Tag Archives: schuldgevoel

Verwarrend, schadelijk en heilzaam – vergeving na misbruik

7 Jul

Dit artikel is verschenen in het themanummer van Speling (2017/2) over vergeving. 

Spreken over vergeving in de context van seksueel misbruik is een hachelijke onderneming. Voor mensen die te maken hebben gehad met seksueel misbruik is het zelden ondersteunend of heilzaam wanneer een gesprekspartner over vergeving begint. Vaak is er een verwarrende kluwen van gedachten, emoties en verwachtingen. Verschillende recente onderzoeken (1) laten zien dat vrouwen die slachtoffer zijn geworden van seksueel misbruik grote moeite hebben met vergeving. Enerzijds ervaren zij van omstanders een sterke claim te moeten vergeven, terwijl zij anderzijds niet in staat zijn of om welke reden dan ook niet bereid zijn om te vergeven.
Vergeving is echter een van de belangrijkste thema’s in het christelijk geloof. In de liturgie, het onze Vader en in de geloofsleer worden we bepaald bij de vergeving van God en worden we opgeroepen zelf ook tot vergeving te komen. Diverse auteurs (2) zijn ervan overtuigd dat vergeving heilzaam en noodzakelijk is, ook in situaties van seksueel misbruik.
In dit artikel wil ik allereerst de spagaat die slachtoffers van seksueel misbruik kunnen ervaren in het spreken over seksueel misbruik verkennen. Waardoor wordt het spreken over vergeving schadelijk en kwetsend? Vervolgens wil ik beschrijven onder welke voorwaarden vergeving heilzaam kan zijn voor mensen die verhalen van seksueel misbruik met zich meedragen.

e715d-kaars2bbrand

In wiens belang?
‘Het eerste dat me gevraagd werd, was of ik de dader al vergeven had’. Mijn gesprekspartner is in een christelijke omgeving grootgebracht. Helaas bleek deze omgeving voor haar niet veilig. Als jonge tiener werd zij door twee familieleden misbruikt. Toen zij hulp zocht bij de jongerenwerker, maakte ook hij zich schuldig aan seksueel misbruik. Voor haar was duidelijk dat niemand te vertrouwen was. Ze had geen andere keuze dan de verhalen van misbruik diep in haar zelf weg te stoppen.
Jaren later, als zij haar leven op orde lijkt te hebben, stort ze in. Haar voortdurende onzekerheid, haar minderwaardigheidsgevoelens en haar perfectionisme eisen hun tol. In therapie komen de verhalen van misbruik aarzelend aan het licht. De oorzaak van haar psychische problemen blijkt in het misbruik te liggen. Voorzichtig begint ze mensen in haar omgeving te vertellen over het misbruik dat in haar jeugd heeft plaatsgevonden. ‘Het deed me zeer dat er gelijk naar vergeving werd gevraagd. Het vergrootte mijn eenzaamheid.’ Deze vraag naar vergeving ervaart mijn gesprekspartner als een poging om haar het zwijgen op te leggen. Zand erover. Er is geen ruimte meer voor haarzelf, om haar verhaal te vertellen. Het gesprek is verschoven van de erkenning van de pijn en gekwetstheid in haar levensverhaal naar vergeving. Omdat zij hier moeite mee heeft, voelt zij zich aangevallen, waardoor zij zich opnieuw terugtrekt in zichzelf.

Zeker binnen een christelijke context blijkt het verhaal van mijn gesprekspartner geen uitzondering. Het roept de vraag op waarom zo snel vergeving ter sprake wordt gebracht. Zou het niet meer voor de hand liggen om schrik, verbijstering en woede te delen? Zou het logischer zijn om te zoeken hoe slachtoffers gesteund kunnen worden in het onder woorden brengen en herstellen van het aangedane onrecht. Een eerste stap op de weg van herstel is het doorbreken van het geheim. Wanneer derden in vertrouwen worden genomen en aan het verhaal woorden worden gegeven, kan een begin gemaakt worden met het toe-eigenen van het verhaal. Vaak valt er een last van de schouders.
Tegelijkertijd ontstaat er nieuwe dynamiek bij de omstanders. Zij horen het verhaal voor het eerst. Misschien waren er vermoedens, maar hoe dan ook, nu het verhaal is uitgesproken, kunnen de omstanders geschokt en verbijsterd zijn. Het verhaal van seksueel misbruik dat zo dichtbij plaatsvindt, verbrijzelt de illusie van de veilige familie of gemeenschap. Voor de omstanders ontstaat er een dilemma: het uithouden bij de verhalen van het slachtoffer vergroot immers ook het besef van verscheurde relaties en van onveiligheid in de eigen families en geloofsgemeenschappen. Vergeving lijkt een uitweg te bieden. Als het slachtoffer tot vergeven kan komen, kan de harmonie in de gemeenschap hersteld worden. Het betekent echter dat de pijn van het slachtoffer niet onder ogen wordt gezien en zij dus wordt ontkend.

Daar komt bij dat allerlei onderzoeken naar prevalentie aantonen dat seksueel misbruik opmerkelijk veel voorkomt (3). Hoewel inmiddels bekend is dat de gevolgen van seksueel misbruik diep ingrijpend kunnen zijn (4), blijft het moeilijk voor slachtoffers om hun verhaal te kunnen vertellen. Dit betekent dat het geweld diep in onze samenleving verankerd is. Als er zoveel mensen te maken hebben gehad met seksueel geweld, moeten we ook constateren dat veel mensen zich schuldig maken aan geweld. Het betekent dat we vragen moeten stellen aan onze cultuur, onze taal en onze gewoonten. Waar faciliteert onze manier van leven seksueel misbruik? Waar worden in onze families en geloofsgemeenschappen slachtoffers hun stem ontnomen?
Een veel voorkomende reactie op de bedreigende impact van verhalen van misbruik is om deze verhalen zo snel mogelijk van hun aanklacht te ontdoen en om het evenwicht weer te herstellen.

Wanneer vergeving ter sprake komt, is het noodzakelijk om eerst de vraag te stellen in wiens belang vergeving is op dit moment? Hebben we allereerst het belang van het slachtoffer op het oog of proberen we zo snel mogelijk om de harmonie in de familie of geloofsgemeenschap te herstellen?.

Interne verwarring
Het eerste dat het spreken over vergeving in de context van seksueel misbruik dus lastig maakt, zijn de soms tegenovergestelde belangen die achter de vraag naar vergeving schuil kunnen gaan. Het tweede dat het spreken over vergeving moeilijk maakt, is het verwarren van schuld, schuldgevoel, minderwaardigheid en zonde met elkaar (5).
Schuld veronderstelt verantwoordelijkheid. Er liggen concrete handelingen aan ten grondslag: iemand heeft een ander iets aangedaan. Schuld dient onderscheiden te worden van schuldgevoel. Schuldgevoel kan een overlevingsstrategie zijn om de illusie in stand te houden dat de ongewenste situatie of gebeurtenis anders zou kunnen zijn geweest of voorkomen had kunnen worden als het slachtoffer anders had gehandeld. Het schuldig voelen is een copingmechanisme om om te gaan met de machteloosheid en hulpeloosheid die horen bij het ondergaan van geweld. De gedachte schuldig te zijn herstelt het gevoel van veiligheid omdat het lijkt alsof je toch controle hebt over de situatie. ‘Als ik nu toch niet in mijn eentje over straat was gegaan?’ ‘Als ik nu eens een broek in plaats van een rok had aangedaan?’
De prijs is echter hoog. Het schuldgevoel bevestigt de gevoelens van minderwaardigheid en van slecht zijn, die een direct gevolg zijn van het seksueel misbruik. Het woord ‘zonde’ haakt aan bij dit gevoel, waardoor het theologische begrip ‘zonde’ verward wordt met het psychologische begrip ‘schuldgevoel’. De schuldgevoelens gaan echter niet terug op concrete schuldige handelingen, waardoor het kerkelijk spreken over Gods vergeving geen verlichting brengt, maar slachtoffers nog meer bij hun gevoel van minderwaardigheid en slechtheid kan bepalen.

Wat de verwarring rond vergeving voor slachtoffers van seksueel misbruik vergroot, is dat het kerkelijk spreken over schuld, zonde en vergeving meer aansluit bij de behoefte van daders dan van slachtoffers.

Het ‘vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren’ is door veel slachtoffers niet of nog niet mee te bidden, en versterkt het gevoel dat ze tegenover God tekort schieten. Voor daders daarentegen is de voortdurende aanzegging van Gods genade, zegen en vergeving een te gemakkelijke weg om voor hun schuldbesef (indien al aanwezig) een oplossing te vinden. Dit effect van gangbare godsdienstige taal levert bij veel slachtoffers ernstige frustratie op (6).

Slachtoffers zoeken naar erkenning van wat hen is aangedaan en ruimte voor hun levensverhaal. Een belangrijk gespreksthema is het ontwarren van de schudvraag. Wie is verantwoordelijk voor het misbruik? Slachtoffers kunnen de ervaring met zich meedragen klem te zitten in de gevolgen van het seksueel misbruik. Waar zij bij gebaat zijn, is om te horen over gerechtigheid, het oog hebben voor de gekwetste en kwetsbare mens, oordeel en recht doen.

De kracht van vergeven
Voordat over de helende werking van vergeving gesproken kan worden, is het dus noodzakelijk om eerst bovengenoemde thema’s te ontwarren. Tegelijkertijd is het ook van belang om oog te hebben en te houden voor de heilzame werking van vergeving (7).
Fortune (8) betrekt vergeving op het genezingsproces van het slachtoffer. Volgens haar is vergeving het loslaten van de voortdurende aanwezigheid van het trauma. Vergeving is volgens haar een manier om afstand te nemen van de passieve slachtofferrol. Deze visie past bij de omschrijving van vergeving door Ganzevoort (9): ‘vergeven is het erkennen van de schuld van de dader en het afzien van recht op wraak of vergelding’. Het Griekse woord voor vergeven betekent ‘losmaken’. Door te vergeven wordt de band tussen dader en slachtoffer doorgesneden. Woede, haat en bitterheid zijn logische reacties op onrecht, maar houden in zekere zin het slachtoffer ook gevangen. Door te haten blijft het slachtoffer verbonden met de dader. In die zin is leren vergeven uiteindelijk heilzaam.
Vergeven is in deze benadering de laatste stap in het genezingsproces. Het vraagt om ruimte het hele verhaal uit te mogen vertellen. Het vraagt om tijd om te kunnen erkennen hoe het seksueel misbruik het slachtoffer beschadigd en gekwetst heeft, ook op de lange termijn. Het vraagt om het besef dat de processen van slachtoffer, dader en omstanders niet gelijktijdig verlopen en dat als het om vergeving gaat, altijd het tempo van het slachtoffer gevolgd moet worden. Het vraagt om het herstel van autonomie van het slachtoffer en het herstel van gelijkwaardigheid in de machtsverhoudingen (10).

Vergeven moet?
Toch blijft de vraag of de weg van vergeving voor slachtoffers de meest zinvolle en genezende weg is. Uit praktijkverhalen blijkt dat slachtoffers vaak het losmaken van de band met de dader als heilzaam herkennen, maar tegelijkertijd dit niet als vergeven benoemen. Het afzien van het recht op vergelding roept ook vragen op. Seksueel misbruik is een misdaad. Hoe verhoudt deze visie op vergeven zich tot recht doen? Daarnaast blijkt uit het onderzoek van Balk-van Rossum (11) dat er geen significante veranderingen optreden als gevolg van het proces van vergeven. De theorie over vergeven in situaties van seksueel misbruik lijkt dus problematischer dan verondersteld wordt.

Wat betekent dit voor slachtoffers van seksueel misbruik en vergeven? Allereerst is het goed om te beseffen dat slachtoffers van seksueel misbruik het gevoel kunnen hebben dat zij in een spagaat raken wanneer vergeven ter sprake komt. Aan de ene kant is er de kennis dat vergeven in psychologische zin helend kan zijn, versterkt door het besef dat in de christelijke traditie de weg van vergeving min of meer de norm is. Aan de andere kant is het vergeven van de daders alleen aan de slachtoffers voorbehouden, op hun eigen tijd, volgens hun eigen regie.
Daarnaast is het de vraag of vergeving de enige Bijbelse weg is om bevrijd te worden van de beklemming van de dader. Juist in het gesprek met mensen die te maken hebben gehad met seksueel misbruik is het van belang om meer pastorale bagage mee te nemen dan alleen de weg van vergeven.

Alexander Veerman (1970), dr. Praktische Theologie, predikant te Vriezenveen (PKN), trauma-dominee.

————

(1) A.W. Balk-van Rossum, De rol van godsbeelden in de levensverhalen van vrouwen met een incestervaring Ede, 2017; C. Van den Berg-Seiffert Ik sta erbuiten – maar ik sta wel te kijken Zoetermeer, 2015
(2) Zie bijvoorbeeld: R.R. Ganzevoort ‘Vergeving moet. Maar het maakt wel uit hoe.’ In: in: R.R. Ganzevoort e.a., Vergeving als opgave. Psychologische realiteit of onmogelijk ideaal? Tilburg 2003, 17-33; K. Demasure Als de draad gebroken is. Zingeving en pastorale zorg na seksueel misbruik. Leuven 2005; M.M. Fortune ‘Forgiveness the last step’ In C.J. Adams and M.M. Fortune eds Violence against women and children New York 1995 201-207
(3) Inmiddels zijn er veel onderzoeken gedaan naar prevalentie van misbruik in het algemeen en onderzoeken naar specifieke doelgroepen (bijvoorbeeld: misbruik in instellingen en jeugdzorg, misbruik door hulpverleners, misbruik van mensen met een beperking, misbruik binnen de sport). Wat al deze onderzoeken gemeenschappelijk hebben, is dat het nooit meevalt. De cijfers verschillen van 1 op de 3 ondervraagden tot 1 op de 10 die in hun leven te maken hebben gehad met seksueel misbruik.
(4) Zie bijvoorbeeld: J. Herman Trauma en herstel. De gevolgen van geweld van mishandeling thuis tot politiek geweld Amsterdam 1995; B. Van der Kolk Traumasporen. Het herstel van lichaam, brein en geest na overweldigende ervaringen Eeserveen 2016
(5) Balk-van Rossum, De rol van godsbeelden p. 491                                                                      (6) R.R. Ganzevoort en A.L. Veerman Geschonden lichaam. Pastorale gids voor gemeenten die geconfronteerd worden met seksueel geweld Zoetermeer 2000 p. 79
(7) Zie bijvoorbeeld: H. Stoorvogel en J. Lasonder: Jane. Kampen 2013
(8) Fortune ‘Forgiveness the last step’ p. 201
(9) R.R. Ganzevoort ‘Klem tussen schuld en vergeving. Rol en recht van het slachtoffer’. (10) In Houtman, C. e.a. (Red.) Ruimte voor vergeving. Kampen 1998, pp. 147-158. (p. 156)
Vergelijk: F.W. Greene ‘Structures of forgiveness in the New Testament’ In: C.J. Adams and M.M. Fortune eds Violence against women and children New York 1995 pp. 121-135 (11) Balk-van Rossum, De rol van godsbeelden p. 501

 

Had je maar geen vrouw moeten zijn

19 Sep

Deze week kwam ik een opmerkelijk bericht tegen. De Thaise premier en bevelhebber van het leger, Prayut Chan-O-Cha, reageerde op de moord op twee Britse toeristen. In een interview stond hij stil bij het gegeven dat Thailand veel minder veilig is dan toeristen denken. In het interview zegt hij: “There are always problems with tourist safety. They think our country is beautiful and is safe so they can do whatever they want, they can wear bikinis and walk everywhere. But can they be safe in bikinis… unless they are not beautiful?”

In deze opmerking klinkt de opvatting door dat er een helder verband is tussen geweld en (vrouwelijke) schoonheid. Vrouwelijkheid in de openbare ruimte kan leiden tot geweld en misbruik. Het is een opvatting die breed gedragen wordt. In Thailand is het geweld tegen vrouwen een groot probleem. Na ophef in de media over recent geweld tegen vrouwen heeft de Thaise overheid enige tijd geleden besloten om aparte vrouwenwagons in te zetten. Deze oplossing ligt in het verlengde van de visie van de premier: schoonheid kan geweld uitlokken.

doodlopend spoor

De vrouwenwagons lijken een snelle manier om de veiligheid van vrouwen te herstellen, maar door de onderliggende vooronderstellingen is het op termijn schadelijker voor de veiligheid van vrouwen. Geweld wordt niet veroorzaakt door het uiterlijk of het voorkomen van slachtoffers, maar door het machtsdenken van daders. Geweld kan niet succesvol bestreden worden door vrouwen uit het publieke domein te verwijderen of door vrouwen zo te kleden dat elke verwijzing naar vrouwelijkheid aan het oog is onttrokken.

Geweld wordt niet veroorzaakt, omdat een vrouw in het openbaar lacht, maar omdat een dader zich niet wenst in te houden. Geweld wordt niet veroorzaakt, omdat een vrouw een rokje draagt, maar omdat de dader geen grenzen wenst te accepteren.

Wanneer we geweld willen beteugelen en seksueel misbruik willen bestrijden, zullen we de mechanismen en processen die rond misbruik spelen dienen te ontrafelen. Het is niet behulpzaam om slachtoffers verantwoordelijk te houden voor het misbruik. Het past precies bij de rationalisaties van de daders: slachtoffers lokken het zelf uit. Juist in landen waar de ‘zedelijkheid’ hoog in het vaandel staar en vrouwelijkheid uit de publieke ruimte is verbannen, zijn ongewenste grensoverschrijdingen aan de orde van de dag. Mannen menen zich het recht toe te kunnen eigenen om vrouwen uit te schelden voor hoer of om hen lastig te vallen, omdat vrouwen zich in hun ogen verleidelijk zouden gedragen.

Deze visie vergroot het verlammende schuldgevoel waar veel slachtoffers mee worstelen. Had ik het kunnen voorkomen? Had ik me anders moeten gedragen? Anders moeten kleden? Schaamte en schuldgevoelens zijn veel voorkomende gevolgen van seksueel misbruik. Het raakt het slachtoffer immers in de kern van haar of zijn bestaan. Het omgaan met het overweldigende gevoel van machteloosheid, kan de behoefte bij het slachtoffer versterken om de controle over zijn of har leven terug te nemen door zichzelf schuldig te houden. De (onjuiste maar verklaarbare) gedachte is dat als je schuld hebt, je op een ander moment de situatie zou kunnen veranderen. Je zou het misbruik kunnen voorkomen door je anders te kleden, anders te kijken, etc.

De echte oorzaak van seksueel geweld ligt echter niet bij de slachtoffers, maar bij de daders. Veiligheid kan alleen hervonden worden wanneer de attitude van (potentiële) daders verandert. Dit vraagt om een verandering van maatschappelijke en culturele opvattingen die het geweld faciliteren. Wanneer vrouwen en kinderen als minderwaardig worden gezien en wanneer seksisme kan floreren, zal de onveiligheid alleen maar toenemen.

De onveiligheid in een samenleving wordt vergroot door aparte treinwagons en door verhullende kleding voor vrouwen, omdat deze oplossingen de opvatting ondersteunen dat vrouwen ten diepste zelf het geweld uitlokken. Het vergroot de onveiligheid waar deze maatregelen niet mogelijk zijn of niet opgevolgd worden. De ruimte voor de rationalisatie van daders (kijk nou, ze vraagt er toch zelf om – waarom zit ze anders niet in een aparte vrouwenwagon?) wordt groter gemaakt. Ook houdt deze visie geen rekening met het gegeven dat ook mannen slachtoffer worden van seksueel misbruik. Er spelen dus andere mechanismen.

Het kwaad van misbruik zit diep in samenlevingen. Het is niet uit te drijven door vrouwen uit het straatbeeld te verwijderen of door daders die gepakt worden als monsters af te schilderen en te demoniseren. Het kwaad is veel banaler. Veiligheid herstellen we door de gelijkwaardigheid van alle mensen te benadrukken, alert te zijn op seksisme en seksuele intimidatie en de grenzen van elkaar te respecteren.

 

Schuldig voetbal? Over de toename van huiselijk geweld tijdens het WK

3 Jul

In een indringende column vraagt Marijn de Vries in dagblad Trouw aandacht voor huiselijk geweld. Het blijkt dat tijdens voetbalkampioenschappen er een forse toename is van meldingen van huiselijk geweld. Ook in Brazilië zelf is er aandacht voor geweld, met name tegen kinderen. Er is een app ontwikkeld om geweld tegen kinderen snel te kunnen melden. Ook hier is de verwachting dat het geweld tijdens het WK voetbal kan toenemen. “Vast staat dat het WK alle factoren samenbrengt waardoor kindermisbruik kan toenemen” zegt de woordvoerder van Childhood Brasil. Het WK in Brazilië doet dus de kans op huiselijk geweld en seksueel misbruik significant toenemen. Een pijnlijke constatering.

Het is goed en belangrijk dat we ons bewust worden dat zoveel mensen slachtoffer worden van huiselijk en seksueel geweld.  Het geweld is er. In onze dorpen en steden, in onze straten, in onze families. Nu met deze aandacht wordt het even een beetje zichtbaar.

rode kaart

Voetbal is niet de reden voor het geweld, maar kan wel als excuus worden gebruikt. Uit verhalen van huiselijk geweld is ‘schuld’ een belangrijk thema. Plegers zullen niet snel naar zichzelf kijken, maar van zich af wijzen. ‘Het huis is ook altijd een rommeltje’. ‘Wat zie je er bezopen uit’.  ‘Hoe durf je me tegen te spreken’.  Het schrijnende is dat slachtoffers van geweld zich vaak ook zelf schuldig gaan voelen. Het is een manier om de dreiging van het geweld te proberen af te wenden – een tevergeefse manier, omdat de schuld niet bij het slachtoffer, maar bij de dader ligt. Een reden voor dat schuldgevoel van het slachtoffer is dat het dragelijker lijkt om schuldig te zijn. Dan heb je immers ergens nog controle – als je alles nog beter schoon maakt… Als je nog beter je best doet..,  als je nog liever bent… Alles beter dan te beseffen dat je machteloos bent.

Geweld is nooit goed te praten en gaat ook niet vanzelf over. Ook niet als Nederland is uitgeschakeld of kampioen is geworden. Als je je schuldig maakt aan geweld, moet je hulp zoeken. Ontdekken waarom je jouw onmacht of jouw onvermogen op een ander moet afreageren. Als je buiten zinnen raakt door alcohol, moet je dus stoppen met drinken. Je kind en je partner zijn zoveel meer waard dan die ellendige roes. Als je slachtoffer bent van geweld, moet je hulp zoeken. Vandaag nog. Het gaat niet vanzelf over. Het Steunpunt Huiselijk Geweld kan jou alleen, of jullie samen helpen.

Voetbal is een excuus. Het brengt die factoren samen die kunnen leiden tot geweld. Drank, emotie, eindelijk uit je dak mogen gaan. Welke factoren maken dat jij jezelf niet meer in de hand hebt? Vraag mensen om jou te helpen die factoren in te dammen en geniet van het voetbal!

 

Tja, als het kind geen nee zegt – …

27 Nov

De afgelopen dagen werd het gebracht als groot nieuws: ‘huilen en ‘nee’ zeggen verkleint de kans op ongewenst intiem contact.’  Het is een van de conclusies uit het onderzoek van Inge Hempel, waarop ze vandaag (27/11/2013) hoopt te promoveren. Zowel het journaal als landelijke dagbladen besteedden ruime aandacht aan deze bevinding. In gesprekken in mijn pastorale praktijk merk ik dat deze berichtgeving verwarring, boosheid en hernieuwde schuldgevoelens oproept bij (familie van) slachtoffers van seksueel misbruik. De onderzoeker zelf is overigens genuanceerder dan de krantenkoppen. Inge Hempel meldt in de krant dat kinderen nooit verantwoordelijk zijn voor het misbruik, en dat daders excuses zoeken om hun gedrag te vergoelijken. Toch zaait dit nieuws-item verwarring en onrust. Waar raakt dit onderzoek eigenlijk aan? (Het artikel in de Volkskrant lees je hier.)

Klein meisje, door Esther Veerman. www.kunstuitgeweld.nl

Klein meisje, door Esther Veerman. http://www.kunstuitgeweld.nl

Dadermechanismen

Voor haar onderzoek heeft Hempel daders van seksuele misbruik geïnterviewd. Een van de conclusies die zij trekt is dat daders minder snel geneigd zijn om over te gaan tot seksueel misbruik, wanneer een kind duidelijk aangeeft intiem contact niet op prijs te stellen. Onschuldige reacties zien daders als een uitnodiging om over te gaan tot ongewenste grensoverschrijdingen. Onschuldig gedrag is bijvoorbeeld giechelen, op schoot kruipen of je kamer laten zien. Wat de daders dus eigenlijk zeggen is: “het kind gaf de verkeerde signalen af. Ik dacht dat zij.hij het fijn vond en zelf ook wilde. Want als het kind ‘nee’ had gezegd, had ik geweten dat het niet goed was.” De dader legt dus niet de schuld bij zichzelf, maar buiten zichzelf bij het kind.

Zedendelinquenten hebben over het algemeen grote moeite om  toe te geven wat zij hebben misdaan en daar ook de verantwoordelijkheid voor te nemen. In mijn onderzoek naar het proces in de kerkenraad wanneer een predikant seksueel misbruik heeft gepleegd, bleken daders hardnekkige ontkenners. Op het moment dat het misbruik aan het licht kwam, volgde er vaak een oppervlakkige en snelle schulderkenning. Niet uit berouw, maar als instrument om de schade zo beperkt mogelijk te houden. Een eerste mechanisme, wanneer ontkennen niet meer haalbaar is, is gedeeltelijke schulderkenning. Er is wel spijt, maar meer over het betrapt worden dan over de daden. Een (klein) deel van de daden wordt opgebiecht. Een tweede mechanisme is bagatelliseren: ik heb het wel gedaan, maar het was niet zo erg. Of: ik heb het wel gedaan, maar ik bedoelde het niet zo. De feiten worden wel erkend, maar de betekenis wordt geminimaliseerd. Een derde mechanisme is generaliseren De betekenis wordt wel onderkend, maar de feiten geminimaliseerd. ‘Het kan iedereen overkomen, ik kon het niet echt helpen’. Deze mechanismen hebben tot doel het gedrag te rechtvaardigen.

In de opmerkingen in het krantenartikel zijn die dadermechanismen ook te herkennen. De hoogleraar forensische psychiatrie Hjalmar van Marle merkt dit ook op in het artikel: ‘het onderzoek bevestigt het  hardnekkig karakter van gedachten die kindermisbruikers hanteren om seks met kinderen te rechtvaardigen en de noodzaak van een intensieve behandeling om herhaling te voorkomen’. In dat licht zou een kop als ‘zedendelinquenten hebben intensieve therapie nodig’ de lading die meekomt in de uitspraken van de daders beter dekken.

Misbruikmechanismen

Het onderzoek verlegt echter de focus naar de kinderen. Nu is het beslist waar dat het heilzaam is wanneer kinderen leren om grenzen aan te geven. Het is noodzakelijk dat kinderen in een veilige omgeving leren om te voelen wat goed is wat niet. Een goede seksuele opvoeding zal kinderen helpen om bepaalde situaties sneller te doorzien en te bevatten.

Tegelijkertijd gaat misbruik in eerste instantie niet over intimiteit en seks, maar over machtsmisbruik. In het overgrote deel van de gevallen is de dader een bekende van het slachtoffer. Een familielid, een huisvriend, iemand die door de ouders vertrouwd wordt. Dat geeft de dader de mogelijkheid om dichtbij het slachtoffer te komen en het kind te manipuleren. Is het raar wanneer een oom vraagt om de slaapkamer te mogen zien? Is het vreemd wanneer een kind bij een huisvriend op schoot zit? Of bij opa? Kinderen zijn ongelofelijk loyaal. Als het web gesponnen is, en het misbruik begint, zal een kind misschien de handelingen als naar ervaren. Maar uit loyaliteit en angst om de aandacht en liefde te verliezen, zal het kind zwijgen.

Daarnaast kan het ook zijn dat een kind helemaal geen taal heeft om de ervaringen te verwoorden. De seksuele handelingen passen op geen enkele manier bij de belevingswereld van het kind. Hoe zou een kind dan een grens aan kunnen geven?

Tot slot: het gaat om macht met seksualiteit als middel. De dader zal zoals gezegd proberen te manipuleren. Het bezitten van het kind, het laten geloven dat zij/hij het zelf wil, is de ultieme vorm van misbruik. Een dader heeft daarnaast óók de mogelijkheid om geweld toe te passen. De dader is sterker en groter dan het kind. Er zijn veel verhalen bekend van slachtoffers die na fysieke mishandelingen en bedreigingen nooit meer een traan hebben gelaten – uit angst voor represailles.

Schuld en schaamte bij het slachtoffer  

Kinderen die te maken hebben (gehad) met seksueel misbruik worstelen over het algemeen met schuldgevoelens en met schaamte. Het seksueel misbruik raakt aan de identiteit van het slachtoffer, waardoor zij/hij zich schaamt. Een veel voorkomend gevolg van misbruik is een laag zelfbeeld. Omdat de seksuele handelingen de lichamelijke integriteit van het slachtoffer hebben geschonden, voelt zij/hij zich vaak slecht en vies. Dit schaamtegevoel wordt versterkt door schuldgevoelens. Opvallend is dat bijna alle slachtoffers van seksueel misbruik in meer of mindere mate denken dat zij zelf schuld hebben aan het misbruik (dit is een van de redenen waarom het voortijdig spreken over vergeving zo verwarrend en schadelijk kan zijn)

Het moeten ondergaan van seksueel misbruik betekent dat het slachtoffer volledig machteloos is. Deze onmacht is zo moeilijk te hanteren, dat het dragelijker is om schuldig te zijn. Wanneer je immers schuldig bent, betekent het dat je op de een of andere manier controle had kunnen uitoefenen en in de toekomst misbruik zou kunnen voorkomen. Het schuldgevoel wordt versterkt door boodschappen van de daders (jij bent schuldig, jij verleidt mij, God ziet jou), en door de loyaliteit van de slachtoffers. Die volwassene die je zou moeten kunnen vertrouwen, die kan toch niet slecht zijn?

Deze schuld- en schaamtegevoelens bepalen het leven van het slachtoffer. Soms zijn/haar hele verdere leven. In therapie is een van de draden die moet worden afgewikkeld: wat is er precies gebeurd? Wie is echt schuldig? Het gaat om het ontdekken dat het slachtoffer machteloos was en dat de schaamte en de schuld niet bij het slachtoffer, maar bij de dader horen. Het ongenuanceerd bericht over het onderzoek raakt aan die schuldgevoelens en zal voor veel slachtoffers en hun ouders negatief kunnen doorwerken.

De samenleving

Mij puzzelt nog één ding. Waarom hebben de kranten dit zo enthousiast opgepakt? Waarom meldde het journaal op radio en tv dat kinderen moeten leren ‘nee’ zeggen? Het is geen nieuws. Er zijn al decennialang preventietrainingen. Wat is de echte nieuwswaarde? Ik heb het vermoeden dat de samenleving moeite heeft om zich te realiseren hoe onveilig de omgeving kan zijn. Er zijn bijzonder veel kinderen die slachtoffer worden van huiselijk en seksueel geweld (zie bijvoorbeeld het tweede item van Een Vandaag hier) Zwemleraren, medewerkers van kinderdagverblijven, leerkrachten, enzovoort blijken daders te kunnen zijn. Zijn onze kinderen eigenlijk nog wel veilig? En: hoe moeten we als ouders leven met de angstige gedachte dat wij uiteindelijk onze kinderen nauwelijks kunnen beschermen wanneer ze worden geconfronteerd met potentieel seksueel misbruik.

Tegen die achtergrond is de boodschap van het onderzoek inderdaad groot nieuws. We kunnen onze kinderen trainen. We kunnen ze weerbaar maken. Het is weliswaar geen garantie, zegt Hempel erbij, maar het verkleint de kans op misbruik. En daar heeft ze natuurlijk ook gelijk in – alleen moet er wel iets meer worden uitgelegd.  Die kanttekeningen heb ik hierboven gemaakt.

De samenleving is gebaat bij bewustwording. Verhalen moeten worden verteld. Het geeft slachtoffers de ruimte om hun verhaal te vertellen en op adem te komen. Het maakt duidelijk wie schuldig is en wie niet. Bewustwording zal ook potentiële daders opjagen. We tolereren onrecht niet langer. We kijken niet weg. Laten we opstaan tegen geweld, als bondgenoten van slachtoffers.