wenden – een tevergeefse manier, omdat de schuld niet bij het slachtoffer, maar bij de dader ligt. Een reden voor dat schuldgevoel van het slachtoffer is dat het dragelijker lijkt om schuldig te zijn. Dan heb je immers ergens nog controle – als je alles nog beter schoon maakt… Als je nog beter je best doet..,  als je nog liever bent… Alles beter dan te beseffen dat je machteloos bent.

Geweld is nooit goed te praten en gaat ook niet vanzelf over. Ook niet als Nederland is uitgeschakeld of kampioen is geworden. Als je je schuldig maakt aan geweld, moet je hulp zoeken. Ontdekken waarom je jouw onmacht of jouw onvermogen op een ander moet afreageren. Als je buiten zinnen raakt door alcohol, moet je dus stoppen met drinken. Je kind en je partner zijn zoveel meer waard dan die ellendige roes. Als je slachtoffer bent van geweld, moet je hulp zoeken. Vandaag nog. Het gaat niet vanzelf over. Het Steunpunt Huiselijk Geweld kan jou alleen, of jullie samen helpen.

Voetbal is een excuus. Het brengt die factoren samen die kunnen leiden tot geweld. Drank, emotie, eindelijk uit je dak mogen gaan. Welke factoren maken dat jij jezelf niet meer in de hand hebt? Vraag mensen om jou te helpen die factoren in te dammen en geniet van het voetbal!

 

Tja, als het kind geen nee zegt – …

27 Nov

De afgelopen dagen werd het gebracht als groot nieuws: ‘huilen en ‘nee’ zeggen verkleint de kans op ongewenst intiem contact.’  Het is een van de conclusies uit het onderzoek van Inge Hempel, waarop ze vandaag (27/11/2013) hoopt te promoveren. Zowel het journaal als landelijke dagbladen besteedden ruime aandacht aan deze bevinding. In gesprekken in mijn pastorale praktijk merk ik dat deze berichtgeving verwarring, boosheid en hernieuwde schuldgevoelens oproept bij (familie van) slachtoffers van seksueel misbruik. De onderzoeker zelf is overigens genuanceerder dan de krantenkoppen. Inge Hempel meldt in de krant dat kinderen nooit verantwoordelijk zijn voor het misbruik, en dat daders excuses zoeken om hun gedrag te vergoelijken. Toch zaait dit nieuws-item verwarring en onrust. Waar raakt dit onderzoek eigenlijk aan? (Het artikel in de Volkskrant lees je hier.)

Klein meisje, door Esther Veerman. www.kunstuitgeweld.nl

Klein meisje, door Esther Veerman. http://www.kunstuitgeweld.nl

Dadermechanismen

Voor haar onderzoek heeft Hempel daders van seksuele misbruik geïnterviewd. Een van de conclusies die zij trekt is dat daders minder snel geneigd zijn om over te gaan tot seksueel misbruik, wanneer een kind duidelijk aangeeft intiem contact niet op prijs te stellen. Onschuldige reacties zien daders als een uitnodiging om over te gaan tot ongewenste grensoverschrijdingen. Onschuldig gedrag is bijvoorbeeld giechelen, op schoot kruipen of je kamer laten zien. Wat de daders dus eigenlijk zeggen is: “het kind gaf de verkeerde signalen af. Ik dacht dat zij.hij het fijn vond en zelf ook wilde. Want als het kind ‘nee’ had gezegd, had ik geweten dat het niet goed was.” De dader legt dus niet de schuld bij zichzelf, maar buiten zichzelf bij het kind.

Zedendelinquenten hebben over het algemeen grote moeite om  toe te geven wat zij hebben misdaan en daar ook de verantwoordelijkheid voor te nemen. In mijn onderzoek naar het proces in de kerkenraad wanneer een predikant seksueel misbruik heeft gepleegd, bleken daders hardnekkige ontkenners. Op het moment dat het misbruik aan het licht kwam, volgde er vaak een oppervlakkige en snelle schulderkenning. Niet uit berouw, maar als instrument om de schade zo beperkt mogelijk te houden. Een eerste mechanisme, wanneer ontkennen niet meer haalbaar is, is gedeeltelijke schulderkenning. Er is wel spijt, maar meer over het betrapt worden dan over de daden. Een (klein) deel van de daden wordt opgebiecht. Een tweede mechanisme is bagatelliseren: ik heb het wel gedaan, maar het was niet zo erg. Of: ik heb het wel gedaan, maar ik bedoelde het niet zo. De feiten worden wel erkend, maar de betekenis wordt geminimaliseerd. Een derde mechanisme is generaliseren De betekenis wordt wel onderkend, maar de feiten geminimaliseerd. ‘Het kan iedereen overkomen, ik kon het niet echt helpen’. Deze mechanismen hebben tot doel het gedrag te rechtvaardigen.

In de opmerkingen in het krantenartikel zijn die dadermechanismen ook te herkennen. De hoogleraar forensische psychiatrie Hjalmar van Marle merkt dit ook op in het artikel: ‘het onderzoek bevestigt het  hardnekkig karakter van gedachten die kindermisbruikers hanteren om seks met kinderen te rechtvaardigen en de noodzaak van een intensieve behandeling om herhaling te voorkomen’. In dat licht zou een kop als ‘zedendelinquenten hebben intensieve therapie nodig’ de lading die meekomt in de uitspraken van de daders beter dekken.

Misbruikmechanismen

Het onderzoek verlegt echter de focus naar de kinderen. Nu is het beslist waar dat het heilzaam is wanneer kinderen leren om grenzen aan te geven. Het is noodzakelijk dat kinderen in een veilige omgeving leren om te voelen wat goed is wat niet. Een goede seksuele opvoeding zal kinderen helpen om bepaalde situaties sneller te doorzien en te bevatten.

Tegelijkertijd gaat misbruik in eerste instantie niet over intimiteit en seks, maar over machtsmisbruik. In het overgrote deel van de gevallen is de dader een bekende van het slachtoffer. Een familielid, een huisvriend, iemand die door de ouders vertrouwd wordt. Dat geeft de dader de mogelijkheid om dichtbij het slachtoffer te komen en het kind te manipuleren. Is het raar wanneer een oom vraagt om de slaapkamer te mogen zien? Is het vreemd wanneer een kind bij een huisvriend op schoot zit? Of bij opa? Kinderen zijn ongelofelijk loyaal. Als het web gesponnen is, en het misbruik begint, zal een kind misschien de handelingen als naar ervaren. Maar uit loyaliteit en angst om de aandacht en liefde te verliezen, zal het kind zwijgen.

Daarnaast kan het ook zijn dat een kind helemaal geen taal heeft om de ervaringen te verwoorden. De seksuele handelingen passen op geen enkele manier bij de belevingswereld van het kind. Hoe zou een kind dan een grens aan kunnen geven?

Tot slot: het gaat om macht met seksualiteit als middel. De dader zal zoals gezegd proberen te manipuleren. Het bezitten van het kind, het laten geloven dat zij/hij het zelf wil, is de ultieme vorm van misbruik. Een dader heeft daarnaast óók de mogelijkheid om geweld toe te passen. De dader is sterker en groter dan het kind. Er zijn veel verhalen bekend van slachtoffers die na fysieke mishandelingen en bedreigingen nooit meer een traan hebben gelaten – uit angst voor represailles.

Schuld en schaamte bij het slachtoffer  

Kinderen die te maken hebben (gehad) met seksueel misbruik worstelen over het algemeen met schuldgevoelens en met schaamte. Het seksueel misbruik raakt aan de identiteit van het slachtoffer, waardoor zij/hij zich schaamt. Een veel voorkomend gevolg van misbruik is een laag zelfbeeld. Omdat de seksuele handelingen de lichamelijke integriteit van het slachtoffer hebben geschonden, voelt zij/hij zich vaak slecht en vies. Dit schaamtegevoel wordt versterkt door schuldgevoelens. Opvallend is dat bijna alle slachtoffers van seksueel misbruik in meer of mindere mate denken dat zij zelf schuld hebben aan het misbruik (dit is een van de redenen waarom het voortijdig spreken over vergeving zo verwarrend en schadelijk kan zijn)

Het moeten ondergaan van seksueel misbruik betekent dat het slachtoffer volledig machteloos is. Deze onmacht is zo moeilijk te hanteren, dat het dragelijker is om schuldig te zijn. Wanneer je immers schuldig bent, betekent het dat je op de een of andere manier controle had kunnen uitoefenen en in de toekomst misbruik zou kunnen voorkomen. Het schuldgevoel wordt versterkt door boodschappen van de daders (jij bent schuldig, jij verleidt mij, God ziet jou), en door de loyaliteit van de slachtoffers. Die volwassene die je zou moeten kunnen vertrouwen, die kan toch niet slecht zijn?

Deze schuld- en schaamtegevoelens bepalen het leven van het slachtoffer. Soms zijn/haar hele verdere leven. In therapie is een van de draden die moet worden afgewikkeld: wat is er precies gebeurd? Wie is echt schuldig? Het gaat om het ontdekken dat het slachtoffer machteloos was en dat de schaamte en de schuld niet bij het slachtoffer, maar bij de dader horen. Het ongenuanceerd bericht over het onderzoek raakt aan die schuldgevoelens en zal voor veel slachtoffers en hun ouders negatief kunnen doorwerken.

De samenleving

Mij puzzelt nog één ding. Waarom hebben de kranten dit zo enthousiast opgepakt? Waarom meldde het journaal op radio en tv dat kinderen moeten leren ‘nee’ zeggen? Het is geen nieuws. Er zijn al decennialang preventietrainingen. Wat is de echte nieuwswaarde? Ik heb het vermoeden dat de samenleving moeite heeft om zich te realiseren hoe onveilig de omgeving kan zijn. Er zijn bijzonder veel kinderen die slachtoffer worden van huiselijk en seksueel geweld (zie bijvoorbeeld het tweede item van Een Vandaag hier) Zwemleraren, medewerkers van kinderdagverblijven, leerkrachten, enzovoort blijken daders te kunnen zijn. Zijn onze kinderen eigenlijk nog wel veilig? En: hoe moeten we als ouders leven met de angstige gedachte dat wij uiteindelijk onze kinderen nauwelijks kunnen beschermen wanneer ze worden geconfronteerd met potentieel seksueel misbruik.

Tegen die achtergrond is de boodschap van het onderzoek inderdaad groot nieuws. We kunnen onze kinderen trainen. We kunnen ze weerbaar maken. Het is weliswaar geen garantie, zegt Hempel erbij, maar het verkleint de kans op misbruik. En daar heeft ze natuurlijk ook gelijk in – alleen moet er wel iets meer worden uitgelegd.  Die kanttekeningen heb ik hierboven gemaakt.

De samenleving is gebaat bij bewustwording. Verhalen moeten worden verteld. Het geeft slachtoffers de ruimte om hun verhaal te vertellen en op adem te komen. Het maakt duidelijk wie schuldig is en wie niet. Bewustwording zal ook potentiële daders opjagen. We tolereren onrecht niet langer. We kijken niet weg. Laten we opstaan tegen geweld, als bondgenoten van slachtoffers.

Verzoening: ruimte of beklemming

1 Apr

Dit artikel is gepubliceerd in het  Christelijk Weekblad 2013

Tegenover me zit een oudere man. Hij kijkt me aan met vriendelijke, maar droevige ogen. De groeven in zijn gezicht verraden niet alleen een leven van hard werken, maar ook van verdriet. Met zachte stem vertelt hij over zijn zoon die hij zo lang al niet gezien heeft. Enige jaren geleden overleed zijn eerste vrouw en toen hij een nieuwe relatie kreeg, begonnen de verwijten. Zijn zoon vond dat zijn vader te snel aan een nieuwe relatie begon en te weinig ruimte liet om te rouwen om het verlies van zijn moeder. De man had vol onbegrip en boosheid gereageerd – mocht hij dan niet meer gelukkig worden? Door de onverzoenlijke houding van vader en zoon verdiepte het conflict zich, zodat zij elkaar al twee jaar niet meer hebben gezien. Het pijnlijke is dat zijn kleinzoon over enkele weken zal trouwen. Zijn vraag aan mij: ‘Wat moet ik nu?’ eenzaamherid

 Weerbarstige praktijk

Het is een verhaal dat niet op zichzelf staat. In de pastorale praktijk stuit ik geregeld op de weerbarstige verhalen van conflicten, van onvergeeflijke schuld, van gekwetste en beschadigde mensen vanwege onomkeerbare verwijdering. Opvallend is dat de pijn die opgelopen wordt gedurende het proces van geruzie en het zoeken naar het eigen gelijk soms vele malen groter is dan de eigenlijke oorzaak van het conflict.

Het roept de vraag op waarom dit gebeurt. Hoe komt het dat conflicten zo gemakkelijk lijken te ontaarden en onoplosbaar blijken? Wat maakt dat we eerder geneigd zijn de ander te kwetsen dan te zoeken naar een opbouwend gesprek dat ruimte biedt?

Voor een deel hangt dit samen met de behoefte aan genoegdoening en wraak. Wanneer je tekort bent gekomen of gekwetst bent, groeit de terechte behoefte om recht gedaan te worden. Erkenning van de pijn, ruimte voor herstel en berouw zijn voorwaarden om eventueel afstand te kunnen nemen van die genoegdoening.

Daarnaast raken deze conflicten aan een diepe laag: doe ik er toe? Het raakt aan de existentiële angst geen ruimte te hebben om te leven, geen bestaansgrond te ervaren. Het verlangen om geliefd te zijn, een verschil te maken en gekend te zijn, maakt ook kwetsbaar. Juist in nabije relaties in gezinnen of tussen (ex)partners kunnen de conflicten door de onverzoenlijke opstelling van beide partijen enorm oplopen.

Er is dus sprake van een wonderlijke tegenstelling: het verlangen naar ruimte en eigenwaarde verandert door conflicten in een beklemmende situatie waarin angst en wantrouwen leidend zijn geworden. Hoe kan deze situatie ooit veranderen?

 Gods antwoord op schuld

Het lijkt erop dat de stem van Lamech in ons eigen leven en in onze wereld de beslissende stem is geworden: “Kaïn wordt zeven maal gewroken, Lamech zevenenzeventig maal” (Gen. 4, 24). Zorg voor jezelf, want wie zou het anders doen? Het is dit patroon dat doorbroken is door Gods liefdevolle omzien naar de mens. In de hele Bijbel is deze beweging zichtbaar, van de eerste tot de laatste bladzijde: God zoekt de mens en laat niet los wat zijn hand is begonnen. Gods reddende liefde centreert zich in het lijden en sterven én in de opstanding van Jezus Christus. Aan het kruis hield Jezus tot in de diepte van de dood zowel God als ons mensen vast. Zo toonde Hij dat Hij onze Middelaar is. In de opstanding klinkt Gods onvoorwaardelijke ja-woord. Hoewel wij Gods nabijheid in Jezus niet wilden en konden verdragen, wekte God Jezus op als eersteling van de nieuwe schepping. Kruis en opstanding horen onlosmakelijk bij elkaar. De weg die Jezus gegaan is, is onderdeel van de redding van Godswege.

Diettrich Bonhoeffer spreekt in zijn boek Navolging over de consequentie van deze ‘dure genade’. De onverwachte en diepe liefde van God doorbreekt onze angst en onze schadelijke  mechanismen tot zelfbehoud. In het licht van deze God mogen we op adem komen en vinden we grond onder de voeten: we zijn gekend en geliefd. Deze verrassende hoop biedt bevrijding uit onze beklemming en ruimte om in vrijheid opnieuw ons leven vorm te geven.

Als we dit tot ons laten doordringen, kan het niet anders dan dat we met liefde en overtuiging werk maken van onze roeping tot navolging. De Bijbel geeft hoog op van de mens: in Johannes lezen we dat “de grootheid van de Vader zichtbaar zal worden wanneer jullie veel vrucht dragen”(Joh. 15, 8). Door Gods verzoenende liefde opent zich een weg die ruimte en toekomst biedt. In de brieven in het Nieuwe Testament vinden we allerlei oproepen om op een andere manier vorm te geven aan ons leven: geen kwaad met kwaad vergelden. En: als we worden uitgescholden, moeten we niet terugschelden, maar zegenen. We worden opgeroepen niet alleen het goede te doen voor onze vrienden, maar juist voor hen die onze ruimte willen inperken. Daar maakt navolging een verschil. Het is een weg die lijkt in te gaan tegen onze natuur en onze reflexen, maar die uiteindelijk ruimte maakt. Deze weg van navolging, van zoeken naar verzoening in ons eigen dagelijks leven leidt ons weg uit de beklemming van angst, en brengt ons in de ruimte van Gods liefdevolle aanvaarding.

Valkuilen: verzoening als toedekken van onrecht

Is verzoening dus hét antwoord op weerbarstige conflicten? Dat antwoord is te kort door de bocht. Het is van belang om goed te kijken naar de onderliggende oorzaak van het conflict. Wanneer er sprake is van geweld of van andere vormen van onrecht, kan de nadruk op verzoening tot extra spanning en tot meer pijn leiden.

In situaties van onrecht zal er eerst recht gedaan moeten worden. Dat betekent tenminste dat degene die slachtoffer is geworden van onrecht de ruimte moet krijgen om het verhaal te vertellen, en de emoties die het verhaal met zich meebrengt te mogen voelen. Het roepen om recht is een voluit Bijbels roepen.

In deze context betekent liefde: het aan het licht brengen van het onrecht. Ruimte maken voor de pijn en het verdriet. Voorbarige verzoening veroorzaakt beklemming en benauwdheid, omdat het ontbreekt aan ruimte voor het verhaal. Waar verzoening wordt opgedrongen, zullen slachtoffers beschadigd raken. Waar mensen worstelen met schuldgevoelens en schaamte, zal eerst gewerkt moeten worden aan herstel van eigenwaarde. Het is van belang om te bedenken dat de processen van daders en slachtoffers ongelijktijdig verlopen. Wanneer een dader tot inzicht komt, kan er relatief snel een proces van berouw en verlangen naar vergeving en verzoening ontstaan. Voor slachtoffers kan het echter jaren duren om de traumatische gebeurtenissen achter zich te laten – als het al zo ver komt. Soms zijn mensen gewoon te beschadigd.

vrijheid

Tot slot

Verzoening is een stap verder dan vergeving. Vergeving kan de laatste stap in een helingsproces zijn: het loslaten van de gevolgen van het beschadigd en gekwetst zijn. Tot vergeving komen kan een eenzijdige handeling van de gekwetste zijn. Voor verzoening zijn beide partijen nodig. Verzoening is altijd een geschenk, omdat er een weg wordt gezocht in het erkennen van de schuld, en in het verlangen om samen de weg te kunnen vervolgen. Gods liefde opent de ruimte om de minste te durven zijn om de eerste stap te zetten.

Armstrong en de kunst van het schuld bekennen

24 Jan

Het hoge woord is eruit: ‘Ja, ik heb doping gebruikt. Alle mogelijke soorten, en al mijn overwinningen heb ik behaald terwijl ik doping gebruikte.’ Een schuldbewuste Lance Armstrong op de bank bij Oprah Winfrey. Terwijl hij opbiechtte wat hij allemaal had gedaan, hoe hij gelogen had, mensen het leven zuur had gemaakt, de wereld bedrogen had en de stoere winnaar had uitgehangen, brak hij en kwamen de tranen – toen hij vertelde over de onverdiende steun van zijn gezin.

Hier had de wereld op gewacht. Jarenlang had Armstrong onder vuur gelegen. Het net leek zich steeds meer om hem heen te sluiten, maar steeds weer bleef hij hardnekkig en agressief ontkennen. Lang bleven mensen als Mart Smeets in zijn onschuld geloven. Maar toen de dopingautoriteit USADA in de zomer van 2012 opnieuw het onderzoek opende en de beschuldigingen en getuigenissen tegen Armstrong zich opstapelden, was er geen uitweg meer mogelijk. Armstrong gooide de handdoek in de ring. Hij was het zat om zich te blijven verdedigen, om rechtszaken te voeren. Daarna gingen de ontwikkelingen snel: de titels werden hem afgenomen, verschillende partijen dienden schadeclaims in en steeds meer mensen zegden hun vertrouwen in Armstrong op.

In die zin komt de bekentenis, als een publieke schuldbekentenis, niet onverwachts. Armstrong zocht een goed podium om zijn verhaal te mogen doen en vond in Oprah Winfrey een begripvolle biechtmoeder. Het is uitermate boeiend om het proces van ontkennen en uiteindelijk schuld bekennen nader te bestuderen. Zowel in zijn hardnekkige ontkennen als in zijn publieke schuld erkennen zijn mechanismen te herkennen die ook spelen bij mensen die zich schuldig hebben gemaakt aan seksueel misbruik. Het is van belang om deze dadermechanismen te onderkennen, zodat een schuldbekentenis ook op waarde kan worden geschat. Maakt het onderdeel uit van een nieuwe poging om te manipuleren of wil iemand echt schoon schip maken. In mijn beleving is Lance Armstrong meer bezig met het redden wat er nog te redden valt dan met spijt en berouw over de schade die hij heeft aangericht.

Ontkennen als basisstrategie

Tussen 2000 en 2005  heb ik een proefschrift geschreven over het proces in de kerkenraad wanneer de predikant zich schuldig had gemaakt aan seksueel misbruik (Ontredderd. Het proces in de kerkenraad wanneer de predikant misbruik heeft gepleegd) . Onderzoek naar daders toont aan dat de eerste en hardnekkigste strategie voor daders ontkennen is. Onderdeel van het ontkennen is het verdacht maken en beschuldigen van degene die het misbruik of het disfunctioneren aan de orde probeert te stellen.  Armstrong (en met hem vele wielrenners) was hierop geen uitzondering. Hoewel de eerste beschuldigingen al snel na zijn comeback de kop opstaken, wist hij met een agressieve campagne van ontkennen en aanvallen de beschuldigen jarenlang te omzeilen en te ontkrachten.

Wat beslist een belangrijke rol speelde in de publieke sympathie voor Armstrong, was zijn tomeloze inzet voor het goede doel. Ongetwijfeld zal hij oprecht zich sterk hebben gemaakt voor de strijd tegen kanker. Hij heeft daarin ook veel bereikt. Tegelijkertijd versterkte dit imago zijn geloofwaardigheid. Iemand die zoveel voor een ander over heeft – dat moet toch wel een eerlijk en betrouwbaar mens zijn? En andersom: als zulke mensen al niet te vertrouwen zouden zijn en leugenaars zijn, in wat voor wereld leven we dan? Armstrong koos dus voor een strategie van ontkennen, waarbij hij ook direct de mensen die hem beschuldigden op verschillende manieren aanviel.

Bagatelliseren en generaliseren

Wanneer daders niet langer kunnen ontkennen (bijvoorbeeld omdat de bewijzen niet langer te negeren zijn) kunnen daders kiezen voor een bekentenis. Kenmerkend voor deze eerste bekentenissen is dat de spijt die gevoeld wordt vaak meer te maken heeft met het betrapt zijn dan met de schade die is aangericht. Maar soms zijn daders merkbaar opgelucht dat het geheim doorbroken is en is er een behoefte om alles op tafel te leggen. Overigens is deze opluchting lang niet altijd een garantie dat het hele verhaal verteld wordt en dat de dader ook echt berouw heeft van zijn of haar handelen. Vaak zullen daders kiezen voor een gedeeltelijke bekentenis of zullen ze hun daden bagatelliseren. Als iemand bagatelliseert worden de feiten wel erkend, maar de betekenis geminimaliseerd. Dat kan door de gebeurtenissen af te zwakken (wat stelde het eigenlijk helemaal voor? Anderen deden veel ergere dingen). Een andere mogelijkheid is om de daden te generaliseren: iedereen deed mee, eigenlijk was het onderdeel van de gewone werkelijkheid.

In de bekentenis van Armstrong zijn vergelijkbare motieven zichtbaar. Hij kon het ontkennen niet langer volhouden, omdat hij met een machtiger tegenstander werd geconfronteerd. Toen de Amerikaanse justitie zich met de dopingschandalen ging bemoeien, werden de consequenties van ontkennen dermate serieus dat Armstrong uiteindelijk zich genoodzaakt zag om  toe te geven dat hij doping had gebruikt. Zijn schuldbekentenis bij Oprah Winfrey leek een zorgvuldig geënsceneerd optreden. Het dopinggebruik werd toegegeven, maar tegelijkertijd werden de gevolgen gebagatelliseerd en het gebruik gegeneraliseerd. Er zijn veel vragen onbeantwoord gebleven, en daarnaast zijn er vraagtekens te plaatsen bij de oprechtheid van zijn spijt.

 Openbaar schuld bekennen als charme-offensief

Waarom deze openbare schuldbekentenis? Het heeft er alle schijn van dat Armstrong door deze schuldbekentenis probeert om de controle over zijn beeldvorming weer terug te krijgen. Het is in zekere zin een charme-offensief. Voor veel mensen heeft hij veel betekend, is hij tot voorbeeld geweest. Door zijn dappere getuigenis, zijn tranen in het tweede deel van het interview, en zijn pogingen een slachtofferrol op zich te nemen (ik ben harder aangepakt dan wie dan ook), heeft hij geprobeerd om door het publiek weer in genade te worden aangenomen. Bij Oprah Winfrey is het in ieder geval gelukt. In een interview gaf ze aan dat Armstrong weer een held kan worden, dat hij geleden heeft en de ruimte moet krijgen om zijn leven weer op te bouwen.

Eerlijk gezegd geloof ik niet zo in dit soort schuldbekentenissen. In één van de drie gemeenten waar ik interviews heb gehouden voor mijn onderzoek was er een buitengewoon ‘berouwvolle’ dader. Zodra hij wist dat hij niet meer kon ontkennen, omdat het net zich om hem sloot, huilde hij krokodillentranen en schreef prachtige brieven aan de kerkenraad en de gemeente waarin hij schuld beleed. De mensen wilden hem dolgraag geloven, en wilden hem vergeven – hij had immers zoveel voor de gemeente gedaan. Het gesprek met slachtoffers leverde echter nieuwe feiten op, nieuwe slachtoffers ook. Een schuldbelijdenis kan zo gemakkelijk een instrument van manipuleren worden.

Armstrong als voorbeeld

In die zin is het interessant om de ontwikkelingen rond Armstrong te blijven volgen. De mechanismen van ontkenning, de noodzaak van krachtige middelen en sancties om de waarheid te achterhalen, de rol van openbare schuld bekentenissen: heeft Armstrong echt berouw? De verhalen rond het dopinggebruik volgen elkaar in rap tempo op. Sommigen leggen alles op tafel, anderen kiezen voor overwogen ontkenningen of gedeeltelijke bekentenissen. De renner in het nauw – daar kan je nog veel van leren.